Summary Class notes - bijzondere farmacologie

Course
- bijzondere farmacologie
- 2020 - 2021
- Ugent
- Diergeneeskunde
515 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - bijzondere farmacologie

  • 1601071200 perifeer zenuwstelsel

  • Waarvoor is het somatisch zenuwstelsel?
    Skeletspieren aansturen
  • Waaruit bestaat het autonoom zenuwstelsel?
    - sympaticus--> fight or flight
    - parasympaticus--> live and let live
  • Waar begint het perifeer zenuwstelsel?
    In het ruggenmerg
    parasympatisch: craniosacraal, vooral n.X en sacraal deel
    sympatisch: thoracolumbaal
  • Hoe gaat de neurohumorale transmissie van het somatisch zenuwstelsel?
    Zenuw stelt acetylcholine vrij, dat bindt op de nicotine receptor--> spiercontractie
  • Hoe gaat de neurohumorale transmissie van de parasympaticus?
    Preganglionair neuron stelt acetylcholine vrij, komt op de nicotine receptor waardoor het postganglionair neuron wordt geactiveerd. Dan stelt die ook acetylcholine vrij en dat bindt op de muscarine receptor
  • Hoe gaat de neurohumorale transmissie van de sympaticus?
    Preganglionair neuron stelt acetylcholine vrij, komt op de nicotine receptor, waardoor het postganglionair neuron wordt geactiveerd. Dan stelt die adrenaline of noradrenaline vrij en dat bindt op de alfa of beta receptor
  • Hoe werkt de cholinerge transmissie?
    Acetylcholine wordt afgebroken door acetylcholinesterase. Choline kan dan weer gebruikt worden om daar weer acetylcholine te gebruiken
  • Wat gebeurt er bij acetylcholineesterase inhibitoren?
    Acetylcholine wordt niet meer afgebroken--> verhoogde concentratie--> nicotinereceptor wordt telkens geactiveerd--> spastische paralyse
  • Welke diersoort is vooral gevoelig aan acetylcholineesterase inhibitoren?
    Katten
  • Welke planten bevatten muscarine antagonisten?
    Atropa belladonna--> atropine
    datura stramonium--> myocine
  • Wat zijn de effecten van de muscarine antagonisten (hart, bloedvaten, klieren, gladde spiercellen, oog)?
    - milde tachycardie, door inhibitie van n. Vagus
    - weinig effect bloedvaten
    - inhibitie secretie van klieren
    - gladde spiercellen lam leggen
    - mydriasis van pupil, opengaan
  • Wanneer geef je muscarine antagonisten?
    - premedicatie voor anesthesie (zodat je geen cardiovasculaire depressie krijgt)
    - spasmen van darmen (koliek bij het paard)
    - emesis (braken) --> muscarine receptor zit in vestibulair orgaan
    - oogonderzoek
    - intoxicatie met acetylcholineesterase inhibitoren
  • Welke muscarine antagonisten zijn er?
    Atropine--> niet selectief
    hyoscine--> niet selectief, minder effect op centraal zenuwstelsel dan atropine
    hyoscinebutylbromide of butylscopolamine--> koliek
    tropicamide --> oogonderzoek
    glycopyrrolaat
  • Wat is het voordeel van glycopyrrolaat ten opzichte van atropine?
    - minder tachycardie
    - minder neveneffecten ter hoogte van centraal zenuwstelsel
    - verminderde GI motiliteit
    - verminderde bronchiale secreties
    - langere werkingsduur
    - gaat niet door placentabarrière--> voordeel bij keizersnede
  • Wat krijg je als alfa1 wordt geactiveerd?
    Vasoconstrictie--> verhoogde bloeddruk
  • Wat krijg je als alfa2 wordt geactiveerd?
    Vasoconstructie--> verhoogde bloeddruk
  • Wat krijg je als beta1 wordt geactiveerd?
    Hartritme omhoog
    cardiac output omhoog
  • Wat krijg je als beta2 wordt geactiveerd?
    Vasodilatatie--> verlaagde bloeddruk
    bronchodilatatie--> meer lucht kan naar binnen
  • Wat doen beta2-selectieve agonisten?
    Relaxatie gladde spiercellen--> handig bij RAO=recurrent airway obstruction (astma)
    --> inbrengen via de luchtwegen (neusgaten)--> minder bijwerkingen

    moet werken als  brochiolen dilatator
    kan ook systemisch worden toegediend om myometrium te relaxeren--> keizersnede bij bwb--> anders kun je het kalf niet makkelijk repositioneren en baarmoeder te manipuleren.
    het wordt ook gebruikt bij uterusprolaps
  • Welke stoffen zijn beta2 selectieve agonisten?
    - terbutaline (longen)
    - salbutamol (longen)
    - clenbuterol (uterus)
  • Wat is de selectieve alfa2 antagonist?
    Atipamezole--> werking sedatie weer tegengaan
  • Wat zijn de beta-antagonisten?
    = Beta-blokkers
    of eigenlijk beta-inverse agonisten
  • Welke niet-selectieve beta-blokkers zijn er?
    Propanolol--> volle inverse agonist--> doet hartritme sterk dalen
    timolol
    oxpremolol
    pindolol
    carazolol--> partieel inverse agonist--> doet hartritme dalen (transport varkens)
  • Welke selectieve beta1- blokkers zijn er?
    Atenolol
    metoprolol
  • Wat doen de beta-blokkers met het hart?
    Verlaagde cardiac output
    verlaagt hartritme
  • Wat is het gevaar van niet-selectieve beta blokkers?
    Kunnen zorgen voor bronchoconstrictie--> niet bij astma geven!
  • Wat doen de beta-blokkers met het vasculair systeem?
    Nuteffect stijgt: geleverde arbeid/gebruikte energie stijgt dus.
    meer arbeid verrichten met minder energieverbruik
    gedaald hartdebiet, hartarbeid en O2 verbruik
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waar staat aa ad voor?
Leng beide delen in gelijke hoeveelheden aan
Waar staat ad voor?
Leng aan tot
Waar staat aa voor?
Gelijke hoeveelheid
Wat is het achtste vaste onderdeel van het voorschrift?
Wachttijd vermelden
Wat is het zevende vaste onderdeel van het voorschrift?
Handtekening zetten
Wat is het zesde vaste onderdeel van het voorschrift?
Gebruiksaanwijzing
S/
vb S/2x/dag
Wat is het vijfde vaste onderdeel van het voorschrift?
Aantal eenheden
voor gelulen d.t. + romeinse cijfers
anders d.t. En dan in normale cijfers
Wat is het vierde vaste onderdeel van een voorschrift?
Vorm van het geneesmiddel: f. gevolgd door de naam van de vorm bij magistraal

specialiteit: naast of onder de naam co. Of tab.
Hoe schrijf je dat je een gelule wil?
F. Gel. N(rondje) I
Wat is het tweede en derde vaste onderdeel van een voorschrift?
R/naam van product
gaat in de volgende volgorde bij magistrale bereiding
1. Het belangrijkste bestanddeel
2. Geneesmiddelen die synergistisch werken
3. Hulpstoffen
4. Producten die de vorm geven