Summary Class notes - Biochemie 3

Course
- Biochemie 2
- Prof. Evelyne Meyer
- 2016 - 2017
- Ugent
- Diergeneeskunde
455 Flashcards & Notes
0 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Biochemie 3

  • 1487026800 les 1

  • Hoe heet de toxische weg van de aminozuurafbraak?
    ureumcyclus
  • Waar vindt de ureumcyclus plaats?
    in de lever
  • Waar vindt de Coricyclus plaats?
    in de skeletspier
  • Hoe wordt het metabolisme geregeld?
    Door middel van allosterie en covalente modificatie.
  • Wat is allosterie?
    stof bindt op andere plek dan enzym. Zorgt ervoor dat de plek voor enzym veranderd wordt
  • Wat is covalente modificatie?
    bijvoorbeeld met fosforylatie en defosforylatie het molecuul activeren of inhiberen.
  • Eerste boodschapper is meestal een hormoon in de biochemie
  • Welke moleculen worden vaak geinhibeerd of geactiveerd?
    enzymen
  • Wat is de second messenger van de adenylyl cyclase weg?
    cAMP
  • Welke hormonen maken gebruik van de adenylyl cyclase weg?
    insuline, glucagon en adrenaline
  • Hoeveel second messengers heeft de inositol fosfolipiden weg?
    2
  • Welk ion is belangrijk voor de inositol fosfolipiden weg?
    Ca
  • Van welk mechanisme maakt de receptor tyrosine kinase weg gebruik?
    autofosforylatie
  • De hormonale relaxatie van de gladde spier gaat ongecontroleerd
  • Wat is de eerste boodschapper bij de hormonale relaxatie van de gladde spier?
    adrenaline
  • Hoe gaat de signaaltransductie bij de hormonale relaxatie van de gladde spier?
    b-receptor-->adenylyl cyclase weg
  • De activatie van proteïne kinase A inhibeert de contractie van de gladde spiercel
  • Wat is het omgekeerde van kinase?
    fosfatase
  • Hoe zorgt de gladde spier voor contractie?
    kinase+ATP-->myosine fosforylatie-->contractie
  • Hoe zorgt stress voor relaxatie van de gladde spier?
    Door de kinase te inhiberen door covalente modificatie
  • Waarmee eindigt de glycolyse?
    pyruvaat
  • Waarmee eindigt de gluconeogenese?
    glucose
  • Hoe kom je aan pyruvaat?
    lactaat
    glycerol
    alanine
    pensmetabolieten bij herkauwers
  • 1487113200 les 2

  • Welk orgaan heeft altijd een glycogeenvoorraad?
    De lever
  • Waar kan glycogeen voorkomen?
    in de lever en in de spier
  • Waarvan is de capaciteit van glycogeen het hoogst?
    de lever
  • Waar zit absoluut gezien meer glycogeen?
    de spier
  • Hoe gaat de glycolyseregeling in de lever?
    Andere cellen stoppen al met produceren van glucose-6-P bij te veel glucose-6-P. Glucose in lever wordt pas gestopt bij te veel fructose-6-P. galactose en andere hexosen worden wel gestopt bij te veel glucose-6-P. Gluco-kinase wordt niet geremd in de lever.
  • Wat is autoregulatie?
    De stof bepaald zijn eigen aanmaak (bijvoorbeeld bij glucose-6-P
  • Waarom begint de lever aan gluconeogenese?
    te weinig glucose in het bloed
  • Hoe heet de metaboliet die alleen herkauwers gebruiken om glucose van te maken?
    propionaat
  • Wat is de structuurformule van pyruvaat?
    CH3-C-COO-
               =O
  • Hoe wordt melkzuur ook wel genoemd en wat is de structuurformule?
    lactaat
    CH3-CH-COO-
               -OH
  • Wat voor soort omzetting is de omzetting van lactaat naar pyruvaat?
    een oxidatiereactie-->dehydrogenase
  • Welk co-enzym is betrokken bij de omzetting van lactaat naar pyruvaat?
    NADH en H+
  • Wat is de structuurformule van alanine?
    CH3-CH-COO-
              -NH3+
  • Hoe heet de omzetting van alanine naar pyruvaat?
    transaminase
  • Hoe werkt een transaminase?
    aketozuur1 wordt aminozuur1
    aminozuur2 wordt aketozuur2
  • Hoe heet het coenzyme dat helpt bij de omzetting van alanine naar pyruvaat?
    PLP
  • Wat is oxaal-acetaat?
    pyryvaat+CO2
  • Waarvan is oxaal-acetaat het aketozuur?
    aspartaat
  • Wat is de structuurformule van glycerol?
    H2COH
      HCOH
    H2COH
  • Waarin wordt glycerol omgezet?
    di-hydroxyaceton-P
  • Wat moet er gebeuren voordat glycerol kan reageren?
    Het moet geactiveerd worden
  • Wat voor soort reactie is de reactie van glycerol-P naar di-hydroxyaceton-P?
    Oxidatiereactie-->dehydrogenase
  • Waar zit vet meestal niet?
    spier
  • Waar zit vet wel?
    lever en vetcellen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

AcetoacetylcoA is een metaboliet van minstens 3 synthesewegen
Juist
Cholesterolsynthese wordt hormonaal beinvloed
Juist
Statines zijn structuuranalogen van unieke enzymes uit de cholesterolsynthese
Fout, van metabolieten
Cholesterol wordt niet in de mitochondria geproduceerd bij gebrek aan HMG-coA reductase
Juist
Vorming van squaleen vereist NADPH. 
juist
Producten als benecol zijn goed tegen hypocholesterolemie
Fout
De cholesterolsynthese en de lipogenese verbruiken evenveel NADPH
Juist
HMG-coA wordt altijd gesynthetiseerd in het cytosol
Fout
Glycogeen en cholesterol zijn 2 dierlijke producten
Juist
Isopreen en cortisol zijn cholesterol-afgeleiden
Fout, isopreen is de bouwsteen van cholesterol