Summary Class notes - Biologie van het Organisme Dier

Course
- Biologie van het Organisme Dier
- Tudorache
- 2019 - 2020
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- biologie
286 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Biologie van het Organisme Dier

  • 1617832800 College Voeding, excretie en osmoregulatie

  • Wat zijn essentiële voedingstoffen?
    Mineralen, aminozuren, vetzuren en vitamines
  • Wat betekent ondervoeding?
    Als dieet onvoldoende chemische energie oplevert, opgeslagen vet/koolhydraten afgebroken -> als de reserves afgebroken worden, worden daarna de eiwitten afgebroken en dit zorgt voor minder spiermassa
  • Wat is de spijsvertering?
    Voedsel afgebroken tot kleine moleculen die het lichaam kan absorberen
  • Wat is de mechanische vertering?
    Kauwen en malen vergroot het voedsel oppervlak
  • Wat is chemische vertering?
    Splits voeding in kleine moleculen die door membranen kunnen gaan, later weer opgebouwd. Dit wordt gedaan met toevoeging enzymen en water en door voedingsvacuoles die voedsel verteren
  • Wat is absorptie?
    Opname kleine moleculen door lichaamscellen
  • Wat is eliminatie?
    Doorgang onverteerd materiaal uit spijsverteringsstelsel
  • Wat zijn voorbeelden van intracellulaire vertering?
    Fagocytose, pinocytose, vacuoles en lysosomen die samenwerken en hydrolytische enzymen bevatten
  • Wat zijn voorbeelden van extracellulaire vertering?
    Afbraak van voedseldeeltjes buiten cellen en compartimenten verbonden met buitenlichaam
  • Wat produceren speekselklieren?
    Slijm dat bestaat uit water, cellen en glycoporteïnen
  • Wat produceert de alvleesklier?
    Protease, tripsine en chymotripsine
  • Wat produceert de lever?
    Gal, dit emulgreert vetten
  • Wat doet de galblaas?
    Slaat het gal op
  • Mond -> Pharynx -> Esophagus = slokdarm -> maag -> dunne/dikke darm -> rectrum -> anus
  • Hoe gaat vertering van polysacchariden?
    1. Amylasen breken zetmeel en glycogeen af tot kleine polysachariden in mond
    2. De dunne darm breek ze af tot disachariden door amylase uit pancreas
    3. Dan tot monosachariden verteerd en geabsorbeerd
  • Hoe gaat de vertering van proteïnen?
    1. Pepsine in maag breekt proteïnen af tot kleien polypeptiden
    2. Kleine polypeptiden omgezet in nog kleinere polypeptiden door trypsine en peptidasen uit pancreas. Dit gebeurt in dunne darm
    3. Nucleïnezuren in dunne darm tot nucleotiden en verder tot nucleosiden en N-verbindingen en suiker/fosfaten afgebroken -> enzymen zijn peptidasen en fosfatasen
  • Hoe worden vetten verteerd?
    1. In dunne darm afgebroken tot glycerol, vetzuren en monosachariden door lipase uit pancreas
  • Wat is de functie van de tong?
    Door tongbewegingen voedsel tot bolus gevormd wat helpt bij inslikken
  • Wat is de pharynx?
    Knooppunt gaat naar luchtpijp en slokdarm
  • Wat is de epiglottus?
    Bij het slikken blokkeert toegang tot luchtpijp en bolus gaat dan de slokdarm in
  • Wat doet de slokdarm?
    Voedsel vak keel naar de maag geduwd door peristaltiek, spiersamentrekkingen
  • Wat doet de maag?
    Slaat voedsel op en verwerkt tot vloeibare suspensie + maagsap afgegeven -> heet chymus
  • Waaruit bestaat maagsap?
    HCL, zoutzuur en pepsinen
  • Wat is de functie van slijm in maag?
    Het beschermt de maagwand
  • Kenmerken vertering in de maag:
    • Lage PH=2, dood bacteriën en denatureert eiwitten
    • Chiefcellen scheiden pepsinogeen af, dit wordt vervolgens geactiveerd tot pepsine door HCL in de maag
    • Sphincters voorkomen dat gimus terug de slokdarm in gaat, gebeurt dit wel? Gevolg is brandend maagzuur 
  • Wat gebeurt er in de twaalf-vingerige darm?
    Chymus mengt met spijsverteringssappen uit de alvleesklier, dit zijn tripsine en chymotripsine. Ze worden geactiveerd in de lumen en zijn alkanisch/basisch. Ze neutraliseren de zure oplossing
  • Wat gebeurt er in de dunne darm?
    Groot oppervlakte door microvilli, ze nemen makkelijk voedsel op. Voedsel verplaats door actief/passief transport
  • Wat gebeurt er in de blindedarm/rectrum?
    Het is een overgang van dik naar dun. Hierin vindt de fermentatie van plantaardig materiaal plaats. Er is ook een appendix aanwezig
  • Wat is een kenmerk van carnivoren?
    Kunnen de maag uitzetten
  • Wat is een kenmerk van omnivoren/herbivoren?
    Lange kanalen met bacteriën die cellulose verteren
  • Waarbij komen proteobacteriën en actinobacteriën voor?
    Bij kinderen die zogen
  • Waarbij komen bacteriodetes voor?
    Bij peuters en kleuters
  • Waarbij komen Firmicota voor?
    Volwassenen
  • Wat doet het hormoon gastrine?
    Gaat maagsappen produceren als chymus in maag komt
  • Wat doet het CCK?
    Als in 12-vingerige darm komt, wordt gal geproduceerd en uitgescheiden + ze stimuleren pancreas om spijsverteringenzymen uit te scheiden en HCO3- om uur te neutraliseren
  • Wat doet het hormoon Ghreline?
    Veroorzaakt honger (in de maag)
  • Wat doet het hormoon insuline en PYY?
    Hormoon na de maaltijd dat eetlust onderdrukt (in de dunne darm)
  • Wat doet het hormoon Leptine?
    Onderdrukt eetlust en speelt rol bij vetniveau in lichaam (in vetweefsel)
  • Waar in worden vetten opgeslagen?
    In adipeus weefsel
  • Waar in worden suikers opgeslagen en wat kan er fout gaan?
    Suikers opgeslagen in lever, maar dit kan niet alle suikers aan bij teveel suikerinname. Hier door opgezet in vet en opgeslagen in spieren/adipeus weefsel. Hierdoor wordt je dikker
  • Wat is het gevaar van vetcellen?
    Kunnen volume vergroten en ze kunnen snel vermenigvuldigen
  • Wat zijn osmoconformers?
    Deze organismen zijn iso-osmotisch met omgeving en reguleren osmose met omgeving niet -> ongewervelden zeedieren
  • Wat zijn osmoregulatoren?
    Verbruiken energie om verlies/opname van water in hypo/hyper osmotische omgeving te beheersen -> dit zijn vooral gewervelden en sommige ongewervelden zeedieren
  • Welke stikstof-afvalstoffen zijn er?
    Ammoniak (in aquatische dieren), ureum (in zoogdieren, haaien en amfibieën) en urinezuur (in vogels, reptielen, insecten en slakken)
  • Hoe reguleren zoutwatervissen osmose?
    1. Marinebeen vissen zijn hyperosmotisch
    2. Waterbalans = water drinken en zouten via kieuwen en nieren elimineren
    3. Haaien hebben veel N2 in lichaam, ze nemen water op uit osmose en voedsel -> overtallig in urine afgevoerd + deel zout dat naar binnen diffundeert
  • Hoe reguleren zoetwatervissen osmose?
    1. Hyperosmotisch omgeving -> H2O opnemen
    2. Verliezen van zouter door diffusie en balans door geen H2O te drinken en veel verdunde urine uit te scheiden
    3. Zouten opgenomen door voedsel
  • Wat is filtratie?
    Filteren lichaamsvloeistoffen
  • Wat is reabsorptie?
    Terugwinnen van waardevolle opgeloste stoffen
  • Wat is secretie?
    Toevoegen niet functionele opgeloste stoffen en afval aan filtraat
  • Wat is excretie?
    Verwerkt filtraat, stikstofhoudend afval komt vrij uit lichaam (in nefronen, nieren)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is immuuntherapie en wat is het doel?
Immuunsysteem stimuleren om kankercellen te doden door meer actieve cytotoxische T-cellen te produceren
Wat zijn immuungerelateerde ziektes?
Auto-immuunziektes, infectie ziektes (AIDS), allergieën, reacties op transplantaten, chronische ontstekingsziektes (astma), primaire immunodeficienten en leukemie en andere vormen van kanker
Wat heb je nodig voor de activering van B- of T-cellen?
Stimulus (antigeen) + costimulus (micro-organisme of alarmsignaal afkomstig van beschadigde cellen of adjuvant van vaccins)
Wat zijn kenmerken van secundaire immuunrepons?
Door B-cellen een sterkere, hogere en snellere immuunrespons
Wat zijn kenmerken van primaire immuunrespons?
Duurt lang voordat antilichamen gemaakt zijn
Wat is activering van complementsysteem?
Complement eiwitten bij activatie binden aan antilichaam aan bacteriële cel en maken er een porie in
Wat is oponisatie?
Bacterie, antilichamen binden aan bacterie en fagocytose door macrofaag
Wat is neutralisatie?
Antistoffen binden aan virus en kan geen contact meer maken met receptoren waarbij het onze cellen binnendringt
Wat zijn effector B-cellen?
Veel ER maken en scheiden veel secrete antilichamen uit. Ze maken ook B-geheugen cellen
Wat zijn naïefe B-cellen?
Hebben nog nooit een micro-organisme gezien