Summary Class notes - biologische determinanten

Course
- biologische determinanten
- Vivienne Obispo
- 2017 - 2018
- Erasmus Universiteit Rotterdam (Erasmus Universiteit Rotterdam, Rotterdam)
- Pedagogische Wetenschappen
371 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - biologische determinanten

  • 1504735200 Probleem 1

  • Wat benadrukt Darwin's theorie?
    alle karakteristieken van organismen hebben een functie
  • Waarvoor zorgt random mutatie?
    Veranderingen in genetisch materiaal van een individu, dit resulteert in een wijziging in sommige fysieke en gedragsmatige karakteristieken.
  • Welke 3 soorten bewijs bestaan er voor het bestaan van evolutie? (Darwin)
    1. Fossielen
    2. Belangrijke overeenkomsten tussen verschillende diersoorten, wat laat zien dat deze zich hebben geëvolueerd naar andere soorten.
    3. Hij liet de grote veranderingen zien bij planten en dieren die zijn gefokt en voor thuis zijn gebruikt.
  • Homologus
    Zelfde overeenkomsten door zelfde voorouder
  • analogus
    zelfde structuur en gebruik van eigenschappen maar niet dezelfde voorouder
  • Convergente evolutie
     zelfde aanpassingen door zelfde omgeving
  • Wat is natuurlijke selectie?
    De leden van elke soort variëren in structuur, psychologie en gedrag en de erfelijke onderscheidingskenmerken met hoge waarden van overleving en reproductie zullen eerder de volgende generatie worden dan andere soorten. De soorten zullen steeds beter worden van generatie op generatie, wat weer leidt tot betere evolutie van soorten die beter aangepast zijn op het overleven en reproduceren van zijn soort.
  • Moderne synthesis
    De theorie van Darwin met de informatie over hoe overerving in elkaar zit (genen)
  • Wat zijn producten van het evolutionaire proces? (3)
    1. Adaptatie
    2. Bijproducten
    3. Ruis
  • Adaptatie
    overgeërfde ontwikkelingen die oplossingen voor bestaande problemen zijn en die reproductie bevorderen.
  • Wat is nodig voor adaptatie? (3)
    a. Er moet sprake zijn van verandering van genen door voortplanting 
    b. De adaptatie moet zich ontwikkelen in de normale populatie van een diersoort. Een bepaald mechanisme is dus geen adaptatie als het niet bijvoorbeeld alleen bij één sekse heeft ontwikkeld. 
    c. Het kan zijn dat de adaptatie nog niet aanwezig is bij de geboorte, bv. vermogen te kunnen lopen. 
  • Wat zijn bijproducten? (evolutionair proces)
     kenmerken die geen adaptieve problemen oplossen en ook niet functioneel zijn. Zij worden meegedragen met kenmerken die wel een functie hebben. (bv. navel als bijproduct van de navelstreng).
  • Wat is ruis? (evolutionair proces)
     willekeurige effecten die geproduceerd zijn door krachten als mutatie, plotselinge veranderingen in de omgeving of veranderende effecten tijdens de ontwikkeling, bv. een bijzondere vorm van de navel of de oogkleur.
  • Waar wordt naar gestreefd bij goed genoeg ouderschap?
    Bij goed genoeg ouderschap wordt niet gestreefd naar de onrealistische perfectie maar naar het “goed genoeg” om de behoefte van hun kinderen te bevredigen.
  • Wat is een belangrijk aspect bij goed genoeg ouderschap?
    hechting
  • Wat is goed genoeg ouderschap?
    een proces waarin behoeften van het kind worden bevredigd volgens de culturele standaard die heerst.
  • Wat zijn componenten van goed genoeg ouderschap?
    1. De basisbehoeften van een kind: Fysieke verzorging, voeding en bescherming
    2. Liefde, zorg en betrokkenheid: kinderen dienen zich geliefd te voelen, hechting.
    3. Consistentie in grenzen stellen: grenzen stellen en deze uitleggen.
    4. Faciliteren van ontwikkeling: Potentie moet ontwikkelt worden, ouders moeten hiervoor zorgen. Het gaat hierbij om fysiek en intellectueel functioneren, de morele ontwikkeling en manieren.
  • Wat gebeurt er bij onvoldoende liefde en verzorging van het kind? (type A consequentie)
    geen goede hechting wat leidt tot onzekerheid, laag zelfbeeld en problemen in relaties.
  • Wat gebeurt er bij weinig grenzen stellen aan het kind? (type B consequentie)
    Kinderen opgevoed zonder controles of met helemaal verwarrende controles lopen risico op toekomstige gedragsstoornis, delinquentie en crimineel gedrag.
  • Wat gebeurt er bij verwaarlozing en weinig stimulatie? (type C consequentie)
    kinderen lopen een risico op negatieve gevolgen op school en sociale handicap.
  • Wat is de link tussen goed genoeg ouderschap en de evolutietheorie?
    Perfectie is niet goed in de opvoeding, omdat op het moment dat het kind niet alles krijgt aangereikt, het leert adaptief en zelfstandig te zijn. Bij veel perfectie is er dus minder sprake

    van adaptatie van het kind -> later zijn deze kinderen geen goede partners -> er is minder kans dat zij zich zullen reproduceren.
  • Welke 4 opvoedstijlen zijn er?
    autoritair
    autoritatief
    permissief
    neglect / niet betrokken
  • Wat is kenmerkend aan autoritaire opvoeding + gevolg later?
    Controleert gedrag kind en gaat ervan uit dat het kind respect heeft voor zijn/haar regels, ze zijn niet flexibel in hun benadering van ouderschap. Soms slaan ze de kinderen als ze niet luisteren. Boosheid en schreeuwen naar de kinderen. -> kinderen leren niet voor zichzelf denken, weten niet goed waarom hun ouders zich zo gedragen. 
  • Wat is kenmerkend aan autoritatief opvoeden + gevolg later?
    Kijken naar elk kind als een individu, geven hen de ruimte om te groeien en ontwikkelen. -> goed gebalanceerde kinderen die goede coping hebben ontwikkeld. Ze zijn nieuwsgierig en doen het over het algemeen goed op school. 
  • Wat is kenmerkend aan permissief opvoeden + gevolg later?
    erg laid back en relaxed naar de kinderen toe, hebben geen grenzen of standaarden voor gedrag. Veel vrijheid en flexibiliteit voor de kinderen, kinderen hebben veel inspraak op hoe hun leven eruit ziet. -> kinderen kunnen moeilijkheden ervaringen bij gebieden waar regels zijn (school, werk), kinderen zijn  creatief, academisch goed opgeleid, kunnen heel sociaal zijn maar hierin ook moeilijkheden ervaren.
  • homozygote gen
    twee dezelfde genen in een chromosoom.
  • heterozygote gen
    twee verschillende genen in een chromosoom.
  • Wat is een dominant gen?
    heeft een sterk effect in zowel homozygote als heterozygote.
  • Wat is een recessief gen?
    Heeft alleen effect op homozygote.
  • Wat zijn sekse gelimiteerde genen (X en Y)?
    beide seksen aanwezig, hormonen moeten deze genen stimuleren om tot uiting te komen.
  • chromosoompaar -> chromatiek -> DNA -> alleen -> aminozuren
  • Wat is mutatie?
    een erfelijke verandering in het DNA.
  • Wat wordt bedoeld met verdubbeling of verwijdering van genen?
    Tijdens het proces van reproduceren, is een deel van een chromosoom aanwezig (1x, 2x of helemaal niet)
  • evolutie
    een verandering over generaties in de frequentie van verschillende genen in een populatie. 
  • Kan verslaving effect hebben op je genen of eigenschappen?
    ja
  • Fenotype
    gen dat zich laat zien
  • Genotype
    Gen dat je niet kan zien, maar wel bij je draagt
  • Hoeveel chromosoomparen heb je?
    23
  • Wie heeft meer invloed op genen/ DNA?
    moeder
  • Endogeen
    Binnen de mens zelf, erfelijk en hormonaal
  • exogeen
    omgeving
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Cumulatieve beschermingsfactoren
aanwezigheid van meerdere beschermingsfactoren, versterken elkaar.
Beschermende factoren veerkracht
- individuele karaktereigenschappen --> autonoom, sterk sociaal, goede hechting, zelfverzekerd
- Zelfregulatie
- Zelfbeeld 
- Familieomstandigheden (autoritatieve opvoeding)
- Gemeenschap
- cultuur en maatschappelijke karakteristieken
risicofactoren veerkracht
Biologisch --> aangeboren aandoeningen, laag geboortegewicht
Omgevingsfactoren --> armoede, lage SES, opleidingsniveau ouders, familie conflicten
differential susceptibility
Verschillen in hoeverre kinderen beïnvloedbaar zijn door de omgeving. Het gaat om de gevoeligheid van het kind.
Cumulatieve risicofactoren
meerdere risicofactoren aanwezig, deze versterken elkaar. Er komen bijna altijd cumulatieve risicofactoren voor.
Wat zijn de 4 golven van veerkracht?
1. Onderzoek naar het begrijpen en voorkomen van de ontwikkeling van psychopathologie
2. regulatiesystemen die zorgde voor beschermende factoren verbonden met veerkracht
3. interventies
4. genen en veerkracht
Wat hebben kinderen met veerkracht?
- sociale competentie
- probleemoplossende vermogens
- kritisch bewustzijn/ geweten
- autonomie
- zingeving
Wat zijn de 2 typen oordelen van Masten en Chatsworth?
- Een significante bedreiging op de ontwikkeling van iemand, nu of geweest.
- moet waarneembaar en meetbaar zijn
Wat zijn de 2 elementen van veerkracht?
1. blootstelling aan groot gevaar
2. factoren die positieve uitkomsten helpen bevorderen of negatieve uitkomsten proberen te reduceren
Wat is veerkracht
Bereiken van positieve uitkomsten ondanks uitdagende of bedreigende omstandigheden, succesvolle coping bij trauma en het ontwijken van negatieve paden gelinkt met risico's