Summary Class notes - Biopsychologie

Course
- Biopsychologie
- p
- 2018 - 2019
- Rijksuniversiteit Groningen (Rijksuniversiteit Groningen, Groningen)
- Psychologie
208 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Biopsychologie

  • 1559858400 Hfst 12: Leren, geheugen

  • Amnesie
    Geheugenverlies dat ontstaat door schade aan de hippocampus. Dit kan in verschillende mate en bij verschillende soorten geheugen optreden
  • AMPA & NMDA
    Ionotropische glutamaat receptoren die belangrijk zijn bij LTP. Als deze receptoren gestimuleerd worden openen ze een kanaal om ionen de postsynaptische cel binnen te laten gaan
  • Anterograde amnesie
    Vorm van geheugenverlies waarbij geen nieuwe herinneringen gevormd kunnen worden
  • Associativiteit
     Het combineren van een zwakke en sterke invoer zorgt voor een latere reactie op de zwakke invoer
  • Confabulatie
    : Het invullen van gaten in het geheugen door te gokken
  • Coöperativiteit
     Bijna gelijktijdige stimulatie van axonen zorgt voor meer LTP dan de herhaalde stimulatie van één axon
  • Episodische herinneringen
    Herinneringen van persoonlijke gebeurtenissen
  • Engram
    De fysieke representatie van wat er geleerd is
  • Equipotentialiteit
    Alle delen van de cortex dragen evenveel bij aan complex gedrag zoals leren en elk deel kan een ander deel vervangen
  • Expliciete geheugen/ verklarend geheugen
    Het bewust ophalen voor informatie dat herkend wordt als een herinnering
  • Habituatie
     Als een stimulus herhaaldelijk gepresenteerd wordt neemt de reactie op de stimulus af
  • Hebbiaanse synaps
    Een synaps die effectiever wordt vanwege gelijktijdige activiteit in presynaptische en postsynaptische neuronen
  • Impliciete geheugen
    Een (vaak onbewuste) invloed op gedrag
  • Klassieke conditionering
    Het ontstaan van een nieuwe, geleerde reactie op een geconditioneerd stimulus door een versterkte verbinding tussen de geconditioneerde stimulus en de ongeconditioneerde stimulus in de hersenen
  • Korsakoff’s syndroom
     Syndroom veroorzaakt door langdurig tekort aan thiamine (vitamine B1). Dit komt vooral voor bij chronisch alcoholisten. Symptomen zijn onder andere geheugenverlies, verwarring en apathie
  • Korte-termijn geheugen
     Het kan ongeveer 7 items bevatten en is afhankelijk van oefening
  • Lange-termijn geheugen
    Heeft een enorme capaciteit en kan herinneringen zelfs vele jaren later nog ophalen
  • Lange-termijn verlaging (LTD)
    Een langdurige vermindering van de reactie in een synaps. Dit vindt plaats in axonen die minder actief zijn dan anderen. Dit kan als compenserend proces gezien worden, de ene synaps versterkt en de andere verzwakt
  •  Lange-termijn versterking (LTP)
    Ontstaat wanneer één of meer axonen die verbonden zijn met een dendriet het intens stimuleren. De uitbarsting laat een paar synapsen versterken, oftewel worden gevoeliger voor nieuwe informatie van hetzelfde soort
  • Laterale interpositus nucleus (LIP)
    Hersengebied essentieel voor leren
  • Massa actie
    Het idee dat de cortex als geheel werkt. Er geldt dus hoe meer cortex, hoe beter
  • Operante/ instrumentele conditionering:
    : Het ontstaan van reacties door een reinforcer of straf
  • Procedureel geheugen
     De ontwikkeling van motorische vaardigheden en gewoontes
  • Reconsolidatie
    Treed op als de stimulus gevolgd wordt door een soortgelijke ervaring. De herinnering wordt dan versterkt door een proces van eiwitsynthese
  • Reinforcer
    Een gebeurtenis die de kans op een bepaalde reactie vergroot
  • Retrograde amnesie
    Vorm van geheugenverlies waarbij mensen geen herinneringen meer hebben over gebeurtenissen voor de hersenschade. Dit is het ergst voor de periode vlak voor de hersenschade
  • Retrograde transmitter
    Zorgt ervoor dat de presynaptische neuron de drempelwaarde voor actiepotentialen verlaagt en de afgifte van neurotransmitters verhoogt
  • Semantische dementie
    Een verlies van het semantisch geheugen. Dit ontstaat door schade aan gebieden in de temporaalkwab
  • Semantisch geheugen
    Herinneringen over feitelijke informatie
  •  Sensitisatie
    De tijdelijke sterkere reactie op milde stimuli als gevolg van een blootstelling aan een intense stimuli
  • Specifiteit
    Alleen de synapsen die actief zijn geweest worden versterkt
  • Straf
     Een gebeurtenis die de kans op en bepaalde reactie verkleind
  • Vertraagde reactie taak
    Een test voor het werkgeheugen waarbij iemand moet reageren op iets wat een tijdje eerder gezien of gehoord is
  • Werkgeheugen
    De manier waarop informatie opgeslagen wordt terwijl we ermee bezig zijn
  • Ziekte van Alzheimer
     Ziekte gekenmerkt door een beter procedureel geheugen dan verklaren geheugen. Het geheugen en alertheid variëren erg, wat suggereert dat de problemen ontstaan door slecht functionerende neuronen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - biopsychologie

  • 1514761200 College 1

  • Dualisme
    Lichaam en geest staan los van elkaar
  • Monisme
    Lichaam, brein en geest zijn een geheel
  • Wat bepaald de informatie in je genen
    hoe je je ontwikkelt, bent, denkt en doet
  • Recombinatie
    Nieuwe combinatie van genen op een chromosoom.
    Een combinatie van erfelijke eigenschappen.
    Zo heeft iedereen een eigen genotype
  • Mutatie
    Verandering in een gen (vaak na de geboorte). De omgeving heeft hier invloed op en dit beïnvloed het gedrag
  • Epigenetica
    Een vakgebied dat zich bezig houdt met de combinatie van genen en omgeving. Genen, omgeving en gedrag beïnvloeden elkaar
  • Fenotype
    (Aangepast) uiterlijk
  • Genotype
    (Gen) Uiterlijk van genen
  • Waar is een gen een deel van en hoe komen ze terug in het lichaam?
    Een gen is een deel van een chromosoom en komen in paren
  • Hoe komen chromosomen terug in het lichaam?
    In paren (met genen erop)
  • Waar bestaan genen uit?
    Uit het DNA, dit zijn codes en genen bevatten instructies voor de bouw van duizenden eiwitten
  • Waarvoor dient een lijn DNA als model?
    Ribonucleic acid (RNA)
  • Homozygoot
    Twee identieke genen op  de twee chromosomen
  • Heterozygoot
    Twee verschillende genen op de twee chromosomen
  • Dominante genen
    Deze komen tot uiting als ze homozygoot of heterozygoot zijn
  • Recessieve genen
    Komen alleen tot uiting als ze homozygoot zijn
  • Hoe worden de chromosomen verdeeld bij de bevruchting? en welk chromosoom bepaald het geslacht?
    23 chromosomen van de moeder en 23 van de vader. En het 23e chromosoom bepaald het geslacht
  • Hebben mannen en vrouwen X en/of Y chromosomen?
    Mannen hebben twee X chromosomen en vrouwen een X en een Y. De vrouw bepaald dus het geslacht.
  • Survival of the fittest
    De genen die het best aangepast zijn aan de omgeving. Voortplanten bepaald welke genen er winnen
  • Wat is het doel van de evolutie?
    Genen doorgeven. Voortplanten van genen bepaald welke genen er winnen
  • Evolutie
    De hoeveelheid genen veranderen over generaties, binnen een populatie.
  • Vier biologische verklaringen voor gedrag
    - Psychologische verklaring
    - Ontogenetische verklaring
    - Evolutionaire verklaring
    - Functionele verklaring
  • Psychologische verklaring
    Gaat over de werking van het lichaam. Hoe gedrag te verbinden is aan breinactiviteit en andere organen.
    Bijv: Chemische reactie waardoor hormonen het brein kunnen beïnvloeden en de manier waarop het brein de spieren aanstuurt
  • Ontogenetische verklaring
    Tijdens de ontwikkeling van jong naar oud, ontwikkeld het lichaam mee. Gedrag en de invloed van genen, voeding, ervaringen en hun connecties beïnvloeden elkaar tijdens de ontwikkeling
  • Evolutionaire verklaring
    Gedragsovereenkomsten bij dezelfde soorten, gelijkenissen tonen aan dat ze van eenzelfde soort afstammen (ookal hebben die functie geen nut meer)
  • Functionele verklaring
    Beschrijft waarom gedrag zich op een bepaalde manier heeft geuit
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Zeitgeber
De stimulus die zorgt voor herstellen van het circadiaanse ritme
Vegatieve staat
 Afwisselende perioden van slaap en matige arousal. De persoon toont geen besef van de omgeving, wel reageert de persoon meer op stimuli
Suprachiasmatische nucleus (SCN)
Een deel van de hippocampus, dat vlak boven het optische chiasme ligt, belangrijk voor de biologische klok
Slaapwandelen
Komt vooral voor bij kinderen en gaat vaak gepaard met een ander slaapprobleem. Gebeurt meestal tijdens fase 3 of 4 aan het begin van de nacht
Slaapspoeltje
Bestaat uit golven van ongeveer 13Hz tijdens een uitbarsting van minsten een halve seconde. Ontstaat door interacties tussen cellen in de thalamus en de cortex
Slaapapneu
Mensen met slaapapneu hebben moeite met normaal ademen als ze slapen
Reticularie formatie
Bevindt zich in de middenhersenen en heeft axonen naar de hersenen en het ruggenmerg, als het beschadigt -> arousal vermindert
REM gedragsstoornis
Slaapstoornis waarbij mensen heel veel beween tijdens de REM slaap. Hiermee kunnen ze schade toebrengen aan de omgeving, zichzelf en anderen
Rapid Eye Movement (REM) slaap:
Perioden tijdens de slaap waarin snelle oogbewegingen plaatsvinden
Pontomesencephalon
Een deel van de reticulaire formatie dat bijdraagt aan de corticale arousa