Summary Class notes - Bloed 1

Course
- Bloed 1
- Berneman
- 2020 - 2021
- UA
- GNK
392 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Bloed 1

  • 1615762800 Hst 1

  • Wat is serum?
    Bloedplasma zonder stollingseiwitten.
  • Waar wordt een EDTA buisje voor gebruikt?
    Voor het onderzoeken van bloedcellen. De EDTA onttrekt calcium.
  • Waar wordt het citraat buisje voor gebruikt?
    Onderzoek van de stollingsfactoren.
  • Watvoor eiwitten zitten er in het plasma en met welke labbuisjes kunnen deze onderzocht worden?
    • Stollingsfactoren: citraat
    • immunoglobulinen: serum
    • complementen: serum
  • Wat zijn complementen?
    Ze spelen een rol in de afbraak van cellen en micro-organismen waar immunoglobulinen op gebonden zijn.
  • Wat is hemostase?
    Gaat bloed verlies tegen door bijvoorbeeld vasoconstrictie en stolling.
  • De onderverdeling van leukocyten (wbc)
    • Fagocyten
      • granulocyten
        • neutrofiele granulocyten
        • basofiele granulocyten
        • eosinofiele granulocyten
      • monocyten
      • dendritische cellen
    • immunocyten
      • T-lymfocyten
      • B-lymfocyten
      • Natural Killers
  • Wat zijn de granules in granulocyten?
    Lysosomen
  • Wat bevatten de primaire lysosomen van alle granulocyten?
    Myeloperoxidase, deze maakt H2O2 van H2O, wat bacterie-dodend werkt.
  • In welke stadia ontwikkelen de granules in granulocyten zich?
    De primaire in de fase van promyelocyt, deze primaire granules bevatten vooral myeloperoxidase.
    De secundaire in de fase van myelocyt. Deze bevatten vooral collagenase.
  • Naam en functie van deze cellen.
    (gesegmenteerde) Neutrofiele granulocyt. Zij fagocyteren en doden bacteriën. Ze verdedigen de eerste lijn na de huid en mucosa. Ze hebben 2 tot 5 kernkwabben en deze kunnen ook in een buis voorkomen.
  • Naam en functie van deze cel.
    Eosinofiele granulocyt, te zien aan de duidelijke granulen en afscheiding van de kern. Granulen hier zijn basisch en worden met zure eosine gekleurd. Ze spelen in rol in het bestrijden van worminfecties en allergische aandoeningen. Ze hebben 2 tot 3 kernkwabben.
  • Naam en functie van deze cel.
    De basofiele granulocyt, te zien aan de donkere granulen, die redelijk gelijk aankleuren met de kern. Dit zijn secundaire granulen, welke histamine en heparine bevatten. Ze hebben en IgE receptor en als hieraan gebonden wordt, worden de granules vrijgegeven. De histamine zorgt dan voor vasodilatatie, waardoor er meer wbc op die plaats kunnen komen. 
    Ze spelen een rol in de bestrijding van parasieten en allergische aandoeningen.
  • Naam en functie van deze cel.
    Monocyt. Zij fagocyteren en doden afvalstoffen en bepaalde micro-organismen. Als ze in de weefsels migreren, veranderen ze tot macrofagen. Ze spelen ook een belangrijke rol in het immuunsysteem, door antigenen te presenteren en door cytokines uit te zenden, waaronder IL-1 en TNFa.
  • Wat zijn cytokines?
    Het communicatiemiddel tussen cellen.
  • Tot welke cellen geven monocyten de aanleiding?
    • Kupffercellen in de lever
    • Alveolaire cellen in de longen
    • Osteoclasten in beenderen
  • Naam en functie van de cel.
    Staafvormige neutrofiele granulocyt.
  • De functie van dendritische cellen.
    Fagocyteren en verteren van antigenen en het presenteren hiervan aan T-cellen. Ze hebben een groter oppervlak, dus doen dit efficiënter dan macrofagen. 
    Ze zitten in het bloed, maar ook in organen waar een interfase is met antigenen van de buitenwereld, zoals de huid en de darmen. 
    Een andere functie is dat ze de T-cellen die de eigen cellen aan willen vallen, onderdrukken.
  • Hoe is de T-cel gespecificeerd in het herkennen van antigenen?
    Door de T-celreceptor op het membraan.
  • Wat gebeurt er als een B-lymfocyt geactiveerd wordt?
    Ze vormen zich om tot plasmacellen en gaan grote hoeveelheden immunoglobulinen secreteren in het bloed.
  • Waar zitten plasmacellen voornamelijk?
    In het beenmerg en de lymfoïde organen.
  • Wat zijn de Fab en Fc fracties?
    De Fab is de lichte keten van de immunoglobuline en bindt zich aan het antigen. De Fc is de zware keten en bindt zich aan een Fc receptor op een fagocyterende cel, zodat het antigen vernietigd wordt.
  • Naam en functie van deze cel.
    De natural killercel of de large granular lymfocyt. Ze kunnen cellen lyseren, zonder een antigen te herkennen. Dit kunnen zij doen doordat een Fc fragment op de NK bindt, waarna zij deze gaan fagocyteren, maar dit kunnen zij ook doen door hun eigen killer cel activerende receptor te binden aan een HLA-achtig molecuul of andere ligant-moleculen op de te killen cel. Echter, alle cellen hebben HLA moleculen, dus moeten zij ook geïnhibeerd worden. Hiervoor hebben zij KIR receptoren, welke op de HLA klasse 1 moleculen gaan zitten. Als er dus te weinig HLA klasse 1 moleculen op een cel of micro-organisme zitten, verminderd de remmende werking en zal de cel gelyseerd worden. Dit is het geval bij viraal geïnfecteerde cellen of tumorcellen.
  • Welke cellen hebben Fc receptoren?
    Monocyten, granulocyten en natural killers.
  • Wat zijn de enige bloedcellen die niet terminaal zijn?
    Lymfocyten
  • Waar gebeurt de aanmaak van bloedcellen?
    In het beenmerg, proliferatie van lymfocyten gebeurt in de milt, lymfeklieren, thymus en het beenmerg.
  • Vanuit welke cellen worden bloedcellen gemaakt?
    Pleuripotente hematopoietische stamcellen.
  • Welke progenitoren ontstaan er in eerste instantie uit een hematopoietische stamcel?
    • Lymfoïde multipotente progenitoren
    • multipotente gemengde myeloide progenitoren: CFU-GEMM (colony-forming unit granulocyt, erythrocyt, macrofaag, megakaryocyt). Ook wel CMP (common myeloid progenitor). 
  • Welke progenitoren ontstaan er direct uit CFU-GEMM of CMP?
    • GMP: granulocyt-macrofaag progenitor
      • CFU-G: colony forming unit granulocyt (neutrofiele granulocyten)
      • CFU-M: colony forming unit monocyt (en macrofaag)
    • BFU-E: burst - forming unit erythrocyt
      • CFU-E: colony forming unit erythrocyt
    • CFU-meg: megakaryocyt
    • CFU-Eo
    • CFU-Baso
  • Waar differentieert de lymfoïde multipotente progenitor tot?
    • T-cellen
    • B-cellen
    • Natural killers
  • De granulocytaire reeks
    Myeloblast > promyelocyt > myelocyt > metamyelocyt > granulocyt.
  • In welke fase van de granulocytaire reeks stopt deze met delen?
    Metamyelocyt. Vanaf daar gaan de granulocyten zich verder tot de verschillenden differentiëren.
  • Monocytaire reeks
    Monoblast > promonocyt > monocyt
  • Rode reeks
    Proerythroblast > basofiele erythroblast > polychromatofiele erythroblast > acidofiele erythroblast > reticulocyt > erythrocyt.
  • Wanneer wordt de cel van de rbc verwijderd?
    In de late fase van de acidofiele erythroblast.
  • Bloedplaatjes reeks
    Megakaryoblast > promegakaryocyt > megakaryocyt. Trombocyten worden gevormd door afbrokkeling van het cytoplasma van deze cellen.
  • Naam en functie van de cel
    Lymfocyt
  • De vier hematopoietische groeifactoren en hun werking.
    • G-CSF: granulocyten colony stimulilating factor. Werkt in op de CFU-G, maar ook op de stamceldeling. 
    • M-CSF: werkt in op CFU-M
    • GM-CSF: werkt in op de CFU-GM en de CFU-GEMM en de BFU-E.
    • IL-3 (of multi-CSF): werkt voornamelijk op de CFU-GEMM.
  • De 5 belangrijkste interleukines.
    1, 2, 3, 5, 7
  • IL-1:
    Geproduceerd door monocyten/macrofagen. Is een inflammatoir cytokine. Het helpt T-lymfocyten te activeren en stimuleert tot de productie van de CSF's en IL-6. Deze productie gebeurt door endotheliale cellen en fibroblasten.
  • IL-2
    Productie door geactiveerde T-lymfocyten en onderhoud de proliferatie van T-lymfocyten en NK.
  • IL-3
    Productie door geactiveerde T-lymfocyten en werken in op de CFU-GEMM
  • IL-5
    Productie door T-lymfocyten, werk in op de CFU-Eo en op de proliferatie en differentiatie van B-lymfocyten.
  • IL-7
    Productie door stromale cellen van het beenmerg en de thymus en stimuleert de proliferatie van vroege B- en T-cellen.
  • Welke groeifactoren kunnen de stamcellen van de G0 naar de G1 fase helpen? (5)
    SCF (stamcelfactor), FL, Tpo (trombopoëtine), G-SCF en Il-6.
  • Welke groeifactoren werken in op de delende stamcel en de CFU-GEMM? (3)
    IL-3, GM-CSF, SCF
  • Welke groeifactoren werken in op de monopotente progenitoren, en waarop precies?
    • G-CSF voor CFU-G
    • M-CSF voor CFU-M
    • Erythropoietine voor BFU-E en CFU-E
    • IL-5 voor CFU-Eo
    • Trombopoietine voor CFU-Meg
  • Waar wordt erythropoietine gemaakt?
    In de nieren door de fibroblasten in de buitenste cortex.
  • Waar wordt trombopoietiene gemaakt?
    In de lever, nieren en stromale cellen van het beenmerg.
  • Waardoor wordt overmatige proliferatie van stamcellen geïnhibeerd?
    Door TGF-beta (=transforming growth factor). Deze wordt geproduceerd door stromale cellen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Goei plaatje examen
Plaatje
Wat is er op de foto te zien? 
Lymfadenopathie
Wat zijn dit?
Sikkelcellen in sikkelcel anemie
Examen foto
Glucose metabolisme in erythrocyten
Wat zijn dit? 
Sferocyten
Map van ziekten...
Foto
Foto examen
Hemolyse schema 
Wat zijn dit?
Targetcellen zoals in thalassemie en leverziekten.
Wat zijn dit?
Macropolycyten
Wat zie je op de foto?
ovale rode bloedcellen en macropolycyt