Summary Class notes - Blok blauw

Course
- Blok blauw
- -
- 2019 - 2020
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
541 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Blok blauw

  • 1559340000 WEEK 1

  • Uit welke onderdelen bestaat het basis neurologisch onderzoek? (11)
    - Presentatie
    - Bewustzijn
    - Cognitie, taal en spraak
    - Hersenzenuwen
    - Tonus van armen en benen
    - Kracht
    - Sensibiliteit
    - Coordinatie en vaardigheid
    - Reflexen
    - Onderzoek van de romp
    - Stand en gang
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus I:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemengd?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus olfactorius

    Sensorisch

    Anamnestisch getest, alleen op indicatie
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus II:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemengd?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus opticus

    Sensorisch

    3 aspecten worden getest:

    1. Gezichtsvelden 
    - Hiermee test je: neglect of hemianopsie

    2. Pupilreactie
    - Direct en indirecte (onsensuele). 
    - Je test hiermee afferent de nervus opticus en efferent de nervus oculomotorius

    3. Aspect van de papil/fundus
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Testen van de oogbewegingen = welke zenuwen worden hiermee getest? Welke oogvolgbewegingen doen deze?
    Hoe test je dit? 
    Waar let je op?
    1. Nervus oculomotorius --> efferent pupil, openen van ogen en alle andere oogbewegingen
    2. Nervus trochlearis --> naar beneden/naar binnen (lezen)
    3. Nervus abducens --> naar buiten kijken

    Vingers volgen en hoofd stilhouden.

    Let op:
    - Vraag altijd of iemand dubbelziet.
    - Let op bij een nystagmus: een eerstegraads horizontale nystagmus bij een abductiestand van meer dan 45 graden die een aantal seconden duurt en weer verdwijnt = FYSIOLOGISCH  
  • Nystagmus: welke richting?
    Welke drie graden?
    Richting van de snelle fase.

    Eerstegraads:
    Een eerstegraads nystagmus treedt op wanneer men kijkt in de nystagmusrichting (links, rechts, boven of beneden)

    Tweedegraads:
    Een tweedegraads nystagmus treedt op bij het kijken in de nystagmusrichting, maar ook bij het recht naar voren kijken. Bij deze variatie treedt nystagmus dus vaker op.    

    Derdegraads:
    Bij een derdegraads nystagmus treedt het verschijnsel op bij het kijken in alle richtingen. Het maakt hierbij niet uit of er wel of niet in de nystagmusrichting wordt gekeken. Daarnaast kan het ook voorkomen dat nystagmus optreedt bij een bepaalde stand van het hoofd. Vaak kan dit een zijligging of rugligging zijn of het hoofd naar rechts of links bewegen. Een kleine beweging van het hoofd kan al nystagmus uitlokken.
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus III:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemengd?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus oculomotorius

    Motorisch

    Oogvolgbewegingen en pupilreactie
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus IV:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus trochlearis

    Motorisch

    Oogvolgbewegingen (naar beneden kijken/naar binnen = lezen)
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus V:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemengd?
    - Hoe wordt deze getest? Je kunt 3 dingen testen (1 daarvan op indicatie)
    - Wat kun je nog op indicatie testen en wanneer? Noem twee voorbeelden van oorzaken voor deze indicatie:
    Nervus Trigeminus

    Gemengd

    1. Sensibiliteit gelaat van de 3 takken
    - Voorhoofd
    - Wang
    - Kaak
    Let op symmetrie

    2. Kauwkracht: m. masseter

    3. Cornea-reflex = alleen op indicatie bij een verlaagd bewustzijn. OF als iemand aangeeft verschil te voelen in bovenstaande 2 testen. Je neemt een wattenstaafje. Maakt een puntje van het watje. Vraagt de patient naar binnen te kijken en strijkt met wattenstaafje op de cornea. Knipperen = zenuw intact. 

    Oorzaken verlaagd bewustzijn: basilaris trombose of stampathologie.                     
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus VI:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus Abducens

    Motorisch

    Oogvolgbewegingen: het naar buiten bewegen van het oog.
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus VII:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Hoe wordt deze getest?
    - Wat wordt niet getest maar doet deze zenuw ook?
    Nervus facialis

    Gemengd

    Opdrachten:
    - Ogen stijf dicht knijpen
    - Tanden laten zien
    - Fluiten     

    Voorste 2/3 deel van de smaak
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus VIII:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus Vestibulocochlearis = evenwicht en gehoor

    Sensorisch

    Ogen sluiten en met vingers langs elkaar naast het oor van de patient. Rinne en Weber. Let op symmetrie. 
            
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus IX:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Hoe wordt deze getest?
    - Wat wordt niet getest maar is een reflex van deze zenuw? 
    - Wat wordt niet getest maar is het sensorische deel van deze zenuw?
    Nervus Glossopharyngeus

    Gemengd

    Testen: laat de patient aaaa en eeee zeggen. Let op de symmetrie pharynxbogen. Deze zenuw zorgt ook voor slikken en uvula.

    Ook de kokhalsreflex. 

    Achterste 1/3 deel van de smaak.

          
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus X:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Functies:
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus Vagus

    Gemengd.

    Heeft vele functies in het hele lichaam: Bestuurt o.a. de stembanden en een deel van de keelspieren, de sensibiliteit in keel en gehoorgang, en is de grote zenuw van het parasympathisch zenuwstelsel en als zodanig belangrijk voor het vertragen van de hartslag, het verlagen van de bloeddruk (flauwvallen of de vagale reactie) en het bevorderen van de activiteit van het spijsverteringsstelsel.

    De nervus vagus is tevens een belangrijke sensorische zenuw van hart, longen en buikorganen. De nervus vagus geeft beiderzijds onder andere takken naar de hersenvliezen en de gehoorgang af, loopt in de hals beiderzijds langs de halsslagaders, geeft takken naar de bloeddrukregelaar in de halsslagader, de longen en het hart af en daarna de stembandzenuw (de nervus recurrens laryngicus) af, die om de grote slagaders heen buigt en langs de luchtpijp terug loopt naar het strottenhoofd, en vormt een plexus op de slokdarm, waarvandaan de takken onder andere naar de maag lopen.

    Wordt niet getest
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus XI:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Functies:
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus Assesorius

    Motorisch

    Functies: 
    Aansturen m. sternocleidomastoideus = tegendrukken

    Aansturen m. trapezius
  • Onderzoek van de hersenzenuwen:
    Nervus XII:
    - Naam van deze hersenzenuw?
    - Sensorisch, motorisch of gemend?
    - Functies:
    - Hoe wordt deze getest?
    Nervus hypoglossus

    Motorisch

    Functies: tongspieren

    Test: lalalalala
  • Tonus armen en benen: waar let je op?
    Loden pijn: rigiditeit 
    Knipmes fenomeen

    Symmetrie
  • Proef met de uitgestrekte armen: wat kun je hiermee ontdekken:
    Latente parese
  • Spierkracht testen: welke spieren test je?
    M. deltoideus
    M. biceps
    M. triceps
    Polsstrekkers
    Polsbuigers
    Vingerflexoren
    Vingersspreiders
    M. gluteus maximus
    M. iliopsoas     
    M. quadriceps
    M. gastrokneminus
    M. tibialis anterior (voetstrekker)
    Teenextensoren
    Teenflexoren
    M. peronei
  • Beschrijf hoe de liquor circulatie werkt:
    -Aanmaak in de plexus choroideus in de laterale ventrikels (en een beetje in 4e ventrikel)
    -Door foramen monro naar derde ventrikel
    -Door aquaduct naar vierde ventrikel
    -Foramen magendi (mediaal) en luschka (lateraal) naar de ruimte die in verbinding staat met de dura. In de dura wordt het geresorbeerd
  • Hoeveel liquor wordt er per dag aangemaakt?
    Hoeveel in het hoofd?
    500 ml per dag
    150 ml in het hoofd at a time
  • Wat is een hydrocephalus ex vacuo?
    Een hydrocephalus waarbij de ventrikels verwijd zijn en de perifere liquorruimtes ook. Dit beeld ontstaat bij diffuse hersenatrofie, door ouderdom = fysiologische verwijding van het ventrikelsysteem. De liquordruk is normaal.
  • 4 groepen oorzaken voor een hydrocephalus (en noem of ze niet-communiceren of communicerend zijn):
    -Obstructief probleem (niet-communicerend)
    oBijvoorbeeld: aquaductstenose, tumor die ergens tegenaan drukt waardoor doorstroming niet mogelijk is, bloeding waarbij een bloedprop ontstaat die zich vastloopt


    -Resorptiestoornis (communicerend)
    oBijvoorbeeld: congenitaal, na een meningitis (door verlittekening hersenvliezen neemt de functie van de resorptie af, kan irreversibel zijn), benigne externe hydrocefalie, bloed of pus in de subarachnoidale ruimte, een obstructie buiten het ventrikelsysteem


    -Combinatie van beiden:
    oBijvoorbeeld: na intraventriculaire bloeding (dus obstructief van bloedprop) en daarnaast een resorptieprobleem door beschadiging vliezen


    -Overproductie van liquor:
    oBij tumor van plexus weefsel
  • Symptomen hydrocephalus:
    - Verschil jonge kinderen en volwassenen:
    Onthoud: bij jonge kinderen zijn de symptomen heel anders dan bij volwassenen. Dat komt door de schedelnaden die nog niet vergroeid zijn.


    -Jonge kinderen: meer liquorvolume = hoofdomvang toename = gevulde fontanel
    oOok het sunset fenomeen: niet meer goed kunnen omhoog kijken. Je ziet ondergaande zon pupil. Vooral bij kinderen een teken van verhoogde druk.
    - Versnelde schedelgroei
    - gespannen fontanel
    - suf
    - spugen
    - venentekening.


    -Oudere kinderen: hoofdpijn, spugen, bewustzijnsdaling, N. abducens uitval.


    -Volwassenen: liquordruk --> door minder perfusie neemt bewustzijn af, misselijkheid en braken, papiloedeem (nervus opticus oedeem). 
  • Wanneer sluiten de schedelnaden?
    -Kleine fontanel sluit eerste 3 maanden
    -Grote fontanel sluit bij 1 jaar
    -Naden sluiten vliezig rond de 2 jaar
    Naden sluiten benig rond 10e jaar!
    Dus: vanaf 2 jaar zie je dat een kind sneller inklemt. Na 10 al helemaal.
  • Wat zijn slit ventricles:
    Slit ventricle syndrome hele smalle ventrikels. Meestal ten gevolgen van een drain plaatsen met een te lage druk waardoor de kamers de hele tijd leeg stromen. Gevolg hiervan is dat er weinig kans is tot schommeling omdat de ventrikels zo klein zijn geworden. 
    Ook heb je kleine ventrikels bij hersenoedeem in het parenchym omdat de ventrikels dan dichtgedrukt worden. 
  • Behandeling bij communicatieve en niet-communicatieve hydrocephalus:
    -Obstructief = niet communicatief
    oEndoscopische derde ventriculostomie (3VCS)
    §Bypassen van het probleem chirurgisch. Je maakt een gat in de bodem van het 3e ventrikel waardoor het vocht meteen daar doorheen kan en naar voor de hersenstam kan. Zo hoeft het vocht niet naar het verstopte aquaduct (als daar de oorzaak zit).
    oObstructie verwijderen (een bloedklont wordt meestal vanzelf resorbeert en gaat weg)
    oShunt


    -Resorptiestoornis = communicatief
    oShunt (vocht van de ene plek naar de andere).
    §De meest voorkomende is een VP-shunt. Je laat het vocht van de hersenkamer naar de buik transporteren.
    § Je hebt ook een lumboperitonale shunt. Vanaf de rug naar de buik.
    §VA shunt wordt bijna niet meer gedaan
  • Microcephalie: 
    - Hoeveel SD te weinig spreken we van microcephalie?
    - Welke soorten?
    - Wat zijn primaire en secundaire oorzaken?
    Microcephalie (meer dan 3 SD te weinig)
    -Met normale of dunne cortex (normaal gyri-sulci patroon, maar gewoon klein)
    -Met verdikte cortex (microlissencephalie, weinig gyri-sulci patroon)
    -Met polymicrogyrie
     
    Oorzaken
    -Primair = in de vroege cerebrale ontwikeling
    oGenetisch (microcefalia vera)
    oChromosomopathie
    oCerebrale aanlegstoornis (anencefalie, holoprosencephalie)


    -Secundair = oorsprong later
    oIntra-uteriene beschadiging (infectie, vasculair)
    oPerinatale beschadiging (asfyxie, meningitis)
    oPostnatale systeemaandoening (congenitaal hart/longlijden, ondervoeding, craniostenose = te vroeg sluiten schedelnaden)
     
    Voorbeeld van een syndroom van afwijkende schedel groei curve: Angelman syndroom: kinderen die lief en sociaal zijn, geen goed IQ, afbuigende groei schedel. 
  • Macrocephalie:
    - Hoeveel SD te veel?
    - Oorzaken (2 groepen)
    Macrocephalie (meer dan 2 SD te veel)
    Oorzaken:
    1.  Megalencephalie
    oStapelingsziekten is meest voorkomende oorzaak
    oSkeletafwijkingen met hyperostose


    2.       Hydrocephalus
  • Welk aanvullend onderzoek is eerste keus bij een hydrocephalie?
    Verdenking hydrocepalie = is MRI onderzoek het onderzoek van eerste keus
  • Uit welke 4 categorien bestaat het psychiatrisch onderzoek? Hoe worden de laatste 3 genoemd? En wat valt daar (ongeveer) allemaal onder?
    - Eerste indruk: uiterlijk, zelfverzorging, contact (en contactgroei), oogcontact, klachtenpresentatie, gevoelens en reacties van de onderzoeker, opvallende dingen
    - Cognitieve functies
    - Affectieve functies
    - Conatieve functies   

    Trias psychica:

    1. Cognitieve functies
    * Bewustzijn
    * Aandacht
    * Concentratie
    * Orientatie
    * Geheugen
    * Intelligentie
    * Ziektebesef en -inzicht
    * Waarneming
    * Denken

    2. Affectieve functies
    * Stemming
    * Affect

    3. Conatieve functies    
    * Motivaties en gedrag
    * Suicidaliteit
    * Psychomotoriek
  • Eerste indruk + trias psychica: waar horen deze dingen bij (invulvraag op tentamen) (zie afbeelding):
    :)
  • Cognitieve functies:
    Bewustzijn: wat kun je hierover zeggen?
    Somnolent = slaperig, soporeus = suf, helder, vernauwd = afgesloten van (bepaalde) prikkels, maar wel kunnen antwoorden etc. Dit zie je bijvoorbeeld bij middelengebruik.
  • Cognitieve functies:
    Aandacht: wat kun je hierover zeggen? 
    Voorbeeld bij ADHD?
    Aandacht is te trekken

    Aandacht is te behouden  

    Bij ADHD zie je dat je wel aandacht kan trekken, maar heel moeilijk kunt behouden. 
  • Cognitieve functies: 
    Concentratie: wat kun je hierover zeggen?
    Concentratie = zelfde als aandacht, maar je vraagt het anamnestisch uit:
    ·Lukt het u uw aandacht erbij te houden als u een boek leest?
  • Cognitieve functies:
    Orientatie: wat kun je hierover zeggen?
    Oriëntatie (trias) (meestal weten psychiatrische mensen dit wel. Past bij delier en dementie)
    ·Tijd
    ·Plaats
    ·Persoon (van de ander: wie zit er naast je?)
  • Anterograde en retrograde geheugen: wat is dit?
    anterograde = korte termijn
    retrograde = lange termijn
  • Cognitieve functies:
    Ziektebesef/ziekteinzicht: wat houdt dit in?
    ·Ziektebesef = je beseft dat je psychische symptomen hebt.
    ·Ziekteinzicht = je begrijpt wat dit inhoudt, je weet de pathologie en de noodzaak waarom je behandeld moet worden. Je ziet dat het prognostisch heel gunstig is als mensen ziekteinzicht hebben, want die zijn veel therapietrouwer. 
  • Cognitieve functies:
    Waarneming: wat houdt dit in?
    Waarneming = wat je waarneemt met je zintuigen


    ·Hallucinaties = zintuigelijke waarneming zonder externe prikkeling. Dit is levensecht.
    oAkoestisch (imperatief)
    oVisueel
    oTactiel
    o   Olfactoir (denk aan hersentumor bij gaslucht/brandlucht/deo)
    o   Gustatoir

    * Imperatieve hallucinaties: bevel-hallucinaties = je moet dit, je moet dat. 


    ·Hallucinatoir gedrag = dat je ziet dat mensen afgeleid zijn, gaan plukken etc. 
  • Hallucinaties waarbij stemmen bevel geven:
    Imperatieve hallucinaties
  • Cognitieve functies:
    Denken: welke 3 aspecten beoordeel je?
    1.      Tempo (normo-/brady-/tachyfrenie)
    oBrady bij ernstige depressie
    oTachy bij manie (vaak enorme gedachtenvlucht in het hoofd)


    2.      Vorm 
    oIncoherentie: niet samenhangend, je volgt het niet, gramaticaal klopt het niet, het is niet logisch.
    oAssociatief: kan iemand zijn met ADHD met spreekdrang of iemand die manisch is hak op de tak: het ene onderwerp doet diegene opeens denken aan het andere onderwerp.
    oConcretismen: heel concreet en letterlijk nemen. Vaak bij verstandelijk beperkten.
    o   Gedachte-armoede: weinig gedachten
    o   Tangentialiteit: waarbij de patient langs de vragen heen antwoord


    3.Inhoud (wanen/denkbeelden/preoccupaties/dwang)
    oOvermatige denkbeelden: grootheid ideeën, of juist dat iemand zich heel schuldig voelt
    oPreoccupaties: enorme fascinatie voor een bepaald interessegebied. Ook bij eetstoornis.
    oWaan: persoonlijke en fundamentele overtuiging die in strijd is met de werkelijkheid in onze cultuur, niet corrigeerbaar, ondanks afdoende bewijs van het tegendeel. Bij overmatig denkbeelden kan je nog wel met iemand in gesprek, bij een waan is iemand heilig overtuigt. Verschillende soorten wanen:
    §Paranoïde wanen: overtuigt dat je vergiftigd wordt o.i.d.
    §Beinvloedingswanen: schizofrenie. Psychische privacy verliezen. Overtuigt dat iemand je gedachte kunt lezen.
    §Betrekkingswanen: speciale boodschap voor jou in een lied, op het nieuws
    §Grootheidswaan: dat iederen verliefd op je is, dat je overtuigt bent dat je paranormale gaven hebt, god bent
    §Nihilistische wanen: zie je bij ernstige depressie waar iemand psychostisch bij wordt. Dan zie je vaak dat de wanen heel negatief zijn. Voorbeelden: je bent overtuigt dat je al dood bent, dat je een schim bent.
    §Schuld/zondewaan: je bent schuldig over de oorlog in Irak. Je moet voor eeuwig boeten in de hel.
    §Somatische waan: iemand is ervan overtuigt dat diegene zwanger is, een ziekte heeft, wegrot van binnen. 
          Tan
  • Affectieve functies: welke 2 dingen horen hieronder? Wat valt hier allemaal onder?
    1. Stemming: het klimaat
    ·Hoe voel je je nu? Wat de patiënt jou vertelt:
    oNormofoor
    oEufoor = heel opgewekt
    oDysfoor = boos, prikkelbaar
    oAngstig
    o   Somber (in verschillende gradaties)


    §Het affect: het weer
    ·Hoe jij jouw stemming uitstraalt. Je mimiek, je gestiek. Om naar de rest van de wereld te communiceren.
    oNormaal modulerend
    o   Sterk modulerend (heel expressief)

    oVlak
    oLabiel
    oInadequaat
        
  • Conatieve functies: welke 3 dingen vallen hieronder?
    1. Psychomotoriek
    ·Geremd: depressie, negatieve symptomen bij schizofrenie, bij parkinson (gaat vaak ook met psychiatrische symptomen).
    ·Stereotype bewegingen: autisme
    ·Plukkerig: delier
    ·Onrustig: manisch, ADHD
    -      tics

    2. Motivatie en gedrag    
    - Impulsief (je kan je wel inhouden maar doet het niet) VS aggressief (kan niet inhouden)·Initiatief.
    ·Dwang
    ·Drang = naar middelenmisbruik
    ·Sociaal disfunctioneren.

    3. Suicidaliteit   
    Vraag gedachten en plannen
  • Syndroom van Horner
    Orthosympatisch innervatie uitval van het gelaat

    Een ptose en miose aan dezelfde kant (ipsilateraal) heet het syndroom van Horner.
    Daarnaast kan ipsilaterale anhidrose (geen zweetsecretie) van het gelaat optreden.

    Uitval van de truncus sympaticus
  • Plexus brachialis:
    - Welke spinale zenuwen?
    - Welke trunci? 
    - Welke fasciculi? 
    - Welke 5 perifere zenuwen ontstaan?
    C5, C6, C7, C8, Th1 --> de dermatomen van de arm

    C5} gaan samen --> truncus superior
    C6} gaan samen --> truncus superior
    C7 = blijft alleen --> truncus medius
    C8} gaan samen --> truncus inferior
    Th1} gaan samen --> truncus inferior

    Fasciculi: verdeling naar dorsaal en ventraal
    - Dorsaal: alle dorsale delen van alle trunci gaan samen in de fasciculis posterior

    - Ventraal: 2 fasciculi:

    1.Ventrale delen van C5, C6 en C7 = fasiculus lateralis
    2.Ventrale delen van C8 en Th1 = fasiculus medialis


    Uiteindelijk 5 perifere zenuwen:


    Vanuit de fasiculus posterior:
    1. N. axillaris --> m deltoideus
    2. N. radialis --> doet de rest van de extensoren (van de elleboog, van de pols, van de duim en van de vingers). Dit wordt gezien als een wrist drop, dropping hand.

    Vanuit de fasiculus lateralis (doe doet de ventrale bovenarmspieren):
    3. N. musculocutaneus

    Vanuit fasiculus medialis:

    4. N. ulnaris (flexoren pink en ring)

    5. Vanuit een stukje van de fasciculus lateralis en de fasciculus medialis komt de N. medianus. 
                
  • Carpaletunnelsyndroom:
    - Welke zenuw komt klem te zitten
    - Symptoom
    - Wat krijg je bij chronisch carpaal tunnel syndroom?
    -       N. medianus
    -Tintelingen in de eerste drie vingers
    -Bij een chronisch carpaal tunnelsyndroom kan je niet meer opponeren met de duimmuis. Je krijgt dan ook duimmuis atrofie.
  • N. axillaris:
    - Welke spieren innerveert deze?
    - Wat gebeurd er bij uitval?
    - Bekende oorzaak uitval
    1. M. deltoideus
    2. M. teres minor

    Uitval: atrofie van schoudercontour. Abductie van de arm kan niet verder dan 90 graden.

    Bekende oorzaak: humeruskopfractuur/schouderluxatie
  • Waarom bij n. radialis uitval soms toch geen dropping hand?
    Als de nervus ergens uitvalt/verdrukt wordt meer distaal dan de m. suppinator zijn de extensoren van de hand al geinnerveerd
  • N. musculocutaneus:
    - Welke spieren innerveert deze? 
    - Een nervustak die hieruit onstaat?
    BBC:
    1. M. biceps brachi
    2. M. brachialis
    3. M. coracobrachialis   

    N. cutaneus antebrachii lateral
  • N. ulnaris:
    - Wanneer aangedaan?
    Mediaal van olecranon (stroombotje).
  • Uitval syndromen plexus brachialis:
    - Spinale zenuw/wortel 
    - Bovenste plexus laesie 
    - Onderste plexus laesie
    - Fasciculus laesie:
    - Spinale zenuw/wortel: monosegmentale uitval, motorisch en sensibel, flexoren en extensoren

    - Bovenste plexus laesie: truncus superior: C5 en C6. Flexoren en extensoren, motorisch en sensibel. Sensibele uitval lateraal.

    - Onderste plexus laesies: trunces inferior: C8 en Th1. Flexoren en extensoren, motorisch en sensibel.  Sensibele uitval mediaal. 

    - Fasciculus laesie: polysegmentale uitval, motorisch en sensibel, flexoren OF extensoren (ventraal of dorsaal). Bij ventraal ook nog keuze uit lateroventraal of medioventraal. Gewoon de fasciculus.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Blok Blauw

  • 1507500000 HC - Introductie neurologie

  • Cirkel van Willis?
    Netwerk anastomosen

    Voor: a. carotis communis
    Achter: a. vertebralis  (uit subclavia)

    A. cerebtri posterior verbinding voor en achter.
    A. communicans anterior verbinding beide zijden
    A. basilaris naar cerebellum  
    A. cerebri media belangrijkste arterie
  • Motor unit?
    Een perifeer motorisch neuron met motorische eindplaten en spiervezels
  • Hersenkwabben en functie?
    Frontaal: Fijne motoriek centraal motorisch neuron
    Parietaal: Afferent
    Occipitaal: Visus
    Temporaal: Taal (cognitief), Wernicke, geheugen met Hippocampus
  • Broca/Wernicke?
    Broca = motorisch -> spraak. Frontaalkwab
    Wernicke = sensorisch -> taal. Temporaal/Parietaalkwab
  • Centraal motor neuron?
    In gyrus precentralis in frontaalkwab
    Fijne, aangeleerde, willekeurige motoriek
    Gerangschikt als humunculus
    Tractus corticobulbaris (aangezichtsspieren) /corticospinalis
  • Aandoeningen CMN?
    Infarct (meer dan bloeding). CVA/TIA. Meestal media -> arm en mondhoek. Ook anterior -> been.
    Bloeding: Lobair of primair. Lobair door arterioveneuze malformatie en oppervlakkig (jonge patienten). Primaire bloeding is dieper (ouderen) door arteriolen en hypertensie
    Oncologisch: atrocytoom, meningeoom
    Infectieus: Herpes simplex type 1 acute encefalitis. Multipele sclerose meestal later in grote hersenen. Eerst in n. oculomotorius, hersenstam of myelum.
  • Capsula interna
    Lacunair syndroom is plaatselijk infarct. Goede prognose. Pure motor stroke, ook sensibel of beide. Ook bloeding mogelijk door barsten arteriole.
    Oncologisch en infectieus erg zeldzaam
  • Hersenstam
    In hersenstam kruisen banen van tractus corticobulbaris. Kruising tractus corticospinalis bij medulla oblongata naar myelum. Meestal vasculaire afwijkingen. Wel zeldzaam. Locked in syndroom na bloeding in pons en infarct dorsolaterale medulla oblongata
  • Decussatio pyramidum
    Kruizen van tractus corticospinalis naar voorhoorn neuronen. Vezels van proximale extremiteitspieren en romp ongekruisd
  • Myelum
    Eindigt op L1 met conus. Daaronder cauda equina. Piramidebaan aan buitenkant. 

    Cervicaal myelum:
    - Traumatisch. Onder C4 geen n. phrenicus functie
    - Degeneratief: kanaalstenose door hypertrofie osteofyten. Compressie piramidebaan lateraal. Hernia zeldzaam -> radiculair syndroom
    - Oncologisch. Metastasen borst, prostaat, long. Pijn in rust en asdrukpijn
    - Inflammatoir: myelitis transversa bij MS
    - Vasculair
  • Perifeer motorisch neuron?
    Motorische voorhoorncel
    Degeneratief: ALS. Motorisch syndroom met centrale en perifere verschijnselen. Voorhoorncellen en piramidebaan
    Hereditair: Spinale spieratrofie alleen voorhoorncellen. Spinale musculaire atrofie bij kinderen autosomaal recessief
    Poliovirus kan voorhoorncellen aantasten

    Presentatie: krachtsverlies, spieratrofie, fasciculaties, verlaagde reflexen
  • Spinale wortel
    Ventraal = motorisch. Dorsaal = sensorisch
    Pijn, sensibele stoornissen, verminderde reflexen
    Compressie door metastase of HNP. Meestal sensorische uitval. Cauda equina syndroom spoedoperatie
    Infectie door ziekte van Lyme. Borellia. Kaan ook in hersenzenuwen of CZS voorkomen
  • Plexus
    Compressie door tumoringroei. Longtop tumor 
    Amyotrofische schouderneuralgie. Auto-immuun aandoening lijkt op radiculair syndroom, maar uitval past er niet bij. 
    Diabetes Mellitus
    Traumatisch
  • Perifere zenuw?
    Altijd motorische en sensorische uitval
    Mononeuropathie: Trauma of compressie. Carpaal tunnelsyndroom. Saturday's night pulsy of paralysie des amoureux.
    Multipele mononeuropathie: Mononeuritis multiplex bij vasculitis
    Polyneuropathie: Vaak DM ook vitamine tekort B1 en B12, medicamenteus (cytostatica en HAART) nierinsufficiëntie -> axonale polyneuropathie

    Demyeleniserende polyneuropathie zeldzaam: Guillain-Barre. Acuut ontstaan.
    GB -> infectie en antistofreactie.
    Chronische inflammatoire demyeliniserende polyneuropathie. Wisselend beloop
  • Neuromusculaire overgang?
    Myasthenia Gravis

    Lambert-Eaton syndroom
  • Spier?
    Metabole myopathie
    Inflammatoire myopathie (polymyositis)
    Duchenne Becker spierdystrofie
  • Kenmerken Centraal/Perifeer laesie
    Atrofie: C Nee P Ja
    Fasciculatie C Nee P Ja
    Spierrekkingsreflex C Hoog P Laag
    Voetzoolreflex: C Extensie P Flexie
    Tonus: C hoog P laag
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.