Summary Class notes - Blok Groen

Course
- Blok Groen
- Heleen Brehler
- 2017 - 2018
- Universiteit Utrecht
- Geneeskunde
300 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Blok Groen

  • 1503871200 Dyspneu

  • Noem 6 veel voorkomende oorzaken van dyspneu
    * Bronchitis
    * COPD
    * Astma
    * Hartfalen
    * BLWI
    * Hyperventilatie
  • In welke leeftijdcategorieën zien we een piek in de incidentie van dyspneu?
    * 0-4 jaar: luchtweginfecties
    * 75+: COPD, hartfalen, longaandoendingen zoals fibrose
  • Waar wijst (bij dyspneu) schurende pijn tussen de schouderbladen op?
    Op aortadissectie.
  • Welke medicamenten kunnen ademcentrum ontregelen?
    Morfine, benzodiazepinen.
  • Wat houdt de AMBU-65 in? En de PSI?
    AH < 30
    Mentale veranderingen 
    Bloeddruk laag
    Ureum hoog: >7 
    Ouder dan 65 jaar. 
    --> Hogere kans op pneumonie. 

    PSI= Pneumonia Severity Index.
  • Waar duidt pijn aan de ademhaling op?
    Longembolie of pneumothorax.
  • Naar welke 3 dingen kijkt de YEARS (bij vermoeden op LE)?
    * Hemoptoë
    * Trombosebeen
    * Longembolie is meest waarschijnlijke diagnose  

    Positief --> D-dimeer. (Let op bij antistolling: vals laag D-dimeer!)
  • 1504044000 Klinische chemie

  • Hoe kan een metabole acidose gecompenseerd worden?
    Bij metabole acidose is HCO3- verlaagd, dus compensatie gaat respiratoir door minder CO2 vast te houden --> hyperventilatie.
  • Hoe hoog is de zuurstofdruk in de buitenlucht, longen en weefsels en wat betekent dit voor het transport van zuurstof?
    Buitenlucht: 150 mmHg
    Longen: 110 mmHg 
    Weefsels: 40 mmHg

    Hierdoor gaat zuurstof van de buitenlucht naar de longen naar de weefsels (via binding en ontbinding aan Hb).     

    (Bij CO2 is het juist omgekeerd: hoge druk in weefsels, lager in de longen en nog lager in de buitenlucht.)
  • Wat zegt een saturatie van 99%?
    Dat 99% van de bindingsplaatsen voor zuurstof aan Hb bezet is.
  • In welke vorm bevindt CO2 zich in het bloed?
    * Vooral in de vorm van geconjugeerde base HCO3-
    * Opgelost
    * Gebonden aan Hb
  • Wat houdt het Bohr-effect in?
    Dat hemoglobine minder affiniteit heeft voor zuurstof, door het aan het omliggende weefsel af te geven.

    Oorzaken:
    * PCO2 omhoog
    * Temperatuur omhoog
    * Afname van de pH/H+ omhoog
    * 2,3-DPG omhoog, zorgt ervoor dat binding tussen Hb en O2 losser wordt. 

    De zuurstofdissociatiecurve verschuift naar rechts.
  • Wat kan braken veroorzaken: een metabole acidose of alkalose?
    Bij braken verlies je H+, daarmee veroorzaakt het een metabole alkalose.
  • Noem 3 oorzaken van metabole acidose.
    * Diarree: verlies HCO3-
    * Ketoacidose
    * Intoxicaties
    * Nierinsufficiëntie: nier kan niet genoeg H+ uitscheiden of HCO3- vasthouden. 
    * Lactaatacidose (hypoxie)
  • Bij metabole acidose is er verlaging van HCO3-. Wanneer spreek je van een 'gap' en wanneer van een 'no gap' acidose?
    No gap: [Na+] - [HCO3-] - [Cl-] blijft gelijk, oftewel: de HCO3- is verlaagd, maar de Cl- compenseert dat door te verhogen. 

    Gap: Cl- neemt niet toe.
  • Bij een ketoacidose, is er dan sprake van hyper- of hypokaliëmie? En wat gebeurt er met het Na+?
    K+ gaat mee met glucose de cel in. Bij ketoacidose is er weinig glucose, dus weinig K+ gaat de cel in, dus hyperkaliëmie. 

    Er is veel glucose in het bloed, dus de osmolariteit van het bloed is hoog, dus er wordt minder Na+ vastgehouden, dus hyponatriëmie.
  • Wat is er belangrijk in de preanalytische fase?
    * Goede anticoagulans: heparine moet droog (elektrolyten-gebalanceerd) zijn, zodat elektrolyten er niet aan binden. 
    * Geen luchtbellen
    * Geen verdunning met lijnvloeistof. 
    * Niet te hard stuwen of schudden, want dan is K+ foutief verhoogd.
    * Goed mengen, vooral vanwege Hb-waarden.
    * Niet te lang bewaren: bij te lang bewaren, gaat metabolisme door en worden bijv. glucose en zuurstof verbruikt.
    * Niet koelen i.v.m. foutief verhoogd K+.
    * Niet corrigeren voor afwijkende temperatuur.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - BLOK GROEN

  • 1510268400 WEEK 1

  • Delier betekenis
     
    Bewustzijnsstoornis met verminderd vermogen de aandacht te richten, vast te houden of te verplaatsen
    •Een verandering in de cognitieve functies of de ontwikkeling van een waarnemingsstoornis, niet t.g.v. dementie
    •De stoornis ontwikkelt zich in korte tijd (acuut) en neigt ertoe in het verloop van de dag te fluctueren
    •De stoornis leidt tot verandering in functioneren
    •Er zijn aanwijzingen dat de stoornis veroorzaakt is door de directe fysiologische consequenties van een somatische aandoening
    Even terug… - delier volgens DSM-5
  • Delier
     
    Langere opnameduur
    Vaker uithuisplaatsing naar een verpleeghuis
    Achteruitgang cognitie
    Hogere mortaliteit
  • Prodromale syndromen bij delier
    Slapeloosheid ’s nachts, sufheid overdag
    •Levendige dromen of nachtmerries
    •Illusies en korte, corrigeerbare moment van desoriëntatie,
    •Moeite met denken
    •Rusteloosheid geïrriteerdheid en angst
  • predisponerende factoren


    • >70
    • visus/gehoor stoornissen
    • cognitieve stoornissen
    • alcohol en opiaten
  • vormen delier en hun voorkomen
    C. Gemengde vorm (42-52%)
    B. Hypoactieve vorm (19-73%)
    C. Hyperactieve vorm (15-30%)
  • Delier-behandeling, niet medicamenteus
     
    Zorg voor effectieve communicatie
    •Besteed aandacht aan ervaringen van de patiënt en de familie
    •Zorg voor gepaste, veilige zorgomgeving
    •Evalueer voeding en stoelgang
    •Evalueer fixatie maatregelen
    •Overweeg onderliggende dementie
  • Delier- behandeling, medicamenteus + bijwerkingen
     
    Eerste keuze haldol 1 mg zn 3dd, vooral ‘s avonds => beperkte evidence!
    •Bijwerkingen:
    –Parkinsonisme,
    –Maligne neuroleptica syndroom,
    –QT tijd verlenging
    •Probeer dag-nachtritme te handhaven dus overdag niet sederen.
    Medicamenteus
  • Nazorg bij een delier
     
    Iemand die een delier heeft doorgemaakt heeft een verhoogd risico om opnieuw een delier door te maken
    •Patiënten die een delier doormaken hebben een verhoogd risico op cognitieve stoornissen
  • ecg 7+2 stappenplan
    zie zakkaart ecg pedia
    1. Ritme
    2. Hartfrequentie
    3. Geleidingstijden
    4. Hartas
    5. P-top
    6. QRS-morfologie
    7. ST-morfologie
    1. Vergelijking met het oude ecg
    2. Conclusie
  • dimensies van kwaliteit en patienveiligheid
    VETPET

    •effectiviteit:
    –optimale resultaten volgens meest recente inzichten (evidence based richtlijnen en protocollen)
    •efficiency:
    –kwaliteit leveren tegen zo laag mogelijke kosten
    •patiëntgericht:
    –samen met de patiënt tot individuele optimale keuzes komen
    •veiligheid:
    –medicatiegebruik, tijdig handelen
    •toegankelijkheid:
    –zorg voor iedereen, geen sociaal economische verschillen, bereikbaarheid
    •tijdigheid:
    –korte wachttijden, snelle doorlooptijden
  • Safety 1 en 2
    never en Always events
    •Safety-1 is a system that focuses only on what goes wrong
    •Safety-2 is a system that focuses on what goes right
    •Never events
    –Never events are serious incidents that are entirely preventable
    –Never events have the potential to cause serious patient harm or death.
    •Always events
    –Always Events are those aspects of the patient experience that are so important to patients and families that health care providers must aim to perform them consistently and reliably for every patient, every time.
  • Dyspnoe
    • incidentie
    0-4 jaar en 75+
  • Klinische beslisregel volgens Wells -longembolie
    Klinische tekenen van DVT 3
    Hartfrequentie >100/min 1.5
    Immobilisatie of grote operatie <4 weken 1.5
    DVT of longembolie in de VG 1.5
    Hemoptoe 1
    Maligniteit (tot 6 mnd na laatste behandeling 1
    of tijdens palliatie)
    Alternatieve diagnose minder waarschijnlijk dan 3
    longembolie


    ≤4 punten longembolie onwaarschijnlijk (prevalentie LE 12%)
    >4 longembolie waarschijnlijk (prevalentie LE 37%)
  • AMBU-65
    Ademhalingsfrequentie ≥ 30 per minuut
    Mentale toestand bij presentatie (recent ontstane desoriëntatie in persoon, plaats of tijd)
    Bloeddruk systolisch < 90 mmHg en/of diastolisch ≤ 60 mmHg
    Ureum > 7 mmol/l
    Leeftijd ≥ 65
  • definitie orthostatische hypertensie
    een daling van systolische bloeddruk met >20 mmhg
    of
    een daling van de diastolische bloeddruk met >10 mmhg
    -wanneer men overeind komt naar een staande houding
    → bij hypertensie een systollische bloeddrukdaling van > 30 mmhg aanhouden
    → meten na 1, 3 en 5 min
  • Sinus caroticus hypersensitiviteit
    • voornamelijk op oudere leeftijd
    • prevalentie onbekend
    • klassieke uitlokking door stimulatie sinus caroticus
    • centrale afwijking van de baroreflex, mogelijk veroorzaakt door atherosclerose geinduceerde ischemie op he tniveau van he tmyocard of de hersenstam
    • vaak preexistente cardiovasculaire comorbiditeit
    • sterke associatie met andere hypotensieve afwijkingen
  • Onderscheid vagale collaps en epilepsie
    epilepsie
    • ritmische trekkingen
    • tongbeet
    • postictaal
    • langdurig bewustzijnsverlies
    • urineverlies
    vagale collaps
    • prodromale verschijnselen: misselijk, zweten
    • soms ook trekkingen maar korter en vaak niet ritmisch
    • nadien helder bewustzijn
    • soms ook urineverlies
  • oplaaddosis formule:
    Oplaaddosis = Vd x Css (concentratie steady state)
    • Bij intoxicaties: je wil dialyseren, maar moet je weten of het zin heeft. Want als het geneesmiddel alleen maar in het weefsel zit heeft het geen zin = Vd hoog.
  • t 1/2 formule
    Halfwaardetijd = verdelingsvolume / klaring.
  • Css
    De hoogte van de steady state is afhankelijk van de dosering x F (wat je toedient) / klaring.

    De steady-stateconcentratie wordt bereikt na 4 à 5 halfwaardetijden.
  • verdeling medicatie bij oudere, wat is er anders?
    Tijdens veroudering neemt het percentage vetweefsel in verhouding tot de totale hoeveelheid lichaamswater toe. De 'lean body mass' neemt af, voornamelijk door afname van de spiermassa. Dit betekent dat de verdeling van vet- en wateroplosbare verbindingen in het lichaam anders wordt. Dit heeft consequenties voor de verdeling van geneesmiddelen over de verschillende weefsels en voor de eliminatietijd. Een lipofiele stof zoals diazepam heeft bij ouderen een groter verdelingsvolume; de stof cumuleert in het vetweefsel en de eliminatiehalfwaardetijd neemt sterk toe. Hierdoor zal werking en bijwerking na staken van het middel langer aanhouden. Een hydrofiele stof heeft een kleiner verdelingsvolume. Wanneer een oplaaddosis gewenst is, zal deze lager moeten worden gekozen dan gebruikelijk. Men moet dus extra alert zijn bij middelen met een smalle therapeutische breedte, zoals lithium of digoxine.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Naar welke 3 dingen kijkt de YEARS (bij vermoeden op LE)?
* Hemoptoë
* Trombosebeen
* Longembolie is meest waarschijnlijke diagnose  

Positief --> D-dimeer. (Let op bij antistolling: vals laag D-dimeer!)
Waar denk je aan bij de volgende kenmerken op een ECG: QRS>120 ms, geen Q in I, negatieve T in I en V6?
LBTB
Waar denk je aan bij rsR' in V1 op een ECG?
RBTB
Wat kun je concluderen uit een linker hartas?
LV hypertrofie
Hoe beoordeel je of een ECG een pathologische Q heeft?
Je kijkt of Q negatief is
Je kijkt of Q kleiner dan 1/4 van R is
Welke structuren worden door de RCA van bloed voorzien?
Onderwand (in 80% van de mensen) en de AV-knoop.
Als je ST-elevaties ziet in de onderwand (II, III, aVF), waar zou je dan ST-depressies moeten zien?
In voorwand, dus V1-V6.
Wat zijn indicaties voor katheterablatie bij VES (Vroege Extra Systoles)?
  • Als de klachten heel erg zijn
  • Als er verminderde LV-functie is door herhaalde VES'en
  • Te veel bijwerkingen van de medicatie 
Welke ritmestoornis zorgt het vaakst voor hartdood?
Ventrikelfibrilleren
Wat zijn voorwaarden voor een ICD?
EF moet lager zijn dan 35%
of
Pt moet VT hebben gehad