Summary Class notes - Blok Paars

Course
- Blok Paars
- 2020 - 2021
- Universiteit Utrecht
- Geneeskunde
729 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Blok Paars

  • 1588716000 WEEK 1

  • Geconjungeerd of ongeconjungeerd bili:
    - Alvleesklierkanker met afsluiting ductus choledochus:
    - Hemolytische anemie:
    - Alvleesklierkanker: veel geconjungeerd bilirubine
    - Hemotlytische anemie: veel ongeconjungeerd bilirubine (want aanbod is te hoog voor de lever om te verwerken)
  • Splinterbloedingen en koorts, waar moet je altijd aan denken?
    Endocarditis (maar het kan ook zeker veel andere oorzaken hebben)
  • Polymyalgia reumatica:
    Wat staat er in de DD en waarom snelle onderscheiding nodig?
    Wat zijn 4 risicofactoren?
    Wat zijn de klinische verschijnselen?
    Lab:
    Behandeling
    Wat is het? Middelgrote vaten vasculitis

    Artritis temporalis want daar kan blindheid bij ontstaan als het niet snel genoeg behandeld wordt.

    Risicofactoren:
    1. Noord Europeanen
    2. Vrouwen vaker dan mannen
    3. Boven de 50 jaar
    4. Eerder een (virale of bacteriele) infectie doorgemaakt (zoals Borrelia)

    Kliniek:
    1. Symptomen die langer dan een maand bestaan (pijn)
    2. Bilaterale pijn nek en schouders
    3. Ochtendstijfheid langer dan 30 minuten (kan ook in de benen zijn)
    4. Systemische symptomen (koorts, vermoeidheid, algehele malaise) bij 40-50% van de patienten

    Lab: BSE boven de 40

    Behandeling: lage dosis prednison zorgt voor zeer snelle verbetering van de pijn. Dit kun je ook als diagnostisch criterium gebruiken. Daarna: glucocorticoiden die je langzaam moet afbouwen.
  • - AMBU-65 score:
    - Wat betekent dit?
    - kantelpunt oraal of IV behandelen?
    - Ademhalingsfrequentie > 30/min
    - Mentale toestand (helder/niet helder)
    - Bloeddruk <90 mmHg en/of diastolisch <60 mm Hg
    - Ureum > 7 mmol/L
    - Leeftijd > 65 jaar   

    Het is een score die de 30-dagensterfte bepaald bij een CAP.

    Ambuscore van 2!
  • - Noem de DD bij hoesten en koorts
    - Noem de klachten bij een luchtweginfectie? (anamnese)
    - Lichamelijk onderzoek bestaat uit?

    DD- Luchtweginfectie
    - Tuberculose
    - Longembolie (denk hier aan bij persisterende lage saturatie)
    - Excacerbatie COPD

    Anamnese
    - Hoesten, koorts, sputumproductie (defensiemechanismen) + kortademigheid, pijn op de borst, tachyonen (schade orgaan). 
    - Bijkomende klachten: koude rillingen, hemoptoë, hoogte van koorts. 
    - Vraag ook naar: buitenlandse reizen, roken, contact met vogels, recent sauna bezoek (legionella), allergieën, voorgeschiedenis.

    LO:
    - Inschatting mate van ziek zijn (vitale parameters: AF, pols, bloeddruk, temperatuur, saturatie)
    - Hydratietoestand 
    - Onderzoek pulmones
  • CAP:
    Welke aanvullende onderzoeken doe je?
    1. Microbiologisch onderzoek:
    - Sputumkweek (vaak niet conclusief, er moeten 25 leukocyten inzitten en niet te veel epitheelcellen)
    - PCR sputum (influenza, RSV, etc)
    - Bloedkweek (lang wachten, maar 10% van de mensen met een pneumonie hebben + bloedkweek, past meer bij sepsis)
    - Urineonderzoek (Legionella antigeen sneltest, pneumokokken antigeen sneltest)

    2. Bloedgas (pH, PCO2, PO2, bicarbonaat, saturatie)

    3. Lab: CRP, volledig bloedbeeld, elektrolyten, bili, leverenzymen, nierfunctie

    4. Thoraxfoto
  • Welke sneltesten doe je in de urine?
    Legionella en pneumokok
  • Antibacteriele therapie kan geclassificeerd worden op basis van 3 dingen:
    Noem de subclassificatie:
    1. Aangrijpingspunt
    - Celwand
    * Beta-lactam (penicilline, cefalosporine)
    * Glycopeptiden 

    - Celmembraan

    - Eiwitsynthese
    * Macroliden
    * Aminoglycosiden
    * Nitrofurantoine
    * Tetracyclines (breedspectrum)

    - DNA/RNA-synthese
    * Metronidazol (zol)
    * Cotrimoxazol (zol)
    * Nitrofurantoine (in 2 groepen)
    * Quinolonen
    * Rifampicine

    2. Smal of breedspectrum

    3. Bacteriostatisch of bactericide  
  • Betalactam antibiotica:
    - Waarom deze naam? 
    - Aangrijpingsunt 
    - Welke 3 groepen? Noem voorbeelden:
    Beta lactam ring

    Celwandsynthese

    1. Penicillines
    - Meest gebruikt in NL 
    - Veelal voor luchtweginfecties
    - Lage resisitentie in NL 
    - Goedkoop
    - Oraal 
    Voorbeelden:
    - Smal spectrum = benzylpenicilline
    - Breed spectrum = amoxicilline (+ clav = betalactamaseremmer)
    - Flucloxacilline (tegen staphalococ)
    - Piperacilline (pseudomonas)

    2. Cefalosporines
    - In NL weinig populair 
    - Vooral voor huidinfecties
    - Bijna niet oraal verkrijgbaar
    - Generaties:
    1. Gram + kokken (bijv. Cefalocine, cellulitis als iemand geen fluclox kan hebben)
    2. Gram +, iets beter gram -. Voorbeeld: cefuroxim
    3. Nog beter gram -. Voorbeeld: ceftriaxom (geen nadelige effecten nierfunctie, veel gebruikt tegen sepsis)
    4. Breedste werkingspectrum. Voorbeeld: cefpirome. Niet gebruikt in NL. 
    5. Actief tegen multiresistente bacterien, zoals: MRSA. 

    3. Carbapenems:
    Enige antibiotica die effectief zijn tegen ESBL (Extended Spectrum Beta-Lactamase)
  • Fluorquinolonen:
    - Aangrijpingspunt 
    - Smal of breed
    - Gram + of gram -  
    - Specifieke verwekkers waar het goed tegen werkt 
    - Bacteriostatisch of -cide? 
    - Toedieningsvorm
    - Voorbeeld
    - Noem 3 aandoeningen waarbij het gebruikt wordt
    DNA/RNA

    Breed tegen vooral gram - 

    Chlamydia, Legionella, Mycoplasma

    Bactericide (denk aan DNA)

    Oraal (goede opname uit darm)

    Voorbeeld: ciprofloxacine 

    3 aandoeningen:
    - UWI
    - Pyelonefritis
    - Prostatitis
  • Macroliden:
    - Aangrijpingspunt
    - Waarvoor wordt het meestal gebruikt (noem 2 dingen)
    - Toediening
    - Voorbeelden middelen
    Eiwitsynthese

    1. Luchtweginfecties (atypische pneumonie)
    2. Chlamydia (HET MIDDEL)

    Toediening: oraal

    1. Erytromycine (tandverkleuring en groeiremming bij kinderen)
    2. Azitromycine
    3. Claritromycine
  • Aminoglycosiden
    - Aangrijpingspunt
    - Toediening
    - Bactericide of statisch? 
    - Smal of breed 
    - Synergistisch effect met? 
    - Resistentie? 
    - Nadelen?  
    - Noem 2 voorbeelden
    Eiwitsynthese
    Toediening: NIET-ORAAL

    Bactericide

    Breedspectrum

    Synergistisch effect met betalactams

    Trage resistentieontwikkeling

    nadelen: nefrotoxisch en ototoxisch en niet oraal

    voorbeeld:
    - tobramycine
    - gentamycine (samen met betalactam, waarbij betalactam echt de weefsels in gaat en genta zorgt dat het bloed steriel wordt)
  • Tetracyclines:
    - aangrijpingspunt
    - bacteriostatisch of cide?
    - smal of breed
    - 2 voorbeelden:
    MANT = eiwitsynthese

    Bacteriostatisch

    Breed

    1. Tetracycline
    2. Doxycicline
  • Rifampicine:
    - Aangrijping
    - Statisch of cide?
    - Waarbij gebruikt (2)
    DNA/RNA

    Bacteriocide (altijd bij DNA)

    1. Tuberculose
    2. Infectie van een osteosynthesemateriaal
  • DD bloederig sputum:
    1. Longembolie
    2. Maligniteit (longcarcinoom)
    3. TBC
    4. Langdurig hoesten bij bijvoorbeeld infectie
    5. Sputum rufum (bij pneumococcen pneumonie)
  • Labwaarden: zie schema
    :)
  • Leverenzymstoornissen: 
    kan verhoogd zijn bij sommige pneumonien
    :)
  • Typisch aan tuberculose pneumonie:
    Het zit altijd in de bovenkwabben van de longen
  • Waar moet je aan denken bij een pneumonie die op de x-thorax dicht op het mediastinum zit?
    Je moet, bij een patient die rookt, denken aan een post-infiltratie pneumonie, omdat er dan bij het mediastinum een tumor kan zitten --> obstructie --> pneumonie
  • Verschil virale LWI en bacteriele LWI:
    Viraal meestal hoog (behalve influenza en covid)
    Bacterieel meestal laag
  • Meest voorkomende verwekker bac pneumonie?
    Meest gebruikt antibioticum? Hoeveel dagen behandeling? Hoeveel bij milde pneumonie?
    Staphylococcus pneumonea (pneumokokken)

    Amoxicilline. 7 dagen behandeling (gemiddeld). Bij milde pneumonie 3 dagen behandelen.
  • 3 risicofactoren voor TBC:
    1. Geboren rond 1945 
    2. Buitenlandbezoek/buitenlandafkomst
    3. Drugs en daklozen
  • Reactivatie van tuberculose bij ouderen: wat vindt er vaak plaats
    Reactivatie in de ruggenwervels thv Th10-12 = Pott's gibus
  • Wanneer wordt de pneumococcen vaccinatie gegeven?
    1. 6-9 weken
    2. 4 maanden
    3. 11 maanden
  • 2 meest voorkomende bijwerkingen antibiotica:
    1. Rash (vaker in ziekenhuispopulatie)
    2. Diarree (vaker in huisartspopulatie), microbioom wordt door de AB kapot gemaakt. Als clostridium in de darm zit en kan deze ook overgroeien, dan heb je ernstige diarree en kan je zelfs een pseudomembraneuze colitis met kans op: blow out diarree krijgen.
  • Clostridium diarree door AB:
    - Bij welke 2 antibiotica komt het het meest voor?
    - Wat is de behandeling?
    Overgroei door clostridium

    Risico-AB:
    1. Clindamycine
    2. Fluorquinolonen

    Behandeling: STOP de antibiotica en start: een andere antibiotica die meer specifiek is:
    1. Vancomycine
    2. Metronidazol

  • UWI
    - Wat is de kliniek bij een cystitis?
    - Kliniek bij weefselinvasie (pyelonefritis/acute prostatitis?
    - Kliniek bij kinderen
    - Wat wordt er verstaan onder een ongecompliceerde urineweginfectie?
    - Noem de risicogroepen voor een gecompliceerde UWI (4)
    - Noem DD recidiverende UWI's (4)
    Kliniek cystitis

    - Pijnlijke of branderig gevoel (strangurie) bij frequente mictie (pollakisurie = vaak kleine beetjes)
    - Loze aandrang
    - Hematurie

    Kliniek bij weefselinvasie (pyelonefritis/ acute prostatitis)
    - koorts
    - koude rillingen
    - algehele malaise
    - flank of perineumpijn
    - ouderen: deler

    Bij jonge niet zindelijke kinderen vaak aspecifieke klachten + algehele malaise, buikpijn en koorts.

    Ongecompliceerde UWI: niet-zwangere vrouwen tussen de 14-65 jaar die verder gezond zijn.

    Risicogroepen:
    - mannen
    - zwangere vrouwen
    - kinderen
    - Patienten met bepaalde comorbiditeiten (diabetes, anatomische afwijkingen, nierstenen, nierinsufficientie, verblijfskatheter, prostaataandoeningen, immujndeficienties)

    DD recidiverende UWI's
    - SOA (altijd op bedacht zijn bij vrouwen)
    - Diabetes Mellitus
    - Anatomische afwijkingen
    - Gebruik van profylaxe (waardoor resisitentie)
  • NHG standaard normale urineweginfectie voor NIET-zwangere vrouw:
    1 keus: 
    Nitrofurantoine 2dd 100 mg

    2e keus:
    Eenmalig fosfomycine 3g (pt vriendelijk, iets minder effectief)

    3e keus:
    Trimetroprim 1dd 300 mg (iets meer resistentie)
  • Wat is het verschil tussen een reinfectie en een relapse bij UWI
    Reinfectie = nieuwe verwekker. Vaak bij jonge vrouwen, denk aan: hygieneprobleem. Bij oudere vrouwen kan het ook te maken met vaginale atrofie na menopauze.

    Relapse = zelfde verwekker is teruggekomen (dus: de behandeling is waarschijnlijk niet goed genoeg geweest, denk bij UWI aan:
    - Resistentie
    - Onderliggend anatomisch probleem (dysfunctie) (bekkenbodemproblematiek, anatomische problemen zoals korte urethra, blaascarcinoom)
  • Diagnostiek UWI:
    • Dipstick: leuko's en nitriet (nitriet is specifieker)

    • Dipslide = bacteriegroei bekijken (kweek)
    of beter (gouden standaard): midstream kweek met resistentiebepaling

    • Urine sediment (= onder de microscoop bekijken)
    – Leukocyten aantal
    – Bacteriën aantal
    Nitriettest
    Erytrocyten aantal (cave: stenen, tumor, CAD)
  • Meestvoorkomende verwekkers UWI (4):
    1. E. Coli
    2. Proteus mirabilis/vulgaris (wees alert op nierstenen, hier hecht deze bacterie vaak aan)
    3. Enterobacteriaceae (bij katheter)  
    4. Klebsiella pneumoniae/oxytoca

  • •Male?
    –Go lookingforpathology (bladderscan!)
    •Proteus?
    –Go lookingforstones!
    •Young and male?
    –Go lookingfor STD!
    •Young andfemale?
    –Thinkabout STD!
    •Recurrent/persistent?
    –Thinkabout STD, diabetes, anatomicalanomalies, prophylaxis
    :)
  • Behandeling UWI:
    - Zwanger
    - Weefselinfasie/pyelonefritis
    - Man
    Zwanger: augmentin 5 dagen 3dd 500/125 mg

    Pyelonefritis/weefselinfiltratie:

    - Ciprofloxacine 7 dagen 2dd 500 mg
    - Augmentin 10 dagen 3dd 500/125 mg
    - Cotrimoxazol 10 dagen 2dd 960 mg

    Man: ciprofloxacine 14 dagen 2dd 500 mg
  • - PCR bij UWI: doe je om te kijken naar SOA's. Wat is de top 3 bij UWI:
    - Bij welke tekenen doe je SOA test?
    1. Chlamydia
    2. Gonorroe
    3. Trichomonas


    Test bij verdacht verhaal, twijfel, bijkomende symptomen (artritis, uitvloed, conjunctivitis), een negatieve kweek en/of aanhoudende symptomen. 


    Indien test positief: test ook op HIV
  • Wanneer lichamelijk onderzoek bij UWI?
    Vrouw: meer dan 3 UWI's per jaar (inspectie genitale regio, vaginaal toucher)


    Man: sws (onderzoek genitale regio, buikonderzoek (urineretentie), rectaal toucher)


    Bij tekenen van weefselinvasie ( denk aan QSOFA criteria)

    Kinderen: buikonderzoek (retentieblaas of obstipatie), Indien jonger dan 5 jaar: inspectie genitale regio naar anatomische afwijkingen.
  • QSOFA criteria:
    - Waarvoor is het?
    1. Sys bloeddruk <100
    2. Ademhaling >-22
    3. GCS <15 (mentale status verward)

    Inschatten van de mate van ziek zijn (sepsis)
  • APFM-syndroom:
    - Wat is het?
    - 3 oorzaken?
    Acute Pijnlijke Frequente Mictie-syndroom

    1. Cystitis (deze klachten + positieve urinekweek)
    2. Low count bacteriurie (deze klachten + 10^2-10^5)
    3. SOA
  • Wat is NAFLD en wat is NASH?
    ALAT en ASAT?
    Oorzaak?
    Behandeling?
    NAFLD is een ziektebeeld dat veel voorkomt in de westerse landen. Het is vaak een gevolg van een ongezonde leefstijl met weinig lichaamsbeweging en calorierijke voeding.

    NAFLD is een verzamelnaam van leveraandoeningen die als beginstadium leververvetting heeft en als eindstadium leverontsteking (NASH, 10% van de NAFLD gaan over in een NASH) = ALAT en ASAT licht verhoogd.

    NASH kan leiden tot levercirrose en leverkanker (ook weer 10% van de gevallen). Zoals de naam al aangeeft is NAFLD niet het gevolg van overmatig alcoholgebruik.

    OORZAAK = een inactieve en dikke leefstijl

    Behandeling? Geen. Overgewicht behandelen (afvallen), diabetes indien dit er is behandelen.
  • Alcohol: ASAT of ALAT hoger?
    ASAT hoger!
  • Hepatitis: wanneer chronisch?
    Als het meer dan 6 maanden duurt
  • Viral hepatitis: noem de 5 types + kenmerken:
    Ken dit:

    - Hepatitis C = denk aan HIV mannen, GEEN vaccin
    - Hepatitis B = denk aan aziatische landen, dit is als enige DNA virus dat altijd aanwezig blijft. 
    - Hep A en E = feco oraal. A en E zijn self-limiting, behalve E kan bij immuungecompromitteerden tot een chronische vorm leiden (genotype 3)
    E = eeeeten
    A = aaalles (zowel eten als drinken, als seks en bloed)

  • •U ziet op het spreekuur een 55-jarige man met in de voorgeschiedenis een hart-transplantatie waarvoor hij immuunsuppressiva gebruikt. Hij presenteert zich met het klinisch beeld van een acute hepatitis. Anamnestisch ontkent hij iv drug gebruik en onveilige sexuele contacten en ook heeft hij nooit een bloedtransfusie gehad. Wel heeft hij rond kerst pate gegeten. Wat is de meest waarschijnlijke verwekker

    •a. hepatitis a
    •b. hepatitis b
    •c. hepatitis c
    •d. hepatitis d
    •e. hepatitis e
    E

  • •Patient is van Chinese afkomst (1e generatie). U vermoed een hepatitis B infectie. Welke serologische testen vraagt u aan?

    A.anti-HBc en anti-HBs
    B.anti-HBc en HBsAg
    C.anti-HBs en HBsAg
    D.anti-HBs en anti-HBe
    B, want als je anti-HBS vindt dan kan je nog steeds geen onderscheid maken tussen vaccinatie en infectie.
  • Waarom is HBV nog niet te genezen en HCV wel?
    HBV gaat in het DNA van de celKERN (geincorporeerd in het DNA van de mens zelf) van hepatocyten zitten en HCV in het cytoplasma.
  • EBV:
    - Complicatie?
    - Onderscheid met andere vormen van deze complicatie?
    - Wat voor soort virus is EBV?
    - Geassocieerd met toegenomen risico op bepaalde maligniteiten, namelijk:
    Hepatitis

    Onderscheid met andere hepatitiden: koorts, huiduitslag, tonsillitis, artirits, lymfadenopathie, hepatosplenomegalie.

    Virus: DNA (herpes)

    Naspharyngeaal en non-hodgkin
  • CMV:
    - Complicatie?
    - Wat voor virus is CMV?
    - Patientenpopulatie?
    Hepatitis of Guillain Barre

    Virus: DNA (herpes)  

    Kinderen en jong volwassenen
  • Koorts uit de tropen? Wat staat op DD nummer 1
    Malaria (malaria endemisch gebied) tot het tegendeel bewezen is (ondanks profylaxe)
  • Reizigersdiarree:
    - Wanneer is microbiologisch onderzoek nodig (3)
    - DD
    1. Persisterend (langer dan 14 dagen)
    2. Dysenterie (bloedbijmening)
    3. Koorts   

    DD:
    - ETEC (enterotoxische e. Coli)
    - Giardia Lablia (zoet water, metronidazol)
    - Cyclospora cayetanensis (Azie en Latijs Amerika, explosieve diarree)
    - Stronggyloides stercoralis (larven)
    - Malaria
    - Amoebiasis
    - Schistosomiasis (bilharziose) (zoetwaterslak)
    - Echinokokkose (lintworm)
    - Filariasis
  • Malaria:
    - Welke 5 soorten heb je? 
    - Hoe verloopt infectie van mug tot mens? 
    - Symptomen 
    - Incubatietijd 
    - Diagnostiek 
    - Wanneer kun je malaria uitsluiten?
    1. Falciparum (90%) = malaria tropica 
    2. Vivax (relapse kan na jaren, doordat het nog in de lever zit)
    3. Ovale (relapse kan na jaren, doordat het nog in de lever zit)
    4. Malariae
    5. Knowlesi

    Anopheles (vrouwtjesmug) steekt --> in het bloed --> na een week in de lever --> levercellen knappen en alles komt weer in het bloed. 

    - Koorts (bij falciparum = GRILLIG BELOOP KOORTS)
    - Aspecifieke griepachtige symptomen
    - Splenomegalie
    - Anemie door destructie erytrocyte
    - Falciparum kan bij cerebrale vorm tot coma leiden
    - Falciparum kan tot orgaanfalen leiden door destructie capillairen

    Malaria tropica: minimaal 7 dagen, max 3 maanden

    Diagnostiek
    - Dikke druppel (onder microscoop kijken naar erytrocyten met de parasiet erin)
    - QBC (eerst behandeling van het bloed door centrifugatie waardoor je het bter kunt zien)
    - Snelle antigeentest (aantonen van parasitair LDH of histidinerijk eiwit 2)

    Uitsluiten: 
    3 dikke druppels binnen 72 uur NEGATIEF
  • Check dit
    :)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Blok Paars

  • 1543878000 Infectieziekten

  • Indeling luchtweginfecties op basis van:
    Locatie: Hoog of laag
    Plaats: Binnen of buiten ziekenhuis
    Verwekker: Viraal of Bacterieel
  • DD bij patiënt met hoesten en koorts?
    Virale LWI
    Tuberculose
    Longembolie
    Exacerbatie COPD
    Maligniteit
  • Ernst van pneumonie middels AMBU-65 score:
    Ademhalingsfrequentie: >30/min
    Mental state: verlaagd bewustzijn
    Bloeddruk: <90/<60
    Ureum: >7mmol/L
    65 jaar of ouder
  • Interpreatie AMBU65 score:
    Score 1-2: opname verpleegafdeling
    3 of meer: opname MC of IC
  • Bij volwassenen meest voorkomende typische bacteriële verwekker Pneumonie?
    1: S. Pneumoniae
    2: H. Influenzae
  • Bij volwassenen voorkomende atypische verwekkers van bacteriële Pneumonie?
    1: Legionella
    2: Mycoplasma
    3: Chlamydia
    4: S. Aureus
  • Wat voor diagnostiek wordt vooral bij een Pneumonie ingezet?
    Bloedkweek, sputumkweek, urine sneltest en gramkleuring
  • Wat meet een urine sneltest in het geval van een Pneumonie?
    Pneumococ- en Legionella antigenen
  • Wat zet je in om Mycoplasma als suspecte verwekker van de pneumonie aan te tonen? en wat is het nadeel hiervan?
    Serologie, in de acute fase duurt helaas te lang.
  • Wat is in principe het beleid van de diagnose Pneumonie?
    Start altijd met Amoxicilline.
  • Waarop maak je besluit tot orale of i.v. toediening antibiotica voor de pt. met een pneumonie?
    AMBU65-score van 2 of meer
    Braken of Diaree
    Tekenen van dehydratie
  • Bij behandeling patiënt met Pneumonie, na hoe lang tekenen van klinische verbetering?
    binnen 48 uur
  • Hoe lang duurt antibioticakuur ongeveer?
    7-14 dagen
  • Op welke punten let je bij beoordeling X-thorax?
    1: Techniek: Liggend/staand - inspiratiestand - rotatie
    2: Cor-thorax ration: <0,5
    3: Pleuravocht: afgrensbaarheid van diafragmakoepels
    4: Luchthoudendheid
    5: Aanwezigheid van infiltraten
  • Bovenste luchtweginfecties zijn meestal?
    Viraal
  • Overdracht mechanisme van Influenza en Legionella?
    Druppel
  • Overdracht mechanisme van S. Aureus?
    Hematogeen
  • Overdracht mechanisme van S. Aureus en/of S. Pneumoniae?
    Aspiratie
  • Wat is de presentatie van een Lage urineweg infectie (Cystitis)?
    Mictieklachten, pijnlijke mictie en/of branderig gevoel
    Pollakisurie, toename in mictie met kleine beetjes plassen
    Loze aandrang
    eventueel Hematurie
  • Wat is de presentatie van UWI met weefselinvasie, zoals bij een Pyelonefritis of Prostatitis?
    Koorts
    Koude rillingen
    Algehele malaise
    Flank/Perineumpijn
  • Ouderen met een UWI zijn meer prone voor?
    Delier
  • Bij jonge kinderen is een UWI vaak? en wat zijn de symptomen dan meestal?
    Aspecifiek met algemeen ziekzijn, koorts en buikpijn.
  • Wanneer wordt er gesproken van een ongecompliceerde UWI?
    Bij alle niet-zwangere vrouwen tussen 14-65 jaar.
  • Wanneer is er onder andere sprake van een gecompliceerde UWI?
    Zwangerschap
    Diabetes
    Nierinsufficiëntie
    Weefsel invasie hogere urinewegen  
    CAD
    Man
    Kind
  • Denk bij recidiverende UWI's altijd aan de volgende opties:
    SOA's
    Diabetes
    Anatomische afwijkingen
  • In de context van recidiverende UWI's en suspect op SOA's, welke test zet je in?
    PCR op urine (Chlamydia en gonorroe)
  • Wat zijn de QSOFA criteria?
    Lage RR <100
    AH: >22/min
    Veranderd bewustzijn
  • Diagnostieken bij verdenking UWI?
    Midstream urinekweek (gouden standaard)

    Dipstick (leuco's en nitriettest)
    Urinesediment (leuco's, bacterieaantal, nitriettest, ery's)
    Dipslide (kweek van urine middels strip en overnacht bacteriegroei bekijken)

    Bloedkweek bij ernstige UWI
  • Welke factor geeft je meer zekerheid op een diagnose UWI? Leucocyturie of positieve nitrittest?
    Leucocyten niet per sé
    Positief nitriet wel, maar er moeten dan ook wel kliniek zijn van UWI
  • Meest voorkomende verwekker UWI?
    E. Coli
  • Verschil tussen re-infectie en relapse?
    re-infectie = nieuwe verwekker (ander nageslacht van E. Coli of totaal andere bacterie)
    relapse = dezelfde verwekker (dezelfde nageslacht van E. Coli)
  • Als de nitriettest negatief is, kan er dan ook sprake zijn van een verwekker?
    Ja, gram positieve kok
  • Bij vrouwen kan ook sprake zijn APFM-syndroom (Acute Pijnlijke en Frequentie Mictie), waarop kan dit berusten?
    Cystitis 
    Low count bacteriurie
    SOA
  • Wat is het behandelingsschema van een ongecompliceerde UWI?
    1: Nitrofurantoïne 5 dagen 2dd 100 mg of 4 dd 50 mg

    2: Fosfomycine 1d 3g

    3: Trimethoprim 3 dagen 1dd 300 mg
  • Wat kunnen complicaties zijn van Nitrofurantoïne bij UWI therapie?
    Soms kans op Alopecia (pleksgewijze kaalheid)
    Soms juist paradoxaal een UWI veroorzaken door andere bacteria
  • Wat is het behandelschema voor gecompliceerde UWI/Pyelonefritis/Urospesis?
    Bij niet zwangere vrouwen:
    1: Ciprofloxacine 7dagen 2dd 500 mg 
    2: Augmentin
    3: Cotrimoxazol

    Bij mannen zoals bij vrouwen maar dan langer

    In Ziekenhuis: altijd Cefalosporinen
  • Mogelijke complicaties Augmentin?
    Vooral gastro-intestinale bijwerkingen
    Leverfunctiestoornissen
  • Mogelijke complicaties cotrimoxazol?
    Beenmergdepressie
    Rash
    Hyponatriëmie
  • Welke AB wordt gegeven bij Prostatitis?
    Ciprofloxacine
  • Beschrijf kort mechanisme virale hepatitis:
    Geïnfecteerde hepatocyten maken virale antigenen aan via MHC1. CD8+ Tcellen grijpen hier op aan vervolgens cytotoxische celschade en apoptose van de hepatocyt.
  • Hoe worden hepatocyten in apoptose genoemd? En waar vindt dit proces voor plaats in de lever?
    Councilman bodies, leverlobjes
  • Kliniek hepatitis
    Koorts
    Icterus
    Malaise
    Misselijkheid
    Hepatomegalie
    Buikpijn rechter boven buik
  • Wat valt op aan bloedwaardes bij hepatitis?
    Verhoogde transaminases ALAT>ASAT
  • Hoe ontstaat geelzucht op niveau van geconjugeerd en ongeconjugeerd bilirubine?
    Direct: bili komt vrij uit hepatocyten. Geeft donkere urine door verhoogd uribilinogeen. Excretie via de nieren.

    Indirect: Omzetting in de lever gaat vertraagd = stapeling
  • Acute hepatitis slaat na 6 maanden aanhouden om in chronische hepatitis, waar kan de laatste diagnose uiteindelijk in om slaan?
    postnecrotische levercirhose
  • Hepatitis A virus
    Feco-orale route (vooral reizigers)
    Alleen acuut, geen chronische variant
    Serologie: HAVIgM = actieve infectie en HAVIgG = doorgemaakt of vaccinatie
    Therapie: self-limitting / vaccintatie
  • Hepatitis E virus
    Feco-orale route (vooral zeevoedsel en besmet water
    AlLeen acuut, geen chronische variant
    Serologie: HEVIgM = actieve infectie en HEVIgG = doorgemaakt
    Gevaar voor zwangere vrouwen! = leverfalen
    Therapie: vaccinatie bij chronische infectie
  • Hepatitis C virus
    Via bloed (drugs/geboorte/SOA)
    acuut en vaak door naar chronisch
    PCR op viraal RNA (daling in RNA levels = herstel en gelijke levels = chronisch)
    Therapie: antivirale middelen
  • Hepatits B virus
    Via bloed (drugs/SOA)
    Acuut naar chronisch (adult: 20% en Kids <6 jaar 50% op chronische variant)
    Relatie met levercarcinoom
    PCR op HBV antigenen
    Therapie: vaccinatie/anitvirale middelen
  • Hepatitis D virus
    Alleen samen met HBV (tegelijk = coninfectie) (tijd na HBV infectie = superinfectie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Behandeling PAV (vervolg)Behandeling acute afsluiting
Behandeling PAV:
- Secundaire preventie (risicofactoren behandelen)
- Conservatief: looptraining (voor collateralen)
- Endovasculair/PTA + stent
- Chirurgsch

- Vanaf Fontaine II en hoger = antistolling
- Acuut bedreigd been: trombolyse met urokinase.
- Chirurgie: bij rustpijn en wondgenezingstoornis (vanaf IIb kan het overwogen worden) --> bij voorkeur endovasculair
       
Optie endovasculair
- PTA: percutane transluminale angioplastiek = vat wordt gedilateerd met ballontje en stentplaatsing = dotteren

Opties chirurgie:
- TEA endarteriectomie - plaque wordt verwijderd via de lies. Simpel goedkoop, kleine ingreep
- Remote endarteriectomie = meer afstand, beter maar moeilijkere ingreep
- Bypass = omleiding rondom geoccludeerd vat. Dit kan met een autologie vene of kunststofmateriaal. Onder de knie: voorkeur autologie vene!!! Boven de knie maakt niet uit. Gebruik syntrom ipv ascal
- CERAB = endovasculair een broekprothese. Dit is bij een iliaca stenose beiderzijds.
... Laatste optie: amputatie --> bij ernstige rustpijn, dreigende spesis uit wond en of ontbreken van een revascularisatiemogelijkheid.

Complicaties
Alert: compartimentsyndroom, als gevolg van reperfusie.

ACUUT ARTERIEEL VAATLIJDEN
De 5 p's bij acuut arterieel vaatlijden bij lichamelijk onderzoek:
1. Pijn
2. Afwezige pulsaties
3. Palor
4. Paralyse
5. Paresthesieen

Acute occlusie zonder collateraalvorming
Geen signaal op duplex = occlusie
Geen pulsaties, geen dopplersignaal

Behandeling:
Heb je tijd?
  • geen stoornissen motoriek- en sensibiliteit: trombolyse
  • wel stoornissen van motoriek en sensibiliteit: operatie (chirurgische embolectomie)
Medicatie rondom operatie:- Trombocytenaggregratieremmers- Coumarines- DOAC - Welke INR is acceptabel voor spinale/epidurale anesthesie? Wanneer controleren?- Antihypertensiva- Prednison- Orale antidiabetica
Trombocytenaggregratieremmers
Ascal meestal door
Clopidogrel (klop stop)

Coumarines

Stop! --> (bridging afhankelijk van CHADVASC)
indien atriumfibbrileren en >4

DOAC  
Stop!    (bridging niet nodig)

INR < 1,8   . Op de dag van de operatie

Antihypertensiva:
Door


Prednison bij bijniersinsufficientie
- Je doet een stress schema want je lichaam moet anticiperen op de stress die gaat komen.
- Pre: 100 mg
- Peri: 100 mg
- Post: 50 mg 2 keer
Vanaf dag 3 afbouwen stress schema 

Orale antidiabetica
Altijd staken
Metformine staak je !
Jicht:- Wat voor soort artritis?- Waar zit het meestal?- Ontstaanswijze- Duur- LO- Diagnostiek- Pathofysiologie- Behandeling (aanval & onderhoud (en wanneer geef je dat))
Hevige mono-artritis
Meestal MTP1, maar kan ook knie of enkel

Ontstaat acuut, vaak 's nachts. Het duurt: 3 tot 14 dagen.

LO: soms zijn tophi zichtbaar, ophopingen van urinezuurkristallen

Risicofactoren:
- Man
- 40-60 jaar
- Aziatisch ras
- Alcoholabusis, veel fructoserijke dranken
- Obesitas
- Cardiovasculaire ziekten
- Nierinsufficientie (belangrijke club)

Diagnostiek:
- Gewrichtspunctie, en dan onder de microscoop kijken of je urinezuurkristallen ziet.
- Echo: double contour sign = urinezuurkristallen
- Rontgenfoto: pas bij chronische jicht zie je hier dingen op
- DECT = een CT scan waar je de urinezuurkristallen ziet
!! Pas op: serum urinezuur in het bloed is totaal niet betrouwbaar omdat het juist tijdens een aanval negatief is (vals-negatief). Voor en na de aanval is het wel hoog maar dit zijn meestal niet de momenten dat je het gaat prikken

Urinezuur is metaboliet van purine (bouwsteen DNA) --> hoopt op in gewricht

Behandeling:
- Aanval: NSAIDs, colchicine, corticosteroiden
- Onderhoudsbehandeling: bij 3 of meer jichtaanvallen per jaar, erosieve gewrichtsschade, polyarticulaire jicht of aanwezigheid van tophi: allupurinol. ALTIJD COMBINEREN MET COLCHICINE (gedurende 6 maanden vanaf start allopurinol of totdat de jicht topoi zijn opgelost)
Let op: soms worden de klachten eerst even erger

Prognose:
60% maakt een tweede acute jichtaanval door binnen 1-2 jaar. Slechts 5-15% heeft 1 aanval.

Wat is het streefwaarde urinezuur: onder de 0,36 mmol/L. Bepaal om de 4 weken.
Kliniek longembolie:- Noem 4 verschijnselen- Welke score kijk je naar voor de voorafkans op een longembolie?- Wat is de afkapwaarde voor Wells score- Welke bepaling doe je in het lab? Wanneer doe je die?- D-dimeer waarde? Sens en spec?- Wanneer doe je beeldvorming? Welke opties (3)- Wat is de ergste longembolie?- Behandeling (3 peilers)- Hoe lang antistolling?- Preventief iets geven bij risicogroepen? Wat en wie?

Kliniek
1. Acute dyspnoe (d'effort), hoesten
2. Thoracale pijn (door pleuraprikkeling) en hemoptoe
3. Respiratoire insufficientie en hemodynamische schock
4. Tachypnoe, tachycardie (denk aan afterload, preload)
--> over het algemeen zijn klachten bij longembolie zeer aspecifiek (!) 

Wells score:
- Tekenen van diep veneuze trombose
- Longembolie is waarschijnlijker dan andere diagnose
- Hartfrequentie >100/min
- Immobilisatie/operatie in de afgelopen 4 weken
- Veneuze trombo-embolie of longembolie in de VG
- Hemoptoe
- Maligniteit

Score lager dan 4 = kleine kans --> Bepaal D-dimeer
Score hoger dan 4 = grotere kans --> Meteen beeldvorming (ook bij heodynamisch instabiele pt meteen beeldvorming)

D-dimeer waarde >500 microgram per liter
Sensitiviteit = hoog
Specificiteit = laag (want ook verhoogd bij maligniteit, inflammatie, zwangerschap, 80% van de mensen in het ziekenhuis). Dus vooral goed om longembolie uit te sluiten!
De negatief voorspellende waarde van D-dimeer + wells = bijna 100%

Opties voor beeldvorming:
1. CT-Angiografie pulmonalis met contrast = gouden standaard
2. Ventilatie-perfusie scan = bij contraindicaties voor contrast. Radioactief middel dat zowel wordt ingespoten als ingeademd en dan krijg je een uitsparing waar embolie zit.
3. Pulmonalisangiografie
Met een katheter via de lies contrast in de a. Pulmonalis

Ruiterembolus op de a. Pulmonalis sinistra en dextra

Behandeling
1. Vullen --> preload voor het linkerventrikel proberen te verhogen en hypotensie voorkomen
2. Antistolling: (want er is een stolsel)
Hemodynamisch stabiel
* Eerste keus bij : DOAC (dabigatran, rivaroxaban)
* Bij contraindicatie DOAC (ouderen met verhoogd bloedingsrisico): LMWH eerste dagen en daarna vitamine K antagonisten
Hemadynamisch instabiel:
* Trombolyse systemisch: urokinase, streptokinase
* Trombolyse lokaal (ultrasound)
* Chirurgische embolectomie of radiologische trombosuctie, bij contraindicatie trombolyse
* Vena cava filter (voorkomen dat de trombus aangroeit (wordt niet vaak gedaan)
3. Zuurstof

Antistolling:
- Indien uitlokkende factor bekend = 3 maanden
- Idiopathisch = 6 maanden
- Recidief = levenslang
- Maligniteit = zolang maligniteit actief is (in geval van metastasen dus ook levenslang)

Preventie:
Profylactisch LMWH bij risicogroepen:
- Iedereen opgenomen in ziekenhuis
- Iedereen die een operatie moet ondergaan
- Iedereen die geimmobiliseerd is
- Zwangeren met verhoogd risico
- Op indicatie bij lange vliegreizen
- COPD bestaat uit twee componenten:- 2 fenotypen:- Belangrijkste oorzaak. Wat zijn andere risicofactoren?- Genetische aandoening- Welke cellen zijn betrokken bij de destructie van de longen bij COPD?- Kliniek- DD- Wat is de schaal om kortademigheid uit te drukken:- AO- Wat zie je op X thorax- Wat was voorheen de manier om de ernst van COPD te bepalen? Naar welke 2 dingen wordt nu vooral gekeken?- Onderhuidsbehandeling- Behandeling bij exacerbatie
1. Chronische bronchitis --> veel sputum, dikke luchtwanden, veel obstructie
2. Emfyseem --> verlies van longweefsel, vooral op alveolair niveau, wel hoog in de longen, waardoor er te veel lucht in de longen komt en niet genoeg gaswisseling plaats kan vinden.

1. Blue bloaters (chronische bronchitis)
2. Pink puffers (emfyseem) --> lippen eruit persen van lucht wat trapped zit in de alveoli.

Oorzaak: roken, in combinatie met een genetisch aanleg. Laag geboortegewicht, dampen, harddrugs, vroeggeboorte, blootstelling aan tabaksrook. Vroeger: mijnwerkers.

Genetisch: alfa-1-antitrypsine-deficientie. Laag emfyseem.
     
Cellen:
- Macrofagen
- Fibroblasten
- Epitheelcellen

Kliniek:
- Dyspnoe (bij inspanning)
- Afwijkinde longfunctie
- Hoesten 

DD:
Maligniteit, longembolie, interstitieel longlijden en cardiaal lijden.

MMRC-dyspnoeschaal:
0. No problem of bij zeer stevige inspanning
1. Kortademig bij lopen op tempo of op een heuvel
2. Pt loopt langzamer dan andere mensen van dezelfde leeftijd vanwege dyspnoe of moet stoppen met lopen op vlakke ondergrond vanwege kortademigheid
3. Moet stoppen vanwege dyspnoe na 100 m of na enkele minuten op vlakke grond
4. Te kortademig om de deur uit te gaan en kortademig bij aan en uitkleden

AO: Xthorax en longfucntieonderzoek

X thorax: hyperinflatie (trapped air) + een afgevlakt diafragma. Bij gevorderd stadium vaattekening (door pulmonale hypertensie).

Longfunctie: FEV1 en Tiffeneau index (FEV1/FVC)

GOLD:
1. Mild = FEV1 >80%
2. Matig = FEV1 50-80%
3. Ernstig = FEV1 30-50%
4. Zeer ernstig = FEV1 <30%

Nu: ook CAT score (hinder op dagelijks leven) + aantal exacerbaties per jaar.

Behandeling COPD:
- Stoppen met roken, fysio en dietiste
- Zuurstof bij O2 onder de 8kpa of risico op pulmonale hypertensie
- Luchwegverwijding: parasympaticolyticum of sympaticomimeticum
* Langwerkende B2 agonisten (sympaticomimetica)
* Langwerkende anticholinergica (parasympaticolytica)
- Inhalatie corticasteroiden bij exacerbaties en hyperreactiviteit
- Prednison

Exacerbatie:
- Zuurstof
- Ophogen inhalatiemedicatie eventueel vernevelen
- Prednisonstootkuur 40 mg prednison per os,  5 tot 7 dagen
- Antibiotica
- Noninvasieve ventilatie (bij hypercapnie)

Belangrijk onderscheid in de behandeling van COPD t.o.v asthma is dat de hoeksteen van de behandeling luchtwegverwijding is. Bij astma is dit ontstekingsremming.
Acute pancreatitis:- Oorzaken- Gevaarlijk?- Kliniek- LO- Lab:- AO- 2 vormen te onderscheiden op beeldvorming- Diagnose voorwaarden (3)- Behandeling eerste opvang- Indicatie ERCP- Behandeling daarna
Oorzaken:
- Galstenen (meestal kleine stenen (< 5mm) of sludge, die vastloopt in papil van vater --> obstructie ductus pancreaticus --> trypsinogeen omzet naar trypsine gebeurd nu te vroeg --> ontsteking = kijk of ALAT verhoogd is (dan is er grote kans dat dit het is)
- Alcohol
--> Deze samen zijn 80% van de oorzaken. Daarnaast:
- Iatrogeen (met name post ERCP pancreatitis - 5%)
- Medicatie (maagbeschermers, statines, ACEremmers, etc)
- Tumor
- Infectieus (parasitair)

20% van de gevallen verloopt levensbedreigend

Kliniek:
* Acuut ontstane buikpijn in regio epigastrio (uitstralend naar de rug)
* Koorts
* Misselijkheid, braken
* Abnormale vitale functies (hypotensie, tachycardie)

LO: drukpijn epigastricale regio

LAB:
Leverwaarden afwijkend, maar kan ook cholestatisch en bili
Amylase of lipase meer dan 3 keer verhoogd. Lipase is beter om te meten (amylase kan ook bij speekselklierontsteking).
! Hoogte lipase is niet gecorreleerd aan ernst ontsteking
CRP en leukocytose
Nierfunctiestoornissen
Lab: lactaatacidose

AO:
Echo lever, galwegen en pancreas. Vaak: meerdere kleine stenen in de galblaas.

Vormen: op CT:
1. Interstitiele pancreatitis
2. Necrotiserende pancreatitis
--> Pas na 1 week na ontstaan kun je dit beoordelen

CT alleen geïndiceerd bij twijfel diagnose (!)

Diagnose; 3 criteria waarvan de pt er 2 moet hebben
- Typische bovenbuikpijn uitstralend naar rug + misselijkheid en braken
- Verhoogd serum lipase (of amylase) >3x normaalwaarde2
- Karakteristieke bevindingen op echo, CT of MRI

Behandeling eerste opvang: (ondersteunend)
- Intraveneuze vochttoediening (Ringers lactaat 1L/uur en afgestemd op diurese)
- Pijnstilling
- Zuurstof
- Niets per os, op geleide van honger intake actief bevorderen. Goede intake bewezen effect op uitkomst. (GEEN TPV!)

ERCP: alleen bij biliaire vorm help dit (!)
- Niet standaard, want we weten dat de meeste stenen spontaan passeren
- ERCP heeft ook nadelen waaronder een verergering van de pancreatitis, perforatie of bloeding. Het is een invasieve procuderen
- Je doet het wel bij tekenen van shock en cholangitis (hoge piekende koorts, koude rillingen)
- Persisterende obstructie of cholangitis - ERCP en steen verwijderd

Twee sterftepieken bij acute pancreatitis:
- Na 7-10dagen op basis van SIRS reactie (shock, multi-orgaanfalen)
- Na aantal weken op basis van complicaties zoals necrose 

Daarna (weken later)
- Cholecystectomie a froid
Oesophaguscarcinoom:- Klachten- 2 soorten carcinomen- AO (4)- Wat doe je als er bij een patient helemaal geen passage meer is van voedsel?- TNM- Siewert- Behandeling
Klachten:
- Passagestoornis (dysfagie)
- Gewichtsverlies
- Ernstig braken, bloedbraken, melaena
- Reflux
- Pijn

1. Plaveiselcarcinoom
- Normale bekleding van de oesophagus
- Roken, alcohol, radiotherapie, achalasie, hoofdhalstumoren

2. Adenocarcinoom
- Maagepitheel die omhoog is = Barret
- Reflux, obesitas, roken, radiotherapie

3. Junction

AO:
- Begin altijd met een gastroscopie (biopt) --> bepalen van tumorlocatie = classificatie (Siewert)
- Endoscopische ultrasonografie = een echokop op de scoop waardoor je T stadium kan bepalen
- CT scan (TNM classificatie)
- PET scan (metastasen)

Geen passage voedsel: je plaatst een stent (MDL) arts. Hier koop je tijd mee. Denk hierbij aan neoadjuvante therapie.

T1 = intra en submucosaal
T2 = spier
T3 = vet
T4 = aorta

N0 = geen
N1 = 1-2
N2 = 3-6
N3 >6

Siewert:
Type 1 = hoog slokdarm
Type 2 = junction
Type 3 = maag

Behandeling:
Volgorde behandeling: eerst eventueel een stent, daarna neoadjuvant en daarna chirurgie (!!!)


Chirurgie: Oesophagus resectie + buismaagconstructie
Benaderingen:
1. Transthoracaal = beter overzicht over de lymfklieren (dus voor de hoger gelegen carcinomen is dit beter). Nadeel: meer complicaties.
2. Transhiataal (end to end voordeel)
3. Robot assisted

Complicaties:
- Naadlekkage met als gevolg een mediastinitis (boezemfibrilleren)
- Chylothorax (triglyceriden hoog)(resultaat van lymflekkage)
- Pneumonie
- Recurrens parese (heesheid)
Colorectaal carcinoom:- Hoeveel mensen in de bevolking hebben poliepen?- Welke adenomen hebben meer kans op kwaadaardig worden?- Hoe lang duurt het voor een adenoom om carcinoom te worden?- Risicofactoren- Symptomen- Lab (tumormarker)- Diagnostiek:- Voorkeursplekken meta's- Arteriële bloedvoorziening colon- Chirurgische opties- Wie krijgt een stoma (4)- Soorten stoma- Naadlekkage meestal tussen dag:- Welke chemo wordt adjuvant gebruikt. Bij welke tumoren?- Wanner HIPEC
25%

Niet ieder adenoom wordt kanker. Grotere = meer kans

Het duurt 10 jaar.

Risicofactoren:
- Voeding, roken, obesitas, rood vlees
- Hereditair, bijv FAP (APC-genmutatie), HNPCC (MMR-genmutatie)
- Familiair colorectaal carcinoom (geen genetische oorzaak aangetoont)
* Eerstegraads jonger dan 50 = 13,9%
* Eerstegraads ouder dan 50 = 8,5%
* Twee of meer eerstegraads jonger dan 50 = 30%
* Twee of meer eerstegraads ouder dan 50 = 18,5%
- IBD
- Poliepen
- Eerdere behandeling darmkanker

Symptomen:
Beginstadium geeft meestal geen klachten.
•Veranderd ontlastingpatroon.
•Bloed en/of slijm.
•Loze aandrang.
•Bloedarmoede (vaak eerste uiting door bloedende tumor in darmpakket) --> ijzergebreksanemie
•Ileus.
•Gewichtsverlies (vaak onbedoeld, slechtere prognose indien aanwezig)
•Aanhoudende buikpijn, krampen, zwelling.

LO: ookal vind je hemoroiden, wil dit carcinoom nog niet uitsluiten dus altijd ook coloscopie bij rectaal bloedverlies.
Vaak geen afwijkingen bij LO (!)
ALTIJD rectaal toucher (!)

Lab: verhoogd CEA. Prik ook Hb, leverwaarden en leukocyten     

Diagnostiek:
- Coloscopie met biopt (en spotting = inkt in tumor doen zodat deze bij operatie straks beter te vinden is)
- CT abdomen (kijk naar anatomische lokatie, uitgebreidheid, ook om te kijken naar levermetastasen)
- Evt CT thorax of X-thorax voor longmetas

Meta's: long en lever


Arteriële bloedvoorziening
Belangrijk want: vasculatuur zeer belangrijk voor bepalen resectiemarge tumoren (!) en dus ook bijbehorende lymfeklieren
- Coecum en ileocoecaal hoek (arteria Ileocolica afkomstig uit SMA)
- Colon ascendens (arteria colica dextra afkomstig uit SMA)
- Colon transversum (arteria colica media afkomstig uit SMA)
- Colon descendens (arteria colica sinistra uit arteria mesenterica inferior)
- Sigmoid (arteriae sigmoideae  uit arteria mesenterica inferior)
- Rectum (arteria rectalis superior afkomstig uit arteria mesenterica inferior)

Veneuze afvloed is belangrijk voor verspreiding van tumor, levermetas want via de vele naar vena porta van de lever en daarom uitzaaiingpatroons

Chirurgische opties:
- Hemicolectomie (l of r)
- Lower anterior resectie (LAR)
* Sigmoid + rectum bij een proximaal rectumcarcinoom
- Hartmanprocedure
* Sigmoid + eindstandig colostoma
- Abdominale-perianale resectie (APR) = anus weg
- Bij distaal rectumcarcinoom
- Stoma
Vervolg CRC- Stoma- Naadlekkage- Chemo wanneer- HIPEC
Stoma: eerder een stoma als je slechte doorbloeding hebt
- Voorbehandeld met radiotherapie
- Hoogrisico patienten
- Slechte sfincterfunctie
- Spoedpatienten met een hele vieze buik

Soorten stomas:
- Ileostoma
- Colostoma
- Eindstandig (enkelloops)
- Dubbelloops --> kan beter heropereerd worden om het op te heven.

Naadlekkage meestal tussen dag 3-8. Slechte doorbloeding is de risicofactor voor naadlekkage (denk aan: HVZ, DM, steroïden gebruik, obesitas, roken)

Chemo: CAPOX. High risk stadium II tumoren.
- T4 stadiering
- Minder dan 10 lymfeklieren
- Vaso-invasie

HIPEC (mitomycine C) = peritoneale metastasen.
Step up therapie bij CU- Behandeling poliklinisch- Behandeling klinisch - TRAVIS criteria- Prednison IV: meer kans op falen bij (4):     - Wanneer beslissen of je doorgaat met prednison IV?- Welke operatie?

STEP-UP therapie (!)
Poliklinisch:
1. Mesalazine (tabletten/clysmas)
2. Budesonide (steroid met vooral topicale werking met een heel groot first pass effect en dus nauwelijks systemische bijwerkingen veroorzaakt)
3. Prednison oraal (40 mg dd 12 dagen)

Klinisch:
1. Prednison IV
2. Anti-TNF (infliximab) of cyclosporine 
3. Colectomie

Meer kans op falen prednison IV bij: (maar wel proberen)
- Koorts
- Laag albumine
- Def freq meer dan 3 keer
- Tachycardie

Na 3 DAGEN beslis je of IV prednison werkt: kijk naar Travis criteria:
- Defaecatie > 8 daags = stoppen en step up
- Defaecatie 3-8 daags + CRP>45 = stoppen en step up
--> kans op therapie falen prednison IV = 85%

Belangrijk om deze beslisregel aan te houden want langer doorbehandelen met prednison en uitstellen van infliximab/colectomie kan hogere mortaliteit hebben.

Colectomie:
Hele colon weg --> dus alleen nog dunne darm.
In eerste instantie = ileostoma
2e operatie = een pouch, waarbij je 8 keer per dag ontlasting hebt. Wel kans op pouchitis.