Summary Class notes - BLOK ROOD

Course
- BLOK ROOD
- XXX
- 2019 - 2020
- Universiteit Utrecht
- Geneeskunde
716 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - BLOK ROOD

  • 1546297200 WEEK 1

  • Bevruchting vindt plaats in de ...
    Tuba
  • Waarom neemt vruchtbaarheid van de vrouw na de leeftijd van 30 af?
    Ovariele veroudering = minder eicellen + mindere kwaliteit van eicellen
  • Leg het verband tussen appendicitis en verminderde vruchtbaarheid uit:
    De appendix ligt in de buurt van de rechter adnex en ontsteking kan zich uitbreiden en aanleiding geven tot verklevingen en hiermee verminderde vruchtbaarheid.
  • Noem 3 redenen voor verminderde vruchtbaarheid"
    1. Diabetes
    Zowel bij de man als de vrouw

    2. Chemotherapie
    Kan schade geven aan ovarium en teelbal 

    3. Antipsychotica
    Kan hormonale veranderingen geven en gestoorde ovariumfunctie
  • Wat gebeurt er na een succesvolle bevruchting? Geef 4 opties en percentages daarvan:
    30% zwangerschap
    30% geen implantatie
    30% positieve zwangerschapstest maar al heel snel daarna 'menstruatie' = biochemische miskraam
    10% 1 week of meer overtijd, klinische miskraam
  • - Wat is de kans per maand om zwanger te worden?
    - Wat is de cumulatieve kans na 1 jaar?
    - 25-30% kans om zwanger te worden
    - 85-90%
  • Hoe kan er worden getest of er een eisprong is?
    Progesteron bloedbepaling circa 1 week voor de verwachte menstruatie, als bewijs van een eisprong en vorming van het gele lichaam
  • Neemt de zaadkwaliteit af bij het stijgen van de leeftijd van de man?
    Nee niet echt
  • Hoeveel lager zijn gemiddeld de kansen op een spontane zwangerschap bij een vrouw van 35 jaar ten opzichte van vrouwen jonger dan 30 jaar?

    En bij een vrouw van 40 jaar?
    < 35%

    > 70%

  • Doelstelling: weet bij regelmatig voorkomende problemen rond zwangerschap en baring aan te geven in welke lijn begeleiding dient plaats te vinden; hanteert hierbij de richtlijnen voor de organisatie van de Nederlandse verloskundige zorg.

    Geboortezorg
    - 1e, 2e en 3e lijn in NL
    - Voorbeelden welke problemen waaronder vallen
    - Laag risico = 1e lijn = extramuraal, verloskundigen, huisartsen
    * Zwangerschapsdiabetes met normoglycemie bij dieet
    * Zwangerschapshypertensie met bloeddruk tussen de 90-95 (diastolische bloeddruk)



    - Medium risico = 2e lijn = algemeen ziekenhuis, med specialisten en klinisch verloskundigen
    * Meerlingen
    * * Zwangerschapshypertensie met bloeddruk tussen de 95-100 (diastolische bloeddruk)


    - Hoog risiso = 3e lijn = perinatologische centra, subspecialisten en klinisch verloskundigen    
    * Zwangerschapshypertensie met bloeddruk boven de 100 (diastolische bloeddruk)
    * Eerder gecompliceerde zwangerschap
    * Pre-eclampsie
    * Bloedgroep antagonisme
    * Eerder bestaande DM
  • Risico analyse bij zwangeren:
    Risicoanalyse: algemene anamnese:
    ·      Jonge leeftijd = meer rookgedrag, kinderlijk bekken, meer kans op anemie, meer kans op partus prematuris, lage sociaaleconomische status
    ·      Hoge leeftijd = chromosomale afwijkingen, verhoogde kans op hypertensieve aandoeningen, alcohol, zwangerschapshypertensie en DG
    ·Lengte, gewicht, BMI (BMI heeft invloed op fertiliteit, hoger dan 40 is minder fertiel, boven de de 30 meer kans op DG)
    ·Etnische achtergrond. We weten dat bepaalde bevolkingsgroepen bijvoorbeeld meer kans hebben op DG = hindoestaanse mensen. Sikkelcel = afrikaans.
    ·      Intoxicaties: alcoholproblemen, roken, drugs (cocaine: vaatspasmen = meer kans op abruptio), medicaties
    ·Ziektes: bijvoorbeeld: hepatitis B (is een soa). Toxoplasmose (rauw vlees bijvoorbeeld). Lysteria (verpakte gerookte vis en rauw melkse kazen). Congenitaal varicella syndroom, rubella doorgemaakt? Waterpokken gehad?
    ·      Medicijngebruik. Bijvoorbeeld aspirientjes worden vaak te veel gebruikt. Alternatieve hoek goed opletten. Vitamine A en D moet je ook niet te veel binnen krijgen.
    ·      Infecties: TORCHeS
    ·Omgeving: ben je rontgenlaborante? Andere werkzaamheden. Ben je binnenhuis schilder? Verf op waterbasis geen probleem, de rest wel: dat mag niet. RIVM is hier heel duidelijk in.


    Familie anamnese: inclusief partner
    ·Erfelijke stofwisselingsstoornissen
    ·Neurale buis defecten
    ·Chromosomale afwijkingen
    ·Etnische achtergrond met de consanguiniteit = meer kans op congenitale afwijkingen
    ·      DM/hart en vaat afwijkingen


    Obstetrische anamnese: Eerdere zwangerschappen:

    -      Doorlopende: zwangerschap, bevalling, uitkomst, kraambed (bijvoorbeeld: psychose), bijzonderheden
    -   Niet doorlopende:
    * APLA (Abortus Provocatum Lege Artis) --> hierbij kan de cervix zijn opgerekt en daardoor insufficient (vanaf 20 weken kan de cervix het niet meer aan)/distorsie zijn.
    * Mola = verhoogd hcg door de blaasjes. Verhoogd herhalingsrisico. Curretage. Je kan 2 jaar niet zwanger worden.
    * Spontane abortus/miskraam 
    * EUG: extra uteriene graviditeit = risico verhoogd


    Actuele/sociale anamnese:
    ·Gepland/gewenst
    ·Eventuele zwangerschapsverschijnselen of klachten. Bijvoorbeeld: ik ben bij mijn eerste 2 kinderen zo misselijk geweest. Ik wil dit niet meer. Deze vrouwen komen preconceptioneel.
    ·Wensen/verwachtingen (thuisbevalling)
    ·      Schuldenproblematiek
  • Labonderzoek bij zwangerencontrole:
    1. Hb --> zal dalen door toename van bloedplasma tijdens de zwangerschap. 

    2. Bloedgroep (AB0), Rhesus en irregulaire antistoffen (zoals Kell en Duffy)

    3. HbsAg (hepatitis B): indien de zwangere een actieve infectie doormaakt, dan kan dit tijdens de partus overgedragen worden aan kind --> postpartum vaccineren

    4. Lues (syf), HIV
  • 2 doelen van de echo in het eerste trimester (voor 12 weken):
    1. Termijn bepalen 
    2. Meerling/eenling
  • Instructies om contact op te nemen met de verloskundige bij...
    Ongerustheid
    Bloedverlies
    Hoofdpijn/sterretjes zien
    Minder leven voelen (tussen de 18 en 20 weken bij eerste zwangerschap, ervaren moeders misschien eerder)
    Weeën voor 37 weken
    Vruchtwaterverlies
  • Controle 15-27 weken:
    - 4 belangrijke aspecten
    - wat zijn belangrijke acties bij de 27 weken controle:
    1. Risicobeoordeling
    2. Uitwendig onderzoek/bloeddruk --> pregnancy dip hoort. zo niet verhoogde kans op hypertensieve aandoening later in de zwangerschap(pregnant dip is de daling van de uithangbloeddruk (vaak 110/80) van 5/10 mmHg naar 105/70)
    3. Advies en voorlichting
    4. Beantwoord vragen

    27 weken: foetale Rh-D typering en zonodig anti-D in week 30 en post partum (profylaxe) & IEA
  • Controle rond de bevalling bij 36 weken: de normale controles + 3 aanvullende dingen:
    1. Aard en indaling voorliggend deel
    2. Belinstructies
    3. Instructies over bevalling en kraamzorg. 
  • 4 redenen om te bellen bij de baring:
    1.  Weeën
    2.  Gebroken vliezen 
    3.  Bloedverlies
    4.  Niet weten/paniek/ongerust/etc.
  • 3 testen die je kan doen om te kijken of het verloren vocht vruchtwater is:
    1. Amnisure = testen op een bepaald eiwit wat alleen voorkomt in vruchtwater
    2. Varentest = vruchtwater laten opdrogen --> je ziet varenvormig patroon door zouten
    3. Echo vruchtwater
  • 3 dingen waar je naar kijkt als barende vrouw binnenkomt:
    1. Barende
    - Weeen
    - Bloedverlies
    2. Kind
    - CTG
    - Kindsbewegingen
    3. Vruchtwater
    - Geur 
    - Kleur (groen, gifgroen, rood/bruin)
    - Hoeveelheid
  • Gebroken vliezen beleid bij aterm kind:
    - Afwachten kan tot max 72 uur (daarna infectie gevaar te groot). Vanaf 24 uur continue CTG controle en doorverwijzing 2e lijn.
    - Temperatuur: boven de 37, 5 is teken van infectie en moet de baring gestimuleert worden en AB gestart
    - Controle op leven (altijd)
    - Kleur vruchtwater
  • Definitie start baring:
    Wat is er anders bij prematuren?
    Start baring: de overgang van volledige verstrijking naar ontsluiting bij aanwezigheid van pijnlijke contracties. Bij premature partus hebben we een andere definitie. Daar zeggen we al eerder dat de baring begonnen is. Namelijk: bij portioveranderingen --> want dan gaan we weeenremming. Hierbij bepalen we ook fibronectine (>50 = groot risico op vroeggeboorte). 
  • Aspecten waar tijdens baring bij vaginaal toucher op moeten worden gelet (POVASI):
    P = portio (cervix).
    In de zwangerschap VS bijna in partu:
    oStug (zoals neuspunt) VS. week (zoals tong)
    oSacraal VS centraal 
    oStaand VS verstreken



    O = ontsluiting in CM
    VO betekent volledige ontsluiting. Je voelt nu niks meer van de portio

    ! Gemiddelde snelheid van zowel nullipara en multipara is 1 cm per uur


    V = vliezen.
    oStaan = aanspannende vliezen. Een soort ballon. Door de druk op de cervix ook meer oxytocine waardoor vrouw verder in partu komt = Ferguson reflex.
    oGebroken = spontaan of met vliezenbreker (als staand niet meer functioneel is)


    A = aard van het voorliggend deel
    oMeestal hoofd
    oSoms stuit
    oKan alles zijn: heup, knie, hand, etc. = sectio


    S = stand ten opzichte van het bekken


    I = indaling.
    Vlakken van Hodge
    1. Bekkeningang
    2. Onderste lijn van de symfyse
    3. Spinae ischiadicae (smalste deel)
    4. Bekken bodem                    
  • Het kraambed staat in het teken van de 7 B's:
    1. Beleving
    ·Kraamvrouwentranen = heel normaal. Kan beginnen 3e, 4e dag. Moeheid. Stemmingswisselingen door hormonen, want die gaan snel naar beneden. Tranen.
    ·Postpartum depressie = wordt slecht herkent en erkent. Het gedraagt zich als een normale depressie. Meestal 8-12 weken postpartum. 10-15% van de vrouwen krijgen dit.
    ·Kraambedpsychose = komt niet vaak voor, maar herhalingskans wel hoog. Opname met kind om band in stand te houden. Kan gericht zijn tegen kind, hoeft niet.
    ·Blijdschap = verliefd op kind. Helemaal goed.

    2. Borsten
    ·Stuwing: meestal met dag of 3 of 4.
    ·Kloven: als het kind niet goed hapt en ze niet genoeg van de tepel in de mond doen. Vrouwen met weinig pigment = deze tepels zijn eerder gevoelig voor kloven.
    ·Mastitis: als je kloven hebt heb je hier verhoogde kans op. Ontsteking.

    3. Buik
    ·Stand fundus zakt naar beneden = involutie. Na keizersnee wat langzamer naar beneden. Zolang er geen tekenen zijn van infectie vinden we de snelheid wel prima = endometritis
    ·Subinvolutie = te langzaam (bij sectio)
    ·Geen buikspieroefeningen als je sectio hebt gehad.


    4. Benen
    ·Varices: trombosegevaar in het kraambed (ook in zwangerschap) en emboliegevaar
    ·Spierpijn omdat je tegen gaat spannen met de weeen.

    5. Blaas --> Het blaastrichonum is enorm opgerekt geweest. Hierdoor zou het kunnen zijn dat ze een retentieblaas krijgen. Hier moet je goed opletten
    ·Urineren postpartum moet binnen 6 uur anders moeten we catheteriseren.
    ·Overloopblaas = retentieblaas is onze angst. Je krijgt hier uiteindelijk heel veel buikpijn van. Deze blaas wordt steeds voller en zal de baarmoeder omhoog duwen. De baarmoeder moet juist zakken. Ook blaasscheuring mogelijk. Ook samentrekking blaas aangetast is mogelijk.
    ·Sommige vrouwen zijn een beetje incontinent de eerste paar dagen. Niet erg.

    6. Bekkenbodem
    ·Hechtingen door scheuren
    o1e graads: alleen huid. Als het niet bloed, hechten we het niet. Hecht verloskundige.
    o2e graad: in de spier. M. Bulbus vaginosis = belangrijk om goed te hechten. Hecht verloskundige.
    o3e graad: hecht gyn in het ziekenhuis.
    - A = sfincter externum door voor minder dan 50%
    - B = sfincter externum door voor meer dan 50%
    - C = sfincter internum door
    o4e graad: rectum laesie = chirurg komt hieraan te pas.


    ·Bekkenbodemspieroefeningen. Mag vanaf moment 1.

    ·Episiotomie: indicatie: als het kind foetale nood heeft, vaginale kunstverlossingen en je zult zien dat het per ziekenhuis verschilt.

    7. Bloeddruk = de eerste 48 uur zijn belangrijk = dan moet het weer normaal zijn.
    ·Als de bloeddruk na 3 maanden normaal is zonder medicatie = geen essentiele hypertensie
                               
  • Waar let je op bij kraamcontroles van een pasgeborene (7 belangrijkste aspecten)
    Kleur
    ·Roze het liefste!
    oHoe zie je dit bij een donker kind? Kijken naar de slijmvliezen in de mond.  
    ·Geel: kijk ook naar de slijmvliezen. Bij het oogwit ben je al heel laat. Bij negroide kindjes moeilijk.

    Ademhaling --> 40-60 keer per minuut.

    Gewicht --> een baby valt eerst af en komt daarna aan. Mag 10% afvallen. Iedere dag wegen! Moet binnen 10 dagen weer op gewicht zijn


    Temp --> wat is een normale temperatuur voor een pasgeborene? Tussen de 36,5 en 37,5. Heel veel pasgeborene krijgen bij een infectie een ondertemp (onder de 36,5).


    Drinken --> kinderen oefenen dit al in de baarmoeder met het vruchtwater.
    ·Borstvoeding: aanleggen, toehappen (dit is een reflex), tepel


    Plassen --> een kind moet binnen 24 uur geplast hebben. Heel veel kinderen plassen op de buik van de moeder en dit moet goed geobserveerd worden om dit niet te missen.

    Poepen --> een kind moet binnen 48 uur gepoept hebben. Dit is groen en plakt enorm. 
  • Determinanten van gezondheid volgens LaLonde:
    1. Biologische factoren (leeftijd, genetisch, geslacht)
    2. Gezondheidszorgsysteem (betaalbaarheid, toegang, kwaliteit)
    3. Fysieke en sociale omgeving (woonplaats, ouders, vrienden)
    4. Leefstijl (BRAVIOS)

    Beweging
    Roken
    Alcohol
    Voeding
    Internet
    Ontspanning
    Seks
  • Noem 5 voorbeelden van groepen kwetsbare zwangeren waar public health zich op richt:
    - Verslaafden
    - Tienermoeders
    - Verstandelijk beperkten
    - Lage soc economische status
    - Asielzoekers
  • 5 redenen waarom het bloedgroep AB0 systeem zo'n heftige hemolyse reactie geeft:
    -Als deze bloedgroepen mixen --> klontering van erytrocyten. Dat klonteren komt omdat de antistoffen van dit systeem IgM antistoffen zijn. Dit zijn grote. Andere antistoffen van andere bloedgroepsystemen zijn vaak IgG’s, die een minder heftige reactie veroorzaken. Als je iemand die 0 is A-bloed geeft gaat deze persoon dood door de klonteringsreactie.

    -Een ander fenomeen = je kan bij AB0 niet even 1 keer ‘proberen’. Bij de andere bloedgroepen kan je 1 keer fout doen, dan gaat een lichaam antistoffen maken en dan de volgende keer is het pas echt een probleem (zoals bij de normale immunologie). Maar bij AB0 heb je gewoon die antistoffen al. Hoe kom je hieraan? Maternaal --> nee. De AB0 antistoffen kan je niet echt van de moeder krijgen want IgM kan niet over de placenta. Maar in je eerste levensjaar komen E-coli’s in je darm die antigenen bij zich dragen die lijken op bloedgroep A, B of 0 en het lichaam gaat als reactie daarop antistoffen maken. Je kunt dus NIET: experimenteren met bloed bij deze bloedgroep.

    -A en B antigenen zijn in grote aantallen aanwezig op membraan erythrocyt --> heftige reactie. Behalve bij pasgeborene!!

    -Anti A en B zijn zeer actief over een breed temperatuurbereik

    -Anti A en B zetten complement aan waardoor je ook nog meer hemolyse krijgt. 
  • 2 manieren om bloedgroep te bepalen:
    Welke manier mogelijk bij baby's?
    1. Je neemt een druppeltje bloed van iemand en voegt hier antistoffen aan toe. Als het gaat klonteren bij een bepaalde antistof, of als het niet gaat klonteren, dan weet welke bloedgroep het is. 

    2. Reverse grouping. Je neemt een druppeltje bloed, pakt hier alleen het plasma (met de antistoffen) van. Voegt dit toe aan bloed van bekende bloedgroepen en kijkt of het gaat klonteren. 

    Bij baby's is reverse grouping nog niet mogelijk omdat ze zelf nog geen/niet genoeg antistoffen hebben (komt in eerste levensjaar op gang door e. coli in de darm) .
  • Leg uit waarom een RhD positieve baby gevaarlijk is voor moeder die RhD negatief is. 
    Hoe voorkom je dit? 
    Wat als moeder al antistoffen heeft door eerdere immunisatie?
    Andere feitjes over RhD (waarom het zo 'beroemd' is)?
    Tijdens de zwangerschap
    Eerste kind geen probleem. Er gaat vanaf week 30 al heel kleine hoeveelheden bloed van kind naar moeder. Stel moeder neg en kind pos. Moeder gaat anti D maken. Dit kost 6-7 weken voordat de titer beetje hoog is. Dan is het kind er al uit (of bijna uit). No problem.


    Bij 2e kind zit moeder lekker hoog in de titer van anti-RhD. IgG over de placenta heen en gaat bloed kind afbreken.


    Voorkomen: moeder behandelen met humaan anti-RhD. Het is niet opeens dat dat niet over de placenta gaat. Het beschermt omdat iedere ery van de baby die over de placenta komt, ruimen deze antistoffen meteen op en zo heeft het immuunsysteem van moeder het niet door en kunnen er niet mega veel antistoffen worden gemaakt door moeder.


    Week 27 is er echt DNA te vinden van baby in moeders bloed. Op dit moment kunnen we kijken of kind pos of neg is. Dit wordt dus alleen gedaan bij moeders die zelf neg zijn. In week 30 anti D geven.


    Stel een vrouw heeft eigen antistoffen en kind is RhD pos. Je kan die antistoffen bij moeder er niet uithalen. Wat moet je dan doen? Je moet het kind heel erg goed in de gaten houden. Het kind zal nog geen last hebben van bili want moeder ruimt dit op. Het kind heeft wel last van een laag Hb. Hoe los je het op? Intra uteriene tranfusies. Doen ze alleen in Leiden. Je geeft bloed wat negatief is voor de antistoffen van moeder. Vaak maar 1-2 keer nodig om te doen. Na de bevalling: wisseltransfusies en bili laag krijgen door bijvoorbeeld lichttherapie.

    RHESUS D:
    -Het probleem met D is dat Rh-antigenen bij de geboorte al aanwezig zijn (vroege ontwikkeling). Maar als moeder een antigen tegen RhD heeft kan de moeder in week 12 al ongeveer bloed van de baby afbreken.
    -85% van de bevolking is RhD pos. DUS: een Rh neg vrouw heeft een grote kans een RhD pos man te vinden
    odus de kans dat het kind dan RhD pos is is groot.
    -Wat het grote probleem is, is dat het ontzettend immunogeen is. Een snufje bloed maakt al dat de pt antistoffen maakt. Heel veel van die andere 300 bloedgroepen zijn niet zo snel immunogeen. 80% van de neg maakt meteen anti D bij blootstelling. Daarom is dit belangrijk om mee rekening te houden.

    -RhD zijn IgG. Ze kunnen geen acute klontering veroorzaken. De boel is dus wat minder ernstig. Ze kunnen ook geen complement binden. Maar: als de ery’s beladen is met antistoffen denkt de milt we gaan die ery’s afbreken. Dus de ery’s worden zeker afgebroken, maar iets minder acuut.

    -Klinisch belang: HTR = hemolytische tranfusie reactie = goed ziek van worden vooral bij veel comorbiditeit. Ook HZP = hemolytische ziekte van de pasgeborene (al vanaf week 12 dus).
  • Wat heb je nodig om bloed aan te vragen zonder kruisproef?
    Wanneer kruisproef doen ?
    -       2 keer een bloedgroep bepaald in 2 onafhankelijk afgenomen monsters. Officieel bepaald.


    -Antistofscreening moet negatief zijn.


    Je mag nu bloed uitgeven zonder kruisproef. Je mag nu 72 uur lang bloed geven. Kruisen is natuurlijk het best, maar soms kan je patiënten verliezen omdat je dan te traag bent (30 min duurt dat minimaal). 

    Stel je hebt dit niet maar hebt toch snel bloed nodig: geef 0 en RhD neg.

    Wanneer kruisen? Als mensen irregulaire antistoffen hebben. Het risico is dat we weten dat mensen die irregulaire antistoffen hebben antistoffen kunnen mkaen. De kans dat ze dus iets gaan maken tegen 1 van die bloedgroepen waar we niet op screening, steeds groter wordt. De enige manier om dit eruit te kunnen vissen en is te kruisen met echt het donorbloed. Je moet dus onthouden: dat als iemand irregulaire antistoffen heeft dat het gezeik is. Elke 72 uur moet er opnieuw een kruisbloed worden getest omdat deze mensen een soort ‘aanleg’ hebben om antistoffen te maken. De kans dat iemand irregulaire antistoffen heeft is klein bij een man van 22. Als er iemand van 80 binnenkomt met 2 operaties in de VG en 6 kinderen dan is de kans groter.
  • Overwegingen bij geneesmiddelen in de zwangerschap:
    - Ernst van het ziektebeeld = sommige ziektebeelden moeten behandeld worden, bv als de aandoening zelf teratogeen is. Bv auto-immuun, diabetes

    - Termijn van de zwangerschap = 1e termijn organogenese, 2e en 3e groei en uitrijping. ACE-remmers zijn in 1e trimester veilig, daarna niet. NSAIDs zijn gevaarlijke vanaf 26-28 weken --> leiden tot voortijdig sluiten ductus arteriosus (vruchtdood). 

    - Dosis en de duur van de behandeling. 

    - Ervaring met het geneesmiddel (studies)

    - Zijn er alternatieven

    - Systemische belasting/toedieningsweg (kan het ook lokaal worden toegedient)

    - Transfer over de placenta (passief middel diffusie of actief door monoclonale antilichamen)
  • Veranderde kinetiek tijdens de zwangerschap:
    - Vertraagde maaglediging en motaliteit minder
    - pH maag verhoogd (basisch)
    - Lagere albuminespiegels waar geneesmiddelen aan binden
    - Bloedvolume en cardiac output is verhoogd 
    - Leverenzymactiviteit:
    * CYP3A4 hoger (metabolisme metoprolol)
    * CYP1A2 lager (metabolisme paracetamol, cafeine)
  • Waarom GEEN ACE-remmer tijdens zwangerschap
    Vooral in het 2e en 3e trimester kunnen ACE-remmers voor nierinsufficientie zorgen bij de foetus --> oligohydramnion --> klompvoeten, kleine schedel, longen kunnen niet goed rijpen (hypoplasie). Dus gewoon GEEN ACE-remmers tijdens de gehele zwangerschap
  • Waarom zijn NSAIDs een contra-indicatie na 28 weken zwangerschap?
    Zorgen voor een vroegtijdige sluiten van de ductus arteriosus = enorme druk op longweefsel = beschadiging long + hart moet veel harder werken. Dus contra-indicatie. Ook is het trouwens slecht voor foetus nierfunctie.
  • Objectiveren van de dosis die in borstvoeding komt van medicatie: wat gebruik je hiervoor en wanneer zijn er geen effecten te verwachten?
    Relatieve kind dosis --> dosis van medicijn dat wordt teruggevonden in de moedermelk en dus dosis wat het kind krijgt. Wordt berekend via de melk-plasma-ratio. Als het kind minder dan 10% krijgt, zijn er geen effecten te verwachten.
  • 3 groepen in maternale sterfte:
    1. Direct = ten gevolge zwangerschap
    2. Indirect = ten gevolge fysiologische effecten van de zwangerschap op bestaande ziekten
    3. Late sterfte = tussen 6 weken en 1 jaar na beeindiging zwangerschap
  • Zwangerschapshypertensie/pre-eclampsie:
    - Wat is een normale bloeddruk bij zwangeren?
    - Definitie zwangerschapshypertensie
    - Definitie pre-eclampsie
    - Wanneer vroege pre-eclampsie
    - Wanneer hersenbloedingsrisico
    - Aanvullend onderzoek
    - Symptomen  
    - Oorzaak 
    - Eerste problemen te zien bij..
    - Hoe zien de kinderen eruit?
    - Waar ga je aan dood bij een eclampsie?
    - Behandeling milde (en de waardes) zwangerschapshypertensie
    - Behandeling ernstige (en de waardes) zwangerschapshypertensie
    - Behandeling pre-eclampsie
    - HELLP syndroom en behandeling:
    Normale bloeddruk: 110/80

    Zwangerschapshypertensie: Indien 2 keer de systole >140 en diastole >90 mmHg bij 20 weken zwangerschapsduur bij een vrouw die voorheen geen hypertensie had. De bloeddruk hoort 3 maanden na de bevalling weer normaal te zijn, anders chronische component. 

    Pre-eclampsie: zwangerschapshypertensie met proteinurie (meerdan 300 mg eiwit in de urine per 24 uur)/orgaanfunctiestoornissen. 

    Vroege pre-eclampsie: als deze ontstaat VOOR 34 weken AD.  Belangrijk feitje: als je een vroege zwangerschapsvergiftiging hebt gehad is de kans dat je dat weer krijgt = 25%.

    Hersenbloedingsrisico bij: >160/110

    Aanvullend onderzoek:
    oProteïnurie. 0,3 gram in 24 uur. Je meet dit door de verhouding van eiwit en creatinine. Als dit positief is dan is er sprake van pre-eclampsie. Bij 28 weken is dit heel vroeg om te hebben.
    o Lab aanvragen. Tox-lab = Hb, trombocyten (want een complicatie van pre-eclampsie is het HELLP syndroom), asat, alat (want HELPP), creat, urinezuur.

    Symptomen
    - Insulten
    - Oedemen (peri-orbitaal,full moon face, enkel)
    - Eiwit in de urine    
    - Rusteloosheid
    - Sterretjes (visusstoornis)
    - Hoofdpijn
    - Buikpijn in de bovenbuik (hepatisch)

    Oorzaak: Het probleem ligt in de placenta. De vaten in de placenta gaan te veel in vasoconstrictie. Meestal sprake van een slechte ingroei van vaten van de placenta. Hier weten we nog heel weinig van.

    Heel wisselend in de zwangerschap wanneer er dan problemen gaan beginnen.Bij een normale zwangerschap gaat rond 8-32 weken de bloeddruk een beetje omlaag. Dit is omdat je vasodilatatie wil van het vaatbed. Vrouwen met slechte placentatie die hebben die bloeddruk dip niet. Hier kan je het al aan zien.

    Als je placenta zo vroeg al zo slecht is krijg je natuurlijk ook wel een kleiner kind. Hoe zien die kinderen eruit? Brain-sparing. Relatief normale omtrek en gewicht van het hoofd, maar de buik wordt kleiner en smaller (glycogeen voorraden in de lever is op). IUGR = intra-uteriene groei retardatie. Een placentaprobleem geeft dus bij moeder zwangerschapsvergifiting en bij kinderen IUGR.

    Je gaat niet dood aan de convulsie, maar aan de hersenbloeding.

    Behandeling: 
    - Milde zwangerschapshypertensie = Tussen de 140-160 sys en 100-110 dias: geef oraal methyldopa, lebatalol, nicardipine 
    - Ernstige zwangerschapshypertensie = >160 sys, >110 dias: iv lebatalol en nicardipine
     
    !Pas op voor te snelle daling van de bloeddruk want dit kan tot foetale hypotensie en daardoor intra-uteriene vruchtdood leiden!

    !Meestal zijn de echte insulten in het kraambed post-partum bij pre-eclampsie vrouwen, dus medicatie doorgeven nog 48 uur. Dit snappen we eigenlijk niet goed want de placenta is er dan al uit. 

    Pre-eclampsie: 
    - Doorverwijzen gyn
    - Labetolol (bloeddruk omlaag)
    - Magnesiumsulfaat (convulsies verminderen, hersenbloeding verminderen)
    - BEVALLEN EN PLACENTA VERWIJDEREN (denk aan bethametason)

    HELLP:
    Hemolysis Elevated Liver Enzymes and Low Platelets. Behandeling: prednison, dat helpt. Je kan ook bloedplaatjes geven. Maar, werkt maar een uurtje want de milt haalt de bloedplaatjes weg.

    Lange termijn: later kans op hart&vaat ziekte
  • Longrijping bij prematuren:
    - Hoe lang bevalling uitstellen?
    - Welk medicijn?
    - Toediening?
    - Dit medicijn wordt nooit eerder dan ..... gegeven, want hier ligt de grens van levensvatbaarheid
    - Een prematuur moet minimaal .... gram wegen voor actieve behandeling.
    - Voor welke 2 andere aandoeningen verbeterd het de prognose
    48 uur
    Bethamethason
    2 injecties in 24 uur
    Nooit eerder dan 23+5 weken = grens van levensvatbaarheid
    Voor actieve behandeling van een prematuur wordt de grens van 500 gram aangehouden

    NEC en IVH
  • Noem 4 onderdelen van preventieve maatregelen bij vroeggeboorte in de VG met een nieuwe zwangerschap:
    1. Progesteron (myometrium relaxatie)
    2. Cervixlengte metingen tussen de 16 en 24 weken AD
    3. Cerclage indien cervixlengte <25 mm
    4. Screening op bacteriele vaginose  
    5. Screening op asymptomatische bacteriurie
  • 3 soorten medicamenten die je geeft bij vroeggeboorte:
    1. Corticosteroiden injecties bethamethason--> vermindert de kans op IRDS, NEC en IVH
    2. Magnesium sulfaat iv --> neuroprotectief tegen cerebral palsy
    3. Tocolyse = weeenremming, voornamelijk voor inwerken cortico en verplaatsen naar centrum met NICU 
    - Oxytocinereceptorantagonisten --> blokkeren intracell calcium stijging en daardoor relaxatie myometrium--> veel gebruikt in nl
    - Prostaglandinesynthese remmers
    - Betasympaticomimetica --> bijna nooit gebruikt in NL
    - Calciumkanaalblokkers --> veel gebruikt in nl
  • Vroeggeboorte definitie
    Voor 37 weken en na 22 weken
  • Welke 2 patienten ga je ter preventie van vroeggeboorte extra progesteron geven?
    1. patienten met in de vg een vroeggeboorte
    2. korte cervix
  • Fluxus
    - Definitie: 
    - Na hoeveel liter gaat een vrouw in shock?
    - 4 hoofdredenen hoe fluxus kan ontstaan (4 T's)?
    - Risicofactoren fluxus:
    - Behandeling
    Fluxus: symptomatische hypovolumie meer dan een liter bloedverlies.

    Na 1,5 L bloedverlies gaat een vrouw in shock!

    Wegen van matjes waar bloed in zit.

    De 4 T's:
    1. TONUS
    Atonie van de uterus.Geen goede contracties van de baarmoeder na de baring, zodat de bloedvaten stoppen met bloeden (spiraalarterien). Dus de placenta alles is er al uit maar de uterus trekt niet samen. Dit kan bij een overrekte spier (macrosomie, meerlingen, inflammatie, langdurige bevalling, multipari door uitgezette uterus, volle blaas)

    2. TISSUE
    Als de placenta na de bevalling achterblijft kan de uterus minder goed contraheren om het wondbed te stelpen. De placenta moet er na een half uur uit zijn.

    3. TRAUMA
    Voorbeeld: uterusruptuur (dus niet meer goed samentrekken). 

    4. TROMBINE
    Aangeboren stollingsafwijkingen (vWF, hemofilie). 


    Risicofactoren voor fluxus:

    -       Fluxus in de voorgeschiedenis
    -       Grote buik door meerlingen of macrosomie
    -       Kans op fluxus wordt iedere zwangerschap ook wat meer (kans op atonie wordt groter)
    -       Langdurige bevalling. De baarmoeder is bij een hele lange bevalling ook gewoon moe. Dan is de kans op atonie groter.

    -       Epiduraal

    oNa hoeveel minuten/uren komt de placenta? Grootste deel na een kwartier. Na een half uur zijn alle placenta’s er al uit.

    Behandeling retentio placentea:
    - Bolus oxytocine om te zorgen dat de uterus gaat contraheren
    - Controlled cord tention (bimanueel)
    - Naar de OK placenta manueel verwijderen, in extreme gevallen hysterectomie

    Behandeling fluxus zonder retentio:
    - Uterus massage om de uterusspier op gang te masseren
    - Oxytocine om uterusspier op gang te krijgen
    - Katheter plaatsen want volle blaas
    - Tijdens OK doe je alles om de bloeding te stelpen: coilen door interventieradioloog, embolisatie, etc. 



    !!!!! Iedereen wat oxytocine geven. Actief nageboortetijd. De vpk geeft standaard een shotje oxytocine. Om te forceren dat die placenta eruit komt.


                 
  • Longembolie: waarom meer kans in de zwangerschap?
    Wat is een andere zeldzame erop lijkende aandoening tijdens de zwangerschao?
    Longembolieën: dit ontstaat bij een zwangerschap sneller omdat de moeder een verhoogde stollingsneiging heeft.
    -Ook bestaat vruchtwaterembolie: een mysterieus ziektebeeld. Komt heel weinig voor. Een komt wat vruchtwater in je bloedbaan en dit geeft orgaanfalen en eenzelfde beeld als longembolie in de longen. Heel zeldzaam. 
  • Kraamvrouwenkoorts:
    - Verwekker
    Streptokokken A
  • Wat is het percentage keizersnedenin Nederland?
    25%
  • Wat is het nadeel van keizersneden voor de vrouw? Behalve de normale operatierisico’s. 
    Het nadeel zit hem in de volgende zwangerschap. De placenta kan dan door het litteken heen groeien. Placenta percreta. Dit kan ook zonder litteken, maar die kans is 1 op een miljoen, maar als iemand een litteken heeft is dit een zwakke plek en kan de placenta erdoor heen groeien. Als dit gebeurd moet de baarmoeder eruit dus iemand kan daarna nooit meer zwanger worden.
  • Wat is het gevaar van type 1 diabetes voor moeder in eerste trimester? 
    Wat is het gevaar in de latere trimesters?
    Hypo’s die niet meer goed aangevoeld kunnen worden. Later in de zwangerschap juist meer kans op hypers. Heel grote uitdaging om het zo goed mogelijk in te stellen. 
  • Diabetes gravidarum (DG):
    - Voorkomen
    - Life time risico
    - Hoe test je het?
    - Behandeling     
    - Noem 3 complicaties
    Diabetes gravidarum: komt meer voor bij mediterrane vrouwen, obese vrouwen, Aziatische vrouwen. Ook een soort stress test principe. De DG zakt meestal weer weg, maar je life time risico op DMII is wel hoog.

    Hoe test je DG in de zwangerschap? Nuchtere glucose vingerprik. Als je dan een hele hoge vindt dan is het waarschijnlijk dat je al een type 1 was zonder het te weten. Als het een twijfelgeval is: orale glucosetolerantie test. Als je merkt dat mensen hun suiker dan niet goed wegkrijgen hebben ze DG.

    Behandeling: dieet of metformine
    oIn ernstige gevallen insuline


    Wat is het probleem voor het kind?
    -Macrosomie (groot kind) à moeilijke bevalling (schouder)
    -Vruchtdoden is ook een risico. Dit gebeurt heel plotseling. Daarom altijd inleiding bij 37 weken.
    -Onrijpe placenta (snappen niet goed waarom dat is)
  • 2 momenten dat je een echo doet?
    10 weken voor CRL
    20 weken voor SEO (structureel echografisch onderzoek)

    Allebei optioneel
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Kinkhoest-bloedbeeld-Diagnostiek-welke verwekker?-heo werkt het-presentatie-complicatie-behandeling-vaccinatie leeftijd- groei pasgeborenen-voeding -vitamine D
-Bloedbeeld: leukocytose en absolute lymfocytose
-D/PCR, kweek, serologie (ouder kinderen)
-Bordetella

-produceert toxine LPF? En daardoor specifiek bloedbeeld
- komen niet meer uit hoesten, eindigt met gierende inademing
-3 stadia : eerst verkouden daarna met hoesten , daarna nog lang hoesten
-whooping cough, geen koorts
HOESTEN hoesten hoesten, inademen etc
verschil laryngitis subgl : inspiratoire stridor en koorts en ziek
-compli: bradycardie en apneu ( daarom opname)
maar ook: convulsies, pneumonie, encephalopathie
ind praktijk opname indien <6 mnd
-behandeling: in principe heb AB geen zin maar als je wel gaat behandelen dan kan je azytromycine geven: dit helpt de besmettelijkheid verminderen
- vaccinatie leeftijd 2 maanden
- groei: 150 gr per week groeien. = 600 gr per maand
gewicht= 4+ (lft in maanden/2)
-voeding= 150 ml per kilo per dag 
-viatmine K zit in flesvoeding
als je borstvoeding krijgt dan heb je vit k en d nodig
als je flesvoeding krijgt dan allen vitamine D
Zuigeling met apneu oorzaak
RS ( herfst winter) of Kinkhoest
Breath holding spell
Vanaf 6 mnd kids zoo emotie : driftig overstuur adem inhouden en bewusteloos
Wat is het syndroom van sandifer
Hoofd/ nek scheef houden om te voorkomen dat zuur terugstroomt  naar de mond
Tetralogie van fallot presentatie
Blauw met drinken
ALTE en BRUE meest voorkomende aandoening

1. Maag-darm= gastro-oesophageale reflux of verslikking
2. Infectie = lage luchtweginfectie
Lange termijn pompli's van vroeggeboorte
-BPD
-Cerebral palsy
-ROP (prematuren retinopathie)
-doofheid 
-blindheid
Vroeggeboorte definitie
Voor 37 weken en na 22 weken
Ehlers-danlosssyndroom-gen?-wat?-symptomen?-adviezen
-COL3A1genmutatie
- een erfelijke aandoening waarbij de bindweefsels ongewoon rekbaar en meegevend zijn--> sterk verhoogde kans op dissecties en rupturen van middelgrote arteries en op rupturen van holle organen
gemiddelde levensverwachting 48 jr
-doorschijnende huis, hypermobiliteit, klompvoet, heupdysplasie, dunne lippen, smalle neus, diepliggende ogen, spataderen, pneumothorax
-adviezen:
contactsport vermijden
melden bij zh bij acute pijn
sos armbandje
jaarlijkse MRa total body
controle andere rf/behandeling met celiprolol
niet noodzakelijke operaties vermijden
intensieve begeleiding rondom zwangerschap
Marfan syndroom -wat met cardio?
Aortaworteldilatatie