Summary Class notes - Blok V - chr patient

Course
- Blok V - chr patient
- .
- 2017 - 2018
- Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen locatie Nijmegen, Nijmegen)
- Physician Assistant
281 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Blok V - chr patient

  • 1503784800 1.1

  • 1. Waaruit bestaat het lymfatisch systeem en wat is de functie? + 2. welke organen betrokken

    Vaten
    Vloeistof
    Lymfocyten
    Lymfoide weefsels en organen (lymfknopen, thymus, milt, beenmerg)

    Functie lymfatisch systeem:
    1. productie, onderhoud en transport lymfocyten
    2. terugkeer van vloeistoffen en opgeloste deeltjes van perifere weefsels naar het bloed
    3. transport van hormonen, voedingstoffen en afvalstoffen vanuit plaats van opname in weefsel naar het bloed.

    - sommige stoffen die de bloedsomloop niet rechtstreeks binnen kunnen komen worden via lymfevaten naar venen vervoerd
    - meeste vetten die door spijsverteringskanaal opgenomen worden niet via capillairen in bloed opgenomen maar via transport door lymfevaten.
          
    Functie lymfocyt:
    -
    worden gevormd en opgeslagen in lymfoide organen (milt thymus, beenmerg)
    - beschermen tegen ziekten en infecties
    - reageren op:
    *binnendringende ziekte verwekkers (bv bacteriën of virussen)
    *afwijkende lichaamscellen (bv met virus geinfecteerde cellen of tumorcellen)
    * vreemde eiwitten (bv gifstoffen die door sommige bacteriën gevormd worden)
    - lymfocyten proberen via combinatie van fysische en chemische effecten te elimineren en onschadelijk te maken.
    - Door afweer reactie te starten = specifieke verdediging = immuunreactie
  • Casus
    Een 23-jarige bakker heeft sinds één jaar afwijkingen aan zijn handen: op de handruggen en de zijkanten van de vingers. De huid jeukt, is rood, schilfert iets en is wat dik en onregelmatig van oppervlak.
    Hij heeft duidelijk de indruk dat het werk de klachten verergert. Aan het eind van de week is het namelijk het ergst en als hij met vakantie is, gaat het duidelijk beter.
    Hij verricht het traditionele brood- en banketbakkerswerk. Dit brengt hem in contact met talrijke producten van plantaardige en dierlijke oorsprong variërend van melk, meel, meelverbeteraars, enzymen tot smaakstoffen en kruiden. Daarnaast is de huid van de handen door de aard van het werk warm en vochtig, bovendien worden de handen vaak gewassen, al dan niet met zeep. En tot slot moet er ook nog schoongemaakt worden, waardoor de huid in contact komt met water en detergentia. De bakker heeft gemerkt dat werken met citroenen en sinaasappels branderigheid en roodheid veroorzaakt.
    De laatste maanden waren de afwijkingen zodanig dat hij zich zorgen begon te maken en naar de huisarts ging. Deze stelde de diagnose ‘eczeem’ en gaf hem een corticosteroïdhoudende zalf. De klachten namen af, maar gaan niet echt over; hij moet blijven smeren. De huisarts besluit hem door te sturen naar een dermatoloog voor nader onderzoek en therapieadvies.
    Aan het eind van het onderzoek door de dermatoloog blijkt dat de bakker geen (contact)allergie heeft. De oorzaak van het handeczeem wordt dus niet gezocht in een (contact)allergie, zoals bijvoorbeeld voor kaneel, maar in chronische irritatie van de huid. De irritatie wordt veroorzaakt door dagelijks contact met stoffen en omstandigheden waarbij de huid van de handen voortdurend licht beschadigd wordt. Hierdoor ontstaat op den duur eczeem (ortho-ergisch of irritatief contacteczeem). Contacten zoals met water en zeep, (warm) deeg, enzymen en (ontvettend) citroensap beschadigen de huid iedere dag een beetje en induceren een ontstekingsreactie: eczeem.
  • 3. Welke verschillende lymfocyten zijn er en wat is hun functie?
    Lymfocyten vormen ongeveer 25% van de witte bloedcellen in de bloedsomloop. Grootste deel van de lymfocyten ( circa 1 triljoen) bevinden zich in lymfoide organen en weefsels 

    T-cellen
    B-Cellen
    NK-cellen
    NKT-cellen

    T-cellen afweercellen, onderdeel van de specifieke cellulaire afweer. Ze zijn specifiek, want elke T-cel kan reageren op een specifiek vreemd oppervlak-epitoop dat wordt aangeboden door antigeen-presenterende cellen, APC's. Het antigeen wordt dan op de celmembraan van een APC aangeboden als antigeen/MHC complex.
    T-cellen kunnen worden onderverdeeld in vier hoofdgroepen:
    -T-helpercel (CD4+ Cel)
    -Cytotoxische T-cel (CD8+ Cel)
    -T-remmercel (CD4+ Cel)

    - T-geheugencel  

    .
  • Opdracht
    1. Waaruit bestaat het lymfatisch systeem en wat is de functie?
    2. Welke organen zijn betrokken, beschrijf hun werking.
    3. Welke verschillende lymfocyten zijn er en wat is hun functie?
    4. De afweer tegen pathogenen kunt u verdelen in een specifieke en een non-specifieke verdediging. Beschrijf de werking van beide soorten verdedigingsmechanismen. Welke cellen/stoffen zijn hierbij betrokken?
    5. Leg globaal uit wat de volgende stoornissen te maken hebben met het immuunsysteem:
    • a. Allergieën, denk hierbij bijvoorbeeld ook aan hooikoorts.
    • b. Auto-immuunziekten
    • c. Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een HIV-infectie?
    6. Allergische reacties kunnen in vier typen worden verdeeld. Welke typen zijn dit?
    Wat is per type het werkingsmechanisme?
    7. Wat wordt bedoeld met immuungecompromitteerde patiënten?
    8. Wat voor klinische consequenties heeft het wanneer een patiënt immuungecompromitteerd is?
  • 3. verschillende lymfocyten
    B-cellen zijn lymfocyten die een belangrijke rol spelen in het humorale immuunsysteem. De letter B staat voor de Bursa van Fabricius, een orgaan dat uitsluitend in vogels voorkomt en waarin B-cellen uitrijpen. <- bij mensen uit Beenmerg. Het menselijk lichaam produceert talloze verschillende types van B-cellen; ze zijn uiterlijk gelijk, maar elk type heeft een unieke B-cel-receptor op haar membraan dat maar aan één specifiek antigeen bindt. Normaal gesproken circuleren er miljoenen B-cellen door de bloedsomloop en het lymfestelsel van het menselijk lichaam maar ze produceren niet altijd antistoffen. Er zijn van iedere specifieke cellijn (alle B-cellen die voor hetzelfde antistof coderen) twee soorten B-cellen:
    -        Plasmacellen zijn getransformeerde B-cellen die actief de antistoffen aanmaken waar ze voor geprogrammeerd zijn, de immunoglobulines, die meehelpen bij de vernietiging van antigenen door zich aan hen te binden zodat ze een makkelijker doelwit vormen voor fagocyten. Plasmacellen ontstaan uit B-cellen na activatie door een T-helpercel (klasse 2).
  • Lymfatisch systeem
  • 3. soorten lymfocyten
    -  B-geheugencellen worden tijdens de primaire immuunrespons geproduceerd en blijven daarna zeer lange tijd in rustende toestand in leven, zodat ze snel kunnen reageren (door zich te vermenigvuldigen en zich te transformeren tot plasmacellen) bij een tweede blootstelling aan hetzelfde antigeen.
    Humorale immuniteit (dat deel van de afweer dat uiteindelijk leidt tot de productie van antistoffen) wordt mede gekenmerkt door B-celactivatie; deze celactivatie kan gemeten worden door middel van de ELISPOT-techniek, waarmee het percentage aan B-cellen bepaald kan worden dat een specifiek immunoglobuline uitscheidt.



    B-cellen worden immuunhistochemisch gekenmerkt door de aanwezigheid van het antigeen CD20 op het celmembraan
  • 1+2. Waaruit bestaat het lymfatisch systeem, wat is de functie + welke organen betrokken?
    Vaten
    Vloeistof
    Lymfocyten
    Lymfoide weefsels en organen (lymfknopen, thymus, milt, beenmerg)

    Functie lymfatisch systeem:
    1. productie, onderhoud en transport lymfocyten
    2. terugkeer van vloeistoffen en opgeloste deeltjes van perifere weefsels naar het bloed
    3. transport van hormonen, voedingstoffen en afvalstoffen vanuit plaats van opname in weefsel naar het bloed.
    - sommige stoffen die de bloedsomloop niet rechtstreeks binnen kunnen komen worden via lymfevaten naar venen vervoerd
    - meeste vetten die door spijsverteringskanaal opgenomen worden niet via capillairen in bloed opgenomen maar via transport door lymfevaten.
         
    Functie lymfocyt:
    -
    worden gevormd en opgeslagen in lymfoide organen (milt thymus, beenmerg)
    - beschermen tegen ziekten en infecties
    - reageren op:
    • binnendringende ziekte verwekkers (bv bacteriën of virussen)
    • afwijkende lichaamscellen (bv met virus geinfecteerde cellen of tumorcellen)
    • vreemde eiwitten (bv gifstoffen die door sommige bacteriën gevormd worden)
    - lymfocyten proberen via combinatie van fysische en chemische effecten te elimineren en onschadelijk te maken.
    - Door afweer reactie te starten = specifieke verdediging = immuunreactie
  • 3. lymfocyten..
    NaturalkillercellenofwelNK-cellen zijn grotelymfocytendie behoren tot het niet-specifieke immuunsysteem en die een rol spelen bij celdoding en uitscheiding vancytokinendie worden gebruikt tegenpathogenen.


    Natural Killer T-cellenofNKT-cellen zijnlymfocytendie kenmerken van zowelT-cellenalsNK-cellenvertonen. De eerste cellen die werden aangemerkt als NKT-cellen zijn T-cellen in muizen die hetmolecuulNK1.1 (NK1.1+; ofCD161in mensen) aan hun celmembraan totexpressiebrengen.[1] Niet alle muizenrassen hebben echter cellen die NK1.1 tot expressie brengen, hoewel zij wel beschikken over vergelijkbare NKT-cellen. Tegenwoordig worden diverse andere celtypes aangeduid als NKT-cellen, waarbij de oorspronkelijke NK1.1+ T-cellen over meerdere categorieën verspreid zijn, die als volgt worden onderverdeeld:
  • Bloedcellen
  • 6. Allergische reacties kunnen in vier typen worden verdeeld. Welke typen zijn dit? Wat is per type het werkingsmechanisme?
    zie bijlage
  • 3. Welke verschillende lymfocyten zijn er en wat is hun functie?
    Lymfocyten vormen ongeveer 25% van de witte bloedcellen in de bloedsomloop. Grootste deel van de lymfocyten (circa 1 triljoen) bevinden zich in lymfoide organen en weefsels
    • T-cellen (Thymus-dependent)
    • B-Cellen (Bone marrow-derived)
    • NK-cellen (Natural Killer)
    • NKT-cellen

    T-cellen afweercellen, onderdeel van de specifieke cellulaire afweer. Ze zijn specifiek, want elke T-cel kan reageren op een specifiek vreemd oppervlak-epitoop dat wordt aangeboden door antigeen-presenterende cellen, APC's. Het antigeen wordt dan op de celmembraan van een APC aangeboden als antigeen/MHC complex.
    T-cellen kunnen worden onderverdeeld in 4 hoofdgroepen:
    • T-helpercel (CD4+ Cel)
    • Cytotoxische T-cel (CD8+ Cel)
    • T-remmercel (CD4+ Cel)
    • T-geheugencel
  • 6 allergische reacties

    zie bijlage
  • 3. Verschillende lymfocyten en hun functie
    - B-cellen: lymfocyten die een belangrijke rol spelen in het humorale immuunsysteem. Uit Beenmerg. Het menselijk lichaam produceert talloze verschillende types van B-cellen; ze zijn uiterlijk gelijk, maar elk type heeft een unieke B-cel-receptor op haar membraan dat maar aan één specifiek antigeen bindt. Normaal gesproken circuleren er miljoenen B-cellen door de bloedsomloop en het lymfestelsel van het menselijk lichaam maar ze produceren niet altijd antistoffen. Er zijn van iedere specifieke cellijn (alle B-cellen die voor hetzelfde antistof coderen) 2 soorten B-cellen:
    • Plasmacellen: getransformeerde B-cellen (ontstaan uit B-cellen na activatie door een T-helpercel (klasse 2)) die actief antistoffen aanmaken waarvoor ze geprogrammeerd zijn → immunoglobulines: helpen mee bij de vernietiging van antigenen door zich aan hen te binden zodat ze een makkelijker doelwit vormen voor fagocyten. Plasmacellen
    • B-geheugencellen: worden tijdens de primaire immuunrespons geproduceerd en blijven daarna zeer lange tijd in rustende toestand in leven, zodat ze snel kunnen reageren (door zich te vermenigvuldigen en zich te transformeren tot plasmacellen) bij een tweede blootstelling aan hetzelfde antigeen.
    Humorale immuniteit (dat deel van de afweer dat uiteindelijk leidt tot de productie van antistoffen) wordt mede gekenmerkt door B-celactivatie; deze celactivatie kan gemeten worden door middel van de ELISPOT-techniek, waarmee het percentage aan B-cellen bepaald kan worden dat een specifiek immunoglobuline uitscheidt.

    B-cellen worden immuunhistochemisch gekenmerkt door de aanwezigheid van het antigeen CD20 op het celmembraan
  • 7. Wat wordt bedoeld met immuungecompromitteerde patiënten?
    ·patiënten met aangeboren immuundeficiënties;
    ·patiënten met een langer bestaande neutropenie;
    ·patiënten met een hiv-infectie en een laag CD4-aantal (< 200);
    ·patiënten na een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie;
    ·patiënten die afweerremmende medicatie ontvangen,
    bijvoorbeeld na een orgaantransplantatie, IBD
  • Lymfocyten
  • 8. Wat voor klinische consequenties heeft het wanneer een patiënt immuungecompromitteerd is?

    grotere kans op oppertunistische infecties. en sommige kankers???
  • Origine en verdeling van lymfocyten
  • 4. De afweer tegen pathogenen kunt u verdelen in een specifieke en een non-specifieke verdediging. Beschrijf de werking van beide soorten verdedigingsmechanismen. Welke cellen/stoffen zijn hierbij betrokken?

    Zie ook blz 145 compendium 4 - immunologie

    Zie afbeelding

    Non-specifieke verdediging:
    - niet uitsluitend tegen 1 micro organisme gericht   
    - Geen geheugen functie
    - treden onmiddellijk op omdat de effectorcellen  en eiwitten (ao. fagocyten) reeds aanwezig zijn
    - deze verdedigingsmechanismen zijn fysieke surveillance dmv de NK-cellen, interferonen (cytokinen), het complementsysteem, ontsteking en koorts. 

    Specifieke afweer:
    https://biologielessen.nl/index.php/dna-25/758-specifieke-afweer
  • 3. vervolg lymfocyten
    - Natural killercellen (lNK-cellen): zijn grote lymfocyten die behoren tot het niet-specifieke immuunsysteem en die een rol spelen bij celdoding en uitscheiding vancytokinendie worden gebruikt tegenpathogenen.
    - Natural Killer T-cellen (NKT-cellen): zijn lymfocyten die kenmerken van zowel T-cellen als NK-cellen vertonen. De eerste cellen die werden aangemerkt als NKT-cellen zijn T-cellen in muizen die hetmolecuulNK1.1 (NK1.1+; ofCD161 in mensen) aan hun celmembraan tot expressie brengen. Niet alle muizenrassen hebben echter cellen die NK1.1 tot expressie brengen, hoewel zij wel beschikken over vergelijkbare NKT-cellen. Tegenwoordig worden diverse andere celtypes aangeduid als NKT-cellen, waarbij de oorspronkelijke NK1.1+ T-cellen over meerdere categorieën verspreid zijn, die als volgt worden onderverdeeld:
  • 5. Leg globaal uit wat de volgende stoornissen te maken hebben met het immuunsysteem: a. Allergieën, denk hierbij bijvoorbeeld ook aan hooikoorts. b. Auto-immuunziekten c. Wat gebeurt er bijvoorbeeld bij een HIV-infectie?

    Allergie is een afweerreactie tegen niet-pathogene antigenen. (allergenen).  er zijn 4 typen:  Zie blz 149 compendium 4 tabel 8  . bekendste type 1 = anafylaxie.
    anafylaxie - heftigste IgE-gemedieerde reactie. Grote hoeveelheid histamine en cytokinen komen vrij <- vasodilatatie, circulotaire collaps em bronchoconstrictie. Niet snel behandeld kan dodelijk zijn.

    Auto-immuunziekten:  overactief immuunsysteem. Denk aan Asta, contactallergie, Reumatoide artritis, T-lymfocytdeficienties, b-lymfocytdeficienties, of combi.

    zie afbeelding   

    HIV- retrovirus die zich inbouwt in het genoom van de gastheer/vrouw. Leidt tot progressieve onderdrukking van immuumsysteem. en onbehandeld tot AIDS (acquired immunodef. syndrom).
    besmitting middels bloed bloed. -> inbouw HIV-RNA in genoom -> continue replica -> viral load -> CD4 + lymfocyten nemen af, -> cellulaire immunieit neemt af ->   oppertunistische infecties.
  • 4. De afweer tegen pathogenen kunt u verdelen in een specifieke en een non-specifieke verdediging. Beschrijf de werking van beide soorten verdedigingsmechanismen. Welke cellen/stoffen zijn hierbij betrokken?

    Non-specifieke verdediging:
    - niet uitsluitend tegen 1 micro organisme gericht
    - Geen geheugen functie
    - treden onmiddellijk op omdat de effectorcellen  en eiwitten (ao. fagocyten) reeds aanwezig zijn
    - deze verdedigingsmechanismen zijn fysieke surveillance dmv de NK-cellen, interferonen (cytokinen), het complementsysteem, ontsteking en koorts.

    Specifieke verdediging:
    https://biologielessen.nl/index.php/dna-25/758-specifieke-afweer
  • Non-specifieke verdediging:
    • Physical barriers: keep hazardous organisms and materials outside the body
    • Phagocytes: engulf pathogens and cell debris
    • Immune surveillance: is the destruction of abnormal cells by NK cells in peripheral tissues
    • Interferons: are chemical messengers that coordinate the defenses against viral infections
    • Complement: a system of circulating proteins that assist antibodies in the destruction of pathogens
    • Inflammation: a localized, tissue level response that tends to limit the spread of an injury of infection
    • Fever: an elevation of body temperature that accelerates tissue metabolism and body defenses
  • Specifieke verdediging
  • Summary of the immune response
  • Defense against bacterial and viral pathogens

    APC: Antigen-presenting cell, a cell that can "present" antigen in a form that T cells can recognize it. Among the APCs are B cells and cells of the monocyte lineage including macrophages
  • 5. Leg uit wat de volgende stoornissen te maken hebben met het immuunsysteem: a. Allergieën, denk hierbij bijvoorbeeld ook aan hooikoorts. b. Auto-immuunziekten c. Wat gebeurt er bijv bij een HIV-infectie?

    Allergie: een afweerreactie tegen niet-pathogene antigenen (allergenen).
    Er zijn 4 typen: 1) immediate hypersensitivity, 2) cytotoxic reactions, 3) immune complex disorders, 4) delayed hypersensitivity.
    Bekendste is type 1 = anafylaxie: heftigste IgE-gemedieerde reactie. Grote hoeveelheid histamine en cytokinen komen vrij → vasodilatatie, circulotaire collaps, bronchoconstrictie. → Behandeling met antihistamines, corticosteroides, epinephrine

    Auto-immuunziekten: Bijv astma, contactallergie, Reumatoide artritis, T-lymfocytdeficienties, b-lymfocytdeficienties, of combi.
    • auto-immuunziekten: ontstaan wanneer de immuunrespons normale lichaamscellen en weefsels aanvalt
    • immunodeficiëntieziekten: of het immuunsysteem faalt om normaal te ontwikkelen of de immuunrespons is geblokkeerd op een bepaalde manier.

    HIV: een retrovirus die zich inbouwt in het genoom van de gastheer. Leidt tot progressieve onderdrukking van immuumsysteem en onbehandeld tot AIDS (acquired immunodeficiency syndrome). Besmetting middels bloed -> inbouw HIV-RNA in genoom -> continue replica -> viral load -> CD4 + lymfocyten nemen af -> cellulaire immuniteit neemt af -> oppertunistische infecties.
  • 6. Allergische reacties kunnen in 4 typen worden verdeeld. Welke en wat is per type het werkingsmechanisme?
    1. IgE-gemedieerde allergie: bij deze vorm spelen o.a. mestcellen een belangrijke rol. Deze vorm is van het onmiddellijke reactie type. → Anafylaxie
    2. IgG-antistof gemedieerde allergie: ook wel cytotoxische allergie en wordt vaak gezien bij een allergie voor geneesmiddelen.
    3. Immuuncomplexen: een antigeen en IgG of IgM slaan in weefsels neer en daardoor treedt plaatselijk weefselbeschadiging en ontsteking op.
    4. T-lymfocyt gemedieerde allergie: bij deze vorm van allergie presenteren de klachten zich na 24-48 uur (late reactie)
  • 6. Allergische reacties
  • 7. Wat wordt bedoeld met immuungecompromitteerde patiënten?
    · patiënten met aangeboren immuundeficiënties;
    · patiënten met een langer bestaande neutropenie;
    · patiënten met een hiv-infectie en een laag CD4-aantal (< 200);
    · patiënten na een allogene hematopoëtische stamceltransplantatie;
    · patiënten die afweerremmende medicatie ontvangen, bijv na een orgaantransplantatie, IBD

    8. Wat voor consequenties heeft het wanneer een patiënt immuungecompromitteerd is?
    Grotere kans op opportunistische infecties en kans op het ontwikkelen van kanker
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.