Summary Class notes - BS

Course
- BS
- Sol
- 2019 - 2020
- UL
- LB
239 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - BS

  • 1564610400 Basisbegrippen (bestuursorgaan/belanghebbende/besluit)

  • Waarom is het begrip bestuursorgaan van belang?
    Omdat alleen bestuursorganen besluiten kunne nemen. Voor ‘andere handelingen’ zie art. 3:1 lid 2 Awb.
  • Wat is een a-orgaan?

    • 1:1 lid 1 sub a Awb;
    • Rechtspersonen ingesteld krachtens publiekrecht zijn gecodificeerd in art. 2:1 BW (de Staat, provincies, gemeenten, waterschappen, alsmede (...).
    • Andere lichamen kunnen slechts krachtens publiekrecht zijn ingesteld, indien een wet in formele zin rechtspersoonlijkheid verleent aan een lichaam. 
    • Personen of colleges met een zelfstandige taak of functie binnen een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn a-orgaan.

    Bijvoorbeeld: gemeenteraad, B&W, PS, GS, ministers
  • Wat is een b-orgaan?

    • art. 1:1 lid 1 sub b Awb;
    • Aan deze/dit ‘persoon of college’ is een publieke taak opgedragen. Ter uitoefening daarvan beschikt deze persoon of dit college over publiekrechtelijke bevoegdheden tot het nemen van besluiten.
    • Verkrijging van ‘openbaar gezag’:
      • Krachtens wettelijk voorschrift dat is terug te voeren op een wet in formele zin (bijv. directeur katholieke basisschool heeft openbaar gezag op grond van Leerplichtwet).
      • Krachtens een (gedelegeerde) publieke taak: de overheid legt de uitvoering van een overheidstaak neer bij (het bestuur van) een privaatrechtelijke rechtspersoon (bijv. een Fonds) die met overheidsgelden wordt bekostigd. Deze constructie komt vooral voor bij subsidies en uitkeringen.
  • Valleen alle handelingen van een b-orgaan onder de reikwijdte van de Awb?
    Neen, indien en voor zover het openbaar gezag uitoefent. Andere – niet daarop terug te voeren – handelingen die (het bestuur van) de rechtspersoon verricht, vallen niet onder de werking van de Awb, maar onder het BW.
  • Definitie belanghebbende?
    art. 1:2 lid 1 Awb, de term ‘rechtstreeks’ ziet op:
    • Natuurlijke personen:
      • direct-belanghebbende(n), de geadresseerde;
      • derde-belanghebbende(n), een (rechts)persoon die niet de geadresseerde is van het besluit, bijvoorbeeld de buurman van de aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen.
    • Bestuursorgaan (tbv wettelijk toebedeelde verantwoordelijkheid); en
    • Rechtspersoon (tbv algemene/collectieve belangen, zoals milieu‐ en natuurorganisaties)



  • derdebelanghebbende (O.P.E.R.A.)?
    1. 1:2 lid 1 Awb;
    2. Objectief en concreet bepaalbaar belang (geen louter emotioneel, principieel of psychisch belang);
    3. Persoonlijk en individueel belang (een voor betrokkene kenmerkend belang, dat zich onderscheidt van de amorfe massa);
    4. Eigen belang (opkomen voor belang v/e ander vereist machtiging);
    5. Rechtstreeks betrokken belang (beelang moet voldoende direct door het besluit zijn geraakt: causaal verband tussen besluit en getroffen belang.); en
    6. Actueel belang (geen toekomstig of onzeker belang).
  • Wanneer is een bestuursorgaan een belanghebbende?

    1. Art. 1:2 lid 2 Awb
    2. De aan een bestuursorgaan ‘toevertrouwde’ belangen worden als zijn belangen beschouwd;
    3. Het toevertrouwde belang moet blijken uit taken en bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan een bestuursorgaan zijn toegekend;
    4. Indien een bestuursorgaan taken en bevoegdheden heeft met betrekking tot een bepaald onderwerp, dan is het voor wat betreft dat onderwerp belanghebbende. 

    Voorbeeld: de staatssecretaris van het ministerie van OCW is belanghebbende bij het verlenen van een sloopvergunning door het college van B&W voor een monument in de zin van de Monumentenwet 1988 (zie ABRvS 12 september 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD3582).
  • Criterium 'feitelijke werkzaamheden' bij rechtspersonen die opkomen voor algemene of collectieve belangen?

    1. het organiseren van informatieavonden of het voeren van regelmatig overleg met lokale overheden (bijv. ABRvS 1 oktober 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF3911 (Stichting Openbare Ruimte); en
    2. werkzaamheden houden verband met het statutaire doel van de rechtspersoon, maar hoeven zij niet specifiek betrekking te hebben op een activiteit of plaats waar het bestreden besluit op ziet (bijv. ABRvS 17 oktober 2012, ECLI:NL:RVS:2012: BY0384).
  • Definitie besluit?
    1. 1:3 lid 1 Awb;
    2. Beslissing: wilsuiting.
    3. Schriftelijk: geen specifieke vormvereisten, bijvoorbeeld brief, notulen, stempel, sticker.
    4. Bestuursorgaan idzv art. 1:1 Awb.
    5. Publiekrechtelijk: genomen op basis van een exclusieve publiekrechtelijke bevoegdheid, die doorgaans wordt gegeven bij of krachtens een publiekrechtelijke regeling.
    6. Rechtshandeling: handeling die gericht is op een rechtsgevolg, dat wil zeggen een beslissing waarmee een wijziging in de rechten, aanspraken en plichten van één of meer rechtssubjecten wordt beoogd.
  • Soorten Awb-besluiten?

    Besluiten in de zin van (art. 1:3 van) de Awb vallen uiteen in:

    • besluiten van algemene strekking (b.a.s.); en
    • beschikkingen.
  • In de praktijk zijn de belangrijkste b.a.s.?
    1. Algemeen verbindend voorschrift
    2. Concretiserend/constitutief besluit van algemene strekking
    3. Beleidsregel
    4. Plan
  • Kenmerken algemeen verbindend voorschrift?

    • extern werkende, bindende, zelfstandige normstelling, algemene regels, uitgevaardigd door het openbaar gezag bevoegdheid tot vaststelling gebaseerd op Grondwet of formele wet.
    • algemeen naar tijd, plaats, persoon en rechtsfeit.
    • a.k.a. wetten in materiële zin, of, indien afkomstig van een bestuursorgaan, bestuurswetgeving genoemd.
  • Voorbeelden van regelingen die a.v.v. bevatten?

    • Wetten in formele zin, vastgesteld door regering en Staten-Generaal gezamenlijk (art. 81 Gw). Bijvoorbeeld de Wet milieubeheer (Wm).
    • Algemene maatregelen van bestuur (AMvB), vastgesteld door de regering (art. 89 Gw). Bijvoorbeeld het Bouwbesluit.
    • Ministeriële regelingen, vastgesteld door een minister (art. 89 lid 4 Gw).
    • Verordeningen van zelfstandige bestuursorganen.
    • Provinciale en gemeentelijke verordeningen, vastgesteld door provinciale staten of de gemeenteraad (art. 127 Gw).
  • Beperkte betekenis van de Awb vwb a.v.v.?
    • De Awb is niet van toepassing op wetten in formele zin: de formele wetgever wordt niet aangemerkt als bestuursorgaan in de zin van art. 1:1 Awb.
    • Ingevolge art. 3:1 lid 1 Awb zijn de afdelingen 3.6 en 3.7 niet van toepassing op a.v.v. en is afdeling 3.2 slechts van toepassing voor zover de aard van de besluiten zich daartegen niet verzet.
    • Het is niet mogelijk om bij de bestuursrechter beroep in te stellen tegen een a.v.v. (art. 8:3 lid 1 onder a Awb).
  • Kenmerken beleidsregels?
    • art. 1:3 lid 4 Awb
    • Een beleidsregel ziet op het gebruik van een reeds bestaande bevoegdheid.
    • Een bestuursorgaan heeft doorgaans een zekere beslisruimte bij het nemen van een besluit. Om vooraf duidelijkheid te geven over de invulling (afweging belangen/vaststelling feiten/interpretatie wettelijke voorschriften) van deze beslisruimte kan een bestuursorgaan beleidsregels vaststellen. 
    • Interne werking, tenzij bekendgemaakt volgens art. 3:42 Awb.
  • Wanneer moet een bestuursorgaan afwijken van zijn beleidsregels?

    1. artikel 4:84 Awb
    2. Er is sprake van een bijzondere omstandigheid.
    3. Deze bijzondere omstandigheid brengt met zich dat handelen overeenkomstig de beleidsregel voor één of meer belanghebbenden gevolgen heeft, die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
    4. Het bestuursorgaan moet het (wel of niet) gebruikmaken van de afwijkingsbevoegdheid motiveren. Indien een beroep wordt gedaan op een bijzondere omstandigheid, is een belangenafweging verplicht (ABRvS 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840).
  • Beperkte betekenis van de Awb vwb de beleidsregels?
    Het is niet mogelijk om bij de bestuursrechter beroep in te stellen tegen een beleidsregel (art. 8:3 lid 1 onder a Awb).
  • Kenmerken concretiserend/constitutief besluit van algemene strekking?

    1. is een beslissing waarbij een a.v.v. naar plaats en/of tijd nader wordt ingevuld. Voorbeeld: het besluit tot plaatsing van een verkeersbord.
    2. Concrete normen zijn, in tegenstelling tot beleidsregels en a.v.v., wel appellabel bij de bestuursrechter, doordat ze niet worden uitgezonderd in art. 8:3 en 8:4 Awb.
    3. Een concrete norm bevat geen zelfstandige normstelling, in tegenstelling tot het a.v.v.



    let op: ABRvS 18 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3510 en ECLI:NL:RVS:2015:3514
  • Kenmerken plan?

    • In een plan kunnen a.v.v., beschikkingen, beleidsregels, concretiserende normen of een combinatie hiervan zijn opgenomen. Afhankelijk van de inhoud van het plan heeft het wel of geen bindende kracht voor burgers.
    • Een plan is niet altijd een besluit in de zin van de Awb; het kan ook slechts voornemens bevatten, bijvoorbeeld het plan om de komende jaren een aantal bomen aan te planten.
    • Het bekendste – burgers bindende – plan is het bestemmingsplan, zoals omschreven in art. 3.1 Wet ruimtelijke ordening (Wro). Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk moet worden geweigerd indien het bouwplan in strijd is met het geldende bestemmingsplan (art. 2.10 lid 1 sub c Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)).
  • Voorwaarden beschikking?
    1. Besluit;
      1. persoonscriterium;
      2. zaaks- of objectcriterium; of
      3. samenhangcriterium; en
    2. Niet van algemene strekking:
    3. Met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag tot het nemen van een beschikking (negatief besluit).
  • Uitleg 'persoonscriterium', 'zaakscriterium' en 'samenhangcriterium' bij een beschikking?
    • Persoonscriterium: het besluit richt zich tot één of een bepaalde groep natuurlijke personen, rechtspersonen of organen; anders
    • Zaakscriterium: het besluit is genomen met het oog op de bijzondere eigenschappen van het object waarop het besluit betrekking heeft, bijvoorbeeld de aanwijzing van een gebied als natuurmonument of de onbewoonbaarverklaring van een pand vanwege bouwvalligheid. Dit criterium komt pas in beeld als toepassing van het persoonscriterium niet de kwalificatie ‘beschikking’ oplevert.
    • Samenhangcriterium (wordt zelden toegepast): het besluit hangt zodanig samen met andere besluiten dat het daarvan niet is los te koppelen, bijvoorbeeld sommige bestemmingen in een bestemmingsplan. Indien dit criterium geldt, is er doorgaans geen sprake van een beschikking, ook al voldoet de beslissing aan het persoons- en/of zaakscriterium.
  • Soorten beschikkingen?

    • begunstigend (verleent rechten of aanspraken) en belastend (legt plichten op);
    • vrij en gebonden;
    • aflopend en duurzaam;
    • ambtshalve en op aanvraag;
    • declaratoir (rechtsvaststellend: het bindend vaststellen van een rechtsbetrekking die rechtstreeks uit de wet voortvloeit, bijvoorbeeld vaststelling kiesregister) en constitutief (rechtscheppend: het scheppen of opheffen van een rechtsbetrekking, bijvoorbeeld een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd).
  • Rechtsbescherming staat open tegen?

    Art. 6:2 Awb
    • sub a: 
      • de schriftelijke weigering tot het in behandeling nemen van een besluit dat is aangevraagd (beschikking en b.a.s.);
      • de inhoudelijke afwijzing van een aanvraag tot het nemen van een (appellabel) b.a.s.
    • sub b:
      • het niet tijdig nemen van een besluit (stilzitten bestuursorgaan).
      • Let op! De weg van art. 6:2 sub b Awb staat alleen open voor de aanvrager van een beschikking, niet voor eventuele derden-belanghebbenden (ABRvS 13 juni 2001, ECLI:NL:RVS:2001:AD3311).
  • Geschreven en ongeschreven procedurele (formele) abbbs?
    • zorgvuldige voorbereiding van een besluit (formele zorgvuldigheidsbeginsel) (3:2, afd. 3.3, 3.4 en afd. 4.1.1 en 4.1.2)
    • Art. 3:46 Awb: deugdelijke en draagkrachtige motivering, voorts art. 3:47 (kenbare motivering) en 3:48/3:49 jo. 3:50 Awb (draagkrachtige motivering, terzake van advisering)
    • belangenafweging vereist (materiële zorgvuldigheidsbeginsel) (let op specialiteitsbeginsel) (3:4 lid 1)
    • Rechtzekerheidsbeginsel (lex certa)
    • Fair play/verbod van vooringenomenheid (2:4)
  • Drie aspecten van de zorgvuldigheid van de besluitvormingsprocedure?
    • De deugdelijkheid en de omvang van het voorafgaand ambtelijk onderzoek;
    • horen van betrokkenen; en
    • Het (vragen van en) omgaan met adviezen.
  • Wat betekent een deugdelijke en daadkrachtige motivering?
    • De motivering moet blijken waarom de beslissing de inhoud heeft die zij heeft. 
    • Het besluit moet worden gedragen door rationele en consistente overwegingen
    • Het handelen van een bestuursorgaan moet feitelijk en logisch worden gedragen door een motivering. 
    • Ook zullen de aangedragen argumenten van voldoende gewicht moeten zijn om het besluit te rechtvaardigen.
    • De motivering moet kloppen met de feiten.
  • Wat betekent plicht tot belangenafweging?
    • 3:4 lid 1 Awb
    • Let op het specialiteitsbeginsel, op grond waarvan een bestuursorgaan bij de uitvoering van een bepaalde wettelijke regeling slechts die belangen mag behartigen waarvoor de betrokken regeling in het leven geroepen is. 
  • Wat betekent formele rechtszekerheidsbeginsel (lex certa)?
    1. Inhoud duidelijk, geadresseerde weet waar die aan toe is.
    2. Wie het is genomen en moet het zijn voorzien van de handtekening van een of meer bevoegde personen.
  • Wat betekent fair play-beginsel?
    Open en eerlijk optreden, betrokkenen adequaat informeren, geen informatie achterhouden, belanghebbenden niet aan het lijntje houden of burgers ongeoorloofd onder druk zetten
  • Geschreven en ongeschreven materiële (inhoudelijke) abbbs?
    • Materieel zorgvuldigheidsbeginsel (3:4 Awb);
    • Materiële rechtszekerheid (ongeschreven)
    • Vertrouwensbeginsel (ongeschreven)
    • Gelijkheidsbeginsel (bewijslast/-risico bestuursorgaan) (ongeschreven)
    • eis van beleid/verbod van willekeur (ongeschreven)
    • evenredigheidsbeginsel (3:4 lid 2)
    • specialiteitsbeginsel (ongeschreven)
    • verbod van détournement de pouvoir/geen misbruik van een bestuursbevoegdheid (3:3)
  • Wat betekent materiële zorgvuldigheidsbeginsel?
    1. 3:4 Awb;
    2. Het bestuursorgaan moet steeds op de voor burgers minst bezwarende wijze besluiten nemen;
    3. Lasten mogen niet onevenredig zwaar zijn in verband met de te dienen doelen (het evenredigheidsbeginsel);
    4. De uit een besluit voortvloeiden lasten mogen niet onevenredig op een of enkele belanghebbenden neerkomen (l'égalité devant les charges publiques)
  • Rechterlijke toetsing consistentiebeginsel (de eis van beleid)/verbod van willekeur?
    • Niet de taak van de rechter om bestuursbeleid te vormen, maar toetsing of het beleid de redelijkheidstoets kan doorstaan. 
    • Vervolgens bekijkt hij of de beslissing past in het beleid of dat er bijzondere omstandigheden zijn waarom juist van het beleid had behoren te worden afgeweken.
    • Zie ook 4:48 Awb
  • Wanneer is het onderscheid tussen formele en materiële beginselen van belang?

    Bij de vernietiging van een besluit door de bestuursrechter op grond van schending van één van de a.b.b.b. (art. 8:72 lid 1 Awb):
    • Bij vernietiging van een besluit wegens schending van een formeel beginsel zal het bestuursorgaan een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van de juiste procedure. Het procedurele gebrek kan (wellicht) worden hersteld zonder aantasting van de inhoud van het besluit.
    • Bij vernietiging van een besluit wegens schending van een materieel beginsel zal het bestuursorgaan wél een inhoudelijk andersluidend besluit moeten nemen.
  • Toetsing van het evenredigheidsbeginsel door de bestuursrechter?
    • 3:4 lid 2 Awb
    • De rechter zal bij toetsing moeten nagaan of het orgaan, alle belangen afwegend, in redelijkheid heeft kunnen menen dat bepaalde belangen niet onevenredig zijn getroffen. 
    • Daarbij dient hij de eventueel bestaande keuzevrijheid van het orgaan te respecteren. Een besluit moet daarom goed worden gemotiveerd. 
  • Specialiteitsbeginsel?
    Het orgaan mag bij het gebruik van een bevoegdheid, toegekend in een bepaalde wettelijke regeling, slechts het belang behartigen waarvoor die regeling speciaal is vastgesteld.
  • Wat wordt bedoeld met ‘andere handelingen van bestuursorganen’ uit art. 3:1 lid 2?

    • ziet op privaatrechtelijke rechtshandelingen, feitelijke handelingen en overige niet als besluit te kwalificeren handelingen.
    • De a.b.b.b. zoals gecodificeerd in art. 3:2 – 3:4 Awb zijn van overeenkomstige toepassing op de feitelijke handelingen en privaatrechtelijke rechtshandelingen van bestuursorganen. 
    • Ook relevant HR IKON/Amsterdam: de uitoefening door de overheid van haar bevoegdheden naar burgerlijk recht mag niet in strijd zijn met geschreven of ongeschreven regels van publiekrecht. Deze bevoegdheidsuitoefening moet derhalve in overeenstemming zijn met alle a.b.b.b.
  • Vereisten aanvraag beschikking?
    1. Schriftelijk, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald (art. 4:1 Awb);
    2. Indienen bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald (art. 4:1 Awb). Voorbeeld: aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen indienen bij college van B&W (art. 3.1 Wabo);
    3. Ondertekening (art. 4:2 lid 1 Awb);
    4. Naam en adres aanvrager (art. 4:2 lid 1 Awb);
    5. Dagtekening (art. 4:2 lid 1 Awb);
    6. Aanduiding gevraagde beschikking (art. 4:2 lid 1 Awb); en
    7. Gegevens en bescheiden die voor de beslissing op aanvraag nodig zijn en die de aanvrager redelijkerwijs kan bemachtigen (art. 4:2 lid 2 Awb).
  • Het bestuursorgaan hoeft de aanvraag niet in behandeling te nemen indien (art. 4:5 Awb)?
    • de aanvrager aan één of meer van de vereisten van 4:2 Awb niet heeft voldaan; óf
    • de aanvraag geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van art. 2:15 (ongeoorloofde elektronische verzending); óf
    • de verstrekte gegevens onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking.
  • Voorfase van 4:5 Awb?

    Voordat het bestuursorgaan beslist de aanvraag buiten behandeling te laten, moet het de aanvrager de gelegenheid bieden de aanvraag aan te vullen binnen een bepaalde termijn. Indien het bestuursorgaan de aanvraag buiten behandeling laat, kan de aanvrager hiertegen in bezwaar en beroep gaan op grond van art. 6:2 onder a Awb jo. art. 8:1 en 7:1 Awb (gelijkstelling met besluit). 
  • Doorzendplicht?

    • art. 2:3 Awb: de datum van binnenkomst bij het bevoegde bestuursorgaan geldt in beginsel als datum van binnenkomst.
    • art. 6:15 Awb: datum van binnenkomst bij het onbevoegde orgaan geldt (als hoofdregel) als ontvangstdatum voor bezwaar- en beroepschriften.
  • Cumulatieve voorwaarden 4:7 Awb?
    1. Aanvraag van een beschikking;
    2. Bestuursorgaan wil aanvraag geheel of gedeeltelijk afwijzen;
    3. Afwijzing zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen; en
    4. Die gegevens (waarop de afwijzing steunt) wijken af van de gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt.
  • Op wie is art. 4:8 Awb van toepassing?

    • de geadresseerde van een ambtshalve genomen beschikking (voorbeeld: intrekking uitkering vanwege nieuw verkregen informatie); en 
    • de geadresseerde van de door een derde aangevraagde beschikking (voorbeeld: door buurman van discotheek aangevraagde last onder dwangsom).
  • Doel 4:7 en 4:8 Awb?
    • Art. 4:7 en 4:8 Awb zijn niet bedoeld voor de rechtsbescherming van burgers, maar om de zorgvuldigheid van het vaststellen van de feiten te waarborgen (uitwerking van art. 3:2 Awb).
    • Het niet-horen op grond van art. 4:11 en 4:12 Awb is een discretionaire bevoegdheid (‘kan’).
  • Beslistermijn?

    • Hoofdregel: de bijzondere wet geeft aan binnen welke termijn een bepaald besluit dient te worden genomen.
    • Vangnetbepaling in art. 4:13 Awb: acht weken.
    • Verlenging termijn: mededelingsplicht ex art. 4:14 Awb
    • Opschorting beslistermijn gedurende:
      • Aanvulling onvolledige aanvraag o.g.v. 4:5
      • Instemming met uitstel door aanvrager
      • Toerekening vertraging aan aanvrager
      • Overmacht (4:15)
  • Gevolgen overschrijden beslistermijn?

    De regeling geldt voor beschikkingen op aanvraag (waaronder ook het besluit op bezwaar of administratief beroep).

    1. de beslistermijn is verstreken en geen besluit;
    2. de belanghebbende dient een schriftelijk ingebrekestelling te sturen.
      1. verbeurt het per dag een dwangsom aan de aanvrager, tot een maximum van EUR 1440; en
      2. de belanghebbende kan rechtstreeks beroep instellen bij de bestuursrechter tegen niet tijdig genomen beschikkingen (zie art. 4:17 en 6:12 Awb)
    3. indien het bestuursorgaan na twee weken nog steeds in gebreke is, dan:
    4. Een dergelijk beroep wordt behandeld met toepassing van art. 8:52 Awb en eventueel daarna tevens met toepassing van art. 8:54 Awb.
    5. Het bestuursorgaan stelt bovendien de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vast binnen twee weken na de laatste dag waarover de dwangsom verschuldigd is (art. 4:19 lid 1 Awb).
  • Beschikking van rechtswege bij niet tijdig beslissen (4:20a e.v.)?
    • Alleen indien bij wettelijk voorschrift bepaald
    • Verlening van rechtswege geldt als beschikking
    • Inwerkingtreding beschikking 3 dagen na afloop beslistermijn
    • Bekendmaking binnen 2 weken na afloop beslistermijn, op straffe verbeurte dwangsom, na ingebrekestelling door aanvrager
    • Standaardvoorschriften o.g.v. wettelijk voorschrift of beleidsregel maken onderdeel uit v/d beschikking van rechtswege
    • Wijziging of intrekking binnen 6 weken bij ernstige gevolgen algemeen belang + schadevergoeding voor aanvrager
    • Let op afwijkende regeling in Wabo
  • Bekendmaking besluit?
    • Besluit treedt niet in werking voor bekendmaking (3:40 Awb).
    • Besluit gericht tot één of meer belanghebbenden (beschikking): toezending of uitreiking onder wie begrepen de aanvrager (art. 3:41 Awb).
    • Besluit niet gericht tot één of meer belanghebbenden (beleidsregel, concrete norm): kennisgeving in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Niet elektronisch, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald (art. 3:42 Awb).
  • Bekendmaking last onder dwangsom?
    Deze beschikking wordt ex art. 5:24 lid 3 Awb in ieder geval verzonden naar:
    1. de overtreder;
    2. andere rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last betrekking heeft; en 
    3. de aanvrager.
  • Mededeling besluit?

    • art. 3:43 Awb
    • Aan degenen die hun zienswijze naar voren hebben gebracht.
    • Aan de adviseur, indien het besluit afwijkt van zijn advies.
  • Rechtsmiddelenclausule?

    • 3:45 Awb

    • Ontbreken: dan termijnoverschrijding in beginsel verschoonbaar, tenzij bekendheid met termijn aannemelijk is. Bekendheid wordt verondersteld bij professionele rechtsbijstandverlener (ABRvS 21‐ 9‐2012, AB 2011/299).
    • Onjuist: behoudens kennelijke misslagen, ex art. 6:11 Awb verschoonbaar kan worden geacht (ABRvS 5‐9‐2012, JM 2012/123).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Een civielrechtelijk kort geding tegen het bestuursorgaan terwijl bestuursrechtelijke procedure loopt?

  1. Neen, 
  2. Ingevolge standaardjurisprudentie van de Hoge Raad staat hier een andere rechtsgang open (t.w. voorlopige voorzieningsprocedure ex 8:81 Awb) die voldoende rechtsbescherming beidt.
  3. Dientengevolge zullen de bezwaarmakers in een kort geding niet-ontvankelijk worden verklaard door de voorzieningenrechter.
Beroep tegen privaatrechtelijke rechtshandeling?
Neen, artikel 8:3 lid 2 Awb
Passage uit het beroepschrift?

  1. Beroep gegrond
  2. Artikel 8:70 sub d Awb
  3. Vernietiging van het bestreden besluit
  4. Artikel 8:72 lid 1 Awb
  5. Bestuursrechter verklaart het bezwaar gegrond, herroept het primaire besluit en weigert alsnog
  6. de vergunning
  7. En bepaalt dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit
  8. Artikel 8:72 lid 3 sub b Awb
Is appellant verplicht om alle stukken uit de bezwaarschriftprocedure (plus de beslissing op bezwaar) naar de rechtbank te zenden?

  • Op grond van artikel 8:42 lid 1 Awb 
  • is het bestuursorgaan verplicht de op de zaak betrekking hebbende stukken naar de bestuursrechter te sturen
  • Op grond van artikel 6:5 lid 2 Awb
  • Moet Liu zo mogelijk wel een afschrift van de beslissing op bezwaar overleggen.
In haar beroepschrift vraagt Jonkers aan de rechtbank om haar beroep vereenvoudigd te behandelen. De rechtbank wijst het verzoek van Jonkers per ommegaande af. Kan Jonkers een rechtsmiddel aanwenden tegen deze beslissing van de rechtbank?
Ja, zij kan hoger beroep instellen tegelijk met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
8:45 lid 2 Awb?
Het bestuursorgaan dient de op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen.
Waarover mag de bezwaarschriftencommissie zich uitspreken?
  1. over de beleidsmatige aspecten; én
  2. over de aspecten van openbare orde.
Is de deken een bestuursorgaan, als bedoeld in artikel 1:1 van de Awb?
Ja, de deken is een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a Awb.
Waartegen staat hoger beroep open?



  • Een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:66 lid 1 (schriftelijk einduitspraak) of 8:67 lid 1 Awb (mondelinge einduitspraak);
  • Een uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:86 lid 2 Awb (uitsprak in de hoofdzaak in geval van kortsluiting).
Uitzonderingen op de formele rechtskracht?



Formele rechtskracht betekent dat een besluit voor rechtmatig en onaantastbaar wordt gehouden.
  • rechtszekerheid;
  • erkenning onrechtmatigheid besluit;
  • HR Groningen/Raatgever soelaas bij de civiele rechter;
  • 6 EVRM.