Summary Class notes - Cel tot molecuul

Course
- Cel tot molecuul
- Diverse
- 2016 - 2017
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Geneeskunde
422 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Cel tot molecuul

  • 1482102000 Thema 1

  • Wat is trisomie 13 en wat zijn de belangrijkste kenmerken?
    Patau
    Incidentie: 1/5000

    één neusgat -> kan er op wijzen dat de hersenen niet goe dgescheiden zijn
    groeiachterstand
    meerdere tenen en vingers
    Multipele ernstige congenitale afwijkingen
    Schisis
    Polydactylie
    Huiddefecten
    Holoprosencefalie
    neonatale dood
    hartafwijkingen
    huiddefect,
    navelbreuk
    nierafwijkingen

    Fout maternale meiose 90%
    Robertsoniaanse translocatie 10%
    mozaïek heel weinig

    mediane overleving 7-10 dagen
  • Wat is trisomie 18 en wat zijn de belangrijkste kenmerken?
    Edwards
    Incidentie: 1/5000 merendeel overlijdt 1e week

    Multipele ernstige congenitale afwijkingen
    Neonatale dood  
    laag geboortegewicht
    gezicht: driehoekig, samlle oogspleten, kleine neus en mond, laagstaande oren
    Opvallende stand handen
    klompvoetjes
    hypotonie

    hartafwijkingen
    hoefijzernier


    Maternale fout 95%
    mozaïek 6%
    translocatie zeldzaam
  • Wat is trisomie 21 en wat zijn de belangrijkste kenmerken?
    Down syndroom
    Incidentie 1/1000

    Kenmerken: 
    Overdadig nekvel
    Lage spierspanning
    Afwijkende aangezichtskenmerken: vlak gelaat, kleine oren, epicanthus (ogen), uitstekende tong
    Grote ruimten tussen 1e en 2e teen
    4 vingerlijn


    Klinisch:
    -hart afwijkingen
    aanlegstoornis darm
    klein gestalte
    IQ laag
    Alzheimer

    95% trisomie 21
    Mozaïek 1%
    Robertsoniaans 4%
  • Wat is monosomie X en wat zijn de belangrijkste kenmerken?
    Turner, geringe lichaamslengte, steriel, geen ontwikkeling secundaire geslachtskenmerken, webbed neck, cubiti valgi

    ammenorrhoe: infertiel
    nierafwijking
    hartafwijkingen

    1:5000 10% spontane miskramen

    45,X
    46,X + afwijkend X
             

    >20% mozaïek
  • Wat is XXY?
    Klinefelter, 1/1000 jongens
    Grote lichaamslengte, steriel, leerproblemen
  • Wat is trisomie X?
    Triple-X, leerproblemen
  • Wat is XYY?
    Disomie Y bij man, leer en gedragproblemen, grote lichaamslengte
  • Hoe is een nucleotide opgebouwd?
    Fosfaatgroep, suikermolecuul en een base
  • Het humane genoom. Hoeveel basenparen? hoeveel genen? hoe lang? diameter? hoe zwaar? hoeveel chromosomen? diameter nucleolus?
    3 miljard, 22.000, 1 meter, 2nm, 3 picogram, 23/24, 6-8 micrometer
  • Wat is chromatine?
    DNA dat verpakt zit in eiwitten.
    Heterohromatine: gecondenseerd, transcriptioneel inactief
    Euchromtatine: niet gecondenseerd, transcriptioneel actief  

    DNA windt zich om de kern van 2 x 4 histoneiwitten. Dit vormt een nucleosoom. Er ontstaan beads on a string. Deze condenseren verder met bheulp van een vijfde histoneiwit. Er ontstaat een 30 nm chromatine vezel.
    De vezel loopt verder en verder en condenseert. Hierdoor ontstaan interafse chromosomen, als deze nog verder oprollen ontstaan mitose chromosomen.
  • Hoe werkt G-bandering?
    Groep levende cellen dat kan delen (bloedlymfocyten, fibroblasten huid, amnniocyten)
    Colchicine in de metafase toevoegen, remt spoelvorming
    Cellen zwellen op met chemicaliën
    Verspreiden over glas
    Cellen in metafse worden behandeld met trypsine en gekleurd met giemsa.
    Een patroon van donkere en lichte banden zorgt voor een barcode
    Dit geeft een lage resolutie plattegrond van het genoom
    In de geïdealiseerde vorm is dit een idiogram.
  • Hoe ziet een X-chromosoom karyotype eruit? Hoeveel is het normaal gemiddeld?
    19 banden
    153 Mbp
    2000 genen

    gemiddeld
    8Mbp per band
    105 genen
  • Hoe werkt FISH (Fluorescence in situ hybridization)?
    Denatureer dsDNA in cellen, maak enkelstrengs DNA
    Incubatie van gelabelde DNA probe
    - voor gen locus (100 kbp)
    - voor centromeer (1-3 kbp, repetitief)
    - voor heel chromosoom (>47Mbp)
    Probe en target moleculen moet hybridiseren met elkaar
    Inspecteren met fluorescence microscoop
  • Hoe werkt array compartative genome hybridization?
    Bekijken naar verlies en aanwinst van DNA in het hele genoom.
    Referentie DNA plak je vol met fluroescente labels. Test DNA label je in een andere kleur.
    Op een glasplaat is hybridisatie mogelijk. Als er evenveel van referentie DNA aanwezig is als van test DNA dan kleurt het gemeenschappelijke kleur. Als er een deletie is in het test DNA dan kleurt het in de kleur van het referentie DNA. Is er een trisomie dan kleurt het de kleur van het test DNA.
  • Wat houdt next generation sequencing in?
    Tot op nucleotide bepalen wat de DNA volgorde is bij een persoon.
    Je neemt DNA en breekt dit in kleine stukjes. Daar zet je in het lab twee andere stukjes DNA op, deze hybridiseer je weer, naar allemaal kleine DNA fragmenten.
    DNA amplificieren, je maakt veel kopieën.
    Per nucleotide kun je bepalen wat de volgrode is.
  • Beschrijf de celcyclus (mitose niet uitgebreid)
    G1 = eerste groeifase
    G1 checkpoint: is er een gunstig milieu?
    S = DNA synthese, DNA gedespiraliseerd er vindt replicatie plaats
    G2 = tweede groeifase, cel voorbereiden op mitose
    G2 checkpoint: is al het DNA gerepliceerd, is DNA schade gerepareerd?
    M = mitose  
    Mitose checkpoint metafase: zijn alle chromosomen bevestigd aan spoeldraden
    Cyotkinese: cel deelt zich in twee dochtercellen door insnoering van het celmembraan
  • Beschrijf de mitose.
    Profase:
    - condensatie chromatine, zichbare chromosomen
    - kernmembraan verdwijnt
    - centrosomen gaan naar tegenoverliggende polen
    - vorming spoeldraden

    Pro-metafase:
    - chromosomen zijn volledig gespiraliseerd
    - spoeldraden verbinden met kinetochoor
    - Chromosomen beginnen te bewegen

    Metafase:
    - chromosomen liggen in het equatoriaalvlak
    - controle of alle chromatiden aan spoeldraad vastzitten

    Anafase:
    - chromatiden gaan uit elkaar
    - chromatide is weer chromosoom

    Telofase:
    - chromosomen liggen op tegenoverliggende polen
    - dochterkernen, nucleoli, despiraliseren
    - spoeldraden verdwijnen
    - kernmembraan ontstaat
  • Welk belangrijke processen vindt in meiose I plaats, welke fase?
    Profase I: cross-over/chiasmata/recombinatie van twee homologe chromosomen. Genetisch materiaal wordt uitgewisseld.
    Paring X en Y in de pseudoautosomale regio.
  • Noem de verschillen tussen mitose en meiose.
    Mitose/meiose:
    1 deling/2 delingen
    Dochter cellen genetisch identiek aan oudercel/dochter cellen genetisch verschillend aan ouder cel
    produceert 2 cellen/ produceert 4 cellen
    diploïd (2n) -> diploïd (2n) -> diploïd (2n) -> haploïd (n)
    produceert cellen voor groei en herstel/ produceert gamenten
    geen crossover/ crossover
  • Welke fouten kunnen in de meiose optreden?
    Nondisjunctie in meiose I of meiose II -> trisomie of monosomie
    Anafaselagging: chromatiden blijven achter, raken verloren
  • Hoe werkt X-inactivatie?
    Tijdens begin van embryo ~200 cellen, het aantal X-chromosomen wordt geteld. Op 1 na worden alle X-chromosomen geïnactveerd. Dit gebeurt random, dus zowel paternale als maternale X-chromosomen hebben even veel kans om geïnactiveerd te worden.
    Er vindt geen genexpressie plaats: Barr body.
    Inactieve X-chromosoom erft actief over
    Xist gen controleert deze X-inactivatie. Deze komt tot expressie op het geïnactiveerde X-chromosoom. Codeert voor een groot deel niet coderend DNA. Hierdoor verandert de chromatine structuur: heterochromatine.   Pseudoautosmale regio blijft in tact.
  • Welke fouten kunnen ontstaan in de mitose?
    Nondisjunctie/anafaselagging (chromatiden gaan niet goed uit elkaar)
    Mozaïcisme: postzygotische celing
    Aneuploïdie: toevoeging of verlies van één of meerdere chromosomen: trisomie of monosomie
    Polyploïdie: meer dan twee complete sets chromosomen (triploïdie, tetraploïdie)
  • Wat is translocatie?
    Uitwisseling van materiaal tussen twee niet-homologe chromosomen. 
    Gebalanceerd: fenotype normaal
    Ongebalanceerd:
    - reciproke translocatie: delen van chromosomen worden uitgewisseld
    - robertsoniaanse translocatie: uitwisseling tussen acrocentrsiche chromosomen, ene chromosoom gaat op de andere zitten
  • Waardoor ontstaan breuken in het DNAA?
    Schade door straling of chemische stoffen
    Fouten bij de recombinatie tijdens de meiose
  • Welke soorten deleties in DNA kennen we?
    Terminale deletie: één breuk.
    - 4p- Wolf-Hirschhorn syndroom

    Ringchromosoom: twee breuken, twee uiteinden gaan verloren

    Interstitiële deletie: twee breuken, stuk er tussen gaat verloren
    Isochromosoom: lange armen gaan op elkaar en korte armen gaan op elkaar
  • Wat kunnen de gevolgen zijn van een chromosoomafwijking?
    Kind met ernstige afwijkingen
    Doodgeboren of overlijdt vlak na de geboorte
    Geen of korte implantatie in de baarmoeder
    Spontane abortus in de eerste trimester
    Intra-uterine vruchtdood
    Weinig of gene fenotypisch effect
  • Wat is de functie van een nucleolus?
    Korte armen van acrocentrische chromosomen komen bij elkaar te liggen in de interfase kern: 13,14,15,21,22
    Ze worden zichtbaar door transcriptie van rDNA genen.
    Veel ribosomen nodig dus veel transcriptie van rDNA.
    Ze zijn alleen zichtbaar ind e interafase. Grote/veel nucleoli: veel rER nodig, eiwitsynthese.
  • Wat is cytosol?
    Cytoplasma zonder de organellen en insluitsels.
  • Wat zijn de membraan-omgeven organellen?
    Plasma celmembraan
    Endoplasmatisch reticulum
    Golgi-apparaat
    Peroxisomen
    Endosomen
    Lysosomen
    Vesicles
  • Wat zijn de niet-membraan omgeven organellen?
    Ribosomen
    Cytoskelet
    Gyclogeen, insluitsel
    Vetdruppels, opgeslagen vet
  • Vertel kort de functie van het plasma celmbembraan.
    Scheidt van de binnen en buitenwereld
    Transport van ionen en voedselmoleculen
    Rol bij doorgeven van informatie
  • Vertel kort de functie van endoplasmatisch reticulum
    glad: lipide en steroid synthese, dexoficatie
    Ruw: eiwitsynthese, eiwitmodificatie en eiwitvorming
    Verhouding ruw/glad is niet in cellen gelijk. Levercellen veel glad, veel ruw. IN andere cellen nauwelijks glad. Hangt af van de functie.
  • Vertel kort de functie van het golgi-apparaat.
    Eiwitmodificatie
    Sorteren en concentreren extra-cellulaire plasmamembraan, endosomale en lysosomale eiwitten
    Golgi apparaat is een utssenstation voor eiwitten die in de cel gemaakt worden ben uiten de cel moeten functioneren.
  • Vertel kort de functie van mitochondrieën.
    10-1000en per cel. Hangt af van de energiebehoefte, eiwitsynthese kost veel energie. 
    Dubbelmembraan, citroenzuurcyclus, vetzuuroxidatie, apoptose, ATP productie met oxidatieve fosforylering 
    Ze bevatten mtDNA.
    Circulair DNA van 16 kbp.
    37 genen: 22 mt tRNA's, 2mt rRNA's, 13 eiwitten hier geproduceerd, je hebt er 80 nodig, de rest wordt ergens anders geproduceerd en komt naar het mitochondrium
    Eigen ribosomen en genetische code
  • Vertel kort de functie van peroxisomen.
    100'en per cel
    - oxidatieve detoxificatie
    oxidatie zeer lange keten vetzuren
    Klinische context: eiwitten die gemuteerd zijn, waardoor er geen goed werkende perioxisomen ontstaan.
  • Vertel kort de functie van endosomen.
    100en per cel.
    Sorteer station voor d.m.v. endocytose opgenomen stoffen
    hergebruik membraaneiwitten
    afleveren nuttige stoffen
    doorgeven aan lysosomen wat af te breken
  • Vertel kort de functie van lysosoom.
    Vertering opgenomen materiaal in zuur intern milieu
    Vol van hydrolytische enzymen
    Vertering versleten organellen (autofagie), als organel langer heeft gefunctioneerd werkt deze minder goed en wordt dan afgebroken
  • Vertel kort de functie van vesicles.
    Transport:
    ER -> Golgi
    Golgi -> golgi
    plasmamembraan <-> endosoom
    endosoom -> lysosoom

    Exocytotische vesicles:
    blaasje fuseert met celmembraan en geeft inhoud aan de buitenwereld.
    - gereguleerde secretie (hormonen en spijsverteringsenzymen)
    - constitutieve secretie (plasmamembraanonderhoud)
  • Vertel kort de functie van ribosomen.
    Functioneel in cytoplasma voor eiwitsynthese. Bestaat uit 2 subunits.
    Groot: 49 eiwitten 3RNA moleculen
    Klein: 33 eiwitten 1 RNA molecuul

    Eiwitten van de ribosomale subnits worden in de kern geïporteerd door kernporie.
    IN nucleolus worden rRNA's van kleine en grote subunit samengevoegd tot subnunits.
    Losse subunits wordt geëxporteerd.
    Er vindt geen eiwitsynthese plaats in de kern.
  • Vertel kort de functie van het cytoskelet.
    Actine filamenten:
    - beweglijkheid cellen
    - verankering van membraaneiwitten
    - speciale structuren (microvilli)
    - actine myosine, contractie

    Microtubuli, liggen in een centrosoom waarvandaan ze worden bestuurd
    - netwerk voor organel transport
    - motoreiwitten
    - spoeldraden   

    Intermediaire filamenten: veerkracht en steun, rek en trekkracht.
    - Verschillend typen cellen brengen verschillende intermediaire filamenten tot expressie: van belang in kankerdiagnostie
  • Wat is wolf-hirschhorn syndroom?
    4p-

    faciale kenmerken:
    hoge neusbrug doorlopend in voorhoofd
    microcefalie
    hoog voorhoofd
    dysplastische oren
    hypertelorisme
    kort filtrum
    mondhoeken naar beneden

    groeiretardatie
    verstandelijke beperking

    55% pure deletie
    45% ongebalanceerde translocatie
  • Wat is Cri-du-chat?
    5p-

    Laag geboortegeiwcht
    slecht groeien
    cat-like cry
    hypotonie
    hartafwijking
    congenitale afwijkingen
    matige tot ernstige verstandelijke beperking
    eenvoudige oren
  • Wat is  resolutie van karyotypering, FISH en array?
    Karyotypering: chromosomen
    FISH: een locus
    ARray enkele deleties
  • Welke invasieve testen kennen we ?
    Vruchtwaterpunctie: wachten tot er voldoende vruchtwater is. 
    Onder echogeleide een prik doen (langs het kind), daar zui gje cellen op die cellen daar zit DNA van het kind in en daar kun je een test mee doen 2-3 weken uitslag

    Vlokkentest: transcervicaal of transabdominaal
    Termijn: 11 weken, uitslag 2 dagen- 2 weken.
  • Wat zijn doelen van invasief prenataal onderzoek?
    Karyotypering
    DNA onderzoek
    Enzymonderzoek
  • Noem concrete verschillen tussen een diagnostische test en een screenende test.
    Diagnostisch/Screening
    Individueel/deel van bevolking
    Uitslag definitief/uitslag voorlopig
    test op verzoek/ongevraagd aanbod
    aangedane of bezorgde persoon/personen zonder klachten  
    mag veel tijd/moeite/geld kosten/ snel goedkoop en betrouwbaar
  • Wat zijn de criteria van Wilson en Jugner over een screenende test?
    Het moet een belangrijk gezondheidsprobleem zijn
    Nuttig, zinvolle handelingsopties
    Betrouwbare, valide, aanvaardbare test
    Respect voor autonomie, vrijwillig
    Doelmatig gebruik van middelen (niet te duur)

    Soms vergunning nodig (WBO)
  • Wat is het doel van screening?
    Gezondheidswinst: vroege opsporing, vaststellen risico

    Geïnformeerd reproductieve keuzes voorleggen aan patiënten.
  • Welke screeningsmethoden zijn er bij zwangerschap?
    Nekplooimeting -> turner syndroom/down syndroom

    Serumscreening: bloedafname bij zwangeren, bepaling serumconcentraties van vrij beta-HcG, PAPP-A

    Combinatie test: kansbepaling op basis van leeftijd, nekplooimeting en serumscreening

    Niet invasieve test
    Echo-onderzoek
  • Wat kunnen verklaringen zijn als er uit de NIPT test trisomie 21 komen, maar uit de vruchtwaterpunctie geen trisomie 21?
    Kind mozaïek trisomie 21
    Mozaïek beperkt tot placenta
    Kind andere chromosoomafwijking
    Mevrouw zelf mozaïek trisomie 21
    Begonnen als tweelingzwangerschap
    Verwisseling in het laboratorium
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Leg uit waarom bije en mutatie in plectine gen zeer ernstige humane ziekten optreden die symptomen van epidermolysis bullosa spierdystrofie en neurodegeneratie veroorzaken.
Het gemuteerde plectine zorgt voor instabiele keratine filamenten in de epidermis, voor verstoorde intermediaire filamenten in spiercellen en voor instabiele neurofilamenten in zenuwweefsel.
Verklaar de dominante overerving van epidermolysis bullosa.
Het keratine gecodeerd door het gemuteerde allel zal assembleren met het ongemuteerde keratine en uiteindelijk leiden tot keratine filamenten die minder trekkracht hebben
Verklaar de vorming van blaren bij epidermolysis bullosa simplex.
Keratine filamenten maken onderdeel uit van de groep van intermediaire filamenten die cellen beschermen tegen mechanische stress.

Keratine filamenten lopen intracellulair van de ene kant van de epitheelcel naar de ander kant en verbinden op indirecte wijze naburige cellen via desmosomen.

De laterale associatie van keratine filamenten verleent de epidermis grote trekkracht waardoor de huid rekbaar is bij mechanische stress.

Door de mutatie ontstaan er minder goed rekbare keratine filamenten waardoor bij mechanische stress de cellen in de epidermis makkelijk los scheuren en er blaren ontstaan.
Benoem de overeenkomsten en verschilen tussen actine filamenten en microtubuli.
Overeenkomsten:
 onstabiele polymeren;
 polariteit (‘plus’ en ‘min’ uiteinden);
 een polymeer groeit door binding van actine monomeren of αβ-tubuline dimeren aan de plus uiteinde;
 hydrolyse van gebonden nucleoside trifosfaat bevordert depolymerisatie en beïnvloedt de lengte van de polymeer;
 polymeren zijn ‘dynamisch instabiel’.

Verschillen:
 een microtubulus bestaat uit een polymeer van αβ-tubuline dimeren, actine is een polymeer van actine monomeren;
 de polymerisatie van microtubuli start vanaf ϒ-tubuline ringcomplexen die onderdeel uitmaken van het centrosoom; actine polymerisatie kent geen specifieke startplaatsen;
 microtubuli depolymeriseren door hydrolyse van GTP tot GDP, actine filamenten depolymeriseren door hydrolyse van ATP tot ADP
een microtubulus heeft een holle buisvormige structuur; actine is draadvormig en is dunner en flexibeler dan een microtubulus;
 microtubuli zijn cruciaal voor (i) de positionering van organellen, (ii) segregatie van chromosomen tijdens mitose, (iii) transport van organellen, vesicles en andere componenten, en (iv) voor de vorming van stabiele structuren als cilia of flagellen; actine kan (i) uitstulpingen genereren tijdens het kruipen van cellen, (ii) maakt onderdeel uit van de contractiele ring die voor cytokinesis zorgt, (iii) vormt stabiele structuren zoals microvilli van darmepitheelcellen en contractiele bundels die met behulp van myosine kunnen samentrekken en als ‘spieren’ kunnen dienen en (iv) is essentieel voor spiercontractie.
Taxol stabiliseert microtubuli. Waarom is het ook een anti-kanker medicijn?
Gedurende de celcyclus worden microtubuli voortdurend opgebouwd en afgebroken. Taxol bevriest de depolymerisatie van microtubuli. Stabilisering van microtubuli zorgt ervoor dat er voor de opbouw van de spoeldraden tijdens de mitose onvoldoende vrije αβ-tubuline dimeren beschikbaar zijn. Hierdoor kunnen er geen functionele spoeldraden aangemaakt worden en zal een volledige celdeling niet plaatsvinden.
Verklaar wat het gebruik van colchicine doet als anti-kanker medicijn.
Colchicine blokkeert de mitose in de metafase doordat de spoeldraden, die uit polymeren van tubuline dimeren bestaan en die essentieel zijn om metafase chromosomen te scheiden, niet gevormd kunnen worden. Colchicine blokkeert de polymerisatie. Prolifererende kankercellen zullen de celdeling niet af kunnen maken waardoor uiteindelijk kankerweefsel afsterft.
Waar in de cel vind je vooral intermediaire filamenten, microtubuli, actinefilamenten?
Intermediaire filamenten: nucleaire lamina onder de kernmembraan,a ndere door het cytoplasma, geeft cellen kracht

Microtubuli: lang en recht, breken als er kracht word topgezet. Z e zitten vast aan een centrosoom.  

Actinefilamenten: lineaire bundels, vooral geconcentreerd in de cortex, de laag van het cytoplasma onder het plasmamembraan
Wat is de voornaamste functie van intermediaire filamenten?
intermediaire filamenten zorgen dat cellen en membranen niet kapotscheuren wanneer deze cellen worden blootgesteld aan mechanische stress
Benoem tenminste vier functies van het cytoskelet.
Het cytoskelet (i) is bepalend voor de vorm van de cel,
(ii) is belangrijk voor de positionering van organellen in de cel en wordt gebruikt voor transport tussen de verschillende organellen,
(iii) is belangrijk voor de interactie van de cel met zijn omgeving,
(iv) is essentieel voor de segregatie van chromosomen over de dochtercellen,
(v) is nodig voor cytokinese en
(vi) is belangrijk voor de mobiliteit van cellen.
Welke mutaties verhinderen de vorming van tropocollageen triple helix? Wat is het geval bij osteogenesis imperfecta?
Overhydroxylering en overglycosylering

Wanneer triple helix verstoord wordt, kan op plaatsen waar de drie monomeren geen helix hebben gevormd overhydrxoylering en overglycosylering plaats vinden. Veel meer aminozuren kunnen gehydroxyler en geglycosyleerd worden. Daardoor wordt de triple helix niet goed gevormd.