Summary Class notes - Circulatie III

Course
- Circulatie III
- van Reekum
- 2016 - 2017
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
311 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Circulatie III

  • 1477605600 Week 1: de nier I

  • Welke nier ligt net iets lager?
    De rechter niet omdat hier de lever boven zit.
  • Hoeveel voorurine wordt er gemaakt in de glomerulus per dag?
    150 L per dag
  • Wat zijn podocyten en waar liggen ze?
    Dit zijn de cellen die aan de luminale kant van het basaalmembraan liggen waar aan de arteriele kant de endotheelcellen liggen. Het is het viscerale epitheel van het kapsel van Bouwman
  • Welke 3 lagen vormen de filtratiebarriere in de glomerulus?
    1. Endotheelcellen
    2. Basaalmembraan
    3. Podocyten
  • Worden positieve of negatief geladen stoffen meer gefiltreerd? waarom?
    Positief geladen stoffen worden meer gefiltreerd omdat het basaalmembraan een negatieve lading heeft (door GAG's)
  • Welke 3 cellen zijn cruciaal voor het in stand houden van een effectief circulerend volume?
    1. Juxtaglomerulaire cellen
    2. Macula densa
    3. Extraglomerulaire mesangiumcellen
  • Leg kort uit wat tubuloglomerulaire feedback inhoudt:
    Als het tubulaire zoutaanbod afneemt zullen de afferente arteriolen verwijden waardoor de GFR omhoog gaat en het zoutaanbod meer wordt. De macula densa zorgt hier voor
  • Welke 4 starling krachten spelen een rol bij filtratie? Welke twee daarvan zijn constanten en welke 2 hebben echt een grote invloed?
    1. Colloid osmotische druk Bouwman --> constant 0
    2. Hydrostatische druk Bouwman --> constant laag 
    3. Colloid osmotische druk glomerulus --> steeds hoger = belangrijk tegen
    4. Colloid osmotische druk Bouwman --> hoog = belangrijk voor
  • Wanneer vindt er filtratie plaats (als welke drukken hoger/lager zij dan de ander)?
    Als de hydrostatische druk van het glomerulus hoger is dan de colloid osmotische druk van het glomerulus
  • Welke 3 elementen spelen een rol bij filtratie?
    1. filtrerend oppervlak
    2. starling krachten
    3. capillaire doorlaatbaarheid
  • Welke cellen maken renine
    Juxtaglomerulaire cellen
  • Wat gebeurd er globaal als er verlies is van nefronen in de andere nefronen?
    De andere nefronen gaan om te compenseren de afferente arteriole openzetten en de efferente arteriole contraheren --> de GFR gaat omhoog. Op korte termijn kun je zo de filtratie op peil houden. Op lange termijn is zo'n hoge druk schadelijk voor nefronen/
  • Wat voor invloed hebben de volgende stoffen op de aff/eff arteriolen?
    1. Prostaglandines
    2. Eiwitgehalte in het bloed
    3. Angiotensine II
    4. ACE-remmers
    5. PG synthese remmer
    6. Eiwit beperkend dieet
    1. Prostaglandines zorgen voor een dilatatie van de afferente arteriole
    2. Een hoog eiwitgehalte in het bloed zorgt voor een dilatatie van de aff arteriole
    3. Angiotensine II zorgt voor een constrictie van de efferente arteriole
    4. ACE-remmers remmen ATII en zorgen dus voor een dilatatie die van efferente arteriole
    5. PG synthese remmer zorgt voor minder prostaglandines en dus een constrictie van de afferente arteriole
    6. Minder eiwit --> constrictie afferente arteriole
  • Noem de 7 nierfuncties:
    1. Zout/water balans
    2. Kaliumbalans
    3. Fosfaatbalans
    4. Inactief vitamine D omzetten in actief vitamine D (belangrijk voor calciumopname vanuit de darm)
    5. EPO productie (belangrijk voor ontwikkeling erythrocyten)
    6. Uitscheiding afvalstoffen
    7. zuurbase balans
  • Waarom is creatinine een goede maat voor de GFR? Waarom overschat de creatinine klaring de GFR met 10-15%?
    Omdat creatinine niet wordt terug geresorbeerd is het een goede maat voor ALLEEN de GFR. Het overschat de GFR omdat creatinine ook 10% actief wordt gesecerneerd
  • Hoe kun je de GFR berekenen?
                C (24 uurs creatinine excretie (geschat))

    GFR = -------------------------------------
                [creatinine]plasma
  • Glucose: terugresorptie hoeveel en waar?
    100% in de proximale tubulus
  • Bicarbonaat: terugresorptie hoeveel en waar?
    100%
    90% proximale tubulus
    10% lis van H
  • Natrium: terugresorptie hoeveel en waar?
    99,5%
    proximale tubulus 50-60%
    opstijgende been 
    distale tubulus
    verzamelbuis
    (steeds minder terugresorptie)
  • Water: terugresorptie en waar?
    99%
    Proximale tubulus 50-60%
    Dalende been 
    Verzamelbuis (o.i.v. ADH)
  • Kalium: terugresorptie en waar?
    100% terugresorptie
    20% secretie
    Terug: prox, lis, verzamel
    Secretie: distale tubulus
  • Fosfaat: terugresorptie en waar?
    90% prox
  • Calcium: terugresorptie en waar?
    97% prox lis en distaal
  • Wat is de functie van het parathormoon in de nieren?
    Het omzetten van inactief vitamine D naar actief vitamine D
  • Prerenale nierinsufficientie: 5 grote groepen met ieder 2 voorbeeld:
    1. Hypovolemie
    - dehydratie/diarree
    - bloeding

    2. Afname effectief circulerend volume
    - levercirrose (door intrarenale vasoconctrictie, niet bekend waarom) 
    - hartfalen

    3. Medicatie
    - NSAIDs (PG remmen --> vasoconstrictie aff)
    - ACE remmers (ATII remmen --> vasodilatatie eff)

    4. Vasculair
    - Trombo-embolie of nierarteriestenose (door atherosclerose)
    - Fibromusculaire dysplasie

    5. Perifere vasodilatatie
    - sepsis
  • Wat voor invloed heeft een sepsis op de nieren?
    Perifire vasodilatatie --> prerenaal probleem --> nierinsufficientie
  • Postrenale nierinsufficientie: oorzaken 2 groepen en noem wat voorbeelden:
    1. Blaasobstructie
    - blaashals door prostaathypertrofie/carcinoom
    - urethraobstructie
    - neurogene blaas (beschadiging zenuwen van blaas)

    2. Ureterobstructie
    - nierstenen
    - stolsels
    - tumor
    - etc. 
  • Uremie: wat is het?
    Uremie is nierinsufficientie. Door lage GFR --> ureum hoopt zich op in het bloed. Dit geeft klachten = uremisch syndroom. moeheid, slapeloosheid, jeuk, rusteloze benen, een slechte eetlust, slechtere reukzin, slechtere tastzin, slechtere smaakzin, ondertemperatuur, pericarditis, een perifere neuropathie (gevoelsstoornissen) of seksuele dysfunctie. Dit is dus allemaal weinig specifiek.
  • Wat zijn de waardes van normo,micro en macro albuminurie:
    Normo = <30 mg/24 uur
    Micro = 30-300 mg/24 uur
    Macro = >300 mg/24 uur
  • 5 stadia van nierinsufficientie: beschrijf deze:
    Stadium I: GFR normaal (>90 ml/min) maar er is albuminurie
    Stadium II: GFR 60-90 EN er is albuminurie
    Stadium III: GFR 30-60 (albuminurie maakt niet uit de GFR is al zo laag)
    Stadium IV: GFR 15-30
    Stadium V: GFR <15
  • Slanke mensen: het eGFR berekent met de MDRD formule klopt niet helemaal: leg uit? En bij bodybuilders?
    Bij slanke mensen wordt de nierfunctie overschat (want ze hebben een hele lage serumcreatinine). Bij bodybuilders wordt de nierfunctie onderschat (want ze hebben een hele hoge creatinine)
  • Chronische nierziekten: hoe zien je nieren eruit?
    Verschrompeld en klein
  • Leg uit waarom je vaatverkalking krijgt bij chronische nierinsufficientie:
    Door de nierinsufficientie kan het inactieve vitamine D niet goed worden omgezet tot het actieve vitamine D. Als gevolg kan calcium niet goed worden opgenomen uit de darmen (want hier is actief vita D voor nodig). Het lichaam meet een te weinig calcium en daarom gaat de bijschildklier PTH maken --> dit zorgt ervoor dat calcium wordt vrijgemaakt uit de botten (botontkalking). Fosfaat wordt niet goed door de nieren uitscheiden (door de insufficientie). Calcium en fosfaat wat nu in de bloedbaan zit vormen samen complexen en deze slaan neer in de vaten.
  • Wat doen prostaglandines (contraheren of dilateren) en welke arteriole? En wat doet angiotensine II?
    Prostaglandines = dilateren afferente arteriole
    Angiotensine II = contraheren efferente arteriole
  • Hoe kan je aan de urine zien of het gaat om een prerenaal of renaal probleem wat betreft:
    1. urinesediment
    2. urine osmolariteit
    3. urine natrium
    Prerenaal: de cellen zijn niet dood maar krijgen wel weinig bloed dus water en zout willen ze vasthouden
    1. Hyaline casts
    2. Hoog
    3. Laag

    Renaal: de cellen zijn dood en laten alles lopen
    1. Abnormaal
    2. Laag
    4. Hoog
  • Tubulo interstitiele nefritis (TIN): waar wordt het meestal door veroorzaakt? Symptomen?
    Meestal veroorzaakt door AB of NSAIDs
    - rode uitslag
    - allergisch bloedbeeld (eosinofielen)
    - koorts
    - niet plassen
  • TMA: trombotische microangiopathie: 4 redenen waarom de kleine vaten dicht gaan?
    1. Mechanische schade door een infectie (HUS)
    2. Mechanische schade door hypertensie
    3. Complement systeem te snel aan
    4. Coagulatie systeem te snel aan
  • TMA: waarom anemie:
    Ery's slaan kapot op alle trombi
  • TMA: noem 3 symptomen:
    1. Nierschade
    2. Anemie
    3. Trombocytopenie
  • Bij acute nierinsufficientie: proteinurie? ery's in de urine? behandeling? noem de 3 voorbeelden van ziektes:
    Geen proteinurie
    Geen ery's in de urine
    Behandeling: supportive care
    1. Trombolytische microangiopathie
    2. Tubulus interstitiele nefritis (TIN)
    3. Acute tubulus necrose (ATN)
  • Twee oorzaken van acute tubulus necrose?
    1. Toxinen
    2. Hypotensie
  • aGBM: anti glomerulaire basaal membraan antistoffen. Welke mensen treft het (leeftijd)? Wat is het? Welk orgaan komt het nog meer voor en hoe heet het dan? Wat zie je voor sediment in het urine? Wat zijn de 3 behandelingsopties?
    Patienten: 20-40 jaar
    Antistoffen gericht tegen de basaalmembraan van de glomerulus
    Ook in de long: Goodpasture
    Sediment in urine: dysmorfe erythrocyten
    Behandeling:
    1. Chemo om de antistofproductie te remmen
    2. Plasmavervanging om de antistoffen eruit te vissen
    3. Steroiden om de ontsteking te remmen
  • 4 soorten immuuncomplex glomerulonefritis:
    En waar slaan de complexen neer?
    1. IgA GNitis --> mesangium
    2. Membraaneuze GNitis --> buitenkant filter (mooie rondjes)
    3. Lupus GNitis --> binnen basaal membraan (groot en chaos)
    4. Post infectieuze GNitis --> buiten basaal membraan (groot en chaos)
  • Bij welk ziektebeeld zijn dysmorfe erythrocyten een kenmerk?
    Glomerulonefritis (door het filter 'geperst')
  • Wat is Henoch Schonlein?
    IgA nefropathie + in andere organen. Dus immuuncomplexen die vastlopen en zo schade opleveren
  • Wat is het verschil bij een biopt tussen IgA nefropathie en 'antiglomerulaire basaalmembraan antistoffen glomerulonefritis'?
    IgA: klontjes complexen
    aGBM: slinger antistoffen
  • Wat zie je in het sediment bij Wegenaar (specifiek voor Wegener)?
    ANCA's (anti neutrofiele cytoplasmatische antistoffen)
  • Subacute nierinsufficientie: welke 3 ziektebeelden:
    Welke twee behandelingen doe je bij allemaal?
    Bij welke twee doe je ook nog plasmavervanging?
    1. Antiglomerulaire antistoffen tegen basaalmembraan 
    2. Immuuncomplexen (IgA)
    3. Antistoffen (pauci) tegen witte bloedcellen (Wegener)

    Behandelingen: 
    1. Steroiden tegen de inflammatie
    2. Cyclophosphamide (een soort chemo tegen de antistoffen)

    Alleen bij IgA doe je GEEN plasmavervanging.
  • Wegener: antistoffen tegen?
    Neutrofiele granulocyten (witte bloedcellen)
  • Bij welke leeftijd patienten komt Wegener vooral voor?
    Oudere (boven 55 jaar)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is de ziekte van addison?
Hypo aldosteron: hyperkaliemie hyponatriemie. Gekke vlekken op de huid
Waarom leidt hypokaliemie tot het niet kunnen concentreren van je urine?
Minder kalium beschikbaar bij Na-K-pomp basolateraal = minder kalium in de principle cell / en meer natrium --> als je geen kalium in de cel hebt kan je natrium niet opnemen vanuit het lumen ==> natirum blijft in lumen en water dus ook.
Welke twee waarden in het bloed zijn 'raar' door hemolyse?
1. Hb verlaagd
2. LDH verhoogd
Wat zie je bij ATN in de urine qua sediment?Wat zie je bij TIN in de urine qua sediment?
Dode tubulus cellen. 
Leukocyten
Een prerenaal probleem of overgegaan in acute tubulus necrose: hoe kan je onderscheid maken?
1. Urine onderzoek: bij tubulus necrose is osmo laag en natrium hoog. Als het nog prerenaal is is natruim laag en osmo hoog. 

2. Vocht toedienen: als de nier alles laat gaat is het kapot
Noem de drie RPGN?
1. Immuungemedieerd (IgA)
2. anti GBN
3. GPA (Wegeneer)
Welke drie afwijkingen bij auut nierfalen?
ATN
TIN
TMA
Waar wordt ureum terug geresorbeerd en hoeveel procent?
17% in de verzamelbuis
Welke 3 stoffen worden 100% geresorbeerd?
Glucose, 
Kalium,
Bicarbonaat
Waardoor komen crepitaties?
Openknappen longblaasjes bij inademen: veel slijm