Summary Class notes - Cognitieve psychologie

Course
- Cognitieve psychologie
- Julia
- 2020 - 2021
- Erasmus Universiteit Rotterdam (Erasmus Universiteit Rotterdam / ISS, Den Haag)
- Development Studies (MA)
253 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Cognitieve psychologie

  • 1600812000 Probleem 1

  • Hoeveel items kunnen we in ons geheugen vasthouden?
    +-7
  • Wat is een chunk?
    Ander woord voor item.  Bijvoorbeeld 7 nummers of 7 letters. 
    - Je kunt ook bepaalde cijfers samen organiseren zodat ze 1 enkele chunk vormen. (Voorbeeld: postcode is 617, telefoonnummer van meerder collega’s beginnen met 346 + 3421, dan bestaat dit eigenlijk maar uit 6 chunks. 
  • Wat is the brown/peterson technique.
    lieten een theorie zien dat informatie die voor minder dan een minuut in het geheugen zit vaak wordt vergeten. Participanten wordt gevraagd items te onthouden en worden dan afgeleid en worden weer gevraagd de items terug te halen. 
  • Wat is het serial position effect?
    items aan het einde (recency effect) en aan het begin (primary effect)  van een lijst onthoud je beter. Verklaring voor het recency effect is dat de items nog in het kortetermijngeheugen zitten, maar ze gaan niet door naar het langetermijngeheugen. Een manier om de grootte van het kortetermijngeheugen te meten is dus om te achterhalen hoeveel items accuraat teruggehaald worden aan het einde van een lijst. 
  • Wat is een verklaring voor het primacy effect?
    Dze items hoeven niet te concurreren met eerdere items en mensen oefenen eerdere items vaker
  • Wat is proactive interference?
    moeite hebben met het leren van nieuwe dingen doordat oudere dingen interferen met het nieuwe.
  • Hoe kan proactive interference verholpen worden?
    - Dit kan verholpen worden door de categorie van het item te veranderen zodat deze niet meer hetzelfde is. Ook helpt het om semantische categorie te veranderen. Hoe meer de woorden op elkaar lijken/dingen met elkaar gemeen hebben, hoe meer het zorgt voor interference. 
  • Wat is het information processing model?
    Stelt dat onze mentale processen gelijk zijn aan die van een computer en dat ons cognitief systeem door een serie van fases heengaat.
  • Wat is het atikinson-shiffrin model?
    stelt dat het geheugen in stappen verloopt. Tijdens elke stap gaat informatie naar de ene storage area naar de volgende. 
  • Waarom hebben Baddely en Hitch de term kortetermijngeheugen veranderd naar het werkgeheugen?
    Volgens Alan Baddely en Graham Hitch gebruik we het kortetermijngeheugen vooral voor  complexe taken, omdat je tijdens zo’n taak meerdere mentale processen gebruikt. Hierdoor werd de term kortetermijngeheugen veranderd naar het werkgeheugen. Sindsdien is de conceptualisatie van het werkgeheugen steeds complexer geworden
  • Welke vier componenten heeft het werkgeheugen?
    1. De Phonological loop, waarbij informatie wordt verwerkt en kort vastgehouden in een fonologische vorm (spraak). 
    2. Een visuo-spatial sketchpad gespecialiseerd voor ruimtelijke en visuele verwerking en tijdelijke opslag 
    3. Een episodic buffer welke zorgt voor tijdelijke opslag voor geintegreerde informatie uit de visuo-spatial sketchpad en de phonological loop. 
  • Wat is de central executive precies?
    : heeft gelimiteerde capaciteit en gaat om met taken die veel cognitieve capaciteit vragen. 
    De 3 componenten hebben gelimiteerde capaciteit en kunnen redelijk onafhankelijk van elkaar functioneren. 2 assumpties: 
    1. Als 2 taken dezelfde component gebruiken, kunnen zie niet samen succesvol worden uitgevoerd
    2. Als 2 taken verschillende componenten gebruiken kan dit wel succesvol samen worden uitgevoerd. 
  • Met welke executieve processen is de wordt de central executieve geassocieerd?
    1. Aandacht focussen of concentratie
    2. Aandacht verdelen tussen twee stimuli
    3. Aandacht switchen
    4. Contact met het langetermijngeheugen 
  • Welke executieve processen identificeerde Miyake?
    1.     Inhiberende functie: dominante responses inhiberen en weerstand bieden tegen afleiding (wordt gebruikt bij de STROOP task) 
    2. Shifting function: switchen tussen taken. Bijvoorbeeld bij een taak eerst delen en dan vermenigvuldigen 
    3. Updating function: snelle toevoegingen controleren en uitvoeren 
    Setting goals and planning: je doelen bijhouden, plannen hoe je ze moet bereiken en bepalen wat je prioriteiten zijn (welke doel moet ik nu proberen te behalen?). Deze trekken allemaal zwaar op de central executive
  • Wat zijn limitaties naar onderzoek over de centrale executive?
    - Onderzoek hiernaar is lastig door het task-impurity probleem à veel taken vragen verschillende processen, wat het moeilijk maakt om de toevoeging van een specifiek proces te achterhalen. 
    - Het aantal en de natuur van executieve processen blijft onduidelijk. 
  • Wat is de phonological loop?
    Bestaat uit twee componenten. Een passieve fonologische opslag die gaat over spraak perceptie en een articulatie rehearsel proces gelinkt aan spraakproductie en het belang van herhalen, welke toegang geeft aan de fonologische opslag en belangrijk is bij het leren van een nieuwe taal. 
  • Wat is het phonological similarity effect?
    verminderde recall als woorden op elkaar lijken in geluid. Onderzoek hiernaar is complex omdat er gevonden is dat niet alleen de phonological loop hierbij een rol speelt, maar ook semantische processen. Het is dus niet duidelijk of het afhangt van akoestische gelijkheid of gelijkheid in articulatie. 
  • Wat is de visuo-spatial sketchpad?
    Word gebruikt voor tijdelijke opslag en manipulatie van visuele patronen en ruimtelijke bewegingen. Visuele verwerking is eigenlijk onthouden wat en ruimtelijke verwerking is onthouden waar.
    Meeste belangrijke issue bij de visuo-spatial sketchpad is of we 1 enkel systeem gebruiken of aparte visuele systemen. 
  • Uit welke twee componenten bestaat de visuo-spatial sketchpad?
    Visual cache: slaat informatie op over visuele vorm en kleur 
    Inner scribe: verwerkt ruimtelijke en bewegingsinformatie. Transformeert informatie van visual cache naar de central executive.
  • Wat zijn de bevindingen over de visuo-spatial sketchpad?
    het apart zijn van de componenten van het visuele en ruimtelijk systeem van de visuo-spatial sketchpad hangt van de mate in hoeverre algemene aandachtprocessen nodig zijn bij een taak. à er zijn algemene effecten te zien als de taak veeleisend is maar de effecten zijn specifiek als de taak minder moeilijk is. 
     
  • Wat is episodic buffer?
    Behoud geïntegreerde informatie over episodes of gebeurtenissen in een multi-dimensionale code waarbij visuele, auditore en andere bronnen worden gecombineerd. Het werkt als een buffer tussen andere componenten van het werkgeheugen en linkt het werkgeheugen aan perceptie en het langetermijngeheugen. 
  • Waarom is de episodic buffer toegevoegd aan de theorie?
    - Origineel model was gelimiteerd door de componenten te apart van elke functioneerde. 
    - Mensen kunnen ook gelijk 5 ongerelateerde woorden terughalen en 16 woorden als ze worden gepresenteerd in zinnen. Dit gaat boven de capaciteit van de phonological loop à kan worden verklaard doordat de episodic buffer een capaciteit heeft van 4 chunks. 
  • Wat is een probleem bij de episodic buffer?
    een issue hierbij is de relatie tussen episodic buffer en de central executive. Baddely nam aan dat de centrale executive de informatiestroom van en naar de episodic buffer controleert. Toch is zijn huidige standpunt dat informatie kan worden opgeslagen in de episodic buffer zonder de betrokkenheid van executieve processen. 
  • Wat zijn limitaties van het information processing model?
    - Er is aparte input in de episodic buffer van de visuo-spatial sketchpad en phonological loop. Het blijft onduidelijk hoe precies informatie van deze componenten wordt gecombineerd naar verenigde representaties in de episodic buffer. 
    - Informatie over smaak en reuk ontbreekt. 
  • Wat is het cocktail party problem?
    1 gesprek volgen met afleiding van een ander gesprek. 
  • Wat is een dichotic presentation?
    een apart bericht in elk oor presenteren à 1 bericht alleen proberen te volgen. In het experiment konden participanten dit goed al koste het heel veel aandacht. Bij het bericht waar ze de aandacht op vestigde konden ze ook veranderingen waarnemen, maar niet bij het bericht die ze negeerde. (als je naam wordt geroepen roept het wel opeens je aandacht). 
  • Welke drie factoren helpen om je aandacht te focussen?
    1. Distinctieve sensorische karakteristieken
    2. Intensiteit van het geluid 
    3. Locatie van het geluid 
  • Wat is Broadbent's model?
    het eerste model die stelt dat we informatie direct filteren op sensorisch niveau als we het waarnemen. Meerdere kanalen van sensorische input komen aan bij een aandacht filter. Die kanalen worden onderscheden door luidheid etc. Dit filter zorgt ervoor dat 1 enkel kanaal van sensorische informatie doorgaat naar de daadwerkelijke waarneming. 
  • Wat is het selective filter model?
    er werd bevonden dat Broadbent’s model niet klopt doordat participanten vaak wel hun naam horen in het niet oplettende oor. Verklaring hiervoor is dat dingen met veel betekenis door het selectieve filter heenbreken. 
     
  • Wat is het attenuation model?
     liet door experimenten zien dat ook informatie waar geen aandacht aan wordt besteed wordt geanalyseerd. Treisman stelt een theorie met een later filter mechanisme. In plaats van de stimuli te blokkeren, verzwakt het filter de stimuli. 
  • Wat is het late filter model?
    dacht dat het filter nog later was dan bij Treisman. Suggereren dat stimuli uitgefilterd worden nadat ze helemaal geanalyseerd zijn. Dit zorgt ervoor dat mensen informatie in het oor zonder aandacht inkomt. Het enige verschil met het model van Treisman is dat dit filter wat later komt. 
  • Welke twee overheersende aandachtsprocessen zijn er?
    - Preattentive processen: geautomatiseerde processen die sensorische karakteristieken opmerkt in het bericht zonder aandacht.  Merkt geen betekenis of relaties op. 
    - Attentive, controlled processen: deze processen gebeuren later. Heeft heet werkgeheugen nodig. Zorgt ervoor dat fragmenten in een mentale representatie van een object veranderd. Analyseert relaties tussen verschillende kenmerken. 
    Dit twee-stap model integreert meerdere theorieën maar verklaart niet alles. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Cognitieve Psychologie

  • 1549234800 Inleiding Cognitieve Psychologie

  • Wilhelm Wundt (1894)
    Sticht in Leipzig eerste psychologische laboratorium op
  • Franciscus Donders
    Legt de basis van Mentale Chronometrie
  • Mentale Chronometrie
    reactie tijd meten (reactie tijd meten)
  • Reactie tijd meten:
    waarneming+beslissing - waarneming = beslistijd
  • John Watson(19130
    Denken en verbeelding negeren, allemaal intern.
    Little Albert experiment
  • Pavlov
    Klassieke conditionering. Associatie tussen belletje en eten. Stimuli met elkaar verbinden en zien wat voor invloed het heeft
  • Skinner:
    Skinner boxes, operante conditionering.
    Behaviorisme; Gedragsanalyse
  • Franz Hall, George Combe
    Frenologie: idee op basis van de vorm van de schedel waar je grotere hersenen hebt. Verschillende mentale processesn in verschillende delen van de hersenen.
  • Phineas P. Cage
    Staaf door schedel.
  • fMRI
    functional magnetic resonanse imaging
    hersengebieden die actief zijn gebruiken meer zuurstof. Hemoglobine verandert de magnetische eigenschap van het doorbloede gebied; dit kan je meten
    BOLD
  • Actiepotentiaal
    lading van de moleculen
  • Visueel Neuron: Receptief veld:
    Het deel van de wereld waarop een neuron reageert
  • V1 (vroegvisuele) cortex:
    representeerd randen "edge detector"
  • LGN (laterale geniculate nucleus):
    kleine discontinuities:
  • V4 cortex:
    kleuren, kleine simpele vormen, hogere representaties
  • IT:
    Verwerken complexe objecten, gezichten etc
  • Specificity coding:
    Een of enkele neuronen representeert een specifieke stimulus, eigenschap of object. Een neuron voor A, een neuron voor B
  • Problemen specificity coding:
    Beperkte capaciteit
    hoe zou je dan nieuwe objecten of configuraties kunnen leren?
    wat gebeurt er als een cel afsterft?
    hoe kan je detail waarnemen als je maar een cel per object hebt?
  • Population coding:
    representatie is de activiteit van alle neuronen
  • Locale cues:
    aanwijzingen wat het object is, op basis van wat je op een bepaalde positie van het object ziet
  • Globale cues:
    de gehele context
  • Necker Cube:
    Regels om abiguiteit op te lossen.
  • Perceptuele organisatie; bottom up:
    Vanuit de input zelf, inkomende informatie.
    exogeen, stimulus-driven, onafhankelijk van je doel of wensen. 
  • Perceptuele organisatie; top down:
    opgelegde structuur, aanwezige informatie, op basis van ervaring, wetten of geheugen
    endogeen, goal driven, intern gestuurd
  • Perceptuele organisatie: aangeboren regels;
    bvb gestalt regels
  • Gestalt regels:
    - common fate
    - proximity
    - similarity
    - connectedness
    - closure
    - good continuation
    - symmetrie
  • Gestalt: Common fate;
    objecten die op dezelfde manier bewegen wordeng ezien als dat ze bij elkaar horen
  • gestalt; closure:
    lijnen doortrekken voor gesloten vorm
  • gestalt; good continuation:
    missen informatie bij waarneming, maken gebruik van aannames
  • Anne Treisman:
    Feature Integration Theorie (FIT)
  • FIT (feature integration theory)
    Aandacht is de lijm die alles bindt. We kunnen niet alles tegelijk verwerken zonder aandacht en verbinden. Features worden snel en parallel over het hele visuale veld herkent. Hiervoor is geen aandacht nodig. Alleen bezig met orientatie: feature search taak
    Top down (gerichte aandacht): conjuction search
  • Illustoire conjuncties;
    letters met verschillende kleuren die snel worden weergeven, je ziet alleen maar features
  • Agnosie:
    verstoring van objectherkenning
  • Integratieve Agnosie
    Verstoring van groeperingsmechanismen (gestaltwetten bvb)
  • Guided Search (Wolfe);
    Ekle kleur en elke orientatie zullen hun eigen gewicht hebben. Dit word in een rij gezet.  Aandacht zal naar het gene gaan met het zwaarste gewicht. Je kunt best vaak naar een distractor gaan die er enigszins op zal lijken
  • Duncan and Humphreys (1989)
    Attential Engagement theorie
  • Attentional Engagement Theory
    De zoek efficiente hangt af van de gelijkenissen tussen de items. Overeenkomsten tussen de target en distractor en de overeenkomst tussen de distractors onderling. Als alle distractoren hetzelfde zijn zie je direct waar de target is.
  • Homogeneous distractoren
    distractoren zijn hetzelfde
  • Heterogeneous distractoren
    verschillende distractoren
  • William James (1890)
    Geinteresseerd in aandacht.
  • Aandacht:
    Selectieve mentale toestand. 
    gericht op:
    - feature-based attention: een eigenschap van een object selecteren zoals kleur of vorm
    - spatiele aandacht: locatie selecteren
    - object-based attention: een geheel object selecteren
  • feature based attention:
    eigenschap van een object selecteren zoals kleur of vorm
  • spatiele aandacht:
    een locatie selecteren
  • object-based attention:
    een geeheel object selecteren
  • Posner (1980);
    Spatial Cueing task:
  • Bottom-up: Exogene aandacht:
    als je ergens je aandacht op richt zul je sneller zien. valide cues leiden tot kortere reactietijden. bottom-up aandacht kan niet worden uitgezet
  • Top-down: spatiele endogene aandacht:
    valide cues leiden tot kortere reactietijden. Validie cue: als die op verwachte locatie verschijnt. Neutrale cues worden gebruikt om de reactietijd mee te vergelijken (top-down kan worden uitgezet, is vrijwillig)
  • Change blindness:
    Het lastig herkennen van verandering in een scene
  • Inattentional Blindness:
    aandacht is ergens anders op gericht. Je moet proefpersoon een taak geven anders zien ze geen verschil.
  • Selectieve aandacht:
    aandacht filtert informatie. Relevante informatie wordt verder verwerkt, irrelevante informatie geblokkeerd.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat was de conclusie?
incongruente feedback vermindert creatieve prestatie van individuen door de generatie van ideeën buiten fixatie te verminderen en generatie van ideeën binnen fixatie te verhogen. Congruente feedback verbetert creatieve prestatie van individuen door de generatie van ideeën buiten fixatie te verhogen en generatie van ideeën binnen fixatie te verminderen. Tot slot, het proces van generatie van ideeën binnen fixatie gaat veel vloeiender dan de generatie van ideeën buiten fixatie. Oftewel, deze ideeën kosten minder moeite en gaan meer automatisch (= dual-process model of creativity)
Wat waren de resultaten?
Participanten bedachten meer oplossingen in het fixation path dan expansion. Dit komt overeen met het fixation effect.  De experimentele conditie had geen effect op het type oplossingen dat werd bedacht. Oftewel, participanten interpreteren de feedback “search for another path” niet als “wees creatiever”. Congruente executieve feedback is vereist om de generatie van creatieve ideeën positief te kunnen beïnvloeden.
Wat was het tweede experiment?
40 studenten die willekeurig werden ingedeeld in de volgende twee experimentele condities. 1: search for another path (zou leiden tot meer creatieve ideeën). 2: continue on this path (zou leiden tot minder creatieve ideeën).
Wat was een limitatie?
participanten zouden de feedback (search for another path/continue on this path) kunnen interpreteren als “wees creatiever” of “wees minder creatief”. 
Wat waren de resultaten?
de experimentele conditie (congruent/controle/incongruent) werd gebruikt als between-subjects factor en de categorie van de oplossing (fixation vs. expansion) werd gebruikt als within-subjects factor.  Congruente executieve feedback verbetert de generatie van ideeën binnen het expansive path (meer expansive oplossingen in de congruente groep dan in zowel de controlegroep als de incongruente groep).  Incongruente executieve feedback heeft het tegenovergestelde effect (vermindert de generatie van ideeën binnen het expansive path).  Incongruente executieve feedback heeft een zwakker effect op de creatieve prestatie dan congruente executieve feedback.
Wat was het eerste experiment?
60 studenten die willekeurig werden ingedeeld in de congruente feedback conditie, de incongruente feedback conditie en de neutrale feedback conditie.
Wat was de hypothese?
de congruente executieve feedback zou de prestatie moeten verbeteren door ideeën binnen fixatie te remmen en ideeën in expansie te stimuleren. De incongruente executieve feedback zou de prestatie moeten verminderen door te interfereren met de remming van oncreatieve ideeën (die leiden tot fixatie) en door ideeën binnen fixatie te stimuleren. Twee experimenten:
Welke twee condities waren er?
Congruent executive feedback condition: wanneer de voorgestelde oplossing behoorde tot het fixation path, werd gezegd “search for another path”. Wanneer de oplossing behoorde tot het expansive path, werd gezegd “continue on this path”.  Incongruent executive feedback condition: wanneer de voorgestelde oplossing behoorde tot het fixation path, werd gezegd “continue on this path”. Wanneer de oplossing behoorde tot het expansive path, werd gezegd “search for another path”. 
Wat onderzocht de huidige studie?
hoe beïnvloed minimale executieve feedback de prestatie op een individuele ideevormingstaak in real-time? Participanten werden gevraagd een creatieve taak op te lossen (vb. de ei-taak) en kregen minimale executieve feedback na elke gegenereerde oplossing. Deze feedback was congruent of incongruent met het creatieve doel van de eitaak en was afhankelijk van het type oplossing dat werd bedacht:
Wat is feedback?
de controle van een proces gebaseerd op de resultaten. Oftewel, de output van een actie wordt gebruikt om de volgende actie aan te passen. Eerdere studies lieten zien dat negatieve en controlerende feedback schadelijk kan zijn voor creatieve prestatie, terwijl opbouwende en ontwikkelende feedback een positieve invloed kan hebben.