Summary Class notes - Communcatietheorie

Course
- Communcatietheorie
- Marieke Kamphuis
- 2015 - 2016
- Fontys Hogescholen (Fontys Hogescholen Tilburg, Tilburg)
- Communicatie
206 Flashcards & Notes
7 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Communcatietheorie

  • 1445205600 ~ Hoofdstuk 1 Communicatie

  • Wat is de formule voor Communicatiekracht?
    C = I * R * P * T * T * M * A 

    I = Impact van de boodschap
    R= Relevantie voor de doelgroep
    P = Prikkel / attentiewaarde 
    T = Timing / tijd
    T = Tone of voice 
    M = Medium / middel
    A = Angst / weerstand van de doelgroep
  • Wat zijn 5 grote ontwikkelingen op het gebied van communicatie?
    1. Van offline naar online
    2. De relatie staat centraal
    3. Organisaties en medewerkers communicatiever maken
    4. Geïntegreerde communicatie
    (= Samenspel tussen corporate, interne en marketingcommunicatie)
    5. Accountability 
    (= Verantwoordelijkheid nemen en verantwoording afleggen voor belang van communicatie
  • Welke twee situaties kan de afdeling Communicatie hebben?
    1. Als doorgeefluik van de boodschappen van de directie
    2. Actief betrokken zijn bij de corporate strategie & branding
  • Welke twee functies kan een afdeling Communicatie hebben?
    1. Staffunctie
    2. Lijnfunctie
  • Wat doet een staffunctie? 
    Valt direct onder de directie en rapporteert daaraan. Het is een adviserende functie
  • Wat doet een lijnfunctie? 
    Valt onder een bepaalde dienst of sector ter ondersteuning of realisatie van middelen. Het is een uitvoerende functie
  • Wat is een Human Resource Management? 
    Betrokken en gemotiveerde medewerkers krijgen hier de ruimte en er wordt een cultuur gecreëerd waar zij zich kunnen ontwikkelen
  • Wat zijn de taken van een communicatieprofessional?
    1. Analyseren
    2. Adviseren
    3. Creëren
    4. Organiseren
    5. Begeleiden 
    6. Managen
  • Wat is communicatie?
    Een tweerichtingsverkeer waarbij zender en ontvanger van rol kunnen wisselen. Het is een interactief proces.
  • 1445292000 ~ Hoofdstuk 2 Theorie over communicatie

  • Wat is het basismodel voor communicatie?
    Zender (Z) --> Boodschap (B) --> Medium (M) --> Ontvanger (O)
  • Welke 4 aspecten van boodschappen zijn er? 
    1. Zakelijk aspect
    (Met feiten)
    2. Expressief aspect
    (Met gevoel)
    3. Relationeel aspect
    (Verhouding relatie)
    4. Appellerend aspect
    (Beroep dat gedaan wordt)
  • Wat is de referentiekader van een ontvanger?
    Het geheel van gewoonten, regels, ervaringen en normen en waarden waarop de ontvanger zijn denken en doen baseert.

    (Of een boodschap aankomt bij de ontvanger hangt van de referentiekader af)
  • Wat is redundantie en welke 2 vormen zijn er voor? 
    Redundantie is overtollige informatie.

    1. Functionele redundantie
    2. Disfunctionele redundantie
  • Welke 4 vormen van communicatie zijn er?
    1. Verbale communicatie
    2. Non-verbale communicatie
    3. Non-intentionele communicatie
    4. Meta communicatie (= communicatie over communicatie)
  • Wat is communicatiemodaliteit?
    Een communicatiewijze dat zich onderscheidt van andere vormen van communicatie

    (Vb. reclame en public relations, propaganda)
  • Welke 2 vormen van communicatiemodaliteit zijn er?
    1. Informatie
    2. Voorlichting
  • Geef de middelen voor beïnvloeding van ontvanger aan en zet ze in de juiste volgorde.
    Voorlichting -> Public Relations -> Reclame -> Propaganda
  • Wat is massacommunicatie?
    Openbare, voor iedereen toegankelijke communicatie
  • Wat is interpersoonlijke communicatie?
    Hier bevinden zich een aantal mensen in elkaars nabijheid
  • Welke 5 invloeden van massacommunicatie zijn er?
    1. Stimulus-respons
    2. Two-Step-Flow
    3. Uses and gratifications
    4. Agendasetting
    5. Netwerkmodellen
  • Wat is de invloed 'stimulus-respons?'
    Het is de injectienaaldtheorie. Alles wat we 'ingespoten' krijgen nemen we meteen op en voor lief.
  • Wat is de invloed 'Two-step-flow?' 
    Bij verschillende keuzes laat men zich meer sturen door elkaar dan door de media. 
    Opinieleiders zijn hier een belangrijke doelgroep bij beïnvloeding.
  • Wat is de invloed 'Uses and gratifications?'
    De ontvanger stelt zelf de keuze over welke media en wanneer hij of zij deze gebruikt en welke boodschappen ontvangen willen worden
  • Wat is de invloed 'Agendasetting?'
    De massa bepaalt waarover we denken. De onderwerpen die hoog op de agenda staan worden naar buiten gebracht.
  • Wat is de invloed van 'Netwerkmodellen?' 
    Het is een groot netwerk waarin leden elkaar beïnvloeden. Ieders sociale omgeving is het belangrijkste.
  • Wat is selectieve perceptie?
    Je ziet alleen wat je wilt zien. Dit is voornamelijk wat je al weet of wat jouw kennis bevestigd
  • Wat is selectieve blootstelling?
    De ontvanger kiest uit het totale aanbod de informatie die hem aanstaat
  • Wat is selectieve retentie?
    De ontvanger verwerkt van alle informatie die hij binnenkrijgt maar een gedeelte in het geheugen. 
  • Wat is framing?
    Het inkaderen. Sommige zaken blijven hierbij buiten beeld en andere worden juist benadrukt. 
  • Wat is labeling?
    Inkleuring van zaken door naamgeving en woordgebruik. 

    (Bv. ''Plofkip'' of ''Groene stroom'') 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is een differentiatiestrategie?
Wanneer een strategie in de verschillende landen volledig wordt aangepast. Het creatieve concept is per land anders. 
Wat is een adaptiestrategie?
Wanneer het basisconcept in verschillende landen gelijk zijn, maar de teksten worden aangepast en andere modellen worden gecast. 
Wat is een globale strategie?
Wanneer een organisatie kiest voor een gelijke positionering in alle landen. 
-> De positionering is overal hetzelfde
Wat is tweezijdige positionering?
De producteigenschappen en de emotionele waarden worden hier gecommuniceerd. 

Voorbeeld : Becel 'Leef met je hart'. (Zorgt goed voor je hart en je vindt je hart belangrijk)
Wat is transformationele positionering?
Wanneer de kwaliteit niet erg van toepassing is op een product, richt een merk zich tot de 'levensstijl' en 'waarden' van een consument. 
= levensstijlpositionering 

(Voorbeeld : kleding of parfum)
Wat is informationele positionering?
Wanneer de concrete, functionele eigenschappen van een product worden benadrukt. --> vaak producten met een USP (unique selling point)

Voorbeelden : afslankproducten, hoofdpijnpoeders.
Wat is een pullstrategie?
Wanneer een producent zich meteen richt op de consument
Wat is een pushstrategie?
Wanneer een product zo sterk gepromoot wordt door de producent dat de consument besluit deze te kopen
Wat is actiecommunicatie?
Heeft tot doel het direct stimuleren tot aankoop van consument

= tijdelijk proces 
Wat is themacommunicatie?
Communicatie dat tot doel heeft merkbekendheid en merkvoorkeur te vergroten en imago te versterken 

= langdurig proces