Summary Class notes - communicatie en organisatie

Course
- communicatie en organisatie
- Angerenstijn
- 2019 - 2020
- NTI (Leiden)
- Pedagogisch medewerker jeugdzorg
144 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - communicatie en organisatie

  • 1554415200 9607 examen 1 kerntaak 3 professionalisering& deskundigheidsbevordering

  • organiseren is:
    -samen met anderen en met middelen 
    - planmatig
    - activiteiten ondernemen
    - om een doel te kunnen bereiken
  • organisaties zijn opgezet om een of meerder doelen te bereiken van tevoren wordt er bedacht wat er wanneer nodig is om die doelen te bereiken
  • benoem de kenmerking van een arbeidsorganisatie
    mensen werken samen 
    aan een gemeenschappelijk doel 
    met gebruikmaking van middelen
    en inzet van deskundigheid
    en krijgen betaald voor hun werk
  • soms wordt er onderscheid gemaakt tussen non- proforganisaties en not proforganisaties

    non profitorganisaties vind je bijvoorbeeld bij de overheid en deze worden ook gefinacieerd door de overheid; denk hierbij aan overheidorganisaties de politie de rechtbank een ministerie

    not for profitorganisaties worden voor een deel door de overheid gesubsidieerd voor een ander deel krijgen ze hun inkomen van verzekeraars of direct van cliënten ;
    ziekenhuizen zorgcentra,s thuiszorginstellingen kortverbijftehuizen en dergelijke zijn hier voorbeelden van
  • 1.4 organisatiedoelen 
  • doel en beleid hangen met elkaar samen 

    - een doel is het eindpunt
    - beleid is de weg naar het eindpunt
  • 15.1 deelbeleid 

    net zoals met organisatiedoelen en afgeleide doelen(subdoelen is er ook organisatiebeleid
    en deelbeleid voor de verschillende afdelingen
  • algemeen organisatiebeleid komt doorgaans terecht bij een beleidsnota of beleidsplan welke geschreven is door de directie of het hoger management 
    deelbeleid wordt door de betreffende afdelingsmanagers geschreven
    zo wordt bijvoorbeeld het personeelsbeleid geschreven door een personeelsmanager
    het financieel beleid door de manager financiële zaken
    en het informatiebeleid door de manager communicatie en informatie
    enzovoort
  • op welke verschillende niveaus komen in een organisatie beleidsplannen voor 
    een algemene instellingsplan: geeft de algemene grote lijnen aan zoals visie doelen doelgroepen toekomstplannen organisatiestructuur financiële middelen  
    - deelplannen: hierin worden onderdelen van het algemene beleid verder uitgewerkt
    zoals personeelsplan arbobeleid activiteitenbegeleiding pedagogisch beleid

  • een deelplan gaat over de volgende zaken benoem deze
    doelen 
    personele en financiële middelen en materialen
    activiteiten
  • 1.5.3
    beleidsontwikkelingen
    beleid ontstaat niet van de ene op de andere dag de ontwikkelingen gaat in fasen

    benoem de beleidsfases
    - voorbereiding
    -vaststelling
    -uitvoering
    -evaluatie
  • 1.6 middelen en activiteiten
    middelen en activiteiten 

    de uitvoering van het beleid heeft alles te maken met de inzet van de middelen en activiteiten.
    beleid en doelen zijn nog theorie om deze uit te kunnen voeren heb je middelen en activiteiten nodig
  • 1.6.1 inzet van middelen 
    de middelen die het management inzet kun je onderscheiden in
    ruimte en inrichting
    apparatuur en anderen hulpmiddelen
    personeel
  • activiteiten kun je onderscheiden in hoofdactiviteiten en deelactiviteiten 
    een hoofdactiviteit kan uiteen vallen in een groot aantal deelactiviteiten
  • 16.3 
    plannen voor individuele cliënten
  • overkoepelende plannen beslaan meer terreinen van behandeling of begeleiding
    overkoepelende plannen kom je afhankelijk van het werkveld tegen onder verschillende benamingen ze zijn gericht op de individuele benamingen
  • verschillende namen voor overkoepelende plannen
    -behandelplan:  als een medicus de hoofdbehandelaar 
    -zorgplan: leven en wonen staan centraal 
    -revalidatieplan: overkoepelend plan vergelijkbaar met het zorgplan al staat het leven en wonen minder centraal 
    -ondersteuningsplan : lijkt op zorgplan diverse werkvelden gebruiken het we spreken nu verder van het ondersteuningsplan als wij het over een overkoepelend plan hebben
  • deelplannen
    behandelplan : benaming voor als een medicus de hoofdbehandelaar is 
    begeleidingsplan: beschrijft alle doelen termijnen en activiteiten 
    activiteitenplan : uitwerking van het ondersteuningsplan 
    handelingsplan: basisschool wordt pas opgesteld als er problemen zijn welke een structurele benadering vereisten
  • het begeidingsplan beschrijft alle doelen termijnen en activiteiten 
    die de begeleider uitvoert om de cliënt te ondersteunen bij het halen van zijn doelen en het oplossen van problemen
  • wat is een structuur
    een samenhangend geheel van delen
  • de basisbegrippen binnen een organisatiestructuur=
    lijnafdelingen: het primaire processen
    ondersteunende afdeling ondersteuning primaire proces
    stafafdeling: functionarissen met een adviserende taak
  • 2.3 bevoegdheden binnen een organisatie 
    bevoegdheid: het recht hebben om bepaalde taken of handelingen uit te voeren om er voor te zorgen dat een organisatie een samenhangend geheel is welke goed gericht naar een doel werkt hiervoor is sturing en onderlinge afstemming nodig coördinatie
  • benoem nu de twee soorten bevoegheden
    hiërarchische bevoegdheid: beslissingen kunnen nemen deze adviezen worden bijvoorbeeld gegeven door directeuren managers afdelingshoofden en of anderen leidinggevende 
    adviesbevoegdheid: staffunctionarissen en anderen deskundige die adviezen geven deze adviezen zijn echter niet bindend.
  • bij cultuur gaat het om taal lichaamstaal gewoonten rituelen opvattingen waarden en normen
  • 2.4: organisatiestructuren
    afdelingen en bevoegdheden 
  • benoem  de twee basisstructuren van een organisatie
    lijnorganisatie en lijnstaforganisatie 
    de lijn-stsorganisatie is de basis van bijna alle anderen structuren
  • ontstaan organisatiestructuur 
    - structuur naar afdeling
    -structuur naar functies
  • als mensen over een organisatiestructuur spreken bedoelen ze over het algemeen die naar functies structuur naar afdeling is handig bij grotere organisaties om eerst een totaalbeeld te krijgen
  • wat is de naam van de oudste en bekendste stuctuurvorm binnen organisaties
    de lijnstructuur in dit geval heeft lijn de betekenis van een hiërarchische lijn dus niet de lijnafdeling van het primaire proces
  • lijnorganisaties
    een organisatiestelsel waarin uitsluitend hiërarchische (lijn)relaties voorkomen en waar elke medewerker uitsluitend leiding krijgt van een chef
  • benoem een aantal voordelen van een lijnorganisatie
    - de  structuur is duidelijk en eenvoudig 
    -bevoegdheden zijn goed afgebakend
    - er is eenheid van bevel iedereen heeft maar een baas
  • benoem nu een aantal nadelen van een lijnorganisatie
    -er zijn lange communicatiekanalen alle informatie verloopt via verschillende hiërarchische niveaus 
    -initiatief vanuit medewerkers wordt niet aangemoedigd dit veroorzaakt een lage betrokkenheid van medewerkers bij de realisering van doelen 
    overbelasting van de leiding omdat ze van te veel aandachtsgebieden op de hoogte moeten zijn
  • lijn staforganisatie 
    een lijnorganisatie waarin op hoger niveau ruimte is gemaakt voor een gespecialiseerde staffunctionaris die wel mee discussieert maar geen beslissingsbevoegdheid heeft
  • in een lijnstaforganisatie zijn staffuncties of complete afdelingen aan toegevoegd 
    staffuncties worden met een horizontale lijn aan de verticale lijn gekoppeld
  • de voordelen van  lijn staf organisaties zijn 
    - de lijnfunctionaris kan bij de uitoefening van zijn taken een beroep doen op de kennis van een vakspecialist
    de eenhoofdige leiding blijft gehandhaafd
    de lijnfunctionaris hoeft bepaalde taken niet uit te voeren en daardoor kan het aantal medewerker waarin hij of zij leiding geeft groter zijn
  • de nadelen van een lijn-staforganisatie 
    staforganisaties kunnen te veel bevoegdheden krijgen(of zich toe eigenen wat de positie van de lijnfunctionaris kan verzwakken
    -stafafdelingen ontwerpen door hun specialistische kennis zodanig complexe procedures dat ze voor de lijn niet uitvoerbaar zijn
    de staf en lijnafdelingen leiden te veel hun eigen leven en houden onvoldoende feeling met elkaar
  • de lijn-staforganisaties komt vaak voor in grotere groepen meestal als er in een instelling meer dan 80 mensen werken
  • 2.5 een organigram 
    het doel van een organigram is

    duidelijke en schematisch weergeven van
    functiebenamingen of afdelingen en wie aan wie leiding geeft
    overzicht houden over de samenhang in de organisatie
    anderen inzicht geven in de organisatie
  • benoem de 2 soorten organigrammen
    een organigram met alleen afdelingen vooral bij grotere organisaties is dat handig
    dit geeft eerst een globale indruk van de opbouq
    - een organigram met alleen functiebenamingen dit geeft inzicht in de juiste functiebenamingen en in de mate waarin de functies onderling hiërarchische relaties hebben
  • benoem de informatie welk je kunt halen uit een organigram
    -welke sectoren en diensten er zijn 
    - de hiërarchische opbouw 
    - de overlegvormen
  • organisatiecultuur 
    geheel van waarden opvattingen en omgangsvormen in een organisatie
  • omgangsvormen 
    -zeggen hoe mensen met elkaar omgaan 
    -zijn ongeschreven regels 
    - en geschreven regels
  • er zijn landelijke modellen voor gedragscodes of(beroepscodes) voor de verschillende beroepsgroepen zoals jeugdzorg en de kinderopvang.
    de gedragsregels in deze modellen zijn gericht op het bestrijden en voorkomen van agressief gedrag leeftijdsdiscriminatie racisme en seksuele intimidatie 
    de gedragsregels schrijven ook voor dat levenbeschouwelijke opvattingen gerespecteerd moeten worden
  • gedragscode 

    in een document vastgestelde normen en waarden met betrekking tot het gedrag en de houding die beroepsbeoefenaren in een bepaald beroep dienen te hanteren
  • in de Arbowet staat beschreven dat organisaties een gedragscode moeten hebben deze moet gebaseerd zijn op de modelgedragscode
  • in de gedragscode van een organisatie behoort ook te staan hoe de omgang tussen medewerkers en cliënten moet zijn
  • 3.4 vertrouwenspersoon
    geeft voorlichting over de gedragscode
    -zorgt dat het beleid inzake ongewenst gedrag voor iedereen duidelijk is
    instrueert het management en de ondernemingsraad over het herkennen van ongewenst gedrag
    -stelt een klachtencommissie in
    -zorgt dat leidinggevende een training volgen in het voorkomen en tegengaan van ongewenst gedrag
    -voert zo nodig gesprekken met medewerkers die klachten hebben en neemt zo nodig maatregelen
  • 3.5 pesten op het werk 

    definitie pesten
    stelselmatig ondermijnen van het werk van het slachtoffer
    het ondermijnen van de persoonlijke reputatie
    onmogelijk maken van communicatie
    sociaal isoleren van het slachtoffer
    aantasten van de fysieke gezondheid van het slachtoffer
  • 3.6 foutencultuur 

    positieve foutencultuur
    oorzaken van fouten opsporen 
    communiceren over fouten 
    leren van elkaars fouten 
    risico,s nemen en accepteren dat er daarbij wel een fouten gemaakt kunnen worden 

    negatieve foutencultuur
    fouten niet willen zien 
    fouten wegmoffelen 
    fouten van anderen afstraffen 
    Risico,s vermijden
  • Thema 4 eigen positie binnen de organisatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.