Summary Class notes - Conflictmanagement

Course
- Conflictmanagement
- Roef Hopman
- 2019 - 2020
- Hanzehogeschool Groningen (Hanzehogeschool Groningen, Groningen)
- HBO - Rechten
145 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Conflictmanagement

  • 1556661600 Week 1

  • Wat zijn de kenmerken van een impasse?
    • Geen stap voorwaarts maken, in cirkeltjes draaien.
    • Niet tot overeenstemming komen.
    • Communicatie die ongecoördineerd en moeizaam verloopt.
    • Emoties die hoog oplopen, die niet (meer) productief zijn en niet zijn te normaliseren.
    • Terugkerende argumenten of thema’s.
    • Hardnekkige weerstand tegen jou of het proces.
  • Oorzaak impasse: communicatie
    • Partijen communiceren onvoldoende effectief
    • Naast het gebrekkig communiceren zijn er ook complicerende factoren
      VB. partijen hebben andere informatie en gaan uit van andere aannames
  • Oorzaak impasse: relatie
    Vaak in langdurige relaties, ze ontstaan dan bijvoorbeeld door disfunctionele communicatiepatronen die zich in de loop van de tijd hebben ontwikkeld.
  • Oorzaak impasse: financieel
    fixed pie assumption: partijen gaan ervan uit dat er maar een beperkte hoeveelheid te verdelen is, dus hoe meer de een krijgt, des te minder er voor de ander overblijft.
  • Oorzaak impasse: juridisch
    Wanneer partijen een andere verwachting hebben van het antwoord op de vraag of iedereen zich aan de voorgeschreven regels of procedures heeft gehouden.
  • Oorzaak impasse: emoties
    Wanneer een partij wordt overheerst door emoties en daardoor niet meer naar andere opties kan kijken, waardoor geen communicatie meer mogelijk is.
  • Oorzaak impasse: wantrouwen
    Partijen in een conflict denken meestal dat 'de ander' niet te goeder trouw handelt en dus ook niet te vertrouwen is. Dit heeft veel met perspectief en interpretatie te maken.
  • Fase 0 en het begin van fase 1 van de mediation (voorbereiding en opening)
    • Is er sprake van balans en neutraliteit, ook in taalgebruik, de toon en non-verbale communicatie van de mediator?
    • Is er voldoende aandacht besteed aan de machtsbalans?
    • Heeft de mediator een psychologische contract opgebouwd met partijen en voldoende vertrouwen gewekt voor zichzelf en het mediationproces?
    • Is er weerstand bij partijen of de partijadviseurs?
    • Zijn de spelregels duidelijk afgesproken en worden deze gehandhaafd?
    • Nemen de relevante partijen deel aan de mediation en zitten de juiste vertegenwoordigers van partijen aan tafel?
    • Zijn er nog andere partijen betrokken bij het geschil die niet aan tafel zitten?
    • Is het duidelijk hoe het zit met de volmachten, wie de achterban is en welke rol de achterban vervult.
    • is het voor de partijen en de adviseurs duidelijk wat hun rol is in de mediation
    • Is er een regiegesprek met advocaten geweest?
  • In fase 1 en in het begin van fase 2: de openingsstatements en de eerste uitwisseling tussen partijen en inventarisatie
    • Heeft elke partij voldoende tijd gehad om een eigen uiteenzetting te geven?
    • Heeft de mediator de uiteenzetting van partijen juist samengevat, zodat het voor iedereen duidelijk is waarover het geschil gaat?
    • Was de samenvatting volledig?
    • Zijn alle belangrijke thema’s aan de orde geweest?
    • Is de onderhandelingsagenda neutraal en voor beide partijen evenwichtig?
    • Zijn gezamenlijke belangen genoemd?
    • Is het duidelijk wat elke partij verwacht van de mediation?
    • Weten partijen het ook van elkaar?
    • Wat denkt men te bereiken?
    • Neemt men vrijwillig deel aan de mediation?
  • In fase 2: de exploratie
    • Is de communicatie tussen partijen weer op gang gekomen?
    • Is het duidelijk wat de blocking issue is? 
    • Is dit aan orde geweest of staat het nog tussen partijen in?
    • Wat zijn de conflictoorzaken?
    • Is er verzet bij partijen en ben je als mediator bezig de weerstand te verhogen doordat je te veel duwt en trekt of voortdurend de nadruk legt op gemeenschappelijke of positieve aspecten?
    • Is er bij onderhandelaars begrip voor het perspectief en de intenties van de ander opstaan?
    • Heb je oog voor psychologische processen waardoor het kan lijken dat een partij disfunctioneel handelt?
    • Zijn alle belangen en vraagpunten besproken?
    • Is er sprake van recognition?
    • Zijn belangrijke punten voor de ene partij erkend door de wederpartij?
    • Ben je adequaat omgegaan met emoties, dat wil zeggen, normaliseren zonder te bagatelliseren en functioneel maken voor zover noodzakelijk in het kader van de mediation?






     
  • In fase 3: genereren van opties en onderhandeling
    • Heb je voldoende aandacht besteed aan de machtsbalans en empowerment van partijen
    • Zijn er nog andere opties?
    • Heeft elke partij bijgedragen aan het zoeken naar mogelijke oplossingen?
    • Komen de opties tegemoet aan alle subjectieve criteria (belangen) of zijn er objectieve vastgesteld om de beslissing van partijen voor of tegen een oplossing te ondersteunen?
  •            
     In fasen 4 en 5: overeenstemming bereiken, afsluiting en afstemmen met de achterban
    • Is de mediator eigenlijk een (niet-) bindend adviseur geworden die zijn eigen oplossingen aan partijen probeert op te leggen?
    • Is een van de partijen bang voor gezichtsverlies?
    • Heb je voldoende aandacht besteed aan het beperken van mogelijk gezichtsverlies?
    • Is er sprake van achterbanproblematiek? 
    • Heb je de betrokkenen ondersteund bij de afstemming met de achterban?
    • Zijn er voldoende objectieve criteria om het resultaat ook voor de achterban acceptabel te maken?
  • Op welke manieren kun je cliënten helpen verschillende percepties bij elkaar te brengen?
    • Je kunt betrokkenen actief zoeken naar informatie die het tegendeel van een bepaalde zienswijze zou kunnen bewijzen.
    • Je kunt de onderhandelaars zich laten inleven in het perspectief van de ander.
  • Stap 1: Selectie uit de veelheid van indrukken
    • Uit alle indrukken maak je een selectie.
    • Dit kan de oorzaak zijn dat partijen van verschillende feiten of informatie uit gaan.
    • De informatie die gebruikt wordt hangt af van de beschikbare feiten.
    • De selectie die je maakt hangt af van je belangen en aannames.
    Stap 2: Assumpties, vooronderstellingen
    • Ook al gaat iedereen van dezelfde informatie uit, kan het beeld verschillen.
    • Dit kan door persoonlijke en culturele achtergrond, gewoontes, eigen aannames en veronderstellingen, kennen partijen een eigen betekenis toe aan de geselecteerde informatie.
    Stap 3: Gevolgtrekkingen, conclusie
    • Alle partijen maken een eigen proces van gevolgtrekking door welke kan leiden tot misverstanden en verschillen.
    • Veel blocking issues ontstaan door dit proces.
  • Wat is cognitieve dissonantie?
    Als er een discrepantie dreigt tussen de eigen zienswijze en de feiten of waarnemingen, proberen mensen dit te vermijden of 'weg te redeneren'.
  • Hoe kan cognitieve dissonantie worden gecorrigeerd?
    • Vaststellen dat de conflicterende informatie niet van belang is.
    • Zoeken naar andere meningen of overtuigingen die de balans kunnen herstellen (die dus zwaarder wegen dan de conflicterende informatie).
    • Iets doen waardoor het conflict verdwijnt. Bijvoorbeeld het gedrag veranderen of zorgen dat je de conflictoorzaak kwijtraakt.
  • Wat is naïef realisme?
    De partijen gaan meestal ervan uit dat de wereld is, zoals zij die zien. De werkelijkheidzoals mensen die waarnemen, is geconstrueerd door de manier waarop het brein
    functioneert en informatie verwerkt in combinatie met reële of geconstrueerde input van de
    omgeving of van anderen.
  • Als moeilijk te ervaren personen: de calimero
    de onmachtige die, of het slachtoffer dat, geen verantwoordelijkheid draagt. De schuld ligt bij de ander of de omstandigheden.
  • Als moeilijk te ervaren personen: De bullebak
    de agressieve partij die persoonlijke aanvallen aanwendt of driftbuien heeft
  • Als moeilijk te ervaren personen: de machtswellusteling of patser
    de machtige partij die haar voordelige positie volledig uitspeelt.
  • Als moeilijk te ervaren personen: de nirvana- partij
    de stille partij die vrijwel niet meedoet met de mediation en die met zijn gedachten elders is.
  • Als moeilijk te ervaren personen: de kameleon
    De partij die constant draait en steeds weer met andere standpunten of thema's komt en die zich niet wil vastleggen.
  • Als moeilijk te ervaren personen: de pokerface
    De onpeilbare partij zonder waarneembare emoties, die anders dan de nirvanapartij, echter wel deelneemt aan de interactie in de mediation, maar zich niet in  de kaart wil laten kijken.
  • Als moeilijk te ervaren personen: de angsthaas
    een partij die snel toegeeft om ervan af te zijn.
  • Als moeilijk te ervaren personen: De paranoïcus/ wantrouwige
    De betrokkene die in de perceptie van kwade trouw, opzet en wantrouwen blijft hangen
  • Als moeilijk te ervaren personen: de emotionele vulkaan
    de betrokkene die gedurende de hele mediation steeds weer met een heftige emotionele uitbarsting komt die de voortgang van de mediation belemmert.
  • Lastige tactieken: deadlines introduceren
    'dit aanbod geldt 24 uur' De andere partij is dan sneller geneigd toe te geven, om de deal niet mis te lopen.
  • Lastige tactieken: good guy/ bad guy of good cop/ bad cop
    een aardige en een vervelende vertegenwoordiger van een partij wisselen elkaar af, de wederpartij zal sneller meegaan met de aardige vertegenwoordiger (mede om van de vervelende persoon af te zijn)
  • Lastige tactieken: beperkt mandaat
    De vertegenwoordiger wil zelf wel toegeven, maar kan maar gaat tot...of heeft toestemming nodig van... om diegene over te halen, is er nog een concessie nodig.
  • Lastige tactieken: Weglopen
    in de hoop weer teruggehaald te worden aan de mediationtafel, met als lokkertje een goedmakertje. De andere partij geeft toe.
  • Lastige tactieken: 'concessies' doen
    steeds kleine concessies doen en daar veel misbaar over maken en verwachten dat de andere partij daar wat tegenover moet stellen.
  • Lastige tactieken: Terugkomen van een (overdreven) eis
    de oorspronkelijke eis is absurd hoog en wordt door de wederpartij verworpen. De onderhandelaar komt vervolgens met een afgezwakte eis die op een concessie lijkt, maar in feite niet meer is dan het bijstellen naar een reëel openingsbod.
  • Lastige tactieken: Persoonlijke aanval
    De onderhandelaar gaat op de persoon spelen ipv op de bal, hij probeert de integriteit of professionaliteit van de mediator of de wederpartij aan te tasten. Hij neemt het proces of de spelers niet serieus.
  • Lastige tactieken: onbehoorlijk gedrag
    Geen oogcontact maken, onverschillig zijn ten aanzien van het al dan niet oplossen van het geschil, volledige desinteresse, liegen mond dichthouden.
  • Lastige tactieken: Salami- tactiek
    Steeds kleine eisen op tafel leggen, die bij elkaar opgeteld een behoorlijke concessie van de wederpartij vragen.
  • Lastige tactieken: Escalatie van eisen
    als de wederpartij niet toegeeft, meteen met hogere eisen of dreigementen komen, in de hoop dat de tegenpartij snel toegeeft.
  • Lastige tactieken: Escalatie van toegeven
    De onderhandelaar honoreert een verzoek van de wederpartij. Nadat hierover overeenstemming is bereikt, laat de onderhandelaar vervolgens weten dat er toch wat meer tegenover zijn concessie moet staan.
  • Lastige tactieken: last minute grabs
    de deal is volledig rond en één parij komt met 'o ja, ik was nog vergeten...'
  • Lastige tactieken: stenen muur
    Geen duimbreedte willen toegeven
  • Lastige tactieken: duiken
    niet bereikbaar zijn, verschuilen achter collega's, regels of de organisatie. of niet bereikbaar zijn vanwege te veel dringende werkzaamheden.
  • Wat zijn handige reacties op lastige personen of tactieken?
    • spel meespelen (tit-for-tat) 
    • toegeven of weglopen (toegeven doe je als een punt voor de ander belangrijker is dan voor jezelf. Weglopen doe je wanneer je het niet meer de moeite waard vindt)
    • luisteren
    • hercontextualieseren
    • name the game, het spel benoemen
    • spelers veranderen
    • mediationinstrumenten inzetten
  • ‘Emotionele valkuilen’ voor een mediator of onderhandelaar: diep graven en lang exploreren
    Te lang stilstaan bij emoties, blijven zoeken naar achterliggende oorzaken en het steeds stimuleren dat emoties worden geuit staat haaks op het wezen van mediation.
     Mediation gaat over het zoeken naar belangen, opties genereren, vlotte voortgang en toekomstgerichtheid.
    Mediator moet functioneel omgaan met emoties, aan de orde laten komen voor zover dit zinvol en noodzakelijk is om tot een oplossing te komen.
  • 'Emotionele valkuilen' voor een mediator of onderhandelaar: net doen of de emoties geen rol spelen
    Emoties volledig uit een mediation weren, werkt ook averechts.
    Er ontstaat een impassen als de mediator alle emoties wegwuift, terwijl het belangrijk is voor de partijen dat ze worden erkend.
    Mediator moet emoties bespreekbaar maken als het nodig is dat de andere partij een aantal punten ‘hoort’, of als die emotie een blocking issue is.
  • 'emotionele valkuilen' voor een mediator of onderhandelaar: emoties overnemen of erin meegaan
    Je moet tijdig besluiten om een mediation af te breken als je het gevoel hebt dat je wordt meegezogen in de emoties van de onderhandelaars of dat je je eigen emoties je functioneren als mediator gaan belemmeren.
  • Wat zijn positieve emoties?
    Blijdschap, opluchting en dankbaarheid. Kunnen ook voorkomen in een mediation, deze emoties spelen meestal geen belemmerende rol.
  • Wat zijn negatieve emoties?
    Negatieve emoties zijn op te delen in offensieve en defensieve emoties:
    • offensief: zijn naar buiten gericht
    • defensief: emoties die betrokkenen richten op de eigen persoon of op de eigen gedragingen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.