Summary Class notes - counseling

Course
- counseling
- gert van de veen
- 2014 - 2015
- counseling
- HBO
195 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - counseling

  • 1417906800 basisboek counseling

  • wat is counseling
    richt zich op psychische gezonde mensen die te maken hebben met problemen in de ontwikkeling van de persoonlijke groei.
  • 1900-1910
    eerste tien jaar waren Jesse B, davis, frank parson en clifford beers de belangrijkste vertegenwoordigers vd guidance movements.
  • 1911-1920
    in het tweede decenium werd een overkoepeldende organisatie voor begeleiders in het leven geroepen, de NVGA.
  • 1921-1930
    in deze periode werd er vooral gewerkt aan verdieping van de theoretische en wetenschappelijke achtergrond vd guidance movements.
  • 1931-1940
    de eerste counseling theorie werd geformuleerd door e.g williamsmson vd Minnesota universiteit.
  • 1941-1950
    carl r rogers schreef in 1942 het boek; counseling and psychotherapy.
  • 1951-1960
    twee organisatie; american personnel and guidance association(apga) en division 17
  • 1961-1970
    in de jaren zestig  was de aandacht gericht op verdere ontwikkeling van counseling
  • 1971-1980
    in de jaren zeventig hebben binnen counseling allerlei trends centraal gestaan. bv sociale vaardigheids programma,s 
  • 1981-2000
    in de jaren 80 en 90 zette de professionalisering steeds verder voort. zo werden er oa. steeds meer bindende afspraken gemaakt over de opleidingseisen.
  • counseling richt zich op
    verandering, groei, proces en product.
  • counseling maakt gebruik van
    de vermogens ve client, waaronder vaardigheden, talenten, functioneel gedrag
  • counseling heeft betrekking op het
    accepteren vd percepties en de emoties vd client.
  • verschil counseling psychotherapie.
    psychotherapie behandelt ernstige psychische problemen, richt zich op verleden, psychotherapie werft inzicht, expert, langdurend en counseling is oplossingsgericht
  • eisen counseling student
    nieuwsgierig, leergierig, vermogen luisteren, voeren van gesprekken, zich in een ander kunnen verplaatsen, emotioneel zelfonderzoek, introspectie, het kunnen tolereren van intimiteiten.
  • kenmerken counselor
    competent zijn, energiek, geloofwaardig, betrouwbaar, aantrekkelijk op inter-persoonlijk niveau, flexibel, clientgericht, plegen van introspectie, goede geestelijke gezondheid, sensitief, open, objectief, kunnen uiten en tonen van emotie. echtheid
  • ideale client
    open staan voor verandering, eerlijk, alert en duidelijk, open voor gevoelsbeleving, gemotiveerd, intelligent, inzicht in zijn problematiek, expressiviteit, frustratietolerantie, doorzettingsvermogen.
  • de hulpverleningstheorie dient aan de volgende criteria te voldoen
    helder geformuleerd, begrijpelijk, communicatief, veelomvattend, uit te nodigen voor verdere onderzoek, dient aan te geven welke middelen er nodig zijn, bruikbaar, dient aan te sluiten bij opvattingen vd hulpverlener.
  • binnen de hulpverleningstheorien valt het op dat er sprake is van driedelige op basis van het niveau van helpen.
    niet professioneel, paraprofessioneel, professioneel
  • waar dient een counselor kennis van te hebben
    persoonlijke groei, sociale en culturele beginselen, groepsdynamica, verschillende manieren van beroepsmatig functioneren, beoordelen op waarde kunnen schatten van situaties, personen, problemen, opzetten , doorvoeren en het kunnen evalueren ve onderzoek.
  • problemen zijn uniek
    de cultuur waar hij is opgeroeid, ervaringen die hij met soortgelijke problemen heeft opgedaan, gegeven omstandigheden, psychische en fysieke gesteldheid.
  • functioneringsproblemen kunnen worden onderverdeeld in vier probleemgroepen
    problemen met het ik, problemen met het ander, problemen met de groep, problemen met de gegeven omstandigheden
  • fase 1; hulpverleningsproces. inclusie.
    het verschaffen van inzicht, vrijmaken of verwerven van kennis, tot stand brengen van dialoog, signaleren van de vorm van onvermogen, ombuigen en uiten vd negatieve energie, onderscheid aanbrengen tussen het verleden en het hier en nu
  • fase 2; doel
    beheersen en verduidelijken, integreren van kennis, tot uitdrukking brengen van de associaties en de nieuwe combinaties die kunnen leiden tot nieuw gedrag, tot uitdrukking brengen van de associaties die kunnen leiden tot nieuw gedrag,actief vergroten van mogelijkheden, werken aan de uitdrukkingswijzen en het ombuigen vd negatieve energie., vertrouwensrelatie, optimale communicatie met de betrekking tot het probleem, overwinnen van de veroorzaker, verschaffen van inzicht
  • fase 3; genegenheid.
    uiten en tonen van genegenheid, het op waarde schatten, het verwerven van inzicht, integreren van de associaties, de expressie en de zelfwaardering, een bredere verband brengen, vaardigheden en technieken beter leren benutten
  • fase 4; afscheid
    afronden vh hulpverleningsproces, afsluiten van de gesprekken, volharden in de op gang gezette ontwikkeling vd persoonlijke groei, intergreren van pas verworven kennis en ervaring
  • na de hulpverleningsproces
    volgt een gesprek, het verloop wordt besproken, twee tot zes maanden na het eerste gesprek vindt er een tweede gesprek plaats. vaststellen of er sprake is van blijvende gedragsverandering
  • vier fasen
    inclusiefase, beheersingsfase, genegenheidsfase, afscheidsfase.
  • de bijeenkomst kan worden onderverdeeld in vier fasen
    afstemming, agenda bepalen, uitvoering en evaluatie
  • als een hulpverleningsgesprek bestaat uit 20 wekelijkse gesprekken, dan weet hij dat
    de inclusiefase afloopt na de derde bijeenkomst, beheersingsfase stopt op het einde van de achtste bijeenkomst, genegenheidsfase wordt afgerond na de achttiende bijeenkomst, afscheidsfase eindigt gedurende de twintigste bijeenkomst.
  • opbouwen van een hulpverleningsrelatie
    structuur aanbieden, participatie, veiligheid en vertrouwen
  • innerlijke veiligheid
    zichzelf kan vertrouwen, controle kan uitoefenen op het persoonlijk handelen, voorspelbaar is in het persoonlijk functioneren, zichzelf zekerheid kan geven over wie hij is en waarvoor hij staat.
  • normatieve veiligheid
    persoonlijke en/of maatschappelijke of culturele waarden en normen
  • fysieke veiligheid
    zekerheid dat de client geen lichamelijke letsel oploopt
  • exsentiele veiligheid
    de vorm van veiligheid garandeert de persoon het recht om te bestaan en te zijn wie hij is zoals hij is
  • wat is communicatie binnen counseling
    een kunde die het mogelijk maakt om informatie uit te wisselen tussen twee of meerdere personen.
  • iniciteit
    de interpersoonlijke relatie is uniek en vergelijkbaar met welke relatie dan ook
  • onvervangbaar
    de partijen die deelnemen aan de interpersoonlijke relatie zijn onvervangbaar. wanneer de ander de plaats van de ander inneemt, dan is het niet langer dezelfde relatie
  • afhankelijkheid
    binnen interpersoonlijke relatie zijn de partijen afhankelijk van elkaar
  • onthulling
    binnen interpersoonlijke relaties geven de partijen elkaar informatie over het persoonlijk functioneren en ideeëngoed. het delen van ervaringen, gedachten en gevoelens
  • intrinsieke beloningen
    deelnemen aan de interpersoonlijke relatie vormt op zichzelf als de beloning voor de partijen. het contract is belangrijker en fundamenteler dan de gespreksonderwerpen of de confrontaties.
  • beperktheid
    de interpersoonlijke relaties die een persoon onderhoudt zijn relatief beperkt in verhouding tot het aantal functionele relaties.
  • iedere communicatieboodschap bezit een inhoud en een relationele betekenis. de waardeoordelen hebben betrekking op
    affiniteit; de mate waarin de partijen elkaar waarderen, respect; de bewondering die de partijen voor elkaar hebben uit hoogachting of angst, controle; het uitoefenen van invloed op elkaar.
  • effectieve communicator dient aan een aantal voorwaarden te voldoen
    roldiversiteit, context vormgeven, doelen helder voor ogen hebben, oog hebben voor de ander, empathische identificatie, cognitieve complexiteit, introspectie kunnen plegen, betrokkenheid.
  • de counselor dient met het directe en bevestgde taalgebruik het juiste niveau van taalabstactie te kiezen.
    metamorfose, classificeren, beoordelen, omschrijvend, omschrijvend.
  • beschrijvend
    specifieke beschrijving van de gegeven omstandigheden op basis van de zintuiglijke waarnemingen
  • omschrijvend
    het verwoorden van de gegeven omstandigheden op basis van samengestelde ideeen
  • beoordelen
    het beoordelen van het functioneren van de persoon naar aanleiding van de gegeven omstandigheden
  • classificeren
    de persoon geeft een waardeoordeel op basis van wat hij heeft waargenomen en de conclusie die hij op basis hiervan heeft getrokken
  • metamorfose
    de persoon geeft een waardeoordeel en een classificatie door gebruik te maken van een metafoor, een symbool, een paradox of een zogenaamde tegenstelling.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

ideaaltypering
volwassenheid en sociaal emotioneel intelligent, volwassen mensen zijn in staat om relaties te onderhouden, volwassen mensen staan in contact met de wereld om hen heen.
drie belangrijkste doelstellingen van hulpverlening
levens verbeterende resultaten, aanleren van zelfredzaamheid en ontwikkelen van preventiementaliteit.
de wil kan worden onderverdeeld in vier vormen.
de sterke wil, de kundige wil, de goede wil, de transpersoonlijke wil.
neurotische behoefte.
als de persoon er niet in slaagt om een behoefte te bevredigen, zal de behofte in intensiteit en omvang toe nemen. hierdoor wordt het moeilijker voor de persoon om de behoeften in hand te houden
nieuwe triggers
als de uitvoering succesvol is is er sprake van een transformatie
ritualiseren
het oplossingsmodel wordt in de praktijk gebracht
visualiseren
wanneer de persoon nieuwe kennis en hiermee ervaringen heeft opgedaan, begint het oplossingsgericht denken.
symboliseren
een conflictueze innerlijke voorstelling zal er behoefte opstaan om de voorstelling te verwoorden of te verbeelden
dramatiseren
op het maken van een innerlijke voorstelling van de vorm van onvermogen en/of de ik bedreiging. dit kan alleen als het beschermingsmechanisme afneemt en de persoon open staat voor de ervaren vorm van onvermogen
het functioneringsschema helpt de counselor bij
het vaststellen van de gespreksniveaus, het maken van een keuze welk gespreksniveau verdiept dient te worden., het inventariseren van de functioneringsproblemen.
houden van het overzicht tijdens het gesprek met de client.