Summary Class notes - Culturele waarden en communicatie

Course
- Culturele waarden en communicatie
- Tatiana Barchuk
- 2018 - 2019
- Inholland Rotterdam
- Business studies
245 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Culturele waarden en communicatie

  • 1517180400 Week 1

  • Twee onderdelen waaruit interculturele communicatie bestaat:
    - Cultuur
    - Communictie
  • Als je het hebt over de cultuur van een land, bedoel je meestal Cultuur met een grote C. Waar staat dit voor?
    Beschaving. Of beter gezegd, de vruchten van die beschaving: schilderijen, literatuur, muziek, theater, dans, architectuur, enz.
  • Nederlandse Cultuur voorbeelden
    Schilders: Rembrandt
    Schrijvers: Vondel
    Architecten: Rietveld
    Periode van bloei: Nederlandse Gouden Eeuw
  • Belgische Cultuur voorbeelden
    Schilders: Pieter Brueghel 
    Schrijver: Hugo Claus
    Architectuur: Grote markt in Brussel
    Periode van Vlaamse Primitieven: de vijftiende eeuw
  • Definitie cultuur volgens Hofstede en Hofstede (2005: 19)
    'de collectieve mentale programmering die de leden van een groep of categorie mensen onderscheidt van die van andere'
  • Hoe beschrijft de beroemde cultuurspecialist Geertz (1973) cultuur?
    Als een systeem waarin de leden dezelfde betekenis hechten aan woorden , communicatieve handelingen, symbolen, enzovoort.
  • In de antropologie en de sociologie wordt het begrip cultuur in een andere betekenis gebruikt, de betekenis die wij 'cultuur met een kleine c' noemen. Wat houdt dit in?
    Cultuur in deze zin omvat niet alleen activiteiten waarvan men denkt dat ze de geestelijke beschaving bevorderen, maar ook gewone en alledaagse zaken: wat je wanneer met wie eet en drinkt., de wijze waarop je gevoelens uit, welke fysieke afstand je het liefst tot je gesprekspartner bewaart, wat je wel en wat je niet in een bepaalde situatie mag doen.
  • Cultuur met een kleine c uit zich in cultuur met een grote C, waaraan zie je dat?
    De architectuur van woonhuizen is bijvoorbeeld een reflectie van de wijze waarop mensen hun leven het liefst inrichten. Zo hebben woningen in culturen met een strikte scheiding tussen mensen van de eigen groep (uitgebreide familie) en andere, bijvoorbeeld Arabische culturen, een aparte ontvangstkamer vlak naast de entree van het huis. Deze is bedoeld voor buitenstaanders; die worden niet toegestaan in de rest van de woning.
  • In de mentale programmering van de mens kunnen we drie niveaus onderscheiden:
    • De menselijke natuur 
    • Cultuur 
    • Persoonlijkheid
  • Drie niveaus van mentale programmering en wat is mentale programmering?
    Cultuur is aangeleerd. Een groep mensen wordt als het ware getraind om zicg op een bepaalde manier te gedragen. Hofstede en Hofstede noemen dat mentale programmering. Dit begint in het gezin, op straat, op school, jeugdgroepen, werk, woongemeenschap. Cultuur word niet zoals ze vroeger dachten aangeboren maar doorgegeven. Dit zie je ook bij bijvoorbeeld adoptie.(Hofstede en Hofstede, 2005: 20)
  • Menselijke natuur : 1 van de 3 niveaus van mentale programmering
    Met de menselijke natuur wordt alles bedoeld wat de mens is aangeboren, bijvoorbeeld dat kinderen zes weken na hun geboorte gaan glimlachen, en dat de mens een overlevingsdrang heeft en daarom eet, drinkt en bescherming zoekt. In de sociologie gebruikt men hiervoor de term nature.
  • Cultuur : 1 van de drie niveaus van mentale programmering
    Met cultuur wordt verwezen naar de regels en wetten die een groep mensen nodig heeft om voort te bestaan. Zodra de mens in een groep leeft moet hij zich aanpassen aan die regels. (begroetingen, wie gaan we om, kennis/vaardigheden, eten/drinken) Al die regels vormen cultuur met een kleine c, in sociologie wordt dit aangeduid met de term nurture.
  • Is het zeker dat cultuur niet wordt aangeboren?
    Recentelijk wordt eraan getwijfeld of cultuur wel helemaal is aangeleerd. Er zijn aanwijzingen dat genetaspecten gedrag ook bepalen. Culturen waarin het belangrijk is om tot een groep te behoren (collectivistische culturen) hebben bijvoorbeeld een vorm van een gen dat niet voorkomt in individualistische culturen.
  • Hebben dieren een cultuur?
    Het wordt steeds duidelijker dat dieren ook groepsgedrag vertonen dat kan worden toegeschreven aan het overnemen van gewoontes van elkaar.
  • Persoonlijkheid van een individu: 1 van de 3 niveaus van mentale programmering
    De persoonlijkheid van een individu bestaat uit een aangeboren en aangeleerd gedeelte. Aangeboren zijn persoonlijkheidskenmerken die genetisch bepaald zijn: de wijze van glimlachen, de manier van praten en eten, de dingen die je soms ook bij verwanten vindt: 'dat heeft ie van z'n vader'. Aangeleerd zijn die persoonlijkheidskenmerken die je krijgt door persoonlijke ervaringen. Het is moeilijk precies aan te geven welk gedeelte van de persoonlijkheid nu aangeboren is (nature) en welk aangeleerd (nurture)
  • Nature & Nurture:
    Nature = aangeboren
    Nurture = aangeleerd
  • Communicatie binnen de onderste laag:
    De menselijke natuur, leidt op zich niet tot problemen. We delen immers allemaal diezelfde natuur. Iedereen begrijpt dat een peuter nog geen volledige zinnen kan maken en dat een 90-jarige doof kan zijn, en past zijn gedrag daarop aan.
  • Communicatie binnen de bovenste laag
    De persoonlijkheid, persoonlijkheidstypes verschillen van mens tot mens. In het contact met anderen houdt men daar rekening mee. Sommige persoonlijkheidstypes mag je wel en andere niet. Dit is meestal in heel korte tijd duidelijk en je past je leven erop aan. Je vermijdt de mensen met persoonlijkheidstypes die je niet mag, of je probeert er het beste van te maken.
  • Communicatie in de middelste laag:
    Van sommige zaken weet je dat mensen uit andere culturen er anders mee omgaan dan je gewend bent, bijvoorbeeld de viering van verjaardagen of Nieuwjaar. Als hierover miscommunicatie ontstaat, is het probleem meestal bespreekbaar en kan het vrij snel worden opgelost. Maar er kunnen ook problemen ontstaan die minder makkelijk te duiden zijn, wat kan leiden tot gedachten als 'Hij kijkt me niet aan bij het spreken', 'Ze bood me niet eens een kopje koffie/thee aan toen ik op bezoek kwam', of 'ik dacht dat we vrienden waren maar ze zei net in het openbaar dat ze het niet met me eens was.'
  • Culturele verschillen manifesteren zich in vier verschillende aspecten:

    - Waarden: waarom we iets doen.- Praktijken: wat we doen, hoe we iets doe; deze bestaan uit:
    • Symbolen
    • Helden
    • Rituelen
  • Het 'Ui-diagram': cultuuruitingen van oppervlakkig naar diep (Hofstede en Hofstede, 2005: 22)
    Dit diagram vorm als ware een uitvergroting van de middelste laag van de drie niveaus van mentale programmering. Hoe meer het aspect aan de oppervlakte van dit diagram zit, des te oppervlakkiger het is, des te makkelijker het waargenomen kan worden en des te makkelijker het door andere culturen kan worden overgenomen.
  • Symbolen
    In de buitenste schil van het ui-diagram zitten de symbolen van een cultuur. Daartoe behoren de vlag en het wapen van een cultuur, kleding, gebaren, taalgebruik, voedsel, drank, enzovoort. Wil je tot een bepaalde cultuur behoren, dan is het overnemen van hun symbolen het eerste wat je kunt doen. Reclame-makers spelen daarop in.
  • Helden
    Een cultuur onderscheidt zich ook van andere culturen in haar helden, de personen die voor mensen uit een bepaalde cultuur een lichtend voorbeeld zijn. Helden kunnen personen uit de cultuur zijn maar ook hedendaagse personen, zoals zangers, tv-presentatoren, sportmensen en zelfs stripfiguren.
  • Rituelen
    Een derde aspect waarin culturen van elkaar verschillen, is rituelen. Dat zijn handelingen die rationeel gesproken niet strikt noodzakelijk zijn, maar die voor de leden van een cultuur essentieel zijn. Rituelen kunnen zowel religieus als seculier zijn. Voorbeelden rituelen: ramadan, verjaardagen, Koningsdag, Gulden sporen slag in Vlaanderen en de vergadercultuur in Nederland.
  • Praktijken
    De symbolen, helden en rituelen van een cultuur worden uitgedrukt in dat wat mensen doen: de zogenoemde praktijken. Het zijn de uiterlijke manifestaties van cultuur.
  • Waarden
    Waarden zijn meer kenmerkend voor een cultuur dan de symbolen, helden en rituelen die in praktijken worden uitgedrukt. We zien dat in de ui-diagram dat de waarden de kern vormen. Waarden bepalen wat goed en wat niet goed is, wat mag en wat niet mag: het is de manier van denken en de visie op de wereld die bij de cultuur hoort. Waarden liggen omstreeks het tiende levensjaar vast, dat komt omdat het als ware met de paplepel naar binnen word gegoten, door ouders, familie en leerkrachten.
  • Wat leidt makkelijker tot misverstanden: Waarden of Praktijken?
    Waarden, omdat waarden onbewust en onzichtbaar zijn, leiden ze makkelijk tot misverstanden in interculturele communicatie. Praktijken zijn meestal niet het gevolg omdat de symbolen, helden en rituelen van een cultuur waar te nemen zijn en dus ook te leren (taal, geschiedenis, de manieren en gebruiken (hoe mensen elkaar groeten, hoe ze eten) kortom het uiterlijke gedrag. Doordat je ze kunt waarnemen kun je ze vaak ook bespreken en hoeven ze dus niet tot problemen te leiden.
  • Cultuur als drijvende ijsberg
    Het verschil tussen symbolen, helden, rituelen enerzijds en waarden anderzijds, kan ook geïllustreerd worden aan de hand van een drijvende ijsberg. Het 1/9 gedeelte dat zichtbaar is komt overeen met de symbolen, helden en rituelen. Deze vormen dus maar het topje van de ijsberg. het 8/9 deel van de ijsberg dat onder water ligt, komt overeen met de waarden.
  • Nepotisme
    Verschijnsel, waarbij mensen die werk hebben vanuit hun goede positie familieleden aan een baan helpen. In sommige culturen is het strikt verboden en vindt men het immoreel en bij andere culturen is dat heel normaal.
  • Hoe gebeurt onderzoek naar waarden meestal?
    Doormiddel van geforceerde keuzes, mensen krijgen een aantal alternatieven en moeten zeggen welke van de twee ze het meest wenselijk achten.
  • Er zijn veel groepen mensen die een collectieve mentale programmering hebben die hen onderscheidt van andere mensen. Daarom zijn er vele culturen. Noem 2 culturen die er te onderscheiden zijn:
    1. Nationale culturen 
    2. Sociale culturen
  • Nationale culturen:
    Groepen mensen die bij elkaar horen omdat ze in 1 land wonen: Nederlanders, Duitsers, Belgen, Chinezen, Amerikanen, enz. Maar staatsgrenzen vallen niet altijd samen met cultuur grenzen. Binnen een land kunnen ook cultuurverschillen tussen regio's zijn. En ten tweede kan eenzelfde cultuur zich aan beide zijden van een staatsgrens bevinden. Cultuur grenzen vallen ook niet altijd samen met taalgrenzen.
  • Sociale culturen:
    1. Cultuurverschillen tussen migranten uit verschillende delen van de wereld die in een land samenleven. Opeenvolgende generaties migranten passen zich doorgaans meer aan, aan de cultuur van het gastland maar houden toch de meeste aspecten van de cultuur van het land van herkomst.

    2. Cultuurverschillen tussen sociale klassen, vrouwen en mannen, mensen van verschillende leeftijd en mensen met verschillende godsdiensten. Soms interfereren deze verschillen met regioverschillen.

    3. Cultuurverschillen tussen allerlei ogenschijnlijk gelijke groepen: scholen, verenigingen, bedrijven, beroepsgroepen, gezinnen.
  • Stereotype
    vast beeld (van iets of iemand) dat niet helemaal met de werkelijkheid klopt
  • Communicatiemodel van Shannon en Weaver
    Met de bron wordt het brein bedoeld van persoon A, de zender. Het brein bedenkt een boodschap en codeert die zo dat die verzonden kan worden en door het brein van persoon B, de ontvanger, gedecodeerd kan worden. Het kanaal dat de zender gebruikt, is in dit model de telefoon en daarom is de boodschap gecodeerd in gesproken woorden in een bepaalde taal. De zender put uit zijn repertoire van woorden en betekenissen om de boodschap in woorden te coderen en de ontvanger uit het zijne om de woorden te decoderen.
  • Volgens het communicatiemodel van Shannon en Weaver kan de communicatie slechts door twee aspecten worden belemmerd. Welke zijn dat?
    1. Door de technische transmissie van de codes, die mogelijk niet goed verloopt. De telefoonlijn kan bijvoorbeeld ruisen.
    2. Door het repertoire van de verzender, dat mogelijk verschilt van dat van de ontvanger. IN dat geval kent de ontvanger aan de code een andere betekenis toe dan aan de zender bedoelt. Deze vorm van miscommunicatie komt vooral voor wanneer mensen uit verschillende culturen met elkaar communiceren. Een woord voor een bepaald begrip heeft niet in elke taal precies dezelfde betekenis.
  • De betekenissen van een woord kunnen worden onderzocht aan de hand van woordassociatie-technieken, hoe gaat dit te werk?
    Je vraag je proefpersonen te reageren op een stimuluswoord: Welk woord komt in je op als je het woord 'tafel' hoort? De meeste mensen antwoorden dan: stoel. Het antwoord dat de meeste mensen geven is dan de sterkste associatie. Je kunt mensen ook vragen om twee minuten alle woorden die in hun hoofd komen bij het woord 'tafel' op te noemen. Zo krijg je een serie woorden die geassocieerd worden met het stimuluswoord. Het geheel van deze antwoorden vormt het woordveld of het semantisch veld van het stimuluswoord. Culturen kunnen echter wel van elkaar verschillen in de semantische woordvelden die ze bij een woord hebben.
  • Al snel na de lancering van het model van Shannon en Weaver ontdekte men dat het een te simpele, lineaire voorstelling van communicatie was. Communicatie heeft veel meer aspecten dan Shannon en Weaver noemde, noem er 3:
    • Het stelt communicatie als eenrichtingverkeer voor.
    • De context en situatie waarin je communiceert, hoe je dat doet, tegen wie, wie daarbij aanwezig is, wanneer en op welke plaats: dat zijn allemaal aspecten die bepalen hoe je communiceert.
    • Je communiceert niet alleen met woorden maar ook door de wijze waarop je stem gebruikt, door je tempo van spreken, je houding, gebaren, enz.
  • Communicatiemodel van Targowski en Bowman
    Een van de meest uitgebreide is het model van Targowski en Bowman. In dit gedeelte dat weergeeft hoe zender, ontvanger en buitenwereld met elkaar verbonden zijn in de communicatie.

    Legenda:
    a. de fysische link tussen zender en ontvanger die communicatie mogelijk maakt
    b. de uitwisseling van informatie tussen een zender en een artefact
    c. de uitwisseling van informatie tussen de zender en de buitenwereld
    d. de uitwisseling van informatie tussen een ontvanger en de buitenwereld
    e. de uitwisseling van informatie tussen een ontvanger en een artefact       
    f. het proces van data of informatie verzamelen
    g. de non-verbale communicatie tussen zender en ontvanger
    h. de onbewuste communicatie tussen zender en ontvanger
    m. de message, de boodschap
  • Multilagen-deel van communi-catiemodel van Targowski & Bowman (1988)
    Weergeeft voor hoeveel aspecten zender en ontvanger op 1 lijn moeten zitten om de communicatie goed te laten verlopen. er is nog meer rekening gehouden dat cultuurverschillen tot misverstanden kunnen leiden. Dit gedeelte van het model beschrijft tien aspecten van de communicatie en laat zien dat zender en ontvanger er nagenoeg dezelfde opvattingen over moeten hebben om de communicatie goed te laten verlopen.
  • is Non-verbale communicatie cultuur gebonden?:
    Sterk cultuur gebonden, zowel bewuste als onbewuste non-verbale communicatie. De rol die de kennis van de wereld om je heen speelt bij de interpretatie van uitingen is eveneens cultuurgebonden.
  • Fysische links
    Dit zijn fysische aspecten die gebruikt worden om de boodschap over te brengen. Zender en ontvanger moeten op de een of andere manier contact hebben om te communiceren. Dit kan op allerlei manieren: face-to-face, papier, WhatsApp, Facebook, Skype enz.
  • Wat onderzoekt een crosscultureel communicatieonderzoek?
    Of en in welk opzicht culturen van elkaar verschillen in communicatiegewoonten.
  • Wat verstaan we onder ‘Cultuur met een grote C’?
    De vruchten van beschaving.
  • Tussen wie wordt informatie uitgewisseld wanneer iemand een presentatie houdt voor een zaal luisteraars?
    Tussen een zender en de buitenwereld.
  • Welke twee vormen van miscommunicatie zijn er volgens het model van Shannon en Weaver (1949)?

    Let op: er zijn twee antwoorden juist.
    - Het repertorium van de ontvanger verschilt van die van de verzender.
    - Ruis
  • Welk begrip komt terug in de kern van het ui-diagram?
    Waarden
  • Een grote Europese onderneming wil zakendoen in Azië. Een vrouwelijke vertegenwoordigster van 26 jaar oud wordt daar tewerkgesteld. De onderneming handelt in technologische snufjes. De Europese onderneming heeft haar verblijf geregeld.Waarom kan deze manier van aanpak verkeerd overkomen bij het Aziatische bedrijf?
    Omdat de vertegenwoordigster relatief jong is.
  • Welk soort cultuuruiting is het taalgebruik van een persoon?
    Een vorm van symbolen.
  • Waar is de onderstaande uitspraak een voorbeeld van?“Amerikanen zijn naïef, agressief en werkverslaafd.”
    Stereotypering.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Deontologie (westers), Daoisme (oosters)

–Laat plichtbesef de leidraad zijn het juiste te doen
Teleologie (goede gevolgen)

•Teleologie (goede gevolgen)
–Egoisme: voor je zelf
–Utiliarian: voor de grootste groep
Ethisch gedrag
Of jegedragjuist of acceptabelvindt, baseerje op jouwideeënwat juisten wat verkeerd is (jouwethiek)
Wat ethisch is, verschilt van cultuur tot cultuur. Ook de wijsgeren die over ethiek geschreven hebben, verschillen in hun opvattingen wat ethisch isomdat ze verschillende cultureleachtergronden hebben.
Twee soorten conflicten, twee benaderingen

•Functioneel conflict (meestal over zaken): mag enigszins




•Disfunctioneel conflict (meestal over personen): vermijden
Motivatie
Het proces waarmee je het gedrag van mensen een bepaalde richting opstuurt. In een organisatie is dat: goed werken voor de organisatie.
Hoe zoeken naar werknemers en wat is de selectiecriteria?

In de groep, intern, kranten, www, via eenbemiddelingsbureau 


•Selectiecriteria
–Benodigde kwalificaties (niveau, vakgebied, onderwijsinstelling)
–Hoe belangrijk is‘wat een sollicitantweet’ ten opzichte van ‘wie die kent?
–Gewenst gedrag (vaardigheden of persoonlijkheid)
–Wijze van jezelf presenteren
David Pinto, drie stappen methode:
Drie-stappen-methode (`three-step-method’)
1. Zorg dat je eerst je eigen waarden en normen van je cultuur begrijpt;
2.Leer de culturele waarden en normen van de ander;
3.Beslis hoe je omgaat met deze verschillen en geef aan hoe je daarmee om wilt gaan
Cultuurschok gedifferentieerd naar verschillende types mensen
zie afbeelding
Problemen met W-curve

•De fases berusten niet op onderzoek en zijn niet theoretisch onderbouwd.


•Tijdsverloop is zeer variabel, soms een vakantie, soms twee jaar.


•W-curve komt niet altijd voor, niet iedereen loopt alle stadia door.
Cultuurschok
Cultuurschok is te vergelijken met de transition shock, wat er gebeurt als je iets overkomt:
• partner verliezen
• verhuizen
• snelle sociale ontwikkeling
- dalen of stijgen
- stijgen of dalen economische groei
- enz.