Summary Class notes - cvrm

Course
- DM
- algemeen
- 2016 - 2016
- Avans+
- POH somatiek
232 Flashcards & Notes
3 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - cvrm

  • 1458082800 " les 1 DM"

  • wat is een enzym
    • ZIJN EIWITTEN DIE CHEMISCHE REACTIES VERSNELLEN.
    • BIOCHEMISCHE KATALYSATOREN,
    • WAAR ZONDER DE STOFWISSELING EN SPIJSVERTERING ONMOGELIJK ZOUDEN ZIJN. 
  • wat is een hormoon
    • ZIJN EIWITTEN DIE PROCESSEN REGELEN IN JE LICHAAM,
    • IN ANDERE WEEFSELS, ORGANEN OF ORGAANSYSTEMEN 
    • ZE VALLEN DAARBIJ UIT ELKAAR DIT I.T.T. ENZYMEN
  • functie van de mond in de spijsvertering
    • enzijm amylase, afbraak van suikers, 
    •  fijn maken van de brokken soepel geheel, verkleining oppervlakte, 
    • 1,5 liter speeksel op 1 dag  
  • functie slokdarm
    peristaltiek en voortbeweging
  • functie maag
    • er komt maagzuur bij vrij, 
    • kleiner maken van de brokken 
  • functie maagslijm
    behoedt maag voor autolyse
  • wat gebeurt en in de dunne darm
    • er komt bicarbonaat
    • andere enzymen
    • gal bij de voedselbrij
  • volume lichaamssappen bij vertering
    2 L voeding, 5-7 L verterinssappen en speeksel
  • dikke darm bestaat uit
    1. COECUM (HET BEGIN VAN COLON ASCENDENS), 
    2.  FLEXURA HEPATICA COLON TRANSVERSUM
    3.  AFDALENDE DEEL, BEGINNEND BIJ DE FLEXURA LIENALIS COLON DESCENDENS MET SIGMOID.
  • functie darmflora in dikke darm
    vertering van suikers, zetmeel en cellulose
  • in dikke darm vind
    onttrekken van vocht en zouten plaats
  • pancreas
    gemengde klier met endociene en exocriene functie
  • wat is de dubbele functie van de pancreas
    ‐ UITWENDIGE AFSCHEIDING TEN BEHOEVE VAN DE   SPIJSVERTERING  EN
    ‐ INWENDIGE AFSCHEIDING TEN BEHOEVE VAN DE KOOLHYDRAATSTOFWISSELING.
  • benoem het plaatje uit de voordracht (9)
    galblaas, lever, pancreas
    UIT DE DUCTUS CHOLEDOCHUS EN DUCTUS PANCREATICUS KOMEN BEPAALDE STOFFEN EN GAL IN HET DUODENUM VOOR VERDERE VERTERING VOEDSEL (DE EXOCRIENE FUNCTIE). OOK BICARBONAAT UIT DE PANCREAS VOOR NEUTRALISERING MAAGZUUR (PH: 2). DAARDOOR HEERST EEN LICHT BASISCH MILIEU (PH 7‐9) IN DE Darmen
  • hoe lang is de duodenem?
      DUODENUM (12‐VINGERIGE DARM) 25‐30 CM LANG
  • Hoe lang is jejunum
    JEJUNUM (NUCHTERE DARM) +/‐ 2,5 M
  • Hoe lang is de Ileum?
     ILEUM (KRONKELDARM) +/‐ 3,5 M LANG.   TOTALE LENGTE +/‐ 6,5 M IN JEJUNUM
  • Waarvoor dient de KERCKRINGSE PLOOIEN EN DARMVLOKKEN, DE VILLI EN MICROVILLI
    Voor oppervlaktevergroting
  • Hoe groot is het oppervlak van de dunnedarm
    IN TOTAAL WORDT HET OPPERVLAKTE VAN DE DUNNE DARM MET EEN FACTOR 300‐1600 VERGROOT ( TOT WEL 150‐200 M2) (meer absorptie)
  • waar zit de klep van Bauhin?
    KLEP VAN BAUHIN (VALVULA BAUHINI)   (BIJ DEZE KLEP OOK APPENDIX (wormvormig aanhangsel)) tussen dunne  en dikke darm
  • hoe lang is de colondarm
    COLON (KARTELDARM) +/‐ 1,5 M LANG
  • Hoe lang sigmoid
    SIGMOID 20 CM
  • En rectum?
    RECTUM (ENDELDARM) 15‐20 CM
  • wat is de naam van de rechter en de linker bocht?
    FLEXURA HEPATICA (RECHTER BOCHT)     FLEXURA LIENALIS (LINKER BOCHT)
  • Wat is HAUSTRAE
    (SOORT ZAK/ UITSTULPING) TUSSEN 2  SEMILUNAIRE PLOOIEN   VOOR VOCHTONTTREKKING,    TERUGRESORPTIE VAN ZOUTEN,    VIT.K MAAR OOK BELANGRIJKE BACTERIEN (DARMFLORA) VOOR MOEILIJK VERTEERBARE VOEDSELDELEN:    FERMENTATIE VAN MOEILIJKE KOOLHYDRATEN (CELLULOSE) EN OOK AFBRAAK VAN EIWITTEN
  • Hoe lang duurt de hele spijsvertering?
    24 uur
  • functie van amylase in speeksel
    eerste afbraak van suiker in de mond tezamen met kauwen (kleiner maken) 1,5 l speeksel per dag
  • amylase uit speeksel in maag?
    wordt geinactiveerd
  • wat komt er in de maag bij
    HCl, pepsine, gastrine
  • wat gebeurt er in duodenum?
    IN DUODENUM:      H2CO3, AMYLASE, LIPASE EN TRYPSINE ERBIJ DOOR PANCREAS. OMDAT DEZE ENZYMEN OOK HET LICHAAMSEIGEN PANCREAS WEEFSEL ZOUDEN AFBREKEN, WORDEN ZE PAS GEACTIVEERD IN HET DUODENUM DOOR STOFFEN DIE DOOR DE DUNNE DARMCELLEN WORDEN AFGESCHEIDEN. TEVENS GAL UIT LEVER EN GALBLAAS.    GAL BELANGRIJK VOOR VERTERING VETTEN (EMULGEREN TOT KLEINE DEELTJES)
  • hoe ontstaat de kleur aan de ontlasting?
    bij afbraak van de ery's ontstaat bilirubine in galkleurstof.  (stopverf faeces)
  • bouwstoffen
    eiwitten , voor cellen weefsels en herstel
  • brandstoffen
    koolhydraten en vetten (reserve) leveren bij verbranding energie
  • vetering eiwitten
     POLYMEREN VAN AMINOZUREN.
     ZE KOMEN HET LICHAAM ALS VOEDSEL BINNEN EN WORDEN DAN GESPLITST IN DARMEN EN VIA HET BLOED KOMEN ZE BIJ DE ORGANEN. IN DE CELLEN VAN DIE ORGANEN WORDEN DIE AMINOZUREN WEER AAN ELKAAR GEMAAKT TOT ALDAAR NUTTIGE EIWITTEN.
  • essentiele aminozuren
    ESSENTIËLE AMINOZUREN MOET JE MET JE VOEDSEL BINNEN KRIJGEN, DEZE WORDEN NIET GEVORMD DOOR JE LICHAAM.
  • Wat is transaminering?
    NIET ESSENTIËLE AMINOZUREN HOEVEN NIET MET JE VOEDSEL BINNEN TE KOMEN, DEZE WORDEN GEVORMD IN LEVER (DOOR TRANSAMINERING)
  • wat zijn transporteiwitten?
    TRANSPORTEIWITTEN ZORGEN VOOR HET VERVOEREN VAN STOFFEN.
  • wat is gedissimileerd?
    EIWITTEN EN AMINOZUREN WORDEN NIET IN JE LICHAAM OPGESLAGEN, ZE WORDEN GEDISSIMILEERD (AFGEBROKEN).
  • waarvan wordt ammoniak gemaakt?
    uiT AMINOZUREN WORDT AMMONIAK GEVORMD.       WAT VERVOLGENS WEER UREUM WORDT. DAARUIT WORDT URINE GEVORMD WAT HET LICHAAM VERLAAT….DUS VERVOER VAN AFVALSTOFFEN VIA NIEREN EN URINE.
  • Noem voorbeelden van koohydraten
    POLY‐ SACHARIDEN: LANGE KETENS 
    •  CELLULOSE (OA. CELWANDEN) MEEST VOORKOMENDE NATUURLIJKE POLYMEER TER WERELD ‐ ZETMEEL (AMYLOSE): DIT ZIT IN PLANTAARDIGE MATERIALEN, BIJVOORBEELD TARWE
    •  GLYCOGEEN: DIT ZIT OA. IN DIERLIJKE PRODUCTEN VAN ONS VOEDSEL  
  • vertering eiwitten
    proteinen naar aminozuren
  • vertering suikers
    koolhydraten, glucose en fructose
  • vertering vetten
    triglyceriden , vetzuren
  • wat is hydrolyse
    er komt water bij wat de verbinding verbreekt  polysacchariden  worden monosacchariden
  • wat is atp
    adenosine tri fosfaat belangrijkste energiebron spier (komt vrij in de citroenzuurcyclus)
  • acetyl-co-enzym
    Is coenzym
  • verschil verzadigd en onverzadigd vet
    verzadigd enkele bindingen = vet  en onverzadigd minimaal 1  dubbele bindingen= olie
  • functie van vetten
    FUNCTIE VAN VETTEN: ALS BRANDSTOF: BIJ DE VERBRANDING VAN VETTEN ONTSTAAT VEEL ENERGIE. ALS BOUWSTOF: WANNEER ER EEN FOSFORZUUR AAN HET GLYCEROLMOLECUUL WORDT GEBOUWD, OP DE PLEK VAN EEN VETZUUR, VORMT DEZE NIEUWE STOF EEN BESTANDDEEL VAN CELMEMBRANEN.
  • zuurgroep in vetzuren en aminozuren
    VETZUREN EN AMINOZUREN HEBBEN BEIDE EEN ZUURGROEP. AMINOZUREN HEBBEN ECHTER OOK EEN AMINOGROEP. DEZE AMINOGROEP IS BASISCH. DOOR DE AMINOGROEP EN DE ZUURGROEP VERHOGEN AMINOZUREN DE PH VAN BLOED NIET WANNEER ZE WORDEN OPGENOMEN IN DE BLOEDBAAN.
  • waarom worden vetzuren afgevoerd via de LYmfe?
    VETZUREN HEBBEN ALLEEN EEN ZUURGROEP. VETZUREN ZOUDEN DE PH VAN BLOEDPLASMA WEL BEÏNVLOEDEN (ALS DEZE ZOUDEN WORDEN OPGENOMEN IN DE BLOEDBAAN. MEDE DAARDOOR VIA LYMFE.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Cvrm

  • 1459893600 anatomie

  • Wat het begrip “Cardiac Output” betekent en
    is het hart minuut volume= HFxSV

    bij hartfalen gaat de Hf omhoog zodat de HMV gelijk blijft
  • - welke fysiologische factoren de bloeddruk bepalen - op welke 4 manieren deze door medicatie is te beïnvloeden.
    zie huiswerk
  • functie bloed
    vervoer O2 en CO2
    vervoer afvalstoffen
    vervoer voeding

    1. TRANSPORTFUNCTIE (ZIE PLAATJE) VAN OA. O2 EN CO2
    2. HANDHAVEN INWENDIG MILIEU (TEMPERATUUR, OSMOTISCHE WAARDE, ZUURGRAAD)
    3. BESCHERMENDE FUNCTIE (TEGEN INFECTIES, TEGEN VERBLOEDING) OSMOTISCHE WAARDE EN CO
  • pH bloed
    pH: 7.35 en 7.45
  • pCO2 in arterieel bloed
    pCO2: 35-48 mm Hg  4,67 - 6.39 kPa
  • HCO3-
     HCO3-: 22-29 mMol/L
  • Vergelijking henderson hasselbach
    VERGELIJKING: CO2 + H2O  geeft H2CO3 geeft H+ + HCO3-
  • verschil acidose en alkalose
    acidose is zuur en alkalose is basisch
  • metabole acidose
    verzuring primair HCO3-laag
  • respiratoire acidose
    verzuring primaire hoge pCO2
  • metabole alkalose
    basisch primair HCO3- hoog
  • respiratoire alkalose
    basisch primair pCO2 laag (hyperventilatie)
  • welke bloedcellen onderscheiden we
    ery's
    leuco's ; baso, monocyt, eo's, lymfo's, en neutrofiele
    trombo's
  • benoem het plaatje van de bloedsomloop
    huiswerk
  • verschil aders en slagaders
    in ader heerst lage druk en zijn kleppen ter voorkoming dat het boed weer terug zakt, dunne wand bloed stroomt naar het hart toe (uitgezondert longader)
    slagader hoge druk, dikke vaatwand, bloed stroomt van hart (uitgezondert longslagader)
  • waar wordt de  bloeddruk door bepaald
    • Hart Minuut Volume
    • Perifere weerstand in de vaten (Nierarterieen)
    • sympaticus
    • Parasympaticus
    • Renine en Angiotensine systeem
    • water zout evenwicht
  • Stappenplan medicatie
    Diuretica
    Beta- Blokkers
    ACE remmers
    AT1-Antagonisten
    Calcium- antagonisten
  • Colloid osmotische druk
    Uitwisseling van vocht in de weefsels is afhankelijk van de bloeddruk en de colloid osmotische waarde en dat geeft het ontstaan van weefselvocht en lymfe
  • Hypertoon
    Er treedt vocht uit de cellen
  • Isotoon
    Er gaat evenveel vocht uit de cel als er in gaat
  • Hypotoon
    Er treedt vocht in de cel .
  •  gezonde vetten
    Onverzadigde vetten meestal ‘zachte vetten’ (Dieet-margarine/bak- en braadvet, olijfolie, vette vissoorten) vaste vetten  en vloeibare vetten
    onverzadigde vetten hebben een dubbele binding
  • Ongezonde vetten
    Verzadigde vetten meestal ‘hardevetten’ Nog slechter: transvetten (Roomboter, volle melkproducten/kaas, vet vlees, koekjes, gebak, chocolade, snacks
    verzadigde vetten hebben enkele bindingen
  • Formule van Friedewald:
    LDL = TC – HDL – (Trigl x 0,45)
  • Triglyceriden
     belangrijke energiebron (vetten) Indirect effect op de vetstofwisseling Voedselinname is van invloed op de bloedspiegel: nuchter meten !
  • onverzadigde vetten
    enkelvoudige vetten   omega 9
    meervoudig vetten omega 3 en omega 6
  • cholesterol
    Cholesterol is vettige substantie, die behoort tot de klasse van de steroïden.
  • Functie Cholesterol
    • Bestanddeel van alle celmembranen.
    • Grondstof van geslachtshormonen.
    • Productie van galzouten, die helpen bij de vertering van voeding. 
    • Precursor Vitamine D, voor botgroei    
  • Waar komt cholesterol vandaan
    • 90% vh cholesterol in het lichaam is endogeen:
    – Gesynthetiseerd in de lever
    – Het lichaam produceert voldoende cholesterol voor de lichaamsfuncties

    • 10% vh cholesterol is exogeen:
    - Afkomstig uit het dieet
    - Hoge consumptie van cholesterol en verzadigde vetten kan de hoeveelheid cholesterol in het lichaam verhogen
  • Wat zijn lipoproteinen en hoe zien ze er uit?
    Deeltjes voor het vervoer van vetten (triglyceriden) en cholesterol via de bloedbaan.
    Van groot naar klein :
    • Chylomicronen
    • VLDL (very low density lipoproteïnen)
    • LDL (low density lipoproteïnen)
    • HDL (high density lipoproteïnen)
  • Lipoproteïnen Hoe is de samenstelling?
    Lipoproteïnen bevatten altijd een vaste verhouding cholesterol/triglyceriden: 
    Chylomicronen & VLDL: Bevatten voornamelijk triglyceriden  
    LDL & HDL: Bevatten voornamelijk cholesterol
  • Lipoproteïnen Wat doen ze?
    Chylomicronen: exogeen lipiden transport (dwz vervoer van vetten vd darm naar de lever)
    VLDL, LDL & HDL: endogeen lipiden transport (dwz vervoer van de lever naar de weefsels en v.v.)
  • HDL-C:
    goed cholesterol’ kan cholesterol uit atherosclerotische plaque opnemen voor transport naar de lever
  • LDL-C:
    ‘slecht cholesterol’ bevat veel cholesterol en kan het gemakkelijk afgeven: transport cholesterol naar weefsels 
  • Atherosclerose = atheromatose = aderverkalking
    is een gecompliceerd en langzaam voortschrijdende ziekte waarbij vetachtige stoffen in de wand van slagaders worden afgezet 
    langzaam progressieve ziekte van de vaatwand van arteriën overal in het lichaam
  • Embolus:
    materiaal dat bloedvat afsluit 
  • Ischemie:
    Onvoldoende doorbloeding
  • waardoor ontstaat Endotheeldysfunctie
    • Geoxideerd LDL
    • Hyperglycemie 
    • Hyperinsulinemie
    •  Oxidatieve stress 
    • Verhoogde concentratie vrije vetzuren
  • Acuut Coronair Syndroom = ACS
    Hartinfarct
  • Verschijnselen ACS
    Benauwd
    Pijn op de borst
    ECG verandering st elevation
    zweten
  • klachten van ACS zijn minder bij
    Ouderen
    vrouwen
    Diabetes
  • Angina Pectoris
    stabiel anamnese
    instabiel  AP IN RUST, ERNSTIGE OF FREQUENTE AP KORTER DAN TWEE MAANDEN BESTAAND, ‐ AP WAARBIJ DE KLACHTEN DUIDELIJK VAKER, ERNSTIGER, LANGDURIGER OF BIJ MINDER INSPANNING OPTREDEN DAN VOORHEEN, EN

    PIJN‐ OF DRUKKLACHTEN OP DE BORST, DIE VERMOEDELIJK WORDEN VEROORZAAKT DOOR (VOORBIJGAANDE) ISCHEMIE VAN HET MYOCARD DE AP WORDT STABIEL GENOEMD INDIEN HET KLACHTENPATROON GEDURENDE LANGERE TIJD BIJ HERHALING OPTREEDT BIJ DEZELFDE MATE VAN INSPANNING OF BEZIGHEID
  • Typisch, Atypisch, of Aspecifiek? Angina pectoris
    1. Retrosternale klachten (beklemming, drukkend, samensnoerend gevoel op de borst)
    2. Provocatie van de klachten door inspanning, kou, warmte, emoties of zware maaltijd
    3. Verdwijning van de klachten in rust binnen vijftien minuten en/of door het gebruik van sublinguaal toegediende nitrobaat binnen enkele minuten  

    3 VAN BOVENGENOEMDE KLACHTEN  > TYPISCHE AP  
     2 VAN BOVENGENOEMDE KLACHTEN > ATYPISCHE AP
    1 OF GEEN VAN BOVENGENOEMDE KLACHTEN > ASPECIFIEKE THORACALE PIJN
  • CVA= Cerebro Vasculair Accident
    • 80% van de CVA’s betreft een herseninfarct
    • 20% van de CVA’s betreft een hersenbloeding (Hendriks et al, 1998)  
  • CVA:
    • Snelle test: Mond - Arm - Spraak
    Bloeding:• OK
    Infarct: • Opname op stroke-unit in ziekenhuis
    • Trombolyse
    Revalidatie!
  • Verschijnselen AAAA: (Acute Aneurysma Aorta Abdominalis)
    • Als gevolg van een ruptuur
    • Meestal fataal (>50% overlijdt!)
    • Pijn in rug en buik (soms met uitstraling naar de benen)
    • Shock Zeer snel ingrijpen is vereist!
    OK !
  • Behandeling (A)AAA:
     Klassieke OK → 5% tot 7% kans op overlijden
    • Via de a.femoralis (endoprothese) → 1% tot 2% overlijdt tijdens de procedure
    • In beide gevallen een kunstofprothese
    • Soms een aortabifurcatieprothese
  • Perifeer Arterieel Vaatlijden (PAV):
    • Perifeer arterieel vaatlijden (PAV): atherosclerose distaal van de aortabifurcatie
    • Claudicatio intermittens: klachtenpatroon van PAV, waarbij tijdens lopen pijn ontstaat in de beenspieren (kuit, dijbeen, bil ), die verdwijnt na rust en opnieuw optreedt bij inspanning
  • Stadia van PAV:
    stadium 1: geen typische klachten van claudicatio intermittens;
    stadium 2: met typische klachten van claudicatio intermittens;
    stadium 2a: loopafstand >100 meter, en stadium
    2b: loopafstand <100 meter;
    stadium 3: ischemische klachten aan voet of been in rust of trofische stoornissen; stadium 4: ulcera of dreigende necrose of gangreen aan de voet.
  • Behandeling PAV
    1. Conservatieve behandeling - Stoppen met roken - Lopen!
    2. Medicamenteuze behandeling: - Trombocytenaggregatieremming, acetylsalicylzuur 80 mg per dag - Behandeling andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten conform de NHG-Standaard CVRM
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

bepalen nierfunctie
1.Serum Kreatinine
2. eGFR: estimated glomerular filtration rate
● = Geschatte klaring
• MDRD
• CKD-EPI formule (2016)
3. GFR= glomerular filtration rate
● = klaring
Diagnose(micro)-albuminurie gesteld, wat nu?

Registratie:
ICPC-code aanmaken: U98.01 micro/macro/proteinurie)
ICPC-code nierinsufficiëntie: U99.1 (sediment afwijking)
Maak cardiovasculair risicoprofiel op (bloeddruk, nuchtere glucose en lipidenspectrum)
Diagnose  (micro) albuminurie vlgs richtlijn LTA
Aanvullend laboratorium onderzoek:
● Bij voor het eerst vastgestelde microalbuminurie: herhaal onderzoek binnen
enkele weken , en nogmaals na 3 maanden om vast te stellen of het gaat om
persisterende (micro) albuminurie.
● Bij persisterende (micro) albuminurie of een verlaagde eGFR;
● Onderzoek het urinesediment op (dysmorfe) erytrocyten en/of celcilinders,
serumcreatinine en eGFR
● Bepaal cardiovasculair risicoprofiel (bloeddruk, nuchtere glucose en
lipidenspectrum)
Uitslag vals positief niet nier gerelateerd
● Menstruatie
● Koorts
● Urineweginfectie
● Ontregelde DM
● Manifest hartfalen
● Zware lichamelijke inspanning of psychische inspanning
● Koude expositie
● Na epileptische insulten
● Contaminatie (fluor, smegma)
● Immuuncomplexziekten
wat navragen bij verhoogde uitslag Albuminurie?
● Oorzaak buiten de nier?
● (ontregelde diabetes, manifest hartfalen, urineweginfectie, koortsende
ziekte)
● Is patiënt bekent met nierziekte?
● Nierziekten in de familie?
● Gebruikt patiënt medicatie die schadelijk kunnen zijn voor de nieren
(NSAID/Lithium)?
● Bloeddruk verhoogd?
Wat houdt het begrip gluconeogenese in
Gluconeogenese betekent het opnieuw vormen vanglucose. Bij de Gluconeogenese wordt glucose uit niet-koolhydraatbronnenzoals aminozuren en glycerol, maar vooral uitpyrodruivenzuur, gemaakt.


Ongeremd in afwezigheid van insuline
smegma
Smegma of voluit smegma praeputii is een mengeling van epitheelcellen, huidafscheiding en vocht, die zich kan ophopen onder de voorhuid van de penis en in de vulva met een karakteristieke sterke geur en smaak, veroorzaakt door melkzuurbacteriën. Smegma komt voor bij alle mannelijke en vrouwelijke zoogdieren
verminderde klaring
3 maanden
● Leeftijd <65 jaar en eGFR <60 ml/min/1.73m2 of
● Leeftijd >65 en eGFR <45ml/min/1.73
Klaring
Klaring is in de geneeskunde en de farmacologie de snelheid waarmee een bepaalde stof door het lichaam uit het bloed wordt verwijderd.
sedimentafwijking
Bij een positieve uitslag van erytrocyten in volledig urineonderzoek, wordt
aanbevolen om sediment te beoordelen op dysmorfe erytrocyten en
celcilinders.
In het laboratorium laten doen:
● Dysmorfe erytrocyten/afwijkende rode bloedlichaampjes
● Celcilinders
Waarom:
● Rode bloedcellen (erytrocyten) zijn indicatie voor beschadiging van de nier,
blaas of urinewegen
Hoe:
● Vraag speciale urineafnameset aan bij laboratorium
● Urine moet gestabiliseerd zijn of binnen 1 uur na productie geanalyseerd.
● Zonder stabilisatie snel dysmorf en lyseren