Summary Class notes - De psychologie van arbeid en gezondheid

Course
- De psychologie van arbeid en gezondheid
- Schaufeli en Bakker
- 2014 - 2015
- NTI
- HBO Toegepaste Psychologie
317 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - De psychologie van arbeid en gezondheid

  • 1430431200 Hoofdstuk 1 De psychologie van arbeid en gezondheid

  • Waarvan is A&G psychologie een samensmelting?
    Van klinische-, gezondheids- en A&G-psychologie.
  • 1.1 Inleiding on de arbeid en gezondheidpsychologie
    A&G-psychologie is een samensmelting van 
    • de klinische psychologie, 
    • de gezondheidspsychologie 
    • en de A&O-psychologie
    En houdt zich  bezig met het functioneren van mensen in arbeidsrelaties. Arbeid kan belastend zijn, maar ook zorgen voor uitdaging en ontplooiing.
  • 1.2 Wat is Arbeid- en Gezondheidpsychologie?
    Het is een psychologische discipline die zich bezighoudt met het bestuderen en bevorderen van welzijn en gezondheid op het werk waarbij gestreefd wordt naar een optimale afstemming tussen persoon en organisatie. 
  • Wat is het Engels equivalent van A&G-psychologie en wanneer werd het voor het eerst gebruikt?
    Occupational Health Psychology, 1990
  • Waar staat NIOSH voor?
    National Institute of Occupational Safety and Health
  • Wat is de Engelse benaming voor Arbeid- en Gezondheidpsychologie?
    Occupational Health Psychology
  • Wanneer is de commissie Klinische A&O Psychologie van het NIP opgericht?
    1987
  • Waar gaat het om in de A&G-psychologie?
    Het gaat om het verbeteren van het welzijn, maar ook om het verbeteren van bepaalde objectiveerbare kenmerken van de arbeid. 
  • Hoe kan A&G psychologie omschreven worden?
    Als een psychologisch discipline dat zich bezighoudt met het bestuderen (wetenschapsgebeid) en bevorderen (praktijkveld) van welzijn en gezondheid op het werk vanuit de gedachte van een optimale afstemming tussen persoon en organisatie.
  • Wat wordt bedoeld met gezondheid?
    Het begrip gezondheid wordt nogal breed bedoeld. Lichamelijk en geestelijk, maar ook wordt gekenen naar gezond gedrag. (Zoals bijvoorbeeld gebruik van alcohol tijdens werk, pesten, ziekteverzuim, etc)
  • Wat is de dubbele betekenis van welzijn?
    Het heeft enerzijds betrekking op individueel welbevinden en anderzijds op bepaalde objectiveerbare kenmerken van arbeid die geacht worden het individueel welbevinden te bevorderen.
  • In navolging van Warr (1987) houdt de A&G-psychologie een multidimentionaal begrip van de geestelijke gezondheid voor. Wat betekent dit? 
    Multidimentionaal begrip van de geestelijke gezondheid betekent dat het in de A&G-psychologie gaat om de volgende 4 aspecten:
    1. Affectief welbevinden; dwz prettig voelen op het werk;
    2. Competentie; dwz in staat zijn je werk goed te doen;
    3. Autonomie; dwz eigen keuzen kunnen maken in je werk;
    4. Aspiratie; dwz iets in je werk willen bereiken.
  • Wat wordt er bedoeld met de humanisering van arbeid en de kwaliteit van arbeid?
    Het verbeteren van het individuele welbevinden en het verbeteren van bepaalde objectiveerbare kenmerken van arbeid.
  • Wanneer is er sprake van geestelijke gezondheid?
    Wanneer een werknemer:
    • zich prettig voelt;
    • het werk goed aan kan;
    • zich vrij voelt om eigen keuzen te maken;
    • gemotiveerd is iets te bereiken.
  • Waarom komt het aspect 'veiligheid' niet in de definitie van A&G-psychologie voor?
    Omdat dit in Nederland het exclusieve domein is van veiligheidskunde, een door ingenieurs beoefend technisch discipline.
  • Wat is het streven van de A&G-psycholoog?
    • Deze streeft naar een optimale afstemming tussen de belangen van de werknemers en die van de organisatie. (continuïteit onderneming, arbeidsproductiviteit, doelmatigheid) 
    • Deze houdt zich bezig met wederzijdse beïnvloeding van het werk met andere levenssferen. (vrije tijd, gezin-,thuissituatie)
  • Gezondheid wordt hier in 'brede zin' opgevat. Wat verstaat met onder gezondheid?
    Lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid en gezondheidsgedrag (zoals agressie, seksuele intimidatie en ziekteverzuim).
  • In de A&G-psychologie is veel kennis verenigd van disciplines binnen en buiten de psychologie. Kun je er een aantal noemen met een voorbeeld erbij? 
    • functieleer: cognitieve informatieverwerking
    • psychofysiologie: stressonderzoek
    • sociale psychologie: groepsprocessen in organisaties
    • persoonlijkheidsleer: individueel assessment en persoonlijkheidskenmerken
    • ontwikkelingspsychologie: oudere werknemers
    • epidemiologie: vóórkomen van bepaalde klachten
    • methodologie: verrichten van onderzoek
    • sociologie: maatschappelijke groepen zoals vrouwen of alochtonen
    • recht: wetgeving rondom arbeid. 
  • Welke 4 aspecten van geestelijke gezondheid worden er onderscheiden? (In navolging van Warr 1987).
    1. Affectief welbevinden (je prettig voelen op je werk).
    2. Competentie (in staat zijn je werk goed te doen).
    3. Autonomie (eigen keuzen kunnen maken).
    4. Aspiratie (iets in je werk willen bereiken).
  • Wat is kenmerkend aan A&G-psycholgie?
    • Het hanteert verschillende perspectieven (bv het individu,werknemer, sociale systemen)
    • Het betrekt niet enkelde subjectieve aspecten, maar ook de objectieve. (aard arbeidstaak, kenmerken functie, welbevinden en gezondheid)
    • Hanteert tijdsperspectieven: er is aandacht voor het hier en nu, maar ook toekomstperspectieven. (loopbanen van de werknemers)
  • A&G-psychologie beperkt zich niet tot het domein van werk. Waar houdt het zich nog mee bezig?
    Van de wederzijdse beïnvloeding van werk met andere levenssferen.
  • Wat zijn doelen van de A&G-psychologie?
    • optimale afstemming tussen persoon en organisatie
    • signalerende functie risicofactoren
    • primaire, secundaire en tertiaire preventie; (primair: voorkomen, secundair: optreden bij eertse symptomen, tertiair: behandeling om nog grotere problemen te voorkomen
    • arbeidsintegratie
  • 1.3 Waarom is de psychologie van de A&G zo in populariteit toegenomen?
    • Vanwege de ontwikkelingen en veranderingen in en rondom arbeid
    • Vanwege sociale culturele veranderingen en ontwikkelingen die zich in Nederland hebben voorgedaan.
  • Wanneer is er volgens de A&G psychologie sprake van geestelijke gezondheid?
    Wanneer een werknemer:
    • zich prettig voelt;
    • het werk goed aan kan;
    • zich vrij voelt om eigen keuzen te maken;
    • gemotiveerd is iets te bereiken.
  • 1.3.1 Waar hebben we het over als het gaat om veranderingen in en rondom arbeid?
    • Intensivering van de arbeid: intensief in een hoog tempo werken vormt een risicio voor gezondheidsproblemen.
    • Verandering van de arbeidsinhoud: fysieke arbeid heeft plaatsgemaakt voor mentale en emotionele belasting. Lichamelijke klachten verschuiven naar psychische klachten.
    • Organisatieveranderingen: 24 uurs economie vereist continue aanpassingen. (saneren, afstoten bedrijfsonderdelen, etc)
    • Moderne productie en managementconcepten: verantwoordelijkheid wordt laag in de organisatie gelegd.
    • Aantasting van het psychologische contract: verwachtingen die werknemers koesteren over een billijke verhouding tussen hun inspanning tbv de organisatie en de beloning die ertegenover staat.
  • 1.3.2 Waar hebben we het over als we het hebben over sociaal-culturele veranderingen?
    • arbeidsparticipatie: toename oudere werknemers en vrouwen
    • opkomst dienstensector: verschuiving van agrarische sector naar diensten sector
    • verruiming van het ziekte-begrip: zaken die als 'normaal' onderdeel van het leven golden zijn nu voorwerp van gezondheid- en welzijnszorg. (stress, burnout, ADHD,etc)
    • toegenomen verwachtingen: zekerheid vanuit inkomen is niet meer voldoende, we willen uitdaging en zinvol bezig zijn, leren en ontwikkelen.
    • Individualisering: vroeger maakte men deel uit van sociale netwerken die rolpatronen oplegden. (Kerk, vakbond, vereniging, politieke partij) Tegenwoordig moet men eigen rollen invullen.
    • Uitholling van de professionele autoriteit: natuurlijke autoriteit van bepaalde beroepen is gaandeweg verloren gegaan. (politieagent, leerkracht) Tegenwoordig moet respect verdiend worden met sociale vaardigheden en emotionele arbeid. (Verschuiving van (autoritaire) bevelshuishouding naar (democratische) onderhandelingshouding.)
  • 1.3.3 Welke ontwikkelingen waren er in Nederland op het gebied van A&G-psychologie?

    1. Arbowetgeving: (1983). Voor het eerst staat welzijn op de agenda naast gezondheid en veiligheid. Het gaat daarbij om de eigenschappen van de functie. Iedere werkgever moet aangesloten zijn bij Arbo-dienst met bedrijfsarts, veiligheidsdeskundige, arbeidshygiënist en A&O-deskundige. De definitie die voor ziek zijn geldt is uitgebreid met een behoorlijk aantal psychische klachten.Hierdoor zitten er steeds meer mensen in de WAO. 
    2. Psychische Arbeidsongeschiktheid (WAO): afkeuring door psychische aandoeningen is explosief gestegen (zit vaak psychologische componenten bij).
    3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid. Het verbeteren van arbeidsomstandigheden en het verminderen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid worden in Nederland gezien als gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid. (arboconvenanten)
    4. Hoge financiële kosten: Er zijn geen recente betrouwbare schattingen van de kosten wbt psychisch disfunctioneren in organisaties, maar het idee is dat de kosten aan de hoge kant zijn. (ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, personeelsverloop, etc.)
    5. Lange traditie: Nederland kent een lange traditie op het vlak van overspannenheid. 
  • Wat zijn doelen van de A&G-psychologie?
    Gericht op optimale afstemming tussen persoon en organisatie.
    • Signalerende functie: risicofactoren opsporen (bv RIE).
    • Primaire, secundaire en tertiaire preventie; (primair: voorkomen, secundair: optreden bij eerste symptomen, tertiair: behandeling om nog grotere problemen te voorkomen
    • Arbeidsreïntegratie
  • 1.4 Hoe ziet het praktijkveld van de A&G-psychologie eruit?
    1. Arbeiders en soldaten in de wereldoorlogen raakten ernstig vermoeid. De vermoeiende en heftige omstandigheden zorgden voor veel stress. In deze tijd is er dan ook meer aandacht gekomen voor de A&G-psychologie.
    2. Studies eind jaren '40 vormden de basis voor sociotechnische benadering, namelijk stressreacties zijn het produckt van het sociale systeem waarbinnen de werknemer fungeert
    3.  Sinds de jaren ’80 heeft de A&G- psychologie zich ontwikkeld tot een wetenschap die zich bezighoudt met meerdere werkdisciplines:

    • Assessment: diagnostiek op individueel-, team-, en organisatieniveau
    • Individuele begeleiding en behandeling: coaching, counseling, reïntegratie
    • Geven van trainingen: aanleren van idividuele vaardigheden en groepsprocessen.
    • Advisering: advies voor hoger en middenmanagement en ondernemingsraden over bv ziekteverzuim, motivatie etc
    • Onderzoek: verwerven van kennis voor bv het stellen van juiste diagnoses, evalueren van interventies, onderbouwing van advies.
  • Welke categorieën veranderingen worden onderscheiden wat betreft ontwikkelingen met betrekking tot de populariteit van A&G Psychologie?
    • Veranderingen in en rondom de arbeid
    • Sociaal-culturele veranderingen
    • Ontwikkelingen in Nederland
  • Op wat voor plaatsen zijn A&G-psychologen werkzaam?
    • organisatie-, training- en selectiebureau's
    • 1e en 2e lijns geestelijke gezondheidszorg
    • reïntegratiebedrijven
    • commerciële instellingen
    • curatieve zorg
    • zelfstandig gevestigd
  • Noem en beschrijf 3 veranderingen in en rondom arbeid, die de populariteit van A&G-psychologie beïnvloedt hebben.
    • Intensivering van de arbeid: intensief in een hoog tempo werken vormt een risicio voor gezondheidsproblemen.
    • Veranderingen van de arbeidsinhoud: van fysieke naar mentale & emotionele belasting. Verschuiving van lichamelijke naar psychische klachten.
    • Organisatieveranderingen: 24 uurs economie vereist continue aanpassingen. (saneren, afstoten bedrijfsonderdelen, etc)
    • Moderne productie- en managementconcepten: verantwoordelijkheid wordt laag in de organisatie gelegd.
    • Aantasting van het psychologische contract: verwachtingen die werknemers koesteren over een billijke verhouding tussen hun inspanning tbv de organisatie en de beloning die ertegenover staat.
  • Met welke vier disciplines heeft de A&G-psycholoog te maken?
    1. Bedrijfsarts: gespecialiseerd in lichamelijke en geestelijkegezonheidszorg
    2. Arbeidshygienist: gespecialiseerd in meten en beoordelen van chemische-, biologische- en fysische arbeidsomstandigheden (straling, lawaai, klimaat)
    3. Veiligheidskundige: gespecialiseerd in fysieke veiligheid (preventie brand, ontploffingen, veiligheidsvoorschriften bij werken met machines of giftige stoffen)
    4. A&Odeskundige: gespecialiseerd in psychische belasting door werk en daarmee verbandhoudenende vraagstukken. 
  • Noem en beschrijf 3 sociaal-culturele veranderingen, die de populariteit van A&G-psychologie beïnvloedt hebben.
    • Arbeidsparticipatie: toename oudere werknemers en vrouwen
    • Opkomst dienstensector: verschuiving van agrarische sector naar diensten sector
    • Verruiming van het ziekte-begrip: zaken die als 'normaal' onderdeel van het leven golden zijn nu voorwerp van gezondheid- en welzijnszorg. (stress, burnout, ADHD,etc)
    • Toegenomen verwachtingen: zekerheid vanuit inkomen is niet meer voldoende, we willen uitdaging en zinvol bezig zijn, leren en ontwikkelen.
    • Individualisering: vroeger maakte men deel uit van sociale netwerken die rolpatronen oplegden. (Kerk, vakbond, vereniging, politieke partij) Tegenwoordig moet men eigen rollen invullen.
    • Uitholling van de professionele autoriteit: natuurlijke autoriteit van bepaalde beroepen is verloren gegaan. (politieagent, leerkracht) Respect moet nu verdiend worden met sociale vaardigheden en emotionele arbeid. Verschuiving van (autoritaire) bevelshuishouding naar (democratische) onderhandelingshouding.
  • 1.5 Wat kan je vertellen over de psychologie van de Arbeid en Gezondheid als onderzoeksveld?
    Geschiedenis:
    Het onderzoeksgebied heeft zijn wortels in onderzoek naar vermoeidheid en mentale belasting en in fysiologisch stress-onderzoek.
    • 1920 Cannon: Hij deed onderzoek bij mens en dier en kwam tot de conclusie dat er onder heftige omstandigheden in het lichaam een bepaald aanpassing tot stand komt als reactie op de omstandigheden die leidt tot ‘homeostase’. 
    • 1940 Seyle: H kwam tot dezelfde uitkomsten en noemde dit het ‘General Adaption Syndrome’ (GAS), wat inhoudt dat er lichamelijke veranderingen optreden bij het in aanraking komen met een stressor, uiteindelijk kan dit tot vermoeidheid leiden ongeacht de oorsprong van de stressor. 
    • 1945 Lazarus: Hij kwam met een 'copingtheorie' die gaat over de manier waarop mensen met stress om kunnen gaan.
    • 1965 Robert Kahn: Hij stelde dat werkstress samenhing met de wijze waarop sociale rollen in arbeidsorganisaties zijn gestructureerd.
    • 1970 Charles de Wolf: Hij (Nederlander) ontwikkelde de Vragenlijst Organisatie Stress (VOS-D)
    Praktijk:
    De A&G-psychologie richt zich op de praktijk, maar ook op theorie. Hierdoor richt zij zich op zowel het begrijpen en verklaren van welzijn en gezondheid op het werk, maar ook op het verbeteren hiervan. Dus kennis en kunde.  
    • Onderzoek dat gericht is op theorie werkt empirisch en cyclisch, door het verzamelen van gegevens en het  hypothese statistisch onderzoeken hiervan. 
    • Onderzoek dat gericht is op problemen in de praktijk werkt regulatief en is cyclisch waarbij het probleem wordt geformuleerd, een interventie ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd. 
  • Noem en beschrijf 3 ontwikkelingen in Nederland, die de populariteit van A&G-psychologie beïnvloedt hebben.
    • Arbowetgeving: (1983). Welzijn is als doel/plicht in 1998 geschrapt. Gezondheid en veiligheid blijven over. Wet bevat wel nog zaken mbt psychosociale arbeidsbelasting (bv werkdruk, pesten). Iedere werkgever moest aangesloten zijn bij Arbo-dienst, sinds 2005 niet meer in kader van deregulering.
    • Psychische arbeidsongeschikheid: afkeuring door psychische aandoeningen is gestegen tot 32% (360.000) in 2004, bewegingsaandoeningen op 2e plaats 20% (zit vaak ook psychologische componenten bij).
      Dit heeft in NL de aandacht gericht op psychosociale arbeidsrisico's.
      WAO op 1-1-2006 vervangen door WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) omdat WAO manier was geworden om overbodige werknemers van inkomen te voorzien.
    • Hoge kosten: rond 1995 namen psychische aandoeningen en bewegingsapparaat 86% van het arbeidsgebonden ziekteverzuim (1,36-2,93 miljard euro) voor hun rekening. Niet alleen probleem voor individu en organisatie maar ook voor samenleving. Daarom in 2002 Wet verbetering Poortwachter om ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid in te dammen.
    • Lange traditie: overspannenheid (surmenage) sinds eind 19e eeuw. Na 1960 werd diagnose populair. Term burnout werd daarom snel geaccepteerd. Daarnaast was er in NL een uitgebreid netwerk van instituties aanwezig, uitvoerige wetgeving mbt psychosociale arbeidsomstandigheden en grote maatschappelijke omvang van werkgerelateerde psychische problematiek. Hierdoor vruchtbare bodem voor A&G-psychologie.
  • Leg uit hoe de wortels van A&G-psychologie verbonden zijn met de beide wereldoorlogen.
    • WOI vermoeidheid industriearbeiders in munitiefabrieken trok aandacht van Engelse parlement. Installeerden Industrial Fatigue Research Board om slachtoffers te bestrijden.
    • Beide WO's: acute en traumatische stress trok aandacht van klinisch psychologen. (WOI: shellshocks, WOII: combat neurosis/combat fatique).
  • 1.6 Hoe ziet de toekomst van de A&G-psychologie eruit?
    • Er zal verder gewerkt worden aan vergroten van inzichten in psychologische processen die een rol spelen bij welzijn en gezondheid op het werk.
    • Er zal een verschuiving plaatsvinden van beschrijvende modellen naar verklarende theorieën, waarbij een inhoudelijk verband in de vorm van een psychologisch mechanisme wordt blootgelegd. 
    • Er zullen nieuwe concept ontwikkeld worden die aansluiten bij veranderingen (bv de behoefte aan het beschrijven van emotionele en cognitieve werkbelasting, workaholics)
    • Huidige onderzoeksresultaten zullen gerepliceerd moeten worden zodat zaken meetbaar worden
    • Er is een behoefte aan instrumenten, richtlijnen en procedures mbt assessment.
    • Theorie zal meer getransformeerd moeten worden naar praktisch handelen.
  • Wat vormt de basis van de sociotechnische benadering en wat houdt deze benadering in?
    Studies van Tavistock Institute of Human Relations eind jaren 40 in Britse kolenmijnen.
    Stressreacties zijn het product van het systeem waarbinnen de werknemer functioneert.
    Het is een praktische methodiek die gebruikt wordt om de kwaliteit van arbeid (en daarmee de gezondheid en het welbevinden van werknemers) te bevorderen.
  • De A&G-psycholoog vervult tegenwoordig verschillende taken. Noem en beschrijf de 5 werkzaamheden waar de A&G-psycholoog zich mee bezig houdt.
    • Assessment: diagnostiek op individueel-, team-, en organisatieniveau
    • Individuele begeleiding en behandeling: coaching, counseling, reïntegratie
    • Geven van trainingen: aanleren van individuele vaardigheden en groepsprocessen.
    • Advisering: advies voor hoger en middenmanagement en ondernemingsraden over bv ziekteverzuim, motivatie etc
    • Onderzoek: verwerven van kennis voor bv het stellen van juiste diagnoses, evalueren van interventies, onderbouwing van advies.
  • Noem 4 plekken waar A&G-psychologen werkzaam zijn.
    • Organisatie-, training- en selectiebureau's
    • 1e en 2e lijns GGZ
    • Reïntegratiebedrijven
    • Commerciële instellingen
    • Curatieve zorg
    • Zelfstandig gevestigd
  • Met welke 4 kerndisciplines heeft de A&G-psycholoog te maken?
    1. Bedrijfsarts: gespecialiseerd in lichamelijke en geestelijke gezondheid, in relatie tot werk. Werkt preventief, begeleidend en soms curatief.
    2. Arbeidshygiënist: meten en beoordelen van chemische-, biologische- en fysische arbeidsomstandigheden (straling, lawaai, klimaat) en ondersteuning bij het inden van oplossingen.
    3. Veiligheidskundige: gespecialiseerd in fysieke veiligheid (preventie brand, ontploffingen, veiligheidsvoorschriften bij werken met machines of giftige stoffen)
    4. A&O-deskundige: gespecialiseerd in psychische belasting door werk en daarmee verbandhoudende vraagstukken. 
  • Waar liggen de wortels van het onderzoeksgebied van A&G-psychologie?
    • In onderzoek naar vermoeidheid en mentale belasting (prestatievervalcurve).
    • In fysiologisch stressonderzoek (dynamisch aanpassingsmechanisme, GAS).
  • Wie wordt gezien als de vader van het begrip stress en wat wordt er bedoeld met de spraakverwarring rondom dit begrip?
    Selye.
    Hij verwarde stress (de kracht die op een lichaam wordt uitgeoefend) met strain (het resultaat van die kracht, dus de stressreactie in de vorm van GAS).
    Sindsdien gebruiken we de term van de oorzaak eigenlijk voor de reactie.
  • Wanneer en in opdracht van wie werden de eerste laboratorium onderzoeken naar stress uitgevoerd?
    Begin jaren 50, in opdracht van de Amerikaanse luchtmacht. (Uitvoerder: Richard Lazarus, grondlegger invloedrijke stress- en copingtheorie).
  • Wat was een belangrijke les uit de studie 'The American Soldier', een onderzoek naar de relatie tussen organisatiekenmerken en het welbevinden van militairen, kort na WOII?
    Dat bij stressreacties van mensen in organisatie ook rekening gehouden moet worden met sociaal-psychologische processen, zoals sociale vergelijking.
  • Waardoor nam psychologisch stressonderzoek vanaf midden jaren 60 een hoge vlucht?
    O.a. door baanbrekend werd aan Amerikaans Institute for Social Research.
    (Robert Kahn ontwikkelde gedachte dat werkstress vooral samenhangt met de manier waarop sociale rollen binnen organisaties gestructureerd zijn).
  • Welke cycli volgen theoretisch en probleemgestuurd onderzoek?
    Theorethisch onderzoek: empirische cyclus (hypothese, verzamelen gegevens, toetsen).
    Probleemgestuurd onderzoek: regulatieve cyclus (formulering probleem, interventie, uitvoering, evaluatie).
    Probleemgestuurd onderzoek kan ook non-cyclisch zijn. Bv beschrijvend: fact-finding (bv RIE) of ontwerpend: tools (bv ontwerpen vragenlijst/opstellen richtlijnen).
  • Waaraan heeft het vakgebied A&G-psychologie behoefte?
    Kennis, inzicht, ervaring, feiten, richtlijnen en procedures.
    Kortom gereedschap voor het praktisch handelen van de A&G-psycholoog.
  • Hoe ziet de onderzoeksagenda voor de toekomst eruit?
    • Vergroten van inzichten in psychologische processen die een rol spelen bij welzijn en gezondheid op het werk.
    • Verschuiving van beschrijvende modellen naar verklarende theorieën, (inhoudelijk verband in de vorm van een psychologisch mechanisme wordt blootleggen).
    • Psychofysiologie, psychoneuro-immunologie en gedragsgenetica zullen aan betekenis winnen.
    • Ontwikkeling van nieuwe concepten die aansluiten bij veranderingen (bv de behoefte aan begrippen die emotionele en cognitieve werkbelasting beschrijven)
    • Steeds meer belangstelling voor de positieve kanten van het functioneren van mensen in organisaties (bv bevlogenheid).
    • Replicatie van huidige onderzoeksresultaten in longitudinaal onderzoek, mbv objectieve gegevens, om aan te tonen dat werkbeleving van invloed is op meetbare grootheden. zodat zaken meetbaar worden
    • Er is een behoefte aan instrumenten, richtlijnen en procedures mbt assessment. Ook behoefte aan interventiemethoden en gedegen evaluatieonderzoek. (Predictieve validiteit, voorspellend vermogen, is van cruciaal belang.)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem 4 verklaringen voor de hogere kans op arbeidsongeschiktheid onder allochtonen.
  • laaggeschoold (zwaar) werk
  • andere beleving van ziekte en gezondheid.
  • objectieve gezondheid is niet slechter maar subjectieve ervaring wel.
  • veel klachten met psychosomatische achtergrond.
  • bedrijfsarts mist kennis over specifieke problemen, ziektebeleving, klachtenpresentatie v allochtonen.
  • reïntegratie verloopt moeizaam.
Noem 4 mogelijke oorzaken van hogere gezondheidsrisico's voor vrouwen?
Vrouwen zijn vaker & langer ziek, 1,7 maal zo hoge kans om in wao terecht te komen. Oorzaken gezondheidsrisico’s voor vrouwen:
  1. Werkkenmerken: geringe carrière mogelijkheden, gebrek aan regelmogelijkheden, hoge werkdruk.
  2. Werkomstandigheden  (meer bij vrouwen): slechte sfeer, gebrek aan arbeidssatisfactie, fysiek belastend werk.
  3. Oververtegenwoordiging van vrouwen in zorg & onderwijs.
  4. Gezondheidsrelevante werkkenmerken: seksedicriminatie en seksuele intimidatie.
  5. Seksegerelateerde werkkenmerken: omvang en flexibiliteit v/d arbeidstijd. Parttime werk is de oplossing voor soepele combi werk-thuis, maar draagt ook bij aan ‘glazen- plafond’.
In welke 3 categorieën kunnen eisen die aan het werk gesteld worden, ingedeeld worden volgens Hockey?
  • Cognitieve eisen (bv aandacht, analytisch denken, plannen)
  • Fysieke of lichamelijke eisen (bv houding of krachtsinspanning)
  • Emotionele eisen (bv stemming, meevoelen met anderen, kalm blijven)
Beschrijf de duur en het beloop van een burnout.
Er is sprake van een relatief lange voorgeschiedenis van overbelasting (6 maanden tot 1 jaar) en een chronisch klachtenbeloop. Men zit langdurig in de Ziektewet en arbeidsongeschiktheid dreigt. Naast ernstige spanningsklachten is er ‘n verstoorde relatie met ‘t werk: men is volledig vastgelopen.
Bij welke groepen komt burnout vaker voor? Vrouwen/mannen, jongeren/ouderen, alleenstaanden/gehuwden en voltijders/deeltijders.
Mannen, ouderen, alleenstaanden, voltijders.
Hoe heet de vragenlijst om burn-out te meten en hoe heet de Nederlandse versie?
Maslach Burnout Inventory (MBI), in Nederland bekend als Utrechtse Burnout Schaal (UBOS).
Welke 3 verklaringen voor burnout worden genoemd?
  • Individueel-psychologische verklaringen.
  • Klassieke verklaring
  • Sociale uitwisselingsmodel
Welke 4 vormen van intererenties worden onderscheiden?
  1. Positieve werk-thuisinterferentie
  2. Negatieve werk-thuisinterferentie
  3. Positieve thuis-werkinterferentie
  4. Negatieve thuis-werkinterferentie
Beschrijf een 'type A persoon'.
Persoon heeft nooit rust, is ongeduldig, snel geïrriteerd, gedreven en competitief en kan vijandig overkomen.
Hoe beïnvloeden werk-aanpassingen de reïntegratiekansen?
Belang van werkaanpassingen voor ‘t vergroten v/d reïntegratiekans blijkt uit verschillende onderzoeken.
  • Aanvragen van vrouwen en mensen uit de lagere echelons blijken vaker te worden afgewezen in vergelijking met die van mannen en personen uit de hogere echelons.
  • Hoe meer werkgevers bereid zijn zich te conformeren aan wettelijke regels, hoe vaker aanvragen worden ingewilligd.
  • Weerstand tegen het aanpassen van werk vormt een van de knelpunten bij reïntegratie.