Summary Class notes - De psychologie van arbeid en gezondheid

Course
- De psychologie van arbeid en gezondheid
- Schaufeli en Bakker
- 2014 - 2015
- NTI
- HBO Toegepaste Psychologie
317 Flashcards & Notes
8 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - De psychologie van arbeid en gezondheid

  • 1430431200 Hoofdstuk 1 De psychologie van arbeid en gezondheid

  • 1.1 Inleiding on de arbeid en gezondheidpsychologie
    A&G-psychologie is een samensmelting van 
    • de klinische psychologie, 
    • de gezondheidspsychologie 
    • en de A&O-psychologie
    En houdt zich  bezig met het functioneren van mensen in arbeidsrelaties. Arbeid kan belastend zijn, maar ook zorgen voor uitdaging en ontplooiing.
  • 1.2 Wat is Arbeid- en Gezondheidpsychologie?
    Het is een psychologische discipline die zich bezighoudt met het bestuderen en bevorderen van welzijn en gezondheid op het werk waarbij gestreefd wordt naar een optimale afstemming tussen persoon en organisatie. 
  • Wat is de Engelse benaming voor Arbeid- en Gezondheidpsychologie?
    Occupational Health Psychology
  • Waar gaat het om in de A&G-psychologie?
    Het gaat om het verbeteren van het welzijn, maar ook om het verbeteren van bepaalde objectiveerbare kenmerken van de arbeid. 
  • Wat wordt bedoeld met gezondheid?
    Het begrip gezondheid wordt nogal breed bedoeld. Lichamelijk en geestelijk, maar ook wordt gekenen naar gezond gedrag. (Zoals bijvoorbeeld gebruik van alcohol tijdens werk, pesten, ziekteverzuim, etc)
  • In navolging van Warr (1987) houdt de A&G-psychologie een multidimentionaal begrip van de geestelijke gezondheid voor. Wat betekent dit? 
    Multidimentionaal begrip van de geestelijke gezondheid betekent dat het in de A&G-psychologie gaat om de volgende 4 aspecten:
    1. Affectief welbevinden; dwz prettig voelen op het werk;
    2. Competentie; dwz in staat zijn je werk goed te doen;
    3. Autonomie; dwz eigen keuzen kunnen maken in je werk;
    4. Aspiratie; dwz iets in je werk willen bereiken.
  • Wanneer is er sprake van geestelijke gezondheid?
    Wanneer een werknemer:
    • zich prettig voelt;
    • het werk goed aan kan;
    • zich vrij voelt om eigen keuzen te maken;
    • gemotiveerd is iets te bereiken.
  • Wat is het streven van de A&G-psycholoog?
    • Deze streeft naar een optimale afstemming tussen de belangen van de werknemers en die van de organisatie. (continuïteit onderneming, arbeidsproductiviteit, doelmatigheid) 
    • Deze houdt zich bezig met wederzijdse beïnvloeding van het werk met andere levenssferen. (vrije tijd, gezin-,thuissituatie)
  • In de A&G-psychologie is veel kennis verenigd van disciplines binnen en buiten de psychologie. Kun je er een aantal noemen met een voorbeeld erbij? 
    • functieleer: cognitieve informatieverwerking
    • psychofysiologie: stressonderzoek
    • sociale psychologie: groepsprocessen in organisaties
    • persoonlijkheidsleer: individueel assessment en persoonlijkheidskenmerken
    • ontwikkelingspsychologie: oudere werknemers
    • epidemiologie: vóórkomen van bepaalde klachten
    • methodologie: verrichten van onderzoek
    • sociologie: maatschappelijke groepen zoals vrouwen of alochtonen
    • recht: wetgeving rondom arbeid. 
  • Wat is kenmerkend aan A&G-psycholgie?
    • Het hanteert verschillende perspectieven (bv het individu,werknemer, sociale systemen)
    • Het betrekt niet enkelde subjectieve aspecten, maar ook de objectieve. (aard arbeidstaak, kenmerken functie, welbevinden en gezondheid)
    • Hanteert tijdsperspectieven: er is aandacht voor het hier en nu, maar ook toekomstperspectieven. (loopbanen van de werknemers)
  • Wat zijn doelen van de A&G-psychologie?
    • optimale afstemming tussen persoon en organisatie
    • signalerende functie risicofactoren
    • primaire, secundaire en tertiaire preventie; (primair: voorkomen, secundair: optreden bij eertse symptomen, tertiair: behandeling om nog grotere problemen te voorkomen
    • arbeidsintegratie
  • 1.3 Waarom is de psychologie van de A&G zo in populariteit toegenomen?
    • Vanwege de ontwikkelingen en veranderingen in en rondom arbeid
    • Vanwege sociale culturele veranderingen en ontwikkelingen die zich in Nederland hebben voorgedaan.
  • 1.3.1 Waar hebben we het over als het gaat om veranderingen in en rondom arbeid?
    • Intensivering van de arbeid: intensief in een hoog tempo werken vormt een risicio voor gezondheidsproblemen.
    • Verandering van de arbeidsinhoud: fysieke arbeid heeft plaatsgemaakt voor mentale en emotionele belasting. Lichamelijke klachten verschuiven naar psychische klachten.
    • Organisatieveranderingen: 24 uurs economie vereist continue aanpassingen. (saneren, afstoten bedrijfsonderdelen, etc)
    • Moderne productie en managementconcepten: verantwoordelijkheid wordt laag in de organisatie gelegd.
    • Aantasting van het psychologische contract: verwachtingen die werknemers koesteren over een billijke verhouding tussen hun inspanning tbv de organisatie en de beloning die ertegenover staat.
  • 1.3.2 Waar hebben we het over als we het hebben over sociaal-culturele veranderingen?
    • arbeidsparticipatie: toename oudere werknemers en vrouwen
    • opkomst dienstensector: verschuiving van agrarische sector naar diensten sector
    • verruiming van het ziekte-begrip: zaken die als 'normaal' onderdeel van het leven golden zijn nu voorwerp van gezondheid- en welzijnszorg. (stress, burnout, ADHD,etc)
    • toegenomen verwachtingen: zekerheid vanuit inkomen is niet meer voldoende, we willen uitdaging en zinvol bezig zijn, leren en ontwikkelen.
    • Individualisering: vroeger maakte men deel uit van sociale netwerken die rolpatronen oplegden. (Kerk, vakbond, vereniging, politieke partij) Tegenwoordig moet men eigen rollen invullen.
    • Uitholling van de professionele autoriteit: natuurlijke autoriteit van bepaalde beroepen is gaandeweg verloren gegaan. (politieagent, leerkracht) Tegenwoordig moet respect verdiend worden met sociale vaardigheden en emotionele arbeid. (Verschuiving van (autoritaire) bevelshuishouding naar (democratische) onderhandelingshouding.)
  • 1.3.3 Welke ontwikkelingen waren er in Nederland op het gebied van A&G-psychologie?

    1. Arbowetgeving: (1983). Voor het eerst staat welzijn op de agenda naast gezondheid en veiligheid. Het gaat daarbij om de eigenschappen van de functie. Iedere werkgever moet aangesloten zijn bij Arbo-dienst met bedrijfsarts, veiligheidsdeskundige, arbeidshygiënist en A&O-deskundige. De definitie die voor ziek zijn geldt is uitgebreid met een behoorlijk aantal psychische klachten.Hierdoor zitten er steeds meer mensen in de WAO. 
    2. Psychische Arbeidsongeschiktheid (WAO): afkeuring door psychische aandoeningen is explosief gestegen (zit vaak psychologische componenten bij).
    3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid. Het verbeteren van arbeidsomstandigheden en het verminderen van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid worden in Nederland gezien als gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgevers, werknemers en overheid. (arboconvenanten)
    4. Hoge financiële kosten: Er zijn geen recente betrouwbare schattingen van de kosten wbt psychisch disfunctioneren in organisaties, maar het idee is dat de kosten aan de hoge kant zijn. (ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, personeelsverloop, etc.)
    5. Lange traditie: Nederland kent een lange traditie op het vlak van overspannenheid. 
  • 1.4 Hoe ziet het praktijkveld van de A&G-psychologie eruit?
    1. Arbeiders en soldaten in de wereldoorlogen raakten ernstig vermoeid. De vermoeiende en heftige omstandigheden zorgden voor veel stress. In deze tijd is er dan ook meer aandacht gekomen voor de A&G-psychologie.
    2. Studies eind jaren '40 vormden de basis voor sociotechnische benadering, namelijk stressreacties zijn het produckt van het sociale systeem waarbinnen de werknemer fungeert
    3.  Sinds de jaren ’80 heeft de A&G- psychologie zich ontwikkeld tot een wetenschap die zich bezighoudt met meerdere werkdisciplines:

    • Assessment: diagnostiek op individueel-, team-, en organisatieniveau
    • Individuele begeleiding en behandeling: coaching, counseling, reïntegratie
    • Geven van trainingen: aanleren van idividuele vaardigheden en groepsprocessen.
    • Advisering: advies voor hoger en middenmanagement en ondernemingsraden over bv ziekteverzuim, motivatie etc
    • Onderzoek: verwerven van kennis voor bv het stellen van juiste diagnoses, evalueren van interventies, onderbouwing van advies.
  • Op wat voor plaatsen zijn A&G-psychologen werkzaam?
    • organisatie-, training- en selectiebureau's
    • 1e en 2e lijns geestelijke gezondheidszorg
    • reïntegratiebedrijven
    • commerciële instellingen
    • curatieve zorg
    • zelfstandig gevestigd
  • Met welke vier disciplines heeft de A&G-psycholoog te maken?
    1. Bedrijfsarts: gespecialiseerd in lichamelijke en geestelijkegezonheidszorg
    2. Arbeidshygienist: gespecialiseerd in meten en beoordelen van chemische-, biologische- en fysische arbeidsomstandigheden (straling, lawaai, klimaat)
    3. Veiligheidskundige: gespecialiseerd in fysieke veiligheid (preventie brand, ontploffingen, veiligheidsvoorschriften bij werken met machines of giftige stoffen)
    4. A&Odeskundige: gespecialiseerd in psychische belasting door werk en daarmee verbandhoudenende vraagstukken. 
  • 1.5 Wat kan je vertellen over de psychologie van de Arbeid en Gezondheid als onderzoeksveld?
    Geschiedenis:
    Het onderzoeksgebied heeft zijn wortels in onderzoek naar vermoeidheid en mentale belasting en in fysiologisch stress-onderzoek.
    • 1920 Cannon: Hij deed onderzoek bij mens en dier en kwam tot de conclusie dat er onder heftige omstandigheden in het lichaam een bepaald aanpassing tot stand komt als reactie op de omstandigheden die leidt tot ‘homeostase’. 
    • 1940 Seyle: H kwam tot dezelfde uitkomsten en noemde dit het ‘General Adaption Syndrome’ (GAS), wat inhoudt dat er lichamelijke veranderingen optreden bij het in aanraking komen met een stressor, uiteindelijk kan dit tot vermoeidheid leiden ongeacht de oorsprong van de stressor. 
    • 1945 Lazarus: Hij kwam met een 'copingtheorie' die gaat over de manier waarop mensen met stress om kunnen gaan.
    • 1965 Robert Kahn: Hij stelde dat werkstress samenhing met de wijze waarop sociale rollen in arbeidsorganisaties zijn gestructureerd.
    • 1970 Charles de Wolf: Hij (Nederlander) ontwikkelde de Vragenlijst Organisatie Stress (VOS-D)
    Praktijk:
    De A&G-psychologie richt zich op de praktijk, maar ook op theorie. Hierdoor richt zij zich op zowel het begrijpen en verklaren van welzijn en gezondheid op het werk, maar ook op het verbeteren hiervan. Dus kennis en kunde.  
    • Onderzoek dat gericht is op theorie werkt empirisch en cyclisch, door het verzamelen van gegevens en het  hypothese statistisch onderzoeken hiervan. 
    • Onderzoek dat gericht is op problemen in de praktijk werkt regulatief en is cyclisch waarbij het probleem wordt geformuleerd, een interventie ontworpen, uitgevoerd en geëvalueerd. 
  • 1.6 Hoe ziet de toekomst van de A&G-psychologie eruit?
    • Er zal verder gewerkt worden aan vergroten van inzichten in psychologische processen die een rol spelen bij welzijn en gezondheid op het werk.
    • Er zal een verschuiving plaatsvinden van beschrijvende modellen naar verklarende theorieën, waarbij een inhoudelijk verband in de vorm van een psychologisch mechanisme wordt blootgelegd. 
    • Er zullen nieuwe concept ontwikkeld worden die aansluiten bij veranderingen (bv de behoefte aan het beschrijven van emotionele en cognitieve werkbelasting, workaholics)
    • Huidige onderzoeksresultaten zullen gerepliceerd moeten worden zodat zaken meetbaar worden
    • Er is een behoefte aan instrumenten, richtlijnen en procedures mbt assessment.
    • Theorie zal meer getransformeerd moeten worden naar praktisch handelen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem 4 verklaringen voor de hogere kans op arbeidsongeschiktheid onder allochtonen.
  • laaggeschoold (zwaar) werk
  • andere beleving van ziekte en gezondheid.
  • objectieve gezondheid is niet slechter maar subjectieve ervaring wel.
  • veel klachten met psychosomatische achtergrond.
  • bedrijfsarts mist kennis over specifieke problemen, ziektebeleving, klachtenpresentatie v allochtonen.
  • reïntegratie verloopt moeizaam.
Noem 4 mogelijke oorzaken van hogere gezondheidsrisico's voor vrouwen?
Vrouwen zijn vaker & langer ziek, 1,7 maal zo hoge kans om in wao terecht te komen. Oorzaken gezondheidsrisico’s voor vrouwen:
  1. Werkkenmerken: geringe carrière mogelijkheden, gebrek aan regelmogelijkheden, hoge werkdruk.
  2. Werkomstandigheden  (meer bij vrouwen): slechte sfeer, gebrek aan arbeidssatisfactie, fysiek belastend werk.
  3. Oververtegenwoordiging van vrouwen in zorg & onderwijs.
  4. Gezondheidsrelevante werkkenmerken: seksedicriminatie en seksuele intimidatie.
  5. Seksegerelateerde werkkenmerken: omvang en flexibiliteit v/d arbeidstijd. Parttime werk is de oplossing voor soepele combi werk-thuis, maar draagt ook bij aan ‘glazen- plafond’.
In welke 3 categorieën kunnen eisen die aan het werk gesteld worden, ingedeeld worden volgens Hockey?
  • Cognitieve eisen (bv aandacht, analytisch denken, plannen)
  • Fysieke of lichamelijke eisen (bv houding of krachtsinspanning)
  • Emotionele eisen (bv stemming, meevoelen met anderen, kalm blijven)
Beschrijf de duur en het beloop van een burnout.
Er is sprake van een relatief lange voorgeschiedenis van overbelasting (6 maanden tot 1 jaar) en een chronisch klachtenbeloop. Men zit langdurig in de Ziektewet en arbeidsongeschiktheid dreigt. Naast ernstige spanningsklachten is er ‘n verstoorde relatie met ‘t werk: men is volledig vastgelopen.
Bij welke groepen komt burnout vaker voor? Vrouwen/mannen, jongeren/ouderen, alleenstaanden/gehuwden en voltijders/deeltijders.
Mannen, ouderen, alleenstaanden, voltijders.
Hoe heet de vragenlijst om burn-out te meten en hoe heet de Nederlandse versie?
Maslach Burnout Inventory (MBI), in Nederland bekend als Utrechtse Burnout Schaal (UBOS).
Welke 3 verklaringen voor burnout worden genoemd?
  • Individueel-psychologische verklaringen.
  • Klassieke verklaring
  • Sociale uitwisselingsmodel
Welke 4 vormen van intererenties worden onderscheiden?
  1. Positieve werk-thuisinterferentie
  2. Negatieve werk-thuisinterferentie
  3. Positieve thuis-werkinterferentie
  4. Negatieve thuis-werkinterferentie
Beschrijf een 'type A persoon'.
Persoon heeft nooit rust, is ongeduldig, snel geïrriteerd, gedreven en competitief en kan vijandig overkomen.
Hoe beïnvloeden werk-aanpassingen de reïntegratiekansen?
Belang van werkaanpassingen voor ‘t vergroten v/d reïntegratiekans blijkt uit verschillende onderzoeken.
  • Aanvragen van vrouwen en mensen uit de lagere echelons blijken vaker te worden afgewezen in vergelijking met die van mannen en personen uit de hogere echelons.
  • Hoe meer werkgevers bereid zijn zich te conformeren aan wettelijke regels, hoe vaker aanvragen worden ingewilligd.
  • Weerstand tegen het aanpassen van werk vormt een van de knelpunten bij reïntegratie.