Summary Class notes - diergedrag

Course
- diergedrag
- n.v.t
- 2018 - 2019
- Rijksuniversiteit Groningen (Rijksuniversiteit Groningen, Groningen)
- Biologie
200 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - diergedrag

  • 1537740000 H1,2,3,8

  • Wat is diergedrag
    Elk intern gecoordineerd, extern zichtbare activiteit die reageert op externe of interne veranderingen. 
    Beter; Alles wat een dier doet.
  • wat is een ethogram en een time-budget
    Een ethogram is een formele beschrijving of opsomming van dierlijke gedragingen om gedrag "objectief" meetbaar te maken. 
    Een time-budget geeft de totale tijd en relatieve frequentie van elk gedrag.
  • Wat zijn de proximate en ultimate vragen van Tinbergen ?
    Wat is het mechanisme dat het veroorzaakt.
    Hoe ontwikkelt het zich.

    Wat is de functie.
    Hoe is het geevalueerd.
  • Wat is een operant chamber of een skinner box
    Dat is een leerkooi waarbij positief bekrachtigend, negatief bekrachtigend etc een rol spelen in leren.
  • Wat is het wetenschappelijk proces ?
    Kennis leidt tot een vraag en een vraag leidt tot kennis.
    Naar aanleiding van de vraag; voorlopige observaties.
    Naar aanleiding daarvan; formuleren hypotheses
    formuleren specifieke hypothese
    bepaling van de te meten variabelen om de voorspelling te testen
    kies een passende methode
    verzamel genoeg data  
    pas de juiste analyse toe
  • Welke methoden zijn er om gedrag te bestuderen.
    observational (causaliteit onduidelijk)
    experimental (oorzaak en gevolg wel duidelijk)
    comparative (genetica nodig)
    modelling (geeft testbare voorspellingen)

    meta-analyse(bestaande onderzoeken samen bestuderen en tot conclusie komen)
  • Waar kun je gedrag bestuderen
    In wild
    semi natuurlijk
    In lab

    Je kunt een wilde of gedomesticeerde soort nemen.
  • Wat zijn plesiomorphic of ancestral trades
    Dat zijn voorouderlijke eigenschappen die aangetroffen worden  in een gemeenschappelijke voorouder.
  • Wat zijn derived traits
    recenter onstane eigenschappen die niet in een gemeenschappelijke voorouder worden aangetroffen.
  • Wat zijn de 3 R's
    Replacement
    Reduction
    Refinement
    Regels voor ethiek. 3 manieren waarop je  onnodig dierlijk leiden moet voorkomen.
  • Wat zijn de voorwaarden voor evolutie
    -variatie onder individueen in hun eigenschappen (traits)
    -eigenschappen zijn (deels) erfelijk
    -eigenschapen (traits) zorgen voor verschillen in overleving en reproductie (fitness)
  • Wat is evolutie
    veranderingen in allelfrequentie of in trait values over de tijd.
  • Hoe kan variatie tot stand komen
    Door;
    -random mutaties
    -recombinantie  
    -genflow
    -non genetische overdraagbaarheid
  • Wat  bepaald het fenotype
    Genotype, epigenetica en omgeving.
  • Hoe kan je nagaan of een eigenschap erfelijk is.
    -parent offspring regessie
    -selectie experiment.

    Let op om echt aan te tonen of iets erfelijk is, moet je alle aspecten meenemen. Let op voorgeboortelijke omgeving, omgeving bijvoorbeeld in nest etc etc.
  • Wat zijn de mechanismen die variatie veroorzaken in  het gedrag van individueen in een populatie.
    -genetische opmaak
    -als gevolg van omgeving
    -als gevolg van leren
    -omdat er weinig verschil in fitness kan zijn bij verschillend gedrag
    -door verschillen in grootte, doorvoedtheid, gezondheid etc.
    -door frequentie afhankelijke selectie.
  • Wat is frequentie afhankelijke selectie
    De fitness van een eigenschap is afhankelijk van de frequentie waarmee die eigenschap voorkomt.
    Negatieve frequentie afhankelijke selectie;fitness van de eigenschap neemt af als de frequentie van de eigenschap toeneemt. 
    Positieve frequentie afhankelijke selectie; fitness van de eigenschap neemt toe als de frequentie van de eigenschap toeneemt.
  • Wat is een adaptatie (aanpassing)
    Een eigenschap (trait) die is ontstaan als gevolg van natuurlijk selectie.
  • Hoe meet je fitness
    Door de hoeveelheid nageslacht te bepalen.
    In de praktijk is dat vaak moeilijk en worden indirecte maten voor fitness genomen als;
    aantal sexpartners
    lichaamsgrootte
    groeisnelheid
    voedingsefficientie
  • Wat is directional, disruptive en stabilising selection.
    Directional; In een bepaalde richting; bijvoorbeeld grootste tanden.
    Disruptive; Als er twee uitersten van een eigenschap de hoogste fitness veroorzaken. Dan krijg je een ontwikkeling naar 2 uitersten.
    Stabilising; Als een gemiddelde eigenschap de hoogste fitness geeft. Dan beweegt de populatie zich richting een gemiddelde van die eigenschap.
  • Wat is "optimal trait value"
    De eigenschap die de grootste fitness met zich brengt.
  • Wat is direct, indirect en inclusive fitness
    direct fitness; Dat is het aantal nakomelingen van het individu zelf.
    indirect fitness; Het aantal nakomeingen van verwanten.
    inclusive fitness; Hetaantal nakomingen samen.
  • Wat is "sexual selection"
    Een vorm van natuurlijke selectie die zich richt op erfelijke eigenschappen die reproductie beinvloeden.
  • Wat is OFT en welke modellen kent dat.
    Optimal Foraging Theory
    Gaat ervan uit dat er via natural selection een voordeel is voor voedingsgedrag dat fitness maximaliseert. (gedrag dat de hoogste fitness oplevert heet "Optimal behaviour")

    -Dieet model. Deze theorie voorspelt de voedselsoort(en) die een dier zou moeten kiezen.
    Dit gaat uit van 3 aannames;
    1-fitness wordt gemaximaliseerd door maximale energy opname.
    2-voedsel wordt 1 voor 1 gevonden en in proportie met hun aanwezigheid.
    3-voedsel kan worden ingedeeld naar hun "profitability"(energy/handlingtime).

    Optimal patch-use model. Deze theorie voorspelt hoelang een "foodpatch" moet worden bezocht.
    Dit gaat uit van 4 aannames;
    1-foragers proberen hun energie-inname te maximaliseren
    2-alle "patches" zijn gelijk
    3-reistijd tussen "patches" is gelijk
    4-leeg maken van een "patch" zorgt voor afname van "oogst". (diminishing returns).
  • Wat kun je zeggen van incomplete informatie en "foodpatch" inschatting.
    Een dier gebruikt sample informatie en eerdere kennis. Bayesian estimation.
  • Wat is kleptoparasitism
    Het "meeeten"met door anderen beschikbaar gekomen voedsel. 
    Heterospecifiek, bij niet-eigen soort.
    In eigen sociale groep, eigen soortgenoten; producers en scroungers.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat speelt er t.a.v. nageslacht nu en toekomstig nageslacht.
De theorie is dat er een trade off is tussen current en future offspring. (De theorie bestaat dat je maar zoveel kan doen in een leven en wat je opgebruikt hebt heeft invloed op wat je nog over hebt.
Wat is een trade off
Causale relatie tussen 2 fitness componenten
Wat kun je zeggen over het zebravinkelpracticum.
Je had een mannetje die een territorium had met een nest en een vrouw, de resident. .
Dit practicum viel in het kader van het zgn. prior residency effect. 


Elke resident heeft twee keer een ‘gevecht’  gehad met een onbekende intruder. De Resident had dus enige tijd ervaring (eigenheid) met een bepaalde kooi. 
Daarna hadden de ex-residenten (nu de intruders) een gevecht hadden in de eigen kooi en een onbekende kooi tegen een onbekende ex-intruder (nu resident)

De verwachting is dan natuurlijk dat de verhouding in agonistische interacties, of (wellicht het totale niveau van agressie), in het voordeel is van een mannetje dat eerder gehuisvest was in een bepaalde kooi t.o.v. de conditie waar hij geplaatst werd in een voor hem onbekende kooi.
Wat kun je zeggen t.a.v vogelmigratie uit het college
Ze vliegen meestal 's nachts
De nieging hebben ze ook zonder info uit omgeving in een kooi. 
Groot deel genetisch bepaald 
Ze gebruiken hun interne kalender met info uit omgeving.
Welke (seizoens)veranderingen zijn er en wat zijn manieren om daarmee om te gaan.
-wisselende voedselvoorraad
-wisselende voedselbehoefte
-wisselende competitie interactie
-wisselende predatiedruk/ziekterisico's

Ermee omgaan door migratie, wegkruipen, energiebehoefte aanpassen etc.
wat is sex-bias dispersal
Dat 1 sexe zich verspreidt. Wat meestal zo is.
Wat zijn de 3 oorzaken voor dispersal
slechte site; individu of hele populatie vertrekt.
te veel competitie; meest zwakke of jonge vertrekken.
inteelt; meest 1 sexe vertrekt.
Wat is het verschil tussen migratie en dispersal.
Belangrijkste is duidelijke richting en heen en weer voor migratie !

Migratie;
duidelijke richting  
heen en terug
verder (meestal)
unisex (vaak beide sexen)
actief

Dispersal
geen duidelijke richting
1 centraal punt
dichterbij (meestal) 
sex-biased(meestal)
Kan passief zijn (zaad in vrucht)
Wat  is brood parasitism
Ei/eieren leggen in nest van een ander (host)
-conspecifiek, in nest van soortgenoot.
-interspecifiek (met co-evolutie)
Geef aan wat "local enhancement" en "public information" is.
Local enhancement is als aanwezigheid van andere individuen je aandacht op een bepaalde plek van de omgeving richt.
Public information is informatie over de kwaliteit van een resource die je haalt uit gedrag van anderen. 
Voorbeeld; Stekelbaarzen experiment waaruit blijkt dat ze local enhancement gebruiken, maar dat public information (indien beschikbaar) de voorkeur bepaald.

Dit valt onder sociaal leren !