Summary Class notes - E-mental health-interventies

Course
- E-mental health-interventies
- mw. V. Thewissen
- 2014 - 2015
- Open Universiteit
- Psychologie
202 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - E-mental health-interventies

  • 1425596400 Bealangrijke artikelen

  • Noem de hoofdzakelijke voordelen en nadelen van E-mental Health.
    Enkele voordelen van online interventies (preventie, behandeling en (na)zorg) zijn:
    • Vroegsignalering van klachten. Online preventieve interventies kunnen een bijdrage leveren aan het eerder herkennen van klachten. Wanneer klachten in een vroeg stadium worden herkend, kunnen deze vaak beter worden behandeld.
    • Online interventies zijn laagdrempelig, vooral als anonieme deelname mogelijk is. Dit kan een positief effect hebben op de openheid van de cliënt.
    • Online interventies zijn relatief goedkoop (therapeuten kunnen efficiënter worden ingezet, er hoeven minder kosten te worden gemaakt aan onder andere huisvesting).
    • Behandeling kan plaatsvinden op een zelfgekozen plaats en tijdstip (een bijkomend voordeel is dat dit de cliënt reistijd en reiskosten bespaart).
    • Het is goed mogelijk om de behandeling te evalueren (bestanden worden digitaal opgeslagen, wat evaluatie van de behandeling mogelijk maakt en de kwaliteit ten goede kan komen).
    • Bij online interventies kan de informatie gemakkelijk worden bewaard. Zowel voor de cliënt als voor de hulpverlener is dit een voordeel. E-mails en chatgesprekken kunnen op een later tijdstip door de cliënt worden nagelezen. Een hulpverlener kan deze op zijn beurt onder andere weer gebruiken voor intervisie- of supervisiedoeleinden.
    Enkele nadelen van online interventies (preventie, behandeling en (na)zorg) zijn:
    • Alleen geschikt voor bepaalde groepen mensen (taalvaardig, computervaardig; bij bepaalde – meestal ernstige – aandoeningen wordt online behandeling uitgesloten, enzovoort).
    • Door de protocollaire aanpak kan de behandeling mechanistisch/rigide aandoen.
    • Online behandeling richt zich vaak op eenduidige problematiek; dat doet geen recht aan de complexe werkelijkheid. Psychische problematiek is multifactorieel, er is vaak sprake van meerdere psychische problemen naast elkaar in combinatie met somatische en sociale problematiek.
    • Het gevoel van afstand, anonimiteit en het elkaar niet kunnen zien kunnen een negatief effect hebben op de motivatie van cliënt en daarmee ook de betrokkenheid van de therapeut negatief beïnvloeden.
    • Het anonieme karakter van online interventies zorgt ervoor dat het lastiger is om in te grijpen bij een crisis.
    • Ontbreken van belangrijke non-verbale informatie (lichaamstaal). Voor de therapeut is het soms lastig te beoordelen of een cliënt informatie achterhoudt; dit kan gevolgen hebben voor de vertrouwensrelatie.
    • Het ontbreken van een keurmerk van online interventies. Een nadeel hiervan is dat het voor de cliënt moeilijk te bepalen is of hij/zij met een goede therapeut van doen heeft.
    • De veiligheidsrisico's zijn groter dan bij face-to-face-behandeling.
  • Wat houdt een geslaagde Turing-test in bij E-Health?
    Als we met een online interventie de Turing-test doorstaan zijn we geslaagd. Dat betekent dat slechts op kansniveau ingeschat kan worden of je met een mens of een computer praat.
  • Wat is het ELIZA effect?
    Een programma uit 1966, ELIZA, was in staat een bescheiden therapeutische dialoog aan te gaan met mensen over hun persoonlijke problemen. De neiging om computers menselijk gedrag en meer intelligentie toe te dichten dan dat ze in werkelijkheid hebben, is het ELIZA-effect.
  • Wat is het verschil tussen een behandelingskloof en een digitale kloof?
    Thornicroft en Tansella (2013) omschrijven de behandelingskloof als de discrepantie tussen de werkelijke prevalentiegraad van het aantal personen met een psychische stoornis en het aantal personen dat hiervoor ook de juiste behandeling krijgt (de ‘treatment gap’). Een eerste vaststelling is de discrepantie tussen landen met lage en middelhoge inkomsten en landen met hoge inkomsten. Er wordt vastgesteld dat de behandelingsgraad voor personen uit landen met hoge inkomsten voor zowel fysieke als psychische aandoeningen hoger ligt dan deze voor personen uit landen met lage en middelhoge inkomsten. De mate van behandeling hangt dus samen met het inkomensniveau van een land. Een tweede discrepantie is deze tussen de behandeling van fysieke en psychische aandoeningen. De behandelingsgraad voor de onderzochte psychische aandoeningen ligt beduidend lager dan deze voor de fysieke aandoeningen, zowel in de landen met lage en middelhoge inkomsten als de landen met hoge inkomsten. Zo zien we bijvoorbeeld dat de behandelingsgraad voor diabetes 94,4% (voor landen met hoge inkomsten) en 76,6% (voor landen met lage en middelhoge inkomsten) bedraagt. Voor depressie bedraagt de behandelingsgraad 29,3% (voor de landen met hoge inkomsten) en 8,1% (voor de landen met lage en middelhoge inkomsten).

    Digitale kloof: doordat mensen geen/moeilijk toegang hebben tot internet, worden zij niet bereikt.
  • Wat houdt Kanalenreductie in?
    Kanalenreductie betekent dat er informatie op betrekkingsniveau verloren gaat. Face-to-face zijn er verbale (wat letterlijk gezegd wordt), non-verbale (houding, motoriek, gezichtsexpressie) en para-linguale (stem, intonatie, pauzes) waarnemingen. Aan de telefoon valt de non-verbale communicatie weg. Online ontbreken non-verbale en paralinguïstische elementen. Er is alleen het scherm en de woorden die erop verschijnen.
  • Wat houdt decontextualisatie in?
    Decontextualisatie houdt in dat informatie over de (sociale) context of omgeving waarin de cliënt zich bevindt, verloren gaat.

    Decontextualisatie heeft betrekking op zowel tijd, plaats als toestand. Wat is bijvoorbeeld de toestand van de cliënt (is hij dronken of verward)? Waar bevindt de cliënt zich (alleen of in gezelschap van anderen)? Wat betreft de tijd is er een onderscheid tussen synchrone en asynchrone communicatie. Bij deze laatste vorm is het mogelijk dat de situatie en toestand van de cliënt zijn gewijzigd, waardoor de reactie van de behandelaar niet meer aansluit op de beleving van de cliënt.
  • Welke 6 tips zijn er om misverstanden die online sneller voorkomen te minimaliseren?
    Mogelijke tips om misverstanden binnen e-mailverkeer te minimaliseren:
    1. Reageer niet onmiddellijk: de stelregel volgens Suler is om 24 uur te wachten voordat er gereageerd wordt. Ook is het raadzaam om de e-mail van de cliënt en uw eigen antwoord hierop nog eens (eventueel een aantal keer) te lezen, waardoor er mogelijk anders tegen de geschreven tekst wordt aangekeken.
    2. Wanneer u een e-mail ontvangt waarin gevoelens niet openlijk worden geuit, is het belangrijk om erbij stil te staan hoe u deze niet-openlijk geuite emoties en gevoelens opvat. Probeer deze voorzichtig te interpreteren en vraag verdere verduidelijking hiervan in een reactie op de e-mail.
    3. Verhelder wat bedoeld wordt: het is belangrijk om na te gaan of u de e-mail goed hebt begrepen. 
    4. Bespreek de e-mail die u wilt sturen. Vraag eventueel een collega wat hij of zij denkt van de reactie die u wilt sturen. 
    5. Verduidelijk de toon van uw e-mail bijvoorbeeld aan de hand van emoticons, maar zorg ervoor dat ze begrepen worden zoals ze bedoeld zijn.
    6. Pas uw taalgebruik aan dat van de cliënt aan. Gebruik geen vakjargon of afkortingen. Wees ervan bewust dat wat u schrijft meteen zwart op wit staat.
  • Welke 9 tips zijn belangrijk voor het goed functioneren van chat-gesprekken?
    1. Expliciet bevragen is dan ook erg belangrijk. 
    2. Gebruik lasso’s om een langer bericht op te splitsen (dit kan door enkele puntjes na een zinsdeel te zetten). 
    3. Vermijd het gebruik van bijzinnen. Bijzinnen vergroten de kans dat de hulpvrager de boodschap niet begrijpt.
    4. Probeer elkaar uit te laten praten (dat wil zeggen, niet door elkaar heen typen). 
    5. Wijs de cliënt erop hoe het werkt indien het chatmedium laat zien wanneer de ander aan het typen is.
    6. Let op dat er niet per abuis hoofdletters worden gebruikt. Dit kan schreeuwerig overkomen.
    7. Bij chathulpverlening is het van belang dat u snel denkt en antwoordt. Laat de cliënt daarom weten als u even wilt nadenken of iets opzoeken. Een halve minuut wachten op een reactie is zeer lang.
    8. Ook hier is het belangrijk om aandacht te geven aan toon en intonatie van de communicatie.
    9. Verduidelijk de toon van uw chatgesprek bijvoorbeeld aan de hand van emoticons, maar zorg ervoor dat ze begrepen worden zoals ze bedoeld zijn.
    1. Warm welkom,
    2. Vraag verhelderen,
    3. Doel van het gesprek vaststellen,
    4. Doel uitwerken, via metacommunicatie,
    5. Cirkel rond maken: afronden. 
    Dit is het 5-fasen-model. Welke punten ontbreken hierbij wel eens bij online hulpverlening vanwege gebrek aan tijd?
    Voorbeelden van ontbrekende onderdelen zijn:In fase 1 van het chatgesprek (warm welkom) ontbreekt het onderdeel 'meeleven of complimenteren'. Een voorbeeld van een compliment dat de hulpverlener kan geven: 'Goed dat je bij ons om hulp komt vragen'.

    In fase 3 ontbreekt de terugkoppeling over wat de hulpverlener wel en wat hij niet kan betekenen in dit gesprek (bijvoorbeeld: 'Uit je verhaal begrijp ik dat je het moeilijk vindt om met je vriend te praten over je vermoeden van zijn vreemdgaan. Wat kan ik hierin voor je betekenen?'). Bovendien zou het gespreksdoel concreter aangegeven kunnen worden en is niet nader ingegaan op de verwachting van de hulpvrager.

    In fase 5 (cirkel rond maken) ontbreekt een samenvatting van het gespreksdoel en een uitgewerkte aanpak. Bijvoorbeeld: 'Je wilde graag adviezen over wat je moet doen nu je het vermoeden hebt dat je vriend vreemd gaat. We hebben besproken dat je je zorgen maakt over je relatie maar dat je niet zo goed met hem hierover durft te praten. We hebben afgesproken dat je nog deze avond een gesprek aangaat met je vriend, en dat je van tevoren opschrijft wat je niet zo goed vindt gaan in de relatie en wat je anders zou willen. Kun je hiermee verder'?
  • Wat was het doel van PARRY ontworpen door Kenneth Colby?
    PARRY moest de gedachtegang van een paranoïde patiënt simuleren en bleek hier goed in te slagen. Dat bleek uit de TURINGTEST (een procedure om te bepalen of de computer 'intelligent' overkwam). Het verschil met ELIZA is dat PARRY een patiënt is.
  • Wat was de naam van werelds eerste helpdesk (1986)? En wat hebben ELIZA en PARRY met deze helpdesk gemeenschappelijk?
    Ask uncle Ezra. Bedoeld voor studenten die vragen konden stellen over hun mentale gezondheid. Gemeenschappelijk: alledrie pril stadium en nog geen serieuze poging om de geestelijke gezondheid met gebruik van computers te verbeteren/ ondersteunen.
  • Hoe ging het verloop van het ontwikkelen van computerinterventies?
    Aanvankelijk programma's met nadruk op eenvoudige gedragsmatige technieken, zoals gecomputeriseerde graduele exposures op basis van een standaard opgestelde angst-hiërarchie. Later psycho- educationele en cognitieve interventies zoals copingvaardigheden en probleemoplossende strategieën. Vervolgens basismethoden cognitieve gedragstherapie. bv opsporen van disfunctionele cognities.
  • Hebben de technologische ontwikkeling het proces van E-health beïnvloed?
    Ja grote invloed. Bijvoorbeeld komst cd-rom/dvd waardoor de programma's interactiever werden. Jaren negentig INTERNET waardoor men met anderen kon interacteren. De nadruk kwam steeds meer op zelfhulp met minder ondersteuning van behandelaar.
  • Noem een paar voorbeelden van E-health ontwikkelingen/ programma's.
    - cd-rom Beating the Blues: tegen depressie/ angst. Acht sessies, cognitieve gedragstherapie.
    - 1997 International Society for Mental Health Online: missie is het internationaal bevorderen van de ontwikkeling en inzet van ICT op het gebied van mentale gezondheid
    - 1997 Telefonische Hulpdienst Utrecht: chatten
    - 1999 UvA eerste online behandeling voor PTSS. Was een pilot, maar de resultaten waren veelbelovend. 
    - 2000 Korrelatie Psychosociale Hulpverlening: via e-mail
    - 2003 Kindertelefoon en chatten
  • Hoe werd Nederland koploper van E-Health?
    - Internetbehandeling valt onder reguliere gezondheidszorg en wordt (onder bepaalde voorwaarden) vergoed door verzekeraar.
    - Interapy (online) via UvA, prof. A. Lange. Wereldwijd de 1e aanbieder van professionele online psych. hulp en 
    - VIRENZ internettherapie: beide kortdurend, enkelvoudige problematiek.  
    - Blended/ Hybride vorm zowel face-to-face als online.
  • Wat is het verschil tussen synchrone en asynchrone communicatie bij E-Health?
    Synchroon = direct, bv instant-messenger/chat, videoconferentie
    Asynchroon = indirect, bv e-mail
  • Wat betekent het online dis-inhibitie-effect? en hoe wordt dit versterkt door de online-relatie?
    Personen stellen zich online opener op, wat positief is voor de therapeutische relatie. Het disinhibitie-effect wordt in een online hulprelatie volgens Suler veroorzaakt/versterkt door:
    • anonimiteit (dissociative anonimity). Je bent vrij om te zeggen wat je wilt, zonder dat iemand weet wie je bent.
    • onzichtbaarheid (invisibility). Je hoeft je geen zorgen te maken hoe jij eruit ziet of klinkt wanneer je online iets zegt tegen anderen. Je hoeft je ook geen zorgen te maken hoe de ander kijkt of klinkt wanneer jij iets tegen hem of haar zegt. Want het zien van een frons, een schuddend hoofd, een verveelde uitdrukking en het horen van een zucht kan iemand remmen in het uiten van gevoelens, emoties en ervaringen.
    • asynchroniciteit (specifiek voor e-mail). Je kunt alles zeggen wat je denkt en voelt zonder dat er meteen een reactie opvolgt. 
    • de perceptie dat de interactie in je hoofd plaatsvindt (solipsistic introjection). Door de afwezigheid van visuele en gehoorsignalen kun je het gevoel hebben alsof de conversatie in je hoofd plaatsvindt. Iedereen heeft wel eens gedachten over anderen, die ze normaal gezien, face to face nooit zouden uitspreken. Maar online kun je dingen zeggen die je anders alleen maar zou denken. 
    • neutraliseren van de status (minimization of status and authority). In face to face situaties kun je worden geïntimideerd door het beroep, autoriteit, geslacht of ras van die ander, waardoor je niet vrijuit kunt spreken. Aangezien dit online niet zichtbaar is, voel je je vrijer om te zeggen wat je denkt.
    • de gedachte dat het maar een spel is (dissociative imagination). Sommige mensen denken dat ze in een droomwereld verkeren wanneer ze ‘online gaan’. Ze scheiden online fictie van offline realiteit. Ze voelen zich dan ook niet verantwoordelijk voor hetgeen ze online gezegd hebben.
  • Welke nieuwe methoden worden veel gebruikt (vallend onder online psychotherapie)?
    - ACT (Keller): ACT is een afkorting van Acceptance and Commitment Therapy en is een vorm van gedragstherapie. 
    - MBCT:  indfulness based cognitive therapie.  MBCT/ Aandachtgerichte Cognitieve Therapie, richt zich specifiek op het ontwikkelen van een andere houding tegenover problemen. Deze houding kenmerkt zich door nauwkeurig waarnemen, toelaten, niet-reageren en niet-oordelen waardoor er ruimte komt voor acceptatie.  Oa bij chronische klachten en stoornissen zoals depressie en angst.
  • E-mental health-interventies lenen zich uitstekend voor het toepassen in de vorm van ‘stepped care’. Beschrijf het uitgangspunt van stepped care. Bedenk vervolgens wat een potentieel gevaar is in het aanbieden van stepped care-zorg.  
    Volgens het uitgangspunt van stepped care wordt in eerste instantie gekozen voor de minst belastende, eenvoudigste en kortste behandeling uit het totale scala aan mogelijke behandelvormen. Wanneer deze minimale interventie onvoldoende helpt, wordt de zorg geleidelijk geïntensiveerd. Een potentieel gevaar is dat onder druk van verzekeraars cliënten mogelijk verplicht worden om eerst online therapie te volgen alvorens face-to-facebehandeling te ontvangen.
  • Wat zijn kenmerken van de stepped-care-benadering?
    - van licht naar zwaar
    - start bij lichte interventie
    - beslaat de gehele zorg
    - zoveel mogelijk evidence-based
    - zoveel mogelijk geprotocolleerd
    - behandel-evaluatie is een belangrijk onderdeel vh proces
    - stepped-care heuristiek: eenvoudige verklaringen hebben voorrang
    - patiënt is nauw betrokken  
    - ondersteuning van een gestroomlijnde organisatie
    - be-oging Stepped care: betere effectiviteit, kwaliteit en lage kosten.
  • Online interventies lenen zich goed als opstap naar een intensievere behandeling. In de Stepped-Care is duidelijk onderscheid tussen preventie, behandeling en (na)zorg. Hoe zien deze stappen eruit/ welke interventies zijn er?
    - Preventie: informatie, zelfscreening en advies op maat, (begeleide) zelfhulp. Bijvoorbeeld de campagne Mentaal Vitaal. Of Kopstoring (voor jongeren met een psychisch zieke/verslavings- ouder), alles onder controle (geïndiceerde preventie depressie en angstklachten). LAAGDREMPELIG en MINIMALE begeleiding. 
    - Behandeling: diagnostiek en kortdurende interventies, meer begeleiding, behandelovereenkomst patiënt en hulpverlener
    -  (Na)Zorg: terugvalpreventie, zorg en zelfmanagement. Vaak ook middels lotgenoten.
  • De ggz is tegenwoordig opgesplitst in drie onderdelen. Welke?
    1. Huisartsenzorg met ggz ondersteuning: lichte klachten
    2. Generalistische basis-ggz/GBGGZ (voorheen 1e en deels 2e lijn-zorg) : lichte stoornissen
    3. Gespecialiseerde ggz (3e lijn voorheen) : complexe stoornissen
  • GEEN internet E-health interventies zijn....?
    - Virtual Reality exposure-therapie (VRET): technologie die het mogelijk maakt illusies te creëren dat men zich op een andere locatie bevindt dan in werkelijkheid. Via een 3d-bril lijkt het levensecht. Ook zintuigen als gehoor, tast en reuk. Zodoende wordt de cliënt relatief gecontroleerd blootgesteld aan zijn angst. Bv hoogtevrees, pleinvrees, vliegangst, PTSS, eetstoornis, seksuele stoornis.

    - Augumented reality: toegevoegde realiteit, mbv camera. Heeft een hogere ecologische realiteitsgehalte (sense of presence) dan VRET. Ook lagere kosten. Echter nog in de kinderschoenen. Bv kakkerlakfobie, Google glass (draagbare computer)

    -  Serious gaming: computerspellen als interventie (vermaak is niet het doel). Elementen uit cognitieve gedragstherapie. Bijvoorbeeld bij kinderen. Smartphone-app. Via spelelementen/beloning (gamification). Voorbeeld is Dappere Kat (interventie kinderen met angstklachten).
  • Vermindering behandelingskloof (mensen die binnen de reguliere ggz niet behandeld/gezien worden, hebben wel toegang via E-Health) is een kans, maar wat zijn de belemmeringen van E-health?
    - financieel gat (is inmiddels wel aangepakt door ministerie van Volksgezondheid)
    - beperkt zicht op het effect en doelmatigheid vh aanbod. Behoefte aan meer uitgebreid en overtuigend onderzoek. 
    - veel commerciële aanbieders die niet wetenschappelijk onderzocht zijn. En dus niet duidelijk voor patiënten/verwijzers welke aanbieders betrouwbaar zijn
    - nog geen specifieke wet- en regelgeving mbt E-mental Health
    - veiligheid over privacy gevoelige informatie.
  • Wat is www.onlinehulpstempel.nl mbt  E-mental health (via Trimbos/ggz/verslavingsinstellingen)?
    Kwaliteit van e-health wordt beoordeeld aan de hand van vier criteria:
    - gebruiksvriendelijkheid (bv contact opnemen met aanbieder);
    - effectiviteit (bewezen effectieve behandelvormen);
    - transparantie (bv de inhoudelijke ontwikkelaar is benoemd);
    - techniek en veiligheid (privacy)

    Indien er een keurmerk is afgegeven worden ook oordelen van gebruikers medegedeeld.
  • Hoe rooskleurig is de toekomst voor E-health?
    Op zich goed, maar een echte doorbraak is er nog niet. De ideale situatie is nog niet gecreeerd: waarin overheid, zorgaanbieders en clienten bereid zijn samen te werken. Tevens veel veranderingen in de ggz geweest, zoals privatisering vd zorg. Overheid heeft de bepalende rol, zij moet investeren in e-health.
  • Welke rol is anders als online-hulpverlener tov face-to-face contact?
    - regie ligt meer bij de cliënt
    -  hulpverlener moet vertrouwen op zelfstandigheid vd cliënt
    - afspraken maken, bv wat te doen bij calamiteiten
    - vlakuil is snel regie over te willen nemen, maar zelfredzaamheid cliënt staat voorop.
  • Hoe werkt de methodiek Cognitieve Gedragstherapie bij E-health?
    twee invalshoeken: 1. cognitie (het verwerken van informatie en gedachten) 2. gedrag (hoe ga je om met lastige situaties). Uitgangspunt is dat gedrag is AANGELEERD. 
    - Gestructureerde methodiek
    - asynchroom contact (veel)
    - Veel opdrachten/huiswerk.
  • Wat  zijn de vier g's /de abc-opdracht uit de rationeel-emotieve-therapie?
    1. Gebeurtenis (wat gebeurde er?) met de trein
    2. Gedachte (Wat dacht je?) angst dat ik flauwviel 
    3. Gevoel (wat voelde je?) Bv benauwd, bonzend hart  
    4. Gedrag (wat heb je gedaan?) ik ben toch met de auto gegaan  

    Dit is onderdeel van Cognitieve Gedragstherapie
  • Een veel gebruikte methode binnen E-health is Motiverende Gespreksvoering. Veelal bij Verslavingszorg. Wat houdt het in?
    - cliënt doorloopt verschillende stadia
    - hulpverlener accepteert AL DEZE stadia 
    - reflectief luisteren belangrijk onderdeel
    - gesprekken gericht op voordelen van verandergedrag
    - meer ambivalentie: cliënt wil wel, maar lukt nog niet echt te veranderen.
  • Wat is Oplossingsgericht werken?
    Oplossingsgerichte therapie is ontwikkeld door De Shazer, Berg en collega’s van het Brief Family Therapy Center in de Verenigde Staten. De oplossingsgerichte therapie is een manier van werken die gericht is op het versterken van de autonomie van cliënten, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de oplossing in plaats van naar het probleem (Bakker & Bannink, 2008). De hulpverlener stimuleert een cliënt om zich een toekomst voor te stellen waarin het probleem zich oplost (Quick & Gizzo, 2007). 

    - Het gaat uit van de wenselijke situatie vd cliënt
    -  verhelderen van oplossingen en NIET van het probleem
    - schaalvragen: hoe voelde je je toen op een schaal van 1-10? Waarvan 1 het slechtste moment is, eenzaamste moment is etc.
    - Wondervragen: stel je voor: je wordt wakker en er is een wonder gebeurd. Je problemen waarvoor je hulp hebt gezocht zijn verdwenen. Waar zou je dat aan merken?
  • Taakgericht Hulpverlenen is een veelgebruikte methode binnen het Maatschappelijk Werk. Wat houdt dit in?
    - Hoe komt een cliënt bij de gewenste situatie? 
    - veel doe-opdrachten
    - registraties bijhouden, bv sporten, boos geworden etc.   
    - hulpverlener kan helpen/ taken op zich nemen
    - Gericht op een veranderingsproces.

  • Wat is de omschrijving van Internet-based Interventies?
    Behandelingen die hoofdzakelijk via het internet worden geleverd, waarvan ten minste een aantal therapeutische taken via de computer gedaan worden.
  • Niet alleen de behandeling zelf gaat tegenwoordig veel via het internet, maar andere dingen gebeuren ook online. Zoals?
    Het internet wordt ook veel gebruikt door patiënten die belangrijke informatie over geestelijke gezondheid zoeken; het internet kan ook worden gebruikt door patiënten om deel te nemen aan online support groepen. Informatie zoeken en online support groepen zijn net zo belangrijk voor de psychiatrie, omdat ze invloed hebben op een goede behandeling.
  • Welk type behandeling wordt het meest online gedaan? En wat maakt dat deze behandeling hier zo geschikt voor is?
    Cognitieve gedragstherapie (ICBT). De face-to-face time is bij deze vorm van hulpverlening minder nodig. 

    Tijdens de ICBT loggen de patiënten regelmatig in op een beveiligde website, die gedurende een bepaalde periode te openen, lezen en downloaden is. Online materialen zijn gerangschikt in een reeks lessen of modules. Zij krijgen huiswerkopdrachten die ze naar verwachting voltooid hebben voordat de volgende module beschikbaar is.  Zij hebben ook regelmatig complete computer vragenlijsten die relevant zijn voor het inschatten/ beoordelen/ feedback van de problemen. De therapeut controleert de vooruitgang, de veiligheid en de resultaten online. 
     
    Twee dimensies kunnen online bereikt worden met ICBT: 1. psychische stoornissen te behandelen of 2. hun ontwikkeling te voorkomen.  Internet interventies therapeutisch contact omvat direct (synchroon) of indirect (asynchroon) contact. Voorbeelden van de synchroon is contact via telefoon, video of messenger services, terwijl een goed voorbeeld van indirect contact de beveiligde e-mail communicatie omvat. 

    Internet Based heeft als voordeel dat therapeuten een combinatie van synchrone en asynchrone communicatie tijdens de behandeling toepast. Een ander groot voordeel is het kunnen bereiken van een grote groep mensen. Patiënten kunnen worden aangeworven door meerdere middelen zoals reclame en promoties middels online en traditionele media, epidemiologisch onderzoek, webpagina's, en in mindere mate via een verwijzing van gezondheidsmedewerkers.
  • Hoe komt het dat de behandelingskloof online kleiner wordt?
    Doordat patiënten zelf zoeken naar Internet-based interventies. Het is een bekend feit dat veel mensen met stemmings- en angststoornissen nooit/moeilijk gespecialiseerde klinieken bereiken en vaak aarzelen om hun problemen te vermelden bij bv huisartsen. Door middel van online recruitment-behandeling en -aanbod kan deze kloof worden verminderd. Patiënten zijn mogelijk voor vele jaren onbehandeld gebleven en worden via evidence-based ONLINE voor het eerst behandeld. Veel deelnemers hebben hun problemen al tientallen jaren (bijvoorbeeld sociale angststoornis). Een ander voordeel is dat het model van Internet interventies het mogelijk maakt voor potentiële patiënten om eerst na te denken over de behandeling voordat ze een weloverwogen beslissing hoeven te nemen.
  • De bevindingen over E-health zijn positief. Welke kanttekeningen kan men plaatsten over de bevindingen van het succes van online-therapie versus face-to-face therapie?
    Een gemeenschappelijke observatie is dat deelnemers die aan het onderzoek hebben meegedaan vaak beter opgeleid zijn dan het gemiddelde. Dit kan een artefact van de digitale kloof geven: de toegang tot het internet weerspiegelt wellicht de sociaal-economische kenmerken. Maar in de loop der tijd kunnen dergelijke verschillen verzwakken aangezien de toegang tot internet blijft toenemen.  Een ander punt is dat patiënten meer gemotiveerd zijn om deel te nemen aan de behandeling en daarom meer responsief zijn.
  • Is de doelgroep van mensen die gebruik maken van Internet-interventies anders dan personen die via een kliniek geholpen worden?
    Patiënten die gebruik maken van het internet vertegenwoordigen een breed scala van mensen. Deze omvatten mensen met zowel lage als hoge niveaus van het onderwijs en er zijn verschillende culturele groepen.  Dit vormt een uitdaging voor het ontwerp en de levering van ICBT, hoewel een aantal eerste stappen zijn gezet in cultureel aanpassen van behandelingen.

    Veel patiënten hebben een spectrum van ervaringen met eerdere diensten voor geestelijke gezondheid. Sommigen hebben eerder de traditionele face-to-face behandelingen gehad, terwijl anderen nooit behandeling hebben gezocht, ondanks jaren of decennia van verontrustende symptomen. 

    Er is relatief weinig onderzoek gedaan naar kenmerken van de patiënt in ICBT versus andere trials en regelmatig clinics, maar er zijn aanwijzingen dat de deelnemers van internet-interventies vergelijkbaar zijn met de algemene bevolking, hoewel ze dezelfde problemen hebben als patiënten die gezien worden in gespecialiseerde klinieken. 
    Studies toonden duidelijk aan dat online hetzelfde effect kan worden bereikt dan dat kan worden waargenomen wanneer de behandeling is gedaan bij de reguliere klinieken.
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van verzamelen van gegevens online?
    Voordelen:
    - veel gegevens kunnen worden verzameld, zonder afbreuk te doen aan psychometrische eigenschappen
    -  het risico van ontbrekende items kan worden verminderd
    - items die cruciaal zijn kunnen automatisch gemarkeerd worden voor de artsen (bv rode vlaggen bij een verhoogd risico op zelfmoord).
    - de scores kunnen automatisch worden gegenereerd
    - er kunnen algoritmen ontwikkeld worden om de voortgang te zien en actief in te grijpen bij gevallen van een vermoedelijke crisis. 

    Nadelen:
    -  er is behoefte aan een systematische systeen en het is algemeen gesteld dat normen apart worden ingezameld/berekend voor pen en papier of Internet-afname.  toediening.      Geautomatiseerde administratie resulteert ook in lagere kosten in verband met het noteren en posten vragenlijsten.
    - een groot nadeel is vooral veiligheidsvraagstukken.
    - Een bijkomend nadeel is de moeilijkheid van het controleren van de nauwkeurigheid van de reacties. Dit kan tot op zekere hoogte worden aangepakt door te vragen patiënten om te bevestigen dat de antwoorden correct zijn, 
    - het is lastig om aanvullende informatie te verkrijgen. Dit kan worden beheerd door de goedkeuring van klinische protocollen die telefonisch contact nodig als klinisch geïndiceerd. Deze procedures moeten wettelijk worden geïmplementeerd.
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van het stellen van diagnoses online?
    Voordelen:
    - tijdwinst
    - minder artsen nodig

    Nadelen:
    - waar ligt de grens van zelfdiagnose?
    -  self-assessments of gestructureerde diagnostische interviews kan een diagnose nooit geheel vervangen (tot op heden)
    - bij het niet -zien van de patiënt kan de informatie onvermijdelijk verloren gaan.
    - face-to-face is nauwkeuriger en complexer

    Een combinatie is wel mogelijk: artsen/psychologen/ psychiaters zijn nodig  om een diagnostisch- onderzoek bij een face-to-face kliniek te ontvangen, maar internet interventies kunnen worden bijgezet. Het is al gebruikelijk om gestructureerd psychiatrisch interviews zoals de Mini-International Neuropsychiatrische Interview uit te voeren via de telefoon.    

    Kortom: online vragenlijsten werken goed, maar psychiatrische diagnoses zijn niet betrouwbaar bij enkel een zelf-rapportage. Een compromis is om interviews via de telefoon uit te voeren. Een veilige online video conferentie platform kan goed te werken, hoewel research nodig is om de relatieve kosten en baten van deze optie te onderzoeken.
  • Bij beoordelingen van de literatuur blijkt consequent dat behandelingen die begeleiding bevatten tot betere resultaten leiden dan onbegeleide behandelingen. Welk resultaat van Cohen's d staat in de reader genoemd? 
    Bij een systematisch overzicht van internet-interventies voor depressie was een lineair effect zichtbaar ten voordele van een grotere rol van de arts. Er was een Cohen's d effect grootte d = 0,21 was als er geen therapeutisch contact voor of tijdens de behandeling plaatsvond; d = 0,44 als er therapeutisch contact vóór de behandeling plaatsvond, d = 0,58 als er therapeut contact tijdens behandeling plaatsvond; en d = 0,76 als er therapeut contact vóór en tijdens de behandeling plaatsvond. 
  • Wat zijn de belangrijkste voordelen aan een behandeling met veel begeleiding?
    Ten eerste kan een therapeut een diagnose te stellen, om te helpen bij het bepalen van de geschiktheid van een behandeling voor een patiënt. Ten tweede kan de interventie worden afgestemd en advies na overleg met een ervaren arts. Deze interventie is dan wel asynchroon, wat betekent dat artsen collega's en andere deskundigen zal raadplegen alvorens te antwoorden aan patiënten. Ten derde zijn er aanwijzingen dat de steun de hechting verhoogt en uitval voorkomt; enkele onbegeleide interventies hebben aangetoond dat een onaanvaardbaar hoog aantal voortijdig stopt. Ten vierde kunnen therapeuten actief helpen om toegang te krijgen tot andere diensten die nodig kunnen zijn, zoals crisisdiensten.
  • Er is veelal aangetoond dat een begeleide vorm van hulpverlening tot meer resultaat leidt. Wat zijn tegengeluiden?
    Ten eerste is er geen duidelijke dosis-respons verband tussen steun en uitkomsten te vinden tussen behandelingen met aanzienlijke steun of behandelingen met minimale ondersteuning (bijvoorbeeld 10 minuten of minder per klant en week). Ten tweede is het onduidelijk of goede resultaten zou worden verkregen met minder gestructureerde interventies (er zijn wel goede resultaten aangetoond met gestructureerde interventies). Ten derde is het verschaffen van begeleiding duurder dan geautomatiseerde behandelingen, terwijl behandelingen zonder/minder begeleiding met kleine effecten nog steeds rendabel. Vanuit een oogpunt van de volksgezondheid zijn de minimale kosten van het verstrekken van internet interventies zonder begeleiding in sommige gevallen gerechtvaardigd. Veiligheid is hierbij een voorwaarde.  Een vierde uitstekende vraag betreft de beperkte kennis van  therapeutische factoren online versus het belang van face-to-face behandelingen. Er zijn bevindingen met meer psychotherapeutische begeleiding waarin de therapeutische factor geen of geringe effecten had.
  • Uit welk voorbeeld komt dat een 'strengere' houding van de therapeut tot goede resultaten kan leiden?
    In een studie waarin de correspondentie gecodeerd was, bleek dat een milde houding van de therapeut tov huiswerk werd geassocieerd met een slechtere uitkomst.  In overeenstemming met deze observaties uit online onderzoek blijkt dat betere resultaten worden geassocieerd met de naleving van opdrachten en een oplettende houding van de therapeut vereist is om problemen te toetsen en te behelpen, terwijl het minimaliseren van de therapeut averechtse effecten heeft.
  • Wat is, samenvattend, tot op heden bepaald over de rol van de online- therapeut?
    De meeste studies suggereren dat het therapeutisch contact wordt geassocieerd met betere resultaten bij Internet interventies, mits de inhoud van de internet-behandeling van voldoende kwaliteit is. De vastgestelde begeleiding is vooral doelmatig en ondersteunend in plaats van expliciet. Dit biedt voordelen in termen van betrouwbaarheid en efficiëntie van tijd voor de de patiënt en de therapeut. De therapeut zal zich bij online-interventies voornamelijk richten op het ondersteunen van patiënten om vaardigheden onder de knie te krijgen en hindernissen te overwinnen. 
  • In een verrassend korte tijd zijn behandelingen ontwikkeld en getest voor een reeks van angststoornissen en depressies, zoals paniekstoornis, sociale angststoornis, gegeneraliseerde angststoornis, post-traumatische stress-stoornis, obsessief-compulsieve stoornis, ernstige gezondheidsproblemen angst, en specifieke fobieën. De meeste studies zijn gebaseerd op volwassenen, maar er zijn ook studies over kinderen, jongeren en ouderen. Wat zijn de voordelen van online therapie ICBT bij behandeling van depressies en angststoornissen? 
    Bij zware depressie blijken de verschillende vormen (I)CBT (cognitieve gedragstherapie) goed te werken. Maar ook andere Internet interventiestudies /therapie, waaronder psychodynamische psychotherapie, zijn geëvalueerd. Directe vergelijkingen van face-to-face CGT en ICBT kregen gelijkwaardige resultaten, maar het internet heeft zelfs een stijging op lange termijn bij effectiviteitsstudies. 
    Kortom, er is een sterke en consistente evidence-base in het voordeel van ICBT.   Maar over de potentiële voordelen van sequencing ICBT tov face-to-face psychotherapie is te weinig bekend.
  • Wat zijn de voordelen en nadelen van ICBT (Internet Cognitieve Gedragstherapie)?
    Voordelen zijn onder meer een betere toegang tot evidence-based behandelingen voor patiënten. Tevens is de kosten-effectiviteit beter in vergelijking met face-to-face behandeling.  Bovendien kunnen patiënten terugkeren naar het programma en op hun gemak toegang krijgen tot informatie over de behandeling. Dit is bevorderend voor het leren en retentie. Bovendien kan de therapeut de voortgang en de resultaten monitoren en  de patiënt proactief ondersteunen voor zich een crisis ontwikkelt. Dit betekent dat patiënten in een internet-interventie sneller steun krijgen van een therapeut dan het geval zou zijn geweest als ze alleen wekelijkse bezoeken kregen.

    De belangrijkste nadelen lijken het relatief nieuwe karakter van het gebied te weerspiegelen.  Zo is er beperkte kennis over de kenmerken van de patiënten die ervan zullen/ kunnen profiteren. Verschillende studies hebben deze kwestie onderzocht, maar er zijn nog weinig consistente voorspellers geïdentificeerd,. Meer onderzoek is nodig. Negatieve resultaten zijn niet gedetecteerd. Er is vrijwel niets is over de negatieve aspecten/uitkomsten met betrekking tot Internet interventies geschreven. Factoren die van belang zijn voor face-to-face behandelingen, waaronder behandeling alertheid, zijn waarschijnlijk relevant.  Er is echter meer informatie/ onderzoek nodig over de snelheid van behandeling en de uitval/ non-respons. 
    Veel niet-beantwoordde vragen betreffen de potentiële voordelen van sequencing ICBT in vergelijking met face-to-face psychotherapie.  Een mogelijk scenario is om Internette gebruiken als een eerste stap, gevolgd door meer intense face-to-face behandelingen als dat nodig is. Deze sequentie kan vaker worden uitgevoerd nadat de eerste stap van onbegeleide ICBT gezet is.  Aan de andere kant zijn er patiënten die niet openstaan voor een face-to-face behandeling en verbeteren na ICBT. Meer onderzoek is hier nodig, aangezien er niet veel bekend is over ICBT als een stepped care model.
  • De meerderheid van de internet- interventies zijn bedoeld voor specifieke aandoeningen, maar een beperking hiervan is de hoge prevalentie (het veel voorkomen) van comorbiditeit (het co-optreden van andere psychische of lichamelijke stoornissen). Twee recent ontwikkelde strategieën voor de aanpak van dit probleem zijn transdiagnostische-behandelingen en internetdiensten op maat. Beide hebben empirische steun en er kunnen verschillende voor- en nadelen zijn. Welke? 
    De belangrijkste voordelen van transdiagnostische behandelingen omvatten hun hoge face-validity, aangezien patiënten vaak melden dat ze het belang van het leren kennen van het scala aan symptomen inzien. Andere voordelen: tijdsbesparing, minder protocollen, meer capaciteit voor het individualiseren van de therapie op basis van specifieke kenmerken van de patiënt, mogelijk verminderde terugval als gevolg van verhoogde emotionele veerkracht.

    De belangrijkste nadelen zijn openstaande vragen over de vraag of patiënten met een aantal diagnoses, zoals die van de sociale angststoornis, minder zullen profiteren van een transdiagnostisch dan van een stoornis-specifieke behandeling.  Dit risico kan worden aangepakt door het verstrekken van extra materiaal dat kan worden gericht op specifieke behoeften. 
    De voordelen die een op maat gesneden behandeling omvat het principe dat de patiënt een keuze heeft. Het afstemmen van de behandeling op inhoud  en symptoom-profiel (zoals modules op gegeneraliseerde angststoornis, slapeloosheid en het oplossen van problemen), maar ook het aanpassen van de behandeling op de capaciteit van de patiënt, zijn goede voordelen. Tenslotte is het mogelijk dat toegesneden behandelingen geschikter zijn voor zwaardere aandoeningen waarbij ICBT gekoppeld wordt aan interventie-programma's voor depressie met comorbide problemen. 

    Nadeel op maat gemaakt is: proces is nog steeds gebaseerd is op de beste praktijken. Specifieke algoritmen over de manier waarop het op maat moet worden gemaakt, moeten nog worden geëvalueerd. Tevens bestaat een risico dat te veel materiaal de patiënt overbelast.     
  • Hoe ervaren de therapeuten de voordelen en nadelen van online therapie?
    Er is minder therapeut-drift (direct reageren) in vergelijking met face-to-face therapieën. De outcome monitoring is vaak ingebed in de klinische implementatie, waardoor de evaluatie van de vooruitgang en de veiligheid beter is. De noodzaak voor de verdubbeling van de middelen wordt beperkter en hierdoor komen middelen vrij voor andere belangrijke activiteiten, zoals het bijwerken en aanpassen van behandelingen aan nieuwe behoeften (bijvoorbeeld, het leveren van de behandelingen in verschillende talen). Ten vierde kan Internet interventies ook worden geleverd als lokale zorg in huisartspraktijken en daarom worden gecombineerd met andere behandelingen, zoals medicijnen en face-to-face psychotherapie. 
    Onder de nadelen: de eerste en belangrijkste is waarschijnlijk de gemeenschappelijke negatieve houding van arts en de patiënt ten opzichte van Internet interventies. Toch heeft een aantal onderzoeken aangetoond dat de houding van mensen met psychische stoornissen gerekruteerd uit de algemene bevolking positiever zijn, tevens verschilt dit per land en cultuur, mede afhankelijk van toegang tot internet. Bovendien kan de scepsis van de artsen worden gereduceerd door betere voorlichting.
     
    Een ander probleem is dat artsen zich bedreigd en angstig kunnen voelen over verlies van hun werk als psychotherapeuten wanneer de Internet interventies nog meer wordt verspreid.  Gezien de schaarste van goed opgeleide artsen en het grote aantal mensen in nood van evidence-based psychologische behandelingen, is dit waarschijnlijk niet gegrond. Internet interventies mogen gezien worden als een aanvulling op andere diensten in plaats van de volledige vervanging van face-to therapie (zeker bij de zwaardere gevallen). 
     
    Verspreiding kan worden belemmerd of zelfs onmogelijk gemaakt door de manier waarop juridische en ethische voorschriften gelden voor online arts-patiënt interactie . In Noorwegen werden e-mail uitwisselingen (zelfs in veilige gesloten systemen) niet toegelaten, en moesten interventies worden verstrekt via de telefoon (dit is nu gewijzigd).  In Duitsland wordt het ontoereikend geacht voor psychotherapie om internet als een gewone secundaire zorg te beoordelen, maar dit is geleidelijk aan het veranderen.
     
    De verspreiding in de eerstelijns gezondheidszorg hangt af van de bereidheid van artsen om patiënten door te verwijzen naar Internet interventies.  Het kan moeilijk zijn om lokale diensten te coördineren (bijvoorbeeld huisartspraktijken), tenzij er voldoende training wordt verzorgd en diagnostische richtlijnen goed en veilig zijn ingeburgerd.  Stepped care procedures kunnen een oplossing zijn.
     
    Tot slot zijn er nog enkele ervaringen wereldwijd van grootschalige internet interventies. Hoewel het blijkt dat Internet interventies effectief zijn, is het nog steeds zo dat artsen en patiënten te weinig kennis hebben van deze interventies. Bovendien moeten klinische richtlijnen worden ontwikkeld.
  • Wat moet de toekomst brengen voor Internet-based interventies?
    Internet interventies voor comorbide stemmings- en angststoornissen, met inbegrip van transdiagnostische en behandelingen op maat, hebben bemoedigende resultaten opgeleverd.  Echter zijn deze interventies zijn vooral gericht op comorbiditeit tussen de verschillende vormen van psychische stoornissen, en er is behoefte aan behandelingen die ook somatische aandoeningen richten op het ontwikkelen. 
    Uit rapporten blijkt dat Internet interventies goed werken in de reguliere instellingen. Er zijn vragen gesteld over de mogelijkheid om te werven en behandeling te ontwikkelen voor minderheidsgroepen met moeilijke toegang tot diensten voor geestelijke gezondheid en aan personen in landen waar de geestelijke gezondheidszorg minder ontwikkeld is. 
     
    Toekomstig onderzoek omvat onderzoek van de onopgeloste vragen over de kans om te profiteren van Internet, de beste manier om internet interventies met bestaande diensten te integreren, tevens het combineren van internet interventies en medicatie. Medicatie is relevant, omdat in de reguliere zorg blijkt dat het voorschrijven van selectieve serotonine heropname remmers voor stemmingsstoornissen en angststoornissen, naast psychotherapie, vaak betere resultaten opleveren dan enkel therapie. 
     
    Verdere studies over kinderen, adolescenten en ouderen moeten ook aangepakt worden. Er is ook een behoefte aan de integratie van moderne informatie-technologie in combinatie met face-to-face therapie, want dit is nog niet het onderwerp van veel onderzoek.
     
    Tot slot wordt op het gebied van internet interventies meer evolutie verwacht en in een snel tempo. Maar inspanningen op verdere verspreiding moet voorzichtig toewerken naar de beste resultaten voor de patiënten. De relevante onderzoek en studies moeten zich verplaatsen naar veranderingsprocessen (dus het lange termijn effect).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat zijn de verschillen tussen stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelenstoornissen?
Stemmingsstoornissen, angststoornissen en middelenstoornissen komen allemaal ongeveer even vaak voor. Eén op de vijf volwassenen in Nederland krijgt ooit in het leven last van een stemmingsstoornis, een angststoornis of een middelenstoornis. Elk jaar krijgt vijf tot tien procent van de Nederlandse volwassenen met één van deze stoornissen te maken (Veerbeek, Knipsel & Nuijten, 2012, p.12).

Vrouwen zijn vaker dan mannen gediagnosticeerd met een stemmings- of angststoornis. Zij hebben ook een grotere kans om deze voor het eerst te krijgen. De depressieve stoornis, specifieke fobie en de sociale fobie komen relatief het vaakst voor bij vrouwen. Verder zijn vrouwen vaker gediagnosticeerd met dysthymie en een paniekstoornis dan mannen. Mannen krijgen juist vaker de diagnose middelenstoornis toegewezen en hebben een grotere kans om deze stoornis voor het eerst te krijgen. Alle middelenstoornissen komen vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De bipolaire stoornis komt bij mannen en vrouwen op jaarbasis ongeveer even vaak voor (Veerbeek, Knispel & Nuijen, 2012, p. 12).
Wat is het percentage psychiscihe stoornissen in Nederland (2012)?
In totaal heeft 43,5 procent van de Nederlandse bevolking ooit in het leven een psychische stoornis gehad. Op jaarbasis heeft 18 procent van de volwassenen een psychische stoornis (Veerbeek, Knispel & Nuijen, 2012, p. 12).
Wat betekent narrative connotations?
Het begrip ‘narrative connotations’ wijst op de manier waarop iemand zich uitdrukt, zijn verhaal vertelt. Als twee mensen hetzelfde verhaal vertellen, zullen ze dit beide op een heel andere manier doen. Elke (online) cliënt zal dus met zijn eigen verhalende stijl communiceren 
Wat is de klinische toepassing van kortstondige assessment bij depressie?
Assessment is nuttig als klinische toepassing, gezien het feit dat i) dat nieuwe strategieën moeten worden onderzocht om therapeutische werkzaamheid/effectiviteit bij depressie, ii) die zowel resultaten van wetenschappelijk onderzoek en ervaringen van patiënten naar de waarde verwijzen van de monitoring van emotionele reacties en iii) dat de komst van technologie voor het bijhouden van emoties, continu en in real time zonder het gebruik van papier en pen.

Recente softwarepakketten zijn ontwikkeld en deze ontwikkeling geeft nieuwe mobiele interventiestrategieën. Nadeel: slechts enkele paketten geven feedback op maat en zeer weinig feedback op maat in combinatie met de technologie van de kortstondige beoordeling. Een ander onderontwikkeld terrein in onderzoek is het gebruik van kortstondige evaluaties op de steun van diagnostiek en evaluatie van de effecten van de behandeling. 

De invoering van kortstondige evaluatiemethode in de klinische praktijk, is afhankelijk van de ontwikkeling van nieuwe digitale instrumenten geprogrammeerd voor het verzamelen van realtime-gegevens. En het vereist instrumenten die directe toegang tot de verzamelde gegevens voor feedback aan patiënten en clinici in staat te stellen. 

De PsyMate is bedoeld ter vergemakkelijking van de controle van het dagelijks levenservaring en gedrag: interactief dmv pieptonen en vervolgens invullen van kleine quesitonnaires. 
In de geestelijke gezondheidsonderzoek wint de kortstondige evaluatiemethode het aan populariteit aangezien het verscheidene voordelen ten opzichte van retrospectieve informatie heeft. Wat zijn de voordelen van kortstondige evaluaties tov retroperspectieve evaluaties?
Real-time beoordelingen zijn belangrijk op het gebied van affectieve stoornissen, omdat het terugroepen van emoties wordt beïnvloed door verschillende psychologische processen die vertekeningen veroorzaken in het geheugen. Een voorbeeld is het effect van de congruence sfeer, d.w.z. het versterkt terugroepen van positieve herinneringen bij een positieve stemming of omgekeerd versterkt terugroepen van negatieve herinneringen bij een negatieve stemming. Overschatten en onderschatten komt veel voor bij retrospectieve informatie. 

Kortstondige evaluatiemethoden omvatten meerdere herhaalde (binnen-onderwerp) metingen in de stroom van het dagelijkse leven. Er bestaat de mogelijkheid om te intra-individual-wijzigingen (kort na elkaar metingen) verder te onderzoeken. Kortstondige evaluaties onthullen subtiele, maar repetitieve en relevante patronen van emotionele expressie, die niet worden opgepikt door de depressie vragenlijsten of interviews. Deze "momentopname" van het dagelijks leven kan belangrijke mechanismen en processen ontdekken die betrokken zijn bij de affectieve stoornissen. 

Het prospectief gemeten dynamische samenspel (in de toekomst kunnen voorspellen) tussen negatieve en positieve emoties, de mate waarin positieve emoties blijven behouden na verloop van tijd (in uren), lage niveaus van schommelingen van de negatieve emoties en de mogelijkheid om het genereren van positieve emoties uit kleine aangename gebeurtenissen – zijn gekoppeld aan de preventie van toekomstige depressieve herval en aan toekomstige succesvol herstel van depressie.
Wat is E-monitoring en waarvoor is het zoal geschikt?
E-monitoring richt zich op het onderzoek en de toepassing van EMA- en EMI-technieken:
  • EMA: ‘Ecological momentary assessment’
    verzamelt real-time gegevens van personen over bijvoorbeeld hun stemming, lichamelijke symptomen of contextuele factoren (zoals locatie of sociale setting). Dankzij deze technieken kunnen relatief gemakkelijk gegevens worden verzameld, bijvoorbeeld met behulp van smartphones of draadloze sensoren.
  • EMI: ‘Ecological momentary intervention’
    biedt op afstand hulp op maat, bijvoorbeeld door middel van een smartphone.
Beide technieken zijn innovatief. Ze worden toegepast binnen behavioural medicine (voor obesitas, diabetes en stoppen met roken) en klinische psychologie (voor depressie en angststoornissen).
Helpt zelf-monitoring bij depressies?
Symptoom toezicht op het gebied van somatische geneeskunde is een gevestigde tool voor het verzamelen van informatie over individuele risico's en helpt bij behandelingsbeslissingen. Bijvoorbeeld hoe bloeddruk reageert op de dagelijkse stress van het leven of tijdens het slapen. Met de komst van vele technologische innovaties, zijn tools voor de voortdurende monitoring beschikbaar gekomen, die gebruikt worden buiten het kantoor van de dokter. Patiënten kunnen nu auto-monitor f.e. bloeddruk meten en preventieve acties ondernemen door het veranderen van dagelijkse routines. 

Zelfcontrole vereist actieve patiënt-betrokkenheid in het proces van herstel en kan patiënten inzicht geven in de aard en de dynamische schommelingen van hun depressieve symptomatologie en het verband tonen tussen de symptomen en de emotionele patronen van reactiviteit in het dagelijkse leven. Deze inzichten kunnen gevoelens van controle en empowerment tewerkstelligen.
 
Een n = 1 studie (patiënt die begon op te beoordelen zijn stemmingen door hen dagelijks te scoren op een schaal) suggereert dat het beginsel van continue zelfbeoordeling van depressie patiënten steun geven en ingezet worden om hun ervaringen om te zetten in informatie om zodoende hun diagnose beter te begrijpen en in te zien wat de bron/oorzaken en de gevolgen zijn van de stemmingen gedurende een periode. 
Om de ervaringen die in de black box van de diagnose depressie zijn ondergebracht te kunnen begrijpen, te modificeren en te volgen is er een vertaling nodig van impliciete momentopnamen van emotionele reactiviteit naar een expliciet, visueel en kwantificeerbaar patroon van emotionele ervaringen. Wat houdt dat bijvoorbeeld in?
Bijvoorbeeld bij patiënten met bipolaire stoornis worden retrospectieve of prospectieve grafiekmethodieken gebuikt, maar dan wordt er gevraagd naar een gemiddelde stemming gedurende de dag. Dit geeft geen informatie over de verschillende dynamische emotionele patronen die van moment-tot-moment plaatsvinden en hoe deze zich verhouden tot de dagelijkse leefsituatie en context en hoe deze fluctueren en veranderen als respons op bepaalde situaties. Kortom, kortstondige assessment methodologie is nodig om de impliciete momenten van het emotionele leven van een depressieve patiënt expliciet te maken voor de patiënt en de arts. 
Hoe kunnen kortstondige assessments worden ingezet bij depressies?
Kortstondige assessments kunnen subtiele, kleine, maar repetitieve en belangrijke patronen van emotionele expressie aan het licht brengen die het toekomstige beloop van depressie kunnen voorspellen. Een kortstondig assessment instrument kan het dagelijks leven in kleine behapbare stukjes indelen/blootleggen zodat de patiënt zijn depressieve ervaring kan beïnvloeden.  Het gebruik van deze expliciete kennis van de dagelijkse ervaring is te weinig bestudeerd (understudied) als je kijkt naar de bijdrage die het heeft op diagnostische assessment, het monitoren van behandeleffecten en feedbackinterventies bij depressieve patiënten. De klinische toepassing van kortstondige asssessment kan de patientrol veranderen van een passieve consumptierol naar een actieve rol in hun herstel en daarmee meer eigenaarschap/eigen verantwoordelijkheid.

Conclusie:
De precieze, toekomstige en gedetailleerde informatie die kortstondige assessment kan opleveren, kan op verschillende manieren bijdragen aan de klinische praktijk. Toekomstige studies zouden de klinische impact van het gebruik en de toepasbaarheid/haalbaarheid van de implementatie ervan in geestelijke gezondheidszorg moeten onderzoeken. 
Kunnen we betrouwbare psychologische diagnostiek verrichten op afstand, zonder daadwerkelijk de cliënt gezien te hebben?

Allereerst dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen psychologische diagnostiek waarbij de nadruk ligt op screening en diagnostiek waarbij er ook cognitieve tests worden afgenomen. TelePsy is gericht op screening en er worden geen cognitieve tests afgenomen. In het rapport dat wordt verstrekt door TelePsy staat vermeld dat de gestelde diagnose slechts indicatief is en dat deze altijd door een bevoegd zorgverlener op reguliere wijze dient te worden gecheckt. Hiermee wordt (impliciet) aangegeven dat de zorgverlener een cliënt gezien moet hebben.
Het belang van het face-to-face contact hebben met een cliënt in het kader van diagnostiek, wordt door Derksen en Immens (2016) als volgt onderschreven:
“De patiënt goed scherp observeren, diens hele lichaam, expressie en verzorging is een belangrijke basis voor elke psychologische diagnostiek. Goed kijken kan worden geleerd door het veel te doen en kan worden getraind. Zonder de patiënt zelf gezien te hebben is de psychologische diagnostiek niet compleet, sterker nog, dan mist deze een fundament. In dit digitale tijdperk is dit een kwetsbare zaak, aangezien via EHealth veel interventies worden gedaan waarbij er heel vaak geen direct fysiek contact tot stand komt.” (Derksen & Immens, 2016, p. 59).
Momenteel is er een ethische discussie gaande of psychologen een ‘diagnose op afstand’ mogen stellen. Deze discussie is recentelijk aangewakkerd door de beëdiging van Donald Trump als president van de Verenigde Staten. Onder psychologen en psychiaters in de VS (en daarbuiten) is er een debat ontstaan over de vraag of zij zich openlijk mogen uitlaten over het feit of president Trump kenmerken vertoont van een ‘ernstige psychische stoornis’. Aanleiding hiertoe was een petitie waarin wordt opgeroepen om Trump uit zijn ambt te zetten omdat hij psychologisch incapabel zou zijn om zijn taken als president naar behoren uit te voeren. Deze petitie is inmiddels wereldwijd al door meer dan 40.000 psychologen en psychiaters ondertekend.