Summary Class notes - EBP2

Course
- EBP2
- -
- 2019 - 2020
- Inholland Amsterdam
- Mondzorgkunde
284 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - EBP2

  • 1573686000 Het wat en hoe van EBP in cijfers

  • Wat is wetenschap?
    Een systematische manier om de natuur heel precies en grondig te observeren en hierbij consistente logica en methode te gebruiken om de resultaten te evalueren
  • Wat is de definitie van EBP?
    Systematische beoordeelde wetenschappelijke literatuur die relevant is voor de orale en algemeen medische gezondheidstoestand en voorgeschiedenis van de patiënt, met de klinische expertise van de tandheelkundige professional, en de behoefte en voorkeuren van de patiënt aangaande de behandeling
  • Waar staat PICO voor?
    P: Patient
    I: Intervention 
    C: Co intervention 
    O: Outcome 
  • Waar staat een PICO of PDO vraag voor?
    Vertaling van de klinische vraag naar een 'met wetenschap beantwoordbare' vraag
  • Welke 3 overwegingen zijn fundamenteel bij de interpretatie en toepasbaarheid van onderzoeksresultaten?
    1. De grootte van het effect van een behandeling (of blootstelling). Is het effect groot genoeg om van klinisch belang te zijn

    2. Representeren de gemeten resultaten een werkelijk effect of betreft het meer een toevallige bevinding?

    3. Onderzoeksresultaten zijn altijd gebaseerd op een groep mensen (of dingen): zouden we soortgelijke resultaten zien bij een andere onderzoeksgroep 
  • Waar staat definitieve uitkomstmaten voor?
    Bestaan uit resultaat metingen met een directe klinische relevatie voor de patiënt. (denk aan overlijden, beroerte, pijn, tanduitval)
  • Wat zijn surrogaat uitkomsten?
    Deze hebben geen duidelijke directe betekenis voor de patiënt. Paro kan bijvoorbeeld op verschillende manieren vastgesteld worden, aan de hand van de pocketdiepte of de mate van aanhechtingsverlies. Hoewel ze eenvoudig en objectief te meten zijn zijn deze surrogaat uitkomsten niet altijd van belang voor de patiënt. Wat voor de patiënt werkelijk uitmaakt is of een tand verloren gaat of dat de patiënt pijn heeft. Meestal wordt van een surrogaat uitkomstmaat aangenomen dat die een voorloper is van een echte uitkomstmaat.
  • 1578783600 College 1

  • Wat is een proportie?
    Een ratio ofwel een verhouding tussen de fractie en het totaal. Bijv de proportie studenten die drinken is: 230/284 =0.87 op de 100. Percentage is niet anders dan de vermenigvuldiging van de proportie met 100, dus 230/264x100 = 87%
  • Wat is het relatief risico?
    Verhouding tussen verschillende proporties
  • 1578956400 Hoofdstuk 3: Metingen bij mensen

  • Wat kun je zeggen over nominaal?
    Onderscheidend, geen volgorde
    • De antwoordcategorieen van een variabele zijn alleen onderscheidend van elkaar.
    • tussen de scoring of antwoordmogelijkheden op een variabele bestaat geen volgorde

    bijvoorbeeld: geslacht (man of vrouw) of behandeling (wel of geen).
  • Wat kun je zeggen over ordinaal?
    Onderscheidend, gerangordend
    • Omvat nominaal meetniveau, dit betekent dat de scoringsmogelijkheden/ antwoordcategorieen van een variabele op een interviewformulier onderscheidend zijn van elkaar.
    • Maar ook zijn scoringsvermogelijkheden van de variabele onderscheidend van elkaar. 

    Bijvoorbeeld: uitslag casus (goed, voldoende of onvoldoende) of opleidingsniveau (mavo, havo of vwo
  • Wat kun je zeggen over interval?
    Onderscheidend, gerangordend, gelijke afstanden (1 en 2 is even groot als 2 en 3) en er is geen natuurlijk nulpunt
    • omvat nominaal en ordinaal, dit betekent dat scoringsmogelijkheden/antwoordcategorieen van een variabele op een interview formulier onderscheidend zijn gerangordend.
    • Maar bovendien liggen de scoringsmogelijkheden van de variabele op gelijke afstanden van elkaar.
    • er is geen natuurlijke nulpunt

    Bijvoorbeeld: mate van tevredenheid over opleiding (laag 1 -2 -3- 4 -5 hoog) of IQ (50- 140) of buitentemperatuur (-40 tot 45).
  • Wat kun je zeggen over ratio?
    Onderscheidend, gerangordend, gelijke afstanden en natuurlijk nulpunt.
    • omvat nominaal, ordinaal, interval niveau, dit betekent dat scoringsmogelijkheden/antwoordcategorieen van een variabele op een interviewformulier onderscheidend, gerangordend, op gelijke afstanden van elkaar liggen.
    • maar bovendien heeft de verhouding tussen scoringsmogelijkheden eenduidige betekenis
    • dit komt doordat er een natuurlijke nulpunt is

    Bijvoorbeeld: plaquepercentage (0-100%)
  • Je kijkt eerst of er onderscheid is, dan naar de ordening, zijn de afstanden gelijk of verschillend en als laatste kijk je of er een nulpunt is.
  • Wat zijn de centrum maten?
    • Modus
    • Mediaan
    • Gemiddelde
  • Wat is de modus?
    De meest voorkomende waarde (nominaal)
    • bijvoorbeeld: het merk tandpasta
  • Wat is de mediaan?
    De mediaan is de middelste waarde na rangschikking
    • Bijvoorbeeld: aantal keren tandenpoetsen 0, 1, 2, 3 of vaker. Of het cariësrisico
  • Wat is het gemiddelde?
    De som van alle waarnemingen gedeeld door het totaal aantal waarnemingen.
    • Bijvoorbeeld leeftijd van studenten in jaren. 
  • Hiërarchie: want gemiddeld heeft voorrang op mediaan en modus, mediaan heeft voorrang op modus (alleen wanneer het "hoogste" gebruikt kan worden).
  • Welke variatie in spreidingsmaten heb je?
    • Natuurlijke variatie
      • Bijvoorbeeld: verschillende lengtes van proefpersonen
    • Meetfouten door onnauwkeurigheid
      • Bijvoorbeeld: tijdwaarnemer met een stopwatch
  • Welke spreidingsmaten zijn er?
    • Range (min tot max) en spreidingsbreedte (max - min)
    • Standaarddeviatie (alleen bij interval of ratio als je het gemiddelde rapporteert)
    • 25% (Q1) en 75% (Q3) kwartielpunten en kwartielafstand (75% kwartielpunt - 25% kwartielpunt (Q3-Q1)) (mediaan).
  • Standaarddeviatie
  • .
  • Wat doet de normale verdeling (klokvormige curve)?
    Het biedt een goede manier om de verdeling, of distributie, te beschrijven van een meting.
  • De normale verdeling
  • Wat zijn de stappen om de standaarddeviatie te berekenen?
    1. Frequentie uitrekenen 
    2. Gemiddelde uitrekenen
    3. SD: s = wortel van som*2 / n - 1
  • Hoe wordt het betrouwbaarheidsinterval bepaald?
    Wordt bepaald door de spreiding van de data rond het gemiddelde en de grootte van de steekproef.
  • De onder en bovengrenzen van het 95% betrouwbaarheidsinterval liggen (1,96 x SE) van het populatiegemiddelde.
  • Hoe zit de standaardfout en betrouwbaarheidsinterval eruit bij GROOT onderzoek?
    GROOT onderzoek --> kleine standaardfout --> smal betrouwbaarheidsinterval.
  • Hoe zit de standaardfout en betrouwbaarheidsinterval eruit bij KLEIN onderzoek?
    Klein onderzoek --> GROTE standaardfout --> BREED betrouwbaarheidsinterval.
  • Hoe bereken je de ondergrens van betrouwbaarheidsinterval (BI)?
    Ondergrens van BI: gemeten prevalentie - 1,96 x de standaardfout van de prevalentie.
  • Hoe bereken je de bovengrens van betrouwbaarheidsinterval (BI)?
    Bovengrens van BI: gemeten prevalentie + 1,96 x de standaardfout van de prevalentie.
  • De scheve verdeling:
    De modus en mediaan liggen bij elkaar in de buurt. Het gemiddelde wijkt af, wanneer de staart naar rechts afwijkt is het gemiddelde groter dan de mediaan, wijkt de staart naar links dan is het gemiddelde kleiner dan de mediaan.
    Als de meetwaarden niet symmetrisch verdeeld zijn, valt de spreiding het best te beschrijven door middel van de kwartielafstand (ook wel interkwartielbereik of kwartielinterval). Dat is de afstand tussen de 25- en de 75-percentiel. De 50-percentiel is de mediaan. De 25-percentiel is de waarde waaronder zich 25% van de meetresultaten bevinden en de 75-percentiel is de waarde waaronder zich 75% van de meetresultaten bevinden (en dus 25% erboven. 
    • Boxplot: het moet opvallen dat de rechthoek van de mediaan meer dan 50% bevat. 
    • Mediaan ligt dichter bij het centrum van de metingen dan het gemiddelde. 
    • Kwartiel punten beschrijven de spreiding beter dan de standaarddeviatie. 
  • JE GEBRUIKT NOOIT EEN STANDAARDDEVIATIE BIJ MEDIAAN (alleen bij gemiddelde).
  • Hoe berekenen je de mediaan?
    Eerst sorteer je de waarnemingen. Als je de mediaan wilt “berekenen” ga je wegstrepen. Mediaan is het gemiddelde van 2 waarnemingen ( 30 en 30). Wanneer je de kwartielen gaat “berekenen” streep je ook weg vanaf de mediaanlijn en het laagste / hoogste getal, 25% Q1 is het gemiddelde van 20 en 20 en 75% Q3 is het gemiddelde van 40 en 50. 
    Dus je streept steeds iets weg om je een uitkomst te krijgen.
  • Wat omschrijft de data van een scheve verdeling beter?
    Mediaan en kwartierafstand beschrijven de data beter dan gemiddelde en standaarddeviatie
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is kwartierpunten en kwartielafstand?
75% kwartierpunt - 25% kwartielpunt
Q3-Q1 (mediaan).
Wat is spreidingsbreedte?
Max - min
Wat is range?
Min tot max
Wat is gemiddelde?
De som van alle waarnemingen gedeeld door het totaal aantal waarnemingen.
Wat is mediaan?
De mediaan is de middelste waarde na rangschikking
Wat is modus?
De meest voorkomende waarde (nominaal)
Wat is ratio?
Onderscheidend, gerangordend, gelijke afstanden en natuurlijk nulpunt
Bijvoorbeeld: plaque percentages 0 -100%
Wat is interval?
Onderscheidend, gerangordend, gelijke afstanden (1 en 2 is even groot als 2 en 3) en er is geen natuurlijk nulpunt.
Bijvoorbeeld: mate van tevredenheid over opleiding (laag 1-2-3-4-5 hoog) of IQ (50 - 140) of buitentemperatuur (-40 tot 45).
Wat is ordinaal?
Onderscheidend en gerangordend 
Bijvoorbeeld: uitslag casus (goed, voldoende of onvoldoende) of opleidingsniveau (mavo, havo of vwo). 
Wat is nominaal?
Onderscheidend en geen volgorde
Bijvoorbeeld geslacht (man of vrouw) of behandeling (wel of niet).