Summary Class notes - ECOLOGIE

Course
- ECOLOGIE
- NO ONE
- 2019 - 2020
- Avans Hogeschool (Avans Hogeschool Breda, Breda)
- Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek
223 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - ECOLOGIE

  • 1580598000 Thema 2 H53.2

  • 1.In 2009 had de Verenigde Staten een populatie van 307 miljoen mensen. Wat was de netto populatie groei van dit land (zonder immigratie en emigratie) bij de volgende situatie: per 1000 mensen een geboorte aantal van 14 individuen en sterfte van 8 individuen.

    • De netto populatiegroei wordt berekent met delta N/delta t = bN – mN
    • b = geboortecijfer = 14 per 1000 individuen oftwel b = 0.014
    • m = sterftecijfer = 8 per 1000, oftwel 0.008
    • N = populatiegrootte
    • Groei is dus 1.84 miljoen mensen.
    • Dit is alleen het geval bij exponentiele groei. Dat is in de VS niet het geval.
  • 3. Logistische groei wordt beschreven met de formule:
    Beschrijf de elementen van de formule.
    o   Rmax – maximale populatietoename bij exponentiele groei

    oN = Totaal aantal individuen in een populatie
    oK = draagkracht
  • 4. Eén van de belangrijkste factoren voor de grootte van de draagkracht in een gebied is het voedselaanbod. Stel, in een gebied is er sprake van immigratie van een soort. Wat zegt dat over de draagkracht?
    o   Immigratie = instroom individuen
    o   Draagkracht is nog niet bereikt, anders zou het systeem niet de nieuwe individuen aankunnen.
  • 5. Jan is eigenaar van een stuk grond. Vroeger liepen er wilde koeien, maar op dit moment niet meer. Jan wil graag de populatie koeien herstellen. Nadat Jan onderzoek heeft gedaan naar een geschikt aantal individuen om te starten, introduceert hij de koeien. Om te kijken of het goed gaat met de populatie bestudeert hij de groep individuen.
    • Wanneer Jan voor een korte periode de populatiegroei zou beschrijven in een grafiek, hoe zou de grafiek er uit zien? Teken de grafiek en geef een verklaring.
    • Wanneer Jan voor een lange periode de populatiegroei zou beschrijven in een grafiek, hoe zou de grafiek er uit zien? Teken de grafiek en geef een verklaring.

    J-curve: De maximale populatie grootte dat in een bepaald gebied kan overleven.
    S-curve: groei wordt beperkt naar mate de populatie groter wordt door concurrentie voor resources.
  • 6. Beschrijf wat er gebeurt met de populatie met een toenemende N, waarbij N>K.

    • Bij N>K dan is het aantal individuen groter dan de draagkracht van de populatie. Bij een toenemende N zal het sterfte cijfer ook toenemen.
  • De bron geeft een sloot weer waarvan het wateroppervlak op een bepaald moment volledig is bedekt met kroosplantjes. In de sloot leven verder diverse soorten ondergedoken waterplanten, zoals waterpest. Wanneer het wateroppervlak volledig dichtgroeit met kroosplantjes, veranderen de omstandigheden in het water van de sloot ingrijpend. Over deze verandering worden de volgende beweringen gedaan.

    1 Het zuurstofgehalte in het water van de sloot neemt door de fotosynthese van de kroosplantjes steeds verder toe. Het aantal ondergedoken waterplanten neemt daardoor ook toe.
    2 De hoeveelheid licht die in het water van de sloot doordringt, neemt door de laag kroosplantjes af. Hierdoor neemt de fotosynthese door de ondergedoken waterplanten af.
    3 Het nitraatgehalte in het water van de sloot neemt toe doordat de kroosplantjes nitraat afgeven. De ondergedoken waterplanten gaan daardoor extra hard groeien.

    Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
    A. alleen bewering 1
    B. alleen bewering 2
    C. alleen bewering 3
    D. alleen bewering 1 en 3
    B. alleen bewering 2
  • Men wil van een populatie van een bepaalde diersoort het aantal individuen schatten. Men vangt 200 exemplaren en merkt deze. Daarna worden ze vrijgelaten. Na een tijdje worden weer 200 dieren gevangen. Hiervan zijn er 40 gemerkt. Op grond hiervan kan worden berekend dat de populatie uit ongeveer 1000 individuen bestaat. Bij deze berekening wordt ervan uitgegaan dat het voor de vangkans niet uitmaakt of een dier al eerder is gevangen of niet. In werkelijkheid laten dieren van deze soort die al een keer zijn gevangen, zich niet meer zo gemakkelijk opnieuw vangen.

    Wat betekent dit voor het werkelijke aantal dieren waaruit deze populatie bestaat?
    A. Die is zeer waarschijnlijk kleiner dan 1000. 
    B. Die is zeer waarschijnlijk groter dan 1000. 
    C. Die kan met evenveel kans groter of kleiner zijn dan 1000.
    A. Die is zeer waarschijnlijk kleiner dan 1000.
  • Op de open plek waar de bomen zijn gekapt, zullen mossen een deel van de bodem bedekken en er zullen zaden ontkiemen. Kleine éénjarige plantensoorten zoals Vogelmuur en Klein springzaad zullen binnen een paar maanden op de onbegroeide plek groeien. Na verloop van tijd groeien er ook grotere plantensoorten zoals gewoon vingerhoedskruid en Wilgeroosje. Na enkele jaren zullen deze plantensoorten verdrongen zijn door struiken en bomen. Onder de bomen en struiken groeien dan bijvoorbeeld varens en Dalkruid. Over de beschreven veranderingen in de plantengroei op de plek waar de bomen zijn gekapt, doen twee leerlingen een bewering: Arnold: "De beschreven veranderingen in de plantengroei op die plek zijn een voorbeeld van successie." Marije: "Dat er veranderingen zijn in de plantengroei op die plek is uitsluitend een gevolg van veranderingen in biotische factoren."

    Van welke leerling of van welke leerlingen is de bewering juist?
    A. van geen van beide
    B. alleen van Arnold
    C. alleen van Marije
    D. van Arnold en van Marije
    B. alleen van Arnold
  • Dalkruid kan zich wel handhaven onder bomen en struiken en Gewoon vingerhoedskruid niet. Daarvoor zijn verschillende oorzaken die met elkaar samenhangen. Welke van de volgende beweringen geeft één van die oorzaken juist weer?
    A. Dalkruid heeft een hoger optimum voor de hoeveelheid licht dan Gewoon vingerhoedskruid.

    B. Dalkruid heeft een hogere maximum tolerantiegrens voor de hoeveelheid licht dan Gewoon vingerhoedskruid. 

    C. Dalkruid heeft een lagere minimum tolerantiegrens voor de hoeveelheid licht dan Gewoon vingerhoedskruid.
    C. Dalkruid heeft een lagere minimum tolerantiegrens voor de hoeveelheid licht dan Gewoon vingerhoedskruid.
  • Twee bepaalde, nauw verwante soorten kevers kunnen in gevangenschap lang in leven worden gehouden mits zij van elkaar gescheiden zijn. Uit een experiment blijkt dat na verloop van korte tijd, één van beide soorten uitsterft wanneer deze twee soorten samen in één ruimte moeten leven. Welke soort uitsterft, hangt af van de relatieve vochtigheid en de temperatuur in de ruimte. In de diagrammen zijn de resultaten van dit experiment weergegeven.
    Naar aanleiding van de resultaten van dit experiment worden de volgende beweringen gedaan: 
    1 Het uitsterven van één van de twee soorten kevers is in beide onderzochte situaties het gevolg van competitie.
    2 Het uitsterven van één van de twee soorten kevers wordt in beide onderzochte situaties veroorzaakt doordat de tolerantiegebieden van beide soorten elkaar niet overlappen.
    3 De competitie tussen de twee soorten kevers wordt beïnvloed door abiotische factoren.

    Welke van deze beweringen kan of welke kunnen juist zijn op grond van de uitkomsten van dit experiment?
    A. alleen 1
    B. alleen 2
    C. alleen 3
    D. alleen 1 en 2
    E. alleen 1 en 3
    F. alleen 2 en 3
    E. alleen 1 en 3
  • 1 Het Victoriameer, dat ruim een miljoen inwoners van Kenya, Tanzania en Oeganda van vis voorziet, is stervende.

    2 Een deel van de bodem van het ondiepe meer is bedekt met een laag rottende algen. Oorzaak daarvan is onder andere de ongelimiteerde lozing van mineralen (fosfaten en nitraten) in dit meer, waardoor een keten van gebeurtenissen op gang is gebracht.
    (......)

    3 Een andere ecologische ramp wordt veroorzaakt door een drijvende plant, de waterhyacint, die zich geweldig heeft uitgebreid. De waterhyacint vormt tapijten op het water.

    De algen die volgens alinea 2 een deel van de bodem van het meer bedekken, hebben zich daarvóór zeer sterk vermeerderd.
    Waardoor vermeerderden de algen zich aanvankelijk zo sterk na de lozing van nitraten en fosfaten?
    A. doordat de fosfaten en nitraten giftig waren voor algen-etende organismen
    B. doordat fosfaten en nitraten vóór de lozing beperkende factoren waren voor de algen
    C. doordat de tolerantiegrenzen van de algen veranderden door de fosfaten en nitraten
    B. doordat fosfaten en nitraten vóór de lozing beperkende factoren waren voor de algen
  • Onder biodiversiteit wordt hier verstaan het aantal verschillende soorten in een ecosysteem. In de bron zijn vier zones aangegeven met de letters P, Q, R en S. In welke zone is de biodiversiteit het kleinst?

    A. in zone P  
    B. in zone Q
    C. in zone R
    D. in zone S
    A. in zone P
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

OoievaarsIn het zuiden van de staat Florida in de Verenigde Staten komen in een moerasgebied Schimmelkop-ooievaars voor. Het voedsel van deze ooievaars bestaat uit kleine visjes die ze uit het water op pikken. Het diagram in afbeelding 1 bevat de volgende gegevens: de gemiddelde waterdiepte in het moeras gebied gedurende het jaar, de dichtheid van prooi visjes (aantal prooi visjes per km2 moeras gebied) en de ecologische dichtheid van prooivisjes (aantal prooivisjes per km2 wateroppervlak).Geef een verklaring voor het gegeven dat in de maanden november en december de ecologische dichtheid van prooivisjes toeneemt, terwijl het aantal prooivisjes afneemt.De ooievaars leggen hun eieren in november en december. De broedtijd bedraagt ongeveer drie weken. Het begin van het broeden is afgestemd op een voldoende groot voedselaanbod voor de opgroeiende jongen.Leg uit, met behulp van de gegevens in afbeelding 1, dat het begin van het broeden inderdaad is afgestemd op een voldoende groot voedselaanbod voor de opgroeiende jongen.
  1. Bij het uitkomen van de eieren is de ecologische dichtheid maximaal.
  2. Hoe dichter de concentratie vissen des te groter is de kans een prooi te vangen / des te hoger is de ouderlijke efficiëntie.
Wat is distribution? 
Zorgt voor verdeling (distribution) van organismen over de wereld Verdeling (distribution)
Wat is dispersie?
  • Verspreiding (dispersal)

  • Is de beweging van individuen uit hun oorspronkelijke leefgebied of uit centra met hoge populatiedichtheid
Wat is parasitisme?
Parasitisme. Net als bij Corona. Corona heeft de mens nodig om te leven maar de mens niet de corona! Een symbiotisch samenlevingsverband waarbij de één baat heeft bij de relatie (de parasiet) en de ander last heeft van deze symbiotische relatie (de gast). De gast kan goed leven zonder de parasiet, terwijl de parasiet de gastheer vaak echt nodig heeft.
Wat is mutaulisme?
Mutualisme is in de ecologie een interactie tussen twee levensvormen (twee symbionten) waarbij beide voordeel hebben van die interactie.
Wat is commonsolisme?
Commensalisme is interactie tussen twee organismen waarbij het ene voordeel heeft en het ander niet beïnvloed wordt. Zoals een vogel op een Camiz. Een teek op een paard of koe. 
Hoofdstuk 51.4Welke biotische factoren beïnvloeden de verspreiding vanorganismen?Geef bij iedere factor een voorbeeld.
  • Gedrag
  • Predatie/concurrentie/parasitisme
VerdrogingVerdroging van landbouwgronden kan zowel door natuurlijke oorzaken als door menselijk ingrijpen ontstaan. In ruilverkavelingsgebieden heeft verbetering van de  afwatering  geleid tot een gemiddelde grond waterstand daling van 35 cm in de periode 1955-1975. Toename van grondwaterwinning heeft plaatselijk geleid tot een daling van de grondwaterstand met meer dan 1 meter. Deze daling van de grond waterstand kan op bepaalde veen grond en onder meer leiden tot vorming van nitraat doordat de bodem beter wordt door lucht. Deze mineralisatie kan op veengronden oplopen tot enige honderden kg N/ha/jaar. Verhoging van de grondwaterstand in veengebieden kan een bijdrage leveren aan de vermindering van de mineralisatie zodat het nitraatgehalte van de veengrond daalt.Leg uit, met behulp van de stikstofkringloop in informatie 1, hoe een verhoging van de grondwaterstand in veengebieden langs vier verschillende wegen kan leiden tot vermindering van het nitraatgehalte van veengronden.
  • Minder nitrificatie
  • Meer denitrificatie
  • Minder fixatie
  • meer uitspoeling
  • Meer tikstofassimilatie door planten
Voedsel in de woestijnBij een voedselproject in een woestijn gebied overweegt men water van grote diepte op te pompen en in bekkens te verzamelen. Dit water  bevat veel keukenzout  (NaCl). In dit water kan men, eventueel na toevoeging van andere elementen, algen kweken. Algen zijn planten die kunnen dienen als voedsel voor dieren en mensen.Er worden drie situaties genoemd waarin de algen als voedsel kunnen worden gebruikt:situatie 1: als voer voor vee dat wordt gehouden voor vlees productie, situatie 2: als voer voor in de bekkens te kweken consumptie-vissen. situatie 3: voor menselijke consumptie.Vergelijk deze drie situaties waarin de algen kunnen worden gebruikt. Ga ervan uit dat de netto primaire productie in deze situaties even groot is. In iedere situatie komt een andere hoeveelheid biomassa in de vorm van voedsel voor de mens ter beschikking. Welke van deze situaties levert de grootste hoeveelheid voedsel voor de mens op?A. situatie1B. situatie2c. situatie3
c. situatie 3
Van regenwoud tot woestijnIn Zuid-Amerika worden jaarlijks zeer grote oppervlakten van het tropische regenwoud gekapt, onder andere voor de productie van timmerhout. Op een kap vlakte met een zandbodem ontstaat na een jaar een onvruchtbaar woestijnachtig gebied. Over factoren die een rol spelen bij het ontstaan van zo’n gebied worden de volgende beweringen gedaan.1. Het gekapte tropische regenwoud bevond zich nog niet in een climax stadium met een positieve netto primaire productie.2. In het gekapte tropische regenwoud waren de voedingszouten vrijwel geheel verwerkt in organisch materiaal.3. Na het kappen is de humuslaag verdwenen waardoor de bodem minder water kan vasthouden. Welke van deze beweringen zijn juist?A. alleen de beweringen 1 en 2B. alleen de beweringen 1 en 3C. alleen de  beweringen  2 en 3D. de beweringen 1, 2 en 3
C. alleen de  beweringen  2 en 3