Summary Class notes - Etische principes en sociologie

Course
- Etische principes en sociologie
- Onbekend
- 2018 - 2019
- LOI Hogeschool
- Rechten
218 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Etische principes en sociologie

  • 1536271200 Ethische principes

  • Wat is ethiek?
    Het geheel van morele principes
  • Wat iemand ethisch of moreel verantwoord vindt, hangt af van
    de normen en waarden die hij heeft
  • Waarden zijn
    de idealen die mensen willen nastreven, uitgangspunten voor het handelen van de mens. Die waarden, dus wat iemand belangrijk vindt, worden neergelegd in NORMEN
  • Normen geven
    concrete regels.
  • Wie wordt beschouwd als de grondlegger van de ethiek?
    Socrates, een wijsgeer die leefde van 469 tot 399 voor Christus
  • Socrates had de overtuiging dat
    de mens vanzelf juist zou handelen wanneer hij eenmal het juiste inzicht had. Het redelijke inzicht werd daarmee de richtlijn van het menselijk handelen.
  • De meest algemene onderverdeling van de ethiek is die van
    de praktische en de theoretische ethiek
  • De praktische ethiek richt zich op
    de parktijk, op actuele kwesties waar mensen in het dagelijks leven mee te maken krijgen. Ook wel toegepaste ethiek
  • Noem een goed voorbeeld van toegepaste ethiek
    Mag één man gemarteld worden als daarmee informatie kan worden verkregen die duizenden mensen het leven redt? Denk ook aan medisch-ethisch handelen.
  • De theoretische ethiek bekommert zich
    op wat ethisch juist is in het algemeen
  • Een algemene onderverdeling van de praktische / toegepaste ethiek is
    het onderscheiden van 
    1. Descriptieve ethiek
    2. Normatieve ethiek
    3. Media-ethiek
  • Wat is descriptieve ethiek?
    Brengt het morele veld in kaart. Het is een vorm van beschrijvende ethiek, waarbij de schrijver zelf geen standpunt inneemt.
  • Wat is normatieve ethiek?
    Normatieve ethiek neemt een standpunt in. Houdt zich bezig met de normen en waarden in de samenleving. Wordt ook wel moraalfilosofie genoemd.
  • Wat is media-ethiek?
    Een vorm van ethiek die zich vooral richt op de taal die de ethiek gebruikt.
  • Een andere manier om ethiek in te delen is?
    De teleologische en deontologische ethiek
  • Leg teleologische ethiek uit
    De teleologische ethiek is op het doel van de handeling gericht en minder op de handeling zelf. 

    De mens vertoont bepaald gedrag met een doel. Dat doel kan bijvoorbeeld zijn geluk of genot. Maar ook het algemeen nut. Als het doel dat iemand nastreeft goed is, zal de handeling die tot dat doel leidt, in deze visie op de ethiek ook goed zijn. 
  • De teleologische ethiek wordt vaak onderverdeeld in 3 stromingen
    1. Het utilitarisme
    2. Het hedonisme
    3. Het Aristotelisme
  • Wat is het utilitarisme?
    In deze stroming draait het om het algemeen nut van de handeling die de individuele mens verricht. Wanneer een handeling zo veel mogelijk mensen gelukkig maakt, is de handeling als nuttig te beschouwen. Het gaat er bij deze stroming om dat het algemeen belang zo goed mogelijk wordt gediend.
  • Wat is het hedonisme?
    Hedo = genot (Grieks)
    In het hedonisme is genot het hoogste woord. Welke handeling het geeft het meeste genot, dat is de vraag. Uiteraard moeten daarbij wel eventuele nadelen van het genot waar het om gaat in beschouwing worden genomen. Maar de juiste keuze is de keuze die het meeste algemene genot geeft. 
  • Wat is het Aristotelisme?
    In deze stroming staat het geluk centraal. Het belang dat de grootst mogelijke groep mensen het gelukkigst wordt.
  • Waar draait het om bij deontologische ethiek?
    Niet het doel, maar de plicht. Deon = plicht (Grieks). 
    Het draait veel meer om de daad die iemand onderneemt, dan op het doel van die handeling. 
  • Wanneer leefde Aristoteles?
    384 - 332 v. Chr. Studeerde bij Plato
  • De theorie van Aristoteles gaat uit van de praktische / theoretische kant van de ethiek?
    Praktische. I.t.t. zijn voorgangers Socrates en Plato
  • Noem een paar speerpunten van Aristoteles visie
    1. Het gaat Aristoteles om het concrete handelen
    2. Dat handelen moet ethisch juist zijn
    3. Volgens Aristoteles krijgt men pas inzicht in morele waarden wanneer men zelf het zedelijk leven beoefent
    -> Men gaat dus vanuit de ervaring naar de zin van de ervaring. 
  • Van welke gemeenschap gaat de theorie van Aristoteles uit?
    Bij het bestuderen van de theorie van Aristoteles moet men altijd goed voor ogen houden dat zijn leer niet losstaat van de samenleving waarin hij leefde en werkte. Zijn ethiek is de ethiek van de burger in de polis. De ethiek vindt haar voedingsbodem in de algemene zedelijkheidsleer, maar toch vooral in de morele leefregels en gedragspatronen van de Griekse cultuurgemeenschap van de 4e eeuw v. Chr
  • Twee type handelingen, aldus Aristoteles
    1. poiesis = het handelen met een doel buiten zichzelf (het resultaat telt)
    2. praxis = het handelen om het handelen (het doel is de handeling zelf)
  • Een praxis kan wel worden uitgevoerd met een ander doel. Leg uit
    Bijvoorbeeld wanneer iemand een fietstochtje maakt omdat het gezond voor hem is.
  • Bij de leer van Aristoteles gaat het om poiesis / praxis?
    Praxis. Aristoteles stelt zich de vraag naar het doel. Wat is het hoogste doel? Wat is het beste leven dat een mens kan leiden? Wanneer is een leven geslaagd?
    -> Het goede is het doel. De mens handelt immers vanuit dat doel. 
  • Een deugd is
    een kwaliteit die van een mens een goed mens maakt
  • De ethische deugd is
    dat de mens zijn streefvermogen (het streeft naar het aangename) kan aanpassen aan de rede (het streven naar het goede). Een deugdzaam mens vindt het prettig om het goede te doen.
  • Bij de oude Grieken waren er vier grote deugden
    1. wijsheid
    2. dapperheid
    3. matigheid
    4. rechtvaardigheid
  • Emmanuel Kant heeft een visie op ethiek die valt onder de
    deontologische ethiek. Het gaat hier om de plicht
  • Wie was Emmanuel Kant?
    1724 - 1804, Duits
  • Waarom was Emmanuel Kant zo'n belangrijk figuur en is hij dat wellicht nog steeds?
    Hij heeft altijd benadrukt dat zijn theoretische filosofie, die ging over het kennen van de werkelijkheid, gericht was op het vrijmaken van de weg voor de praktische filosofie. Nog steeds delen hedendaagse filosofen Kants inzichten over het morele oordelen en handelen. 

    Ook is zijn manier van denken van groot belang geweest voor de ontwikkeling van de mensenrechten. Zijn boek "Kritik der reinen Vernuft" is lange tijd het centrale referentiepunt geweest. Vanaf dan zijn woorden als autonomie en vrijheid sleutelbegrippen. 
  • Emmanuel Kant leeft in de periode die bekend staat als
    de verlichting. In die tijd was er behoefte aan om zich te bevrijden van de strakke banden van de kerk. Tot die tijd had de kerk het altijd voor het zeggen.
  • Leg Kants 'begrip' 'Grund' uit
    Het fundament van het zedelijke bewustzijn. Hij was op zoek naar een algemene regel die kan dienen als basis voor het denken over goed en kwaad.
  • Het goede, in Kants visie, slaat op
    de kwaliteit van het menselijk handelen. Het is een eigenschap van de bron van dat handelen, namelijk de wil
  • Wat is volgens Kant een goede wil?
    Een goede wil is een wil die handelt uit plicht. U kunt als mens echter handelen uit een plicht zonder dat u daarmee de goede wil beoefent. Zedelijk handelen is niet hetzelfde als louter uw plicht doen. Bij Kant gaat het erom dat het motief waarmee de mens iets doet, zuiver is. 
  • Het resultaat van de handeling is voor Kant wel/niet van belang
    niet, zolang de handeling maar met het juiste motief is verricht.
  • Kant heeft een categorisch imperatief (imperatief = verplichtend) geformuleerd:
    "Handel zodanig dat de stelregel van uw wil steeds tegelijk als het beginsel van een algemene wetgeving zou kunnen gelden"
    -> In Kants visie zou een mens, voor tot handelen over te gaan, zich dus moeten afvragen of hij zou willen dat iedereen de handeling die hij van plan is te gaan doen, zou gaan doen. De mens moet handelen op de manier waarvan hij zou willen dat iedereen zo zou handelen. 
  • De categorische imperatief houdt ook in dat
    men nooit zo mag handelen dat men de persoon van de ander louter als middel gebruikt. Het respect voor de mens beperkt de oneindige behoeftebevrediging.
  • Een deugdzaam mens is volgens Kant
    iemand die zichzelf en een ander respecteert.
  • Kants theorie heeft een hoogste goed bepaald. Dit hoogste goed bevat twee elementen. Het belangrijkste bestanddeel is ..., daarnaast ..... Harmonie tussen deze twee is het hoogste goed
    de deugd, het geluk
  • Een veelgebruikt model om de verhouding te bepalen tussen het individu en de gemeenschap is de theorie van het
    maatschappelijk contract. De burgers, onderdanen, hebben in die theorie als het ware een contract gesloten waarin zij een deel van hun eigen soevereiniteit overdragen aan de straat.
  • Voor bespreking van het sociaal contract worden drie filosofen genoemd
    1. Thomas Hobbes
    2. John Locke
    3. Jean-Jacques Rousseau
  • Waarom is Thomas Hobbes te beschouwen als een van de eerste moderne politieke filosofen?
    In zijn filosofie komt het thema van de legitimering van de macht nadrukkelijk naar voren.
  • Wanneer de mens nergens aan gebonden was en volledig vrij zou zijn, zou volgens Hobbes de ... intreden
    natuurtoestand
  • Wat zijn beperkende factoren op de natuurtoestand die Hobbes omschrijft?
    1. de menselijke rede 
    2. een hogere instantie (de staat)
  • Waarom ligt de theorie van Hobbes tegen die van de dictatuur aan? Wat zijn echter waarborgen?
    Volgens Hobbes is bij het instellen van een 'sociaal contract' ook meteen duidelijk wat goed en slecht is: "goed is wat de soeverein goed vindt en slecht is alles wat ingaat tegen de wil van de heerser.
    -> Hobbes pleit echter niet voor despotisme. Hij credit wel een dictatuur, maar geen tirannie. De overheid heeft ook plicht. Deze is immers ingesteld om voor de burgers vrede en veiligheid te waarborgen. 
  • Noem een aantal kanttekeningen bij de theorie van Hobbes:
    1. Is het wel echt zo dat mensen de vrees voor hun leven het zwaarst wegen in hun leven?
    2. Zijn burgers wel echt beter af wanneer de prijs voor hun bescherming tegen de andere mensen inhoudt dat zij zich totaal moet onderwerpen aan de soeverein?
    -> In de praktijk ontstaan staten niet doordat burgers de wapens en recht tot het gebruik van geweld overdragen aan de soeverein. De geschiedenis leert ons het tegenovergestelde. 
    3. Het overdragen van vrijheden biedt zeker geen garantie dat de soeverein hun onderdanen niet zal onderdrukken. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Noem de verschillende functies van een gemotiveerd vonnis
1. argumentatiefunctie
2. controlefunctie
3. explicatiefunctie 
Als belangrijke punten voor een brede acceptatie van e rechterlijke beslissingen noemen we hier:
1. de rechtsgelijkheid
2. de openbaarheid
3. de motivering van de vonnissen
4. de duur van de procedure
5. de kosten
6. de effectiviteit
Wat is legitimiteit?
Het recht van de heerser om te regeren.
Noem een aantal eisen waar de rechter aan moet voldoen:
1. integer
2. onafhankelijk
3. onpartijdige oordeelsvorming 
Punten die mensen belangrijk vinden om tevreden te kunnen zijn over de rechter, zijn vooral
1. deskundigheid van de rechter
2. de onpartijdigheid 
3. de bejegening
4. de motivering
Legitimiteit van de rechterlijke macht kan ook worden opgevat als
de aanvaardbaarheid van rechterlijke beslissingen / als acceptatie van de rechterlijke macht.
Noem voorbeelden van kritiek op de rechterlijke macht
1. bestuurders vonden dat de rechters te veel macht hadden toegeëigend door het invullen van vage normen in de wetgeving. 
2. bestuurders vonden dat in bestuursgeschillen de rechter te veel op de stoel van bestuurder ging zitten
3. door het grote vertrouwen in de rechtspraak werden veel geschillen voorgelegd aan de rechter. Hierdoor liep het systeem helemaal vast. Lange wachtlijsten. 
Het domein van de rechter groeide in die jaren (1970 - 1990) van de twintigste eeuw. Daarbij speelde een aantal factoren een rol:
1. De wetgever nam open en vage normen in de wet op -> veel vrijheid voor de rechter.
2. EVRM -> De NL rechter kan Nederlandse wetten buiten beschouwing laten als die wetten in strijd zijn met Europees recht. 
3. Nieuwe rechtsbescherming -> een belanghebbende burger in conflict met de overheid, kon zich nu tot een rechter wenden.
Wat was een kroonberoep?
Een oordeel van de minister
Om het vertrouwen in de rechterlijke macht te meten, worden er regelmatig onderzoeken gedaan waarbij vragen worden gesteld aan een groot aantal mensen. Noem een aantal voorbeelden van deze onderzoeken:
1. Nationale Kiezersonderzoeken
2. Justitie Issue Monitor
3. Sociaal en Cultureel Planbureau

4. European Values Study
5. Eurobarometer