Summary Class notes - Farmacologie

Course
- Farmacologie
- José Utrera Sandoz
- 2019 - 2019
- ROC Top (Amsterdam)
- Verpleegkundige
109 Flashcards & Notes
1 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Farmacologie

  • 1560808800 Psychofarmaca les 1

  • Psychofarmaca zijn chemische stoffen die toegepast worden om de cognitieve, affectieve en conatieve symptomen van psychiatrische stoornissen te behandelen
  • Noem de 5 groepen psychofarmaca

    1. Antidepressiva
    2. Antipsychotica
    3. Anxiolytica
    4. Stemmingsstabilisatoren
    5. Psychostimulantia
  • Wat zijn de voordelen van stoffen die in een lab tot stand zijn gekomen?
    1. De stof is zuiver, dus niet gemengd met andere stoffen
    2. De stof kan in de gwenste hoeveelheid worden aangemaakt
    3. De stof kan in de juiste dosering worden gepresenteerd
    4. Naar aanleiding van de stof kan worden gezocht naar verwante stoffen die wellicht een betere werking hebben en minder schadelijke bijwerkingen hebben
  • Hoe gaat het ontwikkeling van een medicijn in zijn werk?
    1. Voordat een middel in de handel komt moet er goed onderzoek naar gedaan worden
    2. Als het middel goed is bevonden wordt er door de fabriek patent op aangevraagd
  • Wat houdt "patent" in ?
    Andere fabrikanten mogen dit middel voor een bepaalde tijd niet namaken
  • Wat is de werking van medicijnen?
    medicijnen werken doordat ze op een bepaalde manier de chemische lichaamshuishouding beïnvloeden
  • Hoe werken psychofarmaca?
    Net als alle andere medicijnen werken psychofarma doordat ze op een bapaalde manier de chemische lichaamshuishouding beïnvloeden. In het geval van psychofarmaca is dat de cerebrale stofwisseling
  • Een psychofarmacon stuurt de hersenstofwisseling bij waar deze uit de pas is gaan lopen
  • Wat is een ander woord voor zenuwcellen?
    Neuronen
  • Wat doen neuronen?
    Neuronen zijn gespecialiseerd in het aannemen, verwerken en doorgeven van prikkels
  • Wat is de synaps?
    Dit is de spleet tussen de uitlopers van 2 neuronen
  • Wat is de functie van de synaps?
    In de synaps vind de informatie uitwisseling plaats
  • De uitwisseling van informatie gebeurd door chemische stoffen. Hoe worden deze chemische stoffen genoemd?
    Neurotransmitters
  • Bij psychiatrische stoornissen zijn er soms teveel of te weinig neurotransmitters aanwezig. De bedoeling van psychofarmaca is om dit te corrigeren. Een van de manieren om de werking van een neurotransmitter af te zwakken, is door de receptor te bezetten met een geneesmiddel. Daardoor kunnen minder neurotransmitters verbinding maken en hebben ze dus minder invloed. Dit heet receptorblokkade.
  • 1560895200 Antipsychotica

  • Bij welk ziektebeeld komt het gebruik van antipsychotoca het meeste voor?
    Schizofrenie
  • Hoe komt het dat patiënten snel willen stoppen met het gebruik van antipsychotica?
    Ze ervaren de bijwerkingen als zeer hinderlijk en voelen zich door de AP vaak mat
  • Er is nog een andere reden voor therapie-ontrouw: Het is bedreigend wanneer de patiënt beseft dat hij een tablet nodig heeft om goed te kunnen functioneren. Dat kan zo moeilijk aanvaardbaar zijn dat het makkelijker is om het te ontkennen.
  • Om een patiënt te motiveren om de medicatie in te blijven nemen is het belangrijk dat hij hierin goed begeleidt wordt. Een belangrijk aspect daarvan is om de juiste informatie aan de patiënt te geven over zijn ziektebeeld en wat de medicatie precies doet. Dit wordt psycho educatie genoemd.
  • De belangrijkste AP zijn

    - aripiprazol
    - clozapine
    - flufenazine

    - haldol
    - olanzapine
    - perfenazine
    - pimozide

    - quetiapine
    - risperidon
    - zulperide
    - zuclopentixol
  • Wat zijn de toedieningsvormen van AP?
    • Dragee
    • Injectie
    • Drankvorm
    • Depot
  • Hoe werkt een depot?
    Het geneesmiddel is opgenomen in een stof die heel langzaam en regelmatig in het bloed wordt opgenomen
  • Hoelang werkt een depot?
    tussen 2 en 4 weken
  • Voordelen van een depot
    • Medicatie kan niet vergeten worden
    • Eens in de 2 tot 4 weken ipv elke dag medicatie in moeten nemen
  • Wat betekent extrapiramidale bijwerking?
    Bijwerkingen die van invloed zijn op het bijregelen en afstemmen van bewegingen
  • Waar zijn extrapiramidale bijwerkingen het gevolg van?
    receptorblokkade van dopamine
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Farmacologie

  • 1519858800 8.1 Medicijnen

  • Wat wordt er verstaan onder een geneesmiddel
    Substantie welke is bestemd te worden gebruikt of op enigerlei wijze worden aangeduid of aanbevolen als zijnde geschikt voor:

    1. het genezen lenigen of verkopen van enige aandoening, ziekte, ziekteverschijnselen, pijn, verwonding of gebrek bij de mens
    2. het herstellen of verbeteren of wijzigen van functioneren van organen bij de mens
    3. het stellen van een medische diagnose door toediening aan, of aanwending bij de mens
  • Welke verschijningsvormen van geneesmiddelen zijn er
    1. capsule
    2. tablet
    3. injectie
    4. zetpil
    5. infuus
    6. ampul
    7. zalf       
  • Op welke wijze kunnen geneesmiddelen toegediend worden
    • Lokaal
    • systematisch
  • Wat betekend enteraal
    Via de maag-darm kanaal
  • Wat zijn voorbeelden van lokale wijze waarop geneesmiddelen toegediend worden
    1. Slijmvliezen
    2. huid
    3. plaatselijke infectie
  • hoe wordt de keuze voor een bepaalde toedieningsvorm afgewogen
    Is afhankelijk van de patiënt en welke bijzonderheden.
  • Welke informatie is op de etiketten van een verpakking te lezen
    1. etiketten bij afleveren op patientnaam
    2. naam van apotheek
    3. adres telefoonnummer
    4. datum
    5. patient gebruk
    6. geneesmiddel
    7. bewaring
    8. bewaarcondities
    9. eenheid aflever verpakking (EAV): ziekenhuis
    10. Etiketten / Verpakkingen van de fabrikant 
    11. merknaam
    12. sterkte
    13. stofnaam
    14. expiratiedatum
    15. bewaarcondities 
  • Wat geven etiketten met een rode band aan
    intraveneus gebruik, parenterale toediening voor injectie/infusie infuusconcentraat
  • Wat geven etiketten met een blauwe band aan
    Uitwendig gebruik rectaal, vaginaal, neus, maar ook inhalatievloeistof dermatica oog en oordruppels
  • Wat geven etiketten met een zwarte band aan
    oraal gebruik tabletten, capsules, vloeibare vormen
  • Wat geven etiketten met een gele band aan
    niet voor geneeskundig gebruik
  • Welke informatie is in de bijsluiter te lezen
    1. samenstelling
    2. eigenschappen
    3. farmacokinetiek
    4. indicaties
    5. contra-indicaties
    6. bijwerkingen
    7. waarschuwingen en voorzorgen
    8. gebruik bij zwangerschap en lactatie
    9. invloed op rijvaardigheid en bekwaamheid om machines te besturen
    10. interacties
    11. dosering en gebruiksaanwijzing
    12. symptomen bij en behandeling van overdosering
    13. bewaring en houdbaarheid
    14. verpakkingen
  • Wat is een intercaudiaal geneesmiddel
    adrenaline/epinefrime die rechtstreeks via het hart wordt toegediend
  • Wat zijn voorbeelden van systematische wijze van toedienen van geneesmiddelen
    1. oraal
    2. rectaal
    3. parenteraal
    4. subcutaan
    5. intracutaan
    6. intraveneus
    7. epiduraal
    8. intracardiaal
  • Wat betekend parenteraal
    niet via het maag darm kanaal /infuus
  • Wat betekend subcutaan
    onder de huid
  • Wat betekend intracutaan
    onder de huid
  • Wat betekend intramusculair
    in de spier
  • Wat betekend epiduraal
    Ruggenprik
  • Wat betekend intracardiaal
    In het hart
  • Wat betekend intraveneus
    In de ader
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Farmacologie

  • 1506290400 Thema 1 Hoorcolleges

  • Waaruit bestaat pharmokinetics?
    absorption
    distribution
    metabolism
    excretion
  • Wat is pharmacodynamics?
    drug-receptor interaction
  • What does a full agonist?
    Drug mimics the action, 
    gives a strong effect
  • What does a partial agonist?
    Drug mimics the action, smaller effect
  • What does an antagonist?
    Durg blocks the action, 
    no effect
  • Wat is Ehrlich's Principle?
    Zonder binding geen effect
  • Which 3 players in drug action?
    Drug, receptor, endogenous ligand
  • What determines binding?
    Size
    Shape
    Charges
  • What does stereo specific mean?
    Je hebt verschillende stereoisomeren. 
    Isomeren verschillen in de kant waarop ze draaien (links en rechts), omdat ze positieve en negatieve bindingsplaatsen hebben.
    Waarde is hoe goed een stereo-isomeer bindt.
  • Welke human cellular targets zijn er voor drugs?
    proteins: receptors, enzymes, ion channels, tarnsporters, pumps, nucleic acids
  • Welke non-human targets zijn er?
    chemical targets: ions, surfactans, bowel in GI tract
    micor-organisms
  • Wat zijn over het algemeen de targets?
    Elk eiwit dat kan worden bereikt met antibodies
  • What is covalent binding in chemotherapy?
    Drugs that bind to a very specific part of DNA.
    Syntheses  A, C, G, T - ribonucleotides - deoxyribonucleotides - DNA - RNA - protein
  • Which targets have non-physiological binding sites?
    chemical targets
    microorganisms
  • Which targets have drugs interfereing with physiological binding sites
    human cellular targets, proteins

    receptors: targets for endogenous signaling molecules
    other targets: pumps, enzymes, channels; important but not meant for intracellular signalling
  • Which four classes of proteins mediate signalling.
    ion channels 
    G-protein coupled receptors
    kinase receptors
    nuclear receptors   

    dedicated binding site, high affinity, different mechanisms.
  • Wat zijn eigenschappen van ion-channels
    millisecondes
    GABA/glutamaat
    transmitter or drug comes in and opens the ion channel
  • Wat zijn eigenschappen van G-protein coupled receptors?
    seconds
    Noradrenaline
    MOlecule binds the receptors, this starts a cascade of event
  • Wat zijn eigenschappen van kinase receptors?
    minutes
    inusline growht factors
    binds on membrane -> cascade of reaction -> phosphrylation
  • Wat zijn eigenschappen van nuclear receptors?
    uren
    steroids
     ze liggen niet in de membraan maar in de cel (intracellular)
    Ligand die er aan bindt is lipofiel en kan door de membraan heen.
    Ligand bind aan de receptor, receptor gaat naar DNA en werkt als een transcrptiefactor.   
    Cel gaat vervolgens zijn identiteit veranderen, dit geeft een lange termijn verandering
  • Which neutrotransmitters do you have?
    GABA
    glutamate
    serotonine
    acetylcholine
  • Leg uit hoe de conformatie van ionchannels is en waar dit tot leidt.
    Ion channels bestaan uit verschillende delen. 
    Dit leidt tot variatie en multiple bunding sites.

    rest fase
    open fase
    closed fase
  • How does Gs protein coupled receptor work?
    Gs coupled receptor
    Adenylyl cyclase
    cAMP
    pkA aangezet
    leidt tot effect van enzymen, ionkanalen, transport eiwitte
  • Hoe werkt tyrosine kinase receptor?
    Insuline growth factors binden hier bijvorbeeld aan.
    Kinase receptor leidt tot dimerizatie en dat leidt tot anabole respons en groei systeem.
    Uiteindelijk een cascade aan reacties van enzym activiatie leidt tot een respons in de nucleus en tissue response
  • Hoe werkt een nuclear receptor?
    Steroid receptor
    Steroid gaat door membraan heen bindt aan een een complex. Dit complex gat naar de nucleus. mRNA transcriptie = transanctivatie
    of geen mRNA transcriptie = transrepressie.
    Het effector mechanisme ir mRNA synthese
  • Wat is het effector mechanisme van nucleus receptors?
    mRNA synthese
  • Wat is het receptor mechanisme van GABA-A receptor?
    ion-flux; elektricity
  • Hoe werkt een GABA-A receptor>
    Multiple sites of drug action. 
    Benzodiazepine, barbituraat, picrotoxoin en alcohol kunnen allemaal binden aan de GABA receptor.
  • Waarom mag je geen alcohol met benzodiazepine en slaappillen combineren?
    Alcohol, benzodiazepine en slaappileln werken allemaal op de GABA receptor. Wanneer je alcohol neemt verhoog je GABA transmissie en dat zorgt er voor dat je je inhibitory neuronen stimuleert, je zet je hersenen uit.
  • Hoe kunnen enzymen werken  als een target?
    Medicijn kan zich voordoen als een substraat. 
    Normaal wordt substraat door enzym omgezet naar een product.

    Nu wordt medicijn omgezet naar een abnormaal product.

    Je krijgt daardoor competitieve inhibite.
    In plaats van dat steeds het substraat wordt omgezet door het enzym naar het product, wordtn u het medicijn omgezet naar een abnormaal product.


    Medicijn kan binden aan een enzym
    - enzyminhibitie, dus substraat kan niet meer worden omgezet
    - enzyme block: substraat kan nog wel binden, maar werkt niet meer
    - enzyme activation: er wordt juist meer product omgezet
  • Hoe kunnen pompen werken als target voor medicijnen?
    de pompen kunnen geblokkeerd worden.
  • Wat is aan agonist?
    Activeert een receptor
  • What happens when you add pilocarpine?
    heart slows down
  • What happens when you add atropine?
    heart speeds up
  • What happens when you stimulate nervus vagus?
    Acetylcholine comes out -> bradycardia
  • Wat is een antagonist?
    blocks the effect of the agonist by binding the same receptor
  • How does an agonist work?
    Agonist binds to the receptor and gives a conformational change.
  • How does an antagonist work?
    Antagonist binds to the receptor, there is no change in receptor conformation. The only effect is that no other substance can bind to the receptor.
  • Wat is de formule voor bound and unbound receptors
    L + R <-> LR
    K+1 = association/ binding
    K-1 = dissociation
  • Wat is de affinity constant?
    Ka: measure of how well a particular molecule binds to a receptor. 
    Affinity constant unit is 1nM 

    High affinity means high likelihood of occupancy.

    Ka = concentration at half maximal occupation of population
  • What is Pa?
    The degree of occupancy of a receptor population
  • Waar hangt Pa van af?
    Ka en de ligand concentratoin
  • What if [A] >>> Ka?
    Pa = ongeveer 1, maximum occupancy
  • What if [A] << Ka?
    Pa = ongeveer 0, low occupancy
  • What if [A] = Ka??
    Pa =0.5
  • Waarover geeft de conentration-binding curve je informatie?
    hoeveelheid receptors
    affiniteit van de receptor voor het ligand, je weet Ka
  • Wat is het nadeel van het meten van receptor binding op 1 concentratie?
    je weet niet of de affinity is verminderd of dat de hoeveelheid receptoren is veranderd. 
    Je hebt een concentratiecurve nodig.
  • What is intrinsic efficacy?
    Ability to induce an active confomation of the receptor
    Highest full active conformation shape is 1.
    Antagonist does not have a conformational change, so intrinsic efficacy is 0!!!!
  • Waar hangt de respoen van af?
    Intrinsic efficacy
    number of receptors
    concentration of the drug
    affinity constant
  • Hoe groot is de intrinsic efficacy van een full agonist?
    1
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Farmacologie

  • 1466373600 H10-Inflammatie - Deel 1

  • Wat zijn de belangrijkste effecten van histamine?
    effecten komen tot stand via 3 types receptoren 
    1. over algemeen: contractie van gladde spiercellen (o.a. bronchi via H1), maar kan ook INDIRECT vasodilatatie veroorzaken via NO uit endotheelcellen (via H1)
    2.Toename vasculaire permeabiliteit (H1), mn postcapp venules
    3.Prikkelt sensibele zenuwuiteinden: jeuk, pijn (h1)
    4.stimulatie van maagzuursecretie (H2)
    5.Stimulatie van het hart (H2)

    H3 receptoren bevinden zich op presynaptische zenuwuiteinden en inhiberen de vrijstelling van verschillende neurotransmitters
  • Wat is de rol van histamine in de fysiopathologie?
    • verhoogde maagzuursecretie: beh: H2 antagonisten
    • IgE gemediteerde overgevoeligheidsreacties

    Allergische rinitis en conjunctivitis (beh: H1 antagonisten)
    urticaria (galbulten/netelroos) (beh: H1 antagonisten)
    Anafylactische shock (bovenmatige activering van mestcellen via IgE
  • Beschrijf H1-antihistaminica
    Competitieve H1-antagonisten

    1e generatie: promethazine & Cinnarizine
    Kunnen ook serotonine/muscarine receptoren bezetten (o.a.)--> bijwerkingen. 
    binnendringen van CZS--> sedatie. (frequent)
    Anticholinerge effecten: droge mond, dysurie, hartkloppingen en gezichtsstoornissen. --> vermoedelijk: deel efficaciteit bij bewegingsziekte (parkinson)(producten met uitgesproken anticholinerg effect)

    2e generatie: Cetirizine
    Dringen minder door BHB--> minder sedatief 
    minder anticholinerge bijwerkingen

    klinisch gebruik:
    • allergische reacties 
    • Anti emetica en preventie van bewegingsziektes 
    • Als sedativa (bv kleuter met allergische aandoening voor bedtijd)
    • Weinig waarde bij asthma, verkoudheid, anti hoest, lokaal anestheticum. 
  • Promethazine?
    H1 antihistaminicum 
    competitieve antagonist, 1e generatie
    Fenothiazinylalkylamines werken uitgesproken anticholinerg - sterk sederend -sterk anti emetisch - sterk lokaal anesthetisch effect
    Gebruik als sedativa: (bv kleuter met allergische aandoening voor bedtijd)
  • Cinnarizine
    H1 antihistaminicum 
    competitieve antagonist, 1e generatie
    piperazinen: licht sederend, en licht anticholinerg, sterk anti emetisch
    gebruik: anti-emetica en preventie van bewegingsziekten
  • Cetirizine?
    tweede generatie anti histaminica
    Allergische reacties (hooikoorts, urticaria, insetenbeten,overgevoeligheid voor een GM bijv)
    Dringen minder door BHB--> minder sedatief
    Minder anticholinerge bijwerkingen
  • Natriumcromoglycaat?
    Indirect werkende antihistaminica
    Mechanisme onduidelijk. Mogelijk stabiliseren ze mestcellen en daardoor remmen ze niet enkel de vrijstelling v histamine maar ook van andere mediatoren (leukotrienen, platelet activering factor)
    zijn profylactisch actief bij allergische reacties
  • Cimetidine?
    Minder aanmaak maagzuur
    (bij maagklachten zie GIS)
    werkt in op H2 receptor
  • Wat zijn eicosanoiden? biosynthese, kort?
    Eicosanoïden zijn een verzameling lokaal werkende (paracriene) weefselhormonen die zijn afgeleid vanessentiële vetzuren. De groep werd vroeger ook wel foutief aangeduid met de term prostaglandinen, maar deze groep omvat meer dan alleen prostaglandinen. Andere leden van de groep zijn de leukotriënen, prostacyclines en thromboxanen.

    biosynthese: zie afbeelding

    COX is gebonden aan endoplasmatisch reticulum en ontbreekt daardoor in RBC, 2 activiteiten: synthase, peroxidase 
    2 types: COX 1: constitutief, rol in normale fysiologie
    COX 2: induceerbaar, expressie geïnduceerd door inflammatoire stimuli zoals IL, endotoxines, interferonen. 

    Inhibitoren: glucocorticoiden, NSAIDS, acetylsalicylzuur (irreversibel)
  • Welke receptoren zijn van toepassing bij de prostaglandines, en verschillende functies?
    Namen receptoren komen dus overeen met desbetreffende PG. 
    Allemaal G-proteine gekoppelde receptoren

    Fysiologische rol is beperkt: rol partus, remmen maagzuursecretie en thrombocytenaggregatie

    Overmatige PG productie bij inflammatie: 
    --> veroorzaken van ontstekingssymptomen. 

    Abnormale synthese van PGs, naast rol inflammatie, vermoedelijk betrokken in verhoogde tendens tot vorming thrombocytenaggregaten (trombose), bij premature uteruscontracties, bepaalde vormen van diarree (na radiotherapie) e.a.
  • Verklaar waarom gebruik van NSAID's niet altijd gepaard gaat met afname van het ontstekingsproces?
    hogere concentraties PGE2 zijn in staat afgifte van andere onstekingsmediatoren (histamine) te onderdrukken. Zodat de PGs dus ook anti inflammatoire eigenschappen vertonen. (afhankelijk van concentratie)
  • Prostaglandine E2?
    Via EP2: vaatverwijding (verhogen permeabiliteit op zichzelf niet): maar potentiering van oedeemvorming door histamine/bradykinine (ook zo bij sensibilisatie pijnzenuwen), versterken pijnverwekkend effect van bradykinine of histamine. 

    Koorts: in hypothalamus invloed op thermoregulatiecentrum, thermostaat wordt hoger gezet--> lichaamstemperatuur stijgt. 
  • Wat zijn de klinische toepassingen van prostaglandines?
    zie afbeelding
  • Beschrijf de biosynthese van de leukotrienen
    de novo synthese uit arachidonzuur door lipoxygenases omgezet in LTA-4 --> LTB4  of LTC4.
    Lipoxygenase komt vooral voor in neutrofielen, eosinofielen en mestcellen
    Activering: oiv ontstekingsmediatoren (TNFa, C5a), TLR liganden (endotoxinen), antigeen-al reacties, en tijdens fagocytose. 

    Inhibitie: net zoals bij PGs --> glucocorticoiden onderdrukken synthese door remmend effect van lipocortine 1 (annexine 1) op de vrijstelling van arachidonzuur. 
    NSAIDS geen effect op lipoxygenasen. (evt zelfs shift of pathway, verhoogde beschikbaarheid arachidonzuur door inhibitie COX)
  • Wat zijn de functies van de leukotrienen?
    zie afbeelding

    LTB4: potente chemotactische stof (aanlokken chemische stoffen)
    Ontstekingsmediator. 

    LTC4 & LTD4: astma! (inflammatoir proces dat leidt tot obstructie bronchi, luchtwegvernauwing, uitgelokt door diverse aspecifieke prikkels. antagonist: zafirlukast
  • Zafirlukast?
    Competitieve antagonist van de LTD4 en LTC4 receptoren. Gebruikt in de profylactische en chronische behandeling van astma
  • Wat is bradykinine (synthese kort), farmacologische effecten?
    zie afbeelding 
    • vasodilatatie (arteriolen via NO/PGI2)
    • Stijging vas permeabiliteit (vene)
    • stimulatie prijsgevoelige zenuwuiteinden
    • stimulatie ionentransport in epitheelcellen en veroorzaakt toename vloeistofsecretie in luchtwegen en SVS
    • Contractie GS van uterus en SVS


    er zijn 2 subtypes receptoren B1 en B2
    B1 wordt gestimuleerd door des-Arg-Bk. 
    B2: medieert de meeste effect v bradykinine
  • Wat zijn de 3 hoofdklassen van GM met ontstekingsdempende werking?
    zie afbeelding
    Niet sferoïdale anti inflammatoire farmaca (NSAIDs)
  • Wat is het effect van NSAIDs?aangrijpingspunt?
    Anti inflammatoire effecten mn door inhibitie van COX2 in ontstekingscellen
    Nevenwerkingen: COX1
  • wat zijn de nevenwerkingen van PG  via COX 1 ?
    zie afbeelding

    acetylsalicylzuur: remming TXA2 in bloedplaatjes: verlengde bloedingstijd. 

    Neutralisatie anti-hypertensief effect (verloopt deels via verhoogde PG synthese)

    astma aanval: verschuiving van arachidonzuurmetabolisme --> synthese leuktotrienen. 
    (kruisgevoeligheid met andere NSAIDs dan aspirine)
  • Wat zijn nevenwerkingen van NSAIDs die niet gerelateerd zijn aan COX?
    (niet gerelateerd aan inhibitie van PG synthese)
  • Welke 2 types van inhibitie van het cycli-oxygenase kunnen worden onderscheden?
    irreversibele inactivering: 
    enkel acetylsalicylzuur (aspirine (r))  acetyleert serine in het actieve centrum irreversibel. Synthese van een nieuw enzym is vereist om biosynthese van PG weer op gang te brengen

    competitieve reversibele inhibitie: 
    competitie tussen arachidonzuur en NSAID voor actieve centrum.  alle andere NSAIDs vb. ibuprofen  & celecoxib 
  • Acetylsalicylzuur? als anti -inflammatoir middel
    (MI=myocard infarct),

    sterke 1e passage--> bij dosisverhoging treedt verzadiging op en bereikt deel van het acetylsalicylzuur de systemische circulatie 

    (salicylaat is veel minder krachtig en remt op reversibele wijze het COX)

    Niet selectief
    lage dosis; anti trombotisch
    Hoge dosis: Anti inflamm, analgetisch, antipyretisch
  • Wat zijn neveneffecten van acetylsalicylzuur?
    Onderste ter illustratie

    gevolg; stijging risico op bloeding, hyoglycemisch coma.
    syndroom v Reye een zeldzame kinderziekte die optreedt wanneer toegediend aan kinderen met virale infecties. 
  • Ibuprofen?

    •Niet selectief: COX1 & COX2
    •Lage dosis: vooral analgetisch
    •Hoge dosis: ook anti-inflammatoir
    •Reversibel
  • Celecoxib?

    •Celecoxib (celebrex®)
    •Selectief COX2, Reversibel
    •Anti-inflammatoir, minder neveneffecten, maar:
    •Hoger risico CVD (hartinfarct) bij > 18 mnd gebruik
  • Paracetamol?
    werkingsmechanisme onbekend
    toxische dosis: ter illustratie
  • Wat zijn de voornaamste toepassingen van NSAIDs?
    zie afbeelding
  • Wat zijn glucocorticoiden?
    Endogene hormonen die (“te sterke”) lichaamsreacties uitgelokt door inflammatie of andere stress-stimuli afremmen (uit bijnierschors vrijgesteld wanneer we blootgesteld worden aan allerlei vormen v stress) (excessieve ontstekingsreacties tegengaan)
  • Wat is het werkingsmechanisme van glucocorticoiden?
    zie afbeelding

    niet genomische effecten (op kleinere schaal)
  • Hoe vindt de regulatie van afgifte van glucocorticoiden plaats?
    negatieve feedback door: cortisol in plasma 
    --> kan verstoord worden door toevoegen van exogene corticosteroïden. secretie CRF daalt --> ACTH daalt --> hypotrofie bijnierschors.  (! kan leiden tot acute bijnierschors insufficiënte, Addinsons crisis) --> daarom dosis/duur/frequentie v behandeling tot minimum  beperken
    Minste verstoring: ochtend toediening. 

    synthese van bijnierschorshormonen (cortisol) gebeurt uitgaande van cholesterol
  • Beschrijf de kinetiek (absorptie, distributie ) van de glucocorticoiden
    CBG: hoge affiniteit, lage capaciteit
    albumine: lage affiniteit, hoge capaciteit
    Bij normale concentraties-> grootste deel gebonden aan CBG

    Vrije fractie: diffundeert naar weefsels en is verantwoordelijk voor de effecten
    (synthetische hogere vrije fractie)

    Bij hypoalbuminenie: hogere vrije fracties aangetroffen, gemakkelijker ontstaan van neveneffecten
  • Beschrijf (schematisch) de effecten en functies van glucocorticoiden
    metabool; diabetogeen effect( toestand hyperglycemia)
    met secundair hyperinsulinisme
    Verhoogd katabolisme (EW) mn in de spieren
    Verhoogde lipolyse (extremiteiten), verhoogd lipogeen : romp/nek: buffalo hump --> vetdistributie
    In hoge concentraties: mineraalcorticoid effect, water en zoutretentie--> kan resulteren in toename van de bloeddruk

    effecten op negatieve fb: verminderde vrijstelling ACTH en endogene GC, hypotrofie evt. 

    effecten vasculair: verminderde vasodilatatie, herstel van gestoorde permeabiliteit, verminderde vochtexudatie

    effecten cellulair: zie afbeelding

    effecten op ontstekingsmediatoren
    • minder synthese v pro inflammatoire proteinen: (COX2, IL, etc..)
    • verhoogde productie anti-inflammatoire cytokines en EW (annexine-1, Il-12, Il-10)
    • Minder vorming PGs (inhibitie COX2, en door annexine-1)
    • minder productie igG
    • Verminderde vrijstelling histamine uit basofielen
    • reductie complementfactoren in plasma


    OVERALL effect: 
    reductie van chronische ontsteking en auto-immuunreactie, maar tevens afname in het genezingsproces (vertraagde wondheling) en afname protectieve aspecten vh genezingsproces


    DUS: anti-inflammatoir, immuunsuppresieve, metabole effecten, vertraagde wondheling 
  • Wat zijn de ongewenste effecten van glucocorticoiden?
    • verminderde afweer bij infectie
    • onderdrukking endogene GC productie
    • Metabole effecten ---->hyperglycemie
    • Osteoporose (OC + verminderde absorptie calcium darm, verhoogde excretie nier)
    • Spieratrofie
    • groeiremming kind, vroegtijdig sluiten epifysaire groeischijven
    • hiudatrofie
    • Hoge BD (MC effect)
    • stemmingsveranderingen (euforie,depressie)
    • dit alles kan leiden tot iatrogeen syndroom v Cushing             Het 'syndroom' van Cushing is de verzamelnaam van alle klachten die veroorzaakt worden door de (meestal langdurige) blootstelling aan teveel cortisol in het bloed. Een patiënt met deze klachten heeft de ziekte van Cushing.



    (NW zijn minder bij substitutietherapie)
  • Wat zijn de voornaamste klinische toepassingen van glucocorticoiden?
    toediening: kan zowel lokaal, peroraal als parentaal. Lokale toediening waar mogelijk verdient voorkeur, reductie v NW.
  • Wat zijn DMARDs?
    antireumatica; traagwerkende producten die niet alleen de symptomen verbeteren, maar ook het inflammatoir proces onderdrukken, Vertragen progressie v ziekte, maar genezen de ziekte niet volledig. 

    heterogene groep
  • Methotrexaat?
    Foliumzuur antagonist.
    Remt celproliferatie (T-cellen)

    (DMARD, anti reumatica)

    (zie onderdeel III)
  • Infliximab?
    anticytokines (DMARDs)
    (deze stoffen beïnvloeden TNF-alfa nog andere cytokines betrokken bij RA)

    -->monoclonale antilichamen (mab) tegen TNF-alfa
  • Etanercept?

    anticytokines (DMARDs)
    (deze stoffen beïnvloeden TNF-alfa nog andere cytokines betrokken bij RA)
    --> TNF-alfa receptor gebonden op Fc domein van humaan IgG
  • Leflunomide?
    antireumatica (DMARDs)

    inhibitor (van proliferatie en cytokine productie) door geactiveerde T-cellen
  • Geef 3 mogelijke werkingsmechanisme van immunosuppresiva (kort)
    zie afbeelding

    ter info:

    Interleukine-2 (IL-2), ook bekend als lymfokine en T-cel-groeifactor (TCGF), is een cytokine die belangrijk is bij de proliferatie van T- en B-lymfocyten.



    GC: inhiberen v expressie van IL-2 en hebben bovendien daarnaast belangrijke anti-inflammatoire effecten via andere cytokines 
  • Ciclosporine?

    •Bindt aan cyclofiline --> inhibitie calcineurine -->minder transcriptie IL-2


    (Immunosup: interferentie Il2)


    belangrijkste NW: nefrotoxiciteit
  • Basiliximab?

    •Antilichaam, blokkeert IL-2 receptor op T-helpercel (Th)


    (gehumaniseerd muizenmonoclonale Al tegen Il2 receptor)
  • Sirolimus?

    •Bindt aan FKBP --> inhibitie mTOR --> minder proliferatie T-cellen o.i.v. IL-2.


    (=rapamycine)
    dus onderdrukking van IL-2 signaal transductie
  • Azathioprine?

    Inhibitie DNA-synthese


    •Via 6-mercaptopurine (metaboliet)
    •Inhibeertclonale expansie T en B cellen
  • Wat zijn de voornaamste klinische toepassingen van immunosuppressiva?
    zie afbeelding
  • Wat is de pathogenese van jicht?
    Metabole aandoening gepaard met verhoogde productie of verminderde uitscheiding van urinezuur (afkomstig uit purines).
    Gaat gepaard met: intermittente aanvallen acute artritis, ten gevolge van neerslag van uraatkristallen in synoviaal weefsel v gewrichten.Deze kristallen lokken een acute ontstekingsreactie uit., accumulatie van WBC, die fagocyteren uraatkristallen wat resulteert in productie melkzuur en uiteindelijk cellist met vrijstelling proteolytische enzymes. 
  • Colchicine?

    Bij acute aanval: MIGRATIE VAN WBC in gewrichten tegengaan


    •Dissociatie microtubuli neutrofiel (PMN)
    •Minder influx in ontstekingshaard
    •Minder melkzuur, minder uraatkristallen


    NW: nausea, braken en diarree = limiterende factor bij opdrijven dosis
    nauwe therapeutische marge
  • Van welke middelen kun je gebruik maken bij acute jicht aanval?
    Colchicine: migratie WBC in gewrichten tegengaan
    NSAIDs vanwege anti inflammatoir en analgetisch effect
    allopurinol: inhiberen synthese v urinezuur
    producten die excretie v urinezuur bevorderen
  • Voorbeeld van een middel dat je kunt gebruiken bij chronische jicht?
    Allopurinol: inhibitie urinezuurvorming
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.