Summary Class notes - FRESH

Course
- FRESH
- /
- 2015 - 2016
- hogeschool arnhem nijmegen
- Pedagogiek
319 Flashcards & Notes
6 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - FRESH

  • 1456873200 Fresh begrippen blok 2

  • Moraal
    Het geheel van je waarden en normen die omschrijven wat wij goed vinden. Mensen hebben allerlei opvattingen over de vraag of hier sprake is van goed of kwaad.
  • Waarden
    Begrippen die beschrijven wat mensen waardevol vinden en waarnaar zij streven. Het zijn idealen die wezenlijk zijn voor de kwaliteit van het leven.
  • Normen
    Handelingsvoorschriften die laten zien hoe jij moet handelen als je handelt naar je waarden. Deze kan dienen tot richtlijn voordat iemand handelt of als maatstaf achteraf.
  • Waardenhiërarchie
    Je maakt een afweging over wat jij belangrijker vindt. Een rangorde van waarden.
  • Ethisch of moreel dilemma
    Waardeconflict waarbij je voor een keuze gesteld wordt te kiezen tussen 2 waarden die elkaar uitsluiten.
  • Ethisch perspectief
    Stel jezelf de vraag: is het moreel juist of onjuist? Doe ik het goede? Is het menswaardig?
  • Ethisch vraag
    Over goed en kwaad, over de manier waarop mensen zouden moeten leven.
  • Deugd
    Goede eigenschap die de handelwijze van de mens bepaalt. Iemand die een goede persoonlijkheid heeft.
  • Vooronderstellingen
    Je neemt iets aan, dit verantwoord je. Verschil vooroordeel: een vooroordeel wil je niet onderbouwen en een vooronderstelling kun je ter discussie stellen.
  • Filosofisch perspectief
    Filosofie is vooronderstellingen-onderzoek, je onderzoekt aannames. Vragen over wat we 'de zin van het leven' zouden kunnen noemen.
  • Smalle moraal
    Hoe mensen hun leven willen inrichten is zoveel mogelijk een privé aangelegenheid (weinig regels).
  • Brede moraal
    Omvattende levensvisie. Om samen te leven is de smalle moraal nodig.
  • Niet-schaden principe
    Smalle moraal, de vrijheid van anderen houdt op als door de vrijheid die jij neemt, de ander minder vrijheid kan nemen. Je hebt alle vrijheid tot beperkte hoogte.
  • Normatief mensbeeld
    Het ideaalbeeld waar we naar streven, hoe men wilt dat de mens is.
  • Feitelijk mensbeeld
    Hoe gedragen we ons feitelijk? Wat typeert ons?
  • (Neo-)liberalisme
    Politieke stroming/levensvisie die vrijheid als hoogste waarde heeft. De vrijheid van iemand kan alleen ingeperkt worden waar de vrijheid van een ander wordt geschaad. Neo-liberalisme gaat er vanuit dat overheidsbemoeienis zo minimaal mogelijk moet zijn.
  • Sociale disciplinering
    Je gaat zeggen tegen mensen dat je moet leren hoe het netjes moet. Ik ga jou leren hoe het netjes moet, dit ga ik aan jou voordoen. Met straffen en belonen werken, zodat mensen de ideale burger worden.
  • Middeleeuwen
    500-1500. Ideaal van de werkzaamheid en gehoorzaamheid. Burgers waren horigen. Je moet je best doen, je moet werken. Kinderen zijn mini-volwassenen. Pastoor sprak Latijn, normale mensen konden hem niet verstaan.
  • Renaissance
    1500- 1600. Erasmus (1e humanist) pleitte voor verdraagzaamheid. Kind is een vormloze klomp, kneedbaar. Het kan elke vorm nog aannemen. Niet straffen, maar liefde geven. Wedergeboorte.
  • Verlichting
    17e en 18e eeuw. Mens als maat. Locke: kind is een onbeschreven blad. Je moet het kind alles leren. Rousseau: cultuur slecht, natuur goed. Kind zelf laten ervaren. Kant: afhankelijkheid moet minder.
  • Humanisme
    Gedachte dat je goed leven kunt leiden zonder een beroep te doen op God, ervan uitgaande dat ieder mens vrij, waardevol en gelijkwaardig is en dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn leven.
  • Rationalisme
    Gaat ervan uit dat alleen het gebruik van het menselijk verstand (ratio) tot zinnige kennis kan leiden.
  • Romantiek
    18e en 19e eeuw. Wat voel je? Innerlijke stem, originaliteit, oorspronkelijkheid, intuïtie en gevoel. Authentieke ontplooiing (individueel ideaal). Gevoel en verbeelding staan centraal = reactie op de Verlichting.
  • Reformatie
    Hervorming die als doel heeft dat iets weer wordt zoals vroeger. Hervorming van de kerk in de 16e eeuw die tot het protestantisme geleid heeft.
  • Moralisering-deugdzaamheid
    De overheid dacht dat mensen net burgers moesten zijn, ze moeten goed opgevoed worden. Het moeten deugdzame mensen zijn. Dit noem je moralisering, omdat de overheid gaat zeggen wat de burgers moeten doen. De eigen keuzes worden niet gerespecteerd. Een voorschrijving van de overheid hoe burgers goed meoten leven.
  • Secularisatie
    Proces waarbij het maatschappelijk leven zich steeds meet gescheiden ontwikkelt van de kerk en het geloof.
  • Juridisch perspectief
    Het standpunt vanuit een jurist.
  • Jurisprudentie
    Verzameling van uitspraken die rechters eerder hebben gedaan. Een rechter kan hierin opzoeken wat collega's hebben besloten in zaken die lijken op zijn zaak.
  • EVRM
    Europees bedrag voor de rechten van de mens.
  • BOPZ
    Wet bijzonderen opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Beschermt u als u gedwongen wordt opgenomen.
  • WGBO
    Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die contact tussen patiënt en medicus regelt (hulpverlener-cliënt). Patiëntenrecht: jonger dan 12 = wettelijk vertegenwoordiger, 12-16 jaar = kind en ouder, vanaf 16= eigen keuzes, 18+= zelfbeschikking.
  • Democratisch verantwoord
    De wetgeving wordt bepaald door mensen in de Tweede Kamer. Deze mensen hebben wij als burger gekozen door te stemmen. Hierdoor zijn de wetten democratisch verantwoord. De wet wordt getoetst in de Eerste Kamer aan de grondwet. Als dit goedgekeurd wordt, dan wordt dit algemeen geldend.
  • Legitimatie
    Alle mensen zijn gelijkwaardig geschapen. Alle mensen hebben onvervreemdbaar recht op leven, vrijheid en nastreven van geluk. Norm, geen wet. Het mag volgens de wet. Je bent gerechtvaardigd om iets te doen.
  • Universele Rechten
    Moraal voor mensen met verschillende levensovertuiging. De mens bezit recht op leven, vrijheid en veiligheid, recht op eigendom en vrije meningsuiting.
  • Afdwingbaar
    Burgerlijk recht om iets af te dwingen.
  • Privacy
    Beroepsgeheim: cliënteninfo niet voor derden. Uitzonderingen: - Wettelijk: bij gevaar voor volksgezondheid. Bij conflict van plichten: geen andere weg, levert ernstige schade op, gewetensnood, doorbreking blijft beperkt, geheim zo min mogelijk geschonden. Speciale regelingen; 1. handreiking bemoeizorg: bij dringend gezondheidsbelang, ernstig nadeel, combinatie met overlast = levensuitwisseling zonder toestemming cliënt. 2. verwijsindex jongeren. 3. meldcode.
  • Nalatigheid
    Je doet je taak niet goed terwijl je wel wettelijk verantwoordelijk bent.
  • Sociologisch perspectief
    Gaat over de manier waarop wij ons gedragen in de samenleving. Sociologie bekijkt het gedrag tussen mensen in de samenleving.
  • Dennendal
    Instelling voor mensen met psychiatrische problemen: eind jaren 60 zei verpleging + psychiater dat we mensen opsluiten. Mensen werden als gelijken beschouwd.
  • Verzuiling
    Samenleving met aparte, nauwelijks samenwerkende groeperingen. Vanuit het geloof worden er groepen gevormd.
  • Ontzuiling
    Uiteenvallen van groepen, als het geloof wegvalt en mensen eigen keuzes gaan maken.
  • Negatieve vrijheid
    Locke. Afwezigheid van dwang. Je wordt niet door buitenaf beperkt, er is geen inmenging, je wordt niet gedwongen iets te doen.
  • Positieve vrijheid
    Rousseau en Marx. Zelfontplooiing/ zelfbepaling. Gericht op het bereiken van bepaalde doelen. Heb je zeggenschap over je eigen leven?
  • Paternalisme
    Iemand anders schrijft jou voor hoe je moet leven (ongewenste inmenging).
  • Paternalisme probleem
    Wij vinden het steeds moeilijker om bemoeienis te hebben met andere mensen. Omdat wij elkaars vrijheid en eigen keuzes willen respecteren.
  • Autonomie als begrip letterlijk vertaald
    Auto: zelf. nomos: de wet stellen. Zichzelf de wet stellen, zelfregeling (ik ga over mij).
  • Autonomie als opvoedde: zelf verantwoordelijke zelfbepaling
    Wij voeden ertoe op dat als een kind volwassen wordt dat hij zelf keuzes kan maken en dat hij dit weloverwogen kan doen en hierover zelfverantwoordelijkheid kan nemen.
  • Autonomie als juridisch begrip
    Je mag als je 18 bent eigen keuzes maken. Je bent wilsonbekwaam en handelingsbekwaam.
  • Autonomie als moreel ideaal/ zelfontplooiing
    Hierbij denk je na over wat wel of niet goed is t.o.v. autonomie. Je kunt iets moois van je leven maken door zelf keuzes te maken. Je kiest een toekomstbeeld wat past bij jezelf.
  • Autonomie als zelfbeschikking
    Mensen mogen zelf keuzes maken in hun leven.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Karl Marx
Positieve vrijheid. Mensen worden vrij in een klasseloze maatschappij.
Jean Paul Sartre
1905-1980 = Hij vond dat je zelf verantwoordelijk bent voor alle keuzes die je maakt. Je mag bijv. de schuld niet op God afschuiven (God heeft dit gewild...) = Existentialisme = zelf betekenis geven aan je bestaan/ leven. Je bent vormgever van je eigen leven.
Michel Foucault
1926-1984 = hij ging in dialoog met Sartre, was het niet met hem een. Volgens Foucault overkomt dingen je, je kan niet alles in het leven bepalen = structuralisme = je wordt bepaald door je omgeving/ natuur. Vrijheid is een illusie = ons leven speelt zich af in structuren (regels en dergelijke). Disciplinering leeft tot normalisering. Had het gevoel dat we bepaald worden door de omgeving en niet onszelf mogen zijn. (Hij was zelf homo).
John Locke
Ontwikkeling van mensenrechten. Tabula rasa (onbeschreven blad.) 1632-1702 = Verlichting 17e en 18e eeuw. (1632-1704) Ziet als ideaal een staat waarin de overheid de burgers zo veel mogelijk hun gang laat gaan. Negatieve vrijheid, vrij van... De mate waarin iemand niet door anderen wordt gehinderd in wat hij wil doen. Vrij van bemoeienis van anderen. Voorstander van negatieve vrijheid.
J.J. Rousseau
(1712-1778) Positieve vrijheid. Vrij tot... De vrijheid om het leven in te richten zoals iemand dat zelf wil en zijn eigen doelen na te streven. De maatschappij speelt een belangrijke rol in het bevorderen c.q. realiseren van positieve vrijheid. Mensen zijn van nature vrij en gelijk. Natuurtoestand: mensen zijn wel afhankelijk van natuurlijke omstandigheden, maar niet van andere mensen. Iemand is pas echt vrij als hij kiest voor het belang van zijn groep. Voorstander van positieve vrijheid. Vrij zijn tot...
Immanuel Kant
(1724-1804) Filosofische deontologisch normatieve ethiek, Autonomie is het hoogste doel. De mens bepaalt zelf als redelijk wezen zijn eigen wetten. Hij stelde zich kritisch op t.o.v. het utilisme (behoeftebevrediging en geluk): heteronomie (een situatie waarin een ander de wet bepaalt.)
Hechtingsgedrag
Elke vorm van gedrag dat ervoor zorgt dat de vertrouwde figuur in de buurt blijft.
Hechting
Veilig gevoel, basisvertrouwen, selectieve en duurzame affectieve band met opvoeder
Anorexia athletica
Overmatig lichaamsbeweging die leidt tot ondergewicht
Orthorexia nervosa
Extreem en dwangmatig gezond eten, waardoor uiteindelijk te veel voedingsmiddelen van het menu worden geschrapt.