Summary Class notes - Geneeskunde

Course
- Geneeskunde
- onbekend
- 2016 - 2017
- Avans Hogeschool (Avans Hogeschool Breda, Breda)
- Opleiding tot Verpleegkundige
734 Flashcards & Notes
5 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Geneeskunde

  • 1470348000 samenstelling bloed, hemovigilantie

  • Wat zijn de belangrijkste functies van bloed?
    vervoer van stoffen:
    -zuurstof van longen naar cellen
    -koolstofdioxide van cellen naar longen
    -voedingsstoffen van dunne darm naar cellen
    -Ureum van de lever naar de nieren
    -Hormonen van hormoonklieren naar andere plaatsen

    Afweer tegen ziekte verwekkers
    constant houden van het inwendige milieu
    - regelen lichaamstemperatuur
    -constant houden zuurgraad

    Herstel van beschadigingen door stolling
  • Waar bestaat bloed uit?
    Plasma 55%, witte bloedcellen (thrombocyten) 10%. rode bloedcellen (erytrocyten) 45%
  • Benoem de transfusieketen
    -indicatiestelling
    -Aanvraag 
    -lab onderzoek
    -uitgifte
    -toediening   
    -rapportage
  • Waar bestaat lab uit bij aanvraag bloed?
    Bepalen bloedgroep, resusfactor en kruisbloed
  • Welke bijwerkingen kunnen optreden tijdens bloedtransfusie?
    Infectieuze complicaties
    Niet infecieuze complicaties
  • Wat zijn de meest voorkomende ongewenste reacties op bloed?
    Niet hemolytisch
    allergische reactie
    vertraagde hemolytische transfusiereactie
    TRALI
  • Benoem symptomen van transfusie reactie
    koorts/koude rillingen
    jeuk/ urticaria
    dyspneu
    hypotensie
    tachycardie,
    shock
    misselijkheid
    kortademigheid,
    Pijn: flanken, infuusplaats, rug, op de borst
    buikpijn/hoofdpijn
  • 1472335200 Geneeskunde; Hartfalen

  • Hartfalen is een aandoening waarbij het hart het bloed niet goed rondpompt. Dit heeft een verminderde bloedcirculatie, stuwing (congestie) van het bloed in de aders en de longen en andere veranderingen die het hart kunnen verzwakken.
  • Wanneer spreekt met van coronarialijden?
    Wanneer de slagaders die het hart van bloed voorzien, aangedaan zijn door artherosclerose
  • Wanneer spreek je van onstabiele Angina Pectoris?
    Onverwacht patroon van aanvallen v podb, t.o normale AP, die enigszins voorspelbaar is.
  • Wat is een andere naam voor hartfalen?
    Congestief hartfalen.
  • Andere naam voor onstabiele angina pectoris?
    Dreigend infarct
  • Benoem ziektebeelden van coronarialijden?
    Asymptomatisch coronarialijden (artheroslerose hartslagaders,zonder symptomen)
    Stille ischemie ( zuurstof tekort door vernauwing kransslagaders, zonder uitingen)
    Angina pectoris (PODB, aanvalsgewijs, inspanning, kou en emotie, reageert op rust en med)
    Ontstabiele A.P (Dreigend infarct, treedt op zonder reden, slechte reactie op nitraten)
    NonQwave infarct (Beperkt myocard infarct, geen q toppen op ECG)
    Acuut Myocard infarct (Plotse versterving deel hartspier door afsluiting arterie hartspier)
    Oud infarct ( Littekenweefsel op de plek v spierweefsel)
  • Risicofactoren Artherosclerose:
    Hoge tensie
    DM
    Roken
    Overgewicht/weinig beweging
    Leeftijd
    Hypercholesterolemie
    Stress
  • Wanneer spreekt men van linker en of rechter hartfalen?
    Wanneer 1 van de zijden sterker aangetast is dan de andere.
  • Waardoor wordt angina pectoris veroorzaakt?
    Een combinatie van een beschadigde vaatwand, plaatselijke ontsteking en stolling.
    Dissectie waardoor atherosclerose vrijkomt en ook beschadigt (plaqueruptuur), dit weefsel icm met bloed activeert de stolling zodat stolsels kunnen ontstaan. Hierdoor kan een vatulcus ontstaan. Al deze factoren kunnen de vaatwand prikkelen om samen te trekken zodat een occlusie dreigt.
  • Hoe kan verhoogd cholesterol tot vaatlijden leiden?
    Het ontstaan van ophopingen cholesterol, lichaam krijgt dit vanwege moeilijke oplosbaarheid, moeilijk weg. Afzetting van overtollig cholesterol is een hoofdoorzaak van artherosclerose,
  • Benoem de HDL en LDL cholesterol
    LDL transporteert cholesterol naar de weefsels, HDL retourneert overtollig cholesterol naar de lever. Te veel LDL in bloed leidt tot afzetting cholesterol in de vaten, hoog HDL gehalte biedt juist bescherming tegen artherosclerose..
  • Wanneer spreek je van een secundaire angina pectoris?
    AP door Anemie, ing=fectie, R/r daling, longaandoeningen, schildklier problemen.
  • Systolische en diastolische disfunctie, welke komt het meest voor?
    Systolische disfunctie komt het meest voor.
  • Vanaf hoeveel % vernauwing van coronaria treden er klachten op
    Tot 50% meestal bloedstroom ongemoeid
    70% Belemmering bij beasting, (inspanning, hoge tensie) 
    90% en meer, belemmert de bloedstroom, in rust
    100% Myocardinfarct
  • Aan welke zijde van het hart verzamelt zuurstofarm bloed?
    Aan de rechterzijde.
  • Aan welke zijde van het hart verzamelt zich zuurstofrijk bloed zich?
    Aan de linkerzijde.
  • Wanneer spreek je van coronaire insufficientie?
    Tijdens inspanning meer behoefte aan zuurstofrijk bloed, meer pomparbeid = meer energie dus coronairen moeten meer bloed aanvoeren. Bij vernauwing tot 70% geeft dit problemen. De zuurstofvoorziening van een hartspier schiet tijdelijk tekort.
  • Wanneer ontstaat hartfalen?
    Wanneer de pompfunctie van het hart onvoldoende is. Gaat gepaard met vochtretentie
  • Wat gebeurt er in en rond het hart bij hartfalen?
    Er wordt onvoldoende bloed naar de weefsels gevoerd en het bloed wat naar het hart moet, hoopt zich op. Er ontstaat stuwing (congestie) in de aders.
  • Wat is het verschil tussen links hartfalen en rechts hartfalen?
    Bij links hartfalen is er sprake van ophoping van bloed dat van de longen naar de linker harthelft gaat. De stuwing vind plaats in de longen.
    Bij rechter hartfalen komt er onvoldoende bloed, afkomstig van de rest van het lichaam, in de rechter helft van het hart. Dit zorgt voor stuwing in andere lichaamsdelen.
  • Wat kun je zien aan de patiënt wiens longen gestuwd worden door linker hartfalen?
    Stuwing in de longen leidt tot belemmering van de werking van de longen, de ademhaling wordt bemoeilijkt.
  • Wat kun je zien aan een patiënt met rechter hartfalen?
    Oedemen in benen, organen zoals de lever kunnen worden vergroot en vocht in de buikholte waardoor men een opgeblazen gevoel ervaart.
  • Leg uit hoe het kan dat  hartfalen leidt tot nierfalen?
    Wanneer het hart niet krachtig genoeg pompt, daalt de bloeddruk en functioneren de nieren niet voldoende. De bloeddruk in de slagaders zorgt er (normaal) voor dat nieren vocht en afvalstoffen uit het bloed filteren en in de urine afvoeren. Bij hartfalen kunnen de nieren het teveel aan vocht niet meer uit het bloed verwijderen. Dit leidt tot meer vocht in de aders waardoor het hart nog harder moet werken, het hartfalen wordt versterkt.
  • Wat zijn de twee voornaamste vormen van hartfalen?
    Systolische en Diastolische disfunctie
  • Leg systolische disfunctie uit
    De ventrikels zijn vergroot, hierdoor is de spierwand van de kamers dunner en kan het hart minder krachtig pompen (te weinig output) 0 tot 50% van het bloed wordt naar de slagaders gepompt. Er blijft hierdoor meer bloed achter in de hartkamers, bloed hoopt zich op in de aders.
  • Leg diastolische disfunctie uit
    De spierwand van de ventrikels is verdikt waardoor de kamers minder volume bloed binnen krijgen. (te weinig vulling van de kamers) De ventrikels pompen 60% van het bloed rond, de hoeveelheid bloed is kleiner dan normaal. Er kan minder bloed vanuit de aders in het hartstromen, ook hier ontstaat stuwing in de aders.
  • Noem oorzaken van systolisch hartfalen
    Coronaire hartziekten: belemmering van toevoer van zuurstofrijk bloed naar de hartspier waardoor de de hartspier niet voldoende meer kan samentrekken. Afsluiting van een coronair leidt tot een hartinfarct waarbij een deel van de hartspier afsterft, dit deel kan niet meer samentrekken.

    Myocarditis: ontsteking vd hartspier  infectie door virus, bacterie of andere ziekteverwekker.

    Hartklepvernauwing (stenose) of lekkage (regurgitatie)

    Septumdefect (opening tussen wanden binnen het hart. Er vindt circulatie binnen het hart plaats waardoor het hart harrder moet werken.

    Aandoeningen in elektrische geleidingssysteem waardoor een afwijkend hartritme ontstaat.  Wanneer het hart op een abnormale manier klopt, kan het minder goed bloed rondpompen.

    Pulmonale hypertensie; Er treden daardoor beschadigingen op in de bloedvaten  van de longen. Doordat de druk in de longslagaders is verhoogd. 

    Afsluiting longslagader; de rechter harthelft   moet meer moeite doen om het bloed naar de longen gepompt te krijgen. Hierdoor kan deze harthelft vergroten en de wanden dikker.
  • Wat is de naam van de hartklep die zich tussen de rechter boezem en rechter kamer  bevindt?
    Tricuspidalusklep
  • Wat is de naam van de hartklep tussen de rechterkamer en de longslagader (arterie pulmonalis)
    Pulmonalisklep
  • Noem interventies die therapietrouw bevorderen tav medicatiegebruik
    -Maak een duidelijke overzichtelijke medicijnkaart
    -Geef korte duidelijke informatie over de werking en belangrijkste bijwerkingen en wijze van inname, laat pt info herhalen.
    -inventariseer de houding t.o medicatie bij pt. ga in op weerstand en dubbele uitspraken en probeer tot oplossing te komen, ernst v ziekte en belang v medicatie moet helder zijn.
    -Schrijf merk- en stofnaam op voor pt.
    -Betrek partner bij de voorlichting en bespreek mogelijkheden ter onderstuning v pt.
    -medicijndoor voor een week inrichten.
  • Wat is de naam van de hartklep die tussen de linkerboezem (atrium) en linkerkamer (ventrikel) ligt?
    Mitralisklep
  • Wat is de naam van de hartklep die tussen de linker ventrikel en de aorta ligt?
    Aortaklep
  • Benoem de lagen van het hart van binnen naar buiten.
    endocard, myocard, visceraal pericard, pericardiale ruimte, paritiale pericard
  • benoem de kransslagaders links en rechts
    Uit de aortawortel ontspringen de linker en rechter coronaire arterien, RCA en LCA. Uit de linker CA ontspringen direct de ramus descendens anterior en de ramus circumflex. Dit zijn de grootste coronaire arterien
  • Wat is de meest voorkomende oorzaak van hartfalen?
    Ischemische hartziekten, hypertensie 
    hartklepafwijkingen, hartritmestoornissen en cardiomyopathie
  • Benoem compensatiemechanismes
    1. Vochtretentie vanuit de nieren waardoor de bloedvaten beter gevuld worden.
    2. Verhoging van hartritme waardoor meer bloed rondgepompt wordt.
    NB beide zijn op den lange duur belastend voor het hart waardoor nog meer hartfalen optreed.
  • Noem 7 tekenen die wijzen op vasthouden van vocht.
    2 kg in 2 a 3 dagen, 
    opgezetten enkels en benen (putjes)
    strakker zittende kleren, volgevoel
    toename kortademigheid, ook bij platliggen
    verminderd inspanningsniveau, toename vermoeidheid.
    Verandering van hartritme
    Overdag minder plassen en s nachts meer
    duizelig
    onrust
  • Noem mogelijke oorzaken van therapie ontrouw bij een vochtbeperking en natriumarm dieet
    Onvoldoende kennis en vaardigheden om voorschriften goed uit te voeren.
    Niet begrijpen van voorschriften
    te weinig informatie
    Gemiddeld 7 verschillende medicijnen met verschillende tijden en bijwerkingen
    Onduidelijke communicatie tussen zorgvrager en - verlener
    Gebrek aan vertrouwen in mogelijkheden gezondheidszorg.
  • Waarom zijn patiënten met hartfalen vaak zo moe?
    door een ontoereikende zuurstofvoorziening naar de weefsels
    Door anemie
  • Wat is cachexie en wat is de relatie met hartfalen?
    Verlies van vet-, spier- en botmassa, verlies van 6% in 6-12 maanden. Gaat samen met ernstige dyspneu klachten, lage kwaliteit van leven en slechte prognose.
    relatie is veneuze stuwing van het maag-darmkanaal, metabole ontregeling, verminderde inname van voeding door vermoeidheid, kortademigheid, volgevoel in de buik, bijwerkingen medicatie en niet lekker vanwege natriumarm.
  • Wat gebeurt er bij atriumfibrileren?
    Bij een normaal hartritme ontstaat een elektrische prikkel in de sinusknoop. Deze prikkel verspreidt zich daarna over de boezems. Bij boezemfibrilleren ontstaan de elektrische prikkels niet op één plek maar op diverse plaatsen in de boezems. Deze prikkels bewegen snel en kriskras door elkaar.
    Normaal laat de AV-knoop elke prikkel vanuit de boezems door naar de kamers. Bij een chaos aan prikkels lukt dit niet. De AV-knoop laat bij boezemfibrilleren slechts een deel van de prikkels door naar de kamers.
  • Wat is het grootste risico van AF
    Stolselvorming waardoor kans op MI of CVA/tia vergroot.
  • Waar let je op bij een vermoeden van hartfalen?
    Breathing: Versnelde ademhaling, hulpspieren, gestuwde halsader, symetrische ademhaling
    Circulation: cap refill, kleur lippen en gelaat, hartfrequentie, mictie, krachtige pols(vulling), polsdeficit door AF (ritme hart normaal met stethoscoop maar pols handelt anders) fibrileren kun je niet horen wel voelen. oedemen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - geneeskunde

  • 1478473200 van mens tot cel

  • frontale vlak
    voorkant
  • sagittale vlak
    achterkant
  • transversale vlak
    boven/onder
  • coronale
    achter
  • anterior
    voorkant
  • posterior
    achterkant
  • lateraal
    zijkant
  • mediaal
    midden
  • ventraal
    buik
  • dorsaal
    rug
  • craniaal
    hoofd
  • caudaal
    staart
  • proximaal
    dichtbij
  • distaal
    verder weg
  • palmair/plantair
    palm v.d. hand
  • arteria iliaca externa dex. en sin.
    externa, de benen, en iliaca het darmbeen
  • vena jugularis dex. en sin.
    jugulum = kuiltje boven sternum = borstbeen
  • vena subclavia dex. en sin.
    claviculum = steutelbeen
  • venea brachiocephalica dex. en sin.
    brachium = arm; cephal = m.b.t. hoofd
  • musculus pectoralis major
    spier, borst, groot
  • musculus serratus anterior
    spier, gezaagd, voor
  • musculus obliquus externus abdominis
    spier, schuin, buitenste, buik
  • clavicula
    kleine sleutel, sleutelbeen
  • scapula
    schouderblad
  • os coxae
    heupbeen, uit: pubis, ischium, ilium
  • os pubis
    schaambeen
  • os ischium
    zitbeen
  • os ilium
    darmbeen
  • os sacrum
    heiligbeen
  • oesophagus
    slokdarm
  • vena cava inferior
    onderste holle ader
  • plexus brachialis
    knooppunt van zenuwen die de arm bezenuwen, loopt door de nek de oksel en vervolgens de darm
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Geneeskunde

  • 1459461600 Braak en slikstoornissen

  • Wat is de functie (het doel) van braken in de meeste gevallen?
    Braken is in veel gevallen een verdedigingsmechanisme van het lichaam om schadelijke stoffen kwijt te raken
  • Beschrijf wat er allemaal gebeurd in het menselijk lichaam bij braken en wat dus het braken mogelijk maakt (denk daarbij aan de rol van buikspieren, middenrif,  in-  en uitgang van de maag, epiglottis, speekselklieren).
    Tijdens het braken werken de buikspieren en het middenrif mee ter ondersteuning van de antiperistaltische beweging

    -> de buikspieren spannen zich sterk aan om de druk in de buikholte op te voeren en het middenrif wordt vlakker, waardoor de opening van de maag naar de slokdarm wijder wordt
    -> met de gelijktijdige antiperistaltische beweging van de slokdarm kan de inhoud van de maag in een vloeiende beweging naar boven worden gewerkt.
    -> aan het begin van de braakreflex sluit het epiglottis zich stevig over de ingang van de luchtpijp
    -> zodat het braaksel niet in de longen terecht kan komen.
  • Braken kan soms verward worden met andere (vergelijkbare) verschijnselen. Welke zijn dat?
    Waar braken mee vergelijken kan worden maar niet zo is, is: Rumineren, regurgitatie of reflux
  • Welke medicijnen behoren tot de groep PPI’s,  waar is dat een afkorting van en wanneer worden deze medicijnen vooral gegeven?
    PPI's = protonpompremmers

    -> deze protonpompremmers zoals omeprazol en pantoprozol remmen de productie van maagzuur 
    -> hierdoor neemt de relflux sterk af.
  • Wat gebeurd er als iemand rumineert en bij welke zorgvragers kan je dat verwachten?
    Bij rumineren haalt de patient door manipulatie van de tong en keel het voedsel weer naar boven, kauwt het opnieuw en slikt het weer door. Rumineren komt voor bij onrustige of sterk geprikkelde zuigelingen, bij verstandelijk gehandicapten en bij dementen ouderen.
  • Wat is er aan de hand als iemand regurgiteert, welke klachten geeft dat?
    Regureren is het gevolg van een onvoldoende afsluiting van de maag. Als de opening om het middenrif die de slokdarm doorlaat te wijd wordt, ontstaat een middenrifbreuk. Hierdoor gaat het afsluitmechanisme lekken en komt het maagzuur in de onderste gedeelte van de slokdarm.
    De patient krijgt last van zuurbranden en opboeren -> bij hevige reflux komt de maagzuur in de mond ->
  • Wat zijn de risico’s van reflux op langere termijn?
    bij langdurige blootstelling aan maagzuur in de slokdarm kan er slokdarmkanker ontstaan.
  • Het braakcentrum stuurt de braakreflex.  Waardoor kan het braakcentrum zelf geprikkeld worden?
    Bij ziekte van bijv. je maag kan de nervus vagus het braakcentrum activeren. De nervus vagus is een lange zenuw die de hersenen verbindt met de organen in de borstholte en de buikholte.
  • Het motorische zenuwstelsel, het parasympatisch en sympathisch zenuwstelsel zijn alle drie betrokken bij het braken.  Beschrijf welke reacties  je kan waarnemen bij de prikkeling van deze zenuwstelsels.
    Motorische - zijn de waarneembare reacties de diepe ademhalingsteugen en de buikspieren die aanspannen
    Sympatisch - iemand gaat zweten door een verhoogde polsslag
    Parasympatisch - iemand maakt meer speeksel aan
  • Gaan braken en misselijkheid altijd samen?
    nee is niet zo. verhoogde hersendruk gaan mesen alleen braken zonder misselijk te zijn.
  • Waarom kan het van belang zijn te weten op welk manier er wordt gebraakt?
    De manier van braken kan informatie geven over de aandoening die het braken veroorzaakt.
  • Benoem vier aspecten ( wat je aan het braaksel kan zien) die je kan waarnemen en braaksel?
    Je kijkt naar aanwezigheid van bloed, gal, ontlasting, waterig slijm en onverteerde resten van de vorige maaltijden.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term retentiebraken,  hoe herken je dat en waar kan dat op wijzen (wat is de oorzaak daarvan)?
    Retentiebraken kenmerkt zich door het opgeven van onverteerd voedsel dat door de rottingsgeur erg stinkt. In het braaksel herken je vaak het eten van de vorige dag. Dit gebeurt meestal bij afsluiting van de twaalfvingerige darm of maaguitgang hoopt het voedsel zich op in de maag.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term projectiel braken,  hoe herken je dat en waar kan dat op wijzen (wat is de oorzaak daarvan)?
    Projectiel braken is wanneer iemand braakt met enorme kracht over enige afstand. Dit komt voor bij verhoogde hersendruk. Projectielbraken zie je ook bij een afsluiting van de maaguitgang naar de darm door een tumor of littekenvorming na zweervorming.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term fecaal braken,  hoe herken je dat en waar kan dat op wijzen (wat is de oorzaak daarvan)?
    Wanneer iemand braakt en het braaksel ziet er donkerbruin uit en heeft de geur naar ontlasting dit komt bij een afsluiting in de darmen, een ileus, zo hoopt de ontlasting zich op en kan plotseling worden opgebraakt.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term hematemesis,  hoe herken je dat en waar kan dat op wijzen (wat is de oorzaak daarvan)?
    Als zich bloed in het braaksel bevindt, spreek je van bloedbraken of haematemesis. Bij een kleine bloeding verteert het bloed in de maag en krijgt het braaksel een roestbruin of koffiekleurig aspect. Bij een grote bloeding braakt de patient helderrood bloed op. Dit wordt veroorzaakt door een maagzweer, maagcarcinoom en bij slokdarm spataderen.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term hartwater?
    Slijm van de maag vermengd met speeksel, kan plosteling opgegeven en uitgespuugd worden. Dit kan door prikkeling van het maagslijmvlies door ontsteking of een zweer kan de maag aanzetten tot de productie van veel slijm. Het lijkt niet op gewoon braaksel.
  • Beschrijf wat wordt bedoeld met de term galbraken,  hoe herken je dat en waar kan dat op wijzen (wat is de oorzaak daarvan)
    Bij langdurige braken verschijnt er gal in het braaksel. Deze vorm van braken komt voor bij galstenen, leverziekten, ontstekingen van de alvleesklier en bij ontsteking van het buikvlies. Het zit er geelgroenig uit van kleur.
  • Welke metabole gevolgen heeft langdurig braken?
    Het verlies van grote hoeveelheden vocht en mineralen veroorzaakt uitdroging of dehydratie. Het uitbraken van veel (maag) zuur verstoort het zuur-base-evenwicht en de verstoring door het zuur-base-evenwicht = het metabole alkalose. 
    Gevolgen op langere termijn zijn:
    - Het lichaam wordt hierdoor minder zuur -> als gevolg dat de nieren dit compenseren door bicarbonaat vast te houden en kalium uit te scheiden -> met als gevolg dat er ernstige hartritmestoornissen veroorzaakt kunnen worden.
  • Welke gevolgen heeft braken mogelijk voor de luchtwegen?
    Het gevolg van braken is het binnendringen van maaginhoud in de luchtwegen. Hierdoor kan er een ernstige ontsteking ontstaan, omdat het longweefsel sterk beschadigt door het maagzuur, = Aspiratiepneumonie
    * Patienten met een verlaagde bewustzijn is dit een verhoogd risico. Doordat ze een verminderde slikfunctie hebben en een onregelmatige ademhaling.
  • Welke gevolgen heeft (langdurig) braken  mogelijk voor de oesophagus?
    Langdurig braken geeft beschadiging van het slokdarmslijmvlies. Het epitheel is niet tegen het zuur bestand. De patient krijgt last van zuurbranden en heeft pijn bij het slikken. Met als gevolg dat er scheurtjes kunnen ontstaan in de overgang van de maag naar de slokdarm met als gevolg dat er bloedingen optreden en kan de maaginhoud in de holte tussen het hart en de longen in komen. dit is dodelijk maar gebeurt zelden.
  • Er zijn diverse groepen medicijnen die het braken kunnen afremmen.  Beschrijf van onderstaande groepen  bij welke klachten ze vooral worden voorgeschreven en geef van elke 2 voorbeelden (stofnaam en merknaam)?
    Antihistaminica - berust op de blokkade van histaminereceptoren in het centrale zenuwstelsel. Deze wordt vooral gegeven bij reisziekte en zwangerschapsbraken hormoonbraken of bij duizeligheid. (Cyclizine, cinnarizine)

    Fenothiazinen - deze remt de dopaminerge prikkeloverdracht in de hersenen. VB, chloorpromazine.

    Serotonineblokkers - deze blokkeert serotoninereceptoren in de hersenen, maar ook in de maag-darmkanaal. Worden gegeven bij cystostatica. VB, ondansetron.
  • Welkt effect hebben Motilium ® en Primperan ®  op de maag, wat zijn de stofnamen van deze medicijnen ?  Wanneer worden deze  medicamenten vooral voorgeschreven?  (zie ook FK)?
    Deze bestaat uit verschillende middelen die op diverse receptoren werken. Deze middelen werken op de dopaminereceptoren in de maagwand. Beide middelen stimuleren de perisaltiek van de maag, waardoor de maag zich versneld ledigt.
  • Uit welke fases bestaat het slikken?
    Slikken bestaat uit twee fases een willekeurige en een onwillekeurige fase.
    De willekeurige fase begint door de mond te sluiten als voorbereiding op de slikreflex. Is de slikbeweging eenmaal in gezet, dan volgt de onwillekeurige fase van het slikken die je niet meer kunt stoppen.
  • Welke twee soorten aandoeningen geven aanleiding tot slikstoornissen? Noem van beide soorten drie voorbeelden.
    Neurologische aandoeningen en niet-neurologische aandoeningen

    Neurologische = CVA, Ziekte van parkinson, ALS (amyotrofe laterale sclerose

    Niet-neurologische aandoeningen = blijvende slikstoornissen kunnen optreden na de behandeling van tumoren van mond, tong en keelholte. En radiotherapie geeft ook tijdelijke slikproblemen.
    Gevolg van stoornissen in de speeksel aanmaak kan ook slikstoornissen opleveren
  • Welke gevolgen heeft het niet kunnen slikken vooral (welke klachten of symptomen)
    Aanhoudende slikstoornissen kunnen uiteindelijk leiden tot uitdroging en ondervoeding + dat verslikken tot ernstige luchtweginfectie kan leiden
  • Geef een behandelmogelijkheid?
    Slikstoornissen kunnen operatief en niet operatief behandeld worden. 
    Operatief - wordt het bovenste slokdarmspier door gesneden om een betere passage van de voedsel te creeren.
    Het plaatsen van een tracheacanule kan als behandeling zijn wanneer en veel overtollig speekselvorming is en de voedsel resten uit te zuigen.
    Medicijnen

    Niet operatief
    consult van de dietise en logopediste
    patient zittend laten eten
    samenstelling en consistentie van het voedsel veranderen
    kin op de borst vermakkelijkt het slikken
    slikken oefenen
  • Leg uit waarom bij urine onderzoek de ochtendurine de meeste informatie geeft.
    De eerste urine of ochtend urine is gedurende de slaap opgespaard en bevat een hoge concentratie afvalstoffen waardoor deze urine erg geschikt is voor onderzoek.
  • Wat wordt er bedoeld met de term nycturie en wat is de (klinische) betekenis daarvan?
    Nycturie is nachtelijke mictie. Dit wil betekenen dat iemand nachts moet plassen doordat er laat in de avond nog sprake is van veel drinken of van een ziekte blaasontsteking of hartfalen.
  • Leg uit wat er wordt bedoeld met gewassen plas, waarom is dat van belang en hoe wordt dat verkregen?
    met gewassen plas wordt bedoelt dat de patiënt eerst de geslachtsdelen wast en spoelt met water. dan wordt de eerste urine geloosd in de wc vervolgens wordt een deel van de urine in een schoon potje opgevangen. de rest mag verder worden geloosd in de wc
  • We kennen voor urine onderzoek 4 verschillende vormen van onderzoek. Welke zijn dat?
    - Macroscopisch onderzoek (hierbij gaat het om helderheid, kleur en hoeveelheid)

    - Microscopische onderzoek - hierbij wordt een sediment gemaakt = een bezinksel dat ontstaat wanneer de urine cenrifugeert, hier kun je bloedcellen, ontstekingscellen, bacterien opsporen.
    - Klinische-chemisch onderzoek - dit gebeurt d.m.v. een chemische reactie. hierbij kun je vaststellen welke stoffen er in de urine zit.

    - Microbiologisch onderzoek - hierbij kun je bij een urineweginfectie de ziekteverwekker op sporen. dmv een urinekweek
  • Wanneer spreken we van polyurie en noem 5 oorzaken daarvan?
    we spreken van een polyurie wanneer iemand meer dan 2000 milliliter urineproductie heeft per dag. (polyurie kan een reactie zijn van de nieren op een stofwisselingsstoornis)
    - Ontregelde diabetes mellitus.
    - Bij een maligne proces
    - Bij afbraak van eiwitten
    - Een tekort aan ADH (diabetes insipidus)    
  • Polyurie gaat vaak gepaard met een ander verschijnsel. Welke is dat en hoe wordt dat genoemd?
    Polyurie leidt in veel gevallen tot overmatig vocht verlies. de patient heeft dan veel dorst en drinkt veel meer dan normaal dit = polydipsie
  • Wanneer spreken we van uremie?  Waar wijst dit op?
    we spreken van uremie wanneer de gehalte van ureum verhoogd is in het bloed. Dit wijst op dat afvalstoffen zich hebben opgehoopt. dit is een teken van een slechte nierfunctie
  • Wat is anurie ?  Noem 4 oorzaken voor een anurie
    Anurie is wanneer de urineproductie is afgenomen tot minder dan 50 milliliter per dag.
    Anurie kan veroorzaakt worden door:
    - Extreem lage bloeddruk (door grote bloeding of ernstige uitdroging)
    - nierziekten
    - Obstructie van de urinewegen 
  • Wat is oligurie ?
    oligurie is wanneer de urineproductie daalt onder de 500 milliliter per dag.
  • Benoem een aantal afwijkende kleuren van urine en geef per kleur aan wat er dan mogelijk aan de hand is.
    heldergeel - normaal
    donkergeel - geconcentreerde urine
    licht roze - klein hoeveelheid  bloed
    donkerrood - veel bloed als gevolg van een urineweginfectie

    donderbruin - hoge concentratie verschijnt het bilirubine in grote hoeveelheden in de urine als het afbraakproduct urobiline -> dit komt door leverziekten
    of een fistel
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - geneeskunde

  • 1448924400 les 3 hst 7 deel 1

  • uit welke 6 voedingstoffen bestaat ons voedsel?
    suikers, vetten, eiwitten, mineralen, vitamines en water.
  • wat is het verschil tussen organisch en anorganisch?
    organische stoffen worden gemaakt door levende organismen en anorganische stoffen hebben hun oorsprong in de niet-levende natuur.
  • welke functies hebben koolhydraten?
    - energieleveranciers van cellen
    - brandstof
    - bouwstof, aanmaak van belangrijke organisch verbindingen.
  • welke 3 typen monosachariden?
    glucose, fructose, galactose
  • wat is de molecuulformule fan een disacharide?
    c12h22011 ( ze worden in het spijsverteringskanaal gesplitst in monosachariden.
  • wat zijn de 3 belangrijkste polysachariden en waar bestaan ze uit?
    zetmeel, glycogeen en cellulose. ze bestaan uit aan elkaar gekoppelde glucosemoleculen.  (cellulose vormen vezels)
  • welke enzymen zorgen voor afbraak van koolhydraten en wat doen ze?
    - amylase knipt zetmeel in maltose(disacharide)
    - maltase splitst de maltose in glucose
    - lactase splitst lactose in glucosen en galactose
    - sacharase splitst sacharose in glucose en fructose
  • wat zijn lipiden?
    vetten
  • welke functies hebben lipiden?
    - soms brandstof
    - energiereserve
    - bouwstof
    - oplosmiddel voor bepaalde vitaminen
    - isolatie
  • wat is het verschil tussen verzadigden en onverzadigde vetzuren?
    verzadigde vetzuren hebben een algemene molecuulformule en bij kamertemperatuur gestold. (dierlijke vetten meestal)
    onverzadigde vetzuren zijn minde H gebonden vanwege dubbelebinding en zijn meestal vloeibaar.
  • wat kenmerkt fosfolipiden?
    hydrofiel en hydrofoob deel
  • hoe gaat de afbraak van lipiden?
    worden afgebroken in glycerol en vetzuren door het enzym lipase.
    te grote verzuren komen via de lymfebanen in het bloed.
  • wat zijn de funties van eiwitten? ( hint: heeel veel verschillende soorten eiwitten)
    - als bouwstof
    - als enzym
    - voor transport
    - voor de signaalwerking   
    - voor de  spierwerking (in elkaar schuiven van eiwitten)
    - voor afweer ( antistoffen zijn eiwitten)
    - als hormoon
    - voor bloedstolling
    - voor de werking van zenuwstelsel
    - als energiebron in noodgevallen.

    EIWITTEN KUNNEN NIET WORDEN OPGESLAGEN!
  • hoe zijn eiwitten opgebouwd?
    het zijn aan elkaar gekoppelde aminozuren. de bindingen heten peptidebindingen.
  • hoe worden eiwitten afgebroken?
    ze worden afgebroken door proteasen --> aminuzuren kunnen via darmwand in het bloed worden opgenomen.
  • waar tot behoren mineralen?
    zouten en in het bloed elektrocyten, spoorelementen
  • waar zijn mineralen voor verantwoordelijk?
    kristalloid osmotische waarde in het bloed en in het weefselvocht.
  • wat zijn spoorelementen ( soort mineraal)
    het zelfde als elektrocyten maar dan in kleinere hoeveelheid nodig. meestal metalen. ingebouwd in hormonen, vitaminen en enzymen
  • wat zijn vitaminen?
    organische verbindingen die onmisbaar zijn voor enzymsystemen.
  • welke twee soorten vitaminen zijn er?
    - in water oplosbare vitamines. 
    - in vet oplosbare vitamines.  (komen samen met vet het bloed in )
  • wat is de belangrijkste bouwstof van het lichaam?
    water
  • wat zijn de 6 taken van het spijsverteringsstelsel?
    - opname van voedsel uit uitwendig milieu (eten en drinken)
    - mechanische verkleining en menging van voedsel ( kouwen en kneden)
    -chemische bewerking door enzymen  (vertering)
    - peristaltiek
    - resorptie ( overdracht voeding naar bloed
    - uitscheiding (onlasting)
  • noem de volgorden van organen in spijsverteringskanaal.
    mondholte, keelholte, slokdarm, maag , dunne darm, dikke darm. (figuur 7.3)
  • welke organen ondersteunen de spijsvertering?
    speekselklieren, alvleesklier, lever en galblaas.
  • wat zijn van vinnen naar buiten de lagen van de darmwand
    mucosa, submucosa, muscularis, serosa. (figuur 7.4)
  • wat is de mucosa (laag van darmwand)
    epitheel met slijmproducerende cellen, kliercellen en afvoerbuizen van klieren
  • wat is de lamina propria mucosae ? (laag darmwand)
    laagje losmazig bindweefsel.
  • muscularis mucosae? (laag darmwand)
    dun laagje glad spierweefsel (ondersteunen afgifte van klierproducten)
  • wat is de submucosa? (laag darmwand)
    dikke bindweefsellaag met bloedvaten, lymfevaten en zenuwen.
  • wat is het muscularis? (laag darmwand)
    het spiergedeelte van de wand. een laag kringspieren en een laag lengtespieren.  ----> peristaltiek
  • wat is serosa (laag darmwand)
    het viscerale blad van het buikvlies bestaande uit mesotheel en basaalmembraan.
  • wat is cavum oris in de volksmond?
    de mondholte
  • wat voor functie heeft de mondholte voor vertering
    het voedsel betasten, verkleinen, vermengen met speeksel, gedeeltelijk verteren en inslikken.
  • wat is het palatum? (deel van mondholte)
    gehemelte
  • wat is het palatum durum? (deel van mondholte)
    harde gehemelte
  • wat is het palatum molle?(deel van mondholte)
    zachte gehemelte (bestaat voornamelijk uit spieren)
  • wat is de uvula? (deel mondholte)
    huig
  • wat is de lingua? ( in de mond)
    de tong
  • uit welk soort spierweefsel bestaat de lingua die vast zit aan het os hyoideum?
    dwarsgestreept spierweefsel
  • waaruit bestaat het tongslijmvlies?
    een dikke laag niet-verhoornend plaveiselepitheel met een bultig opp en groot aantal smaakpapillen.
  • met welke tanden snij je het voedsel?
    de dentes incisivi, de beitelvormige snijtanden.
  • met welke tanden bijt en scheur je het voedsel af?
    priemvormige, scherpe hoektanden.
  • bestudeer figuur 7.8, 7.9 en 7.10 en figuur 7.11
    kom op do kest et!!
  • wanneer word het speeksel sereus?
    sereus = waterig, als het voedsel droog, scherp, bitter, zoet of zuur is.
  • wat heeft invloed op een hogere of lagere secretie van de speekselklieren?
    - reflexmatig
    - voedsel tegen de wand van de mondholte is een prikkel voor een verhoogde secretie.
    - ook het zien en ruiken
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - geneeskunde

  • 1446850800 anatomie en fysiologie van de mens 1

  • Inspectie
    je observeert systematisch de buitenkant van het lichaam.
  • Palpatie
    Palpatie: je tast met je handen en vingers het lichaamsoppervlak op zo’n manier af dat je iets te weken komt over dieper gelegen structuren. 
  • Percussie
    Percussie: je klopt aan de buitenkant op een deel van het lichaam om uit de hoogte van de toon een indruk te krijgen over de toestand van het onderliggende weefsel.  
  • Auscultatie
    Auscultatie: je luistert met een stethoscoop naar geluiden die door het lichaam geproduceerd worden. 
  • Laboratoriumonderzoek
    Laboratoriumonderzoek: weefsels en vloeistoffen worden onderzocht in een laboratorium.
  • Röntgenstraling
    Röntgenstraling: (X-straling) een röntgenapparaat maakt het mogelijk om opnamen te maken van de botten in het lichaam. De kalkhoudende botten absorberen de straling niet, in tegenstelling tot de zachtere, omliggende weefsels. (Skeletportret)
  • Computertomografie
    Computertomografie: (CT-scan) hierbij wordt ook röntgenstraling gebruikt. De computer versterkt de verschillen in de mate waarin weefsels de straling absorbeert. (Doorsnede van het totale lichaamsdeel)
  • Magnetic Resonance Imaging
    Magnetic Resonance Imaging: (MRI) De te onderzoeken persoon ligt in een tunnel die een zeer sterke magneet bevat, waarmee de waterstofatoomkernen in het lichaam gemagnetiseerd worden. Deze kernen gaan zich als minimagneetjes gedragen en draaien ten opzichte van de grote magneet in een bepaalde richting. Tegelijkertijd worden vanuit de MRI-tunnel radiogolven uitgezonden waardoor de waterstofatoomkernen gaan meetrillen (resoneren). Zodra de radiogolven gestopt worden, geven de waterstofatoomkernen de trillingsenergie af als signalen. De computer rekent deze om in doorsneden, die bepaalde eigenschappen van de structuren en weefsels weergeven. Lucht en weefsels die weinig water bevatten, zoals botten, geven geen signaal af en zien er daarom zwart uit. 
  • Echografie of echoscopie
    Echografie of echoscopie: beeldvormend onderzoek met behulp van ultrageluidstrillingen. 
  • Doppleonderzoek
    Doppleonderzoek: hier wordt ook gebruik gemaakt van hoogfrequente geluidsgolven. Vooral stroomrichting en stroomsnelheid van het bloed in de bloedvaten word hiermee geregistreerd.
  • Endoscopie
    Endoscopie: een verzamelnaam voor alle onderzoeken waarbij gebruik wordt gemaakt van een optische sonde. (Flexibele staaf voorzien van een minicamera.)
  • Electrische signalen van het lichaam opvangen en weergeven: ECG
    ECG: Elektrocardiogram, gegevens over hartactiviteit.
  • Electrische signalen van het lichaam opvangen en weergeven: EEG
    EEG: Elektro-encefalogram, gegevens over hersenactiviteit.
  • Electrische signalen van het lichaam opvangen en weergeven: EMG
    EMG: Elektromyogram, gegevens over spierkracht. 
  • Terminologie Anatomica
    Terminologie Anatomica: om anatomische spraakverwarring tussen verschillende beroepen en moedertaal te voorkomen. Grotendeels gebaseerd op het Latijn, maar ook vrij veel invloeden uit het Oudgrieks. 
  • Veel gebruikte afkortingen: a.
    a. = arteria (slagader)
  • Veel gebruikte afkortingen: v.
    v. = vena (ader)

  • Veel gebruikte afkortingen: n.
    n. = nervus (zenuw), voor (aftakkingen van) ruggenmergszenuwen;
  • Veel gebruikte afkortingen: N.
    N. = nervus (zenuw), voor hersenzenuwen;
  • Veel gebruikte afkortingen: m. 
    m. = musculus (spier).
  • psyche/soma
    Ziel/lichaam
  • holistische benadering
    het bestuderen van de onderdelen van de mens, moet steeds gericht zijn op zijn totaliteit (psychisch, somatisch, sociaal) 
  • synthese (binnen een holistische benadering)
    kennis en inzicht worden samengevoegd tot een ondeelbaar geheel
  • functionele anatomie 
    Functionele anatomie behandelt de bouw van het menselijk lichaam in directe relatie met de lichaamsfuncties. (anatomie + fysiologie)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Waardoor kunnen enzym stijgingen op duiden?
M.I, beroerte, spiertrauma, galstenen e.d.
Welke plek vh hart wordt het vaakst beschadigd door een infarct?
Linkerkamer
ST depressie in V1 en V2
(zonder elevaties in andere afleidingen) een acuut achterwand/posteriorinfarct
ST elevatie I en AVL
Hoog lateraal infarct
ST elevatie V5-V6?
Lateraal/zijwand infarct
ST elevatie V3 tot V5?
Voorwand/anterior infarct
ST elevatie in V1 totV3?
Anteroseptaal infarct (voorzijde septum)
ST elevatie in afleiding II, III en AVF?
Onderwand- of inferiorinfarct.
Diagnose acuut m.i?
Anamnese, ecg, hartenzymen: CK, ASAT, pro pnb, eventueel troponine (geen enzym)
Wat is het verschil tussen een acuut m.i en een UAP?
Bij een acuut m.i in er een coronaire arterie die plots geheel afsluit door een stolsel, bij een UAP slibt het vat geleidelijk dicht en ontstaan en verergeren klachten naarmate de mate van vernauwing.