Summary Class notes - Generiek 6

142 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Generiek 6

  • 1420671600 Leervragen O&P

  • Wat is eigenlijk een groep en wat is het nut?
    Een groep is een sociale eenheid die uit 2 of meer personen staat die zichzelf als lid van een groep beschouwen

    nut:
    vanuit evolutionair oogpunt: om overlevingskansen te vergroten
    vanuit praktisch perspectief: dingen bereiken die alleen niet mogelijk zijn.
    vanuit de persoonlijke ontwikkeling: de mogelijkheid om te ervaren wat de consequenties zijn van hun gedrag voor een ander en daarmee te experimenteren.
    vanuit de sociale-identiteitstheorie: hun sociale status verhogen en zij via de groep een eigen identiteit kunnen verwerven.
    vanuit informationele sociale invloed: bij een groep horen en daardoor een hogere status krijgen (categoriseren)
    erkenning voor de eigen identiteit: behoefte om iets voor anderen te betekenen, opgemerkt te worden, plaats nemen in de belevingswereld van minimaal één iemand.
  • Hoe ontstaat groepscultuur?
    mensen met verschillende normen in een groep. Ook invloeden van buitenaf spelen een rol.
  • Welke leidersschapsstijlen zijn er? en welke groepsfasen horen daarbij?
    • Directieve stijl (hoge T, lage R) oriëntatiefase 
    • Overtuigende stijl (hoge T, hoge R) machtsfase
    • participerende stijl (lage T, hoge R) affectiefase
    • Delegerende stijl (lage T, lage R) autonome fase
  • Wat kun je met groepsdynamische inzichten in de klas?
    Door een sociogram kun je bijv. het samenwerk verbeteren.
  • Welke rollen/ gezagsverhoudingen zijn er in een groep?
    Er zijn 3 soorten leidende functies in een groep:
    • Gezagdrager
      - bewaker groepsdoel
      - hoogste gezag
      - komt met plan en visie op eindresultaat
      - wanneer ander doel, komt er een andere leider
    • machthebber
      - staat de gezagdrager bij
      - rol = leidend
      - meer gericht op praktische uitvoering & uitwerking hoe gezagdrager het had bedacht.
    • sociaalwerker
      -gericht op procesmatige en op de onderliggende relaties
      - wanneer opdracht/doel veranderd. blijft hij in zijn rol
  • Welke instrumenten helpen je inzicht te krijgen bij sociale verhoudingen in de groep?
    Sociogram en relatieroos
  • Wat houdt een positief klassenklimaat in?
    Een positief groepsklimaat houdt in dat:
    • iedereen zich veilig voelt in de groep
    • groepsleden respect voor elkaar hebben
    • groepsleden positief communiceren met elkaar
    • iedereen samenwerkt en elkaar helpt
  • Noem voorbeelden van digitaal pesten?
    • bestelling doen op naam van een ander
    • video's op internet zetten
    • computer hacken en onbruikbaar maken
    • een virus versturen
    • uitschelden/lastig vallen via chat
  • Wat kan je als school doen om (digitaal) pesten te voorkomen en/of aan te pakken?

    • Allereerst moet het verschijnsel gesignaleerd worden. ook wie een goed contact met de groep heeft, ziet niet altijd, want in zijn aanwezigheid wordt er niet of nauwelijks gepest en de gepeste durft er niet over te praten.
    • de zondebok opvangen: laten praten, troosten. het zorgt er alleen niet voor dat het pesten ophoudt.
    • de pesters aanpakken. een begeleider die ziet dat er gepest wordt, moet hierop reageren en aangeven dat dit gedrag niet getolereerd wordt. straffen werkt vaak averechts.
    • de werkelijke oorzaak aanpakken, is de enige echte remedie. begin niet de klas pas als groep te begeleiden als het al misgelopen is, maar treed op aan het begin
  • 1420758000 Leervragen ICO

  • Wat is ‘cultuur’?
    Cultuur: 'opvattingen, voorstellingen, symbolen, kennis, waarden, normen, gewoonten en gebruiken.
  • Wat is intercultureel onderwijs?
    1. afstemmen op de beginsituatie van alle leerlingen
    2. bieden van gelijke kansen aan alle leerlingen
    3. baseren op waarde, zoals eerlijkheid, rechtvaardigheid en verdraagzaamheid
    4. richten op het toekomstig functioneren in een multiculturele samenleving
  • 1420844400 Leervragen ICT

  • Wat houdt het TPACK model in?
    TPACK staat voor Technological Pedagogical and content knowledge.
    Technological = ICT
    Pedagogical = didactiek
    Content = vakinhoud
    Je moet weten hoe je ICT inzetten in je didactiek (interactievormen, spelvormen) om de vakinhoud (schattend rekenen, taalbeschouwing) beter over te brengen.
  • Wat is de digitale taxonomie van Bloom en hoe pas ik die toe in mijn onderwijs?
    Wat wil je dat jouw leerlingen leren?
    Kennis/herinneren: het herinneren v. feiten, termen en basis concepten. bijv: opsomminglijstjes, highlighten, favorieten verzamelen, woordweb.
    Begrip: feiten en ideeën kunnen vergelijken, vertalen, interpreteren, beschrijven en samenvatten. bijv: blog bijhouden, abonneren op elkaars blog, websites taggen.
    Toepassing: problemen in nieuwe situaties oplossen gebaseerd op bestaande kennis. bijv: eigen werk uploaden, teksten&foto's bewerken in programma.
    Analyse: het categoriseren v. informatie en conclusies baseren op bronnen. bijv: uit online enquête gegevens analyseren, in mindmap verbanden duidelijk maken.
    Synthese/creëren: informatie op een nieuwe manier samenvoegen. bijv. maken v. podcast, animatie, programmeren v. game, robot, mixen of remixen v. films en liedjes.
    Evaluatie: het kunnen uiteenzetten v. verdedigen van keuzes en het kunnen beoordelen van kwaliteit. bijv: reacties op blogspots, bijdrage aan discussie in een forum.

    Bij de aangepaste Taxonomie van Bloom staat creëren boven evalueren.
  • Hoe kan ik met ICT inspelen op de verschillende intelligenties van kinderen?
    De meervoudige intelligenties:
    Taalkundig (verbaal-liguïstisch)

    gedichten, verhalen en teksten schrijven, presentaties geven, nieuwsverhalen maken, interviews opstellen en afnemen, discussiëren, radio uitzending maken, dagboek bijhouden, woordpuzzel, verhalen vertellen.
    Logisch-wiskundig (mathematisch)
    webquest maken, games, programmeren, 3D tekeningen maken, enquêtes opstellen, mindmap maken.
    Ruimtelijk (visueel-ruimetelijk)
    grafieken & posters maken, 3D tekeningen, landkaarten, stripverhalen, websites en presentaties maken.
    Kinesthetisch (lichamelijk-kinesthetisch)
    videoclip (lipdub) maken, lied opnemen, eigen cd maken
    Interpersoonlijk
    samenwerken in een wiki, in samenwerkingsomgeving opdrachten uitvoeren, facebook, ICT cursus geven.
    Intrapersoonlijk
    persoonlijke blog bijhouden om te reflecteren, gedachte ordenen met behulp van een mindmap.
    Naturalistisch
    voorwerpen observeren met digitale microscoop, fototoestel of videocamera, observaties ordenen m.b.v. spreadsheet (soort EXEL) of mindmap.
  • Hoe kan ik met ICT inspelen op de verschillende leerstijlen van kinderen (Kolb)?
    4 fasen:
    1. concreet ervaren (nieuwe ervaring opdoen)
    2. reflectief observeren (nadenken over wat er gebeurt)
    3. abstract conceptualiseren (nieuwe kennis verbinden)
    4. actief experimenteren (nieuwe kennis toepassen)

    Deze leerstijlen kun je linken met  de cijfers hierboven
    1. doeners: zoek eens uit wat je er allemaal mee kunt?
    2. dromers: geef de tijd om te bedenken wat je hiermee kunt.
    3. denkers: lees handleiding en ga dan aan de slag.
    4. beslissers: geef een concrete opdracht om er mee aan de slag te gaan.
  • Hoe kan ik met ICT inspelen op de verschillende leerstijlen van kinderen (Vermunt)?
    • reproductiegericht (doen voor beloning of eindcijfer)
      bijv. educatieve software en games
    • betekenisgericht (leren uit persoonlijke interesse)
      bijv. zoekopdrachten op internet
    • toepassingsgericht (weten waar hij iets voor kan gebruiken)
      bijv. webquest of webwandeling
    • ongericht (moeilijk om aan de slag te gaan)
      bijv. educatieve software met nadruk op oefenen
  • Noem verschillende leerlingvolgsystemen op (6) en ook voor de sociaal-emotionele ontwikkeling (7).
    leerlingvolgsystemen:
    • Esis-B
    • LOVS
    • Magister
    • OAS
    • LVS 2000
    • Parnassys


    Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling:
    • Horep-po
    • Zien
    • Kijk!
    • Seol
    • EGGO
    • VISEON
    • SCOL
  • Hoe kan ik binnen projectmatig werken ICT (waaronder multimediale toepassingen) inzetten?
    Door gebruikt te maken van:
    - brainstorm: opschrijven wat alle kinderen weten over bijv. WO2
    - mindmap: al deze woorden ordenen
    - webwandeling:
         - doepad (gr. 1-3) zelstandig filmpjes kijken, spelletjes spelen en kleurplaten           maken. ze starten wanneer je op een plaatje klikt
         - minipad (gr. 4,5 en 6) aantal vragen en opdrachten
    - webquest: een onderzoeksopdracht voor kinderen waarbij ze gebruik maken van verschillende soorten internet bronnen. De gevonden info moet je verwerken tot een nieuw eindproduct. het is altijd een website

    ICT bij de introductie:
    • mindmap maken (ook brainstorm)
    • powerpoint
    • google earth

    ICT en presenteren:
    • website
    • wiki (soort website waar mensen een bijdrage aan kunnen doen, zoals wikipedia of wikikids)
    • weblog (een website die je bijhoudt. je kunt tekst, foto's, video's en audio toevoegen)
  • Hoe kan ik met de informatievaardigheden van leerlingen rekening houden in mijn onderwijs?
    Door het big6 model te gebruiken:
    1. bepalen v. d. leertaak (wat is de vraag/probleem?)
    2. zoekstrategiën toepassen (uit welke bronnen?)
    3. lokaliseren v. informatie (waar vind ik de bron?)
    4. gebruiken v. informatie (lezen, kijken, luisteren)
    5. verwerken v. informatie (antwoorden verwerken in bijv. prezi)
    6. evalueren (kon je overal antwoord op vinden? wat ging er goed?)
  • Wat houdt het Mediawijsheid Competentiemodel in?
    Begrip (passief bezig)
    • bewust zijn dat je continu verbonden bent
    • begrijpen hoe media gemaakt wordt (doelgroep)
    • zien hoe media de werkelijkheid kleurt (max)
    Gebruik (actief bezig)
    • apparaten, software en toepassingen gebruiken
    • oriënteren binnen mediaomgeving (windows, apple, office)
    Communiceren (interactie tussen mediagebruikers)
    • informatie vinden en verwerken
    • zelf media creeëren (youtube, prezi, blogger)
    • op verantwoorde manier met elkaar leren omgaan (Facebook, app)
    Strategie (cyclus proces)
    • reflecteren op eigen mediagebruik om keuzes te maken
    • doelen realiseren (marktplaats, funda, vacature)
  • Welke verschillende vormen van auteursrecht zijn er en wat houden deze in?
    Copyright (auteursrecht)
    tekst, beelden of muziek zijn eigendom van auteur
    Publiek domein
    iedereen mag gratis gebruiken, kopiëren, veranderen en verkopen (auteur krijgt geen geld)
    Creative Commons
    onder bepaalde voorwaarde gebruiken:
    - het werk moet hetzelfde blijven
    - of het werk gedeeld mag worden of niet
    - of er geld mee mag verdiend worden
    Hierbij moet altijd de oorspronkelijke auteur worden vermeld.
    GFDL
    Als document is gewijzigd. mogen max. 5 auteurs noemen die daar aan hebben bijgedragen. 
    Je kunt aangeven dat deel v. tekst niet veranderd mag worden.
    DRM
    Rechten op cd's, e-books, online muziek en computergames.
  • Welke leerstofgerichte competenties zijn er en wat houden deze in?
    Het Vlaamse diamant model:
    • Presenteren
      informatie aan anderen overdragen d.m.v. digibord, app of via website
    • zoeken, verwerken, bewaren
      informatie op internet opzoeken, verwerken en bewaren bijv. met Google Drive
    • communiceren
      via mail, telefoon, sociale media
    • zelfstandig leren
      verwerven van nieuwe informatie bijv. webquest, serieus game of simulatie
    • oefenen
      van behandelde stof. na instructie gaan kinderen zelf aan de slag om het in te slijten. bijv. educatieve software, app's of via digibord
    • creatief vormgeven
      omgaan met audio, fototoestel, microfoon. hiermee aan de slag gaan en kunnen vormgeven. bijv. maken v. muurkrant, poster of diavoorstelling
  • Welke fasen van digibordgebruik onderscheidt Beauchamp?
    1. Substitutiefase
      (vervangen van het krijtbord)
    2. lerende gebruiker
       (gebruik bordmenu, digibordsoftware, lineaire presentatie, leerkracht betrekt leerlingen)
    3. Beginnende gebruiker
      (externe online bronnen en tools toevoegen aan je les, zoals video's youtube en google earth. opslaan en hergebruiken. lln gebruiken spontaan digibord, diverse media)
    4. Gevorderde gebruiker
      (stemkastje, contact met buitenland, hyperlinks & hyperteksten, mindmaps, beperkt open leersituatie, non-lineair en interactief)
    5. Samenwerkende gebruiker
      (intergraal onderdeel geworden van het lesgeven, manier om vernieuwend onderwijs te geven. je bent volledig ICT-vaardig, heel open leersituatie. materialen en vaardigheden uitwisselen met collega's door bijv. wikiwijs, schoolbordportaal en prowise)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Example questions in this summary

Wat is eigenlijk een groep en wat is het nut?
3
Hoe ontstaat groepscultuur?
3
Welke leidersschapsstijlen zijn er? en welke groepsfasen horen daarbij?
3
Wat kun je met groepsdynamische inzichten in de klas?
3
Page 1 of 35