Summary Class notes - Geologie en Morfologie

Course
- Geologie en Morfologie
- Katie Oost en Kim
- 2015 - 2016
- Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen locatie Nijmegen, Nijmegen)
- Lerarenopleiding 2e graad Aardrijkskunde
285 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Geologie en Morfologie

  • 1456182000 Kaartjes van Kim H14

  • Infiltratie (infiltration)
    Het proces waarbij water de bodem aan het grondoppervlakte binnendringt.
  • Afvoer (Runoff)
    Het gedeelte van de neerslag dat via oppervlakkige en ondergrondse afstroming (Overland flow en seepage) in de beken en rivieren terecht komt.

    Het andere gedeelte van de neerslag verdampt via evapotranspiratie of vult door perforatie het grondwater aan.
  • Percolatie
    (percolation)
    Het onder invloed van de zwaartekracht omlaag verplaatsen van het geïnfiltreerd water van de onverzadigde zone naar de met water verzadigde zone.
  • Grondwaterspiegel
    (water tablet)
    De bovenkant van de met water verzadigde zone in de bodem
  • Hangwater zone
    (niet gelijk aan soil-water belt)
    In deze onverzadigde (pendulaire) zone staat het water niet in contact met het grondwater. In de onderliggende ook onverzadigde (funiculaire) zone staat het water door capillaire opstijging wel in contact met het grondwater.

    Het engelse begrip soil-water belt verwijst naar de bewortelde zone. In deze zone wordt water ook nog opgenomen door planten en verdwijnt via verdamping uit het het systeem.
  • Aquifer
    Watervoerende laag in de ondergrond. Dit kan zowel een sediment- als een gesteentelaag zijn.
  • Artesische bron
    (Artesian well)
    Een bron waar door de hydrostatische druk spontaan water uit de grond naar boven stroomt. Bij een artesische bron is er sprake van een aquiclude die een grote opbouw van druk mogelijk maakt.
  • Drainage
    Is het afvoeren van water uit de bodem
  • Drainage pattern
    Het patroon van stromen (beken en rivieren) dat ontstaat als gevolg van het landschap en de onderliggende structuur van gesteentes.
  • Oppervlakkige afstroming
    (Overland flow)
    De neerslag die niet infiltreert en aan het oppervlakte wordt afgevoerd. Dit gebeurt in de vorm van sheet flow en afstroming via rills en gullies
  • Grondwaterspiegel
    (water tablet)
    De bovenkant van de met water verzadigde zone in de bodem.
  • Capillaire opstijging
    Het proces waarbij water vanuit de verzadigde zone zich door de kleinere poriën tegen de zwaartekracht in naar boven door de onverzadigde zone verplaatst.

    Een deel van de zone boven de grondwaterspiegel kan zich ook verzadigen.
    Dit noemen we de capillaire zone.


    Grof zand 0,2 m fijn zand 1 meter , kleiige en viltig materiaal enkele meters. Bij klei zijn de poriën echter te klein en vindt nauwelijks capillaire werking plaats.
  • Aquiclude
    Een sediment of gesteentelaag die ondoordringbaar is voor water.
  • Kwel
    (Seepage)
    Is grondwater wat door de (hydrostatische) druk aan het aan het grondoppervlakte uit de bodem stroomt. (Een artesische bron is een bijzondere vorm van kwel)
  • Stroomgebied
    (watershed or drainage bassin)
    Dit is het gebied dat zijn water via dezelfde rivier afvoert. De scheiding met een ander stroomgebied heet waterscheiding (drainage divides)
  • 1456268400 Begrippen H11-H12

  • Je krijgt het Engelse woord te zien. Geef het Nederlandse begrip.
    Ready?
    Klaar.
  • Abyssal plain
    diepzeevlakte
  • Accretion
    Aangroei
  • Acid
    Zuur
  • Agent
    Agens
  • Alluvium
    Alluviale afzetting, fluviatiel afzetting. rivierafzetting
  • Alpine chain
    Hooggebergteketen
  • Altimeter
    Hoogtemeter
  • Andesite
    Andesiet: Felsisch uitvloeiingsgesteente
  • Anticline
    Anticlnaal, plooirug
  • Apex
    Culminatie,apex,top
  • Aphelion
    Aphelium: deel van e aardse omloopbaan ver van de zon
  • Ash
    As
  • Axiale rift
    Rift zone
  • Bare rock
    Vast gesteente
  • Basalt
    Basalt: mafisch uitvloeiingsgesteente
  • Batholith
    Batholiet: granietmassa onder in de aardkorst
  • Beach
    Strand
  • Bed
    Bedding of (gesteente) laag
  • Bedding plane
    Laagvlakte
  • Billion
    Miljard
  • Block mountain
    Breukgebergte
  • Bog
    Veengebied
  • Boulder
    Blok, klei
  • Butte
    Butte, getuigeberg
  • calcite
    Calciet: zuivere kalk
  • Caldera
    Caldera
  • Canyon
    Kloof
  • Capillary action
    Capillaire werking
  • Carbon Acid
    koolzuur
  • Carbonaten rock
    carbonaat
  • Carbon dioxide
    Kooldioxide, koolzuurgas, CO2
  • Cave
    Grot
  • Cemetation
    Cementatie, verkitting
  • Chalk
    (witte) zachte kalksteen
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is Denudatie

Denudatie: verlaging reliëf, door verwering en erosie > landschapsvormen door erosie (erosionallandforms).
Wat is de geologische term voor landschapsvormen door stromend water
Landschapsvormen door stromend water (fluviatiel landschapsvormen)
Welke eolische landschapsvormen zijn er?

Zandduinen:
- barchaan(veel zand/veel wind)
- transversale duinen (veel zand, weinig begroeiing))
- sterduin (wisselende windrichting)
- paraboolduin (begroeiing)
- longitudinale duinen (weinig zand/veel wind)
Lössafzettingen
Welke duinen ontstaan heeft te maken met de hoeveelheid zand die beschikbaar is, de gemiddelde kracht en richting van de wind en de hoeveelheid begroeiing (6e druk: fig. 16.36).
Welke duinsoorten zijn er?Onder welke duinsoort valt Nederland?
Welke duinen ontstaan heeft te maken met de hoeveelheid zand die beschikbaar is, de gemiddelde kracht en richting van de wind en de hoeveelheid begroeiing (6e druk: fig. 16.36).
De dekzandruggen in Nederland die in de laatste ijstijd zijn gevormd zijn het beste te omschrijven als paraboolduinen.

Paraboolduinen
Hoe wordt een duin gevormd?
Zie afbeelding
Is deze steen geërodeerd door water ijs of wind?
Eigen antwoord:
Wind

Water rond
Wind (in dit geval met zand) hoekig
IJs overig.
Hoe ontstaat een woestijnvlakte?
Zie afbeelding
Winderosie.Waar komen Deflatie en Abrasie voor?

Deflatie: uitblazingvan zand, leem, klei, vooral in vlakke droge, kale gebieden
> desertpavement, uitblazingslaagte (‘blowout’)


Abrasie: met sediment beladen wind schuurt gesteente of ondergrond (ca. 10 tot 40 cm boven oppervlak meest actief – zand!)
> windkanter (‘vantifact’)
> yardang
Welke kusten heeft Nederland?Wat is het gevaar voor de Nederlandse kust?

Waddenkust
Duinenkust
Delta / estuariumkust

Kustlijnverkorting!

Probleem: rivieren voeren bijna geen sediment meer aan > kusterosie dreigt, zeker bij zeespiegelstijging
Welke kust is dit?
Breukkust: oceaan ligt tegen breukvlak, heel smal continentaal plat, voorbeeld: noordkust van Chili (foto).