Summary Class notes - GZC II

Course
- GZC II
- Jonges
- 2016 - 2017
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
280 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - GZC II

  • 1480806000 WEEK 1

  • Wat zijn facultatieve stamcellen? Noem een voorbeeld.
    Stamcellen in weefsels die zich alleen manifesteren bij verhoogd celverlies. Een voorbeeld is dat bij leverresectie de lever kan aangroeien.
  • Wat is hypertrofie? Noem een voorbeeld van fysiologisch en pathologisch.
    Wat is hyperplasie? Noem een voorbeeld van fysiologisch en pathologisch.
    Orgaan wordt groter doordat de indivuduele cellen groter worden (toename van celgrootte). 
    - Fysiologisch: bodybuilders
    - Pathologisch: LVH

    Orgaan wordt groter doordat er meer cellen komen (toename van aantal cellen)
    - Fysiologisch: groei van de mamma in de puberteit/tijdens lactatie
    - Pathologsich: prostaatgroei bij mannen 
  • Wat is metaplasie?
    Is het reversibel?
    Wat is dysplasie?
    Het ene epitheel gaat over in het andere epitheel onder invloed van 'stress' (zoals rook, zuur, etc). Dit gebeurd als aanpassingsmechanisme omdat dit epitheel beter bestand is tegen de stress. 
    Het is WEL reversibel

    Dysplasie: Abnormale rijping van een bepaald soort celtype. Het weefsel is ordeloos. Meer celdelingen dan normaal en cellen zien er afwijkend uit. 
  • Wat voor epitheel is er in de trachea? 
    Wat doet nicotine met dit epitheel?
    Trilhaardragend cilindrisch epitheel met slijmbekercellen. 
    Nicotine --> meerlagig plaveiselepitheel zonder slijmbekercellen. 
  • Wat houdt neoplasma in?
    Ongecontroleerde nieuwvorming van niet-functioneel weefsel. Kan zowel goedaardig als kwaadaardig zijn.
  • Wat is het parenchym van de tumor?
    Wat is het stroma van de tumor?
    Hoe noem je het aanmaken van stroma door de tumor?
    Parenchym = de kankercellen zelf
    Stroma = vet, vaten, bindweefsel. Dit hebben de cellen nodig om te overleven. 
    Desmoplasie = het aanmaken van stroma door de tumor
  • Wat is desmoplasie?
    Het maken van stroma door de tumor
  • Noem 5 kenmerken van benigne tumoren:
    1. Scherp begrensd (met eventueel een kapsel)
    2. Groeit niet invasief
    3. Lage groeisnelheid (lage mitotische activiteit)
    4. Goede differentiatiegraad (lijkt nog veel op het weefsel waar het uit is ontstaan)
    5. Geen necrose (doordat het niet snel groeit)
  • Epitheliale benigne tumoren: hoe benoem je deze:
    Noem 5 voorbeelden:
    Celtype + groeiwijze + oom:

    1. Papilloom = meerlagig plaveiseleptiheel
    - wratje

    2. Adenoom = klierweefsel = buisvorming

    3. Cystadenoom = ruimte met vocht door epitheel bekleed

    4. Papillair cystadenoom = een holte met daarin uitstulpingen.
    - in de mamma komt het voor

    5. Poliep = bloemkoolachtige uitstulping 
    - in de darm
  • Mesenchymale benigne tumoren: hoe benoem je deze:
    Noem 5 voorbeelden:
    Noem 4 uitzonderingen (wel oom, maar niet benigne):
    Celtype + oom/oma:

    1. Chondroom (chondrocyten)
    2. Leiomyoom (glad spierweefsel)
    3. Lipoom (lipocyten)
    4. Osteoom (osteocyten)
    5. Hemangioom/Lymfagioom

    Uitzonderingen:
    1. Lymfoom
    2. Melanoom
    3. Blastoom
    4. Mesothelioom (long)
  • Maligne naamgeving: 
    Epitheel
    Mesenchym
    Epitheel = groeiwijze + carcinoom
    Mesenchum = celtype + sarcoom
  • In hoeveel procent van de gevallen is er al sprake van metastase ten tijde van diagnose primaire tumor?
    30%
  • Wat zijn de 4 manieren van metastasering?
    1. Hematogeen
    2. Lymfogeen
    3. Directe doorgroei
    4. Lichaamsholtes
  • Welke kanker komt het meest voor bij mannen en bij vrouwen?
    Mannen = prostaat
    Vrouwen = mamma
  • Noem 4 voordelen en 4 nadelen aan een punctie?
    Voordelen:
    - het gaat snel (30 minuten)
    - het is goedkoop
    - je kunt het DNA goed bekijken
    - het is weinig invasief

    Nadelen:
    - Je hebt hele ervaren mensen nodig 
    - Je kunt het onderscheidt tussen invasief en niet invasief niet maken
    - Je mag het niet uitvoeren bij architectuurverstoring of kalk (dit kun je zien op een rontgenfoto)
    - Je kunt vaak niet goed prikken
  • Voordeel naaldbiopt
    2 nadelen naaldbiopt:

    Voordeel vacuumbiopt
    2 nadelen vacuumbiopt:
    Voordeel naaldbiopt:
    - snel = 4-5 uur

    Nadelen naaldbiopt:
    - Niet geschikt voor architectuurverstoringen en kalk
    - Sampling error (dat je met de naald niet de cellen eruit haald die je wil zien)

    Voordeel vacuumbiopt:
    - Het best en geschikt voor architectuurverstoringen en kalk

    Nadelen:
    - invasief
    - minder snel (2-3 dagen)
  • Welk pre operatief onderzoek is geschikt voor architectuurverstoring en kalk?
    Vacuuumbiopt
  • Hoe heten de melkproducerende eenheden in de mamma?
    Uit hoeveel lagen epitheel bestaan deze eenheden?
    Met welke marker kan het buitenste epitheel worden aangetoont?
    Welke van de twee epithelia is vaak afwezig bij maligne afwijkingen?
    Lobjes met acini. 

    Acini bestaan uit twee lagen epitheel:
    1. Luminaal epitheel = melkproductie
    2. Myoepitheel

    Het myoepitheel kan met marker p63 worden aangetoont (dit epitheel kleurt dan bruin). 


    Het myoepitheel is afwezig bij maligne afwijkingen = de afwijking is invasief
  • Welke 3 hoofdgroepen benigne afwijkingen van de mammae zijn er?
    Hoeveel keer meer kans op maligniteit?
    1. Niet proliferatieve fibrocysteuze afwijkingen = mastopathie = kans minimaal
    2. Proliferatieve afwijkingen zonder atypie = 2,5 x meer kans
    3. Proliferatieve afwijkingen met atypie = 4-5 x meer kans
  • Wat zijn de drie groepen binnen de 'niet proliferatieve fibrocysteuze afwijkingen' (mastopathie)?

    Bij welke leeftijd komen deze afwijkingen het meest voor? 
    Welke symptomen?
    1. Ductectasien/apocriene metaplasie (lijkt meer op zweetklier)
    2. Adenose (meer acini in een lobje)
    3. Fibrose

    Leeftijd: tussen de 35 en 50 jaar 
    Symptomen: pijn, gespannen gevoel (veelal cyclisch), zwellingen (vooral laterale bovenkwadrant uitlopend tot in de oksel)
  • Wat zijn de drie groepen binnen de 'proliferatieve afwijkingen zonder atypie'?
    1. UDH = usual ductal hyperplasie = benigne hyperplasie
    2. Scleroserende adenose = toename acini + fibrose = buisjes worden dichtgedrukt en je ziet losse cellen in de buisjes
    3. Papilloom = vingervormige uitstulpsels met soms tepelvochtproductie
  • Bij welke benigne afwijking kan tepelvocht geproduceerd worden?
    Papilloom (proliferatieve afwijking zonder atypie).
  • Wat zijn de twee soorten benigne proliferatieve afwijkingen met atypie?
    Wat zijn twee grote verschillen tussen deze twee?
    1. Atypische ductale hyperplasie
    2. Atypische lobulaire hyperplasie

    Twee grote verschillend:
    1. Bij lobulair is er verlies van het adhesiemolecuul e-cadherine, bij ductaal niet
    2. Bij lobulair zijn de acini opgevuld met cellen, bij ductaal zijn er in de acini ook cellen maar deze vormen buisjes.
  • Wat zijn 3 verschillen tussen een fibro-adenoom en een phyllodes tumor?
    1. Fibroadenoom is beter afgerond dan een phyllodes
    2. Fibroadenoom komt met name voor bij jonge vrouwen, phyllodes oude
    3. Het stroma bij fibroadenoom is celarmer dan het stroma bij phyllodes
  • Wat is de behandeling bij een phyllodes tumor
    Excisie met een zone van gezond weefsel
  • Je hebt goed gedifferentieerde borstkanker en slecht gedifferentieerde borstkanker. 
    - Welke BRCA mutatie ligt er aan welke ten grondslag?
    - Wat is de voorloper van goed gedifferentieerde?
    - Welke is ER en PR positief?
    Goed gedifferentieerd:
    - BRCA-2 (1q gain en 16q loss)
    - voorloper = atypische ductale hyperplasie --> DCIS
    - ER en PR positief

    Slecht gedifferentieerd:
    - BRCA-1 
    - niet ER en PR positief
  • Premaligne afwijkingen mamma: DCIS en LCIS: zeg iets over:
    - e-cadherine
    - kalk
    - focaal
    - kans op maligniteit
    - behandeling
    DCIS:
    - GEEN e-cadherine verlies
    - WEL kalkvorming (en daarom ook daardoor ontdekt)
    - Vaak unifocaal
    - Kans op maligniteit verhoogd in diezelfde DCIS
    - Behandeling: DCIS excisie want het ontstaat hieruit. Daarna bestralen.

    LCIS:
    - WEL e-cadherine verlies
    - GEEN kalkvorming (dus vaak een toevalsbevinding)
    - Vaak multifocaal
    - Kans op maligniteit verhoogd in allebei de mamae
    - Behandeling: follow up want je weet niet waar het zal gaan ontstaan
  • Twee redenen voor vacuumbiopt bij atypische ductale hyperplasie (proliferatie afwijking met atypie):
    1. Er zijn kalk en architectuurverstoringen
    2. Het is ook meteen de behandeling
  • Wat is morbus Paget?
    Een exceemachtige, rode, schilverende aandoening van de tepel als gevolg van een in de epidermis groeiende DCIS
  • De twee grootste groepen bij invasieve mammacarcinomen:
    1. invasief cacinoom NST (invasief ductaal carcinoom) = 40-75% van de gevallen
    2. invasief lobulair carcinoom = 5-15% van de gevallen
  • Invasief lobulair carcinoom:
    - ER, PR en HER?
    - e-cadherine?
    - differentiatiegraad?
    - microscopische groeiwijze?
    -
    - ER en PR positief, HER negatief
    - ecadherine verlies
    - differentiatiegraad = matig (2)
    - Microscopische groeiwijze = cellen die elkaar loslaten, geen buisvorming. Indian files = rijtjes cellen. Of losse cellen. Vaak slijm in cytoplasma
  • Welke is het slechtste: medullair carcinoom, mucineus carcinoom of tubulair carcinoom?
    Medullair = BRCA1
  • Waarop is de Bloom&Richardson gradering gebaseerd (3 dingen):
    Welke graden zijn er en hoeveel punten?
    1. Buisvorming (hoe meer, hoe beter)
    2. Kernpolymorfie (hoe meer, hoe slechter)
    3. Mitosen (hoe meer, hoe slechter)

    Graad I = 3-5 punten
    Graad II = 6-7
    Graad III = 8-9
  • Wat is Her2?
    Her 2 is een groeifactor. Als een tumor hier veel receptoren voor heeft, groeit deze dus snel
  • Noem 3 oorzaken verhoogde incidentie van borstkanker in Nederland
    1 Pilgebruik (vooral na de overgang)
    2. Laat kinderen krijgen en weinig kinderen krijgen
    3. Weinig/geen borstvoeding geven
  • Wie worden in Nederland gescreent op borstkanker en hoe vaak?
    Vrouwen tussen de 50-75 jaar 1 x per 2 jaar. 
    Vrouwen met een BRCA1 of BRCA2 mutatie worden jaarlijks gescreent (eventueel met MRI) vanaf jongere leeftijd 
  • Waaruit bestaat de Triple diagnostiek bij borstkanker?
    1. Lichamelijk onderzoek (voelen van de eventuele zwelling)
    2. Rontgen: X mamma & echo
    3. Punctie en/of biopt
  • Wat is de BI-RADS classificatie en welke zijn er?
    Wat betekend 0?
    Bij welke klasse wordt weefseldiagnostiek gedaan (punctie en/of biopt)?
    De BI-RADS is de classificatie van mamma afwijkingen op de X mamma. 

    1 = geen afwijking zichtbaar
    2 = duidelijk benigne afwijking zichtbaar
    3 = waarschijnlijk benigne
    4 = onduidelijk of het benigne of maligne is
    5 = waarschijnlijk maligne
    6 = maligne (al uit pathologisch onderzoek gebleken)

    0 = onvolledig onderzoek: ander onderzoek nodig/nog een onderzoek nodig. 

    Vanaf klasse 3 wordt weefselonderzoek gemaakt
  • Wanneer doe je een MRI scan (twee gevallen: voorbeelden)?
    - Bij een lobulair carcinoom --> deze is vaak diffuus en is daarom beter te zien op MRI

    - Bij jonge vrouwen met dens klierweefsel waarbij rontgenstralen niet voldoende zijn om het goed te zien.
  • Wat is neo-adjuvante therapie?
    Dit is een therapie (chemo of bestraling) die voor de operatie plaatsvindt. Meestal om de tumor te verkleinen en zo de operatie makkelijker te laten verlopen.
  • Hoe kun je de okselklieren bekijken of er uitzaaiingen inzitten?
    Via een echo-geleide punctie
  • Wat zijn de drie anatomische grenzen van de oksel?
    V. Axillaris
    M. Seratus anterior
    M. latissimus dorsi
  • 4 verschillende operatieve behandelmogelijkheden:
    1. Radicale mastectomie (Halsted) = 
    - Klierweefsel
    - M pectoralis major en minor
    - Alle lymfeklieren oksel, mamma en infraclaviculair

    2. Gemodificeerde radicale mastectomie (Madden) =
    - Klierweefsel
    - Fascie van de m. pectoralis major
    - Alle lymfeklieren oksel

    3. Ablatio mammae
    - Klierweefsel 

    4. Borstsparende operatie (lumpectomie): wel altijd lokaal de fascie meenemen
  • Bij okselklierdissectie kunnen twee zenuwen geraakt worden: welke?
    N. thoracicus longus en N. thoracodorsalis
  • Op welke twee manieren wordt een schildwachtklier bepaald?
    Wat als de schildwacht (en daarna) schoon is?
    Wat als schildwacht niet schoon is?
    Radioactief en blauwe kleur
    Schoon = andere lymfklieren kunnen blijven zitten
    Niet schoon = verwijdering klieren en okselbestraling
  • Wat wordt er altijd gedaan na een mamma sparende operatie?
    Bestraling. Systeemtherapie afhankelijk van Bloom en Richardson stadium en het risico op lange afstandsmetastasen.
  • Noem 5 risicofactoren voor de kans op een recidief of metastasen:
    1. Jonge patient
    2. Grote tumor
    3. Lymfemetastasen
    4. Triple negatieve tumor (ER, PR, Her2Neu)
    5. Hoge Bloom & Richardson 
    (buisvorming, kernpolymorfie, mitose)
  • Uit hoeveel kuren bestaat een adjuvant/neo-adjuvante chemotherapie? 
    Na hoeveel kuren kan er worden gezien of het aanslaat?
    Wat is het voordeel van neo-adjuvante chemotherapie?
    Wat kan een nadeel zijn?
    6 kuren. Na 3 kuren kan worden gezien of het aanslaat (9 weken). 
    Het voordeel is dat de tumor kan worden verkleind en er daardoor beter kan worden behandeld. Ook voelt de patient verbetering omdat de tumor kleiner wordt (meer hoop voor de patient). 
    Het kan enorm nadelig zijn als na 3 kuren (9 weken) blijkt dat de behandeling niet aan slaat. Zo kun je iemand misschien van een curatieve setting in een palliatieve setting krijgen. 
  • 4 soorten systeemtherapie en the basics about them:
    1. Chemotherapie: cytostatica in infuus of tablet. Grijpen aan op snel delende cellen, dit zijn kankercellen maar ook andere cellen (zoals haar en beenmerg) 


    2. Anti-hormonale therapie: dit kan alleen bij PR of ER positief. Je kan op verschillende niveaus aangrijpen: ovaria verwijderen, LH en FSH blokkeren, aromatase (die androgenen in de bijnier omzetten in oestrogenen) blokkeren, etc. Veel bijwerkingen bij deze therapie. 

    3. Targeted Therapy: dit is gericht tegen de Her2Neu receptor. Herceptin blokkeert de bindingsplek.

    4. Immunotherapie
  • Wat is een 'entmetastase'?
    Dit komt door versleping van de tumor door artsen, waardoor deze verspreid is. gebeurd gelukkig bijna nooit.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het voordeel van een papil van vater carcinoom in vergelijking met een pancreas carcinoom?
Een carcinoom van de papil van Vater heeft de beste prognose omdat er al een afsluitingsicterus ontstaat als de tumor nog heel klein is.
Hoe kan H. pylori zorgen voor dysplasie?
Intestinale metaplasie kan veroorzaakt worden door een infectie met H. pylori. Deze zorgen voor atrofiëring van het maagslijmvlies, waardoor dysplasie kan optreden. Deze patiënten hebben hierdoor een 6x verhoogd risico op het ontwikkelen van een distaal maagcarcinoom.
2 soorten gastritis? + wat zie je histologisch en verwekker
1. Acuut
- neutrofiele granulocyten
- NSAIDs of infectie, alcohol

2. Chronisch
- lymfocyten
- H. bacter 
2 soorten epitheliale carcinomen van oesophagus: + kenmerken
1. Adenocarcinoom
- Barret epitheel
- onderste 1/3 deel van de oesophagus
- slikklachten en pijn

2. Plaveiselcarcinoom
- eten en drinken (warme dranken, alcohol)
- Middelste 1/3 deel van de oesophagus
- heesheid, aspiratie voedsel
Barrettoesophagus: wat is het? welke cellen kan je het voornamelijk aan zien?
cilindrisch maagepitheel met slijmbekercellen door reflux: metaplasie. verhoogde kans op maligniteit. SLIJMBEKER CELLEN
Twee soorten hernia hiatus oesphagi?
1. sliding (opschuiven)
2. para oesophagaal (cardia blijft, ander stuk ernaast)
Waarom staat somatostatine bij behandeling van pancreascarcinoom ter discussie:
WEL voorkomen kleine fistels, maar niet op klinisch relevante grote fistels (post-operatief)...
PPPD en whipple:wat haal je weg?wat is dus het verschil?lymfklieren?welke doen ze vaker en waarom?wat is de contraindicatie voor een PPPD/whipple?
PPPD:
- pancreas
- galblaas
- duodenum
- ductus choledochus

Whipple:
- pancreas
- galblaas
- ductus choledichus
- duodeum
+ pyloris maag

Verschil: pyloris weg bij whipple

lymfklieren: haal je niet weg want verbeterd de prognose niet


PPPD: doe je vaker omdat:
- geen verschil in radicaliteit
- minder bloedverlies
- kortere operatie
- geen verschil in long time survival

tumoringroei in de a. mesenterica superior
Wat is een double duct sign en waar wijst dit op?Hoe kan je dit opsporen?
dat de ductus choledichus en de ductus pancreaticus gedilateerd zijn. Het wijst op een pancreaskoptumor

Met een ERCP: je gaat naar binnen via de mond, tot de papil van vater. Hier ga je naar binnen. Je spuit contrast vloeistof en kijkt of het gedilateerd is
Wat vindt je bij LO bij pancreascarcinoom?
1. krabeffecten
2. pijnloze icterus
3. teken van Courvoisier = galblaas op spanning zonder pijn (doordat de tumor zorgt dat het gal niet weg kan