Summary Class notes - GZC3

Course
- GZC3
- Iemand
- 2018 - 2019
- Universiteit Utrecht
- Geneeskunde
339 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - GZC3

  • 1539295200 WEEK 1

  • Anemie:
    - Definitie:
    - 3 labwaarden waaraan je kunt zien dat er anemie is:
    - Afkappunten Hb voor mannen en vrouwen waarbij anemie sprake is:
    - Hoe veel ziektejaren zijn er in de wereld door anemie?
    - Zowel verworven als congenitaal: binnen deze groepen verdere grote onderverdeling?
    Definitie: een tekort aan rode bloedcellen/RBC massa/insufficientie van RBCs om voldoende zuurstof naar de perifere weefsels te vervoeren.

    Labwaarden:
    - Laag Hb = gouden standaard
    - Verlaagd hematocriet (celmassa die in het bloed zit)
    - Verminderd erytrocytenaantal
    Dit loopt niet precies synchroon, maar wel aan elkaar gecorreleert.

    Afkapwaarden:
    Man: <8,1 = anemie
    Vrouw: <7,5 = anemie

    Ziektejaren:
    77 miljoen

    Verworven en congenitaal worden onderverdeeld in 
    1. Aanmaakstoornissen
    - Aanmaak van de cellen 
    - Aanmaak van hemoglobine
    2. Afbraakstoornissen
  • Als we kijken naar de structuur van een rode bloedcel: waar kunnen er allemaal stoornissen van zijn?
    1. Stoornissen van het celmembraan
    2. Stoornissen van het hemoglobine (3 opties) = eigenlijk altijd microcytaire anemie want celinhoud wordt kleiner
    - Stoornis in de heemgroep
    - Te kort aan ijzer
    - Mutatie in alfa of beta-keten
    3. Stoornissen van de energie-enzymen voor anaerobe glycolyse (2 opties)
    - Pyruvaat-kinase-deficientie = zorgt voor heftige hemolytische anemie
    - Glucose-P-D-deficientie = verminderde resistentie oxidatieve stress

  • Wat is de normale overlevingsduur van een rode bloedcel?

    Waar wordt een rode bloedcel afgebroken? Waar wordt het dan in omgezet? Hoe wordt dat uigescheiden?
    110-120 dagen
    In de lever of in de milt
    In eerste instantie in ongeconjungeerd bilirubine --> geconjungeerd in de lever en vervolgens uitgescheiden via het gal
  • Wat zijn de twee cave's bij Hb daling (dus: in welke twee situaties is het Hb nog niet gedaald terwijl er eigenlijk wel een anemie is):
    1. Bij dehydratie: verdikking van je bloed kan dit geven en dan zie je het ook niet meteen terug, pas als het bloed verdunt is. 
    2. Bij een acute bloeding: stel je gooit 2 liter bloed weg, is je bloed direct daarna nog niet verdund, er is gewoon minder bloed. Verdunnen gebeurd pas later
  • Hematocriet:
    - Definitie:

    - Noem een situatie wanneer dit is verhoogd:
    - Noem twee situaties wanneer dit is verlaagd:

    Definitie: volumefractie van erytrocyten in het totale bloedvolume
    Verhoogd:
    Bij dehydratie: want bloedvolume gaat dan omlaag dus fractie omhoog

    Verlaagd:
    Bij hypervolumie (bijvoorbeeld zwangerschap: meer vocht vasthouden) & anemie
  • MCV:
    - Definitie:
    - Normaalwaarden (ongeveer)

    MCHC:
    - Definitie:
    Definitie: Mean Cell Volume: gemiddelde volume (uitgedrukt in femtoliters) van de ery

    Normaalwaarde: ongeveer tussen de 80 en 100. 

    MCHC: Mean Cell Hemoglobin Concentration
    - Definitie: gemiddelde hemoglobine concentratie per erytrocyt
  • Classificaties anemie: om een anemie te analyseren moet je gebruik maken van de 2 classificaties: welke twee zijn dit? Welke labwaardes zijn hierbij behulpzaam?
    1. Kinetisch: classificatie door oorzakelijk mechanisme
    - Behulpzaam: reticulocyten (hoog of laag)

    2. Morfologisch: classificatie door RBC grootte
    - Behulpzaam: MCV
    microcytair, normocytair, macrocytair

    Als je dan kijkt naar de reti's en het MCV kan je verder gaan differentieren naar wat de oorzaak precies is: zie slide (in dit voorbeeld zijn het de verworven stoornissen maar je hebt natuurlijk ook de congenitale)
  • Reticulocyten laag: noem 2 oorzaken.
    Reticulocyten hoog: noem 2 oorzaken
    Reti's laag: 
    1. Beenmergaandoening
    2. Tekort aan bouwstenen

    Reti's hoog:
    1. Bloedverlies (door hypoxie gaat de nier Epo aanmaken --> rode bloedcelaanmaak gaat omhoog)
    2. Verhoogde afbraak
  • Pas hier het classificatiesysteem op toe (heel makkelijk):
    Kinetisch: je ziet dat de reticulocyten aan de lage kant zijn (0,7), terwijl het Hb super laag is. Het lichaam zou dus juist super veel nieuwe reticulocyten moeten gaan aanmaken als respons op de anemie, maar dit gebeurd niet. Dus: reti's te laag. 

    Morfologisch: je ziet dat het MCV heel laag is = microcytaire anemie
  • Verminderde rode bloedcel aanmaak:
    - Wat zie je aan de reticulocyten?
    - Noem de 6 mogelijke oorzaken:
    - Kun je hier verder nog in differentieren door middel van morfologische classificatie
    - De reticulocyten zijn laag
    - Oorzaken: 
    1. Tekort aan de bouwstenen: foliumzuur of vitamine B12 door dieet of malabsorptie
    2. Tekort aan ijzer door dieet, malabsorptie of bloeverlies
    3. Beenmergaandoeningen zoals aplastische anemie of myolodysplasie
    4. Beenmergsuppressie door uitwendige oorzaken: medicatie (chemo, methotrexaat (foliumzuurantagonist), bestraling, tumorinfiltratie.
    5. Te kort aan hormonen die nodig zijn voor de aanmaak van RBC:
    - Te kort aan Epo (bij nierziekten)
    - Te kort aan TSH (hypothyreoidie): verminderde actie beenmerg
    - Te kort aan androgenen (hypogonadisme)
    6. Anemie bij chronische ziekte (door de 3 oorzaken van chronische ziekten en die moet je weten?)

    MCV:
    1. Foliumzuur en B12 zijn geen bouwstenen van het hemoglobine. MCV = hoog (want het doet niks met de hemoglobine)
    2. Ijzer is een bouwsteen voor hemoglobine. MCV = laag (want er zit dus minder hemoglobine in de cel wat invloed heeft op het volume)
  • Kinetisch en morfologisch:
    Een microcytaire afbraak/verliesstoornis (want MCV laag en reti's hoog)
  • Hoe kan je in het bloed makkelijk het verschil zien tussen een verhoogde afbraakstoornis of een verhoogd verliesstoornis van de erytrocyten?
    Bij een afbraakstoornis zie je ook andere afbraakstoffen in het bloed zoals bilirubine.
  • Verhoogde afbraak/verlies stoornis ery's: waardoor kan het allemaal komen
    Noem intrinsieke (3) en extrinsieke (6) oorzaken:

    Welke 4 tekenen zie je in het lab van RBC afbraak (behalve een laag Hb):

    Intrinsiek:

    1. Celmembraanafwijking (spherocytose)
    2. Enzymafwijking (G6P-deficientie of pyruvaatkinase-deficientie)
    3. Hb-pathie (sikkelcel, thallasamie)

    Extrinsiek:
    1. Antistoffen tegen RBC
    2. Kunstklep: rondom zo'n klep shear stress: oudere RBC slaan erop kapot (onder microscoop noemen we dit: fragmentocyten die dan ontstaan). 
    3. Infecties zoals malaria
    4. PNH: paraxosmale nachtelijke hemoglobinurie: 's nachts hemolyse. 's ochtends hele donkere urine door hemoglobine uitplassen. kan ook beetje geel zien
    5. Microangiopathische hemolyse: intravasculair (hierbij ook fragmentocyten)
    6. Hypersplenisme

    Lab RBC afbraak: 
    1. Hoog bilirubine
    2. Hoog LDH
    3. Laag haptoglobine: haptoglobine transporteerd ijzer in het bloed wanneer dit vrijkomt uit een RBC. Bij veel hemolyse raakt het haptoglobine op en verlaagd het. 
    4. Hoog urinebilinogeen en faecaal stercobilinogeen (geen idee waarom dit zo heet)
  • Wat is de FOBT?
    Het bevolkingsonderzoek bij darmkanker waarmee chronisch occult bloedverlies mee kan worden vastgesteld
  • Wat is, in het lab, dé marker voor hemolyse? (tentamen)
    Een laag haptoglobine
  • 2 tekenen in het lab van een verhoogde RBC productie
    1. Reticulocytose
    2. Beenmerg hyperplasie
  • Tekenen van beschadigde rode bloedcellen:
    1. Fragmentocyten (bijvoorbeeld bij kunstklep en microangiopathische hemolyse)
    2. Spherocyten (beschadigde membranen: kan teken zijn van membraanstoornis)
    3. Osmotische fragiliteit: in een hypotone oplossing dan zwellen de cellen op en als het membraan dan te zwak is knallen ze uit elkaar. 
  • Een heel hoog MCHC maar een micro/normocytaire anemie: waar moet je aandenken:
    Heel veel hemoglobine in de cel in verhouding tot het celmembraan (want dit brokkelt steeds af). Het kan zijn dat het celmembraan steeds af is gebroken zoals bij een aangeboren membraanziekte
  • Hemolyse: 
    Wat is het eerste waar je aan moet denken/uit moet sluiten?
    Waar kan dit allemaal door uitgelokt worden?
    Welke twee soorten:
    Wat voor test gebruiken we om dit te diagnosticeren?

    Is er sprake van een immuunafwijking: auto-immuun hemolytische anemie: AIHA

    Uitlokking door:
    - Zwangerschap
    - Bloedtransfusie
    - Infectie

    1. IgG antistoffen tegen RBC
    2. IgM antistoffen tegen RBC

    Coombs test: antistoffen tegen rode bloedcellen aantonen door anti-antistof toe te voegen en te kijken of het bindt --> dan wordt er een klontje gevormd door kruisbindingen (zie plaatje)
    1. Anti-IgG
    2. Anti-complement, want IgM is een groot molecuul wat complement bindt.
    - IgM is het eerste antistof dat wordt gemaakt, dus bij een acute tranfusie reactie van bijvoorbeeld een verkeerde bloedgroep wordt er een afstotingsreactie gezien met IgM
  • Hemoglobinopathien:
    - Kwalitatief VS kwantitatief: leg uit met MCV:
    - Hoe kan je het diagnosticeren (welke test)? 

    - Wat zie je bij deze test bij de aandoeningen
    Kwalitatief: er is voldoende aanmaak, maar het Hb is ziek/misvormd --> hierbij is er wel voldoende aanmaak --> niet bleek en leeg --> normocytaire anemie


    Kwantitatief: verminderde aanmaak (alfa en beta-thalassamie) --> hierbij maak je minder hemoglobine --> bloedcellen leeg en bleek --> microcytaire anemie

    Test: hemoglobineferese (meten van de ketens)


    Alfa-thalassamie: je hebt geen alfaketens dus: alle soorten Hb verminderd aangemaakt: microcytaire anemie die niet reageert op ijzer. 
    Beta-thalassamie: je hebt geen betaketens dus: er is een verminderde aanmaak van HbA1 (het normale hemoglobine). Het lichaam gaat dan compenseren door meer HbF en HbA2 aan te maken. Zo herken je beta-thalassamie
  • Stel: jonge vrouw met microcytaire anemie. Je denkt als eerste aan ijzergebreksanemie maar bij het geven van ijzer is er geen verandering in Hb. Je wil het ijzer in het lichaam meten, welk stofje meet je? Wat als dit stofje normaal is? Wat moet je dan doen? En wat als dat ook normaal is?
    Ferritine. Als dit stofje normaal is klopt er iets niet, want het is dan geen ijzergebreksanemie, wat moet je dan doen? Hb-electroferese. Als dat ook normaal is: zou alfa-thalassamie kunnen zijn, want: je hebt minder van elk soort Hb molecuul = de verhoudingen blijven gelijk = normale uitslag van een Hb-ferese test
  • Sikkelcelanemie:
    - Waar zit de fout en wat gebeurd er?
    - Wanneer beginnen de klachten van sikkelcelanemie?
    - Welke test kan je het herkennen?
    - Waar pijn?
    - Kwantitatief of kwalitatief 
    - Recessief of dominant? 
    - Levensverwachting
    De fout zit in de beta-globuline keten die van vorm is veranderd, waardoor de Hb's aan elkaar kunnen plakken in een cel, waardoor de cel van vorm veranderd = halve maan. Deze vorm verandering is alleen als de ery zuurstof heeft afgegeven. Dan komt de mutatie naar buiten en klitten ze aan elkaar. Deze cellen kunnen dan vastlopen, vooral in de trage gebieden: botten = pijnaavallen. Ook de interactie tussen het endotheel is veranderd. 

    Na 6 maanden. Want dan begint echt de aanmaak van Beta-globuline, daarvoor is het voornamelijk foetaal (y)-globuline. 

    Bij kinderen zit de pijn meestal in de kleine handbotjes.
    Bij volwassenen meestal in de lange pijp beenderen.

    Kwalitatief. 

    Het is recessief. 

    50 jaar
  • Wat is de meestvoorkomende membraanafwijking van de RBC.
    Aan welke labwaarde vooral herkenbaar?
    Welke 2 andere vormen van membraanafwijkingen RBC?
    Sferocytose. Vooral herkenbaar aan het verhoogd MCHC
    Elliptocytose
    Stomatocytose
  • G6PD-deficientie korte uitleg:
    Glucose 6 phospaat dehydrogenase (G6PD). Bij een tekort hieraan heb je minder anti-oxidantvorming dus versneld celverval bij oxidatieve stress
  • Bij fragmentocyten: welke 2 dingen denk je aan?
    1. Kunstklep hemolyse
    2. Microangiopathische anemie
  • 4 oorzaken van macrocytaire anemie:
    1. Reticulocytose: jonge rode bloedcellen zijn groot = toename MCV. Dit is dus een instinker want hemolyse door microcytaire oorzaak kan hierdoor zich ook normo of macrocytair uiten als er veel reti's zijn
    2. Vitamine B12 of foliumzuur tekort (want nodig voor de celdeling en maturatie, maar niet voor het hemoglobine. Doordat cellen niet meer goed kunnen delen en matureren komen er meer jonge cellen in het bloed en jonge cellen zijn groot --> MCV omhoog)
    3. Abnormale RBC maturatie, door:
    - Alcohol
    - Leverlijden
    - Hypothyreoidie
    - Medicatie
    - Myelodysplasie
  • 5 oorzaken van normocytaire anemie:
    Normo is wat lastiger, want kan overlap hebben met macro en micro, maar normaal zie je het bij:

    1. Chronische ziekten
    2. Acuut bloedverlies (er is nog niks aan het compenseren)
    3. Algehele beenmergsuppressie zonder maturatiestoornis --> bij chemo of radiatie
    4. Chronisch nierfalen = tekort aan Epo
    5. Endocrien
    - Hypothyreoidie
    - Hypopituitarisme
  • 3 oorzaken van microcytaire anemie:
    1. Verminderde ijzerbeschikbaarheid
    - Ijzergebrek
    - Chronische ziekte = hepcidine hoog = komt geen ijzer in het beenmerg dus ook een ijzertekort (stond ook in normo)

    Je kan onderscheid maken door ferritine te bepalen.

    2. Verminderde haemsynthese
    - Loodvergiftiging = want lood duwt ijzer uit de cel waardoor je een ijzertekort hebt
    - Sideroblastische anemie = een aanmaakstoornis van haem

    3. Verminderde globineketen productie
    - thalassemie
  • Begrijp dit
    :D
  • Welke 3 soorten granulocyten zijn er?
    Uit welke progenitorlijn komen ze?
    Noem de belangrijkste functies:
    Welke groeifactor speelt een belangrijke rol voor de uitrijping van granulocyten?
    Neutrofielen, basofielen en eosinofielen. 
    Ze komen uit de myeloide lijn.
    Functies zie plaatje. 

    Basofielen verhoogd bij: sinusitis, diabetes en waterpokken



    De groeifactor die belangrijk is bij het uitrijpen van de granulocyten is G-CSF.
  • Op welke 3 plekken kan een folliculair lymfoom ontstaan?
    Lymfeklieren, milt of beenmerg
  • Weefsel specifieke macrofagen in de lever, huid en bot:
    lever: kupfer
    huid: dendritische cellen
    bot: osteoclasten
  • Waar komen NK cellen vandaan (waar worden ze van gemaakt)?
    Waar in het lichaam komen NK cellen voor?
    Lymfoide lijn --> ze migreren mee met de t cellen naar de thymus --> het is een progenitor t cel en rijpt dan niet uit tot t cel maar tot NK cel. 

    Milt, huid, bloed, mucosa. 
  • Welke 4 soorten T cellen heb je nadat een naieve cel is geactiveerd? + functie
    1. Cytotoxische t cellen = killen via lysis
    2. Geheugen t cellen = speelt rol bij opnieuw infectie
    3. T helper cellen = b-cel activatie
    4. T regs = suppressie immuuncellen
  • Waaruit ontstaan trombocyten?
    Wat is de belangrijkste factor voor het ontstaan van trombocyten?
    En waar wordt dit gemaakt?

    Hoe zit het met TPO bij een afbraak/aanmaak probleem van de bloedplaatjes
    Megakaryoblasten --> megakaryocyten --> vallen uiteen in trombocyten
    TPO = trombopoietine
    Dit wordt gemaakt in de lever.


    - Afbraakprobleem: normaal of laag Tpo omdat je relatief veel jonge plaatjes in de circulatie hebt waardoor er minder Tpo gemaakt wordt. 
    - Aanmaakprobleem: juist meer Tpo in de circulatie. aanmaken lukt niet, Tpo wil dit continue stimuleren. 

    Dus: jonge plaatjes zorgen dus eingelijk voor een negateive feedback loop op Tpo
  • Kijk hier nog even naar. Hematopoeise.
    :)
  • 3 signalen om een T-helpercel te activeren als DC:
    De binding tussen de DC en de Th-cel gaat via drie signalen: MHCII-TCR, CD80/86-CD28 en cytokinerelease vanuit de DC.  
  • Soorten immunoglobulines en of het mono di of pentameer is:
    -Monomeren: IgG (belangrijkste bij de afweerreactie), IgA (mucosa), IgD (B-cel oppervlakken)
    -Dimeren: IgA (te vinden op muceuze membranen)
    -Pentameren: IgM (eerste immuunrespons)
  • De erythropoeise:
    - noem de stappen van myeloide progenitor naar erytrocyt:
    - In welk stadium wordt de kern eruit gegooid?
    - wanneer begint de cel met hb productie:
    stappen: myeloide progenitor --> pro-erytroblast --> erytroblast --> reticulocyt --> erytrocyt.

    In het erythroblast-stadium wordt de kern uitgestoten en komt de hemoglobineproductie op gang, waardoor de cel roze kleurt. De reticulocyt is daarom ook roze van kleur. Ondanks dat de reticulocyt geen kern meer bevat, heeft deze cel nog wel enkele organellen. Het aantal reticulocyten in het bloed zegt iets over de aanmaak.
  • Hoe is een hemoglobine molecuul opgebouwd?
    Wanneer begint het maken van hemoglobine? 
    Welk enzym koppelt ijzer aan de heemgroep?
    Welke receptor transporteerd  ijzer over het celmembraan heen?
    Hemoglobine is opgebouwd uit twee alfa- en twee betaketens (in 97% van de gevallen, HbA). In het midden van elke van deze eiwitketens zit een heemgroep met een ijzermolecuul (Fe2+).


    Hemoglobineprocutie begint in erytroblast-stadium.

    Porphyrine koppelt ijzer aan heamgroep.

    Ijzer over het celmembraan: transferrine. Erythroblasten hebben de meeste transferrine receptoren op hun oppervlaktemembraan --> alle hemoglobines worden gemaakt.
  • Leg uit hoe een lage/hoge zuurstofspanning in de weefsel kan leiden tot een laag/hoog Epo en via welke transcriptiefactor? Noem ook HIF en VHL.
    Wat is het gevolg van een mutatie in het VHL gen waardoor VHL niet meer werkt? Is dat gevaarlijk?
    EPO (erythropoëtine) zorgt voor stimulatie van de erythroblast-stadia van de RBC. Een daling van de zuurstofspanning in de weefsels zorgt voor een toename van de EPO-productie via de activatie van HIF-transcriptie factoren. HIF is een instabiel eiwit en ondergaat in het geval van een hoge zuurstofspanning VHL-gemedieerde proteolyse, waardoor het transcriptiecomplex inactief wordt. In het geval van een lage zuurstofspanning, zijn de HIF hydroxylases inactief en blijft het HIF-eiwit stabiel -> transcriptie-activiteit omhoog -> EPO productie.


    O2 sensing in de weefsels:
    Als O2 hoog is → HIF instabiel. Aminozuren in het HIF waar een HO keten aan zit → dit wordt gehydroxyleerd. Van Hippel Lindau eiwit kan eraan binden wat zorgt dat het protesoom het kan afbreken. Een ingewikkeld systeem om HIF af te breken = verminderd Epo. HIF = transcriptiefactor om Epo af te schrijven.

    Als O2 laag is → deze systemen zijn niet actief = stabiel HIF. HIF kan nu binden aan de Epo-promotor, een stuk in het gen wat zorgt voor de transcriptie van Epo.



    MUTATIE:
    !!!! tentamenvraag: wat gebeurd er als er een mutatie is van van Hippel Lindau gen. HIF kan niet meer instabiel gemaakt worden (worden afgebroken), en blijft dus in zijn stabiele vorm aanwezig als transcriptiefactor voor het Epo gen = continue Epo productie. Je krijgt niet een anemie maar een erytrocytose = hoog Hb. Is dat gevaarlijk? Ja: want hoe meer cellen in je bloed hoe stroperiger (viscositeit hoger) = verhoogde kans op trombose.
  • Noem de 2 vormen van hemoglobine en hun functie en waar actief:

    Leg de zuurstofdissociatie curve uit:
    Deoxy: in de weefsels --> bij een lage pO2/hoge pCO2 spanning. Dit hemoglobine geeft makkelijk O2 af in weefsels. Dit komt door 2,3-DPG = Als dit stijgt, wordt zuurtof makkelijker afgegeven, als het daalt, moeilijker.



    Oxy: in de longen --> bij een hoge pO2/lage pCo2 spanning. Dit hemoglobine neem makkelijk O2 op vanuit longen.

    Zuurstofdissociatie curve:
    Wat je moet onthouden: zuur = meer afgave zuurstof. Temp = ook meer zuurstof afgeven. EN dan stofje 2,3DPG gaat ook omhoog bij mensen die chronisch bloedarmoede hebben. Andersom: het hemoglobine kan ook meer zuurstof aantrekken en dus vasthouden. Bij ondertemperatuur en bij hoge pH.



    DUS:
    - Lage ph, hoge temp en veel 2,3DPG = afgifte O2
    - Hoge ph, lage temp en geen 2,3DPG = aantrekken O2
  • IJZERCYCLUS:
    Welke vorm van ijzer zit voornamelijk in de voeding? 
    Naar welke vorm wordt het omgezet en hoe (2 manieren)?
    Door welke receptor wordt het opgenomen in de enterocyt?
    Wat zijn de ijzerpakhuizen van het lichaam (hoe wordt het intracellulair opgeslagen)?
    Hoe gaat ijzer van intracellulair naar extracellulair (plasma)?

    Wat gebeurd er in het bloed met ijzer: welke vorm en waar bindt het aan?


    Welk eiwit reguleert de hoeveelheid beschikbaar ijzer in het lichaam en hoe? Waar wordt dit eiwit gemaakt?

    Wat gebeurd er met dit systeem bij hypoxie?
    Wat gebeurd er met dit systeem bij ontsteking?

    Hoe kan een PPI invloed hebben op de hoeveelheid ijzer in het lichaam?

    Hoe werkt Epo op de afgifte van hepcidine en via welk ander eiwit (en waar wordt dit gemaakt)?

    Wat is hemosiderine?

    Transferrine en lactoferrine: 

    Hoe wordt ijzer uit de RBC gehaald als de RBC zijn leven heeft gehad en wordt het gerecycled:

    Ijzer in de darm:
    Fe3+ in de voeding, moet worden omgezet naar Fe2+. Dit gebeurd door: maagzuur en vitamine C. Ijzer wordt opgenomen in de darm via de DMT1 transporter (divalent metal tranporter = apicale membraan). Ijzerpakhuizen = ferritine. Ijzer gaat naar het plasma via de transmembraan transporter ferroportine. 

    In het bloed moet het vrije ijzer laag blijven want toxisch, ook wordt het weer terug terug omgezet naar Fe3+, dus het moet gebonden worden aan transferrine. 

    Hepcidine is de insuline van ijzer. Wanneer er meer ijzer nodig is, zal de afgifte van hepcidine door de lever verminderen. Hepcidine zorgt voor het sluiten van ferroportine en zorgt zo dus voor: 

    - Minder excretie van ijzer vanuit de enterocyt naar het plasma 
    - Minder excretie van ijzer uit de macrofaag naar het plasma
    - Minder excretie van ijzer uit de lever naar het plasma

    Hypoxie: 
    Je hebt te weinig zuurstof dus moet meer RBCs aanmaken --> meer beschikbaar ijzer nodig --> hepcidine omlaag. Dit geld ook wanneer er een verhoogde vraag is aan ery's: bij een anemie.

    Ontsteking:
    Bacterien hebben ook ijzer nodig, dus hepcidine omhoog --> minder ijzer in het bloed beschikbaar. 

    PPIs: zuurremmers wat de opname van ijzer belemmert (door minder omzetting naar Fe2+). De opname gebeurd in het bovenste stuk blinde darm en daar is zuur voor nodig. Dus: probleem in de dunne darm of probleem met zuur = opname verstoord. Dus: maagzuurremmers (PPIs) → kan het verstoren.


    Epo: als Epo omhoog gaat (dus er moeten meer RBC worden aangemaakt) is er ook meer ijzer nodig, dus moet hepcidine omlaag. Epo zorgt er voor dat de hoeveelheid erythroferrone (ERFE) toeneemt, wat de hepcidine afgifte door de lever remt. Erythroferrone: wordt gemaakt in het beenmerg. Erytroblasten maken dit.


    Hemosiderine: 



    Bij gedeeltelijke destructie eiwitmantel ferritine door te veel ijzer in het lichaam: grote aggregaten in weefsels = hemosiderine 





    • Transferrine transporteert ijzer in plasma
    • –  ‘verzadigd’ indien 2 ijzeratomen gebonden: gemiddeld 20-30%
    • –  reversibele ijzerbinding
    • –  bacteriostatisch 





    1. • Lactoferrine
      • –  in secreten
      • –  rol afweer: bindt ijzer ten koste van het microbiele metabolisme 



    Ijzer aan transferrine bindt aan transferrinereceptor aan een erytroblast waarna het via endocytose wordt opgenomen in in een endosoom terecht komt waar een zure omgeving wordt gecreerd door waterstofatomen waardoor het transferrine-transferrinereceptor complex ijzer loslaat en dan wordt ijzer gebruikt in de nieuwe bloedcel. 
  • Intracellulaire ijzerbalans:
    Leg uit wat er op dit plaatje staat.
  • Hoe kan ischemie leiden tot weefselschade?
    Dit kan door het principe: reperfusie-gemedieerde-weefselschade waardoor de Haber-Weiss reactie plaatsvindt. 

    • Ischemie: een tekort aan zuurstof dus een tekort aan ATP. Er ontstaat hypoxanthine --> xanthine. Het moment dat er wel weer zuurstof is (reperfusie) wordt het omgezet in superoxide en uraat en waterstofperoxide waarbij Fe3+ de katalysator is. H2o2 en superoxide zijn nog niet zo heel erg, immers het lichaam maakt ze zelf ook. Maar vervolgens wordt H2O2 omgezet tot OH- oiv Fe2+. Deze radicaal hoort niet in het lichaam en reageert met alles wat het tegenkomt: DNA, eiwitten, celorganellen → irreversibele schade. Hierdoor kan ook kanker ontstaan. DIT is waarom vrij ijzer zo toxisch is. Omdat het waterstofperoxide kan omzetten in een hele aggressief radicaal OH-.
    O2- + H2O2 → O2 + OH- + .OH
    Dit heet de Haber-Weiss reactie.
  • Leg uit wat antioxidantia doen:
    Leg uit wat een belangrijk mechanisme is om de rode bloedcel te beschermen tegen al het ijzer wat er in zit (katalysator van radicaalvormreactie).
    Leg uit waarom mensen met een G6PD-deficientie bij het eten van tuinbonen een hemolysereactie krijgen.
    Antioxidantia: er zijn heel veel eiwitten en andere stoffen die oxidanten kunnen afvangen zodat het stabiel blijft. 


    Tranferrine is hier 1 van doordat het ijzer pakt. Wat je moet onthouden: glucose via G6P (omzetten: glucose → glutaation) → kan H2O2 water laten worden. Vorming van eiwitten die kunnen reduceren die dit kunnen doen. Glutaation = belangrijk eiwit en zit in de rode bloedcel. Dit zorgt er dus voor dat dit niet kan leiden tot oxidatieve schade in de rode bloedcel. Bij mensen waarbij glutaation gemuteerd is: hemolyse. Tuinboon: veel oxidanten in. Als die patiënten dit eten. G6PD-deficientie.
  • Noem 4 tekenen van hemolyse in het bloed:
    1. Als er veel bloed aangemaakt wordt --> meestal een teken van compensatie en dan zie je veel reticulocyten in het bloed. 


    2. Hemolyseparameter: bilirubine hoog

    3. Hemolyseparameter: LDH hoog

    4. Vrij haptoglobine: is een stofje dat de afbraakproducten aan zich bindt. Op moment van veel afbraak heb je dus een LAAG VRIJ haptoglobine. 
  • Beenmergpunctie:
    - waar bij kinderen?
    - waar bij volwassenen?
    - wat is het pijnlijkste van het onderzoek?

    Verschil beenmergpunctie en beenmergbiopt:
    Kinderen: heupen
    Volwassenen: achterkant crista of sternum
    Het pijnlijkste is het opzuigen van het beenmerg.

    Beenmergpunctie VS beenmergbiopt:
    Beenmerg punctie/aspiraat: je zuigt alleen cellen op. Je kan kijken of er afwijkende cellen zijn, maar je ziet niet hoe die cellen in het bot gelegen zijn. Of het een celrijk beenmerg is, of een celarm beenmerg kan je niet zien. Dit is dus puur om de cellen te zien.
    Beenmerg/bot biopt: als je denkt aan een ziekte waarbij het beenmerg niet meer goed werkt/fibrose van het beenmerg/aplastische anemie (waarbij het beenmerg weinig maakt) heb je een biopt nodig. Want je moet het in het verband zien. 
  • Hematopoiese: op welke manieren onderzoek je dit?
    - Bloedonderzoek: door een machine alle waarden laten bepalen.
    - Bloedonderzoek: uitstrijkje en met microscoop naar de cellen kijken. 
    - Beenmergpunctie: om de losse cellen te bekijken. 
    - Beenmerg/bot biopt: om de cellen in het beenmerg in verband te zien (bijvoorbeeld als jeee aplastische anemie wil vaststellen). 
  • Wat zijn de twee belangrijkste/meest voorkomende leukocytopenien?
    Noem van beiden de oorzaken:

    Neutropenie en een lymfocytopenie

    Neutropenie
    o   Constitutioneel
    -  Er zijn mensen die bijvoorbeeld uit Afrika komen die gewoon altijd al een wat krapper neutrofielen getal hebben. Ze hanteren andere grenzen dan wij, het is normaal om wat lager te zitten. Dit is niet afwijkend.

    o   Congenitaal
    -  Aangeboren ziektes van het beenmerg (severe congenital neutropenia). De ontwikkeling stopt bij de pro-myelocyten (zie plaatje).
    - Shwachman Diamond syndroom: combinatie van een verteringsprobleem met pancreasinsufficientie en een neutropenie. Kijk hierbij naar de groei van het kind, als het kind goed gegroeid is pleit dit tegen een verteringsprobleem

    o   Verworven
    -  Para infectieus: normaal zorgt een infectie juist voor een hoog leukocytengetal, maar sommige pathogenen zorgen voor een laag leukocytengetal. 
    *      Verschillende soorten infecties die je niet heel vaak tegen zal komen: tuberculose, sepsis (heel hoog verbruik leukocyten), malaria, viraal: wel de gewone infecties die je vaak ziet EBV, CMV, HIV, herpes, hepatitis. 
    -  Medicamenteus
    *      Chemo: werkt op sneldelende cellen (waaronder kankercellen). Hematopoetische cellen zijn ook heel snel delende weefsels (350 cellen per minuut), dus de chemo maakt ook beenmerg kapot --> lage leukocyten, trombo’s en ery’s.
    *      Bestraling
    -  Vitamine deficiëntie
    *      Hele ernstige B12 deficiëntie: je ziet niet alleen een anemie maar ook neutropenie en trombocytopenie
    -  Auto-immuun neutropenie: antistoffen tegen neutrofielen maken. Vooral bij jonge kinderen --> vaak goedaardig = specifieke antistoffen tegen granulocyten.Ook voorkomend bij lupus op volwassen leeftijd. 
    -  Beenmerg aandoening waarbij de bloedaanmaak verdrongen wordt


    Lymfocytopenie
    o   Para-infectieus
    -  HIV: waarbij het CD4 verminderd is
    -  Tuberculose, etc. Deze tabel kan je vinden op UpToDate
    o   Iatrogeen: dit zijn ook cellen die verminderd raken als je chemo geeft. 
    o   Secundair aan een systeemziekte: bijvoorbeeld SLE, of andere auto immuunziekten.
    o   Congenitaal
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Vertel hoe een toxisch folliculair adenoom ontstaat.
Mutatie in TSH-receptor zorgt voor stimulatie onafhankelijk van TSH --> hyperplasie en meer mutaties zorgt voor het ontstaat van een folliculair adenoom. Toxisch betekent dat het T3 en T4 aanmaakt
Kortverzuim =  minder dan 2 wekenMiddellang verzuim = 2-6 wekenLang verzuim = 6 of langer
fact
WW: op zoek naar nieuwe baanWAO: nooit meer werkenWIA: gedeeltelijk ongeschikt
feiet
Wajong uitkering:
Voor jongeren en studenten die arbeidsongeschikt zijn
Noem 2 biases bij screen-detected cancers VS gediagnosticeerde cancers:
Criteria voor screening:
-Bewijs voor effectiviteit van screening
oHeel kort gezegd: een langere survival van screen-detected kankers VS gediagnosticeerde kankers is niet genoeg. Want er zijn 2 biases hierbij:


§Lead time bias eerdere diagnose leidt automatisch tot een langere survival, puur omdat je het stukje tijd toevoegt aan overleving, zelfs als het moment van sterfte nog hetzelfde is. Er komt gewoon een heel stuk survival bij, terwijl het moment van sterfte niet veranderd. Een vertekening waarbij lijkt alsof er veel gebeurd in je survival, maar dat is eigenlijk niet zo.


§Length bias deze bias heeft te maken dat screening vooral langzaam groeiende tumoren met langere survival ontdekt. Als je deze groep (op slide) zou screenen op 4 random momenten, dan zie je dat screening vooral de langzaam groeiende tumoren ontdekt, terwijl de tumoren die snel groeien kunnen wat makkelijker gemist worden. Het einde van de balkjes = moment van diagnose in de kliniek. Andere manier om er naar te kijken: 1000 mensen met progressieve kanker. 400 zijn nog in leven en 600 zijn dood. 5 year survival is 40%. Als je daar 2000 mensen met heel langzaam groeiende kanker aan toevoegt, dan heb je nog steeds de langzaam groeiende kankers in leven en nog steeds 600 dood = niet veranderd, maar de 5 year survival is nu opeens 80%. Dus dat lijkt heel erg gestegen terwijl er nog steeds even veel mensen doodgaan.
Conclusie: als je bij screening alleen iets ziet over 5 year survival moet je even kritisch kijken of dit niet door deze twee biases komt. 
- Definitie van screening:- Dus: screening is heel anders dan de klinische praktijk: sens en spec:- Criteria voor screening- 3 verschillen met WHO nieuwe criteria:
Definitie: het onderzoeken van een in principe gezonde populatie om asymp gevallen van een ziekte of aandoening op het spoor te komen, in veronderstelling dat deze aandoening in een vroeg stadium misschien beter te behandelen is. 

-       Klinische praktijk draait om detectie van ziekte = een hoge sensitiviteit van belang

-       Bij screenen stel je heel veel gezonde mensen bloot aan een test. Niet alleen van belang om ziekte te vinden, maar ook heel erg van belang om de nadelen te beperken = hoge specificiteit belangrijk.


 Wilson & Junger criteria for screening (10):
-Conditie moet een health probleem zijn
oHet moet vaak voorkomen
oOf het moet een heel grote impact op leven hebben als het voorkomt
-Er moet een behandeling zijn
-Er moeten faciliteiten voor diagnose en behandeling: als we iets vinden moeten we het kunnen herkennen ne behandelen, anders hebben we er niks aan
-Er moet een herkenbaar bekend ‘vroeg’ stadium aanwezig zijn, waarin je de ziekte kan herkennen
-Er moet een goede test zijn
-Deze test moet acceptabel zijn voor de bevolking
-Het natuurlijk beloop van de ziekte moet goed begrepen zijn: hoe ontwikkelt de ziekte zich vanaf het bestaan tot aan de dood/behandeling. Dit is moeilijk omdat het stuk voordat de klachten beginnen niet goed bekend is. Als je weet hoe het natuurlijk beloop is kan je inschatten hoeveel effect een screeningstest zal hebben
-Als je iets vind bij een test: wat is de cut-off? Welke grens ga je mensen als patienten behandelen.
-De kosten moeten economisch gebalanceerd zijn: in proportie staan
-Screening moet een continu proces zijn. Niet 1 keer in een test doen in de bevolking.

WHO:
1. Screening moet effectief zijn
2. Voordelen moet groter zijn dan nadelen
3. Balans van kosten en netto voordelen screening
4. Er moet een van tevoren vastgestelde populatie zijn. Bijvoorbeeld: borstkanker screening vrouwen van 50-74 jaar.
Alle Lymfomen op een rijtje
van relatief onschuldig naar agressief
Welk histologische kenmerk is typerend voor een papillair schildkliercarcinoom
Orphan Annie Eyes --> Ophelderingen in de cellen wat optisch lege kernen zijn. Dit zijn celinclusies en worden zo genoemd.
Waarom mee kan je een feochromocytoom aankleuren histologisch?
CD56
Wat test je in het bloed voordat je een medullair schildkliercarcinoom gaat opereren?
Metaniphrines in het bloed = afbraakproduct van adrenaline