Summary Class notes - Handboek Groepsdynamica

Course
- Handboek Groepsdynamica
- -
- 2016 - 2017
- NTI
- Toegepaste Psychologie
454 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Handboek Groepsdynamica

  • 1490738400 leerdoelen

  • wat zij de leerdoelen van groepsdynamica?
    1. Uitleggen wat het vakgebied van de groepsdynamica inhoudt
    2. Analyseren van een groep alsmede de niveaus, processen en fenomenen daarin, aan de hand van een casus;
    3. Advies geven over hoe, in een bepaalde situatie, een begeleider het beste kan communiceren met groepsleden;
    4. Advies geven over hoe een bepaalde groep in een bepaalde fase van de groepsontwikkeling het beste begeleid kan worden;
    5. Analyseren van het leiderschap in een bestaande groep; 
    6. Reflecteren op uw eigen rol in een groep
    7. Uitleggen wat termen uit de groepsdynamica inhouden 
  • 1490824800 H1 groepsdynamica tussen psychologie en sociologie

  • Wat bedoelen we met de toegenomen individualisering sinds de renaissance in Europa?
    dit wordt duidelijk bij de vergelijking tussen westerse individu-gerichte culturen (persoonlijk geluk zelfontplooiing en succes benadrukken) en groepsgerichte wij-culturen met waarden als respect, plicht, eergevoel en beleefdheid.
  • Wat bedoelen we met het mensbeeld van de homo clausus?
    De gesloten persoonlijkheid het beeld van de autonome, onafhankelijk van anderen existerende mens.

  • Met welk model krijgen we goed inzicht in cultuurverschillen?
    1. a. Met de 6 dimensies van Geert Hofstede:
      1. i. Machtsafstand 
      2. ii. Individualisme vs collectivisme: 
      3. iii. Masculiniteit vs feminiteitL 
      4. iv. Onzekerheidsvermijding: 
      5. v. Lange of korte termijn oriëntatie:
      6. vi. Hedoïsme vs Soberheid: t
  • wat bedoelt Geert hofstede met onzekerheidsvermijding?
    de mate waarin leden van een cultuur zich bedreigd voelen door onzekere of onbekende situaties
  • wat bedoelt Geert Hofstede met hedoïsme vs soberheid?
    toegeven aan impulsen zoals in nw Europa en delen van Afrika of ingetogen en sober zijn zoals in Azië en de islamitische landen;
  • wat bedoelt Geert Hofstede met lange of korte termijn oriëntatie?
    nastreven van deugden op de lange termijn zoals doorzettingsvermogen volharding en spaarzaamheid;
    of het nastreven van onmiddellijk resultaat zoals in de VS en de meeste islamitische landen.
  • Welke denklijn volgt Pagès omtrent het affectieve leven van groepen?
    Gestaltpsychologie: ‘we moeten van het geheel uitgaan om meer te begrijpen van de samenstellende delen. Bij de totstandkoming van groepen legt hij de nadruk op de brede sociale en maatschappelijke verbanden waarvan hij concrete groepen als subgroepen opvat.
  • Wat is globaal gezien een van de belangrijkste polariteiten in de mens?
     De spanning tussen de rationele en irrationele kanten, rationaliteit vs emotionaliteit, verstand vs gevoel. Overige polariteiten worden immers vaak aan dit tweetal gekoppeld. 
  • Wat betekent relatieve autonomie?
    Een wisselwerking tussen de groep en het individu. Je blijft voor een deel afhankelijk van anderen.
  • 1490911200 H2 grondslagen van de groepsdynamica

  • Geef een voorbeeld van de fundamentele verschillen tussen de psychoanalytische en Europese opvattingen en de Amerikaanse groepsdynamicatheorieën. (veldbenadering van Lewin)
    Het door de Amerikanen buitensluiten van persoonlijke en maatschappelijke historie in de groep en wezenlijke ervaringseenheid door puur gericht te zijn op het hier en nu en het concrete uiterlijk zichtbare gedrag.
  • Benoem het verschil tussen de taakaspecten en de sociaal-emotionele aspecten.
    • extern systeem vs. intern systeem
    • voortbestaan van de groep in de omgeving vs. de groep als groep in stand houden
    • bereiken van het doel vs. het interne groepsfunctioneren
    • wat wordt er gedaan vs. hoe gaan de leden met elkaar om
    • taakgerichte activiteiten vs. de onderlinge betrekkingen
    • taakoriëntatie vs. sociaal-emotionele oriëntatie
    • formele leider vs. informele leider
    • bewaakt het resultaat vs. bewaakt de satisfactie
    • nadruk op formele functies vs. nadruk op psychologische en persoonlijke functies
    • formele groepsstructuur vs. informele groepsstructuur
    .
  • Welke 2 soorten groepen worden onderscheiden?
    1. Taakgerichte groepen;
    2. Sociaal - emotionele groepen.
  • Hoe wordt de sociaal emotionele kant ook genoemd?
    De proceskant.
  • Op welke twee niveaus functioneren groepen?
    Op een taakniveau en op een sociaal-emotionele niveau.
  • Wat zijn de 3 fase van groepsontwikkeling volgens Bales?
    1. Oriëntatiefase (vragen en geven van informatie);
    2. Evaluatiefase (vragen en geven van meningen);
    3. Controlefase (vragen en doen van voorstellen).
  • Hoe staat de 3 fase theorie van Bales ook wel bekent?
    Als het BOB- model:
    Beeldvorming, oordeelsvorming, besluitvorming.
  • Hoe voert Bales de interactieanalyse uit?
    Aan de hand van een nauwkeurig observatieschema.
  • Welke 2 hoofdgebieden onderscheid Bales?
    1. Taakgebied;
    2. Sociaal- emotioneel gebied.
  • Hoe gedraagt een systeem zich (in groepen)?
    Een systeem gedraagt zich niet als een eenvoudige samenvoeging of optelling van onafhankelijke elementen, maar als een samenhangend en ondeelbaar geheel.
  • Wat is het overeenkomst tussen de systeem- en de veldtheorie?
    Ze zijn beiden geïnteresseerd in hoe systemen tot verandering komen, maar vooral hoe ze stabiliteit handhaven. In hun theorie is een van de belangrijkste manieren daartoe het gebruik van feedback.
  • Hoe komt het dat de maatschappij weer meer aandacht kreeg in de theorievorming?
    Door het exploreren van paralellen tussen persoonsdynamica en groepsdynamica. Individuele levensgeschiedenissen zijn namelijk ook sociale levensgeschiedenissen: de maatschappij heeft zijn weerslag op het individu. Freud erkende dit ook.
  • Wat zijn specifieke thema's die in de groepsdynamica onderzocht zijn?
    • Interpersoonlijke attractie;
    • Persoonswaarneming;
    • Stereotypering;
    • Communicatie;
    • Groepsnormen en conformiteit;
    • Besluitvorming;
    • Leiderschap;
    • Groepsontwikkeling;
    • Feedback.
  • Door welke 2 factoren wordt interactie bepaald?
    1. Enerzijds eisen die de taak stelt;
    2. Anderzijds wie de anderen zijn.
  • Wat wordt er in de groepsdynamica verstaan onder de term 'interactie'?
    Het groepsgedrag van groepsleden die rechtstreeks met elkaar in contact staan.
  • Wat is interpersoonlijke attractie?
    Hoe gevoelens van sympathie en antipathie in groepen tot stand komen.
  • Welke 2 soorten leiders zijn er?
    1. Taakgerichte leiders;
    2. Sociaal- emotionele leiders.
  • Wat zijn de 2 hoofdfuncties van communicatie?
    1. Zakelijke communicatie; inhoudsniveau 
    2. Relationele communicatie. betrekkingsniveau
  • Wat zijn de 6 fasen van groepsontwikkeling?
    1. Voorfase;
    2. Oriëntatiefase;
    3. Invloedsfase;
    4. Affectiefase;
    5. Fase van de autonome groep;
    6. Afsluitingsfase.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

noem 2 LGI's  die vallen onder cluster 2?
  1. The Conference Model;
  2. Real time Work Design;
noem 2 LGI's die vallen onder cluster 1?
  1. Search Conference;
  2. Future Search;
noem 2 LGI's onder cluster 3?
  1. Situ-Real;
  2. Work-Out;
hoe is in large intervention methoden aan het probleem van erkenning gedacht doordat de kans om te spreken zo beperkt is?
door plenaire bijeenkomsten af te wisselen met werk in parallelle kleine groepen;
noem 5 mogelijke subdoelen van teambuilding?
  1. beter begrip van de rol van elk teamlid, van de opdracht en van het groepsproces;
  2. beter inzicht op groepsfunctioneren, in de communicatiepatronen, besluitvormingsmanieren en leiderschapsstijlen;
  3. conflicthantering;
  4. betere samenwerking en communicatie
  5. boven tafel krijgen van de verborgen agenda's ;
welke 8 leiderschapsrollen heeft Quinn uitgewerkt die voortvloeien uit de 4 fundamentele oriëntaties en wat zijn de vaardigheden?:
  1. innovator: leven met- en managen van veranderingen en creatief denken;
  2. bemiddelaar: machtsbasis opbouwen en handhaven, effectief onderhandelen en ideeën presenteren;
  3. producent: Productief werken tijd en stress-management;
  4. bestuurder: visie ontwikkelen en communiceren, doelen formuleren
  5. coordinator: projectmanagement, taken ontwerpen, crossfunctioneel management
  6. controleur: informatie beheren kritisch denken omgaan met overvloed aan informatie
  7. stimulator: teambuilding, participerende besluitvorming, conflict managen.
  8. mentor: inzicht in zelf en anderen, effectief communiceren, ontwikkeling van werknemers.
welke 8 leiderschapsrollen heeft Quinn uitgewerkt die voortvloeien uit de 4 fundamentele oriëntaties en wat zijn de valkuilen van:
  1. innovator: onrealistisch, onpraktisch
  2. bemiddelaar: opportunistisch, te hoge aspiraties, verstoort continuïteit;
  3. producent: te prestatiegericht, individualistisch , verstoort samenhang
  4. bestuurder: weinig ontvankelijk,  gevoelloos, beledigt individuen
  5. coördinator: sceptisch, cynisch, verstikt vooruitgang;
  6. controleur: fantasieloos, saai, negeert mogelijkheden;
  7. stimulator: te democratisch, te veel participatie, vertraagt productie;
  8. mentor: teerhartig, toegeeflijk, schuift verantwoordelijkheid af;
welke leiderschapstijlen heeft Lewin in de jaren 40 reeds onderscheiden?
  1. autoritair leiderschap
  2. democratisch leiderschap
  3. laissez-faire leiderschap
in welk verband vormen de categorieën  uit verschillende deelgebieden wederkerige of tegengestelde paren?
a: orientatieproblemen ( geeft/ vraag informatie)
b: evaluatieproblemen (geeft/ vraagt om meningen)
c: controleproblemen: (doet/ vraagt om voorstellen)
d. besluitvormingsproblemen: (toont instemming/ zich oneens)
e. spanningsregulatieproblemen: ( ontspant atmosfeer/ toont zich gespannen)
f. integratieproblemen: ( toont zich vriendelijk/ onvriendelijk)
Welke polariteit weerspiegelt de dimensie Naast-tegenover?(intimiteit en affectie)
verbondenheid/interdependentie en autonomie. bij beide polen gaat het om contact: bij verbondenheid via verbinding en bij autonomie via confrontatie:
wij- gerichtheid vs ik gerichtheid
harmonie vs onafhankelijkheid;
vertrouwen vs respect.