Summary Class notes - HAP10306

Course
- HAP10306
- Arie Nieuwenhuizen
- 2015 - 2016
- Wageningen University (Wageningen University, Wageningen)
- Voeding en Gezondheid
711 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - HAP10306

  • 1451862000 Introductie fysiologie

  • Fysiologie
    • studie van biologisch functioneren
    • functie= waarom? --> teleologische benadering
    • mechanisme = hoe? --> mechanistische benadering
  • Functie versus mechanisme
    • voorbeeld: rode bloedcellen
    • functie: zuurstofbinding voor zuurstofvoorziening van organen
    • mechanisme: zuurstofbinding d.m.v. hemoglobine (ijzergroep)
  • Fysiologie
    Niveaus:
    • molecuul
    • cel
    • weefsel
    • orgaan
    • orgaansysteem
    • organisme
    • populatie
    • (ecosysteem)

    Pathofysiologie = fysiologie van ziekte
  • Thematische indeling fysiologie
    1. structuur (morfologie) en functie (fysiologie) --> gekoppeld
    2. homeostase --> stabiliteit intern milieu
    3. informatie-uitwisseling --> coördinatie lichaamsfuncties
    4. energiehuishouding
    5. (evolutie)
  • Structuur (morfologie)
    • opbouw big vergelijkbaar met opbouw mens 
    • maag-darmkanaal (carnivoor), etc. 
  • Longen: structuur
    • macroscopisch niveau: morfologie
    • vertakking van luchtwegen, uitkomend in longblaasjes (alveoli) 
    • groot oppervlak (100-150 m2)
    • hecht netwerk van capillairen om longen
  • Longen: functie
    • fysiologie
    • volume en capaciteit 
    • gasuitwisseling
    • regulatie van de ademhaling --> bewust/onbewust 
  • Vorm en functie
    • vorm (uiterlijk) van groot belang voor functie

  • Orgaansystemen
    • circulair
    • verterend
    • endocrien
    • immuun
  • Inwendig milieu
    • relatief constant, ondanks continue veranderingen in de omgeving
    • stabiliteit van inwendige omgeving als voorwaarde voor leven
    • basis voor homeostase 
    • specifieke marges voor parameters
  • Homeostase
    • het vermogen om relatief stabiele inwendige omstandigheden in stand te houden ondanks voortdurende veranderingen in de omgeving
    • mechanismen voor handhaven van stabiliteit
    • afwijking van stabiliteit gevolgd door factoren voor terugkoppeling naar stabiliteit 
    • homeostase ≠ equilibrium --> dynamisch evenwicht
    • ionconcentraties binnen en buiten de cel verschillen (celfunctie)
  • Homeostase en gezondheid
    • externe en interne invloeden
    • interne veranderingen verwerkt door compensatie 
    • handhaving van homeostase --> gezondheid
  • Homeostase: concept
    • voorbeeld = aquarium 
    • stimulus 
    • sensor 
    • input signaal
    • integratiecentrum
    • output signaal 
    • target
    • response
    • resultaat = negatieve terugkoppeling
  • Homeostase: feedback loops
    • negatieve terugkoppeling = reactie op verandering --> verandering  wordt teruggedraaid --> behoud van normale waarde (set point) van interne milieu
    • positieve terugkoppeling =  reactie op verandering --> verandering wordt versterkt (voorbeeld: natuurlijke bevalling)
  • Negatieve feedback
    • toestand van dynamische stabiliteit
    • variërend rondom set point 
    • reactie pas bij verandering
  • Intercellulaire communicatie
    • communicatie tussen integratiecentrum (hersenen) en overige organen
    • handhaving van terugkoppelingssystemen
    • zenuwstelsel: via elektrische signalen/lokale afgifte van neurotransmitters
    • hormonen: boodschappers in de bloedcirculatie
  • Homeostase: regulatie
    • voorbeeld neurale respons: bloeddrukregulatie bij liggen-opstaan 
    • voorbeeld endocriene respons: bloedglucoseregulatie bij eten
  • Homeostase korst energie
    • universele energiedonor: ATP
    • afbraak (verbranding) van nutriënten
    • rust versus inspanning
  • 1452034800 Zenuwstelsel, prikkelgeleiding en neurotransmissie

  • Neurale communicatie 
    Elektrische signalering:
    • over grotere afstanden (mm-1.5 meter)
    • relatief snel

    Chemische signalering: 
    • bij overgang op volgende neuron/targetcel
    • korte afstand = synaps (neurotransmitter)
    • lange afstand = hormoon
  • Elektrische signalering
    Membraanpotentiaal:
    • spanningsverschil (V) over de celmembraan
    • ontstaat door ongelijke verdeling (concentratieverschil) van diverse ionen --> -70 mV
    • depolarisatie --> membraanpotentiaal wordt positiever (kleiner)
    • hyperpolarisatie --> membraanpotentiaal wordt negatiever (groter)
    Elektrische signalering:
    • verandering van membraanpotentiaal als gevolg van ionbeweging over een isolerend membraan'
    • door regulatie van verschillen in ionconcentratie (homeostase, rol nieren) of door regulatie van celmembraanpermeabiliteit
    • mechanisch gereguleerde ionkanalen: mechanische druk
    • chemisch gereguleerde ionkanalen
    • spanningsgereguleerde ionkanalen --> grote veranderingen in membraanpotentiaal
  • Membraanpotentiaal neuron
    • ongelijke verdeling van ionen: [Na+]intra < [Na+]extra, [K+]intra > [K+]extra
    • ongelijke verdeling lading: intracellulair negatief ten opzichte van extracellulair
    • specifieke ionkanalen nodig voor transport (permeabiliteit)
    • regulatie van permeabiliteit van ionkanalen door diverse stimuli
  • Elektrische signalen: type 1
    • graduele potentaal: amplitude afhankelijk van stimulussterkte, amplitude vermindert met afstand
    • stimulus --> depolarisatie --> afname van invloed depolarisatie over afstand
    • graduele potentiaal boven drempelwaarde --> actiepotentiaal 
  • Actiepotentiaal: positieve en negatieve feedback
    • negatieve feedback: depolarisatie door geopende natriumkanaal activatiepoorten/geopende kaliumkanalen
    • 2 poorten op spanningsafhankelijk Na+-kanaal
    • activatiepoort --> opent ionkanaal
    • deactivatiepoort --> sluit ionkanaal met vertraging van 0,5 ms
  • Elektrische signalen: type 2
    • actiepotentiaal 
    • alles-of-niets principe: amplitude van de actiepotentiaal is altijd gelijk
    • refractaire periode: periode waarin geen nieuwe actiepotentiaal gegenereerd kan worden
  • Actiepotentiaal: refractaire periode
    • absoluut refractaire periode: geen actiepotentiaal mogelijk
    • relatief refractaire periode: actiepotentiaal mogelijk met hogere stimulus
  • K+ uitstroom
    • celmembraan relatief permeabel voor K+ 
    • extracellulaire K+-concentratie kan de membraanpotentiaal beïnvloeden
    • hypokalemia --> spierzwakte 
    • hyperkalemia --> gevoelig voor actiepotentiaal
  • Conductie actiepotentiaal
    • unidirectionele voortgang
    • consequentie refractaire periode/alles-of-niet principe
  • Actiepotentiaal geleidingssnelheden
    • I = V / R --> wet van Ohm: stroom = spanningsverschil / weerstand 
    Invloeden op stroomsnelheid:
    • de weerstand waarmee ionen binnen in het axon kunnen verplaatsen
    • de weerstand over de celmembraan
    • diameter van de axon
    • permeabiliteit celmembraan: leak channels en myeline 
  • Voortgeleidingssnelheid actiepotentiaal
    • myeline verhoogt membraanweerstand, verlaagt lekkage
    • node (knoop van Ranvier) = plaats zonder myeline --> actiepotentiaal 
    • voorbeeld: neuronen die skeletspieren aansturen
  • Multiple sclerose
    • ontstekingsziekte waarbij de myelineschede wordt aangetast 
    • actiepotentialen worden niet meer doorgegeven
    • verlies van gevoeligheid voor prikkels, spierzwakte 
  • Communicatie
    Informatieoverdracht:
    1. stimulatie
    2. signaal-opwekking
    3. signaal-transport en -overdracht
    4. informatieverwerking (integratie)
    5. uitvoeren/handelen/effectueren
  • Chemische synaps: afgifte neurotransmitter
    • calciumkanalen 
    • afgifte van neurotransmitters m.b.v. vesikels 
  • Klassen neurotransmitters
    • acetylcholine = meest voorkomende neurotransmitter in het lichaam
    • biogene amines = catecholamines, afgeleid van tyrosine --> dopamine norepinephrine (noradrenaline), epinephrine (adrenaline)
    • aminozuur transmitters = glutamaat (centraal zenuwstelsel, excitatoir) en GABA (inhibitoir, Cl- ionkanaal)
    • neuropeptides = verschillende soorten met diverse functies (gedrag), NPY, oxytocine
  • Glutamaat en GABA
    • glutamine
    • beide stoffen kunnen in elkaar worden omgezet
  • Glutamaat
    • excitatoir --> depolarisatie
    • hyperactiviteit van het zenuwstelsel
    • glutamaatreceptoren: AMPA en NMDA
  • GABA
    • inhibitoir --> hyperpolarisatie 
    • GABA-receptoren: ionkanaal (Cl-instroom, GABA Ar) or G-proteine gekoppeld (K+ uitstroom, GABA Br)
    • GHB: GABA Br agonist 
  • Effect op postsynaptische cel
    Effect afhankelijk van:
    1. hoeveelheid neurotransmitter --> afbraak en heropname, diffusie uit synapsspleet
    2. hoeveelheid receptoren
    3. affiniteit receptoren
    • postsynaptische cel kan andere neuron/spiervezel/etc. zijn
    • acetylcholine stimuleert contracties van spiervezels via de nicotinamerge acetylcholinereceptor
    • curare is nicotineantagonist → verlamming skeletspieren
  • Frequentiecodering
    • omzetting van signaal naar actie 
    • verschil in frequentie van actiepotentiaal door effect van stimulus 
  • Neuronale netwerken
    • neuronen zijn gekoppeld met vele andere neuronen
  • Neurale integratie
    • verschillende netwerkvormen van neuronen
    • divergent netwerk 
    • convergent netwerk
  • Neurale integratie: spatiële summatie
    • voorkomen van actiepotentiaal wordt bepaald door de som van alle voorgaande effecten 
    • optelling van verschillende responses in de ruimte 
  • Neurale integratie: temporele summatie
    • voorkomen van actiepotentiaal wordt bepaald door snelheid van twee opeenvolgende prikkels 
    • optelling van verschillende responses in de tijd 
  • Neurale integratie: presynaptische modulatie
    • presynaptische modulatie = regulatie van de communicatie in een synaps 
  • Neurale netwerken: de hersenen
    • netwerk van neuronen die elkaar beïnvloeden
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

energiegebruik (kJ/min) formule
energiegebruik (kJ/min)  =  20  X  VO2 (L/min)  

                                             = 20    X    (delta O2 (%)  X  Flow (L/min) / 100)
de hoeveelheid uitgeademde lucht per minuut wordt als volgt berekend:
Flow (l/min)  =   oppervlakte grafiek (L/s*min)   x   60/aantal minuten
formule van Adem-minuut-volume (AMV)
AMV = f x TV

f= ademfrequentie 
TV = ademdiepte 
formule van het hart-minuut-volume (HMV)
HMV = f x SV

f = hartslagfrequentie 
SV = slagvolume 
FEV1 =
hoeveel lucht je in 1 sec uit kan ademen
alveolaire ventilatie (formule)
(Vt x f) - (DV x f)
maximale adem minuut volume (MAMV)   (formule)
VC x F 
vitale capaciteit X frequentie (zoveel slagen per minuut)
valvula atrioventricularis sinister
deze klep voorkomt het terugstormen van het bloed naar het atrium tijdens ventriculaire contractie.
a. coronariae die zorgt voor de doorbloeding van de hartspier
kransslagader
valvulae semilunaires aortae zij verhinderen het terugstromen van het bloed in de ventrikels
halvemaanvormige kleppen.