Summary Class notes - Hormonale aandoeningen

Course
- Hormonale aandoeningen
- 2020 - 2021
- Universiteit Utrecht
- Farmacie
329 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Hormonale aandoeningen

  • 1599084000 Werkcollege 1a: Regelkring van de schildklier

  • Hoe ziet de schildklier eruit en waar in het lichaam bevindt het zich?
    De schildklier is een vlindervormige, endocriene klier die zich aan de voorzijde van de nek bevindt die tegen de luchtpijp aanligt. Het bestaat uit twee kwabben die bestaan uit follicles en die verbonden worden door de isthmus.
  • Wat is de locatie en functie van het colloïd?
    Het colloïd is de vloeistof die zich in schildklierfollikels bevindt en deze bestaat voornamelijk uit het eiwit thyroglobuline, wat uiteindelijk de schildklierhormonen thyroxine T4 en triiodothyronine T3 vormt. Dus hierin liggen de schildklierhormonen opgeslagen.
  • Wat is de locatie en functie van de folliculaire cellen?
    De folliculaire cellen omgeven de kern van een follikel. Als deze cellen gestimuleerd worden door een schildklierstimulerend hormoon (TSH), dan scheiden deze cellen de schildklierhormonen T3 en T4 uit. Dit doen ze door het thyroglobuline in het colloïd te transporteren en deze daarna de metaboliseren met lysosomale enzymen in T3 en T4. 
  • Wat is de locatie en functie van de parafolliculaire cellen?
    De parafolliculaire cellen worden ook wel C-cellen genoemd. Deze cellen maken geen deel uit van de folliculaire eenheid en bevinden zich in de ruimtes tussen de follicles. De cellen scheiden in tegenstelling tot folliculaire cellen een ander schildklierhormoon uit, namelijk calcitonine.
  • Leg stapgewijs uit hoe de schildklierhormonen gemaakt worden.
    De synthese van schildklierhormonen vindt plaats in de folliculaire schildkliercellen. De synthese begint met:
    1. Thyroglobuline wordt gesynthetiseerd in de folliculaire cel, om precies te zijn in het endoplasmatisch reticulum, en wordt in een vesicle geplaatst door het Golgi apparaat. Het wordt uiteindelijk afgegeven in het lumen van de follikel, dus het colloïd
    2. Tegelijkertijd wordt jodide ionen actief vanuit het bloed de folliculaire cel in getransporteerd over het basolaterale membraan via een Na+/I--cotransporter. Dit proces wordt ook wel trapping genoemd. 
    3. Jodide ionen wordt dan door de folliclecel naar het apicale membraan, waar jodide met behulp van een antiporter pendrin wordt uitgewisseld tegen een andere stof (X) en in het colloïd getransporteerd wordt. Hier wordt jodide geoxideerd tot jodium met behulp van TPO (thyroid peroxidase) en H2O2. 
    4. De jodium atomen worden vastgemaakt aan de tyrosine groepen van het thyroglobuline molecuul, in een proces dat ook wel jodering genoemd wordt. Hierbij worden de thyroglobuline colloïden DIT en MIT gevormd, wat staat voor diiodothyronine en monoiodothyronine. Dit betekent dus dat er bij DIT 2 jodium atomen aan het molecuul gebonden zijn en bij MIT 1. 
    5. De gejodeerde tyrosines worden dan aan elkaar gekoppeld tijdens een proces genaamd conjugatie, waarbij de schildklierhormonen triiodothyronine (T3) en tetraiodothyronine (T4) gevormd worden (in het colloïd), alleen maken deze nog steeds deel uit van de thryglobuline molecuul.
    6. Hiervoor worden eerste de thryglobuline colloïden via endocytose weer opgenomen in de folliculaire cellen, waarbij het gevormde blaasje fuseert met een lysosoom blaasje. Hierdoor ontstaat er een endo-lysosoom. Dit proces wordt proteolyse genoemd.
    7. De lysosomale enzymen, dus de enzymen die in het lysosoom blaasje zaten, knippen T3 en T4 van de thyroglobuline (in de folliculaire cel), waarnaar deze hormonen via gefacilieerde diffusie weer in het bloed diffunderen via gefaciliteerde diffusie. In de bloedbaan terecht gekomen binden de hormonen aan plasmaeiwitten (TBG) en worden ze richting de perifere weefsels gevoerd. 
  • Wat zijn de verschillen tussen T3 en T4?
    • T4 heeft vier jodium ionen, twee op de buitenste ring en twee op de binnenste en ontstaat door koppeling van twee DITs, terwijl T3 maar drie jodium ionen heeft, één op de buitenste ring en twee op de binnenste en ontstaat door de koppeling van één DIT en één MIT.
    • Daarnaast is T3 ook actiever dan T4 (heeft een grote klinisch effect), ook al wordt er veel meer T4 uitgescheiden door de schildklier, namelijk 90% tegenover 10%.
      • Een van de reden dat T3 actiever is, is dat het minder gebonden is aan plasmaeiwitten in het bloed, waardoor het hoeveelheid T3 dat vrij circuleert in het bloed gelijk is aan dit aantal van T4
      • Ook T4 kan worden omgezet in T3 wat voornamelijk plaatsvindt in de lever en nieren. Dit kan ook gebeuren wanneer T4 de doelcel binnenkomt, waardoor de hormonen dus in vergelijkbare hoeveelheden in het cytoplasma aanwezig zijn. 
      • En tot slot heeft de schildklierhormoonreceptor (TR) een tien keer grotere affiniteit voor T3 in vergelijking met T4
  • Leg de regelkring die wordt weergegeven in de afbeelding uit.
    De hypothalamus geeft het thyrotropine-releasing hormoon (TRH) af, wat de adenohypofyse (voorste gedeelte) stimuleert tot de afgifte van het thyroïdstimulerend hormoon (TSH). Het wordt het afgevoerd door de hypofyse poortader. TSH stimuleert dan weer te schildklier tot de afgifte van schildklierhormonen, die dan weer doelcellen kunnen stimuleren. Daarnaast kunnen deze schildklierhormonen als ze in grote hoeveelheid aanwezig zijn ook de productie van TRH en/of TSH remmen.
  • Verklaar en beschrijf de feedbackmechanismen die worden weergegeven in de afbeelding.
    Als er voldoende schildklierhormoon is om de doelcellen te stimuleren is er dus verder geen TRH en/of TSH meer nodig om de productie van de schildklierhormonen te stimuleren. Dan remmen de schildklierhormonen de productie van TRH en/of TSH via het feedbackmechanisme (negatieve feedback) zodat er niet nog meer schildklierhormoon gemaakt wordt. O.a. De hypothamulus meet dan dat er voldoende schildklierhormoon is en dat er geen TRH meer gemaakt hoeft te worden, wat er dan weer voor zorgt dat er minder TSH gemaakt wordt door de hypofyse.

  • Wat stimuleert de hypothalamus om THR te produceren?
    Lage schildklierhormoon niveaus die gedetecteerd worden door de hypothalamus.
  • Noem een aantal factoren die TSh kunnen inhiberen
    • Hoge schildklierhormoon niveaus
    • Somatostatine --> remt eigenlijk vooral TRH, dus indirect TSH
    • Dopamine
  • Beschrijf de belangrijkste effecten van de schildklierhormonen.

    • Effect op zenuwstelsel --> stimuleren de groei en ontwikkeling van de hersenen tijdens de zwangerschap en de eerste jaren na de geboorte.
    • Effect op skelet --> stimuleren de groei van botten.
    • Effect op hart --> verhogen de hartslag en de hoeveelheid bloed die het hart per minuut rondpompt.
    • Effect op ademhaling --> verhogen de ademhalingssnelheid.
    • Effect op stofwisseling --> ze verhogen de vetstofwisseling, de aminozuurstofwisseling, de vitaminestofwisseling en de snelheid van de basale stofwisseling.
  • Wat is de werking van de schildklier?
    De schildklier is een endocriene klier die hormonen uitscheid die zowel bij mannen als vrouwen voorkomen. Het orgaan speelt een belangrijke rol bij de metabolisme, ontwikkeling en groei.
  • Hoe wordt de smalle strook weefsel vóór de luchtpijp genoemd, gelegen onder de piramidale kwab?
    De isthmus, die de twee kwabben van de schildklier verbindt.
  • Door welk onderdeel van de folliculaire cel wordt thyroglobuline aangemaakt?
    Thyroglobuline wordt aangemaakt in de endoplasmatisch reticulum
  • Door welk onderdeel van de folliculaire cel wordt thyroglobuline verpakt in vesicles?
     Thyroglobuline wordt verpakt in vesicles door het Golgi apparaat
  • In de schildklier worden MIT en DIT samengevoegd en ontstaat T3 of T4. Waar in de schildklier gebeurt dit? En hoe gaat dit in zijn werk?
    MIT en DIT worden in het colloïd samengevoegd. T4 heeft vier jodium ionen, twee op de buitenste ring en twee op de binnenste en ontstaat door koppeling van twee DITs, terwijl T3 maar drie jodium ionen heeft, één op de buitenste ring en twee op de binnenste en ontstaat door de koppeling van één DIT en één MIT.
  • Wanneer T3 of T4 ontstaan is wordt het complex door middel van endocytose weer teruggebracht naar de folliculaire cellen. Voor T3 en T4 als losse hormonen de bloedbaan in gaan, moeten ze echter nog afgesplitst worden. Van welk molecuul moeten ze afgehaald worden? Hoe gaat deze afsplitsing in zijn werk? Wat gebeurt er met de restproducten?
    T3 en T4 moeten eerst nog afgesplitst worden van het thyroglobuline molecuul. Dit gebeurt met behulp van de lysosomale enzymen nadat het endo-lysosoom geworden is in de folliculaire cel. T3 en T4 worden dan door middel van gefaciliteerde diffusie de bloedbaan in getransporteerd. Daarnaast komen er ook DIT en MIT vrij uit de endo-lysosoom, wat weer herbruikt wordt bij de synthese van thryroglonuline. Ook niet alle thryoglobuline wordt gejodeerd, dus dat kan dan ook weer hergebruikt worden.
  • Benoem de onderdelen en processen van de afbeelding.
    A: Schildklier follicle
    B: Folliculaire cel
    C: Natrium ion
    D: Natrium-Jodide-symporter (NIS)
    E: Natrium ion
    F: Synthese thyroglobuline en vesicel vorming
    G: Pendrin --> antiporter die jodide uitwisselt tegen een andere stof (X)
    H: Exocytose thyroglobuline
    I: Thyroglobuline
    J: Oxidatie --> jodide wordt omgezet in jodium
    K: Jodering --> jodium aan thyroglobuline wordt gebonden en MIT en DIT gevormd worden.
    L: Conjugatie --> MIT en DIT gaan interacties met elkaar aan waarbij T3 en T4 gevormd worden.
    M: Endocytose T3 en T4
    N: Proteolyse --> blaasje met T3 en T4 smelt samen met een lysosoomblaasje.
    O: Tetraiodothyronine (T4)
    P: Triiodothyronine (T3)
    Q: Monoiodothyronine (MIT)
    R: Diiodothyronine (DIT)

  • Aan welke serumeiwitten kunnen T3 en T4 binden? Aan welk van deze eiwitten wordt het meest T3 en/of T4 gebonden?
    Schildklierbindend globuline (TBG), albumine en transthyretine (TTR). T3 en T4 binden hierbij het meest aan TBG.

  • Hoeveel van de totale T3-concentratie is ongebonden in het serum aanwezig? En hoeveel van T4?
    Ongebonden T4 --> 0,02% in het bloed
    Ongebonden T3 --> 0,50% in het bloed

  • Waar in het lichaam gebeurt de omzetting van T4 naar T3? Welke enzymen spelen hierbij een rol? (Benoem drie enzymen)

    T4 wordt omgezet in T3 in perifere weefsels door middel dejodering. Hierbij zijn drie dejodasen betrokken:
    • Type 1 deiodinase --> is in hoge concentraties aanwezig in de lever, nieren, skeletspieren en schildklier. Het verwijderd een jodium atoom uit de buitenste ring van T4, waardoor T3 ontstaat. Deze vorm is verantwoordelijk voor het grootste deel van de T3 vorming uit T4.
    • Type 2 deiodinase --> wordt voornamelijk aangetroffen in de hypofyse, het centrale zenuwstelsel en de placenta. T3 wordt op dezelfde manier gevormd als bij type 1. De T3 die echter is de hypofyse gevormd wordt is van bijzonder belang, omdat deze T3 verantwoordelijk is voor de remming van de TSH afgifte. 
    • Type 3 deiodinase --> verwijdert een jodium atoom uit de binnenste ring, waarbij T4 wordt omgezet in het inactievere rT3. Type 1 en 2 kunnen het dan weer omzetten in T3.
  • Naast T3 en T4 kunnen ook T2, T1 en T0 ontstaan. Waarom worden de waardes van T2/T1/T0 niet gecontroleerd tijdens een bloedtest?

    Omdat deze niet biologisch actief zijn en ze dus verder ook geen bekend effect hebben.
  • Leg stapsgewijs uit hoe een te hoge jodideconcentratie in het bloed ervoor kan zorgen dat TSH geremd wordt.

    • Te hoge jodideconcentratie.
    • Meer jodiumatomen beschikbaar voor de schildklierhormoon productie.
    • Meer T3 en T4 in de bloedbaan.
    • Negatieve feedback direct via de hypofyse en indirect via de hypothalamus.
    • Remming TSH (direct) en remming TRH waardoor ook TSH geremd wordt (indirect).

  • Verhoogde glucocorticoïdconcentraties zorgen voor inhibitie van TSH. Leidt dit ertoe dat jodide in mindere mate of juist meer geoxideerd wordt tot jodium? 

    Bij de inhibitie van TSH wordt de Na/I-cotransporter minder gestimuleerd, dus er komt minder jodide vanuit de bloedbaan in de folliculaire cel. Dus jodide wordt uiteindelijk in mindere mate geoxideerd tot jodium, omdat er dus minder jodide is. 
  • Jammer genoeg gaat het niet altijd goed met de schildklierregulatie. Als het fout gaat kan het zo zijn dat er te veel of te weinig schildklierhormonen zijn. Geef de twee medische termen voor deze verschijnsels. Benoem daarnaast de meest voorkomende ziekte van patiënten met te veel en te weinig T3/T4.
    Teveel T3/T4 --> hyperthyreoïdie --> ziekte van Graves
    Te weinig T3/T4 --> hypothyreoïdie --> ziekte van Hashimoto

  • Schildklierhormonen hebben diverse effecten op verschillende weefsels. De hormonen hebben intracellulaire receptoren binnen de nucleus, en initiëren daar de transcriptie van bepaalde eiwitten. Hoe veroorzaken T3 en T4 effecten in een cel? Beschrijf hoe T3 en T4 de cel in komen tot aan het effect in de kern.
    T3 en T4 betreden de cel door diffussie of carrier-gemedieerd transport via de monocarboxylaat transporter 8 (MCT8). In de cel wordt T4 dan gedeelde omgezet tot T3. T3 en T4 bewegen zich dan de celkern in, waar ze binden aan de schildklierhormoonreceptor (TR). TR vormt samen met de retinoïde X receptor (RXR) het schildklierresponse element (TRE), die als het geactiveerd wordt door T3 of T4 ervoor zorgt dat er transcriptie kan plaatsvinden van de genen in de celkern, waardoor er allerlei processen geactiveerd of geinactiveerd kunnen worden.
  • Beschrijf de metabole effecten van T3 en T4.
    De verhoging van het basale metabolisme (BMR) --> ontstaat door de stimulatie van zowel katabolische als anabolische reacties in vet-, koolhydraat- en eiwitmetabolisme.
  • T3 en T4 zorgen daarnaast voor een verhoogde gevoeligheid voor catecholamines (adrenaline en noradrenaline). Wat zou het effect kunnen zijn van te hoge spiegels van T3 en T4 op het cardiovasculaire systeem?
    Te hoge spiegels van T3 en T4 kunnen zorgen voor een verhoogde hartslag, een te hoge bloedruk en hartkloppingen.
  • Welke lichamelijke effecten kunnen ontstaan als de T3- en T4-spiegels juist te laag zijn?

    • Pijnloze goiter (zwelling in de nek door een vergrote schildklier)
    • Huidveranderingen (droge huid)
    • Perifeer oedeem (dikke voeten en enkels)
    • Obstipatie
    • Hoofdpijn
    • Gewrichtspijn
    • Vermoeidheid
    • Snelle gewichtstoename
    • Bij vrouwen --> anovulatie
    • Bij kinderen --> verminderde lengtegroei en ontwikkelingsachterstand.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Er zijn verschillende studies gedaan naar de effectiviteit en bijwerkingen van beide middelen. Wat is de conclusie van de auteurs? Hoe zijn zij tot deze conclusie gekomen?
Zij concluderen dat er geen bewijs is van een verschil tussen rhCG of rhLH en uhCG voor levendgeborenen of doorgaande zwangerschapspercentages of percentages OHSS. Ze zijn tot deze conclusie gekomen door 18 studies met elkaar te vergelijken. 
Wat is het verschil in productieproces van deze twee middelen? Heeft dit effect op het kinetisch profiel?
Ovitrelle wordt gemaakt met DNA recombinant techniek en Pregnyl wordt uit de urine van zwangere vrouwen bereid. Zit niet echt verschil in kinetiek tussen de twee, ovitrelle (t1/2 = 33 uur) en pregnyl (t1/2=30 uur) en hebben een vergelijkbare structuur.
hCG kan net als Gonal-F de bijwerking van een een opgezet gevoel van de eierstokken veroorzaken.Verklaar waarom hCG ook voor deze bijwerking kan zorgen. Er zijn verschillende vormen van hCG op de markt: bijvoorbeeld choriongonadotrofine-alpha (Ovtrelle®) en choriongonadotrofine (Pregnyl®). 
hCG kan net als Gonal-F de bijwerking van een opgezet gevoel veroorzaken. hCG wordt bij een behandeling vaak gegeven in de vorm van Pregnyl-injecties. Het voltooit de rijping van de eicellen, maar stimuleert tegelijkertijd opnieuw de eierstokken, door de langere werkingsduur. Dit is de oorzaak van een vroege ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS). 
Een kennis van mevrouw de Vries werd in eerste instantie ook niet zwanger, omdat ze last had van anovulatie. Ze hoefde geen ivf-behandeling te ondergaan, maar kreeg een FSH-injectie en een hCG injectie.Leg uit waarom hiervoor gekozen is. 
Bij anovulatie vind er geen eisprong plaats in de vruchtbare periode. Met een FSH en hCG injectie wordt een ovulatie/eisprong gestimuleerd en kan ze toch zwanger worden. Als dit zou werken hoeft ze dus geen IVF-behandeling te ondergaan, wat meer als laatste kans wordt gebruikt. 
Komt deze bijwerking vaker of minder vaak voor wanneer er gebruik wordt gemaakt van het antagonisten protocol in vergelijking met het agonisten protocol? 
Deze bijwerking (de ernstige vorm) komt dan minder vaak voor, want de antagonisten zorgen voor een vermindering van de follikel productie. Dus dan kies je hiervoor. Voor de rest is er niet echt een duidelijk verschil tussen antagonisten en agonisten gevonden in de verschillende studies. Agonisten zorgen wel voor een iets beter rijping van follikels, dus dan zou hiervoor gekozen kunnen worden. f
Een bijwerking van Gonal-F is dat vrouwen een opgezet gevoel van de eierstokken kunnen ervaren. Verklaar deze bijwerking. Hoe vaak komt het voor?
Ovarieel hyperstimulatiesyndroom (OHSS) --> grote follikels --> hieruit komen te veel hormonen vrij --> opgezet gevoel. Komt in -10% van de gevallen voor. 
Ziekenhuizen bepalen zelf welk protocol zij gebruiken voor hun ivf-behandeling. Op basis waarvan zullen zij dat doen?
Op basis van slagingspercentage (zwangerschapskans) en risico op bijwerkingen. Ook voor een deel kosten, maar slagingspercentage is het belangrijkste punt.
Welk hormoon is hCG? En waarom wordt dit gebruikt voor de inductie van de ovulatie en niet LH?
HCG is humaan choriongonadotrofine. Bij vrouwen stimuleert HCG de eisprong en zorgt het dat een bevruchte eicel zich kan nestelen in de baarmoeder. De biologische activiteit van HCG is gelijk aan die van LH, namelijk dat de ovulatie wordt gestimuleerd.
Er wordt HCG toegediend i.p.v. LH, omdat HCG een veel hogere halfwaardetijd heeft dan LH, dus het werkt veel langer. 
Hoe kan het dat GnRH-agonisten en –antagonisten het zelfde effect hebben, nl. onderdrukken van de eisprong?
GnRH-agonist hyperstimuleert de GnRH-receptor, waardoor er desensitisatie ontstaat voor GnRH. Hierdoor heb je dus minder FSH en LH en onderdrukking van de eisprong --> remming na langdurig gebruik, want eerst stimulering LH, dus krijg je eerst een piek. Een GnRH-antagonist remt meteen de receptor, waardoor lichaamseigen GnRH niet meer kan binden en er geen LH en FSH meer gevormd wordt.
Hoe ziet het protocol eruit waarvoor GnRH-antagonisten worden gebruikt om de ovaria te stimuleren?
GnRH-antagonisten zorgt voor de platlegging van de cyclus, want het onderdrukt de LH-piek en de eisprong. Je begint 1e dag met GnRH antagonist (is een kort protocol). Op dag 2 begin je met FSH, want zorgt voor de stimulatie van de follikelrijping.