Summary Class notes - I&I2

Course
- I&I2
- -
- 2018 - 2019
- Universiteit Utrecht
- geneeskunde
511 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - I&I2

  • 1527890400 HC-1 Inleiding blok

  •  
    Het binnendringen van een virus in de gastheercel wordt voorkómen door:
    A. Natural Killer (NK) cellen die het virus doden
    B. Antistoffen tegen virale oppervlakte eiwitten
    C. Cytotoxische T lymfocyten, gericht tegen het virus
    D. Cytotoxische T lymfocyten, gericht tegen die gastheercel
    B. Antistoffen tegen virale oppervlakte eiwitten
  •  
    Chronische ontstekingen gaan vaak gepaard met granulomen. Multinucleaire reuscellen in granulomen zijn afkomstig van:
    A. T lymfocyten
    B. Megakaryocyten.
    C. Gefuseerde macrofagen.
    D. Polymorfkernige granulocyten.
    C. Gefuseerde macrofagen.
  •  
    Welke combinatie van verwekker van bacteriële meningitis en leeftijdsgroep ziet men over het algemeen niet?
    A. Neisseria meningitides bij neonaten
    B. Streptococcus pneumoniae bij jonge kinderen
    C. Neisseria meningitides bij jong volwassenen
    D. Streptococcus pneumoniae bij bejaarden
    A. Neisseria meningitides bij neonaten
  •  
    Welke van de onderstaande antibiotica is eerste keus voor de behandeling van kinkhoest?
    A. Amoxicilline
    B. Azitromycine
    C. Ciprofloxacin
    D. Penicilline
    B. Azitromycine
  • Beschrijf hoe u bij lichamelijk onderzoek nekstijfheid vaststelt (2 punten) en hoe u het onderscheid maakt tussen nekstijfheid door meningeale prikkeling en bij een stijve nek door een myogeen probleem (2p).
    • Kijken of proberen of de patiënt de kin op de borst kan krijgen.
    • Kernig: patient kan vanuit zittende of liggende houding knie niet geheel strekken door uitstralende pijn in been uit rug (teken van wortelprikkeling of meningeale prikkeling).
    Brudzinski: bij buigen hoofd worden de knieën opgetrokken, omdat anders pijn optreedt (teken van meningeale prikkeling).
    •Onderscheid met stijve nek: bij meningeale prikkeling alleen flexie beperkt en pijnlijk, bij stijve nek alle richtingen beperkt en pijnlijk.

  • Noem drie symptomen of verschijnselen, buiten nekstijfheid, waar u op let bij lichamelijk onderzoek, die u helpen de ernst in te schatten van de meningitis (2 goed = 1 punt, 3 goed = 2 punt)
    • Petechieën, (verlaagd) bewustzijn, convulsies, lage bloeddruk, hoge hartfrequentie

  • Noem 4 criteria van een "systemic inflammatory response syndrome" (SIRS)
    Temperatuur boven 38C of onder 36C;
    hartslag boven 90 slagen per minuut,
    ademhalingsfrequentie boven 20 per minuut,
    leucocytenaantal meer dan 12x109/L of minder dan 4x109/L.
  • Een normaal totaal aantal leukocyten bij een persoon met koorts uit de tropen kan duiden op welke infectieuze ziektebeelden? Noem er drie.
    Malaria; Tyfus; Virale infectie, bijvoorbeeld Dengue; Rickettsiose
  • 1527976800 HC-2 Herhaling I

  • Welke belangijkste effectormechanisme heeft het lichaam om lichaams vreemde antigenen te verwijderen?
    (Extracellulaire) bacteriën -> opsonisatie (immungloblunlines + complement -> fagocytose)
    (Intracellulaire) Virussen -> CD8 T cel (NK cells)
    Schimmels -> fagocyteren + intracellulair doden 
    Parasieten -> IgE immunoglobulines
  • Wat is het eerste wat een lichaamsvreemde stof tegenkomt in het lichaam?
    Fysische en chemische barrieres;
    - epitheel 
    - pH
    - antimicrobiele peptides
  • Uit welke delen bestaat ons immunologische respons?
    - fysische en chemische barrieres; remmen en binnendringen
    -  aangeboren afweer / aspecifiek; doden en tijd rekken
    -  verworven afweer / adaptieve (lymfocyten); specifiek herkennen en doden
  • Hoe herkent een fagocyt een micro-organismen?
    Op grond van hun oppervlak -> patroonherkenning -> stranger signal
    PAMP; pathogen-associated molecular pattern

    bv in micro-organisme -> LPS gram- bacteriën steekt uit de celwand
    Cells: Patern reconition receptor oa. Toll-like receptor (TLR)
  • Wat is het resultaat van patroonherkenning?
    Activatie van cellen
    - fagocytose
    - cytokine productie om messenger door te geven (kleine systemische eiwitten)
    • bv interleukines IL-1, IL6 en TNF
    - bepalend voor reactie van adaptieve / verworven afweer
  • Welke trias van interleukines veroorzaken koorts?
    IL 1, IL6 en TNF
  • Welke cellen zijn in staat signalen van micro-organisme op te vangen?
    - dendritische cellen
    - epithiale cellen
    - endotheel cellen
    - fibroblasten
    - granulocyten
    - macrofagen
  • Wat is de 1e humorale repons en wat volgt hierop?
    1ste respons is macrofagen -> Cytokines -> zetten lever aan tot maken van meer humorale factoren als 
    • complement oa. gereguleerd door acute fase eiwitten
    •  fribrinogeen
    • CRP
    • serum amyloid protein (acuut face eiwit)
  • Waar bestaat het complement systeem uit, met welke functie?
    - grote groepen plasma eiwitten die normaal inactief zijn
    - geactiveerd gaat complement cleaven met enzymactiviteit
    - enzymcascade (C3 signaalversterking)
    - effecten: 
    • lysis
    • versterking ontsteking (aantrekken immuuncellen)
    • betere fagocytose
    • opruimen van Ig-complexen
    - tot deze worden geblokkeerd door lichaamseigen cellen
  • Op welke drie manieren wordt het complement geactiveert?
    1. mannanbindng lectine; suiker herkenning aan oppervlak bacterien
    2. interactie met antistoffen (klassiek)
    3. alternatieve pathway;  direct aan oppervlakte en at random activatie
  • Hoe wordt de fagocytose efficiënter?
    • Complement functioneert als opsonim en activeert fagocytose
    • Antistoffen 

    -> dus samenwerking humorale factoren aangeboren en adaptief 
    plus fagocyten   
  • Wat induceert weefselschade met welke gevolgen?
    Acute ontsteking
     - degranulatie van mestcellen -> histamine 
    • bloedvat permeabiliteit gaat omhoog
    - leukotrines   
    • bloedvat permeabiliteit gaat omhoog
    • chemotactisch
  • Welke cellen verlaten de bloedbaan bij acute ontsteking?
    - Plasma met humarale factoren in de eerste uren
    - gevolgd door instroom fagocyterende cellen
    • rolling & extravasatie van neutrofielen granulocyten (integrines+selectines)
    - chemotaxis signaal van bacterie of van complement en de geactiveerde macrofagen zorgt voor het opkruipen van de macrofagen, neutrofielen granulocyten en dendritische cellen (=poortwachter)
  • Welke cel maakt de stap naar het verworven immuunsysteem?
    Dendritische cel -> Thelper cel -> CTL + B -> immunoglobulines
    (geheugen, specifiek en adaptief)
  • Welke gegevens heeft een DCs nodig om goed te kunnen reageren?
    Wat? bacteriën/virussen/parasieten/schimmels met PAMPS
    Waar? bv maagdarmstelsel of bloedbaan
    Hoeveel?  balans reageren of misschien te veel reactie
  • Wat is de cellijn van aansturing in het adaptieve antibacteriële respons?
    DCs -> T helper cel -> activeert B cel als deze ook het antigeen heeft opgenomen-> antistoffen tegen bacterie opsonisatie -> fagocytose
  • Humorale immunity in het kort?
    Extracellulaire micro-organisme
    Responding B lymfocten 
    Effector; antistoffen, opsonisatie, fagocytose + complement
    Functie: Blokeert infectie en elimineert extracellulaire micro-organisme
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke klachten geeft Sjorgen in de kliniek?
• droge ogen (keratoconjunctivitis sicca)
• droge mond (xerostomia)
• droge vagina
• speekselklierzwelling
• extraglandulaire verschijnselen
Hoe begint ankylosing spondylitis, hoe wordt het ook wel genoemd?
= ziekte van Bechterew
Begint met  stijfheid, knieen,  lage rugklachten, mono-artritis of primaire uveitis
  • ontstaat meetsal ruim voor 30
  • geleidelijk begin over maanden 
  • langdurige ochtendstijfheid >1uur in de rug
  • symmetrische verminderde beweegelijkheid 
Welk onderdeel van de afweer wordt onderdrukt door prednison?
Prednison werkt met name op de cellulaire, verworven afweer. 
  • Verminderd functie van fagocyten;
  • Onderdrukken pro-inflammatoire cytokinen (TNF, IL-1);
  • Verminderd aantal T-cellen;
  • Verminderde neutrofiele migratie;
  • Bij hoge doseringen ook verminderde neutrofiele functie en onderdrukking vorming antistoffen (humorale afweer). 
Kenmerken van de strongyloides
Stongyloides:
-  Bij mensen die in tropen gewoond hebben, kan levenslang blijven zitten door auto-infectie
- “Brima worm”;
-  Larve doorboort de huid (zigzag spoor onder de huid);
-  Anamnese: soms misselijk of diarree als het in de darm terecht komt, urticaria;
-  Mensen kunnen het levenslang bij zich dragen;
-  Diagnostiek: in duodenum, eitjes komen in de darm uit, dus in faeces naar larven zoeken (i.p.v. eitjes);
-  Aanvullend onderzoek: larven in faeces, eosinofilie, serologie;
-  Let op: bij mensen met een verminderde weerstand (tuberculose, maligniteit, hiv) larveninvasie die fataal kan zijn: hevige diarree, enteritis, meningitis, sepsis, long invasie;
-  Dus mensen die in tropen zijn geweest geen corticosteroiden of cytostatica geven, maar eerst strongyloides infectie uitsluiten! 
Welke vormen komen het meest voor in Nederland?
-  Aarsmade = Oxyuris = Enterobius vermicularis, vooral bij kinderen;
-  Spoelworm mens =  Ascaris lumbricoides;
-  Lintworm = Taenia saginata;
-  Zweepworm = Trichuris Trichuria, met name bij mensen uit Suriname;
Welke drie vormen wormen ken je?
- nematoden (rond); spoelwormen en oxyuren
- cestoden (plat en lang): lintwormen
- trematoden (plat, bladachtig): zuigwormen en schistosoma
Beschrijf specifiek de symptomen en problemen bij immuungecompromiteerde en bij zwangeren?
Een primaire toxoplasma-infectie bij patiënten met afweerstoornissen kan resulteren in een gedissemineerd, snel progressief beeld met hoge koorts, rash, pneumonie, hepatosplenomegalie, myocarditis en diffuse meningo-encefalitis. 

risico op congenitale toxoplasmose bij zwangere
  • in eerste trimester schade het groots (intra-uteriene vruchtdood)
  • kans op vroeggeboorte
  • jaren later kans op blindheid 

Deze groepen behandelen met combinatie van pyrimethamine en sulfadiazine, aangevuld met folinezuur. Anders expectatief
Noem 2 ziekten die een lymfadenopathie veroorzaken en door katten kunnen worden overgedragen?
-  Kattenkrabziekte: bacterie Bartonella henselae;
-  Toxoplasmose: parasiet Toxoplasma gondii 
(zwangere vrouwen en immuungecompromitteerden)
Hoe wordt een infectie met H. pylori behandeld?
Triple therapie
PPI + twee soorten antibiotica (pencilline en macrolide)
Welke eiwitten heeft het influenza op het oppervlak?
Hemagglutinine; adhesie van virus aan cel
Neuraminidase; losalten en verpsreiden