Summary Class notes - Inleiding in de gezondheidspsychologie

Course
- Inleiding in de gezondheidspsychologie
- Geen
- 2014 - 2015
- Open Universiteit
- Psychologie
244 Flashcards & Notes
3 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Inleiding in de gezondheidspsychologie

  • 1439762400 Inleiding in gezondheidspsychologie les 1

  • Wat is gezondheid?
    Het ontbreken van ongezondheid. (Ontbreken vanobjectieve/subjectieve tekenen/signs
  • Ziekten vroeger en nu?
    Vroeger, infectieziekten, voedingsgerelateerde ziekten
    Nu, chronische ziekten
  • Biomedisch model wat is dat?
    Ziekten en fysieke mankementen kunnen worden verklaard door verstoringen in de fysiologische processen, die ontstaan door verwondingen, biochemische onevenwichtigheden, bacteriën etc. Model verondersteld dat ziekte een aandoening van het lichaam is, gescheiden van de psychische en sociale processen. Nog steeds heersende praktijk 
  • Waarom voldoet biomedisch model niet meer?
    Problemen in gezondheidszorg nemen toe, gezondheidszorgen nemen toe
    De persoon in gezondheid en ziekte, levensstijl en ziekte mensen doen niet altijd wat goed voor hen is, bijv roken, ongezond eten. Door sociale druk, plezier ervaren of niet bewust van de gevaren
  • Hoe dachten ze vroeger over ziekten en oorzaak?
    Prehistorie, mensen dachten dat fysieke en mentale ziektes veroorzaakt werden door mystieke krachten, boze geesten.
    Oude Griekenland en Rome, 4 vloeistoffen (humorist) die moeten in harmonie met elkaar zijn, hippocratus. Ziekte ontstaat als de Humo's verkeert zijn gemixt. 
    Goed dieet en vermijden van extremen werd aangeraden
    Middeleeuwen, 5e tot 15e eeuw, wezen met ziel kan geen object van sectie zijn, scheiding lichaam, geest. Ziekte straf van God. Priesters deden medische zorg in combi met duiveluitdrijving. 
    Renaissance, mens meer centraal dan God, zoeken naar waarheid. Ziel verlaat na dood lichaam, sectie mag wel, lichaam als machine, communicatie pijnappelklier ( Descartus). 
    18e 19e eeuw ontwikkelingen snel, door komst microscoop en gebruik van secties. chirurgie en anesthesie 19e eeuw
    19e 20ste eeuw, biomedisch model, ziekte aandoening van lichaam, gescheiden van psychische en sociale processen, nog steeds heersende opvatting 
  • Gezondheid aanvulling bovenste vraag
    Een positieve staat van fysiek/mentaal/sociaal welbevinden
  • Hoe kwam de rol van de psychologie op?
    Oude Griekenland, geneeskunde en psychologie elkaar beïnvloeden. Freud kwam met psychoanalyse, geen organische grondslag, dan conversiehysterie, kwam vaker voor op platteland, ws doordat stedelingen beseften dat testen ziektes konden vasstellen.
    1930, psychosomatische geneeskunde, zowel lichaam als geest heeft te maken met ziekte, bezig met verbanden
    70er jaren, medische gedragswetenschappen, voort uit behaviorisme. Conditionering bleek effect bij probleemgedrag en emoties bijv eten, angst. Opkomst biofeedback, operatie conditionering. Patiënt zelf bloeddruk checkt en beheerst, de feedback is de bekrachtiging
    Gezondheidspsychologie, ook voort behaviorisme, 1978, 4doelstellimgen, gezondheid bevorderen en behouden, ziekte voorkomen en behandelen, oorzaken en diagnostische verbanden van gezondheid ziekte en disfuncties vastleggen. Gezondheidszorg en gezondheidsbeleid analyseren en verbeteren
  • Is het niet allemaal hetzelfde, gezondheidspsychologie,    Gedragswetenschappen , psychosomatische gezondheidszorg?
    Gedeelde kijk dat gezondheid en ziekte voorkomt uit wisselwerking biologische, psychologische en sociale krachten
    Verschillen, focus. Gezondheidspsychologi leunt op andere psychologische subvelden, klinische, sociale ontwikkelingen, experimentele, fysiologische om leefstijl en emotionele processen te identificeren en te veranderen die tot de ziekte leidden. 
    Verschil klinische, Gezondheidspsych vooral op lichamelijke, klinische vooral op psychische. Daarin zien we wel overlap 
    Gezondheidspsych richt zich niet alleen op ziektegedrag, maar ook op bevorderen en bewaken van gezondheid (preventie). Hierin onderscheid met medische psychologie, die zich voornamelijk richt op ziektegeval. 
  • Wat is het biopsychosociaal perspectief?
    Als we de persoon toevoegen aan het biomedische model, krijgen we het biopsychosociaal domein. Biologische factoren en verbanden met sociale en psychologische factoren.
    Kortom, biologische, genetisch en aspecten van iemands fysiologische functioneren, zoals afwijkingen, infectiebestrijdingen, allergieën.
    Vb, organen, weefsel, cellen.
    Psychologische factoren, motivatie, emotie en cognitie
    Rol van sociale factoren, bijv cultuurwaarden, massamedia, rolmodellen. Onze maatschappij, Individuen die naast elkaar leven en invloed op elkaar. (Familie, vrienden etc). Vb sociale systemen, maatschappij, gemeenschap, familie
  • Wat is levensloop en genderperspectief?
    In het levensloop perspectief worden kenmerken van een persoon beschouwd, rekening houdend met eerdere ontwikkeling, huidige toestand en te verwachten ontwikkeling
    Genderperspectief, mannen en vrouwen verschillen in biologisch functioneren, gezondheidsgerelateerd gedrag, sociale relaties en risico op bepaalde ziektes
  • Wat is het verschil tussen een psycholoog en gezondheidspsycholoog
    Gezondheidspsycholoog is een deelgebied van de psychologie. Psychologie wordt soms aangeduid als wetenschap van de geest en soms als wetenschap van gedrag. Met psychologie wordt vooral gekeken naar waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. Gezondheid is een toestand van optimale welzijm in geestelijk, lichamelijk, maatschappelijk opzicht. De gezondheidspsycholoog richt zich met name op dit laatste deel van de definitie (waar wordt gekeken naar een optimale gezondheid) 
  • Wat is nu een goede definitie van de grsondheidspsycholoog? Welke doelstellingen heeft een gezondheidspsycholoog?
    Gezondheidspsychologie is het onderdeel van de psychologie wat er op gericht is om inzicht te krijgen in psychologische factoren die van invloed zijn op ziekte en gezondheid bij mensen en hoe zij omgaan met ziekte. Gezondheidspsychologie speelt een rol bij gezondheidsbevorderend en bewaking en preventie en behandeling van ziekte. De rol van psychologische factoren in de etiologie van ziekte en gezondheid. De verbetering van de gezondheidszorg en het ontwikkelen van gezondheidsbeleid .
    Doelstellingen zijn er op verschillende gebieden. Op educatief, wetenschappelijk en professioneel gebied een bijdrage leveren aan;
    Analyseren en verbeteren van gezondheidszorg en gezondheidsbeleid
    Preventie van ziekte, behandeling van ziekte en omgaan met ziekte
    Gezondheidsbevordering en handhaven van gezondheid 
    Identificatie van oorzaken van ziekte en gezondheid en van diagnostische factoren
  • Gezondheidspsychologie is vrij nieuw, kun je al spreken van een volwassen en zelfstandige werenschap die bijvoorbeeld eigen wetenschappelijke tijdschriften bezit?
    Ja, gezondheidspsychologie is een vorm van toegepaste psychologie en is de laatste jaren uitgegroeid tot een belangrijk aandachtsgebied van de pscyhologie. De Amerikaanse psychologen (apa) hebben ook een aparte divisie v gezondheidspsychologie. Deze geeft 1 van de beste wetenschappelijke tijdschrift uit (healt psychologie). De gezondheidspsychologie heeft Nederland ook niet ongemoeid gelaten. Er wordt gedoceerd en onderzoek etc.
  • Wat zijn volgens Safari de belangrijkste veranderingen in gezondheid in de westerse wereld?
    Door sociale veranderingen zoals betere voeding, betere hygiene en door betere preventieve en medische voorzieningen vond een sterke daling plaats in het aantal infecties. Dit zorgde voor een enorme stijging in de levensverwachting 
  • De betere levensverwachting in de 20ste eeuw werd voornamelijk toegeschreven aan betere medicatie of vaccinaties is dat juist?
    Nee, de daling werd al ingezet voor dat er vaccinaties of betere medicijnen werden gegeven. Hierdoor wordt verondersteld dat verandering in leefomstandigheden zoals een betere hygiene en voeding een veel belangrijkere oorzaak van de verandering in doodsoorzaken  is geweest
  • Verwacht het CBS dat de levensverwachting nog hoger zal komen te liggen
    Ja, tot 2050 van 78,4 naar 83,16 voor mannen en vrouwen van 82,39 naar 85,54
  • Welke oorzaken worden er gegeven aan de stijging van levensverwachting van 1950 tot 2007?
    Infectieziekten, hartziekten en beroerten
    De stijging van de hartziekten etc wordt geweten aan slechte levensstijl van de westerse wereld. Welvaartsziekte
    Tegelijkertijd wordt ook gezegd dat door onze gezonde levensstijl we ouder worden en doordat we ouder worden de kans op chronische aandoeningen verhoogd. Een belangrijk deel wordt ouderdomsziekte genoemd. Maar gezond eten, niet roken, goed bewegen etc verkleind de kans op hart, vaat ziekten en kanker 
  • Hoe heeft de veranderde kijk op (oorzaken van) ziekte en gezondheid bijgedragen aan het ontstaan en verder ontwikkelen van de gezondheidspsychologie?
    Door de toename van prevalentie Van chronische zieken en de relatie met gedrag als roken, eten en bewegen is onze kijk op gezondheid veranderd. Dit heeft bijgedragen aan het ontstaan van gezondheidspsychologie. Wordt gezien als direct gevolg van de veranderde visie. In de 20ste eeuw werd het biomedische model ter discussie gesteld.mer kwam meer aandacht voor de rol van psychologische factoren. Vakgebieden zoals psychosomatische geneeskunde, sociale geneeskunde, behavioral medicine en gezondheidspsychologie ontstonden als gevolg hiervan. Een nieuwe kijk op gezondheid ontstond; biopsychosociaal model, grondlegger Engel. Volgens deze visie is er een rol voor zowel biologische, psychologische en sociale factoren in de vatbaarheid, het ontstaan en de behandeling van en het omgaan met de ziekte
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Psychosociale interventies voor verlies door overlijden 







Psychosociale interventies voor verlies door overlijden = tertiaire interventie Gecompliceerd verdriet: intens verlangen naar de overledene, ongeloof, verbittering, depressie,

gedachten aan de dood. Als dat er na 6 maanden nog is, dan is interventie nodig. Groepstherapie met copingmethoden, of systematische desensitisatie en plannen voor de toekomst maken.








Een positieve aanpassing bereiken Met vastbeslotenheid kan men weer een nieuw en rijk leven opbouwen. De meesten lukt da
De overlevers, het leven gaat door 

Na overlijden is er verdriet en rouw. Dat proces kost tijd, vaak tenminste een jaar. Fysieke en psychosociale impact De maanden na de dood van een geliefde is de immuunfunctie verlaagd, men eet minder en verliest gewicht en er zijn meer stresshormonen in het bloed. Herhaaldelijk moeten copen met ziekte en dood vergt een emotionele tol met toenemende demoralisatie, slaapproblemen en stressreacties. Psychologische spanning is gelijk voor en vlak na het overlijden en bleef een jaar lang hoog. Aanpassing is vooral moeilijk als het overlijden onverwacht was. Ook als de zorg voor het overlijden een zware wissel trok op de verzorger. Sommige mensen ontwijken te denken aan de overledene en praten niet over het gevoel. Dat belemmert de aanpassing. Vooral sociale steun is belangrijk, maar niet iedereen krijgt dat: - homoseksuelen krijgen minder begrip bij verlies partner dan hetero's - ouderen hebben minder steun, omdat er al mensen overleden zijn en de kinderen ver weg wonen. Mensen die zijn aangepast aan het verlies voelen nog steeds af en toe verdriet. De dood van een kind kan tot jaren verdriet leiden. Bij de dood van een ouder hebben kinderen bijzondere aandacht nodig.
AIDS (geen details) 


Acquired immune deficiency syndrome, ofwel 'verworven immuun deficiëntiesyndroom'. Dit betekent dat het afweersysteem van de mens niet meer goed functioneert. Het afweersysteem houdt normaal gesproken infecties tegen. Aids wordt veroorzaakt door een virus: hiv. Hiv staat voor humaan immunodeficiëntievirus, ook wel aids-virus genoemd. Het virus breekt het afweersysteem af, waardoor het lichaam vatbaar wordt voor allerlei infecties en bepaalde vormen van kanker waartegen het anders wél bestand zou zijn. ‘Nieuwe’ ziekte, virusinfectie door bloed of spermacontact (vaginaal vocht, voorvocht en moedermelk), laag sterftecijfer maar wereldwijde epidemie. Nu meestal hetero’s in ontwikkelde landen. 40 mlj mensen, 12% v/d nieuwe gevallen zijn kinderen. Drie x zoveel mannen dan vrouwen, meer sterfte onder zwarten en Spanjaarden dan blanken/natives. Hoogste concentratie Zuid-Afrika. Door verminderde weerstand (minder T-cellen) krijgt men ziekten als longontsteking en kaposi's sarcoom. Symptomen in later stadium: koorts, nachtelijk zweten, diarree, vermoeidheid, gezwollen lymfklieren.

Als onbehandeld > hersenstoornissen, verlies van cognitieve functies > coma Behandeling: antiretrovirale medicatie, vaak een combinatie van twee verschillende: HAART, zeer effectief, maar erg duur, vooral gebruikt in ontwikkelde landen en niet daar waar de meeste het nodig hebben (Afrika), regime is complex en rigoureus en vergt zeer strikte naleving. Psychosociaal effecten: angst en discriminatie door anderen. Stigmatisering. Psychosociale 
interventie moet al beginnen bij hiv-diagnose en moeten een verschillende focus hebben voor patiënten met en zonder toegang tot antiretrovirale medicatie.
Kanker (geen details) 


Ongecontroleerde celvermenigvuldiging die meestal een kwaadaardig gezwel vormt. Vijf types gebaseerd op het soort weefsel waarin het zich ontwikkeld: - carcinoom: kwaadaardige tumoren in de huid of spijsverterings -, ademhalings- of geslachtsorganen (85%) - melanoom: vorm van huidkanker - lymfoom: lymfkliergezwel - sarcoom: kwaadaardig bindweefselcelgezwel - leukemie: bloedkanker ook in bloedvormende organen, extreme productie van witte bloedcellen Kankercellen zitten niet zo goed aan elkaar vast als andere cellen en kunnen dus loslaten en gaan zwerven door het lichaam via het bloed en de lymfen > dat heet metastase. Het sterftecijfer van alle soorten kanker daalt, behalve longkanker. De toename van sterfgevallen aan kanker komt vooral door longkanker! Te maken met roken. Longkanker daalt bij mannen, neemt toe bij vrouwen. Kanker groeit en verspreidt zich en overal belemmert het de normale ontwikkeling en functioneren. Pijn (druk op normaal weefsel en zenuwen).Uiteindelijk leidt het tot de dood, omdat het verspreidt naar vitale organen (directe route). de ziekte en de behandeling allebei verzwakken de patiënt (indirecte route). 






In VS prevalentie aflopend: huidkanker (nr1), prostaatkanker, borstkanker, longkanker, darmkanker. Vooral oudere mensen (>55 jr), risico: roken, voedsel, UV, chemische middelen, virale infecties (baarmoeder en lever). Behandeling: operatie, bestraling beschadigd het DNA van cellen (externe straal of intern), chemokuur

> vernietigd cellen die zich snel delen. Bijwerkingen: vermoeidheid, misselijkheid en braken (zelfs al als anticipatie op de behandeling door

conditionering), voedselaversie > succesvolle benaderingen zijn relaxatie en systematische desensisatie. Pas bij 5 jaar geen remissie, dan als genezen verklaard. Bij kinderen is het vaak leukemie (met zeer pijnlijke beenmergtransplantaties).
Beroerte (geen details) 

Schade aan een gebied in de hersenen waar de bloedtoevoer onderbroken is, waardoor er geen zuurstof komt. Er zijn 2 vormen: Ischemische beroerte: bloedtoevoer in een hersenader is sterk verminderd of gestopt door bv een bloedprop of een stukje ‘plak’. (langzaam, bij kennis). Hersenbloeding (hemorrhage): bloedvat knapt en bloedt in de hersenen (snel, bewusteloosheid, meer schade en eventueel de dood). Functionele beperkingen zijn vaak sneller te herstellen dan bij ischemische beroerte. Omdat bij een hersenbloeding de druk op de hersenen verlicht kan worden waardoor de functies (gedeeltelijk) terug kunnen komen. Meestal pas vanaf middelbare leeftijd, vaker mannen en zwarten. Risicofactoren: hoge bloeddruk, roken, hartkwalen, diabetes, obesitas, weinig beweging, genen, 

hartritmestoornis, drug- of alcoholmisbruik, tia's, negatieve emoties (depressie). Symptomen: verlammingen, maar herstel op den duur wel mogelijk. Vaker wordt het spreken

aangetast dan de motorische functies.
Cognitieve functies aangetast:
-taal > afasie; moeilijkheden om woorden te begrijpen of gebruiken
(linkerhersenhelftbeschadiging)
oreceptive afasie: moeilijk om verbale info te begrijpen oexpressive afasie: probleem om taal te produceren
-leren, geheugen, -waarneming - visueel neglect: zien info a/d linkerkant niet (rechterhersenhelftbeschadiging) -emotionele aandoeningen
– bv emotional lability: ongepaste emoties of emoties niet kunnen interpreteren.
Psychosociaal effecten: negeren tijdens 1e fase (meer dan bij patiënten met een hartziekte of kanker), erg kwetsbaar voor depressie, niet meer (veel) kunnen werken.
Hartziekten (geen details) 








Coronaire hartziekten (CHZ) zijn de meest voorkomende hart- en vaatziekten. Het meest kenmerkende van CHZ is het optreden van vernauwingen in de kransslagaders. De belangrijkste verschijningsvormen van CHZ zijn het acute hartinfarct en angina pectoris (pijn op de borst). Onder chronische coronaire hartziekten vallen coronaire arteriosclerose (aderverkalking) en aneurysma (een verwijding in het hart of een bloedvat). Ziekten die het resultaat zijn van vernauwingen en blokkades van de slagaderen: atherosclerose o.a. Decompensatio cordis: hartstuwing, oudere hartpatiënten, de slagcapaciteit van het hart neemt af, men wordt kortademig, vergroot hart en longen met vloeistof. Angina pectoris (hartbeklemming): korte verminderingen van toevoer van zuurstofrijk bloed naar het hart: kramp in borst, arm, nek, rug. Vaak tijdens sport of stress. Bij lange blokkade kan hartspierweefsel afsterven > hartaanval. 
Symptomen hartaanval: druk, pijn in het centrum van de borst voor meer dan een paar minuten, pijn in schouders, nek, kaak en armen, kortademigheid, lichthoofdigheid, flauwvallen, zweten, misselijkheid. Vooral vanaf 45 jaar. In Nederland 555 op de 100.000 mensen in het ziekenhuis voor ischemische (tekort aan bloedtoevoer) hartkwalen. Meer mannen dan vrouwen. Zwarten meer dan blanken of aziaten. Tijdstip: vooral maandag en ochtenden.




Risicofactoren: hoog ldl (low density lipoprotein, slecht cholesterol) met laag hdl (high density lipoprotein, goed cholesterol), roken, stress, obesitas, diabetes, hoge bloeddruk, negatieve emoties(vijandigheid, depressie, angst), genen, type A persoonlijkheid (hoge adrenaline/cortisol). Behandelingen: dotteren, bypassoperatie (preventie). In urgente situaties beginnen met een 
bloedpropoplossend medicijn op de eerste hulp. Veel spanning/angst de eerste dagen, ontkenning. Rehabilitatie: veranderingen in leefstijl, medicijnen, beweging

Psychosociaal effecten; weer gaan werken, sociale steun (herstellen sneller, leven langer), huwelijksproblemen, afhankelijkheid door familie.
Aanpassen aan een terugkeer of terugval 
Patiënten zijn overgevoelig voor signalen, ze kennen hun kwetsbaarheid. Terugkeer of terugval betekent een slechtere prognose in verband met aanvullende schade. Patiënten richten zich weer op de ziekte, opnieuw ziekenhuis, medicatie, operaties. Men probeert achteruitgang in het algemeen functioneren en de kwaliteit van leven te verhinderen.Men gaat door dezelfde copingsprocessen, maar nu minder hoopvol.
Aanpassen terwijl de vooruitzichten goed lijken 
Onzekerheid over de toekomst is reëel voor deze patiënten. De sterfelijkheid is de grootste zorg voor patiënten in de eerste paar maanden van herstel van een serieuze levensbedreigende ziekte. Gedurende deze tijd hebben patiënten vaak een optimistische houding, hopend op genezing, maar beginnen ook voorzichtig naar hun toekomstplannen te kijken. Ze hebben ook de neiging om te switchen van een ontwijkingstrategie naar probleemgerichte benaderingen. Leefstijlveranderingen zijn onderdeel van de revalidatieprogramma's van mensen met deze ziekten. Zelfhulpgroepen bieden een saamhorigheidsgevoel, geven informatie en een gevoel van controle in de omgang met de medici. Bij vooruitgang van het herstel keert de normale routine weer terug en voelt men zich erg tevreden over het feit dat men weer dingen kan doen. Dagelijkse activiteiten zijn belangrijk voor herstellende mensen, ze dienen ook als afleiding. Men probeert de ziekte te isoleren van de rest van het leven, maar soms overschatten ze wat ze nog kunnen. Patiënten moeten begeleid worden om haalbare plannen te maken en uit te voeren. Familie moet oppassen niet te zorgzaam te blijven, anders ontstaat er teveel onnodige afhankelijkheid. Patiënten moeten zoveel mogelijk zelfvoorzienend worden, ze voelen zich dan nuttig en dat is goed voor de zelfwaardering. Sommigen maken cognitieve aanpassingen, zoals positieve herbeoordelingen van hun leven; bij vrouwen met borstkanker 3 centrale thema’s:
•betekenis van de ziekte-ervaring (prioriteiten herschikken), •gevoel van controle over de ziekte (preventie-activiteiten), •zelfwaarde herstellen (door zich met slechter af zijnde anderen te vergelijken).
Deze cognitieve aanpassingen lukt niet iedereen: vooral mensen die weinig sociale steun hebben ervaren in de maanden na de diagnose lukt het niet > hulpeloos gedrag.
Copen met en aanpassen aan een levensbedreigende ziekte 

Een levensbedreigende ziekte hoeft niet op korte termijn tot de dood te leiden, dat kan nog wel 10 of 20 jaar duren (kanker). Maar niemand weet precies hoe het gaat lopen en daaraan moeten de zieke en het gezin zich aanpassen.
Interpersoonlijke en gezinstherapie 

Groepstherapie waar mensen hun angsten delen.
Gezinstherapie: interactiepatronen tussen de gezinsleden. Nieuwe huishoudelijke taken verdelen, verantwoordelijkheden voor het medische regime bespreken, routines veranderen, aandacht aan alle kinderen geven, derden aangeven wat de beperkingen zijn. Vaak wordt onderling niet gepraat over wie wat doet, waardoor soms dingen ongedaan blijven, wat stress oplevert. Dat wordt in een dergelijke therapie besproken