Summary Class notes - Inleiding Klinische Neuropsychologie

Course
- Inleiding Klinische Neuropsychologie
- Ton van Boxtel
- 2019 - 2020
- Tilburg University (Tilburg University, Tilburg)
- Psychologie
652 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Inleiding Klinische Neuropsychologie

  • 1571608800 HC1 H1

  • wat is neuropsychologie
    Verklaring van menselijk gedrag in hersenfuncties
  • Wat is cerebrale lokalisatie en wanneer ontstond het?
    Het idee dat mentale functies op specifieke plaatsen in het brein gelokaliseerd is (1800)
  • Wat dachten Gall en Spurzheim?
    Goed ontwikkelde functies zijn gevolg van beter ontwikkelde cortex (frenologie)
  • Wat is het standpunt van lokalisationisten?
    Mentale functies zijn exact gelokaliseerd in het brein
  • Welke persoon deed onderzoek door delen van de cortex weg te nemen bij dieren en wat vond hij?
    Flourens. 

    hij vond geen specifieke en blijvende gedragseffecten. In sommige gevallen was herstel mogelijk
  • Wat vonden Broca en Wernicke? (lokalisationisten)
    Ze vonden relaties tussen hersenbeschadigingen en taalstoornissen
  • Wat vonden Fritz en Hitzig (lokalisationisten)?
    Specifieke motorische en sensorische corticale effecten bij honden
  • Volgens Goltz en Lashley waren gedragseffecten het gevolg van corticale laesies bij dieren. Ze zagen 3 principes terug komen. 
    - hoe groter de laesie, hoe sterker het effect (prin. Mass action)
    - effecten zijn niet specifiek (prin. Of equipotentiality)
    - onderhevig aan herstel (brein plasticiteit)

    vaak blijven eenvoudige functies intact  bij een leasie. Hierdoor kan men opmaken dat eenvoudige functies meer subcorticaal liggen dan complexere functies.
  • Waar staat Penfield en Rasmussen vooral bekend om?
    Ze brachten tijdens hersenoperaties bij de mens hun functies in kaart d.m.v. Elektrische stimulatie
  • Het afasiemodel van Wernicke is een voorloper van het idee dat mentale functies niet op 1 locatie gelokaliseerd zijn. Het gaat dus om een neuraal netwerk, waarbij plaatsen met elkaar verbonden zijn. 


    Stoornissen kunnen dus het gevolg zijn van beschadigingen van corticale centra, maar ook van zenuwbanen die zich in dit centra bevinden. 
  • Noem twee voorbeelden van functiestoornissen zonder duidelijke corticale beschadigingen?
    Alexie, apraxie
  • Wat bedacht de Engelse neuroloog Hughlings-Jackson?
    Het hiërarchisch model van het brein
  • Wat zegt het hiërarchisch model van het brein?
    Hersenfuncties zijn hiërarchisch georganiseerd. Functies worden complexer naarmate men naar hogere delen gaat. Lagere functies worden geïntegreerd in hogere functies.
  • Moderne opvattingen van lokalisationisten sluit aan bij Hughlings-Jackson:

    parallel distributed processing: functies zijn afhankelijk van meerdere  locaties die gelijktijdig actief zijn en samenwerken. (voorbeeld is taal)
  • Complexe mentale functies zijn moeilijker te lokaliseren dan eenvoudige functies meervoudige representatie bij complexe functies.
  • 1571695200 HC2 H7

  • Wat zijn  doelen om de structuur/activiteit van het brein te bepalen?
    Onderzoek en wetenschappelijke praktijk
  • Wat zijn twee belangrijke criteria voor het beoordelen van toepasbaarheid en wat houden ze in?
    - spatieel: oplossend vermogen, scherpte, locatie
    -temporeel: mate van snelle veranderingen opmerken
  • Registratie van potentialen van afzonderlijke neuronen vindt meestal in dieronderzoek plaats. Deze methode maakt de specifieke rol van neuronen duidelijk. Deze methode heeft uitstekende spatiele en temporele resolutie.
  • Wat doet een EEG?
    Registratie van grote groepen corticale neuronen. Geeft inzicht in anatomische en functionele afwijkingen van de cortex.
  • Hoe is de resolutie van een EEG?
    - goed temporeel
    - matig spatieel
  • Wat is de toepassing van EEG?
    - diagnostiek
    - modern: aansturing externe hulpmiddelen
  • Waaruit ontstaat een ERP?
    Vanuit een EEG
  • Wat is een ERP?
    Event related potential. Dit is een registratie van kortdurende verandering in corticale activiteit
  • Wanneer komen ERPs voor?
    - als respons op sensorische stimulus
    - voorbereiding op motorische handeling (readiness potential)
  • ERPs bestaan uit positieve en negatieve golven (logaritmisch).
  • Uit welke componenten bestaat een ERP?
    - zeer vroege componenten
    - vroege en late corticale componenten
    - cognitieve componenten
  • Wat is de betekenis van vroege en late corticale componenten?
    - automatische reacties op de stimulus
    - aandacht voor stimulus is niet vereist
    - geven aan of er stoornissen in zintuig zijn. 
  • Wat is de betekenis van cognitieve componenten?
    -bewuste, cognitieve reacties op de stimulus
    - indicatie van cognitieve stoornissen
  • Hoe wordt een potentiaalverdeling van een ERP over de cortex genoemd?
    Topographic mapping
  • Hoe is de resolutie van een ERP?
    - goede temporeel
    - matige spatieel 
  • Wat houdt de methode MEG in?
    Magneet-encefalogram. Registreert de magnetische activiteit van de cortex en iets dieper geleden delen van het brein.
  • Waarvan is MEG de magnetische tegenhanger?
    ERP en EEG
  • De magnetische activiteit van de MEG wordt veroorzaakt door elektrische activiteit van neuronen. 

    voordeel MEG: geen vervorming van signalen door elektrische weerstand van de huid, schedel en hersenvliezen. Hierdoor kan de MEG ook subcorticale activiteit registeren. 

    toepassing: wetenschappelijk onderzoek
  • Wat zijn 2 vormen van hersenstimulatie en wat houden ze in?
    -intracraniale hersenstimulatie (DBS): goede spatiele resolutie, corticale functies en therapie. 
    - transcraniale magnetische stimulatie (TMS): brainmapping, matige spatiele resolutie. 
  • Wat houden anatomische technieken in bij neuro-imaging?
    Hierbij wordt de anatomische structuur van de hersenen bepaald
  • Wat houden functionele technieken in bij neuro-imaging?
    Bepalen de dynamische activiteit van het brein.
  • Waarop worden 3-dimensionele hersenbeelden gebaseerd?
    Op een groot aantal parallelle horizontale 2-dimensionele beelden. Ook wel horizontal slices.
  • Wat voor techniek is een CT-scan?
    Anatomisch
  • CT scan geeft inzicht in anatomische afwijkingen (laesies, tumor). Goede spatiele resolutie. CT is een 2D of 3D rontgenbeeld van het brein.
  • MRI is een anatomische structuur van het brein gebaseerd op de dichtheid van waterstofatomen. Zeer goede spatiele resolutie.
  • MRS weergeeft 
    - de chemische substanties in neuronen (celmembraan, myeline, DNA, RNA)
    - concentraties van specifieke neurotransmittersniveaus. 
    - gliacellen en niet-neurale substanties
    - inzicht in afwijkingen van hersencellen/gliacellen.
  • DTI is een MRI methode om selectief zenuwvezels (witte stof) te weergeven. Geen inzicht in afwijking in zenuwbanen.
  • Wat voor techniek is een PET-scan?
    Functionele techniek
  • Wat is een PET-scan?
    Registratie van opname van radioactief gelabeld materiaal. Geeft inzicht in de bloedstroom. Het geeft inzicht in metabolische processen of activiteit van transmittersubstanties. Goede spatiele resolutie, slechte temporele resolutie.
  • Een SPECT (singel photon emission computerized tomography) is een techniek die vergelijkbaar is met PET maar minder nauwkeurig.
  • Wat is een fMRI?
    Dit is een registratiemethode van zuurstofverbruik van de hersenen. Geeft inzicht in de dynamische activiteit van specifieke hersengebieden (veranderingen t.o.v. Rusttoestand).
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

welke omgevingsfactoren kunnen de negatieve cognitieve effecten van een hersenbeschadiging verminderen?
- orde en rust
- geen tijdsdruk
- seriele in plaats van parallelle aanbieding van sitmuli
- vermijden van negatieve emoties
Wat zijn algemene bestanddelen van lichamelijk en cognitieve revalidatieprocedures?
- sensorische stimulatie
- gedwongen motorische activiteit
- uitgebreide en voortdurende training
- motiverende invloeden van omgeving
Wat zijn enkele therapeutische benaderingen van hersenbeschadigingen?
1. Revalidatie: 
- meestal motorische revalidatie
- veel nieuwe methodes met onduidelijke resultaten
- snel begin van revalidatie belangrijk om functieverlies tegen te gaan. 

2. Farmacologische therapieën (dierenonderzoek: veel complicaties --> positieve en negatieve resultaten) 
- farmaca die neurale circuits stimuleren (amfetamine, nicotine)
- farmaca met effect neuro gene groeifactoren

3. Hersenstimulatie om activiteit te verhogen in gezonde gebieden rondom laesie. 
- elektrische corticale stimulatie
- TMS
- stimulatie nervus vagus --> productie Ach, NE in hersenen)

4. Neuronale transplantatie (proefdieren) 
- transplantatie stamcellen of stimuleren aanwezige stamcellen
- tegenvallende resultaten bij parkinson patiënten. 

5. Voedingssuplementen --> weinig valide gegevens. 
Wat zijn enkele algemene vaak voorkomende problemen bij hersenbeschadigingen naast de specifieke cognitieve effecten?
- concentratieproblemen
- trage uitvoering van activiteit
- gecontroleerde in plaats van automatische uitvoering van eenvoudige taken
- seriele in plaats van parallelle verwerking. 
Hoe verloopt functioneel herstel van het brein?
Gewoonlijk langzaam --> kan jaren doorgaan

- functioneel herstel open hersenletsel beter dan gesloten
- functioneel herstel na chirurgische verwijdering hersenweefsel = gering (weg = weg) 

herstel van functies loopt opdelfde manier als bij de ontogenetische ontwikkeling.

geleidelijke of stapsgewijze beschadigingen zijn in het algemeen minder desasstreus voor motorisch of cognitief functioneren dan plotselinge beschadigingen omdat compensatie dan beter mogelijk is. 
Wat is sprouting?
Vormen van nieuwe synaptische verbindingen van resterende neuronen in het CZS. 

sprouting kan bijdragen aan corticale remapping. 

kan ook ongunstige effecten hebben: 
- nieuwe onderlinge connecties die niet functioneel zijn
- spasticiteit bij patiënten met verlamming na spinale dwarslaesie.
Hoe vindt neuronale herstel plaats?
Er is wel regeneratie mogelijk van neuronen in perifeer zenuwstelsel, maar niet in CZS. 

in CZS wel mogelijk tot vorming van nieuwe synaptische verbindingen door resterende neuronen (sprouting) 
Wat zijn enkele negatieve postnatale invloeden op ontwikkeling brein?
-visuele deprivatie (katten)
-sociale en cognitieve deprivatie (Roemeense weeskinderen)
- emotionele of lichamelijke mishandeling/verwaarlozing
Wat zijn enkele negatieve prenatale invloeden op ontwikkeling brein?
- ondervoeding
- roken, drugs, alcohol,
- stress
Waartoe kan een te hoge of te late dichtheid van cortical grijze stof toe lijden bij kinderen?
Ontwikkelingsstoornissen 
- bijv. Syndroom van Williams (genetisch mentaal retardatiedefect)
- ADHD
- schizofrenie
- foetaal alcohol syndroom