Summary Class notes - Inleiding Letterkunde

Course
- Inleiding Letterkunde
- dr. E.H.R. Duyvendak
- 2016 - 2017
- Open Universiteit
- Algemene Cultuurwetenschappen
459 Flashcards & Notes
14 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Inleiding Letterkunde

  • 1472594400 Middeleeuwen en rederijkers

  • Waarom kan men de grenzen van de periode middeleeuwen niet precies op bepaalde jaren vastleggen?
    Wat het lastig maakt is om te bepalen wanneer een nieuwe periode begint en eindigt. Kun je dat aan een specifieke gebeurtenis verbinden? Meestal kan dat niet. Dus moet je zoeken naar veranderingen. Naar specifieke verschijnselen. En dat is lastig. Men kan niet zeggen dat in een bepaald jaar alles totaal veranderd is.
  • Wat zijn de ijkpunten die de grenzen van de middeleeuwen bepalen?

    Romeinse Rijk vernietigd door Germaanse aanvallen,
    Keizer Constantijn verklaard christendom tot de Romeinse staatsgodsdienst.

    Het verschil tussen een geloof en veel goderij is een kenmerkend verschil tussen voor en na 500. 

    Vanaf hier was het voor de Germaanse of Gallische culturen mogelijk om tot bloei te komen. Ze hoefden zicht niet meer aan de zeden en gebruiken van de Romeinse veroveraars te onderwerpen.

    Rond 1500 is een vergelijkbare ijkpunt: 

    Uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters circa 1450, vanaf hier konden relatief eenvoudig nieuwe ideeën aan veel mensen bekend gemaakt worden.

    31 oktober 1517 Maarten Luther King de 95 stellingen op de deur van de slot kerk de Wittenberg.  Hij maakte gebruik van de nieuwe boekdrukkunst.

    1492 ontdekt Columbus Amerika. 
    De Europese geleerden waren tot op dat moment overtuigd dat zij de hele wereld kenden, dat ze dus ook de grenzen van Gods schepping konden benoemen.
  • Welke theorie ontwikkelde Jauss aangaande het afbakenen van periodes?
    Hij noemt het Alterität. 

    Men kan pas echt van een nieuw tijdperk spreken als het zo zeer van het voorgaande verschilt dat het met het daarbij behorende instrumentarium van termen en definities niet meer adequaat beschreven kan worden.
  • Kort Nederland tot 1000 na de geboorte van Christus
    29 Tolsumer akte, oudste geschrift
    350 Constantijn de Grote bekeerd tot Christendom en verspreidt het in Europa
    500 Einde Romeinse rijk, Christendom staatsgodsdienst in Rome
    750 Utrechtse Doopgelofte, oudste voorbeeld OudNederlands

    800 De Friese dichter Bernlef genezen van blindheid, Karel de Grote keizer
    950 De Wachtendonckse Psalmen uit het Latijn in Oud-Oostnederfrankisch
  • Waarom was het moeilijk om van stand te wisselen?
    Er zijn standen. Men ging er vanuit dat deze maatschappelijke orde ooit door God gecreëerd was. Wisselen zou tegen Gods wil ingaan.
  • Hoe beschrijf je de maatschappelijke orde in de middeleeuwen. Geef een naam en beschrijving.
    Standenmaatschappij. De middeleeuwers hechtten aan een vaste, hiërarchische orde van de samenleving, uitgedrukt in de standenmaatschappij. Binnen een stand kon men opklimmen naar invloedrijkere posities. Het kon echter snel weer voorbij zijn met macht en invloed. Hoe wisselvallig het lot was, maakten middeleeuwers graag duidelijk met behulp van het ‘rad van fortuin’.
  • De persoon achter het rad is Fortuna, dus het geluk of het lot en naamgever voor de afbeelding. Op het rad zelf wordt het verhaal verteld van één persoon. Leg uit wat de afbeelding precies laat zien.
    Het verhaal vertelt hoe het leven kan gaan. Dat je van ondergeschikte koning kunt worden, maar ook dat je van koning weer ondergeschikte kan worden. Het ligt allemaal in de handen van het lot dat actief het rad draait. De mens heeft er geen invloed op, maar ondergaat de invloed van het lot.
  • Geef aan in hoeverre het ‘verhaal’ achter deze afbeelding overeenkomt met de idee dat de maatschappelijke orde van God gewild is.
    God's wil is ondoorgrondelijk. Alles kan je overkomen in het leven. Dat laat dit plaatje zien.
  • Welke drie standen kende men in de Middeleeuwen? Beschrijf ze kort.
    Drie standen: de geestelijkheid of clerus, de adel en de boeren.
     
    Clerus. Deze stand stond bovenaan omdat zijn leden, de Clerus, voor het zielenheil van de mensen moest zorgen. De bijbel was het belangrijkste boek.
     
    Adel. De tweede stand had de wereldlijken macht. Edellieden waren politiek bekwaam en bekwaam in de krijgskunst. Hoe meer grond hoe invloedrijker. Veel konden lezen en schrijven.
     
    Boeren. 90% van de bevolking was boer en bijna doorgaans ongeletterd. De derde stand. Verandering van stand was voor hun zo goed als uitgesloten. Edellieden konden bijvoorbeeld wel geestelijke ambten vervullen, terwijl geestelijken vaak van adel waren.
  • Wat is de functie van het leenstelsel?
    In het leenstelsel was waren de regels voor de omgang met elkaar precies vastgelegd.
    Er waren leenmannen en leenheren. Een leenheer kon grond aan een leenman beschikbaar stellen, deze leenman, mits van adel, kon vervolgens die grond ook weer beschikbaar stellen aan een andere leenman en werd zo zelf leenheer. 

    Als leenmannen had je vrije boeren die een tiende afdroegen van hun eigen productie en je had horigen, die de status van slaven hadden en al hun tijd op het land van hun leenheer doorbrachten.
  • Hoe waren de leenmannen aan hun leenheer gebonden?
    Dat gebeurde door een eed van trouw. Consilium et auxilium. Ze gaven raad en daad, stelden soldaten beschikbaar. In ruil moest de leenheer zijn vazallen beschermen.
  • Hoe ontwikkeld de rol van literatuur zich in de middeleeuwse Nederlanden?
    Pas aan het eind van de middeleeuwen konden de meeste mensen in de hogere standen lezen en schrijven. Er waren niet veel boeken. Omdat boeken tot de belangrijkste bronnen horen voor informatie over de middeleeuwse leven en denkwereld zijn ze van onschatbare waarde. 
  • In welke taal werd er geschreven?
    Omdat boeken vaak door geestelijken gelezen werden ze ook in de taal van de kerk geschreven. Latijn. Ook voor de geleerden. De Nederlandse adel ging Frans spreken. Voor deze edellieden was zelf lezen of het luisteren naar iemand die uit een boek voorlas een belangrijk tijdverdrijf. Rond de 15e eeuw werd er grotendeels Middel-Nederlands geschreven en gesproken. Daarvoor Oud-Nederlands en daarna in de 16de en 17de eeuw spreekt men van Vroeg-nieuw-Nederlands.
  • Literatuur in de 10de, 11de, 12de en 13de eeuw
    10de de Wachtendonckse psalmen 

    11de een Oud-Nederlandse pennenproef van een monnik die in Rochester woont

    12de 
    Veldeke en de Servaeslegende
    De reis van de St Brandaen (Navigati 786)
    Eerste ridderromans van de Fransman De Troyes
    Eerste Artur romans

    13de 
    Wolfram von Eischenbach met Parzival
    Jacob van Maerlant met Der nature Bloeme
    Van Maerlant vertaald Vincent van Beauvais met Spieghel historial
    Petrus Comestor met Historia Scholastica en met de Rijmbijbel
    Willem met Van den Vos Reynaerde
    Ridderromans Karel en de Elegast, De vier Heemskinderen, Roelantslied
    Uit Engeland komen in de 12de de Artur-romans deze worden populair in de 13de

    Bi Willeme, acrostichon met Van den Vos Reynearde, een heldendicht naar de 12de eeuwse Franse roman Renart.
  • Grenzen. Waarom kan een kaart van Nederland in de middeleeuwen steeds maar als een momentopname worden beschouwd?
    Het is een momentopname omdat de grenzen van de verschillende vorstendommen en bisdommen alsmaar veranderden; binnen twintig jaar konden grenzen ergens anders verlopen of men hoorde bij een andere heer.
     
    De grenzen binnen Europa verliepen steeds weer anders. Ze werden - grotendeels - pas na de Tweede Wereldoorlog definitief vastgelegd. Het oude Frankrijk, het rijk van de Franken was een rijk dat vooral door keizer Karel voortdurend werd uitgebreid en was veel groter dan het huidige Frankrijk.
     
    De Nederlanden kunnen het beste worden beschreven als een conglomeraat van klerikale en adellijke bezittingen. Het gaat wel over wat tegenwoordig Nederland plus Vlaanderen is.
  • Welke teksten komen in aanmerking voor literatuurstudie?
    Wij maken een keuze voor volkstalige teksten. Daarbij geldt dat voor de literatuurstudie alle soorten geschriften van belang zijn. Ook rekeningen. Alle soorten teksten worden vanuit literair-historisch perspectief bestudeerd.
  • Wat is een miniatuur?
    Schilderijen om boeken te verluchten. Een kunst, duur en tijdrovend rood, blauw, bladgoud. Geïllumineerde, verlichte boeken waren voorzien van het glimmende bladgoud.
  • Wat zijn incunabelen?
    De vroegste met de handgeschreven drukken tussen circa 1450 en 1500.
  • Wat is een scriptorium?
    Een zaal waar in monniken in een klooster boeken schrijven. Meestal kopieën.
  • Wat is perkament?
    Een geschaafde en gezuiverde dierenhuid, bijvoorbeeld van een koe of geit. Hoe dunner hoe duurder.
  • Wat verstaan we onder een handschrift?
    Een met de hand geschreven boek. 
  • Wat is een gehistorieerde initiaal?
    Een letter met miniatuur. Zij vertellen een verhaal een historie.
  • Wat verstaan we onder een katern?
    De stapel bladen die men door het vouwen uit een stuk perkament krijgt.
  • Wat is een kopiist?
    Meestal een monnik die in een scriptorium een boek over schrijft.
  • Wat is een boekblok?
    Een stapel van met elkaar vernaaide katernen vormt een boekblok, dit is waarop nu geschreven kan worden.
     
    Uiteindelijk werden de boekblokken ingebonden. Materialen waren leer, stroken stof, stempels, sluitingen, edelstenen.
  • Waarom werd er veel geld en tijd besteed aan het produceren van een handgeschreven boek?
    Het produceren was kostbaar, omdat de koper bepaalde hoe het boek eruit moest zien en hij er talrijke keuzemogelijkheden voor had: de kwaliteit van het perkament, de omvang van de teksten, de versiering met verschillende kleuren inkt, met miniaturen en/of bladgoud, de aard van de band enzovoort kon hij zelf bepalen, afhankelijk van zijn beurs. Het kon dus zeer duur of zeer goedkoop worden.
  • Wat was er in de 10de eeuw?
    De oudste Nederlandse teksten
     
    In het Latijn. In het leerboek (p. 18) wordt gezegd dat de eerste Nederlandse woorden eigenlijk vertalingen zijn van Latijnse zinnen. Dat gebeurde onder meer in de Wachtendonckse psalmen (900 genoemd naar de 16de eeuwse Lucas Waldendonck een Luikse kanunnik). 
  • Literatuur in de 10de, 11de, 12de en 13de eeuw
    10de de Wachtendonckse psalmen 
    11de een pennenproef van een monnik die in Rochester woont
    12de Veldeke en de Servaeslegende. De reis van de St Brandaen (Navigati 786) Eerste ridderromans van de Fransman De Troyes
    13de Wolfram von Eischenbach met Parzival
    Jacob van Maerlant met Der nature Bloeme
    Van Maerlant vertaald Vincent van Beauvais met Spieghel historial
    Petrus Comestor met Historia Scholastica en met de Rijmbijbel
    Willem met Van den Vos Reynaerde
    Ridderromans Karel en de Elegast, De vier Heemskinderen, Roelantslied
    In Engeland komen de Arthurromans
  • Waarom zou men juist een Psalter vertalen, maar geen wereldlijk verhaal?
    Men vertaalde een Psalter omdat dit een onderdeel van de Bijbel was, en dat diende helemaal goed begrepen te worden; de Bijbel was het woord van God.
  • Wat was er in de 11de eeuw?
    In de late 11e eeuw zijn een paar regels gevonden in een handschrift met oude Engelse preken. Waarschijnlijk een oefentekstje. Maar wel het eerste literair product.
  • Hoe wordt zo'n oefentekstje wel genoemd?
    Een probatio pennae, een pennenproef.
  • Wie was Veldeke? Wanneer leefde hij?
    De eerste met naam bekende dichter die in het Nederlands schreef kwam uit een gebied dat het Maas-Rijngebied wordt genoemd, wat nu een grens tussen Nederland en Duitsland is. Waarschijnlijk een man van lage adel met een geestelijke opleiding die in opdracht van vorsten schreef. Hij schrijft deels in het Middelnederlands, deels in het Middelhoogduits. Hij schreef voor zichzelf vermoedelijk in een Limburgs dialect.
     
    12de eeuw.
  • Wat is de Servaes legende?
    Circa 1170 - 1180 een beschrijving van het leven van de heilige Servaes, de beschermheilige van Maastricht. In opdracht van Agnes, de gravin van Loon. Deze kon waarschijnlijk geen Latijn.


    12de eeuw.
  • Wat was de rol van een mecenas?
    Een schrijver als Veldeke had een mecenas nodig om hem financieel te ondersteunen.
  • Wat is de Eneas roman?
    In Duitsland is men geïnteresseerd in Middelhoogduitse teksten van Veldeke, zoals deze ridderroman over de ondergang van Troje. Veldeke was beroemd en werd aangehaald in de Parzifal, rond 1205 geschreven door Wolfram von Eschenbach.


    12de eeuw
  • Wat is een epiek?

    Verzamelnaam voor alle verhalende literaire werken en als zodanig één van de drie literaire hoofdgenres naast de lyriek en de dramatiek.

    Dramatiek is de meest neutrale en objectieve, omdat de verteller daarin het meest is teruggetreden, terwijl lyriek de meest subjectieve vorm zou zijn. Epiek is dan de middelste of gemengde vorm, de meest narratieve, waarin nu eens de auteur en dan weer de personages aan het woord zijn. 

    Tegenwoordig rekent men de roman tot de epiek, evenals het epos, de legende, het sprookje, enz., allemaal genres waarin toch op een of andere manier het verhalende aspect (narrativiteit) sterk aanwezig is.

    Bij epiek denken wij al gauw aan fictie, terwijl heiligenlevens (hagiografie) zoals de Sint Servaeslegende voor het middeleeuwse publiek geen fictie maar feit waren. 
  • Wat is volgens het lemma over epiek het belangrijkste kenmerk van het episch genre?
    Dat er sprake is van een sterke aanwezigheid van een verhalend aspect.

    Met ‘middeleeuwse epiek’ verwijst men naar een verhalend genre waarin belangrijke gebeurtenissen en heroïsche daden van belangrijke historische personages zijn vastgelegd.
  • Waarom is de definitie van epiek als ‘fictieve teksten’ voor de middeleeuwen niet van toepassing?
    Omdat heiligenlevens zoals de Sint Servaeslegende voor het middeleeuwse publiek geen fictie maar feit waren. Het idee van ‘literatuur’ (in de zin van fictieve teksten) bestond nog niet in de middeleeuwen.
  • Wie was Jacob van Maerlant? Wanneer leefde hij?
    Maerlant leefde ongeveer 100 jaar na Veldeke. Hij beheerste alle genres: van roman tot gedicht, wetenschappelijke werken, theologisch, heiligenlevens. Hij hechte grote waarde aan dat alles wat hij schreef waar was en dat het een moralistische karakter had.
     
    13de eeuw.
  • Wat was Der naturen bloeme?   
    (circa 1270)
     
    Een Nederlandse vertaling op rijm van een Latijns natuurkundig werk. De natura rerum van Plinius. Alles wat men over de natuur wist stond daar in. Ook alles over de menselijke levensstadia en over fabelachtige mensen.

    13de eeuw.
  • Wat is de Spieghel historiael?   
    (circa 1285)
     
    Dat is een wereldgeschiedenis, wederom naar Latijns voorbeeld geschreven door Vincent van Beauvais. Speculum historiale. Een aantal fantasie verhalen gemengd met gewone feitjes. Van Adam en Eva vervolgend met Romeinse en Middeleeuwse geschiedenis tot op heden. Tot en met een apocalyptische voorstelling van het leven op aarde tot aan het laatste oordeel. Vertaald door Van Maerlant.


    13de eeuw.
  • Wat is de Rijmbijbel?
    Nu langzaam de steden op kwamen en steeds meer burgers konden lezen, wilden deze burgers ook graag zelf de bijbel lezen. Dit is een volkstalige, berijmde versie. Het oude en het nieuwe testament plus de apocriefe. Zijn bron was een boek geschreven door een beroemde Parijse theoloog Petrus Comestor. Historia Scholastica. Geen directe vertaling dus.


    13de eeuw.
  • Welke drie zaken hebben verhalen de volgende verhalen met elkaar gemeen?
    Spannende verhalen over gelovige abten, - sluwe vossen en - dappere ridders.
    Ze zijn op rijm, 
    Ze houden de maatschappij een spiegel voor, en 
    Ze zijn opgeschreven in de 12e of 13e eeuw.
  • Wanneer speelde de Sint Brandaen en wat is het voor verhaal?
    12de eeuw
     
    De reis van Sint Brandaen. Een episode in de Brandaen vertelt hoe de monniken plotseling klokgelui horen wanneer ze op zee varen. Ze komen tot de conclusie dat er een wereld onder de zee moet liggen, waar ze echter niet naar toe kunnen komen.
     
    Het verhaal verteld over de wonderbaarlijke dingen die de hoofdpersoon op zijn reis meemaakt, maar het vertelt ook over diens diepe geloof en over zijn ultieme vertrouwen in God. Het is niet alleen een reis, maar een queeste, een zoektocht bedoeld om de reizende te louteren.
  • Hoe noemde men zo'n reis in Ierland?
    In het oude Ierland werd zo'n reisverhaal een immram genoemd. 
  • Hoe is de reis van St Brandaen in Nederland terecht gekomen?
    Het verhaal is via een Latijnse tussen versie naar Nederland gekomen. De zeereis van de heilige abt Brandaen. Deze 'Navigati' is voor 786 geschreven. Het verhaal is eerst vanuit zijn Ierse oorsprong mondeling doorverteld dat het in het Latijn op schrift gesteld en uiteindelijk in de 12e eeuw in het Nederlands vertaald wordt zo'n ingewikkelde ontstaansgeschiedenis is typerend voor middeleeuwse teksten. Er is vaak een fundament in een orale traditie.
  • Wat staat centraal in het middeleeuwse wereldbeeld?
    Centraal in het middeleeuwse wereldbeeld staan het christelijk geloof, de macht van God en de onaanvechtbare waarheid van alles wat in de bijbel staat.
  • Hoe begreep men in de middeleeuwen de wereld als geheel?
    De rijkdom van de schepping is maar één kant van het middeleeuwse wereldbeeld. Een ander aspect blijkt uit de ontdekking van de onderzeese wereld. Hier aan valt namelijk te zien dat de mensen goed hadden nagedacht over hoe de wereld er vermoedelijk uitzag in de regio's waar ze zelf niet konden komen. De meeste mensen hadden hun geboortedorp nooit verlaten. Wie nieuwsgierig was naar de wereld moest goed nadenken over wat logisch en waarschijnlijk was. Men onderscheidde een warme en koude zone, en een gematigde zone. Aan de andere zijde van de aarde, hangend met de voeten aan de aarde, woonden de antipoden of tegenvoeters. In deze tegenzone woonden de nakomelingen van Kaïn.
     
    In de middeleeuwen wisten de mensen wel dat de aarde bolvormig was! De zogenaamde OT kaarten maken het verwarrend.
  • Welk deel van de wereld, afgaande op de afgebeelde wereldkaart in het leerboek (p. 29), heeft Brandaen kennelijk ontdekt?
    Het lijkt om het antipodencontinent te gaan. De gegevens kloppen: het antipodencontinent is door water van ‘ons’ continent gescheiden en we kunnen er niet naar toe. Bovendien lijkt het, als men vanuit Europa kijkt, dat het antipodencontinent letterlijk onder Europa ligt.
  • Die onderzeese wereld wordt gekenmerkt door iets heel bekends, namelijk door klokgelui. Wat heeft de auteur van Brandaen daarmee vermoedelijk willen uitdrukken?
    Hij wilde vermoedelijk laten zien dat die onderzeese wereld ook door mensen bewoond werd. Die onderscheiden zich weliswaar van de ‘normale’ mensen, onder meer omdat zij kennelijk in de zee kunnen leven, maar ze onderscheiden zich niet te zeer, want ze hebben kerken. Dat is ook logisch: de antipoden stammen af van Kaïn, en hij was ook een mens net als zijn broer Abel. Dus moeten de ‘tegenvoeters’ wel op de Europese mensen lijken.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wie was E. du Perron, wat schrijft hij?
E du Perron schrijft: Parlando. Daar in worden ironisch Greet en Marleen aangesproken. Greta Garbo en Marlene Dietrich.
 
Charles Edgar du Perron (meestal aangeduid als E. du Perron) was een Nederlands dichter, criticus en prozaschrijver. Hij richtte samen met Menno ter Braak en Maurice Roelants het invloedrijke literaire tijdschrift Forum op. Een deel van zijn werk (tot 1925) publiceerde hij onder het pseudoniem Duco Perkens.
 
Du Perrons vroege werk, dat hij in eigen beheer uitgaf, was sterk beïnvloed door het modernisme. Hij ondervond al spoedig dat zijn kracht elders lag. Het ging hem om
- een kritische houding ten opzichte van de maatschappij (Tegenonderzoek),
- onthechting ten opzichte van het alledaagse (Poging tot afstand) en
- een sterke oriëntatie op het werk van een kleine groep vrienden en geestverwanten (Voor kleine parochie).

Net als zijn vriend Menno ter Braak was hij een groot bewonderaar van Multatuli, maar meer dan Ter Braak was hij diens culturele erfgenaam.
Welke Vlamingen sloten zich aan bij Forum?
In Forum ook de Vlamingen Jan van Nijlen en Richard Minne. Met hun naar vorm traditionele poëzie, maar vooral met oog voor het alledaagse, vonden deze Vlaamse dichters makkelijk aansluiting bij Forum. Beter dan bij het sterk door het humanitair-expressionisme bepaalde Vlaamse literaire klimaat van daarvoor.
Modernisme, meer in detail.
In de 20e eeuw vallen ook kunststromingen als expressionisme, dada, kubisme en surrealisme onder modernisme. Feitelijk een synoniem van wat ook wel de "historische avant-garde" heet. In de architectuur verwijst het (o.a.) naar het functionalisme, Het Nieuwe Bouwen. Het ornament wordt verlaten ten gunste van sobere, geometrische basisvormen.

In de literatuur waren het vooral Angelsaksische schrijvers die ageerden tegen de traditionele 19e-eeuwse literatuur en de vernieuwing op gang brachten, zoals William Butler, Yeats, T.S. Eliot, Ezra Pound en James Joyce. Onder de niet - Engelstalige auteurs zijn vooral de Fransman Marcel Proust en de Duitser Thomas Mann van belang. Het literaire hoogtepunt is wel het jaar 1922, toen zowel Eliots gedicht The Waste Land als Joyce' roman Ulysses verschenen.

Belangrijke kenmerken van de modernistische literatuur zijn:
- een voorkeur voor drama ;
- vermenging van stijlfiguren;
- een vrij grote dosis humor;
- het verdwijnen van het verhalend karakter en de traditionele verteller;
- het veelvuldig verwijzen naar mythen.

In de jaren 80 van de 20e eeuw kreeg de term modernisme binnen de literatuurwetenschap een ietwat andere betekenis; er werd nu mee verwezen naar afzonderlijke schrijvers uit de jaren 20-30 van de 20e eeuw die twijfelden aan het vermogen van de mens om de wereld te kennen en dat van de taal om de werkelijkheid te beschrijven.

Ook de dichter Martinus Nijhoff is wel eens een 'niet-spectaculair' modernist genoemd.
 
Modernistische schrijvers doen aan zelfreflectie, ook in hun creatieve werk. Ze zijn er zich van bewust dat alle waarneming en kennis afhankelijk is van het ingenomen standpunt (perspectivisme). Daarom zetten ze conventionele denkkaders op de helling en doorprikken ze graag vertrouwde gedrags- en waarnemingspatronen.

Toch zijn ze nog vaak op zoek naar een nieuwe, alomvattende verklaring van de verschijnselen, naar een andere zingeving - ook al beseffen ze dat die nooit definitief zal zijn. Het postmodernisme daarentegen voelt die behoefte aan zingeving niet meer.
Welke invloed hadden de tachtigers op het beeld van de literatuur voor en na hun tijd?
De beweging van 80 heeft tot ver in de 20e eeuw een diepgaande invloed uitgeoefend op de Nederlandse literatuur. Dat gaat dan over de aard en de functie van literatuur, maar ook voor het beeld dat de tachtigers schetsten van het literaire verleden. Hun kritiek kleurden de brillen over het werk van daarvoor heel sterk negatief, iets wat pas recent - in een studie van Jan Oosterholt - is losgelaten. 
Noem vier verschillen tussen de Karel en de Artur-romans.
In Artur romans wordt niet veel gevochten, zeker niet met de grote legers. Er wordt hooguit een enkele ridder ingezet. Karel daarin tegen verlaat zijn hof en doet actief mee in de strijd. 
 
Artur heeft een schare uitgelezen ridders die tot de ronde tafel behoren en bereid zijn hun leven voor de koning te geven. Artur is eerste onder gelijken. 
 
Daar waar Karel vooral bloed vergiet, beginnen ridders van Artur aan een queeste, een zoektocht die vaker louterend is. Zo wordt er wel eens naar de heilige graal gezocht wordt, de legendarische kelk waarin het bloed van Christus opgevangen zou zijn toen hij aan het kruis ging. De ridders keren als betere mensen terug aan het hof, vaak begeleid door een mooie jongedame. 
 
Vierde verschil is dat romantiek, huwelijk, liefde in de Artur romans een grote rol speelden. Ridders zijn hoffelijk en respectvol ten opzichten van vrouwen. Hoofse liefde hoort bij de vele zaken die typisch zijn voor de voor een middeleeuws leven.
Kort Nederland tot 1000 na de geboorte van Christus
29 Tolsumer akte, oudste geschrift
350 Constantijn de Grote bekeerd tot Christendom en verspreidt het in Europa
500 Einde Romeinse rijk, Christendom staatsgodsdienst in Rome
750 Utrechtse Doopgelofte, oudste voorbeeld OudNederlands

800 De Friese dichter Bernlef genezen van blindheid, Karel de Grote keizer
950 De Wachtendonckse Psalmen uit het Latijn in Oud-Oostnederfrankisch
Wat was de 18de eeuwse 'Verlichting' ?
De Verlichting of Eeuw van de Rede was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. In deze periode ontstond een culturele stroming of beweging van intellectuelen met als doel het gebruik van de rede en het filosoferen te bevorderen. De rede gaat alleen maar af op feiten, hoe verborgen die ook zijn. De Verlichting stond aldus voor bevordering van de wetenschap en intellectuele uitwisseling.
Welke kenmerken van het realistisch interbellum-proza herkent u bij Ina Boudier-Bakker's klop op de deur?
Allereerst zijn er de uitvoerige decorbeschrijvingen. De hele eerste pagina biedt een beschrijving van de setting in tijd en ruimte, Amsterdam op een oudejaarsavond, met tal van sfeerscheppende bijvoeglijke naamwoorden en herkenbare plaatsnamen. Na die schets van de omringende wereld, wordt ingezoomd op één huis. Ook van wat daar gebeurt krijgt de lezer een gedetailleerd beeld, zie bijvoorbeeld de beschrijvingen van de gedekte tafel en van uiterlijk en kleding van de gasten aan het oudejaarsfeest.
 
Daarnaast krijgen we toegang tot de gedachtewereld van één personage, het kind Annètje. Terwijl de openingsbeschrijving gefocaliseerd werd door de externe vertelinstantie, krijgen we wat er binnenshuis gebeurt via haar gezichtspunt te zien. Toch is ook daar de externe vertelinstantie niet ver weg, en soms vult zij een en ander aan dat Annètje niet kan weten, bijvoorbeeld door de geur die het kind opvangt te identificeren als die van ‘punch en bisschop’.
Leg uit waarom de zogenaamde bewustzijnsroman (Eva) zo goed aansluit bij de opvattingen van Forum, in het bijzonder die van Menno ter Braak.
De vraag die voor Ter Braak het belangrijkste was bij de beoordeling van een literair werk was ‘Is het een vent, voor mijn particulier gevoel?’. Dit hield in dat er grote waarde werd gehecht aan de sterke persoonlijkheid van de auteur. Die sterke persoonlijkheid toonde zich bijvoorbeeld in een zeer bewust schrijverschap (het schrijven is iets problematisch), of in een grote mate van reflectie (de modernistische twijfel over de te kennen werkelijkheid). De bewustzijnsroman, zoals bijvoorbeeld Eva, maakt reflectie in wezen tot hoofdthema van het verhaal en sluit dus in principe goed aan bij wat Ter Braak waardeert in literatuur.
Welke ontwikkelingen in het interbellum zorgden ervoor dat meer vrouwen toegang kregen tot een (semi)professionele schrijversloopbaan?
De opkomst van het feminisme en de groei van een behoorlijk opgeleide middenklasse.