Summary Class notes - inleiding omgevingsrecht

Course
- inleiding omgevingsrecht
- B vd Veen, W de Vries
- 2014 - 2015
- Hanzehogeschool
- Vastgoed en Makelaardij
303 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - inleiding omgevingsrecht

  • 1417388400 syllabus ior di-wo-do-vrij

  • licht toe  Privaatrecht
    het privaatrecht houdt zich bezig met de juridische betrekkingen tussen burgers onderling. Alles wat burgers zelf ook kunnen valt onder het privaatrecht.
    Let op: ook overheidsorganen kunnen gebruik maken van het privaatrecht. Als de gemeente een kavel bouwgrond verkoopt of kantoorruimte huurt zijn daarop dezelfde privaatrechtelijke regels van toepassing als wanneer een burger dat doet. 
  • licht toe Publiekrecht
    het publiekrecht heeft betrekking op de juridische relaties tussen overheden onderling (bijvoorbeeld de verhouding tussen de provincie en de gemeente), en op de juridische relaties tussen de overheid en particulieren, waarbij de overheid gebruik maakt van gezag. “Gebruik maakt van gezag”, betekent in de praktijk, dat je als burger afhankelijk bent van de overheid, geen onderhandelingen, het is de overheid die bepaalt
    Wanneer burgers iets niet zelf kunnen (maar daarvoor de overheid nodig hebben) is er sprake van publiekrecht. De ene burger kan bijvoorbeeld de andere burger geen omgevingsvergunning verlenen. Dit kan niet, omdat in art. 2.4, lid 1, staat, dat een omgevingsvergunning afgegeven wordt door het college (van B&W).
  • leg uit waarom: ‘het uitgeven van kavels bouwgrond’ past bij  Privaat of publiekrecht 
    Het uitgeven (= verkopen) van kavels bouwgrond valt natuurlijk onder het privaatrecht. Immers burgers kunnen ook grond kopen en verkopen. Het wordt echter anders, wanneer de koper van zo’n kavel er een huis op wil gaan bouwen. Art. 2.1, lid 1, letter a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft aan, dat er zonder omgevingsvergunning (af te geven door het college van B&W, art. 2.4 Wabo) niet gebouwd mag worden.
  • Wat is de wabo en welk artikel en lid
    Art. 2.1, lid 1, letter a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft aan, dat er zonder omgevingsvergunning (af te geven door het college van B&W, art. 2.4 Wabo) niet gebouwd mag worden.
     
    De burger heeft hier dus iets (een omgevingsvergunning) van de overheid (het college van B&W) nodig. Belangrijk hierbij is, dat die overheid bepaalt of de burger zijn omgevingsvergunning krijgt. In tegenstelling tot bij het privaatrecht valt er met het college van B&W niet te onderhandelen over de benodigde vergunning. Het afgeven of weigeren van de benodigde vergunning valt onder het publiekrecht.
  • Privaat of publiekrecht: het afgeven van een vergunning
    de overheid bepaalt of de burger zijn omgevingsvergunning krijgt. In tegenstelling tot bij het privaatrecht valt er met het college van B&W niet te onderhandelen over de benodigde vergunning. Het afgeven of weigeren van de benodigde vergunning valt onder het publiekrecht.
  • Wat zijn rechtsfeiten en noem  3 voorbeelden van rechtsfeiten
    Feiten waaraan het recht gevolgen verbindt
    1 blote rechtsfeiten
    2 feitelijke handelingen
    3 rechtshandelingen
  • Wanneer is er sprake van bloot rechtsfeit, en geef een voorbeeld
    wanneer er een rechtsgevolg ontstaat zonder dat de betrokkene invloed op het rechtsfeit heeft. Twee voorbeelden: vanaf je geboorte ben je belastingplichtig voor de inkomstenbelasting en vanaf 18 jaar mag je stemmen.
  • Wanneer is er sprake van een feitelijke handeling en geef een voorbeeld
    Bij een feitelijke handeling ontstaat er een rechtsgevolg waarbij het niet van belang is of dit rechtsgevolg wel gewild is. Een voorbeeld: een sneeuwschuiver schampt een rij geparkeerd staande personenwagens. Of de bestuurder van de sneeuwschuiver de schade nu wel of niet wilde veroorzaken speelt geen rol. Er ontstaat een verplichting om de schade te vergoeden.
  • Wanneer is er sprake van een rechtshandeling en geef een voorbeeld
    het privaatrecht gaat uit van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid van partijen. Daar partijen gelijkwaardig zijn, staan ze op dezelfde hoogte. Er is met andere woorden sprake van een horizontale relatie tussen de partijen.
     
    Rechtshandelingen die door burgers verricht kunnen worden vallen onder het privaatrecht. Het woord privaat verwijst naar privé; het gaat om rechtsbetrekkingen tussen privé-personen of particuliere bedrijven en particuliere instellingen. In plaats van privaatrecht, wordt ook wel gesproken van civiel recht of burgerlijk recht. Je kunt die termen door elkaar gebruiken.
  • Privaatrechtelijke rechtshandelingen, 
    wat is de definitie en wat zijn synoniemen
    en wie zijn de partijen
    het privaatrecht gaat uit van vrijwilligheid en gelijkwaardigheid van partijen. Daar partijen gelijkwaardig zijn, staan ze op dezelfde hoogte. Er is met andere woorden sprake van een horizontale relatie tussen de partijen.
     
    Rechtshandelingen die door burgers verricht kunnen worden vallen onder het privaatrecht. Het woord privaat verwijst naar privé; het gaat om rechtsbetrekkingen tussen privé-personen of particuliere bedrijven en particuliere instellingen. In plaats van privaatrecht, wordt ook wel gesproken van civiel recht of burgerlijk recht. Je kunt die termen door elkaar gebruiken.
  • Publiekrechtelijke rechtshandelingen
    definitie en synoniemen en wie zijn de partijen
    Publiekrechtelijke rechtshandelingen kunnen alleen worden verricht door overheidsorganen.
    het publiekrecht gaat niet uit van gelijkwaardigheid en vrijwilligheid. Het is immers de overheid die beslist. Daar de burger afhankelijk is van de overheid de overheid staat als het ware boven de burger) is er bij het publiekrecht dan ook sprake van een verticale relatie.  
     
    deze rechtshandelingen gericht op een beoogd rechtsgevolg. Als de belastinginspecteur een belastingaanslag vaststelt, is het beoogde juridische resultaat daarvan dat er een betalingsverplichting bij de belastingschuldige ontstaat. Een andere publiekrechtelijke rechtshandeling is het afgeven van een vergunning. Door het afgeven van een vergunning ontstaat het rechtsgevolg dat de vergunninghouder bepaalde handelingen mag verrichten die zonder vergunning verboden zouden zijn. Anders dan in het privaatrecht worden deze rechtsgevolgen altijd eenzijdig door de overheid gecreëerd. Soms gebeurt dat op initiatief van de overheid, zoals bij de belastingaanslag, en in andere gevallen gebeurt dat op verzoek van de burger, zoals bij de vergunningverlening. In beide gevallen is het echter de overheid die de voorwaarden vaststelt waaronder het rechtsgevolg tot stand komt. Van gelijkwaardigheid van partijen, zoals in het privaatrecht, is hier geen sprake.
  • Wat doet de burgerlijke rechter en hoe werkt hij?
    De burgerlijke rechter, die privaatrechtelijke geschillen beslecht, gaat uit van de gelijkwaardigheid van partijen. Als één van beide partijen meent dat hem onrecht wordt aangedaan, dan moet hij dat tegenover de rechter zien te bewijzen.
  • Wat doet de administratieve rechter
    De administratieve rechter, beslecht publiekrechtelijke geschillen. Als jij als burger meent onjuist behandeld te zijn door een overheidsorgaan, is het bij wijze van spreken voldoende om dat in een beroepschrift aan de administratieve rechter mee te delen. De rechter zal vervolgens zelf actief onderzoeken of er sprake is van onrechtmatigheid of niet. Op die wijze compenseert de administratieve rechter de ongelijkwaardigheid tussen de overheid en de burger.
  • Uit welke drie onderdelen bestaat publiekrecht
    1.         staatsrecht
    2.         bestuursrecht
    3.         strafrecht.
  • Wat is de belangrijkste staatsrechtelijke wet
    De grondwet
  • Welke 3 functies heeft de grondwet
    -de grondrechten
    -de staatsorganen
    -      toekennen van bevoegdheden aan de verschillende overheidsorganen
  • Wat doet het staatsrecht
    De wetgever
    Regelt hoe een wet tot stand komt. stelt algemene regels voor het verrichten van bepaalde activiteiten, bijvoorbeeld geen auto besturen zonder rijbewijs, niet bouwen zonder omgevingsvergunning
  • wat doet het bestuursrecht
    Regelt de toepassing van de wetten. bestuursorganen (bestuursrecht) deze algemene regels in concrete situaties toepassen: het verstrekken van een rijbewijs en het verstrekken van een omgevingsvergunning. Zodra een burger of bedrijf tot een dergelijke activiteit wil overgaan, moet deze zich eerst tot het bestuur wenden met het verzoek daarvoor een vergunning te krijgen
  • Welke rechten vallen onder publiek recht
    Staatsrecht
    Bestuursrecht; algemeen en bijzonder
    Strafrecht
  • Geef voorbeelden van bijzonder bestuursrecht
    het bouwrecht, het milieurecht, het sociaal zekerheidsrecht en het belastingrecht.
    Voor elk stukje bijzonder bestuursrecht bestaan specifieke wetten. Wetten op het terrein van het bouwrecht zijn bijvoorbeeld de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (bouwen). We noemen deze wetten dan ook bijzonder bestuursrechtelijke wetten, daar ze enkel van toepassing zijn op een deel van het bestuursrecht.
  • Geef voorbeelden van algemeen bestuursrecht
    De Algemene wet bestuursrecht is het grote voorbeeld van het algemeen bestuursrecht. Soms gelden er voor algemene delen van een stukje bijzonder bestuursrecht ook gemeenschappelijke regels. Binnen het bouwrecht is dat bijvoorbeeld de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
     
    In art. 3:2 Algemene wet bestuursrecht is geregeld, dat het bestuursorgaan, voordat het een besluit neemt alle relevante feiten en belangen moet inventariseren. Deze zorgvuldigheid geldt bij de beslissing op een aanvraag om een omgevingsvergunning (het bouwrecht) maar ook bij de beslissing op een bijstandsaanvraag (sociale zekerheid). Wanneer een bestuursrechtelijke wet (voor alle bijzondere delen van het bestuursrecht) zaken regelt is er sprake van het algemeen bestuursrecht.
  • Wat zijn de 4 belangrijkste rechtsbronnen
    1.        Wetgeving en regelgeving.
    2.         Uitspraken van rechters (met een mooi woord: jurisprudentie).
    3.         Internationale verdragen.
    4.         De gewoonte.
  • Wat is wetgeving en noem voorbeelden.
    Wetten (in formele zin) zijn documenten, gemaakt door de formele wetgever. Onder wetgeving vallen alle wetten in formele zin. Een wet in formele zin wordt meestal afgekort tot ‘wet’. Wanneer we het dus hebben over een ‘wet’, bedoelen we een wet in formele zin. Voorbeelden zijn de Grondwet, het Burgerlijk Wetboek, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
  • Wat is een AVV en geef voorbeeld
    Wanneer een wet (in formele zin) voor een onbepaalde groep geldt noemen we dat een algemeen verbindend voorschrift, een avv. 
     
    Een wet (in formele zin) geldt meestal voor een onbepaalde groep. Iedereen die wil bouwen heeft een vergunning nodig. Iedereen die gaat studeren heeft recht op studiefinanciering enz. 
  • Geef een synoniem voor avv
    Een synoniem voor avv is ‘wet in materiële zin’. 
  • Leg uit : een onbepaalde groep. En geef een voorbeeld
    Bij een ‘groep’ kun je denken aan ‘Nederlanders’,  ‘mensen die willen bouwen’, ‘fietsers’ of ‘studenten’. ‘Onbepaald’ houdt in, dat het gaat om iedereen die onder de groep van ‘Nederlanders’ of de groep van ‘studenten’ valt.
    Een avv richt zich dus tot niet tot bepaalde leden van een groep (bijvoorbeeld student Jansen of student Pietersen). In een avv staat daarom nooit een geadresseerde, nooit een naam.
  • Leg uit: regelgeving. En geef een voorbeeld.
    Onder regelgeving vallen alle andere documenten (dan wetten in formele zin) met algemeen verbindende voorschriften. Voorbeelden zijn Algemene Maatregelen van Bestuur, ministeriële regelingen, verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen
  • Geef de structuur van de wet- en regelgeving aan
    1.       Het opschrift met de naam.
    2.         De aanhef (standaardzinnen als ”Wij Beatrix, bij de gratie Gods, enz.”.
    3.         De considerans = enkele zinnen over de bestaansreden van de wet.
    4.         Het corpus = de inhoud van de wet, verdeeld in (titels, hoofdstukken,
    afdelingen, paragrafen en) artikelen.
    5.         Het slot = ondertekening, datum van bekendmaking enz.
    6.         (Soms) bijlagen
     
    Niet elke wet heeft alle elementen van de standaardstructuur. Vele wetten kennen bijvoorbeeld geen bijlagen.
  • Hoe zoek je in een wettenbundel 
    Op wet of besluit
    Op trefwoorden register
    Volgens de systematische opbouw van wetten
  • Wat is de noteerwijze van Artikel 131 van de Grondwet
    art. 131 Grondwet (art. 131 GW).
  • Wat is de noteerwijze van Het eerste lid van artikel 7 van de Grond
    art. 7, lid 1, Grondwet (GW)
  • Wat is de noteerwijze van Het eerste lid van art. 61 van de Gemeentewet
    art. 61, lid 1 Gemeentewet (art. 61, lid 1 Gemw.) 
  • Wat is de noteerwijze van Artikel 2 van hoofdstuk 3 van de Awb
    art. 3:2 Awb.
  • Wat is de noteerwijze van Artikel 2, lid 1, letter a van het tweede hoofdstuk van de Wabo
    art. 2.1, lid 1, letter (onder) a Wabo
  • Wat is een staat en geef een synoniem 
    Er is sprake van een staat wanneer de overheid over een volk, dat zich op een afgegrensd grondgebied bevindt, de hoogste macht uitoefent. Een synoniem de hoogste macht is de ‘soevereiniteit’
  • Beschrijf de 4 staatsvormen en geef voorbeelden
    centrale eenheidsstaat, bijvoorbeel Frankrijk. De stat is naar het buitenland toe een eenheid en heeft geen lagere overheden met eigen bevoegdheden.
     
    Gedecentraliseerde eenheidsstaat, bijv. Nederland. De staat is naar buitenland een eenheid, maar de lagere overheden (provincie, gemeente, waterschappen) hebben zelfstandig wetgevende en bestuurlijke taken. De overheidsmacht wordt centraal en decentraal uitgeoefend.
     
    Bondsstaat: bijv Duitsland, Amerika. De staat is naar het buitenland toe geen eenheid, het binnenlands heeft verschillende bondstaatjes
     
    Statenbond: Republiek der 7 verenigde Nederlanden; de republiek bestond uit 7 zelfstandige landjes die af en toe samenwerken. Meer zelfstandig dan bij een bondstaat.
  • noem de  Organen van de centrale overheid
    - de regering;
    - de koning;
    - de minister;
    - de ministerraad;
    - het kabinet;
    - de staatssecretaris;
    - de Staten-Generaal.
  • Wie vormt de regering en in welke wet.
    Wat is een ander woord voor regering
    de Grondwet gaat over de regering. De Grondwet bepaalt in art. 42: ‘De regering wordt gevormd door de Koning en de ministers. De Koning is onschendbaar; de ministers zijn verantwoordelijk’.
    Regering = Kroon
  • Waaruit bestaat de formele wetgever en in welk artikel staat dat.
    de regering en de Staten-Generaal gezamenlijk Art. 81 GW
  • Leg uit: constitutionele monarchie, koning
    de koning gesproken wordt, kan dit woord in twee betekenissen gebruikt worden:
    1.         De koning als drager van het koningschap.
    2.         De koning als regeringsorgaan.
    Nederland is een constitutionele monarchie.
    Monarchie houdt in dat ons staatshoofd (de koning) niet gekozen of benoemd wordt maar via erfopvolging wordt aangewezen.
    Constitutioneel houdt in, dat de positie van de koning in de Grondwet (constitutie) vastgelegd is.
  • Welke 2 soorten ministers zijn er
    minister ‘van’ = met portefeuille;
    minister ‘voor’ = zonder portefeuille
     
    De minister zonder portefeuille is een volwaardige minister; ze hebben net als de ‘gewone’ ministers een bepaalde taak toegewezen gekregen, maar zonder een eigen ministerie. Voor de vervulling van zijn taak maakt zo’n minister gebruik van de ambtenaren die op een met zijn beleidsgebied samenhangend ministerie werkzaam zijn.
  • De ministerraad
    De ministerraad is het belangrijkste bestuurscollege in ons land, art. 45 Grondwet.
    De samenstelling van de ministerraad:Alle ministers zijn lid (zowel met als zonder portefeuille). De voorzitter is de minister-president.
  • De staatsecretaris
    Een staatssecretaris is geen lid van de ministerraad.
    Interne positie: De staatssecretaris is ondergeschikt aan zijn minister. Hij wordt weliswaar benoemd bij Koninklijk Besluit, maar zijn taak wordt vastgesteld bij ministerieel besluit.
    Externe positie:
    De staatssecretaris is volledig politiek verantwoordelijk tegenover de Staten-Generaal voor het door hem gevoerde beleid    
  • Het kabinet
    De gezamenlijke ministers en staatssecretarissen worden ook wel het ‘kabinet’ genoemd. Het kabinet is een politiek orgaan. Het kabinet wordt gevormd door de bewindslieden (ministers en staatssecretarissen). De koning maakt dus geen deel uit van het kabinet. Let op het verschil: regering / kabinet.
  • De Staten-Generaal
    Het kenmerk van een democratie is dat volksraadpleging nodig is voor het nemen van beslissingen die voor de burgers in een staat bindend zijn en voor hen verstrekkende gevolgen kunnen hebben. De meest voorkomende manier om de mening van het volk te peilen is die door middel van een volksvertegenwoordiging (ander woord: parlement). De landelijke volksvertegenwoordiging van Nederland is de Staten-Generaal. De Staten-Generaal bestaat uit twee kamers: de Eerste en de Tweede Kamer.
  • De Staten-Generaal heeft twee taken:
    De Staten-Generaal heeft twee taken:
    1.         Medewetgever (hierover meer in het volgende hoofdstuk).
    2.        Controleur van het kabinet. Het kabinet moet aan de Staten-Generaal
    verantwoording afleggen voor al haar daden en voor alles wat er niet is gedaan.
  • leg uit  territoriale decentralisatie en geef voorbeeld
    Wanneer lagere overheden eigen bevoegdheden hebben om te besturen of om avv’s te maken is er sprake van decentralisatie. De overheidsmacht wordt niet alleen centraal maar ook op lagere niveaus uitgeoefend. Provincies en gemeenten zijn gebiedscorporaties.
  • leg uit  functionele decentralisatie, en geef voorbeeld
    Wanneer zo’n lagere overheid slechts een bepaalde taak op haar grondgebied heeft noemen we dit functionele decentralisatie. De lagere overheid is dan een doelcorporatie. Het duidelijkste voorbeeld van een doelcorporatie is het waterschap. Het waterschap zorgt er alleen voor waterbeheer op haar grondgebied
  • De organen van provincie en gemeente
    een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter van deze organen
  • De Grondwet kent drie organen van de provincie:
    provinciale staten (PS), gedeputeerde staten (GS) en de Commissaris der (van de) Koning (CdK of CvdK).
    In Limburg gouverneur geheten. 
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

wat zeggen art 6;16 en 8;81 
•Art. 6:16 Awb: administratief beroep, bezwaar en beroep op de bestuursrechter schorst het bestreden besluit niet
•Art. 8:81 Awb biedt wel schorsende werking (de zogenaamde voorlopige voorziening)
Rechtsbescherming tegen besluiten;  Beroep op bestuursrechter
•Beroep op een bestuursrechter
- via een beroepschrift
- binnen 6 weken
- Geen beroep mogelijk, de art. 8:3 t/m
  8:5 Awb (let op art. 8:3, lid 1, letter a)
- Welke rechtbank? Art. 8:7 Awb
- Te betalen griffierecht, art. 8:41 Awb
- Mogelijke uitspraken, art. 8:70 Awb
- Bij de ABRS geen hoger beroep mogelijk,
  bij de rechtbank wel (ABRS)
Rechtsbescherming tegen besluiten; bezwaar    
•In de hoofdstukken 6 en 7 Awb
- Indienen bij het bestuursorgaan dat het besluit
  (BIP) heeft genomen
- Binnen 6 weken, de artt. 6:7 en 6:8 Awb
- Eisen aan het bezwaarschrift in art. 6:5 Awb
- Beslistermijn voor het bestuursorgaan:
  art. 7:10 Awb
- Art. 7:11 Awb: bezwaar leidt tot een
  heroverweging van het besluit
- De beslissing op het bezwaarschrift is een
  nieuw besluit (BOB)
 
•Het besluit op bezwaar kan vervolgens voorgelegd worden aan een bijzondere (ABRS) of aan de algemene bestuursrechter (rechtbank)
•De hoofdstukken 6 en 8 Awb
Er bestaan 2 bestuurlijke voorprocedures:
•Er bestaan 2 bestuurlijke voorprocedures:
1. Administratief beroep, art. 1:5, lid 2
    Awb. Dit is bijzonder recht.
2. Bezwaar, art. 1:5, lid 1 Awb. Dit is
    algemeen recht.
•Of administratief beroep of bezwaar (nooit beiden toepassen).
Wanneer er niets in de avv zelf staat, dan is het altijd bezwaar.
Rechtsbescherming tegen besluiten
Repressieve rechtsbescherming, stap 1

- Bevat de avv, waarop het bestreden
  besluit gebaseerd is, zelf rechts-
  bescherming, dan die weg bewandelen.
  Bijvoorbeeld art. 8.2 Wro, de ABRS.
  Dit is een bijzondere rechter.

- Regelt de avv niets, dan art. 8:1 Awb. O.g.v.
  de Awb kun je naar de rechtbank, sector
  bestuursrecht. Dit is een algemene rechter.

•Repressieve rechtsbescherming, stap 2

- Voordat je naar een bijzondere of een
  algemene rechter kunt, moet je meestal
  een bestuurlijke voorprocedure volgen
  (art. 7:1 Awb).

- Art. 7:1, lid 1 Awb regelt ook, wanneer
  dit niet zo is (zie letter d)
 
Er bestaan 2 bestuurlijke voorprocedures:
1. Administratief beroep, art. 1:5, lid 2
    Awb. Dit is bijzonder recht.
2. Bezwaar, art. 1:5, lid 1 Awb. Dit is
    algemeen recht.
 
Of administratief beroep of bezwaar (nooit beiden toepassen).
Wanneer er niets in de avv zelf staat, dan is het altijd bezwaar.
 
Rechtsbescherming tegen besluiten, 2 soorten 
•Twee soorten:
1. Preventief (inspraak, Afdeling 3.4 Awb) en
2. Repressief (naar de bestuursrechter)
•Preventief
- Voorbeelden art. 3.8 Wro / art. 3.10
  Wabo
- Art. 3.10 Awb geeft aan wanneer
  afdeling 3.4 Awb van toepassing KAN zijn
- Art. 6:13 Awb geeft belang van inspraak aan
Geschreven en ongeschreven abbb’s
•De abbb’s zijn te verdelen in geschreven en ongeschreven abbb’s
•Staat een abbb in een avv = geschreven
•Staat een abbb niet in een avv maar is deze gebaseerd op jurisprudentie = ongeschreven
•De rechter zal een besluit eerst aan de geschreven abbb’s toetsen en daarna aan de ongeschreven abbb’s
Waarom het onderscheid formele / materiële abbb’s?
•Wanneer een besluit in strijd is met een abbb (onrechtmatig besluit) wordt het besluit door de rechter vernietigd
•Bij strijd met een formeel abbb moet het nieuwe besluit zorgvuldiger voorbereid / gemotiveerd worden, de inhoud hoeft niet anders te worden
•Bij strijd met een materieel abbb moet de inhoud anders worden
Materiële normen (abbb’s)
•Het verbod van détournement de pouvoir, art. 3.3 Awb
•Het gelijkheidsbeginsel, art. 1 GW
•Het rechtszekerheidsbeginsel (inclusief het vertrouwensbeginsel) = jurisprudentie
•Het redelijkheidsbeginsel (verbod van willekeur / belangenafweging), art. 3.4, lid 1 Awb
•Het evenredigheidsbeginsel, art. 3.4, lid 2 Awb 
Formele normen (abbb’s)
•Spelen een rol bij een ……….. bestuursbevoegdheid
•het beginsel van de zorgvuldige voorbereiding, art. 3.2 Awb
•het motiveringsbeginsel, art. 3.46 Awb
•Gaan niet over de inhoud van het besluit