Summary Class notes - Inleiding Privaatrecht (R02132)

Course
- Inleiding Privaatrecht (R02132)
- H. Severeyns-Wijenbergh
- 2016 - 2017
- Open Universiteit
- Rechtsgeleerdheid
205 Flashcards & Notes
4 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Inleiding Privaatrecht (R02132)

  • 1475359200 Inleiding in het Privaatrecht

  • Welke criteria zijn er om het onderscheid tussen privaat- en publiekrecht aan te duiden?
    - De subjecten die een rol spelen
    - Het belang dat aan de orde komt
    - Wijze van handhaving regels
  • Welke relativeringen kunnen op de onderscheidingen tussen privaat- en publiekrecht worden aangebracht?
    - De subjecten die een rol spelen.
    Bij privaatrecht betreft de juridische relatie tussen de burgers onderling. Bestaat de relatie tussen de burger en een overheidsorgaan, dan is er sprake van publiekrecht. Echter, dit onderscheid is niet zuiver. Aangezien overheidsorganen ook privaatrechtelijk handelingen kunnen verrichten, zoals het aangaan van een koopovereenkomst. 

    - Het belang dat aan de orde komt.
    Het privaatrecht regelt de individuele belangen van de burgers en het publiekrecht is verantwoordelijk voor het algemeen belang. Uitgangspunten zijn dat privaatrecht ervan uit gaat dat burgers naar eigen inzicht invulling kunnen geven aan onderlinge betrekkingen. Publiekrecht daarentegen gaat uit van gebods- en verbodsbepalingen. Ook dit onderscheid is niet scherp, aangezien er wetten zijn die ingrijpen in de privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen om voorrang te geven aan het algemeen belang.

    - Wijze van handhaving regels.
    Het initiatief tot het handhaven van privaatrechtelijke regels ligt bij individuele burgers. Bij publiekrecht mag een overheidsorgaan overgaan tot handhaving, zonder bemoeienis van burgers. Wel kan door de burger een privaatrechtelijke (civiele) actie worden opgestart tegen de gedaagde, naast de publiekrechtelijke zaak.
  • Hoe herken je of een regeling behoort tot het privaat- of publiekrecht?
    Staatsrecht, administratief/bestuursrecht en strafrecht vallen onder het publiekrecht. De rechtsgebieden hierbuiten behoren, afhankelijk van de casus, tot het privaatrecht.
  • Welke regels behoren tot het materiële privaatrecht en welke tot het formele privaatrecht?
    Materiële privaatrecht: regels die rechten en plichten toekennen aan personen (inhoud van het recht).
    Formele privaatrecht (burgerlijke procesrecht): regels die beschrijven hoe het materiële privaatrecht verwezenlijkt moet worden.
  • Waar zijn de geschreven regels van het formele privaatrecht te vinden?
    Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO). Daarnaast heb je diverse andere wetten, zoals Advocatenwet en Wet op de Rechtsbijstand.
  • Wat houdt het personen- en familierecht in? Waar kunnen de regels met betrekking tot dit rechtsgebied worden gevonden?
    Familierecht heeft betrekking op familie- en gezinsverband. Personenrecht is te verdelen onder: 1) Personenrecht in enge zin en 2) Rechtspersonenrecht. 

    Personenrecht in enge zin omvat regels over bijvoorbeeld rechtsbevoegdheid, overlijden, geboorte, adoptie e.d. en is nauw verbonden met familierecht. Regels omtrent het personenrecht in enge zin en familierecht zijn te vinden in Boek 1 BW.

    Een rechtspersoon is een door de mensen in het leven geroepen organisatie met de bevoegdheid om zelfstandig deel te nemen aan het rechtsverkeer; met andere woorden de rechtspersoon is drager van rechten en plichten. Er zijn 3 categorieën rechtspersonen: privaatrechtelijk, publiekrechtelijk en kerkgenootschappen. Rechtspersonenrecht wordt in combinatie met personenrecht in enge zin, personenrecht in ruimte zin genoemd. Rechtspersonenrecht is te vinden in Boek 2 BW.
  • 1475791200 Een inleiding in het vermogensrecht

  • Hoe is de indeling van het BW? Welke systematiek ligt daaraan ten grondslag?
    De indeling van het BW heeft een gelaagde structuur, dat wil zeggen van algemeen naar bijzonder.

    Er is sprake van 2 hoofdprincipes:
    - Het onderscheid tussen personen en vermogensrecht.
    - Binnen het vermogensrecht het onderscheid tussen het algemene en bijzondere deel.
  • Wat is objectief recht?
    Het geheel van rechtsregels die in een bepaalde samenleving gelden.
  • Wat is subjectief recht?
    Een door het objectieve recht verleende bevoegdheid, m.a.w. een bevoegdheid die een bepaalde persoon aan het objectieve recht ontleent.
  • Wat is een rechtsfeit?
    Een feit dat rechtsgevolg heeft, oftewel een feit dat voor het recht van belang is.
  • Wat is een niet-rechtsfeit?
    Een niet-rechtsfeit staat tegenover een rechtsfeit. Een niet-rechtsfeit is een feit dat geen rechtsgevolg heeft.
  • Wat is een bloot rechtsfeit?
    Een feit waarbij het rechtsgevolg intreedt, zonder dat daarvoor enig actief menselijk handelen nodig is.
  • Wat is een rechtshandeling?
    Een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden dat ook door het handelend subject wordt beoogd.
  • Wat is feitelijk handelen?
    Een handeling van een rechtssubject, waaraan een rechtsgevolg wordt verbonden, ongeacht of dit rechtsgevolg door het handelend subject is beoogd.
  • Wat is een regel van aanvullend recht?
    Door de wetgever opgestelde regel betreffende bepaalde situaties, voor zover hierin niets is geregeld. Regels van aanvullend recht zijn rechtsregels waarvan kan worden afgeweken.
  • Wat is een regel van dwingend recht?
    Regels van dwingend recht zijn door de wetgever opgestelde regels en waarvan niet mag worden afgeweken.
  • Wat is het criterium voor het onderscheid tussen een regel van aanvullend en dwingend recht?
    Van dwingend recht kan niet worden afgeweken; de regels dienen als bescherming van individuen. Aanvullend recht geeft individuen de vrijheid om eigen regelingen en afspraken te maken.
  • Wat is een rechtssubject?
    Degene aan wie rechtsbevoegdheid wordt toegekend. Onder bevoegdheid moet verstaan, het hebben van eigen rechten en plichten ontleent aan het objectieve recht.
  • Welke categorieën van rechtssubjecten kent ons recht?
    Natuurlijke personen en rechtspersonen.
  • Wat is het object van een recht?
    Het voorwerp van het recht, waarop het rechtssubject recht heeft.
  • Wat is een objectief vermogensrecht?
    Het geheel van de vermogensrechtelijke regels, die betrekking hebben op de op geld waardeerbare rechten en plichten, die in een bepaalde samenleving gelden.
  • Wat is een subjectief vermogensrecht?
    Een aan een bepaald persoon toekomend vermogensrecht, dat hij/zij aan het objectieve vermogensrecht ontleent.
  • Welke betekenissen kan het begrip “vermogen” hebben?
    - Het geheel van op geld waardeerbare rechten en plichten.
    - De som van de aan iemand toekomende rechten, waarbij de schulden als aftrekpost in aanmerking komen.
    - Het geheel van aan een persoon toekomende, op geld waardeerbare rechten (plichten worden buiten beschouwing gelaten).
  • Wat wordt verstaan onder het begrip “goed”?
    Goederen zijn alle zaken en alle vermogensrechten (art. 3:1 BW).
  • Wat wordt verstaan onder het begrip “zaak”?
    Zaken zijn voor de menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten (art. 3:2 BW).
  • Wat wordt verstaan onder het begrip “vermogensrecht”?
    Rechten die, (1) hetzij afzonderlijk, hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn; (2) of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen; (3) ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten (art. 3:6 BW).

    Uit deze bepaling blijkt dat een recht niet hoeft te voldoen aan alle 3 de kenmerken, wil het een vermogensrecht zijn. Voldoet een recht aan ten minste 1 van de genoemde kenmerken, dan staat vast dat het een vermogensrecht is.  
  • Wat houden de begrippen goederenrecht en verbintenissenrecht in?
    Het goederenrecht is het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de rechtsverhouding van een rechtssubject (een natuurlijke persoon of een rechtspersoon) tot een goed.

    Het verbintenissenrecht is het geheel van rechtsregels dat betrekking heeft op de vermogensrechtelijke rechtsverhouding van een rechtssubject tot een ander rechtssubject.
  • Waarin onderscheiden goederenrecht en verbintenissenrecht?
    Het onderscheid is hierin gelegen dat het goederenrecht ziet op de (privaatrechtelijke) rechtsverhoudingen van een rechtssubject tot een goed.

    Terwijl het verbintenissenrecht ziet op de (privaatrechtelijke) rechtsverhoudingen van een rechtssubject tot een ander rechtssubject.
  • Een schakelbepaling is een artikel dat een ander artikel verduidelijkt en nader uitlegt of aanvult.
  • Naast de term 'objectief recht' wordt voor het geheel van rechtsregels, die in een bepaalde samenleving gelden, ook wel de term 'positief recht' gebruikt.
  • Schema feiten
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Ongerechtvaardige verrijking (Art. 6:212)
  1. Er moet sprake zijn van een verrijking van de een
  2. De verrijking moet ten koste gaan van een ander
  3. Die ander moet daardoor schade hebben geleden
  4. Voor de verrijking van de een moet GEEN redelijke grond aanwezig zijn
Onverschuldigde betaling (Art. 6:203)
Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven (een prestatie heeft verricht), is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen
Verplichtingen belanghebbende (Art. 6:200)
  1. De belanghebbende moet de zaakwaarnemer de schade vergoeden die deze als gevolg van de zaakwaarneming heeft geleden
  2. Indien de zaakwaarnemer handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf, moet de belanghebbende loon aan de zaakwaarnemer betalen
Verplichtingen zaakwaarnemer (Art.6:199)
  1. De zaakwaarnemer moet bij de zaakwaarneming de nodige zorg betrachten
  2. De zaakwaarnemer moet een eenmaal begonnen zaakwaarneming voortzetten
  3. De zaakwaarnemer moet rekening en verantwoording afleggen aan de gene wiens belangen hij behartigd heeft
Zaakwaarneming (Art. 6: 198)
  1. Er moet sprake zijn van de behartiging van een belang van een ander
  2. De belangenbehartiging moet willens en wetens zijn
  3. Er moet een redelijke grond zijn voor de belangenbehartiging
  4. De belangenbehartiging moet hebben plaatsgevonden zonder dat de zaakwaarnemer hiertoe op grond van een rechtshandeling of een andere privaatrechtelijke rechtsverhouding bevoegd was
Aansprakelijkheid voor dieren (Art. 6:179)
Een kwalitatieve risico aansprakelijkheid
  1. Eigen activiteit van het dier (eigen energie) 
Aansprakelijkheid voor opstallen (Art.6:174)
Een kwalitatieve risico aansprakelijkheid
  1. De opstal voldoet niet aan de eisen die men daaraan mag stellen
  2. De opstal levert daardoor gevaar op voor personen of zaken
  3. Het gevaar verwezenlijkt zich 
Aansprakelijkheid werkgever (Art. 6:170)
Kwalitatieve risico aansprakelijkheid
  1. het moet een ondergeschikte zijn
  2. het moet een "fout" (=een toe te rekenen onrechtmatige daad) van de ondergeschikte zijn
  3. de kans is vergroot door de opgedragen taak en de werkgever heeft zeggenschap over de gedraging, waarin de fout was gelegen 
Aansprakelijkheid van ouders en voogden voor kinderen
  • Kinderen beneden de veertien jaar (art. 6:1164 en 6:169 1e lid) Risicoaansprakelijkheid voor ouders en voogden. Het moet een schade betreffen die is toegebracht door een gedraging (doen)
  • Kinderen van 14 en 15 jaar (art. 6:169 2e lid) Schuldaansprakelijkheid. Als ouders of voogd niet kan worden verweten dat ze de handeling niet hebben belet, zijn zij niet aansprakelijk (disculperen). De schade moet zijn toegebracht door een fout van dat kind. (aan de dader toe te rekenen onrechtmatige daad) Aan de ouder moet een verwijt kunnen worden gemaakt dat hij de gedraging niet heeft belet.
  • Kinderen boven de zestien jaar. Handelt dat kind onrechtmatig dan is dat kind, als aan alle vereisten voor aansprakelijkheid is voldaan, voor dat handelen aansprakelijk.
Kwalitatieve aansprakelijkheid
Men wordt aansprakelijk gesteld in de hoedanigheid (kwaliteit) Bv. eigenaar, wettelijke vertegenwoordiger, werkgever.
Aansprakelijkheid voor personen en voor zaken en dieren.