Summary Class notes - Inleiding Psychologie

Course
- Inleiding Psychologie
- M. Donk
- 2019 - 2020
- Vrije Universiteit Amsterdam
- Psychologie
224 Flashcards & Notes
2 Students
  • These summaries

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Inleiding Psychologie

  • 1598824801 Week 1 deel 1

  • Wat is ''psychologie''? En wat doet een psycholoog nou eigenlijk? Wat is psychologische wetenschap en hoe verhoudt het zich tot elkaar?
    - Psychologie omvat de studie van mentale activiteit en gedrag.
    - Een psycholoog probeert het gedrag van mensen te begrijpen en te voorspellen.
    - Psychologische wetenschap is de studie van het verstand (mentale activiteit zoals perceptuele ervaringen), de hersenen (biologische processen hierbinnen) en het gedrag (waarneembare handelingen). 
  • Uit welke twee dingen bestaat het zenuwstelsel? Uit welke twee lichaamsstructuren bestaan deze twee dingen? En waar is het verantwoordelijk voor?
    Zenuwstelsel bestaat = 1. Centrale zenuwstelsel (CZS) en 2. Perifere zenuwstelsel (PNS). Het CZS en PNS zijn anatomisch van elkaar gescheiden. 

    1. Het centrale zenuwstelsel = het ruggenmerg en de hersenen.
    2. Het perifere zenuwstelsel = alle andere zenuwcellen in de rest van het lichaam. Het PNS bestaat uit het somatische en autonome zenuwstelsel. De somatische component is verantwoordelijk voor vrijwillig gedrag, het autonome zenuwstelsel is verantwoordelijk voor minder vrijwillige handelingen (bijvoorbeeld het controleren van de hartslag).
  • Wat is een neuron? En wat voor drie dingen doen neuronen? Wat vormen ze? Hoe communiceren ze? Leg tevens uit hoe neuronen in zijn werk gaan
    Neuron = de basiseenheid van het zenuwstelsel.
    Functie neuronen = ontvangen, integreren en transporteren informatie in het zenuwstelsel. Neuronen reageren selectief met andere neuronen, dit vormt een circuit: neurale netwerken. Neuronen worden aangedreven door elektrische impulsen en communiceren via chemische signalen. Tijdens de ontvangstfase ontvangen de neuronen de chemische signalen van andere neuronen en nemen deze op. Tijdens de integratie worden deze signalen geëvalueerd en tijdens de transmissie zenden de neuronen hun eigen signalen uit naar andere neuronen. Zintuiglijke neuronen ontvangen informatie uit de fysieke wereld en geven deze informatie via het ruggenmerg door aan de hersenen.
  • Leg het verschil uit tussen zintuigelijke en motorische neuronen. Wat hebben deze twee met elkaar te maken?
    Zintuigelijke neuronen = ontvangen informatie van de huid en de spieren.
    Motorische neuronen = sturen signalen naar de spieren om zich samen te trekken of te ontspannen.
    - Zintuiglijke en motorische neuronen werken samen om de bewegingen te controleren. Reflexen zijn automatische motorische reacties die optreden zonder na te denken.
  • Uit welke vier delen bestaan neuronen? Leg tevens uit wat ze doen?
    - Dendrieten: detecteert chemische signalen van omliggende neuronen. Ze zijn kort en vertakt.
    - Cellichaam (soma): informatie van de dendrieten wordt hier verzameld en geïntegreerd.
    - Axon: nadat de binnenkomende informatie is verwerkt, worden er via de axon elektrische impulsen gestuurd van het cellichaam naar de aansluitknoppen. Axonen zijn lang en dun.
    - Klemtoetsen: het einde van de axon.
  • Waar vindt de chemische communicatie tussen neuronen plaats? En wat is het eigenlijk? Leg tevens het proces uit
    Communicatie tussen neuronen = synaps
    Synaps = kloof tussen het verzendende neuron en het ontvangende neuron.
    Proces = In de synaps laten chemische stoffen één neuron achter en deze stoffen worden dan door een ander neuron gedetecteerd. Het hele neuron is bedekt met een membraan: een vettige beschermlaag die niet oplosbaar is in water. Het membraan is semipermeabel, zodat bepaalde stoffen er doorheen kunnen. De ionenkanalen laten ionen door het membraan gaan wanneer het neuron signalen ontvangt. Ionen zijn positief of negatief geladen moleculen. Het membraan regelt dus de stroom van de ionen, die de basis vormt voor de elektrische activiteit van het neuron.
  • Wat is het actiepotentiaal? Waar zorgt het voor?
    Een actiepotentiaal (neurale ontsteking) = het elektrische signaal dat langs de axon gaat. Dit signaal zorgt ervoor dat de terminale knoppen chemische stoffen vrijgeven die de signalen naar andere neuronen overbrengen
  • Wat is het rust potentiaal? Wat draagt bij aan het rust potentiaal van en neuron? Leg uit wat ze doen
    Rust potentiaal = wanneer membraan van het neuron stabiel is, zijn er meer negatief geladen ionen aan de binnenkant van de cel dan aan de buitenkant
    -  Op dit punt is het neuron niet actief, en is de lading -70 millivolt. Tijdens de rustpotentiaal is het neuron gepolariseerd. Natrium- en kaliumionen dragen bij aan de rustpotentiaal van een neuron. De ionenkanalen zijn selectief voor een bepaald soort ionen: natriumkanalen laten wel natriumionen door, maar geen kaliumionen en omgekeerd. De natriumkaliumpomp is een mechanisme in het membraan dat ervoor zorgt dat de polarisatie in stand wordt gehouden. De pomp verhoogt het kalium en verlaagt de natriumconcentratie in het neuron, waardoor het rustmembraanpotentaal behouden blijft.
  • Een neuron ontvangt de chemische signalen van nabijgelegen neuronen door de dendrieten. Deze chemicaliën hebben een effect op de polarisatie en vertellen het neuron of het moet vuren of niet. De dendrieten kunnen twee soorten signalen ontvangen, licht toe:
    - Exciterende signalen: depolariseren van het celmembraan door de negatieve lading in de cel te verminderen. Dit maakt het waarschijnlijker dat een neuron gaat vuren.
    - Remmende signalen: hyperpolariseren van het celmembraan door de negatieve lading in de cel te verhogen. Dit maakt het minder waarschijnlijk dat een neuron gaat vuren.
  • Wat zal er plaatsvinden wanneer de exciterende en remmende signalen worden gecombineerd in het neuron dat ze ontvangt en de totale input van het neuron de drempelwaarde overschrijdt? Beschrijf tevens de drempelwaarde
    - Het actiepotentiaal
    - Drempel = -55mV
  • Wanneer een neuron vuurt (er vindt een actiepotentiaal plaats) gebeuren de volgende 8 stappen, leg uit:
    1. Natriumkanalen in het celmembraan openen, wat depolarisatie veroorzaakt.
    2. Natrium komt in het neuron.
    3. Het neuron is van binnen positiever geladen dan van buiten (+40 mV).
    4. Er gaan kaliumkanalen open waardoor het kalium uit de cel stroomt.
    5. De natriumkanalen zijn gesloten, wat repolarisatie veroorzaakt.
    6. Het neuron is weer negatief geladen.
    7. Kaliumkanalen sluiten.
    8. Het neuron krijgt uiteindelijk de oorspronkelijke negatieve rustpotentiaal terug.

    Na repolarisatie is er een periode waarin het celmembraan geen nieuwe actiepotentiaal kan activeren.
  • Een actiepotentiaal beweegt zich altijd langs de axon van het cellichaam naar de knoppen van de terminal. Veel axonen zijn bedekt, waarmee? En wat bevindt zich vervolgens tussen de segmenten van de schede en wat vindt daar plaats? Wat gebeurd er verder?
    - Axonen bedenkt met = vette myelineschede, die de overdracht van elektrische signalen versnelt. De myelineschede bestaat uit gliacellen. -- Tussen de segmenten van de schede bevinden zich de knooppunten van Ranvier, waar een actiepotentiaal kan plaatsvinden.
    - De actiepotentiaal vuurt onder een alles-of-niets-principe. Het vuurt, of het vuurt niet; er zijn geen halve of enkele ontstekingen. Er kan echter een verschil zijn in de ontstekingsfrequentie; dit betekent dat een neuron vaak achter elkaar of met langere tussenpozen kan vuren.
  • Wat is een presynaptische neuron? Wat is een postsynaptische neuron?
    Presynaptische neuron = het neuron dat het signaal uitzendt.
    Postsynaptische neuron = het neuron dat het signaal ontvangt.
  • In elke terminale knop zitten neurotransmitters. Wat zijn neurotransmitters en wat doen ze? Wat gebeurd er als het actieptentiaal de terminale knop heeft bereikt?
    Neurotransmitters = chemicaliën die in de axon worden gemaakt en in blaasjes worden opgeslagen.
    - Wanneer de actiepotentiaal de terminale knop heeft bereikt, hecht het blaasje zich aan het presynaptische membraan en laat het de neurotransmitters los in de synaptische spleet. Deze neurotransmitters binden zich aan de receptoren op het postsynaptische neuron. Elke receptor kan worden beïnvloed door slechts één type neurotransmitter, waardoor een exciterend (neuronvuren) of een remmend (neuronvuren niet) effect ontstaat. Wanneer een neurotransmitter zich aan een receptor bindt, blokkeert deze nieuwe signalen totdat de invloed van de neurotransmitter voorbij is.
  • Er zijn drie manieren om de invloed van neurotransmitters te beëindigen. Noem de drie manieren en leg uit
    1) Heropname: een cyclus van loslaten en heropname door de synaps. - 2) Enzym deactivatie: een enzym vernietigt de neurotransmitter in de synaps.
    3) Automatische ontvangst: autoreceptoren controleren de hoeveelheid neurotransmitter in de synaps. Wanneer er genoeg neurotransmitters in de synaps zitten, signaleren autoreceptoren het presynaptische neuron om te stoppen met het vrijgeven van de neurotransmitter.
  • Wat zijn agonisten? En wat zijn antagonisten?
    - Agonisten zijn drugs en gifstoffen die de werking van de neurotransmitter versterken door bijvoorbeeld de neurotransmitters na te bootsen en te binden met receptoren alsof ze de echte neurotransmitter zijn.
    - Antagonisten zijn drugs en gifstoffen die de werking van de neurotransmitters afremmen
  • Er zijn zeven neurotransmitters die vooral belangrijk zijn voor hoe we denken, voelen en ons gedragen, noem deze 7
    - Acetylcholine
    - Norepifrenine
    - Serotonine
    - Dopamine   
    - GABA
    - Glutamaat
    - Endorfines
  • Er zijn zeven neurotransmitters die vooral belangrijk zijn voor hoe we denken, voelen en ons gedragen, namelijk acetylcholine, norepinefrine, serotonine, dopamine, gaba, glutamaat en endorfines. Leg uit wat ze doen
    1. Acetylcholine (ACh) is verantwoordelijk voor de motorische controle tussen de zenuwen en de spieren. Botox onderdrukt de ACh-vrijgave, waardoor de spieren verlamd raken en rimpels verminderen. ACh is ook betrokken bij complexe mentale processen zoals leren, geheugen, slapen en dromen. Drugs die ACh antagonisten zijn veroorzaken tijdelijk geheugenverlies. De ziekte van Alzheimer is ook gelinkt aan een verminderde ACh-functie. ACh agonisten kunnen de symptomen van Alzheimer licht verbeteren.
    2. Norepinefrine is betrokken bij toestanden van opwinding, aandacht en waakzaamheid. Naarmate de noradrenaline toeneemt, word je alerter.
    3. Serotonine is betrokken bij verschillende psychologische activiteiten, voornamelijk in emotionele toestanden, impulscontrole en dromen. Lage niveaus van serotonine veroorzaken verdrietige en angstige stemmingen, honger en agressief gedrag. Drugs die de heropname van serotonine blokkeren, laten meer serotonine achter in de synapsen (Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitors (SSRI's)). Dit kan worden gebruikt bij depressies, OCD, eetstoornissen en obesitas. 4. Dopamine helpt het gedrag te sturen in de richting van dingen die tot beloningen leiden. Lage dopaminegehaltes brengen problemen met beweging met zich mee. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ziekte van Parkinson, waar de dopamine producerende cellen langzaam afsterven.
    5. Gamma-aminoboterzuur (GABA) is de primaire remmende neurotransmitter. Lage niveaus van GABA kunnen ervoor zorgen dat de synaptische excitatie uit de hand loopt, wat verband houdt met epileptische aanvallen.
    6. Glutamaat is de primaire prikkelende neurotransmitter. Glutamaat is belangrijk voor het leren en het geheugen door het versterken van synaptische verbindingen. Hoge niveaus van glutamaat kunnen leiden tot overprikkeling van de hersenen met epileptische aanvallen en hersenbeschadiging tot gevolg.
    7. Endorfines zijn betrokken bij pijnbestrijding en beloning. Endorfine zorgt ervoor dat de pijn niet op de zenuwen kan worden overgedragen
  • Gall en Spuzheim bedachten het frenologische systeem, wat houdt dit in?
    Frenologische systeem = de functie die je het vaakst hebt gebruikt zou resulteren in een vergroot hersengedeelte op een bepaalde locatie; zo kon je aan de buitenkant voelen wat voor persoonlijkheid iemand had. Later werd dit weerlegd.
  • Wat is psychofysiologische beoordeling? En wat is elektrofysiologische beoordeling? Noem tevens van beide een voorbeeld
    - Psychofysiologische beoordeling = de studie van de lichamelijke reactie op bepaalde taken of gebeurtenissen (leugendetector).
    - Elektrofysiologie = een methode voor het verzamelen van gegevens die de elektrische activiteit in de hersenen meet (EEG). Het is een beperkte techniek omdat er vaak veel ruis in de data zit. Om dit tegen te gaan kun je met één persoon herhaalde metingen doen. Zo filtert de ruis eruit, waardoor er patronen kunnen worden waargenomen die bij bepaalde gebeurtenissen horen, wat 'event-related potential (ERP)' wordt genoemd.
  • Elektrische activiteit wordt geassocieerd met veranderingen in de bloedstroom. Actieve delen van de hersenen hebben de zuurstof en voedingsstoffen in het bloed nodig. Hersenbeeldvormingstechnieken meten de veranderingen in de hoeveelheid en de snelheid van de bloedstroom. Zo kan worden afgelezen welke delen van de hersenen actief zijn bij een bepaalde activiteit. Noem 4 technieken en licht toe wat ze doen
    - Positron emissie tomografie (PET): een radioactieve stof wordt in het bloed geïnjecteerd. De scan kan de straling van de stof "aflezen", wat het mogelijk maakt om te zien waar het meeste radioactieve materiaal zich bevindt (en waar het meeste bloed nodig is).
    - Magnetic resonance imaging (MRI): een sterk magnetisch veld wordt gebruikt om de magnetische krachten in de hersenen tijdelijk te verstoren. Er komt energie vrij in de hersenen, die door een machine kan worden gedetecteerd. Verschillende delen van de hersenen geven op verschillende manieren energie vrij, waardoor een hoge-resolutie foto kan worden genomen.
    - Functional magnetic resonance imaging (fMRI): maakt gebruik van de bloedstroom in de hersenen om de werkende hersenen in kaart te brengen. Waar een PET-scan de bloedstroom direct meet, doet fMRI dit indirect door verschillen in zuurstofgehalte te meten. Patiënten moeten tijdens de scan testen uitvoeren om te begrijpen welk hersengebied belangrijk is voor een bepaalde taak.
    - Transcraniële magnetische stimulatie (TMS): een krachtig magnetisch veld interfereert met de hersenactiviteit in een specifiek hersengebied. Hierdoor kan worden gemeten of bepaalde regio's essentieel zijn voor specifieke psychologische functies.
  • De hersenen is de basis voor overleving. Wat zijn de functies? Waar bestaat het uit? Leg tevens uit waar die twee dingen dan weer uit bestaan
    De wervelkolom loopt van de wervels naar de schedelbasis. De functies zijn het coördineren van de reflexen, het transporteren van zintuiglijke informatie naar de hersenen en het transporteren van motorische signalen van de hersenen naar de andere delen van het lichaam. Het ruggenmerg bestaat uit grijze stof (de cellichamen van het neuron) en witte stof (axonen en vette myelinescheden). Deze grijze stof in de hersenen bestaat voornamelijk uit neuronlichamen die niet gemyeliniseerde axonen hebben en alleen met nabijgelegen neuronen communiceren. De witte stof in de hersenen bestaat voornamelijk uit gemyeliniseerde axonen die door de hersengebieden reizen.
  • Wat vormt de hersenstam? Waar bestaat de hersenstam uit? Wat doen de zenuwen hierbij? Wat reguleren de reflexen? Wat bevat de hersenstam? Waar zijn de kleine hersenen mee verbonden en wat is hierbij belangrijk?
    Het ruggenmerg wordt dikker aan de basis van de schedel en vormt zo de hersenstam. De hersenstam bestaat uit de medulla, de ponsen en het middenbrein. De zenuwen controleren hier de basisfuncties van overleving, zoals je hartslag, ademhaling, enz. Schade aan de hersenstam leidt meestal tot de dood. Zowel de wervelkolom als de hersenstam reguleren de reflexen. De hersenstam bevat een netwerk van neuronen, reticulaire formatie genaamd, dat informatie doorgeeft aan de hersenschors en invloed heeft op de algemene alertheid en de slaapstadia. De kleine hersenen zijn verbonden met de achterkant van de hersenstam. Het cerebellum is belangrijk voor het motorisch leren en het motorisch geheugen. Schade aan het cerebellum kan bijvoorbeeld evenwichtsproblemen veroorzaken. Het zorgt er ook voor dat uw ogen gericht blijven op een bepaalde plek terwijl uw hoofd en lichaam bewegen.
  • Boven de hersenstam en het cerebellum ligt het 'voorbrein', waar bestaat dat uit? Wat is hierbij belangrijk en waar is het belangrijk voor?
    Boven de hersenstam en het cerebellum ligt het 'voorbrein', dat bestaat uit een linker- en rechterhersenhelft. De subcorticale gebieden bevinden zich onder de hersenschors en zijn belangrijk voor de psychologische functies. Sommige van de bijbehorende regio's behoren tot het limbisch systeem.
  • Boven de hersenstam en het cerebellum ligt het 'voorbrein', dat bestaat uit een linker- en rechterhersenhelft. De subcorticale gebieden bevinden zich onder de hersenschors en zijn belangrijk voor de psychologische functies. Sommige van de bijbehorende regio's behoren tot het limbisch systeem. Noem de 5 behorende regio's en licht toe
    - Thalamus: bijna alle zintuiglijke informatie (behalve de geur) gaat naar de thalamus voordat deze naar de relevante regio's van de cortex wordt gestuurd.
    - Hypothalamus: noodzakelijk om te overleven, omdat het verantwoordelijk is voor basisbehoeften, zoals eten, drinken en paren. 
    - Hippocampus: belangrijk voor het vormen van nieuwe herinneringen. Er zijn ook aanwijzingen dat de hippocampus belangrijk is voor het navigeren in onze omgeving.
    - Amygdala: betrokken bij het leren van biologisch relevante stimuli die belangrijk zijn voor het overleven. De amygdala speelt een rol in het reageren op prikkels die angst oproepen. Het is ook betrokken bij het evalueren van gezichtsuitdrukkingen, met name de angstige gezichtsuitdrukkingen. Bovendien is de amygdala betrokken bij het versterken van het geheugen bij sterke emoties.
    - Basale ganglia: is verantwoordelijk voor het plannen en uitvoeren van bewegingen. De basale ganglia ontvangen informatie van de gehele hersenschors, die ze terugsturen naar het motorische planningsgebied van de hersenen. In geval van schade kunnen er trillingen optreden, die te zien zijn bij de ziekte van Parkinson en de ziekte van Huntington. Schade heeft ook invloed op het aanleren van bewegingen en gewoontes. Een structuur van de ganglia, de 'nucleus accumbens', is verantwoordelijk voor het ervaren van beloning en motiverend gedrag. In deze structuur komt vervolgens dopamine vrij.
  • Wat is de hersenschors? Wat is de cortex? Elke hemisfeer heeft tevens vier lobben, noem deze 4. Wat verbindt de hersenhelften?
    - De buitenste laag van de voorhersenen is de hersenschors ('boomschors').
    - De cortex is een grote dunne laag vezels die om de schedel gerimpeld ligt. Sommige plooien of rimpels in de cortex zijn eigenlijk diepe groeven die de hersenen in secties verdelen, we noemen deze spleten.
    - Elke hemisfeer heeft vier lobben: de occipitale-, pariëtale, temporale en frontale lobben. Het corpus callosum verbindt de hersenhelften en zorgt ervoor dat de informatie tussen de twee hersenhelften kan stromen.
  • Waar bevind de occipitale kwab zich en waar is het belangrijk voor? Wat doet de primaire visuele cortex? En de secundaire visuele cortex?
    - De occipitale kwab bevindt zich aan de achterkant van het hoofd en is belangrijk voor de verwerking van visuele informatie.
    - De primaire visuele cortex organiseert visuele informatie voor de cortex.
    - De secundaire visuele cortex verwerkt attributen van het visuele beeld zoals kleuren, vormen en bewegingen.
  • Wat bevat de parientale kwab? Wat doen de linker en rechter parientale kwab? Wat is de primaire somatosensorische contex, wat wordt hier gedaan en waarbij is het betrokken?
    - De pariëtale kwab bevat de zenuwen die informatie van de huid krijgen.
    - De linker temporale kwab ontvangt sensorische informatie van de rechterhelft van het lichaam en de rechter temporale kwab ontvangt sensorische informatie van de linkerhelft van het lichaam.
    - De primaire somatosensorische cortex is een strook aan de voorkant die van boven naar beneden loopt van beide hersenhelften. Hier wordt de sensatie van lichaamsdelen geregistreerd, waarbij lichaamsdelen met een groter gevoel een groter gebied van de hersenen innemen. De pariëtale kwab is ook betrokken bij de aandacht. Bij beschadiging van de pariëtale kwab kan hemineglect optreden. Patiënten registreren niets aan de linkerkant, ook al is er niets aan de hand met hun ogen.
  • Wat zijn de temporale kwabben? Waar bevindt de fusiform face area? En waar leidt schade in dit gebied toe?
    De temporele kwabben zijn de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het gehoor. De fusiform face area bevindt zich op de plaats waar de temporale en occipitale kwabben samenkomen. Dit gebied is actief als men naar gezichten kijkt. Schade aan dit gebied kan leiden tot beperkingen in het herkennen van mensen, maar niet in het herkennen van objecten
  • Waar zijn frontabe lobben voor verantwoordelijk? Waar bestaat de rest van de frontale lobben uit en waar is dat specifieke deel verantwoordelijk voor?
    - De frontale lobben zijn verantwoordelijk voor de planning en het verplaatsen. De neuronen in de primaire motorische cortex projecteren direct op het ruggenmerg om de spieren van het lichaam te bewegen.
    - De rest van de frontale lobben bestaat uit de prefrontale cortex. De prefrontale cortex is verantwoordelijk voor het sturen en behouden van de aandacht, het begrijpen van andere mensen en het zich gedragen volgens culturele normen.
  • Wat gebeurd er bij een split brain? Wat bleek er uit onderzoek naar split brain?
    Split brain = corpus callosum werd gesplitst om epileptische aanvallen te voorkomen, wat resulteerde in een split-brain. Deze procedure heeft ons veel geleerd over de basisorganisatie en de gespecialiseerde functies van elke hersenhelft. Split-brain patiënten leken verrassend 'normaal', maar na onderzoek bleek dat de geest ook in tweeën gesplitst was. Bij split-brain patiënten zijn de hersenhelften gescheiden, waardoor communicatie tussen de hersenhelften niet kan plaatsvinden. De linkerhersenhelft is dominant in taal. Als een split-brain patiënt twee beelden tegelijk op een scherm ziet flitsen, één in het rechter en één in het linker gezichtsveld, dan meldt de patiënt alleen het beeld dat aan de rechterkant werd getoond. Dit komt omdat de linkerhersenhelft alleen het beeld aan de rechterkant ziet en dus alleen over dit beeld kan praten. De persoon is niet in staat om te praten over wat de rechterhersenhelft zag, omdat de linkerhersenhelft niet weet wat de rechterhersenhelft zag (de hersenhelften communiceren niet). De patiënt kan echter wel met de linkerhand wijzen naar het object dat hij/zij heeft gezien.
  • Waar is het autonome zenuwstelsel verantwoordelijk voor? Leg uit wat er in het autonome zenuwstelsel gebeurd. Leg tevens uit wat het verschil is tussen het sympatische zenuwstelsel en parasympathische zenuwstelsel.
    Het autonome zenuwstelsel is verantwoordelijk voor de controle van de interne omgeving van het lichaam door de klieren te stimuleren en de interne organen in stand te houden. Klieren en interne organen sturen signalen naar het ruggenmerg en de hersenen. De hersenen en het ruggenmerg sturen signalen naar de klieren en interne organen, dit deel wordt onderverdeeld in het sympathische en het parasympathische zenuwstelsel.
    - Sympathische zenuwstelsel =
    deel wordt geactiveerd wanneer deze wordt getriggerd, bijvoorbeeld door het verhogen van de hartslag.
    - De parasympatische deling = brengt het lichaam terug naar de normale toestand.
  • Wat beinvloed het endocrine systeem? Wat is het verschil tussen het encodriene systeem en het zenuwstelsel? Wat zijn hormonen?
    - Endocrine systeem = beïnvloedt gedachten, gedrag en handelingen. - Het verschil tussen het endocriene systeem en het zenuwstelsel is de manier van communiceren en de snelheid. Het zenuwstelsel is snel en maakt gebruik van elektrochemische signalen, het endocriene systeem is langzamer en maakt gebruik van hormonen.
    - Hormonen zijn chemische stoffen die door de endocriene klieren in de bloedbaan vrijkomen, zoals de alvleesklier, de schildklier, de testikels en de eierstokken.
  • Waar wordt het endocriene systeem door gecontroleerd? Leg uit hoe dat proces gaat
    Het endocriene systeem wordt voornamelijk gecontroleerd door de hypothalamus via signalen naar de hypofyse. Neurale activering zorgt ervoor dat de hypothalamus een bepaalde loslatende factor uitscheidt, waardoor de hypofyse een hormoon vrijgeeft dat specifiek is voor die factor. Het hormoon reist vervolgens door de bloedbaan naar endocriene plaatsen in het hele lichaam. De hypofyse controleert belangrijke processen zoals ontwikkeling, vruchtbaarheid en borstvoeding.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Inleiding psychologie

  • 1489791600 H5 De psychologische disciplines

  • Ordening op basis van indeling door Schouppe, 2006 
    -a) persoonlijkheidsleer
    b) ontwikkelingspsychologie
    c) bio- en neuropsychologie en functieleer
    d) sociale psychologie
  • Waar houdt de methodeleer zich mee bezig
    -Studie onderzoeksmethoden van het empirisch wetenschappelijk onderzoek
    -Onderdeel hiervan is de meettheorie die eigenschappen vervat in getallen, zoals IQ
    -Onderdeel hiervan is de testpsychologie die kijkt naar inhoudelijke aspecten van testen (wat meet je?) en de betrouwbaarheid, normering en validiteit (hoe meet je?)
  • Welke beroepen zijn er binnen de psychologische disciplines
    methodoloog, psychometricus,  -psychonomen (onderzoek naar mentale processen), onderwijspsychologen, psycholinguïst
  • Wat vormt de belangrijkste informatiebron voor de neuropsychologie? 
    -Mensen met hersenbeschadigingen
  • welke  Methoden worden gebruikt door de psychologische disciplines
    a) MRI (Magnetic Resonance Imaging)
    b) fMRI (functioneel)
    c) PET (Positron Emission Tomography) radioactieve beeldvorming
  • Waarop richt de functieleer zich? 
    -Experimentele psychologie
    -Cognitieve psychologie onderdeel
    -Ook bekend als psychonomie (wetten van de geest)
  • Waarop richt de cognitieve psychologie zich? 
    -Op basis van de gedragspsychologie van Pavlov en Skinner
    -Klassieke conditionering; S-R leren
    -Operante conditionering; straffen en belonen
    -Beroepen: cognitief psychologen, cognitieve gedragstherapeuten
  • Waar houdt de ontwikkelingspsychologie zich mee bezig?
    -Volgen van de totale ontwikkeling vanaf geboorte tot en met overlijden
    -Beroepen: ontwikkelingspsycholoog, onderwijspsycholoog, ouderenpsycholoog, school- en beroepskeuze adviseur
  • Waar houdt de persoonlijkheidsleer zich mee bezig
    -Gericht op mensen als individu, in dat gene waarin ze verschillen van anderen; hun persoonlijkheid
    -Ook bekend als differentiële psychologie
    -Stromingen: psychodiagnostiek (meten en beschrijven van persoonskenmerken), evolutiepsychologie
    -Beroepen: klinisch psycholoog, psych diagnosticus (stappenplan probleemanalyse, hypothesen, strategie)
  • Wat is de overlap tussen ontwikkelings- en sociale psychologie
    -Gericht op gedrag van mensen in relatie tot anderen en hun omgeving
    -Centrale plaats binnen de basisgebieden van de psychologie
    -Overlap met ontwikkelingspsychologie door onderzoek van gedrag bij kinderen
    -Gericht op totale beeld persoon en niet op de afzonderlijke functies
    -Beroepen: A&O-psycholoog, sociaal psycholoog
  • Noem zes beroepstaken van de psychologie 
    -Wetenschappelijk onderzoek
    -Psychodiagnostisch onderzoek
    -Therapie
    -Adviseren en preventie van problemen
    -Ontwikkelen nieuwe methoden en testen
    -Doceren, supervisie, publiceren
  • Hoe verhouden de drie ondersteunende beroepen in de psychologie zich van elkaar?
    De Psychologisch Pedagogisch Assistent PPA assisteert de psycholoog en zal onderdelen van werkzaamheden voor de psycholoog zelfstandig verrichten, maar altijd onder eindverantwoordelijkheid van de psycholoog. 


    De testassistent TA verricht zelfstandig complexere werkzaamheden in het kader van het testen: het afnemen van eenvoudige tests, het vastleggen van observaties, het uitwerken van tests en het beheren van dossiers. 


    De Psychologisch Medewerker PM wordt opgeleid om onder meer zelfstandig testbatterijen samen te stellen, tests af te nemen en leiding te geven aan PPA’s. De PM heeft dus de meeste zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de drie ondersteunende beroepen.
  • Wat is er nodig om het verschil tussen 2 prikkels waar te nemen en hoe heet dit?
    Er moet een minimaal verschil zijn, de verschildrempel
  • Wat is sensorische adaptie?
    1 Vermindering in gevoeligheid voor prikkels als deze lang aanhouden (wennen aan de ethergeur in het ziekenhuis) omdat onze zintuigen zijn gericht op verandering van de omgeving
  • 1489878000 H4 persoonlijkheidsleer

  • Neofreudianen
    De groep neofreudianen wordt gezien als late vernieuwers van Freuds opvattingen (in tegenstelling tot Jung, Adler, Künkel –de (Duitse diepte-psycholoog, aanhanger van de opvatting dat wij mensen leren van elke crisis die ons sterker maakt).
  • Waarom worden de “neofreudianen” ook wel de “ik-psychologen” of “ik-theoretici” genoemd? 
    Omdat zij het –ik- in meer of mindere mate zagen als een zelfstandige, actieve en scheppende kracht, gericht op de omgeving.
  • hoe zag freud de mens als tegenspeler
    Voor Freud was de omgeving een tegenspeler en inperken van driftimpulsen. De neofreudianen zagen de medemens juist als uitdager. Voor Freud speelde de psyche zich in mensen af, voor neofreudianen tussen mensen. 
  • wie was  Erikson (1902-1994)
     
    Duits-Amerikaansen psycholoog die zich richtte op de psychoanalyse.
  • welk model ontwikkelde Freud-Sigmund 
    Freud ontwikkelde algemeen model om gedrag te verklaren, een persoonlijkheidstheorie.
  • wat was de belangrijkste veronderstelling van freud
     
    -Freud veronderstelde dat mensen veel handelen op basisvan de onbewuste ervaring. Ongewenste ervaringen verdringen we. Deze ervaringheeft volgens Freud nog wel invloed op ons bewuste handelen.
  •  
    Hoe ontstaat het ego volgens Freud?-
    Door het onderdrukken vanimpulsen die niet zijn toegestaan voor de buitenwereld.
  •  
    Freud maakte de volgende indeling over het bewustzijn:-
    OnbewusteId (es) = onbewuste gerichtop vervullen van lustgevoelens


    VoorbewusteEgo  (ich) = staat in contact met de buitenwereld, laat alleen impulsen toe die zijn toegestaanSuper–

    ego (über–ich) =ideaal–ik

     
     
       Bewuste
  • Waardoor wordenvolgens Freud, de emotionele en sociale ontwikkeling van de mens voortdurend beïnvloed?-
    Emotionele sociale ontwikkeling wordt volgens Freudbepaald door (het oplossen van) conflicten tussen het driftleven uit het id ende eisen die de omgeving en de persoon zelf stelt (Super–ego)
  •  
    wat is het doel van het ego volgens freud-
     
    Het ego heeft als doelevenwicht te vinden via afweermechanismen die men niet bewust is (zoals afweren van angsten). Ze zijn nodig voor een harmonische ontwikkeling van de persoonlijkheid. Als de afweer te sterk is, leidt dit tot neuroses volgens Freud.
  • wat bedoelt freud met 'censuur'
    Afweren van onaanvaardbare wensen noemt Freud censuur die in de vorm van dromen boven komen.
  • Verdringing-
    belangrijkste mechanisme om te pijnlijke ervaringen te vergeten 
  • Sublimatie
    omzetten van driftimpulsen in maatschappelijk geaccepteerd gedrag om te zetten, zoals agressie in sport.
  • Ontkenning
    -iets niet willen weten, zoals het ontkennen van iemands dood.
  • Omkering in het tegendeel
    het ego probeert negatieve ervaringen om te zetten in positieve (reactieformatie).
  • Regressie
     terugvallen in gedrag wat bij jongere leeftijd hoort, zoals bij de geboorte van een broertje of zusje
  • Projectie
    ontoelaatbare impulsen uit het id toeschrijven aan de ander, zoals eigenschappen die men bij zichzelf niet waardeert
  • Introjectie
    het inruilen van de passieve rol in de actieve rol, zoals een kind dat tijdens schooltje spelende strenge juf speelt
  • Rationalisatie-
    verstandelijke verklaring van gedrag dat uit een verdrongen emotie voortkomt, zoals geen examen durven doen en zeggen dat hij de stof nog niet beheerst
  • welke 3 ontwikkelingsfasen onderscheidt freud
    1. De orale fase    
    2. De analefase    
    3. De fallische fase (oedipale fase) 
  •  
    wat gebeurt er volgens freud in de orale fase
    -Mond is de belangrijkste zone, baby heeft nog geen ego, wel een id, gericht op lustbevrediging, richt zich op vaste figuur, hierdoor ontstaat hechtingsgedrag.
  •  
    wat gebeurt er volgens freud in de analefase-
    Lustgevoelens hangen samen met de blaas en de darmen. Zindelijkheidstraining speelt belangrijke rol als het kind hier voldoende rijp voor is
  •  
    wat gebeurt er volgens freud in de fallische fase
    Lustbeleving gericht op de geslachtsorganen, heeft zowel betrekking op jongens als meisjes ,meisje zijn vaak bang iets kwijt te zijn geraakt (Freud: penisnijd), jongenszijn bang om hun penis kwijt te raken (castratie–angst) 
  •  
     
    wat gebeurt er volgens freud in de Latentieperiode tot de puberteit    
    -Volgens Freud wordt de intensiteit van de driftimpulsen minder, relatie met ouders rustiger, accent op omgang leeftijdsgenoten. Anderen betwijfelen o fdriftimpulsen minder sterk zijn en niet weerlegd zijn (sublimatie
  •  
    wat gebeurt er volgens Freud in de Puberteit en adolescentie
     
    -Freud noemt de overgang naar volwassenheid de genitale fase. Vaak herbeleving van eerdere fasen (slordigheid, onbeheerst gedrag). Ontwikkeling gericht op andere geslacht, zo niet dan is er in de fallisische fase iets niet goed gegaan 
  • De psychoanalyse
    Therapie bestaat uit een aantal sessies, cliënt laat zijn vrije associaties de vrijeloop. Freud tracht verbanden te zien tussen het vertelde, vaak tussen het nu en vroeger. 
  •  
    Waarom is de overdracht noodzakelijk in een psychoanalyse?-
    Tijdens een analyse kan er overdracht zijn; cliënt draagt gevoelens en reacties uit vroegere situaties over op analyticus (of andersom). Dit is noodzakelijk omdat cliënt hierdoor inzicht krijgt.
  •  
    Waaruit bestaat de kritiek op Freuds opvattingen t.a.v. seksualiteit?-
    Dat de nadruk te veel ligt op de seksualiteit, dat hij deze gegevens niet objectief van patiënten had verkregen (deels verzonnen door zelfanalyse). 
  • Jung 
    -Medewerker van Freud, brak in 1912 met hem door de allesbeheersende rol van seksualiteit, stichtte een nieuwerichting, de analytische psychologie
  • Hoe is volgens Jung de verhouding tussen het on bewuste en het bewuste?-
    Volgens Jung is het onbewuste juist een belangrijke factor voor het optimaal en gezond functioneren van het bewuste.
  • Collectief onbewuste volgens jung
    -Volgens Jung bevat het collectief onbewuste inhouden die in de loop van de mensheid zijn verworven
  •  
    De vijf belangrijkste archetypen van Jung
     
    -de persona = de façade die de persoon aan de buitenwereld toont komt niet overeen met zijn ware ik
     
     
    de anima = vrouwelijk deel van de psyche, dit is bij beiden geslachten aanwezig maar vormt bij vrouwen de onbewuste tegenpool 
     
     
    de animus = mannelijke deel van de psyche, dit is bij beiden geslachten aanwezig maar vormt bij vrouwen de onbewuste tegenpool
     
     
    de schaduw = duistere kant van het onbewuste 
     
     
    het zelf = geindividueerde persoon, totale persoonlijkheid; Dat is iemand die z’n capaciteiten vervuld en zichzelf ontwikkelt.
  • Vier basisfuncties volgens Jung die in bepaalde vorm tegenover elkaar staan-
    Denken
    Voelen
    Intuitie
    Gewaarwording
  •  
    Alfred Adler (1870–1937)-
     
    Adler was leerling van Freud, scheidde zich in 1910 af en begon nieuwe school: individuele psychologie, ook als gevolg van Freuds kijk op seksualiteit.
  •  
    Hoe ziet Adler de mens?- 
    Ongeremd seksueel gedrag komt niet voort uit de behoefte aan seksuele bevrediging, maar uit de behoefte om iets te zijn voor de ander, in de ogen van de ander. 
  • welk streven staat bij adler centraal
    Streven naar macht en gelding staan bij Adler dan ook veel meer centraal dan deb evrediging van de seksualiteit.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Summary - Class notes - Inleiding psychologie

  • 1435528800 Leren en de invloed van ervaringen

  • Wat is leren?
    Het proces waarbij gedrag wordt aangepast aan voorgaande ervaringen
  • Wat wordt er bedoel met gewenning?
    Dat bij het herhalen van een prikkel de reactie hierop steeds minder sterk wordt
  • Wat wordt er bedoeld met sensibilisatie? (bij leren) 
    De reactie op een prikkel wordt juist steeds sterker bij de herhaling hiervan
  • Wat zorgt ervoor dat er gewenning of sensibilisatie optreedt?
    Sensibilisatie zal eerder bij een opwindende prikkel plaatsvinden en gewenning wanneer de interesse in de prikkel afneemt
  • Sensibilisatie is dus belangrijk voor gevaarlijke prikkels en zorgt voor alertheid
    Gewenning is belangrijk voor het besparen van energie, omdat er niet meer op de prikkel gelet hoeft te worden
  • Klassieke conditionering is bedoeld voor het verbinden van twee prikkels waardoor een bepaalde prikkel een automatische reactie kan opwekken 
  • KC: je leert sneller iets aan wanneer de handeling vaak achter elkaar herhaald wordt. 
  • Er zijn vier manieren om iets klassiek te conditioneren:
    1: Forward short delay pairing is het tonen van CS, dan de US en de CS blijft
    2: simultaneous pairing is tegelijk tonen van US en CS 
    3: Backward pairing is CS na US 
    4: Forward trace pairing: meest effectief eerst US daarna CS
  • wat houdt generalisatie in bij leren?
    Dit is dat een ander soort prikkel dezelfde CR geeft
  • Wat is discriminatie bij het leren?
    Discriminatie van prikkels zorgt ervoor dat de CR alleen optreedt bij één soort prikkel. Hierdoor raak je niet uitgeput
  • Bepaalde sociaal ongeaccepteerde gedragingen kunnen worden afgeleerd door aversie therapie: dit is dat een CS verbonden wordt met een negatieve US, waardoor deze prikkel een CS wordt en het gedrag zal worden afgeleerd
  • Operante/instrumentele conditionering is het leren door middel van bekrachtigen en straffen
  • Wat is de law of effect?
    Gedragingen met negatieve gevolgen zullen minder snel optreden en gedragingen met positieve gevolgen zullen juist sneller optreden
  • Wat is het bekrachtigen van het gedrag?
    het positieve gedrag bekrachtigen waardoor dit vaker voor zal komen bijvoorbeeld door het geven van eten
  • Wat is het straffen van gedrag
    Het minder vaak laten voorkomen van gedrag door het geven van een straf. Bijvoorbeeld door het geven van een stroomstootje
  • Wat is de 3 delige contingency van skinner?
    Prikkel --> gedrag --> gevolgen van het gedrag
  • OC legt de focus op de gevolgen van gedrag en KC op de prikkel en het gedrag. Daarnaast is OC meer vrijwillig (je leert iets omdat je het interessant vindt, wat dus als een beloning geldt. 
  • wat is positieve bekrachtiging?
    Dit is een prikkel welke ervoor zorgt dat de positieve reactie hierop vaker voor zal komen. Het leidt dus tot een toename van het gewenste gedrag
  • Wat is negatieve bekrachtiging
    Dit is een prikkel welke ervoor zorgt dat het gedrag ervoor zorgt dat negatieve aspecten verdwijnen. Het leidt dus ook tot een toename van het gewenste gedrag bij het vertonen van de negatieve bekrachtiger. Je vermijdt als het ware een negatief gevolg op je gedrag
  • Er zijn twee soorten straf:
    Straf door aversie: een negatief gevolg op een prikkel zorgt voor afname in het gedrag. (Slaan na fout gedrag)
    Respons cost: ook wel negatieve straf genoemd en zorgt ervoor dat door het weghalen van een prikkel gedrag wordt verzwakt. (Afnemen van speelgoed als straf)
  • wat is de methode van opeenvolgende benaderingen? (method of successive approximations) bij OC
    het stap voor stap inzetten van een herhaaldelijk bekrachtiging welke steeds net iets anders is, kan er voor zorgen dat gewenst gedrag vaker voorkomt  
  • Wat is chaining bij OC?
    Dit is een ketting van gedrag. Een prikkel heeft bepaald gedrag als gevolg en deze prikkel kan alleen worden geactiveerd door het uitvoeren van een bepaalde handeling. 
  • Er is verschil tussen partial en continuous reinforcement. Continuous is altijd bekrachtigen van prikkel en partial is soms wel en soms niet. Er is verschil tussen ratio en interval en tussen fixed en variabele. Ratio alleen bepaald percentage maar niet precies wanneer, interval is na een bepaalde tijdseenheid. Fixed is na bepaald aantal en variabel is willekeurig. Vaste vormen zorgen voor sneller leren maar ook voor sneller afleren.
  • Wat is latent (verborgen) leren?
    Dat is wanneer we iets hebben geleerd,maar pas later voor iets toepassen. We hebben het dus ergens opgeslagen
  • de theorie van wagner en rescorla stelt dat hoe verassender de US is, hoe sneller de CS aan een US wordt verbonden. 
  • Wat is de theorie van latent (verborgen) inhibition?
    Deze theorie stelt dat doordat twee neutrale prikkels verbonden moeten worden aan een US wordt het moeilijker om de tweede neutrale prikkel te leren. Het vertraagd het leerproces dus omdat er maar een US verbonden wordt en er dus niet vele omstandigheden aan één prikkel verbonden wordt.
  • wat is observationeel leren?
    Dit is leren door het observeren van soortgenoten. Je herhaalt het gedrag van anderen. (modeling)
  • Sociale leertheorie (bandura)
    Dit is dat mensen leren door te kijken naar het gedrag van anderen. Hierdoor kan self-efficiacy ontstaan en dit is dat je iets doet omdat het nuttig lijkt voor jezelf
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is hypnose? Noem tevens de 2 theorieen van hypnose en leg uit
Hypnose = tijdens hypnose vindt sociale interactie plaats waarbij de persoon als reactie op suggesties bepaalde veranderingen in het geheugen, perceptie en vrijwillige actie ervaart. Onderzoekers zijn het er niet over eens of het bewustzijn eigenlijk wel echt veranderd. Werkt tevens niet bij iedereen

- Sociocognitieve theorie hypnose = gehypnotiseerde mensen gedragen zich op maner waarvan zij denken dat van hen verwacht wordt.  
- Neodissociatie theorie van hypnose = benadrukt belang sociale context maar ziet hypnose als veranderde staat bewustzijn. Het is een trance waarbij het bewuste bewustzijn wordt gescheiden van andere aspecten van het bewustzijn
Wat is het verschil tussen REM dromen en NIET-REM-dromen? Hoe komt dat verschil?
REM dromen = bizar, vol intense emoties, hallucinaties, onlogische gebeurtenissen
NIET-rem-dromen = saai en vol dagelijkse activiteiten. 

Oorzaak verschil = (de)activatie van verschillende regionen in het brein die verantwoordelijk zijn voor verschillende typen dromen. Tijdens REM vaak breinstructuren geactiveerd die te maken hebben met motivatie, emotie, beloningen en zicht. Bepaalde gebieden in de prefrontale cortex worden juist gedeactiveerd, welke verantwoordelijk zijn voor zelfbewustzijn, reflectie en bewuste informatie uit de externe wereld. Hierdoor gaan emoties en visuele associatie met elkaar interacteren zonder rationele gedachten.
Beschrijf de belangrijkste theorieen over slaap (3)
- Restorative theory= slaap staat het lichaam toe om te rusten en te herstellen, belangrik voor immuunsysteem en cognitieve prestaties
- Circadian rhythm theory = stelt dat slaap geëvolueerd is om dieren stil en rustig te houden in de nacht, wanneer het grootste gevaar er is. Zo blijven ze zo onopvallend mogelijk. Dit was tevens met mensen zo.
- Learning theory = slaap zorgt ervoor dat neurale connecties rsterker worden. deze neurale connecties spelen een grote rol bij nieuwe dingen leren, dus zo heeft slaap automatisch een positief effect op het onthouden van dingen.
Wat is aandacht en hoe verhoudt het zich tot bewustzijn, subliminal perception en change blindness? Noem tevens een voorbeeld van change blindness
Aandacht = het selectief kunnen focussen en andere informatie negeren. Het heeft betrekking op subliminale perceptie omdat zelfs zonder aandacht perceptie gedrag kan veranderen en het heeft betrekking op change blindness omdat de aandacht meestal niet op details is gericht, waardoor grote veranderingen kunnen worden gemist (vb: iemand om de weg vragen, omkijken en dan niet opvallen dat persoon is verwisseld).
Wat is traumatische brain injury? En wat is een hersenschudding?
Traumatische brain injury (TBI) = schade aan het mentale functioneren van een persoon veroorzaakt door een ongeluk
Hersenschudding = milde vorm van TBI
Leg uit wat vegatieve conditie, minimale bewustzijnsconditie, hersendood en locked-in-syndroom inhoudt?
- Aanhoudende vegatieve conditie = Langer dan 1 mnd coma, waarbij hij of zij niet reageert op omgeving. Wordt niet geassocieerd met bewustzijn want door gebrek normale breinactiviteit
- Minimale bewustzijnsconditie = zit tussen vegatief en compleet bewustzijn in, waarbij mensen vaak in staat zijn om bepaalde bewegingen uit te voeren (volgen van object)
- Hersendood = onherstelbaar verlies herseninfectie, geen enkele breinactiviteit
- Locked-in-syndroom = volledig bij bewustzijn maar niet kunnen communiceren. Enkel ogen bewegen
Denken omvat twee soorten mentale representaties. Benoem deze twee, licht toe en geef een voorbeeld.
Analogische representaties = hebben kenmerken van werkelijke objecten (zoals een afbeeldingen van een kat)
Symbolische representaties = zijn abstract en hebben geen relatie met een object (het woord kat)
Wat beinvloed het endocrine systeem? Wat is het verschil tussen het encodriene systeem en het zenuwstelsel? Wat zijn hormonen?
- Endocrine systeem = beïnvloedt gedachten, gedrag en handelingen. - Het verschil tussen het endocriene systeem en het zenuwstelsel is de manier van communiceren en de snelheid. Het zenuwstelsel is snel en maakt gebruik van elektrochemische signalen, het endocriene systeem is langzamer en maakt gebruik van hormonen.
- Hormonen zijn chemische stoffen die door de endocriene klieren in de bloedbaan vrijkomen, zoals de alvleesklier, de schildklier, de testikels en de eierstokken.
Wat is de structuur en de twee functies van een neuron?
Neuronen = de fundamentele cellen van het zenuwstelsel, welke ervoor zorgen voor het ontvangen en verzenden van zenuwprikkels en vormen samen lange vezels.

Functies: 
1. Het ontvangen, integreren en het verzenden van informatie
2. Het selectief communiceren met andere neuronen om neurale netwerken te ontwikkelen
Wat is psychofysiologische beoordeling? En wat is elektrofysiologische beoordeling? Noem tevens van beide een voorbeeld
- Psychofysiologische beoordeling = de studie van de lichamelijke reactie op bepaalde taken of gebeurtenissen (leugendetector).
- Elektrofysiologie = een methode voor het verzamelen van gegevens die de elektrische activiteit in de hersenen meet (EEG). Het is een beperkte techniek omdat er vaak veel ruis in de data zit. Om dit tegen te gaan kun je met één persoon herhaalde metingen doen. Zo filtert de ruis eruit, waardoor er patronen kunnen worden waargenomen die bij bepaalde gebeurtenissen horen, wat 'event-related potential (ERP)' wordt genoemd.