Summary Class notes - intergratie en orgaan overschrijdende aandoeningen

Course
- intergratie en orgaan overschrijdende aandoeningen
- J. de Gier
- 2014 - 2015
- Utrecht Universiteit
- Diergeneeskunde
207 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - intergratie en orgaan overschrijdende aandoeningen

  • 1429480800 th1. hc. 3 hechtmaterialen

  • Wat voor soort naald is dit??
    een ronde naald
  • Wat voor naald is dit??
    een cutting naald 
  • Wat voor naald is dit?
    een reverse cutting naald
  • Wat voor naald is dit?
    een spatula naald
  • Wat voor soort naald wordt vaak gebruikt bij lebmaag operaties?
    een schaatsnaald
  • Een rechte naald wordt zelden gebruikt. Benoem een hechting waar hij wel voor gebruikt kan worden. 
    dwars hematoom
  • Hoe dieper de wondrand is, hoe meer gebogen de naald is.
  • Benoem de volgende naalden. 
    boven zie je een atraumatische naald (zit het draadje aan de naald vast en richt daardoor minder trauma aan als het het weefsel binnen gaat)
    ondere zie je een losse naald en draad. 
  • Op welke 4 eigenschappen moet je letten als je een hechtmateriaal uitkiest?
    • treksterkte
    • of het ongewenste weefselreactie oplevert
    • plaats voor vestigen infectie
    • hanteringseigenschappen
  • Benoem 3 natuurlijke hechtmaterialen. 
    Benoem van elke 3 twee eigenschappen.
    staaldraad--> niet resorbeerbaar, monofilement/multifilament
    zijde --> niet resorbeerbaar, multifilament
    catgut --> resorbeerbaar, multifilament

    Catgut is niet betrouwbaar sterk en levert meestal een weefselreactie op. 
  • Waarom wordt het afgeraden om catgut als hechtmateriaal te gebruiken?
    Catgut is niet betrouwbaar sterk en levert meestal een weefselreactie op. 
  • Benoem 2 manieren om de dikte van het hechtmateriaal te beschrijven. 
    • De metric maat (synoniem Europese Pharmacopee) is het duidelijkst: de diameter van de draad in tiende mm.
    • De USP (United States Pharmacopee) is nog steeds het meest gebruikt. USP is een hybride tussen dikte en treksterkte Een ander hechtmateriaal met dezelfde USP hoeft niet precies even dik te zijn.
  • Benoem 3 synthetische hechtmaterialen die resorbeerbaar zijn en van monofilament. 
    polylecaprone
    polydioxanone
    polyglycolate
  • Benoem 2 hectmaterialen die niet resorbeerbaar en monofilament zijn.
    polyamide 
    polypropylene
  • Benoem 2 hechtmaterialen die resorbeerbaar en multifilament zijn.
    polyglycozuur
    polyglactin 910
  • Benoem 2 hechtmaterialen die niet resorbeerbaar en multifilament zijn
    polyamide 
    polyester
  • Vul de onderbrekende cijfers in de tabel in. 
    zie tabel
  • Wat voor soort draad is dit?
    polyglactin 910 (Vicryl),
    gevlochten,
    resorbeerbaar
    dikte USP 6 (8 metric) 
  • Wat voor soort draad is dit?
    polypropylene (Prolene)
    monofilament,
    niet resorbeerbaar
    dikte USP 2 (5 metric)
  • Wat voor draad is dit? 
    polyglecaprone (Monocryl),
    monofilament,
    resorbeerbaar
    dikte USP 3-0 (2 metric)
  • Niet resorbeerbaar materiaal is sterk. Voor wat voor soort weefsel is dit het beste hechtmateriaal?
    Voor de huid. Voor weefsels die veel kracht te verduren krijgen en niet snel genezen, zoals de linea alba.
  • De tijd tot 50% treksterkte bij:
    Vicryl Rapide is 5 dagen
    Monocryl is 1 week
    Vicryl is 2 weken 
    PDS is 4 weken 
  • Welke van de volgende hechtmaterialen geeft eerder een weefselreactie?
    polypropylene of polyamide
    polyamide
  • Waarom is er bij de gevlochten hechtmaterialen eerder kans op infectie dan bij de eenkernige hechtmaterialen?
    • Bij gevlochten materiaal kunnen de bacteriën in de draad zitten 
    • Antibiotica en afweer dringen op die plaats niet goed door 
    • Een infectie in een gevlochten draad eindigt pas als het hechtmateriaal opgelost is of als het hechtmateriaal verwijderd is
  • Is multifilament of monofilament makkelijker te hanteren?
    Gevlochten draad hanteert makkelijker, het is minder springerig en makkelijk om te knopen.

    (monofilament glijdt wel makkelijker door het weefsel bij subdermale naad)
  • Monofilament is in dunne maten goed te hanteren. Boven welke dikte wordt de hanteerbaar slechter?
    Boven de dikte van USP 2 (5 metric)
  • Wanneer wegen de voordelen van monofilament het zwaarst?
    • Als de hechting tot in de buitenwereld loopt (bv buikwand)
    • Als de wond al gecontamineerd is als je gaat hechten (traumatische wond, chirurgisch verwijderen ontstekingsproces)
  • Wanneer gebruik je niet resorbeerbaar materiaal?
    • Als het materiaal "eindeloos' sterk moet blijven
    • Als je in diepere lagen niet resorbeerbaar kiest moet het zeer inert zijn
    • Voor de huid in principe niet resorbeerbaar (bij op tijd verwijderen van de hechting is het resultaat het mooist)
  • Wanneer gebruik je resorbeerbaar hechtmateriaal?
    • Voor diepere lagen 
    • Als de wond snel genoeg weer sterk is, zodat het niet nodig is dat het materiaal oneindig sterk blijft (bv bij de darm)
    • Als het dier bij huidhechtingen niet te benaderen is voor het verwijderen van de hechtingen (bv na castratie paard)
  • Benoem 3 voordelen van een doorlopende hechting.
    1. Doorlopend is sneller 
    2. Er zit minder hechtmateriaal in de wond 
    3. Verdeeld de druk beter (het is niet mogelijk dat een steek losser zit en de andere strakker) 
  • Benoem een bezwaar van een doorlopende hechting
    Als een doorlopende hechting scheurt op een punt uit het weefsel scheurt de hele hechting los.
  • In principe gebruik je altijd doorlopend tenzij:
    • een deel van wondrand kan afsterven
    • als je verwacht enkele hechtingen te moeten verwijderen om wondvocht af te laten lopen
    • soms om precieze appositie te krijgen (hoekpunten)
  • Benoem 4 manieren om de huid dicht te hechten 
    1. subdermaal (intracutaan)
    2. onderbroken hechtingen
    3. nietjes 
    4. Feston
  • Wat voor hechtingenmateriaal word hier gebruikt en waarom?
    oplosbaar, zodat het te verwijderen is
    monofilament, omdat het niet in een steriele omgeving is en omdat het een traumatische wond is. 
    dik, omdat er veel spanning op de wond zit (dun steekt eerder door heen)
    onderbroken, omdat er een deel van het weefsel uit een punt van de hechting kan scheuren (necrotisch worden)
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Wat is het gevolg van de interactie tussen het aangeboren afweerapparaat en endotoxine lipopolysacharide afkomstig van de celwand van Gramnegatieve bacteriën?
  • productie acute fase eiwitten 
  • actievatie macrofagen en dendritische cellen 
  • productie en afgifte TNF- alfa, IL1 en IL 6
  • verhoging permeabiliteit endotheel
  • activatie stollingapparaat (b.v weefseltromboplastine)
  • (vermindering contractiliteit van het hart)
Wat is de behandeling voor een abces als complicatie van een IM injectie?
•diagnose stellen (echo + punctie )
•draineren
•succes afhankelijk van injectieplaats
Wat is de behandeling van een spuitplek, pijnlijke zwelling, als gevolg van een IM injectie?
•koelen
afwachten 
Wat zijn de voor- en nadelen van een vene katheter?
• Voordelen
  • •“veiliger”, strikt IV
  • •kan evt. (tijdelijk) aanwezig blijven 
• Nadelen
  • •duurder 
  • •Vergt enige oefening
Hoe behandel je een thrombophlebitis als complicatie van een IV injectie?
•remmen van thrombose: NSAID’s + Heparine
•indien septisch: draineren, evt. antibiotica
Wat is de behandeling als je periveneus hebt gespoten bij een IV injectie?
•inspuiten met fysiologische + mucopolysacharidase • (verdunnen en snellere afvoer)
•masseren met heparinoid/hyaluronidase zalf
Moet je de conus vast houden bij het inspuiten?
• Meestal niet (extra overpakken = extra beweging van de naald) • Als je veel druk moet zetten wel (groot volume, visceuze vloeistof) • Als spuit van de naald schiet mors je.
Benoem de voor- en nadelen van intramusculaire injectie.
• Voordelen
  • •eenvoudig (kan evt. door eigenaar) 
  • •lang doseringsinterval (12-24 uur) • 
Nadelen
  • •minder snelle werking 
  • •spuitplekken (afhankelijk van vloeistof, volume en aantal injecties) 
Benoem de voor en nadelen van intraveneuze naalden.
• Voordelen
  • •snelle werking 
  • •biologische beschikbaarheid volledig 
  • •groot volume mogelijk 
  • •irriterende vloeistof mogelijk 
• Nadelen
  • •snel uitgescheiden dus kort doseringsinterval 
  • •bewerkelijker 
  • •kans op shock 
  • •kans op thrombophlebitis
Wanneer besluit je om te gaan (scheren en) te desinfecteren als je injectie wilt plaatsen?
•Nee, schone vacht, weinig kans op infectie
  • •b.v. SC en IM injecties gezelschapsdieren 
•Nee; practisch niet haalbaar
  • •meestal bij varkens 
•Ja; desinfectie (minder schone vacht) 
  • Eigenlijk alle injecties bij paard 

als infectierisico klein moet zijn 
  • •b.v. intra-articulaire injecties en Dauer-katheters