Summary Class notes - Intervention Strategies

Course
- Blabla
- -
- 2018 - 2019
- Universiteit Leiden (Universiteit Leiden, Leiden)
- Psychology
200 Flashcards & Notes
2 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Intervention Strategies

  • 1517439600 College 1: Introduction

  • Welke levels of treatment zijn er?
    zie afbeelding
  • Welke verschillen zijn er tussen de levels of treatment?
    1. Clinical Neuropsychology: Treatment, diagnostics, scientific research 
    2. Neuropsychological Rehabilitation: Treatment of the patient aimed at cognitive, emotional/social, or behavioral problems 
    3. Cognitive rehabilitation: Patient works together with health care professionals to diminish or overcome cognitive deficits 
    4. Cognitive training: Part of rehabilitation aimed at teaching patients skills to diminish cognitive deficits   
  • Wat is een verschil tussen compensatory en restorative approaches?
    Compensatory: top-down, hogere orde functies, andere domeinen.
    restorative: bottom-up, lagere orde functies, specifiek domein.
  • Wat weet je van lobotomy?
    • Used 1940-60’s (for Epilepsy still used)
    • In severe psychotic cases.
    • Use needle through eye to brain (remove parts of the brain).
    • Nobel prize 1949.
    • Now know it is not effective and the down sides are bigger.
    • Abandoned by medical treatment.
  • Wat weet je van Electroshock therapy?
    • 1930’s-1960’s 
    • It is still applied in very severe depression if nothing else helps (there are no alternatives).
    • Consent is very important. 
    • Memory loss is a con.
    • You use the patient as it own control.
  • Welke interactie is er tussen theorie en praktijk in interventies?
    • It works both ways.
    • Theory to practice: Navigation ability is thought to rely on multiple processes, selective impairments in patients confirmed this 
    • Practice to theory: Broca and Wernicke’s areas based on case studies showed separation between different linguistic abilities  
  • Welke factoren (neuro-cognitieve karakteristieken) beïnvloeden het herstel/rehabilitatie?
    • Location, Type and Extend of Lesion 
    • Secondary Effects (edema, increased pressure, hematoma) 
    • Coma severity and duration 
    • Post-Traumatic Amnesia Duration   
    • Diffuse vs focal 
    • Part of multiple circuits vs less circuits (less circuits less support)  
  • Welke factoren (neuropsychologisch functioneren) beïnvloeden het herstel/rehabilitatie?
    • Attention, memory, language functioning, visual-spatial skills, motor skills, problem solving-mental flexibility, information processing speed, fatigue,  learnability, EF
    • Status of undamaged areas/ preinjured brain quality 
    • Cognitive reserve 
  • Wat is het verschil tussen brain reserve en cognitive reserve?
    • Brain Reserve: the amount of unaffected brain tissue left 
    • Cognitive Reserve: the quality and integrity of the brain tissue left 
  • Wat wordt er bedoeld met cognitive reserve?
    estimated with variables for lifetime exposures and cognitive activity: years of education, measures of crystallized intelligence, literacy level, number of intellectually stimulating leisure activities, degree of occupational complexity, socioeconomic status
  • Welke factoren (psychosociale) beïnvloeden het herstel/rehabilitatie?
    • Awareness of deficit (Poor awareness may lead to passive/ resistant behavior in rehab)
    • Motivation (Poor motivation -->  less treatment effect)
    • Coping style (Poor motivation --> less treatment effect)
    • Anxiety and depression (Depression -->  less effect of rehabilitation,  Fatigue --> less effect of rehabilitation)
  • Welke factoren (Achtergrond, supports) beïnvloeden het herstel/rehabilitatie?
    • Age 
    • Premorbid level of functioning 
    • Social support 
    • Financial situation/support 
    • Access to rehabilitation    
  • Leg het Kennard principe uit.
    Kennard principle: the younger the patient the better the outcome
  • Leg het Double Hazard principe uit.
    Double hazard principle:  Younger children with severe damage worse outcome than older children with same damage
  • Wat wordt er bedoeld met growing into deficit?
    Functions that should emerge in high school don’t because they depend on intact functioning.
  • Leg Analogue to Preterm birth uit.
    Disability after preterm birth is largely mediated by disturbed development of neuronal connections. --> more disturbance -->  worse outcome
  • Waarom is de natural recovery in de eerste weken vaak het grootst?
    Rapid first period is because of diaschisis: cells that were not damaged, but were knocked out of commission (e.g. no input from damaged cells), are now back on line. 
  • Leg uit wat er bedoeld wordt met neurological/spontaneous recovery?
    Initial resolution of blood flow, electrolyte balance, fluids, and neurochemical balance (In stroke and TBI – expected in first 1-2 months)
  • Geef aan wat er bedoeld wordt met plasticity.
    Re-organization in the brain to (re-)learn to perform functions
  • Wat is dendritic sprouting?
    Growth of a neuron element for a damaged or an intact cell
    Contributes either positively (re-learning) or negatively (seizure, spasticity) to neuronal reorganization
  • Hoe kan substitutie zorgen voor natural recovery?
    Intact neural pathways take over the function of a nearby impaired pathway
  • Wat wordt er bedoeld met neurogenisis en migration?
    new cells are formed in hippocampus and can travel (very slowly – and need intact ways)
  • Wie is 'the neuropsychologist?'
    1. Knowledge of brain-behavior relationships
      - Continuous updating
    2. Neuropsychological assessment: (theories & practice)
      - Objectify and follow course of impairment
      - Advise on therapy 
    3. Intervene
      - Apply treatment 
      - Assessment of treatment (Adapt if necessary)    
  • Geef de definitie van assessment.
    “the systematic collection, organisation and interpretation of information about a person and the situation” (Sundberg & Tyler, 1962).”
  • Welke vormen van assessment zijn er?
    Standardised (neuropsychological)
    Functional (behavioral & observational)
    Psychological: coping/personal factors, interaction with status, recovery and acceptance
  • Teken het ICF-model.
    Zie afbeelding
  • Welke verschillende Grading of recommendations based on evidence van therapie zijn er?
    1. Practice standard “substantive evidence” of effectiveness 
    2. Practice guideline “probable evidence” of effectiveness 
    3. Practice option “possible evidence” but requires further research  
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Welke twee verschillende technieken zijn er om flexibiliteit te verbeteren?



  1. Bij de fixed prioriteit techniek moesten beiden sub-taken als even belangrijk worden beschouwd.
  2. Bij de variabele prioriteit techniek wisselde de prioriteit tussen de twee taken.

De variabele prioriteit techniek leverde de beste resultaten op: men leerde de taken sneller en het vermogen te switchen was superior wat leidde tot betere prestaties op de duale taak.
Wat zijn benaderingen voor rehabilitatie bij VS en MCS?



  • pavlov conditionering in VS
  • interventie strategieën gebaseerd op leer principes en assistentie technologie toegepast bij MCS patiënten met significante verbeteringen in respons levels.
  • cognitieve gedragstherapie werkte voor pathologisch huilen en lachen in LIS patiënten
Beschrijf assessment in MCS



Identificeren waarop de cliënt het meest ‘aroused’ is, wanneer het waarschijnlijk is dat de beste reactie optreed.
Patiënten hebben vaak heel lange vertragingen (latencies) in hun reacties, wat het ook moeilijk maakt om contingenties (toevalligheden) tussen stimulus en reactie te identificeren.
Met name bij patiënten met lagere levels van MCS kan assessment niet mogelijk zijn. 
Welke tests zijn er voor verminderd bewustzijn/verminderde responsiviteit?



  1. Western Neuro-Sensory Stimulation Profile: betreft systematisch onderzoek en een scoring systeem. Dit was de eerste, andere schalen bieden betere inter-observatie betrouwbaarheid en klinische bruikbaarheid.
  2. The Sensory Modality Assessment and Rehabilitation Technique (SMART): gebruikt een gelijke benadering maar is meer systematisch en begrijpelijk in aanpak. Het is geschikt voor herhaalde administratie en is beschermd tegen over interpretatie van observeerbaar gedrag. Echter wordt een specifieke training vereist voor gebruik. Dit vereisteheeft geresulteerd is minder algemeen gebruik 
  3. Wessex Head Injury Matrix (WHIM); deze kan vrijer gebruikt worden. Het is een gestructureerde gedrag checklist waarmee systematische observaties van de patiënt kunnen worden opgenomen en geanalyseerd. Dit biedt een indicatieve score van het niveau van bewustzijn. Het is meer toepasbaar bij MCS en hogere levels van responsiviteit. VS patiënten staan onderaan de schaal. Houding heeft een effect op responsiviteit. Staande MCS patiënten produceren 75% meer gedrag dan liggende. 
  4. The Coma Recovery Scale – Revised (CRS-R): is de leidende schaal in internationaal gebruik. In structuur en benadering is de CRS gelijk aan de GCS, maar bestaat uit 6 schalen, elke tussen de 2-6 niveaus. Het is het simpelste instrument gevolgd door de WHIM en dan de SMART. De CRS-R is niet alleen adequaat betrouwbaar en valide, maar heeft ook een grotere sensiviteit bij het opsporen van MCS. 
Welke neuropsychologische assessments zijn er voor VS, MCS en LIS?



  • VS: bijdrage van multidisciplinaire taken voor het vaststellen van de diagnose en het monitoren van de patiënt voor het ontwaken (emergence)
  • MCS: het evalueren van de oorsprong en grootte van de reactiviteit die getoond wordt, en denken over aanpakken voor rehabilitatie.
  • LIS: wanneer er een methode voor communicatie is vastgesteld, is het doel om de cognitieve en affectieve staat van de patiënt vast te stellen binnen de limieten van het communicatie systeem. 
Waar wordt de Coma Glasgow Scale voor gebruikt?



  • door ambulance personeel bij de eerste hulp met standaard neurologische observaties, verpleegkundige dossiers en paramedische professionals. 
  • om de ernst van het hersenletsel te schatten vaak in combinatie met de duur van post-traumatische amnesie. 
Geef beschrijving van LIS.



  1. Oorzaak vaak een hersenbloeding in de hersenstam, bij de pons of andere ventrale gebieden. 
  2. De voorhersenen zijn vaak onbeschadigd, maar wel ontkoppeld van het lichaam. 
  3. Het lijkt meer op een hoge ruggengraat verlamming. Doordat de voorhersenen niet beschadig zijn, blijven ze normaal functioneren en is er volledige bewustzijn en hebben ze alleen geen somatosensorische input. 
  4. Bijna hetzelfde als VS, het is echter erg verschillend in termen van neuropsychologie. 
  5. De enige doelgerichte bewegingen zijn verticale oogbewegingen en vrijwillig knipperen. 
Welke vier stoornissen zijn er die bewustzijn beïnvloeden?



  1. Coma: hier is geen bewustzijn, geen slaap-waak cyclus, de respons op schadelijke stimuli kan
    afwezig zijn, GCS; geen/pijn Eye opening, Motorisch functioneren; 1-4, Verbaal; 1-2, geen doelgerichte beweging, variabele respiratoire functie, trage wave EEG activiteit, matig tot ernstig verminderd cerebraal metabolisme, prognose is vegetatieve staat of dood binnen weken
  2. Vegetative state (VS): geen bewustzijn, wel slaap-waak cyclus. Er zijn geen doelgerichte bewegingen, EEG is meestal een langzame golf. PET toont zware reductie en de prognose is variabel, als het permanent is kan het overgaan tot dood.
  3. Minimally conscious state (MCS): hier is er bewustzijn en slaap-waak cyclus. Er zijn enige consistente en inconsistente verbale of doelgerichte motorische bewegingen. De prognoses is variabel. Sommige stellen dat ‘minimally responsive patients’ beter was geweest, omdat bewustzijn hier moeilijk te bepalen is.
  4. Locked-in syndrome (LIS): er is sprake van bewustzijn, slaap-waak cyclus. Er zijn willige (volitional) verticale oogbewegingen (maar kunnen afwezig zijn), of een vastgehouden (preserved) knipper, soms vrijwillige knipper. De EEG is meestal normaal en de PET licht verminderd. De prognose hangt af van de oorzaak, maar volledig herstel is onwaarschijnlijk. De uiting lijkt erg op VS. → Communicatiesysteem gebaseerd op knipperen kan soms zorgen dat de patiënt kan laten zien dat hij een volledig bewustzijn heeft. 
Wat zijn service evalutations?



Assessment van individuen aan het begin en einde van het programma, vaak met een folluw-up of een voorafgaand besloten interval.
De onderzoeker moet de doelen identificeren en de geschikte uitkomst metingen selecteren. 
Leg de begrippen sensitiviteit en specificiteit van de Rasch methode uit.
Sensitiviteit: Hoe hoger de sensitiviteit van een test, hoe groter de kans dat iemand die daadwerkelijk de ziekte heeft, een positieve testuitslag krijgt
Specificiteit: het percentage terecht negatieve testuitslagen onder de niet-zieke personen