Summary Class notes - Klinische Chemie

Course
- Klinische Chemie
- OPAS
- 2017 - 2018
- Hanzehogeschool Groningen (Hanzehogeschool Groningen, Groningen)
- Biologie en Medisch Laboratoriumonderzoek
209 Flashcards & Notes
5 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Klinische Chemie

  • 1518562800 HS 1 - Biochemical investigations and quality control

  • Wat is het verschil tussen de klinische chemie en de laboratoriumgeneeskunde?
    Laboratoriumgeneeskunde = klinische chemie + hematologie + immunologie
  • Wat betekent de afkorting SKML?
    Stichting Kwaliteitsbewaking Medische Laboratoriumdiagnostiek
  • Wat is het doel van SKML?
    De SKML heeft als doel het bevorderen van de kwaliteit van medisch laboratoriumonderzoek in het kader van diagnostiek en behandeling, en het op een zo hoog mogelijk peil brengen en houden van dat onderzoek.
    - De kern van de werkzaamheden bestaat uit het verzorgen van rondzendingen van monsters elk jaar naar elk klinische chemisch lab, waarbij het glucose, ureum en LDH moet worden gemeten. Daarna wordt gekeken of de verkregen waarden overeenkomen met de "echte" waarden, zodat de externe kwaliteitsbewaking van klinisch chemische ziekenhuislaboratoria kan worden gewaarborgd.
    - Interne kwaliteitsbewaking moet iedere dag plaatsvinden in de laboratoria zelf.
  • Wat is organische chemie?
    Organische chemie was oorspronkelijk de term voor de chemie van de stoffen die alleen door levende cellen/organen konden worden aangemaakt. Sinds de ontdekking dat ureum in een laboratorium kan worden gemaakt omvat organische chemie nu voornamelijk de koolstofchemie.
  • Wat is biochemie?
    Biochemie is de chemie van de processen die zich in levende cellen afspelen.
  • Wat is analytische chemie?
    Analytische chemie bestudeert de chemische compositie van natuurlijke en kunstmatige materialen.
  • Wat is klinische chemie?
    Klinische chemie beschrijft de veranderingen in de biochemie van de patiënt bij ziekte en is dus de analytische chemie van patiënten materiaal.
  • Wat is de functie van ureum?
    Ureum zorgt voor het afvoeren van stikstof (2 atomen stikstof per ureum molecuul).
    Stikstof is een afvalproduct voor het lichaam en moet dus worden afgevoerd.
  • Wat gebeurt er met een monster op een klinisch chemisch laboratorium?
    - Patiënt levert patiëntenmateriaal
    - Patiëntenmateriaal wordt ontvangen bij de monsterontvangst (sample collection)
    - Het monster wordt voorbewerkt om de bepaling te kunnen uitvoeren (sample preparation and registration)
    - De bepaling wordt uitgevoerd (sample analysis)
    - Kwaliteitscontrole van de bepaling (quality control)
    - De resultaten worden verzameld en geïnterpreteerd (data collection and interpretation)
    - De resultaten worden doorgegeven aan de arts (report generation)
    - De arts neemt een besluit wat te doen met de patiënt
  • Wat zijn de toepassingen van de medische diagnostiek?
    - De ziekte is het gevolg van een metabole verandering (bv. diabetes mellitus)
    - De metabole verandering is het gevolg van een ziekte (bv. nierfalen) 

    Bij de diagnostiek wordt bepaald:
    - Diagnose: wat is er aan de hand bij een patiënt
    - Prognose: voorspellen afloop ziekte (nierfalen, hartinfarct, epidemiologie)
    - Monitoring: verloop ziekte bijhouden (diabetes, complicaties hypokaliëmie)
    - Screening: is er iets aan de hand (pasgeborenen fenylketonurie, bevolkingsonderzoek)
  • Wat is analytische variatie?
    Variatie in biochemische waardes bij het uitvoeren van meerdere bepalingen op hetzelfde monster. Dit is er altijd, moet tot het uiterste worden gereduceerd!
  • Wat is biologische variatie?
    Variatie in biochemische waardes bij het uitvoeren van meerdere bepalingen op verschillende monsters (intra-individueel = monsters van één patiënt of inter-individueel = monsters van meerdere patiënten), ontstaan door factoren als:

    Niet te beïnvloeden:
    - Leeftijd: enzym alkalische fosfatase varieert per leeftijd, vooral bij kinderen aanwezig voor botgroei. Cholesterol (cholesterin) neemt toe naar mate men ouder wordt (HDL-cholesterin blijft constant rond de 1,0 mmol/L, terwijl LDL-cholesterin toeneemt).
    - Geslacht: mannen hebben over het algemeen hogere waardes behalve bij koper.
    - Menstruatie: periode met veranderde hormoonspiegel van FSH, LH, progesteron en oestradiol.

    Wel te beïnvloeden:
    - Zwangerschap, lichaamshouding, stress, geneesmiddelen en tijd.
    - Voedsel (maaltijden en alcohol):
    Twee tot vier uur na inname van alcohol neemt de bloedsuikerspiegel af (acuut effect), terwijl de concentraties lactaat en acetaat stijgen --> gevaar = metabole acidose.
    - Beweging: niet bewegen zorgt voor uitscheiding van calcium in de urine.
  • Wat is het effect van lichaamshouding op de biologische variatie in biochemische waardes bij bloedafname?
    Bij bloedafname wordt een stuwband aangebracht, waarna een vuist wordt gemaakt:
    - Stuwband aanbrengen geeft geen effect op de waardes in het bloed.
    - Vuist maken beïnvloedt wel de waardes in het bloed: bij vuist maken wordt een hoger kaliumgehalte gemeten (verhoogd naar 5 mmol/L; normaal 4 mmol/L). Bij bloedafname mag patiënt dus geen vuist maken!
  • Wat is de referentiewaarde voor kalium in het bloedserum?
    4,0 mmol/L (3,4-5,0 mmol/L)
  • Wat is de referentiewaarde voor natrium in het bloedserum?
    140 mmol/L (135-145 mmol/L)
  • Wat is de referentiewaarde voor creatinine in het bloedserum?
    50-100 µmol/L (53-106 µmol/L)
  • Wat is de referentiewaarde voor calcium in het bloedserum?
    2,15-2,50 mmol/L
  • Wat is de referentiewaarde voor fosfaat in het bloedserum?
    1,0 mmol/L (0,87-1,45 mmol/L)
  • Wat is er aan de hand bij een patiënt met in bloedserum:
    Kalium 12.2 mmol/L
    Natrium 140 mmol/L
    Creatinine 84 µmol/L
    Calcium 0.34 mmol/L
    Fosfaat 1.22 mmol/L
    Kalium is extreem verhoogd (kan niet in mensen, patiënt zou dood moeten zijn)
    Natrium is normaal
    Creatinine is normaal
    Calcium is verlaagd
    Fosfaat is normaal

    Verlaagde calcium en verhoogde kalium veroorzaakt door bloedafname in buis met KF en citraat:
    - Deze buis is ongeschikt voor de bepaling van kalium en wordt normaal gebruikt voor de bepaling van glucose.
    - In de buis zit KF = kaliumfluoride, waardoor er dus al kalium in de buis zit --> zorgt voor verhoogde kalium
    - In de buis zit citraat, een anticoagulant dat calcium wegvangt waardoor er geen bloedstolling kan optreden (doordat sommige stollingsfactoren niet geactiveerd kunnen worden) --> zorgt voor verlaagde calcium.
  • Waarom wordt een bloedafname buis met KF en citraat normaal gebruikt om glucose te bepalen?
    KF (kaliumfluoride) remt het enzym hexokinase, waardoor de omzetting van glucose naar glucose-6-fosfaat in de glycolyse wordt geremd.
    - Glucose in plasma gaat normaal gesproken de erytrocyten in en wordt omgezet.
    - Met KF in de buis wordt de omzetting geremd, waardoor glucose kan worden blijven gemeten (monster kan worden bewaard).
  • Wat is er aan de hand bij een patiënt waarbij in bloed plasma kalium is 8.5 mmol/L en waarbij de juiste buis is gebruikt en het monster o/n heeft gestaan.
    Kalium is sterk verhoogd, waarschijnlijk niet het echte kalium:
    - Kalium zit normaal in de erytrocyten, maar door de overnachte incubatie kunnen de erytrocyten gelyseerd raken waardoor het kalium in het plasma terechtkomt --> zorgt voor verhoogd kalium in plasma.
  • Welke verschillende bloedafnamebuizen zijn er?
    Blauwe dop = buis met citraat (citraat:bloed = 9:1)
    - Citraat is een anticoagulant dat calcium wegvangt waardoor sommige stollingsfactoren niet geactiveerd kunnen worden --> geen bloedstolling.
    - Wordt gebruikt voor bezinkingsonderzoek en onderzoek van de bloedstolling.

    Gele/bruine dop = serum
    - Serum = plasma zonder stollingsfactoren, bij bloedafname wordt bloed opgevangen in buisje zonder anticoagulant --> bloed gaat stollen --> gecentrifugeerd waardoor waterige gedeelte van het gestolde bloed wordt verkregen (zonder stollingsfactoren).
    - Wordt gebruikt voor testen op antistoffen en andere eiwitten.

    Groene dop = heparine
    - Heparine is een anticoagulant dat de bloedstolling remt door trombine (stollingsfactor) te remmen of antitrombine te stimuleren.
    - Wordt gebruikt voor testen als cholesterol, CRP (C-reactive protein, acuut-fase eiwit --> ontsteking), hormonen (chemisch onderzoek)

    Paarse dop = EDTA (ethyleendiaminetetra-azijnzuur)
    - EDTA is een anticoagulant dat calcium wegvangt --> geen bloedstolling.
    - Wordt gebruikt voor hemocytometrisch onderzoek (tellen van cellen).
    - Minder geschikt voor morfologische beoordeling doordat EDTA zorgt voor opzwellen van de cellen en veranderingen in kleureigenschappen veroorzaakt.

    Witte drop = (natrium/kalium)fluoride
    - KF remt het enzym hexokinase waardoor de omzetting van glucose naar G6P kan worden geremd. Hierdoor kan de buis langer worden bewaard, want normaal gaat glucose uit het plasma de erytrocyten in waar het de glycolyse ingaat.
    - Wordt gebruikt voor glucose bepaling.
  • Wat zegt de bepaling van oestrogeen in de urine?
    Niet-zwanger: veelal waardes tussen 6,3-6,6  µmol/L
    Zwanger: > 6,6 µmol/L

    Oestrogeen in urine varieert continu, maar stijgt geleidelijk naar mate de duur van de zwangerschap toeneemt.
    - Als oestrogeen in de urine plotseling daalt tijdens de zwangerschap, kan dit een indicatie zijn voor een complicatie.
  • Wat is de referentiewaarde voor de creatinine klaring?
    83 – 160 ml/min
  • Wat is de creatinine klaring?
    Creatinine klaring: het volume bloedserum dat door de nieren per minuut wordt ontdaan van de stof creatinine (afvalproduct van de spieren):

    Creatinine klaring (mL/min) = (creatinineconcentratie urine (mg/L) * volume urine (mL)) /
    (creatinineconcentratie plasma (mg/L) * verzameltijd urine (min))


    Als de nieren goed functioneren zal het creatinine na enige tijd uit het bloed worden gehaald en in de urine terechtkomen. Wanneer de nieren niet goed functioneren zal het creatinine niet uit het bloed gefilterd worden en zal het creatinine in het bloed hoog blijven. Er zal dan minder creatinine in de urine terechtkomen. Dit zal zorgen voor een verlaagde creatinine klaring. Deze klaringswaarde zegt dus iets over de glomerulaire filtratiesnelheid van de nieren.
  • Wat is er aan de hand bij een motorrijder na een verkeersongeval met een creatinine clearance van 15,6 mL/min
    Verlaagde creatinine klaring: minder uitscheiding van creatinine in de urine, waardoor het creatinine in het bloed hoog is

    Verlaagde creatinine klaring door (oorzaak):
    - Nierschade (weefselschade): het verkeersongeluk heeft de nieren beschadigd --> verminderde glomerulaire filtratie.
    - Verminderde glomerulaire filtration rate (GFR) door lage bloeddruk: het verkeersongeval heeft geleid tot een bloeding --> lage bloeddruk.

    Diagnose: Acute nierinsufficiëntie of nierfalen (Kidney failure) = nierfunctie is niet goed
  • Wat is LDH?
    LDH (ook wel LD) is de afkorting voor het enzym lactaatdehydrogenase, die zorgt voor de omzetting van lactaat naar pyruvaat en van pyruvaat naar lactaat:
    • Lactaat + NAD+ + H+ <--> pyruvaat + NADH

    Het enzym komt voor in de cellen (intracellulair) van onder andere het hart, spieren, lever, nieren en de erytrocyten.

    De referentiewaarde voor LDH in serum is < 320 U/L. 
    - Een verhoogde waarde van > 320 U/L kan duiden op onder andere een hartinfarct, een leveraandoening of spierletsel, afhankelijk van de plaats van weefselschade. 
    Bij beschadigingen aan cellen van een bepaald type weefsel zal het LDH in het bloed toenemen, doordat het LDH dat zich normaal gesproken in de cellen bevindt, maar bij een beschadiging uit de cellen kan gaan en in het bloed terechtkomt. 
    - Een verlaagde waarde van LDH in het bloed duidt niet specifiek op een aandoening.
  • Wat is AP?
    AP (of ALP) is de afkorting voor het enzym alkalische fosfatase, dat vooral bij kinderen veel aanwezig is. Het enzym komt voor in de cellen (intracellulair) van de botten: osteoblasten (aanmaak van osteocyten) en osteoclasten (afbraak van osteocyten). Nodig voor de botgroei en botafbraak, AP verhoogd door hoge activiteit osteoblasten (botgroei) of osteoclasten (osteoporose).
  • Hoe wordt een eiwit (enzym) gemeten?
    - Eiwit zelf (eiwitmolecuul): aanwezigheid antigeen aantonen met ELISA of immunoblot
    (bv. VWF).

    - Eiwitactiviteit (in U/L): omzettingssnelheid, hoeveel moleculen substraat kunnen per minuut worden omgezet in product (bv. LDH).
  • Wat is normaal (hoe wordt de referentiewaarde bepaald)?
    Bij elke patiënt wordt een bepaalde waarde gemeten:
    - Hieruit ontstaat een normaal verdeling met in het midden de waarde die het vaakst wordt gemeten (average of gemiddelde).
    - In een gezonde populatie valt 5% van de individuen per statistische definitie buiten het normale bereik van het referentie interval (2,5% onder de normale waarde en 2,5% boven de normale waarde).
    - Een nieuwe waarde is afwijkend wanneer verschil met 1e meting groter is dan 2.8xoverall SD:
    Overall SD: √ SDA^2 + SDB^2
    - SDA = SD analytische variatie
    - SDB = SD biologische variatie
  • Wat betekent de afkorting ACE?
    Angiotensine converting enzyme
  • Welke vormen van kwaliteitsbewaking vinden plaats in een laboratorium?
    Kwaliteitsbewaking is een verzameling procedures waardoor de validiteit van de klinische biochemische testen en bijbehorende resultaten wordt onderhouden.
    - Externe kwaliteitsbewaking door SKML: rondzending van onbekende monsters waarbij het glucose, ureum en LDH moet worden gemeten, waarna wordt gekeken of de verkregen waarden overeenkomen met de 'echte' waarden.
    - Interne kwaliteitsbewaking door de laboratoria zelf: accuraat en precies
    De ideale analytische methode is accuraat en precies
  • Wat is de technische of analytische validatie?
    Kan de metaboliet (stof X) goed gedetecteerd worden: verkrijgen van een lineaire ijklijn
    - Analytische sensitiviteit: kan een kleine concentratie stof goed gemeten worden (hoe gevoelig is de analyse).
    - Analytische specificiteit: wordt alleen de juiste stof gemeten (of wordt ook verontreiniging/andere stoffen gemeten).
    - Nauwkeurigheid (accuracy):  wordt de juiste waarde gemeten (gemiddelde bij echte waarde).
    - Precisie (precision): worden de waardes dichtbij elkaar gemeten (weinig spreiding).
  • Wat betekent accuraat?
    Accuracy (nauwkeurigheid) = wordt de juiste waarde gemeten; is de gemiddelde waarde goed (komt overeen met de echte waarde).
  • Wat betekent precies?
    Precision (precisie) = worden de waardes dichtbij elkaar gemeten (is er veel spreiding).
  • Wat is de analytische of technische sensitiviteit?
    Kan een kleine concentratie stof goed gemeten worden (hoe gevoelig is de analyse).
  • Wat is de analytische of technische specificiteit?
    Wordt alleen de juiste stof gemeten (of wordt ook verontreiniging/andere stoffen gemeten).
  • Wat is de klinische validatie?
    Kan de patiënt goed gedetecteerd worden (wordt de juiste diagnose verkregen), is de test klinisch bruikbaar:
    - Klinische sensitiviteit: kans dat de test positief is bij een zieke patiënt (%).
    - Klinische specificiteit: kans dat de test negatief is bij een gezonde patiënt (%).
  • Wat is de klinische sensitiviteit?
    Kans dat de test positief is bij een zieke patiënt.
  • Wat is de klinische specificiteit?
    Kans dat de test negatief is bij een gezonde patiënt.
  • Wat is de gouden standaard?
    De gouden standaard is de test die momenteel het meest wordt gebruikt om te bepalen of een patiënt ziek is of niet. Deze test bepaalt of de patiënt ziek is of niet, bepaalt dus de referentiewaarde (cut off). Daarna wordt met de nieuwe test wordt gekeken of hetzelfde resultaat wordt verkregen --> bepalen klinische sensitiviteit en klinische specificiteit.
  • Als waarde boven referentiewaarde = ziek, wat gebeurt er dan als de referentiewaarde (cut off) naar links of rechts verschuift?
    Cut off naar rechts betekent dat er minder mensen als ziek worden beschouwd. Dus de gezonde patiënten krijgen vrijwel zeker een resultaat van niet-ziek, waardoor de specificiteit omhoog gaat. Hierdoor gaat wel de sensitiviteit naar beneden en stijgt het aantal true negatieve en fout negatieve uitslagen.

    Cut off naar links betekent dat er mer mensen als ziek worden beschouwd. Dus de zieke patiënten krijgen vrijwel zeker een resultaat van ziek, waardoor de sensitiviteit omhoog gaat. Hierdoor gaat wel de specificiteit naar beneden en stijgt het aantal true positieve en fout positieve uitslagen.
  • Wat is belangrijker bij screening: een hogere sensitiviteit of een hogere specificiteit?
    Een hogere sensitiviteit is belangrijker (zeker bij levensbedreigende aandoeningen): zodat in ieder geval veel zieke patiënten een resultaat van ziek krijgen. Dit zorgt wel voor meer fout positieve resultaten (gezonde patiënten die als resultaat ziek krijgen), maar dit zorgt er in ieder geval voor dat er geen zieke patiënten een niet-ziek resultaat krijgen en daaraan overlijden doordat ze niet behandeld worden.
    - Een hogere sensitiviteit wordt bereikt door de cut off naar links te schuiven.
  • Welke 4 uitslagen kent men bij een test?
    - TP = true positive (resultaat ziek bij zieke patiënt)     
    - FP = false positive (resultaat ziek bij gezonde patiënt)
    - FN = false negative (resultaat niet-ziek bij zieke patiënt)                            
    - TN = true negative  (resultaat niet-ziek bij gezonde patiënt)

    Hierbij geldt: TP + FN = 1      en        FP + TN = 1
                           sensitiviteit                   specificiteit
  • Wat is een ROC curve?
    ROC = receiver operating characteristic
    In een ROC curve wordt de sensitiviteit uitgezet tegen de specificiteit van een test in de vorm van TP tegen FP.
  • Wat is de gouden standaard voor de diagnostiek van colonkanker?
    Colonscopie (endoscopie)
  • Wat is de nieuwe test voor de diagnostiek van colonkanker?
    Fecal Occult Blood (FOB) screen test
  • Met welke formule kan de sensitiviteit worden berekend?
    Sensitiviteit = TP / (TP + FN) * 100%

    De mensen die ziek worden getest delen door alle werkelijk zieke mensen.
  • Met welke formule kan de specificiteit worden berekend?
    Specificiteit = TN / (TN + FP) * 100%

    De mensen die niet-ziek worden getest delen door alle werkelijk gezonde mensen.
  • Bereken de sensitiviteit en specificiteit bij de volgende uitslagen:
    203 proefpersonen: 200 gezond en 3 ziek (bepaald met gouden standaard)

    Uitslagen (x-as gouden standaard colonscopie; y-as nieuwe test FOB)
    - Colonsopie = ziek; FOB = ziek (true positive) = 2
    - Colonscopie = ziek; FOB = gezond (false negative) = 1
    - Colonscopie = gezond; FOB = ziek (false positive) = 18
    - Colonsopie = gezond; FOB = gezond (true negative) = 182

    Sensitiviteit = TP / (TP + FN) * 100% = 2 / (2+1) = 2/3 * 100% = 66,7% 
    Specificiteit = TN / (TN + FP) * 100% = 182 / (182 + 18) = 182 / 200 * 100% = 91%
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

`Wat zijn de iso-enzymen van LDH?
Er zijn 2 iso-formen: M-type (muscle) en H-type (heart)
Het enzym bestaat uit 4 subunits (tetrameer), dus heeft LDH 5 verschillende iso-enzymen:
- H4 (LDH1): specifiek voor hartspierweefsel en erytrocyten
- H3M1 (LDH2): specifiek voor hartspierweefsel en de hersenen
- H2M2 (LDH3): specifiek voor de hersenen
- H1M3 (LDH4): specifiek voor retina
- M4 (LDH5): specifiek voor retina en skeletspierweefsel

Onderscheid door middel van eiwitelektroforese --> blot
- Geen kleuring met coomassie, want dan worden alle eiwitten gekleurd --> geen 5 bandjes, vooral albumine zichtbaar.
- Geen kleuring met antilichaam tegen LDH
- Blot incuberen met een LDH-kleuring --> LDH gaat reactie aan met kleur --> kleur slaat neer.
Wat zijn de iso-enzymen van CK?
Er zijn 2 iso-formen: M-type (muscle) en B-type (brain)
Het enzym bestaat uit twee subunits (dimeer), dus heeft CK 3 verschillende iso-enzymen:
- MM: specifiek voor skeletspierweefsel
- MB: specifiek voor hartspierweefsel
- BB: specifiek voor de hersenen
Wat zijn de kenmerken van CK (creatinine kinase)?
Creatinine fosfaat + ADP --> creatine + ATP onder invloed van het enzym creatine kinase (CK) in spierweefsel. De ATP wordt gebruikt voor de omzetting van glucose tot G6P en vervolgens tot 6-fosfogluconaat, waarbij NADPH ontstaat. NADPH wordt gemeten bij 340 nm.
Wat zijn de kenmerken van de aminotransferases (ASAT en ALAT)?
ASAT = aspartaat-aminotransferase (AST / GOT)
- Ubiquitair: lever, hart, skeletspierweefsel
- Komt voor in de mitochondria (dieper in de cel)

ALAT = alanine aminotransferase (ALT / GPT)
- Redelijk specifiek voor de lever
- Komt voor in het cytosol (als eerste eruit bij schade)

Alleen ASAT verhoogd --> hart- of spieraandoening
ASAT én ALAT verhoogd --> leveraandoening
- ASAT hoger dan ALAT --> ernstige weefselschade, want ASAT uit mitochondria in bloed
- ALAT hoger dan ASAT --> milde weefselschade, want alleen ALAT uit cytosol in bloed

Referentiewaardes van enzymen worden altijd enorm overschreden (5-10x, of zelfs meer dan 10x).
Wat zijn de kenmerken van γ-Glutamyl transferase (γGT)?
γ-Glutamyl transferase (γGT) is een enzym dat minder algemeen voorkomt dan alkalische fosfatase, redelijk specifiek (lever, nieren, pancreas) en niet in de botten!
- Flink verhoogde γGT duidt op lever-, nier- of pancreasaandoening (maar meeste met de lever, bv. cholestasis = galstenen).
- Licht verhoogde γGT komt ook voor bij alcoholgebruik.
- Bij verhoogde AP en verhoogde γGT --> geen probleem met de botten

Referentiewaardes van enzymen worden altijd enorm overschreden (5-10x, of zelfs meer dan 10x).
Wat zijn de kenmerken van alkalische fosfatase (AF)?
AP (alkalische fosfatase) is een enzym dat ubiquitair voorkomt: zeer algemeen, komt op veel plekken voor (lever, osteoblasten, osteoclasten, placenta, darmepitheel):
- Fysiologisch: verhoogd tijdens de zwangerschap (laatste trimester) en bij kinderen (in de cellen van de botten) voor de botgroei.
- Pathologisch: botziektes (osteoporose = botafbraak, Paget’s disease = osteitis deformans), leverziektes (cirrhosis, cholestasis), maligne aandoeningen
Wat zijn iso-enzymen?
Iso-enzymen zijn isoformen van dezelfde enzymen met dezelfde enzymactiviteit, maar met een klein verschil in chemische structuur:
- In tumorweefsel (lijkt op embryonaal weefsel, enzymen nodig voor snelle groei) bevinden zich vaak andere isoformen van een enzym dan in normaal weefsel. 
- Onderscheid bij eiwitelektroforese (langzame manier).
- Onderscheid in regulatie: andere stimulatie en remstoffen. Door aan enzymen een specifieke remstof toe te voegen kan worden gekeken van welke isovorm er sprake is (snelle manier).

De enzymen CK (creatine kinase) en LDH (lactaat dehydrogenase) hebben beide iso-enzymen.
Wat zijn enzymen?
Enzymen zijn eiwitten met een enzymactiviteit:
- In plasma komen normaal niet veel enzymen voor: als enzymen in plasma zitten zijn ze uit de cellen gelekt (van oorsprong intracellulair enzym).
- Vrijzetting kan fysiologisch (bv. stollingsfactoren, complementfactoren komen normaal wel in bloed voor) of pathologisch (beschadiging van celmembraan).
- Enzymen worden verwijderd uit plasma door reticulo-endotheliale cellen.
- Bij enzymen wordt meestal de activiteit gemeten en niet de hoeveelheid eiwitmoleculen.
- Enzymen zijn weinig specifiek voor cel- of weefseltype (komen voor in elke cel).
Wat zijn de kenmerken van multiple myeloom?
Multiple myeloma (MM):
- Kwaardaardige tumoren van een type plasmacellen in het beenmerg.
- De ontspoorde plasmacellen produceren grote hoeveelheden paraproteïnen (M-proteïnen): heel veel productie van identieke monoklonale immunoglobulines (één type antilichaam). Dit kan met of zonder reductie van de andere (normale) immunoglobulines (immune paresis)
- Paraproteïnen gaan plakken aan erytrocyten --> rouleaux vorming (geldrolvorming/cilinders van erytrocyten).

- Kenmerken: MM tetrade (CRAB)
C = calcium verhoogd
R = renal failure
A = anemie
B = bone lesions


- Diagnostiek:
- Bence-Jones eiwitten (losse lichte ketens van paraproteïnen) in de urine.
- Scherpe M-band bij eiwitelektroforese duidt op de aanwezigheid van paraproteïnen. Normaal brede gamma-globuline band door veel verschillende immunoglobulinen, maar nu maar één soort, dus één scherpe band.
- Immunofixatie elektroforese (IFE) voor de bepaling van de klasse immunoglobuline: bij MM vaak lambda IgD.
Wat zijn paraproteïnen?

Paraproteïnen zijn identieke monoklonale immunoglobines (M-proteïnen):
- Worden bij eiwitelektroforese zichtbaar als een scherpe M-band.
- Vaak aanwezig bij myeloma's: kwaadaardige tumoren van plasmacellen die grote hoeveelheden van deze paraproteïnen produceren --> heel veel productie van hetzelfde antilichaam.
- Aanwezigheid van paraproteïnen leidt tot rouleaux vorming (geldrolvorming/vorming van cilinders van erytrocyten).
- Vrije lichte ketens van deze paraproteïnen heten Bence-Jones eiwitten --> kunnen worden aangetoond in de urine, duidt op multiple myeloom.