Summary Class notes - klinische neuropsychologie voor psychobiologie

Course
- klinische neuropsychologie voor psychobiologie
- Edward de Haan
- 2019 - 2020
- Universiteit van Amsterdam
- Psychobiologie
161 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - klinische neuropsychologie voor psychobiologie

  • 1572303600 Inleiding/historie

  • Wat houdt Physiognomie in volgens Gall (5 dingen)?
    1.mensen met uitpuilende ogen zijn goed in taal en met een bult achter oren is een teken van agressie.
    2.Ook betekent het dat de hersenen de zetel zijn van mentale vaardigheden,
    3.De verschillende functies worden uitgevoerd door te onderscheiden “organen”.
    4.Deze organen zijn alleen niet eenvoudig te identificeren aan de hand van de morfologie.
    5.De grote van een orgaan is direct gerelateerd aan de mate waarin de persoon de vaardigheid bezit. (analogie van de spier)
  • Wat betekent action Propre, bedacht door Flourens?
    brein als geheel voert alle functies uit (kwam hij achter door stukken brein bij duiven weg te snijden)
  • Wat doet het gebied van Broca en hoe is dit ontdekt?
    Voor spreken van taal (taalproductie), ontdekt door meneer Broca die de patient “tan” had.
  • Wat doet het gebied voor wernicke?
    Is voor het begrijpen van taal, taalproductie kan nog maar hij begrijpt er niks van
  • Wat is de arcuate fasciculus?
    Witte baan tussen gebied van wernicke en gebied van broca.
  • Wat kan een patient niet goed bij schade aan de arcuate fasciculus?
    Problemen met direct herhalen wat er tegen hem gezegd wordt
  • Wat is de term voor de stoornis van het niet kunnen herhalen wat er tegen hem gezegd wordt maar wel kan begrijpen wat er tegen hem gezegd wordt en ook goed kan praten?
    Conductie afasie
  • Het model van lichtheim wordt nog steeds gebruikt bij taalstoornissen
  • Wat betekent dubbele dissociatie?
    Goed in A en slecht in B of goed in B en slecht in A, bijv: slecht in lezen maar wel nog objecten kunnen herkennen (of andersom)
  • Object herkenning en lezen kunnen selectief uitvallen, dit suggereert dat deze functies apart worden uitgevoerd in het brein. 
  • Waarom vooral onderzoek bij mensen uit het leger?
    Veel kleine beschadigingen van de hersenen kunnen onderzocht worden
  • Waarvoor zijn psychometrische tests?
    tests waarmee je verschillende mentale vaardigheden kan ontwikkelen
  • Wat houdt mass action in?
    Eigenlijk hetzelfde als action propere: het idee van een geïntegreerd systeem, het idee van functie differentiatie en lokalisatie  wordt verworpen.
  • Wat zijn de 5 problemen bij het interpreteren van de relatie tussen hersenstructuren en functie-uitval?
    1.Diaschisis,
    2.compensatie,
    3.interfererende stoornissen,
    4.Abnormaal brein (ziekte of afwijkende ontwikkeling)
    5.Slecht ontwikkeld concept van functielocalisatie
  • Wat houdt Diaschisis in?
    Afstandseffecten, Een hersenbeschadiging kan wel degelijk effect op afstand hebben
  • Wat zijn de oorzaken van afstandseffecten (diaschisis?)
    1.Secundaire schade na een hersentrauma (bv. Bloedingen of infecties)  informatie stromen kunnen ook anders lopen door deze beschadigingen
    2.Neuronale reorganisatie kan de informatiestroom veranderen waardoor processen anders verlopen.
    3.Focale laesies kunnen aanpalende hersenstructuren diffuus beschadigen (littekenweefsel)
    4.Focale laesies kunnen metabolische verandering tot gevolg hebben die ver buiten de laesie het hersenweefsel kunnen aantasten. (bv. Na een lacunar infarct.)
  • Klein lacunar infarct (propje in bloedvat, heeel klein) kunnen effecten op afstand hebben.
  • Bij patienten met een lacunar infarct was de N-acetyl-aspartate/creatine ratio verminderd tov controle groep. Deze vermindering was significant gecorreleerd met het niveau van cognitief functioneren.
  • Wat houdt het probleem compensatie in?
    Een testprestatie reflecteert niet altijd de mate waarin een patient een bepaalde mentale vaardigheid bezit die de test pretenteert te meten. Misschien meet je de compensatie strategie die de patient heeft ontwikkeld om met zijn stoornis om te gaan. Er kan ook een andere basis van het probleem zijn dan je denkt (bijv anosognosie).
  • Wat is een voorbeeld van een compensatie techniek door de patient?
    Een truc verzinnen om met zijn stoornis om te gaan (bijv een verbale taak uit te voeren met perceptie)
  • Wat houdt Anosognosie in?
    ontkenning van stoornis. (de rest van de types hiervan hoef je niet te kennen) kan heel selectief zijn als een patient meerdere stoornissen heeft (kan stoornis selectief probleem zijn)
  • Wat is nog onzeker over de oorzaak van anosognosie?
    Of het een psychodynamische compensatoire stoornis is of een stoornis in het bewustzijn wat veroorzaakt is door hersenschade
  • Welke 4 dingen moet je onderscheiden voor anosognosie?
    1.Tijdpad: anosognosie is er gelijk nadat de patient weer bij bewustzijn is,
    2.gerelateerd aan hersenschade,
    3.calorische stimulatie (kijken of het vestibulaire reflexie systeem nog heel is) de anosognosie verdwijnt wanneer je de patienten met ijswater in het oor geeft (verdwijnt het stilstaan van de omgeving wanneer je je hoofd beweegt zorgt voor misselijkheid.
    4.Dissociaties: Hoe groter de impact van het trauma, hoe groter de kans is dat de patient vindt dat er ontkenning is.
  • Wat houdt het probleem Interfererende stoornissen in? 
    Er is bijna altijd comorbiditeit. Emotionele en executieve stoornissen zijn moeilijk vast te stellen maar kunnen belangrijke gevolgen hebben voor het mentaal functioneren. Subtiele stoornissen kunnen substantiele gevolgen hebben op hogere-orde functies.
  • Wat betekent metamorphopsia?
    Verwrongen waarnemen van de visuele wereld. (hond anders zien en weten dat het niet zo hoort). Veroorzaakt door stoornissen in de primaire visuele systeem.
  • Wat houdt het probleem van een Abnormaal brein in?
    De relatie tussen hersenschade en mentale functie-uitval is niet in elke patient vergelijkbaar. Waren de hersenen voordat de schade optrad (premorbide) normaal?
    1.Eerdere schade kan invloed hebben (epileptisch brein kan chirurgie hebben ondergaan voordat bijv. het ongeluk gebeurde)
    2.Extreme functieorganisatie: Bij een paar gevallen kan het zo ernstig zijn dat een unilaterale schade al de oorzaak kan zijn.
    3.Er kunnen ook ontwikkelingsafwijkingen zijn (onderzoek moet gerepliceerd worden)
  • Wanneer splitbrain wordt toegepast bij epilepsie: dan kan de focale aanval niet doorzetten in bilateraal.
  • Wat zijn de 5 discussie punten over het Slecht ontwikkeld concept van functielokalisatie?
    1.Theoretisch raamwerk
    a.Overall concept (modulen vs netwerken vs mass action)
    b.Individuele verschillen (anatomie en functie)
    2.Punt vs verdeelde lokalisatie (V2 vs grandmother cellen)
    3.Overlappende lokalisatie
    4.Complexe organisatie
    a.In de tijd: bijv lange termijn geheugen
    b.In de ruimte: bijv. binding van visuele informatie
    5.Plasticiteit 
  • Productie perceptie en semantisch begrip (model van lichtheim) bij theoretisch raamwerk: overall concept.
  • Wat zijn als voorbeeld individuele verschillen bij het theoretisch raamwerk in het slecht ontwikkeld concept probleem?
    Je moet niet zeggen dat zit daar (kan bij iedereen net ergens anders zitten in het brein).
    Broca’s area: in 20% van de gezonde mensen kan je het gebied van Broca niet op dezelfde plek vinden.  Bij linkshandigen voor 30% in rechterhemisfeer en bij rechtshandigen meestal in linker hemisfeer. Kunnen wel kijken op welke locatie het gebied dan nog meer kan zitten. 
  • Wat houdt punt vs verdeelde lokalisatie in?
    meerdere cellen vuren even hard bij een bepaalde stimulus, maar hoe zit het met de georganiseerde cellen? 
  • Wat houdt overlappende lokalisatie in?
    Bepaalde hersengebieden worden verantwoordelijk gehouden voor zeer diverse functies. Bijv de laterale frontaalkwab wordt verantwoordelijk gehouden voor executieve functies, emotie, korte-termijn geheugen en taal. 
  • Wat houdt complexe organisatie in?
    Dat het ook afhangt van bijvoorbeeld de nieuwheid van een bepaalde stimulus welk hersengebied wordt geactiveerd of dat het bijv in het lange termijn geheugen wordt opgeslagen en hierdoor dus de activatie van hippocampus naar de cortex verschuift.
    o  Wanneer een taak een automatische taak werd, werd het door een ander hersengebied uitgevoerd. Complexe organisatie afhankelijk van expertise.

    oAls je apen iets nieuws leert maar dan hippocampus beschadigd verstoor je het leerproces. Wanneer je na 3 maanden de hippocampus beschadigd zie je geen effect meer want deze is nu opgeslagen in de neocortex.
    oLocatie van geheugen ligt aan leeftijd van geheugending (herinnering/leerstof)
  • Wat houdt plasticiteit in in het slecht ontwikkeld concept?
    oLeerprocessen (niet alleen synapsen etc) maar ook in hersengebieden kunnen worden gezien. (groter duimgebied op de motorcortex door met je duimen typen)
    oVerhoogd hippocampaal volume bij taxichauffeurs in Londen.
    oVeranderingen in de motorische cortex, cerebellum en basale ganglia na het leren van opeenvolgende vingerbewegingen
    oVerhoogd volume grijze stof in de primaire somatosensorische cortex na herhaalde somatosensorische stimulatie van een vinger
  • Plasticiteit is afhankelijk van neurogenese, synaptische veranderingen, dendritische vertakkingen en axonale “sprouting”, evenals veranderingen in gliacellen en morfologie.
  • Wat is het verschil tussen structurele schade en diffusie schade?
    Structurele schade (hierbij is het niet meer te herstellen door plasticiteit) is een laesie in het brein.
    diffusie schade: kapotte axonen, maar weefsel is er nog wel. (hierbij kunnen trainingen de schade herstellen)
  • Ramon y cajal: hoe kan het hersenvolume constant blijven als er een vermenigvuldiging en zelfs nieuwe vorming van dendrieten, axonen en zelfs neuronen optreed als gevolg van mentale activiteit?
  • Hoe zit het met de plasticiteit in patienten met dementie, beroerte, traumatisch hersenletsel, tumor, encefalitis?
    oBij dementie: geen tekenen van verbetering
    oBij beroerte: lage overlevingskans en hoge comorbiditeit
    oBij traumatisch hersenletsel: de meeste onderzoeken laten goed lichamelijk herstel zien maar vertonen hardnekkige neuropsychologische gevolgen.
    oBij tumor: sporadische rapportages van lange termijn verbeteringen.
    oBij encefalitis: een ziekte die jonge mensen kan treffen en die chronische stabiele schade aan de hersenen veroorzaakt.
  • Semantisch geheugen voor opnoemen van levende dieren veel slechter bij een bepaalde patient dan bij niet levende dingen (beroepen, kleding, meubels).  dit was 40 jaar later ook het geval. Waarschijnlijk structurele schade, waardoor er geen plasticiteit optrad.
  • Bij structurele schade minder kans dat plasticiteit het kan verhelpen.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.