Summary Class notes - Klinische Psychologie I

Course
- Klinische Psychologie I Deel II
- Henk T. van der Molen, Ellin Simon
- 2018 - 2018
- Open Universiteit
- Psychologie
348 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

PREMIUM summaries are quality controlled, selected summaries prepared for you to help you achieve your study goals faster!

Summary - Class notes - Klinische Psychologie I

  • 1534543200 Moeilijke woorden gehele boek

  • Redundante
    Overtollig
  • Affectief
    Gevoelsleven
  • Preoccupatie
    geprefereerde bezigheid
  • Mediëren
    Middelen
  • Acquisitie
    Aanleren van gedrag
  • Analogie
    Overeenstemming / overeenkomst
  • Ambivalentie
    Tegenstrijdige gevoelens
  • Mentaliseren
    Het vermogen om op een psychologische wijze naar zichzelf te kijken en over zichzelf te reflecteren.
  • Gradueel
    Trapsgewijs
  • Echolalie
    Het dwangmatig herhalen van woorden
  • Prevalentie
    Het percentage van de bevolking op een bepaald moment met een bepaalde aandoening, ziekte, enz.
  • Divergentie
    Van elkaar afwijken
  • Tremor
    Het trillen van armen en benen
  • Lethargie
    Ziekelijke slaaplust; toestand van bewusteloosheid na een uitputtende ziekte, of toestand van geestelijke ongevoeligheid en inactiviteit.
  • preoccupatie
    geprefereerde bezigheid
  • Somatisch
    Lichamelijk
  • Iatrogene schade
    Inwendige chemische processen binnen de mens en dier. Effecten bij een cliënt die optreden ten gevolge van het handelend optreden (zoals medicijnwerking en suggestie) van de behandelaar zoals arts of psychotherapeut
  • Restoratieve
    Herstellende
  • Rumineren
    Het herhaaldelijk en langdurig denken over je gevoelens en problemen
  • Pervasief
    Diep doordringend
  • Coping
    De manier waarop iemand met problemen en stress omgaat
  • Anhedonie
    Verlies van interesse en plezier
  • Predispositie
    natuurlijke geschiktheid

    bv eetstoornis: cultuurinvloed, gezinsmilieu, persoonlijkheid, fysieke toestand
  • Precipiterende factoren
    uitlokkende factoren
  • Perpetuerende factoren
    Factoren die het gestoorde gedrag in stand houden.
  • Intramuraal
    wat binnen de muren van een gezondheidsinstelling plaats vindt.
  • Incoherentie
    verwardheid
    onsamenhangendheid van gedachten
  • Confabuleren
    is een stoornis in het geheugen, waarbij iemand overdreven, gefantaseerde of onware verhalen vertelt. De gedragingen lijken op pseudologia phantastica of pathologisch liegen, maar er is geen sprake van opzettelijk liegen.
  • Arbitrair
    Willekeurig
  • Prodromale fase
    Voortekenen van de ziekte
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Dialectische gedragstherapie
Gaat uit van de aanname dat borderline patiënten een aantal vaardigheden mist, waaronder;
  • intermenselijke contacten (vaardigheden)
  • zelfregulering
  • emotieregulering
  • frustratietolerantie 


Therapie bestaat uit individuele sessies als groepsessies als telefoonconsulten.
Mentalisatiegebaseerde behandeling
Het leren herkennen van het menselijke gedrag van zowel jezelf als van een ander.
Een beter zelfbeeld creëren voor voornamelijk borderline patiënten.
Schematherapie
Bestaande uit; 
  • cognitieve therapie
  • experimentele therapie
  • interpersoonlijke therapie
  • gedragstechnieken


heeft als doel om het gezonde, volwassen deel van cliënten te laten ontwikkelen en de plaats te laten innemen van de kinderlijke, immature responsen.

Goede resultaten bij borderline!
Ook bij cluster C, narcistische en paranoïde patiënten was er sprake van minder drop-out!
Therapeutische alliantie
Therapeutische verbondenheid. Een goed verstandhouding / kwaliteit tussen therapeut en cliënt.
Collaterale informatie belangrijk bij persoonlijkheidsstoornis
Ook via andere wegen informatie verkrijgen.
Helemaal bij antisociale persoonlijkheidsstoornis, deze kan pathalogisch liegen en zeggen dat voor het 15 jaar niets illegaals is gedaan, echter dat er wel een strafblad is van voor die tijd.
Egosyntoon
cliënt ziekt de stoornis als onderdeel van zichzelf, het hoort gewoon bij hem.
Cluster C
Angst cluster
  • afhankelijke persoonlijkheidsstoornis (denken niet voor zichzelf te kunnen zorgen en daarom altijd anderen om zich heen willen hebben)
  • vermijdende persoonlijkheidsstoornis (sociale situaties mijden door angst tekort te schieten, geen nieuwe contact of situaties durven aan te gaan)
  • dwangmatige persoonlijkheidsstoornis (gericht op details, orde, organisatie, lijstjes en schema's zodanig dat het doel uit het oog wordt verloren.
Cluster B
Impulsieve dramatische of emotionele cluster
  • Borderline-persoonlijkheidsstoornis (meest complexe stoornis met waaier aan symptomen en snelle fluctuaties)
  • Histrionische-persoonlijkheidsstoornis (theatrale persoonlijkheidsstoornis, buitensporige emotionaliteit en aandacht vragen)
  • narcistische-persoonlijkheidsstoornis (zichzelf als uniek zien en verwachten dat anderen dat ook doen - grootheidswaanzin)
  • antisociale-persoonlijkheidsstoornis  (sterk gebrek aan achting voor en schending van rechten van anderen, aanwezig vanaf 15 jaar, impulsief - oneerlijk - prikkelbaar)
Cluster A
Het vreemde, excentrieke cluster
  • paranoïde persoonlijkheidsstoornis (diep wantrouwen en achterdocht naar andermans motieven)
  • Schizoïde persoonlijkheidsstoornis (Geen behoefte en plezier hebben aan hechte relaties)
  • Schizotypische persoonlijkheidsstoornis (Onvermogen sociale relaties aan te gaan, betrekkingsideeën (ze praten over mij), magisch denken e.d.)
Polythetisch classificatiesysteem
Iemand een specifieke persoonlijkheidsstoornisdiagnose krijgt als er een bepaald minimum aantal criteria wordt voldaan.