Summary Class notes - Langdurige zorg intro

Course
- Langdurige zorg intro
- 2019 - 2020
- Viaa
- Opleiding tot Verpleegkundige
269 Flashcards & Notes
1 Students
  • This summary

  • +380.000 other summaries

  • A unique study tool

  • A rehearsal system for this summary

  • Studycoaching with videos

Remember faster, study better. Scientifically proven.

Summary - Class notes - Langdurige zorg intro

  • 1603231201 Organisatie van de maatschappelijke gezondheidszorg

  • Wat is de publieke gezondheidszorg, waar houdt het zich mee bezig en wanneer wordt dit ingezet?
    Het vakgebied dat zich bezighoudt met de volksgezondheid en de bijbehorende maatregelen om de volksgezondheid te bevorderen. Het is de zorg gericht op gezondheid van de samenleving. 
    Preventie speelt hierbij een rol vooral de universele en selectieve preventie. Het kan gekarakteriseerd worden als zorg die:
    - Collectief door de overheid wordt georganiseerd;
    - Actief en deels ongevraagd wordt aangeboden;
    - Een sterk accent legt op preventie.
  • Wie is de spil in Nederland van de publieke gezondheidszorg op lokaal niveau?
    • De GGD (Gemeentelijke of gemeenschappelijke gezondheidsdienst).
    • Het werk van de GGD wordt ook wel openbare gezondheidszorg genoemd.
  • Hoe staat de publieke gezondheidszorg beschreven in de Wet Publieke Gezondheidszorg (WPG) en wat zijn de drie kerntaken?
    • 'de gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkomen en het vroegtijdig opsporen van ziekten'
    • 3 kerntaken: beschermen, bewaken en bevorderen.
  • Wat is de definitie van Lambroes (2014) over publieke gezondheidszorg?
    'Het bevorderen van de volksgezondheid, door collectieve interventies gericht op gezondheidsbescherming, gezondheidsbevordering of ziektepreventie.
  • Wat zijn de kenmerken van publieke gezondheidszorg?
    • Vooral sprake van maatschappelijke hulpvraag;
    • Aanleiding om in actie te komen, niet alleen bij problematiek zelf, maar ook bij zichtbare of voelbare gevolgen in de samenleving, zoals overlast van drugs/alcohol, uitbraak infectieziekten of (ongewenst) tienerzwangerschappen.
    • Kwetsbaren in de samenleving en specifieke risicogroepen krijgen extra aandacht, zoals:
    • - kwetsbaren;
    • - kinderen uit kwetsbare milieus;
    • - jongeren met risicovol gedrag, bijv. alcoholmisbruik;
    • - volwassen met verhoogde kans op chronische ziekten;
    • - arrestanten; 
    • - asielzoekers.
  • Hoe is de eerstelijnszorg georganiseerd?
    • Eerste aanspreekpunt voor mensen die een probleem hebben met hun gezondheid. 
    • Alle eerstelijnszorg is vrij toegankelijk, verwijsbrief van arts is niet noodzakelijk om geholpen te worden
    • Het gaat om basisgezondheidszorg die bij mensen in hun eigen leefomgeving, in de buurt of bij hen thuis geleverd wordt.
    • Goede eerstelijnszorg kan voorkomen dat mensen onnodig beroep doen op duurdere tweede of derdelijns.
    • Veel ondernemingen in de eerste lijn zijn beroepsmatig en monodisciplinair (dus per discipline) georganiseerd, bijv. huisarts, tandarts, verloskundige, psychologische, maatschappelijke, jeugd- en thuiszorg
  • Hoe is de thuiszorg georganiseerd?
    • Verzorging en verpleging thuis (extramuraal) tijdelijk of blijvend
    • Voor mensen die niet of tijdelijk niet voor zichzelf kunnen zorgen, als gevolg van een (chronische) ziekte, of handicap, na behandeling ziekenhuis of ouderdom
    • Belangrijk doel: Bevorderen van gezondheid en voorkomen van ziekte.
    • Cliënt wordt gestimuleerd zo veel mogelijk zelf te doen of via familie/kennissen
    • Cliënt en mantelzorgers worden ondersteund door een vrijwilliger, professional die de zorg (tijdelijk) overneemt of door geven van advies en voorlichting
  • Uit welke 'producten' bestaat de zorg thuis
    • Verpleging: verbinden wond, toedienen injectie
    • Persoonlijke zorg:  hulp bij wassen/aankleden
    • Huishoudelijke verzorging: hulp schoonhouden woning leefomgeving
    • Begeleiding: hulp organisatie huishouden, administratie
    • Gespecialiseerde verzorging: bij cltn met psychosociale problematiek, stervensbegeleiding
  • Verpleegkundige zorg is opgenomen in Zvw (Zorgverzekeringswet) wat houdt dit in?
    • Vpk-handelingen
    • Coördineren
    • Signaleren
    • Coachen en/of instrueren van mantelzorgers
    • Preventie
    • Casemanagement      
    • Verzorgende handelingen (wassen, aankleden)
  • Wat is de taak van de wijkverpleegkundige
    • Het leveren van verzorging en verpleging bij mensen thuis die tijdelijk of blijvend zorg nodig hebben. Als gevolg van (chronische) ziekte of handicap, na een behandeling in het ziekenhuis of vanwege ouderdom.
    • De wijkverpleegkundige is een generalist die kennis heeft van care, cure, welzijn en preventie. Het takenpakket is breed. Er wordt basiszorg geboden, complexe handelingen uitgevoerd, de zorg wordt gecoördineerd en de zorg geregisseerd. De wijkverpleegkundige stimuleert samenwerking tussen lokale partijen, organiseert groepsgerichte activiteiten en onderneemt cliëntgebonden activiteiten. Preventief werken is belangrijk.
  • Waar is het wijkteam op gericht?
    Het wijkteam richt zich op sociale vraagstukken uit de wijk, zowel collectieve vragen voor de gehele wijk als individuele vragen, op elk denkbaar vlak dat te maken heeft met het woonklimaat zoals wonen, werk, zorg, vrije tijd, leefbaarheid, voorzieningenniveau enzovoorts.
  • 1603317601 Diabetes mellitus en farmacologie en Zingeving

  • Wat is Diabetes Mellitus?
    • Is een chronische ziekte waarbij endogene en exogene factoren (obesitas, leeftijd, infectie, zwangerschap en erfelijkheid) een rol spelen. = Systeemziekte
    • Er is sprake van een disbalans tussen voeding, lichamelijke activiteit en hormonale activiteit met als gevolg te hoog bloedsuikergehalte.
    • Er sprake van een niet-gereguleerde bloedsuikerspiegel door een absoluut of relatief insulinetekort (onvoldoende productie en/of activiteit van het hormoon insuline) met als gevolg een gestoorde stofwisseling. = Stofwisselingsziekte. Daarnaast is het mogelijk dat lichaamsvetten worden afgebroken met als gevolg overmaat aan vetzuren die aanleiding geven tot vetverzuring (acidose).
    • Betekend letterlijk: zoete doorloop. Zoet slaat op hoeveelheid glucose in urine en doorloop heeft betrekking op enorme hoeveelheid urine die geproduceerd wordt.
  • Welke typen diabetes zijn er?
    1. Diabetes mellitus type 1 (IDDM) -> Insuline afhankelijk, auto-immuunziekte, de alvleesklier maakt geen insuline/niet werkende insuline aan. Treedt op bij jongvolwassenen. De aandoening ontstaat acuut en kan levensbedreigend zijn. Er is een ernstig tekort aan insulinesecretie als gevolg van de vernietiging van de eilandjes van Langerhans van de pancreas. Erfelijke aanleg en omgevingsfactoren, zoals virusinfecties, hebben er vermoedelijk mee te maken.
    2. Diabetes mellitus type 2 (NIDDM)->Niet insuline afhankelijk, relatief insuline tekort, alvleesklier maakt minder aan/weefsels zijn ongevoelig voor de werking.
    3. Zwangerschapsdiabetes -> Tijdens de zwangerschap, verdwijnt nadien weer. Verhoogde kans op terugkerend als DM type II op latere leeftijd. Oorzaken: obesitas, erfelijke factoren, ouder worden.
    4. Corticosteroïd geïnduceerde hyperglycemie -> Verhoogde bloedsuikers t.g.v. van gebruik van corticosteroïden
    5. Pancreasinsufficiëntie ->Ten gevolge van alcoholmisbruik, steenvorming
    6. Metabool syndroom bij antipsychoticagebruik.
  • Wat houdt gluconeogenese in
    • Betekent het opnieuw geboren worden (vormen) van glucose.
    • Als het lichaam koolhydraten binnen krijgt dan worden deze koolhydraten in de vorm van glucose in de mitochondriën verbrand.
    • Glucose dat niet wordt verbrand wordt in de vorm van glycogeen opgeslagen in de cellen. 
    • Zijn alle glycogeenvoorraden vol dan wordt de rest van het overtollige glucose in de lever omgezet in vet.
    • Op het moment dat het lichaam behoefte heeft aan glucose wordt in de lever vet omgezet tot glucose.
    • Dit productieproces van glucose uit vetten heet gluconeogenese.   
  • Wat is het glycogenese proces?
    • Is het proces dat zorgt voor de vorming van glycogeen.
    • Glucose wordt door middel van het hormoon insuline omgezet in glycogeen. 
    • Glycogeen wordt vooral opgeslagen in de lever en skeletspieren.
  • Wat houdt het Glycogenolyse proces in?
    • Het proces waarbij glycogeen wordt afgebroken en omgezet in glucose. 
    • Glycogenolyse vindt plaats in de spieren en de lever. 
    • Glycogeen wordt door het hormoongestuurde enzym insuline opgeslagen in de lever en wordt weer omgezet in glucose door glucagon. 
    • De glycogenolyse wordt bij lage bloedsuikerconcentraties in gang gezet door een amide (scheikundige verbinding) van de alvleesklier.
  • Wat is en doet glucose?
    • Eindproduct van de koolhydraatstofwisseling (van bijv. zetmeel)
    • Brandstof:
    1. hersenen (exclusief)
    2. spieren
    3. andere lichaamscellen
    • Bouwstof:
    1. opbouw celbestanddelen
  • Wat houdt de endocriene functie van de alvleesklier in?
    • Hormonale functie.
    • Verdeeld over de hele pancreas liggen groepjes gespecialiseerde cellen (klierweefsel zonder afvoerbuisjes) de zgn Eilandjes van Langerhans. Deze kliertjes geven hun hormoon direct af in het bloed.
    • Het endocriene pancreas scheidt Insuline en Glucagon uit die voornamelijk betrokken zij bij het regelen van de bloedsuikerspiegel (glycemie).
  • Welke 3 hoofdtypen cellen bevatten De eilandjes van Langerhans?
    1. Alfacellen, die glucagon afscheiden
    2. Bètacellen, die het talrijkst zijn en insuline afscheiden
    3. Gammacellen, die somatostatine afscheiden
  • Wat is een normale bloedsuiker?
    • Normale bloedsuiker ligt tussen 3,5 en 8 mmol/L, wordt voornamelijk bestuurd door de aan elkaar tegengestelde werkingen van insuline en glucagon.
  • Wat is de werking van insuline?
    • Betrokken bij regulering van de glycemie (bloedglucosespiegel).
    • Verlaagd de bloedsuiker:
    • Is een polypeptidehormoon en wordt aangemaakt door de eilandjes van Langerhans. 
    • Vervult verschillende taken, voornaamste taak verminderen van de glucoseconcentratie in het bloed. 
    • Door synthese (samenstelling) van glycogeen in spier- en levercellen te bevorderen
    • Zorgt er ook voor dat glucosereceptoren van de cellen werken, waardoor de cellen glucose kunnen opnemen.
  • Wat is de werking van glucagon?
    • Betrokken bij regulering van de glycemie.
    • Is polypeptidehormoon, maar heeft een werking die tegenovergesteld is aan de werking van insuline.
    • Verhoogd de bloedsuiker.
    • Wordt ook aangemaakt in de alvleesklier
    • Stimuleert de afbraak van glycogeen tot glucose om zo bloedsuikerspiegel te verhogen.
    • Ook worden andere stoffen vrijgemaakt, zoals aminozuren uit eiwitten en glycerol uit vet. De stoffen kunnen later worden aangesproken in de glucosegenese
  • Hoe wordt de bloedsuikerspiegel gereguleerd?
    • Insuline en glucagon regelen samen de bloedsuikerspiegel.
    • Insuline zorgt ervoor dat je lichaam glucose uit het bloed kan halen.
    • Glucagon doet het tegenovergestelde: het zorgt ervoor dat opgeslagen suiker in de lever vrijkomt als de bloedsuikerspiegel te laag is, hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel weer.
  • Wat doet het hormoon Adrenaline?
    • Is ook van invloed op de bloedsuikerspiegel.
    • Komt erg veel vrij bij angst en stress, maar ook bij woede, kou, hitte, pijn en fysieke arbeid.
    • Ook wel het vecht- en vluchtsyndroom genoemd.
    • Stimuleert processen ten behoeve van de dissimilatie (stofwisselingsproces). Zo wordt de hartslagfrequentie verhoogt, worden de slagadertjes verwijd, worden de bronchiën verwijd en wordt de afgifte van glucose aan het bloed door de lever bevorderd.
    • Het glucosegehalte in het bloed zal dus toenemen.     
  • Wat is het ontstaan en zijn de symptomen van DM type 1
    • Erfelijkheidsfactor en virusinfectie.
    • Sprake van een auto-immuunziekte.
    • Het immuunsysteem keert zich tegen de beta-cellen in de pancreas. Deze betacellen zijn verantwoordelijk voor de productie van insuline. Wanneer deze cellen voor 90% vernietigd zijn, ondervind je de symptomen van diabetes.
    • Insuline afwezig
    • Beheersbaar via spuiten of insulinepomp.
    • Behandeling door subcutaan insuline.
  • Wat is het ontstaan en zijn de symptomen van DM type 2?
    • Insuline resistentie. Te weinig insuline of het lichaam reageert er niet op. Lichaamscellen nemen geen glucose meer op bloedsuiker wordt niet opgenomen, bloedsuiker blijft hoog.
    • ongezond eetpatroon, weinig bewegen en overgewicht vergroten het risico op diabetes. 
    • Bij overgewicht neemt de kans op insulineresistentie toe. 
    • Leeftijd, erfelijkheid en aangeleerde gewoontes spelen een rol bij het ontstaan van diabetes. 
    • Ook zwangerschap kan diabetes uitlokken.
    • 90% van de gevallen.
    • Medicijnen (orale antidiabetica), gezonde voeding, dieet en beweging kunnen helpen suikers naar beneden te halen. Soms subcutaan insuline.
    • Kans op Hyperosmolaire hyperglycemische syndroom HHS (ernstige hyperglykemie met dehydratie).
  • Wat is de relatie tussen DM en insuline?
    Diabetes ontstaat als lichaam minder gevoelig is geworden voor insuline of doordat lichaam te weinig insuline aanmaakt.
    Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat het lichaam glucose kan opnemen in de cellen. Insuline wordt gemaakt door bètacellen in de alvleesklier.
  • Wat zijn de symptomen van een Hyperglykemie > 15mmol/liter
    • Dorst
    • Polyurie
    • Droge mond
    • Vermoeidheidsklachten
    • Vaag en wazig zien
    • Snel en diep ademhalen/kussmaul ademhaling
    • Ademhaling die naar aceton ruikt oftewel zoete appeltjesgeur
  • Wat zijn de symptomen van een Hypoglycemie < 4 mmol/liter
    • Tachycardie
    • Transpireren
    • Hoofdpijn
    • Tremoren
    • Dysartrie (moeilijk woorden uit kunnen spreken)
    • Wisselende stemmingen
    • Sufheid
  • Wat zijn symptomen van een hyperglykemie en hoe uit dit zich bij type 1
    Hyperglykemie: verhoogde kans op infecties, UWI, schimmelinfecties bij vagina en glanspenis.

    • ondanks goed eten, vermageren. Dit is te wijten aan het feit dat door de uitscheiding van de glucose veel energie verloren gaat. Hierdoor gaat het lichaam over op vetverbranding en vermagert de patiënt. Bij een verhoogde vet verbranding ontstaan ketonen, dit zijn zuren.
    • Bij een ernstige hyperglykemie zal het lichaam verzuren, er is sprake van een lage pH van het lichaam (<7,25), een metabole acidose. Het lichaam zal proberen de vetzuren te compenseren door via de ademhaling koolzuur uit te ademen, respiratoire compensatie.  
  • Wat zijn symptomen van een hyperglykemie en hoe uit dit zich bij type 2?
    gewichtsverlies blijft uit of wordt verdoezeld door het overgewicht.
  • Wat zijn de oorzaken van hyperglykemie en hoe kan hyperglykemie voorkomen worden?
    Oorzaken kunnen zijn:
    • Eten of drinken van teveel suikers of koolhydraten
    • Niet op tijd of onvoldoende medicijngebruik.
    • Minder lichaamsbeweging dan gebruikelijk
    • Stress
    • Ziekte
    • Gebruik van glucose verhogende medicijnen (prednison)

    Voorkomen hyperglykemie
    • Op tijd eten, d.w.z. geen maaltijden overslaan en niet veel later eten dan gewoonlijk
    • Therapietrouw
    • Bij zwaar sporten: voedingsintake ophogen
    • Alcoholgebruik kan ook een hypo tot gevolg hebben.

    Niet ingrijpen bij een hyperglykemie kan leiden tot een hypoglycemisch coma. Het behandelen van een hypoglycemisch coma bestaat uit het toedienen van noodzakelijk hoeveelheden insuline, vocht en het herstellen van de vitale functies.
  • Waar is sprake van bij hypoglykemie, wat zijn oorzaken, hoe kan hypoglykemie voorkomen worden en wat gebeurt er als niet wordt ingegrepen?
    Sprake van te laag glucosegehalte in het bloed.
    Oorzaken kunnen zijn:
    • Teveel insuline gespoten
    • Overdosering van orale glucose verlagende medicatie
    • Niet of niet tijdig eten.
    • Braken of diarree
    • Extra energie verbruikt
    • Stress, infectie, operatie, wijziging leefgewoonten invloed op insulinebehoeften hebben.

    Voorkomen hypoglykemie:
    • Op letten wat gegeten en gedronken wordt
    • Regelmatig bewegen
    • Zorgvuldig omgaan met medicatie
    • Als iemand zich niet lekker voelt: stop niet met tabletten of medicatie.

    Bij niet ingrijpen bij hypoglykemie kan dit leiden tot een hypoglycemisch coma. Als patiënt nog kan eten dan druivensuikertabletten geven. Daarna wat lang werkends te eten zoals een boterham met kaas.
  • Wat is diabetische ketoacidose?
    • Bij hyperglycemie
    • Acidose = verzuring.
    • Er is sprake van een niet-gereguleerde bloedsuikerspiegel door een absoluut of relatief insulinetekort. 
    • Het lichaam kan de glucose niet opnemen in het bloed, ook al is er sprake van een hoge waarde. 
    • Het lichaam zoekt een andere brandstof om energie te krijgen en gaat vetten verbranden. Daarbij komen afbraakstoffen vrij: ketonen. Deze ketonen verzuren letterlijk het bloed: ketoacidose. De bloedglucosewaarde waarbij een ketoacidose kan optreden, is per persoon verschillend.
  • Wat zijn de oorzaken, symptomen en gevolgen van diabetische ketoacidose?
    Oorzaken voor een hyperglycemie bij een inmiddels gediagnosticeerde patiënt kunnen zijn:
    • Eten of drinken van te veel suiker of koolhydraten
    • Niet op tijd, of onvoldoende medicijnengebruik
    • Minder lichaamsbeweging dan gebruikelijk
    • Stress
    • Ziekte
    • Gebruik van glucose-verhogende medicijnen.


    De symptomen zijn:
    • Veel dorst, veel plassen: de nieren gaan glucose uitscheiden. Door de glucose-uitscheiding wordt veel vocht aan het lichaam onttrokken. Er is dan sprake van Polyurie. Het gevolg daarvan is dat de cliënt een enorm dorstgevoel ontwikkelt en veel gaat drinken.
    • Droge mond
    • Moe, slaperig
    • Hoofdpijn
    • Wazig zien
    • Buikpijn
    • Spierpijn
    • Misselijk en/of braken
    • Adem ruikt zoetig of naar aceton
    • Snelle, diepe ademhaling (Kussmaul)
    • Snelle hartslag 
    • Versuft zijn.

    De gevolgen:
    Ketoacidose is niet zonder gevaar. Je kunt ervan in coma raken of zelfs overlijden (0,2% van de gevallen).
    Bij kinderen kan hersenoedeem ontstaan. Behandeling:
    • Toediening van snelwerkende insuline
    • Veel water drinken
    • Niet sporten!
    • Indien nodig: een infuus met glucose en met insuline
  • Wat zijn symptomen van Ketoacidose?
    • Toenemende acidose door ophopende ketozuren;
    • Toenemende hypoglykemie;
    • Hyperventilatie;
    • Verzuring van de urine;
    • Polyurie omdat renale drempelwaarde voor glucose is overschreden;
    • Uitdroging en hypovolemie (verlaagde RR en verhoogde pols);
    • Verstoring elektrolytenevenwicht, gepaard met vochtverlies, hyponatriëmie en hypokaliëmie;
    • Verwardheid, coma, overlijden.
  • Wat is oorzaak en symptomen van hypoglycemisch coma?
    Er is sprake van een te laag glucosegehalte in het bloed <4mmol/l. 
    1. Bij meer insulinetoediening dan nodig om voedselinname en energieverbruik in evenwicht te houden. Treedt plotseling op kan komen door:
    • Abusievelijke overdosis insuline;
    • Te laat eten na insulinedosering;
    • Alcohol drinken op lege maag;
    • Intensieve lichaamsbeweging.
    2. Door insuline producerende tumor, vooral als deze het hormoon in opstoten produceert. Doordat de neuronen voor energiebehoefte meer dan andere cellen afhankelijk zijn van glucose, verstoort glucosegebrek de neurologische functies, wat leidt tot coma en bij te lang wachten tot onomkeerbare schade.
    Algemene symptomen:
    • Sufheid;
    • Wisselende stemming (opgewonden/geïrriteerd/afwezig)
    • Hoofdpijn;
    • Transpireren;
    • Tremoren;
    • Snelle hartslag (tachycardie);
    • Spraakproblemen (dysartrie = moeilijk uit woorden komen);
    • Nervositeit.
    Zonder behandeling kan dit snel overgaan in coma.
  • Welke medicatie voor patiënten met DM zijn er?
    Insuline:
    • Superkort werkende insuline (kortwerkende insulineanaloga) die direct vóór de maaltijd of soms meteen erna wordt gebruikt (aspart, glulisine en lispro). Deze insuline werkt vier tot vijf uur.
    • Kort werkende insuline (gewone, zogenoemde ‘regular’ insuline) die een halfuur tot kwartier vóór de maaltijd wordt gebruikt (actrapid, humuline, insuman rapid). Deze insuline werkt zes tot acht uur.
    • Middellang werkende insuline (matig langzaam opgenomen) die bijvoorbeeld ’s avonds wordt gebruikt (NPH-insuline, insulatard). Deze insuline heeft het maximale effect pas na 4-8 uur en werkt daarna nog een paar uur door.
    • Langwerkende insuline (zeer langzaam opgenomen insuline) die heel geleidelijk werkt voor ongeveer een dag (insuline glargine en detemir).
    • Mix-insulines zijn combinaties van de andere insulinesoorten. Ze worden meestal twee keer per dag gebruikt, vóór het ontbijt en vóór de avondmaaltijd (bijvoorbeeld humuline NPH, lispro/lispro protamine, aspart/aspart protamine, novomix).
    Tabletten:
    • Metformine. Zorgt ervoor dat de lever minder bloedsuiker aanmaakt. Het heeft ook een goede invloed op de bloedvaten. Bijwerkingen kunnen zijn misselijkheid, braken, diarree, buikpijn en verlies van eetlust. Er lijkt ook een  relatie te bestaan tussen langdurig gebruik van metformine en vitamine B12-tekort.
    • Sulfonylureumderivaten: bijv. tolbutamide, gliclazide, glimepiride, en glibenclamide. Deze middelen zorgen ervoor dat de alvleesklier meer insuline afgeeft. Daardoor kan het lichaam meer glucose uit het bloed halen en daalt de bloedsuikerspiegel. Ook worden de cellen waarschijnlijk gevoeliger voor insuline. Nadeel is een risico op hypo’s (te lage bloedsuiker).
    • Thiazolidinedionen bijv. pioglitazon. Deze middelen maken de lichaamscellen gevoeliger voor insuline, zodat de bloedsuiker beter kan worden opgenomen. Het is niet zo geschikt voor mensen met lever- of hartproblemen.
    • Meglitiniden bijv. repaglinide. Dit middel zorgt ervoor dat de alvleesklier meer insuline aanmaakt. Ze werken heel kort en snel, dus precies voor de duur van een maaltijd. Dit middel wordt niet vaak voorgeschreven.
    • GLP-1-analogen en DPP-4-remmers bijv. exenatide, sitagliptine, vildagliptine, saxagliptine, liraglutide en linagliptine (zoals trajenta). Dit zijn nieuwe middelen die hormonen in de darmen beïnvloeden hormonen in reactie op eten. Die hormonen geven na het eten een seintje aan de alvleesklier dat er meer insuline moet komen om de bloedsuikerspiegel te verlagen. Tegelijkertijd zorgen ze ervoor dat de lever minder bloedsuiker aanmaakt. Sommige van deze middelen kunnen alleen met een injectie worden ingespoten.
    • SGLT2-remmers. In Nederland zijn drie SGLT2-remmers op de markt: canagliflozine, dapagliflozine en empagliflozine. Deze medicijnen verlagen de bloedsuiker en daarnaast zorgen ze voor een afname in hart- en vaatproblemen. De medicijnen kunnen bijwerkingen geven als ketoacidose en urineweginfecties.
    • Combinatiepillen Sommige pillen zijn een combinatie van metformine en een ander geneesmiddel. Bijvoorbeeld: metformine/glibenclamide (Glucovance), metformine/sitaglipine (Janumet), metformine/vildagliptine (Eucreas).
  • Behandeling:
    • Type I (absoluut tekort) - Insuline
    • Type II (relatief tekort) - Resistentie opheffen - Afvallen → leefstijladviezen - Insulinereserves aanspreken, glucoseresorptie ↓ - Metformine, sulfonylureum, SGLT2- en DPP4-remmers, GLP-1 agonisten -Insuline 
    • Bijzondere vormen (meestal relatief tekort) - Oorzaak aanpakken - Bevallen - Alternatief voor cortico’s - Antipsychotica heroverwegen - Orale bloedsuikerver-lagende middelen - Insuline 
  • Wat zijn de bijwerkingen van orale medicatie
    Gewichtstoename, diarree, winderigheid en darmkrampen. Ook kan het visusstoornissen veroorzaken, waardoor iemand tijdelijk wazig zal gaan zien.
  • Waar richt de behandeling van medicatie zich op?
    De behandeling richt zich op aanpak van het normaliseren van de bloedsuikers, maar ook bij de aanpak van hypertensie en hypercholesterol. Bij de jaarlijkse controle worden ook de nierfuncties gecontroleerd. 
  • Wat zijn korte en lange termijn complicaties van DM?
    Berusten zich voornamelijk op vaatveranderingen:
    1. In de kleine vaten (Diabetische Microangiopathie)
      Lange termijn complicaties:
      - Perifere vaataandoeningen die kunnen verergeren tot gangreen en diabetische voet.
      - Diabetische retinopathie en visuele beperkingen.
      - Diabetische nefropathie en chronische nierinsufficiëntie.
      - Perifere neuropathie, zintuigelijke problemen en motorische zwakte veroorzaakt.
    2. In de grote vaten (Diabetische Macroangiopathie)
      Meest voorkomende laesies (beschadigingen) zijn atheroom (cyste, vettige substantie) en verkalking van de tunica media (middelste laag) van de grote slagaders. Bij DM type 1 treden deze veranderingen op relatief jonge leeftijd op. Meest voorkomende letsels zijn ernstig en vaak fataal:
    • Ischemische hartaandoeningen, bijv. angina pectoris en myocardinfarct.
    • Beroerte
    • Aandoeningen perifere vaten.
    Korte termijn complicaties:
    • bijwerkingen van de medicatie
    • hypoglycemie


  • Ontregeling van diabetes vergroot welke complicaties?
    Retinopathie (beschadiging van netvlies) - Visuele beperkingen:
    • Aantasting van de retinacapillairen (haarvaten in de ogen).
    • Visus gaat geleidelijk dalen, kan leiden tot blindheid.
    • Regelmatige oogheelkundige controle is gewenst.
    Neuropathie - Sensibiliteitsstoornissen aan de onderste extremiteiten:
    • Prikkelingen, tintelingen, schietende pijn of een doof gevoel.
    • Er kan een ulcus ontstaan omdat de beschadiging niet opgemerkt wordt.
    • Later kan spierzwakte ontstaan.
    • Neuropathie van het autonome zenuwstelsel kan leiden tot impotentie en/of een gestoorde blaasfunctie.
    Nefropathie (nierschade bij DM):
    • Beschadigingen aan de glomeruli kunnen leiden tot hypertensie, proteïnurie en oedeem.
    • De nierfunctie gaat geleidelijk dalen en dit kan leiden tot nierinsufficiëntie.
    • Regelmatige controle (jaarlijks) is van belang.

    Atherosclerose: (vernauwde bloedvaten, vorm van aderverkalking)
    • Ontstaat door gestoorde vetwisseling.
    • Gevolgen: hartinfarct, CVA, ulcera aan de voeten. 
    • Kan geremd worden door het uitschakelen van de volgende risicofactoren: Niet roken, veel beweging, Hypertensie behandelen/bestrijden, te hoog cholesterolgehalte behandelen, cholesterolarme voeding, meervoudig onverzadigde vetten gebruiken, overgewicht bestrijden, DM goed instellen met medicatie.

    Cataract: (staar)
    Ontstaat door aantasting van de lenseiwitten.
    Diabetische voet
    Afwijkingen die kunnen leiden tot mogelijke amputaties van voet en/of onderbeen.
  • Wat zijn de uitgangspunten van de behandeling van DM?
    1. Herstellen van de balans tussen voeding, lichamelijke activiteit en hormonale activiteit 
    2. Zelfmanagement, patiënt weet/kent: 
    •  het effect van eten, beweging en stress op bloedsuikerwaarden
    • hoeveel koolhydraten (suikers) in voedsel zitten 
    • hoe een te lage of hoge bloedsuikerwaarde te corrigeren is
    • bij insulinebehandeling: hoe lang de verschillende insulines werken 
  • Wat is de prognose van DM type I en II
    • Levensverwachting is korter dan mensen zonder diabetici 
    • Kwaliteit van leven
  • Wat is de positieve en negatieve samenhang van hoop (internationaal)
    Positief: psychologisch welzijn, sociaal welzijn, tevredenheid met het leven,  positieve coping, vreugde, optimisme, zelfvertrouwen, kwaliteit van leven en geestelijke gezondheid.
    Negatief: depressie, angst, (psychologische) stress, negatieve coping, hopeloosheid, pessimisme, eenzaamheid, ernstige vermoeidheid, hevige pijn.
  • Wat zijn de vier metaforen (voortgekomen uit onderzoek in palliatieve zorg) van hoop in de context van de hv (Olsman 2015)?
    1. Houvast - Veiligheid - Wat houdt u overeind? Waardoor blijft u in evenwicht?
    2. Bron - Kracht - Waarvan krijgt u energie?
    3. Toon - Harmonie - Wat kan ik voor u betekenen? Hoe kan ik het beste bij u (uw) situatie aansluiten?
    4. Beeld - Positief perspectief - Welke weg ziet u voor u? Vol hobbels, gelijkmatig of iets ertussenin
  • Wat zijn de 3 morele posities van ondersteuning van hoop?
    • Empowerment (proces persoonlijke groei en construeren nieuwe hoop
    • Compassie (speelt vooral rol bij verlies van hoop en als het lijden van clt centraal staat
    • Bedachtzaamheid (tussenpositie, het gaat om het zoeken van naar een balans tussen empowerment en compassie)
  • De 3 perspectieven van het begrip hoop volgens Olsman 2015?
    • Realistisch perspectief: Hv is betrouwbaar. Hv balanceert tussen waarheid en bieden van hoop. Spanningsvol perspectief. Welke info geeft hv de cl en hoe vertel je dit?
    • Functioneel perspectief: hoop voor cltn is coping mechanisme. Hoop helpt om met ziekte of probleem om te gaan. HV biedt hierbij behandeling, troost, pijnbestrijding en gesprek over (kwaliteit van) leven.
    • Narratief perspectief: Hierin is hoop een existentiële bron van zingeving. Is gerelateerd aan spiritualiteit, geloof of een hiernamaals. Het levensverhaal van de cl speelt hierbij een rol
  • Wat houdt volgens het diamantmodel het facet 'hoop' in
    Geloven en weten.

    Zolang er leven is, is er hoop.
    Hoop heeft invloed op het welbevinden van mensen (psychologisch en spiritueel.
Read the full summary
This summary. +380.000 other summaries. A unique study tool. A rehearsal system for this summary. Studycoaching with videos.

Latest added flashcards

Benoem op welke wijze de WGBO een indeling maakt van jongeren onder de 18 jaar en per leeftijdsindeling benoemen wat de uitwerking is van de WGBO bij die leeftijdsgroep met betrekking tot informatieplicht, toestemming behandeling, inzage dossier en vertegenwoordiging.
  • Kinderen tot en met 11 jaar. Vallen onder zeggenschap van de ouders. Volgens de wet dienen ouders en hulpverleners bij het nemen van beslissingen of onderzoeken rekening met wensen en opvattingen van het kind zelf te houden. Ouders gaan de behandelovereenkomst aan en geven toestemmingen, hebben recht op inzage in het medisch dossier, zij dienen geïnformeerd te worden. Het kind dient wel betrokken te worden.
    Bijzonderheden: Hulpverlener mag behandeling weigeren wanneer dit niet in het belang van het kind is of als het wel noodzakelijk is en ouders weigeren, mag een rechter ingeschakeld worden. Hulpverlener mag de wens van het kind gevolg geven als het kind zelf in staat is hierover te beslissen.
  • Kinderen van 12 tot en met 15 jaar. Hebben volgens de wet bij medische behandelingen of onderzoeken een belangrijke eigen stem. Ouders en kind moeten toestemming geven voor onderzoek/behandeling, dienen beiden geïnformeerd te worden. Het kind heeft recht op inzage van medisch dossier, ouders enkel met toestemming van het kind. Bij meningsverschillen moet de zorgverlener inschatten welke hoger telt.
  • Kinderen van 16 jaar en ouder. Worden door de WGBO als volwassenen gezien, beslissen zelfstandig, hebben recht op informatie en inzien van dossier.
  • In acute situaties waarbij het leven van het kind in gevaar is, mag een hulpverlener altijd handelend optreden, ook zonder toestemming van ouders en kind.
Benoem wat verstaan wordt onder de juridische term minderjarig?
Je wordt als minderjarig gezien als:
  • De leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt is en niet gehuwd bent of bent geweest.
  • Wanneer een minderjarige trouwt, wordt hij ook meerderjarig. Hij blijft dat ook als hij gaat scheiden.
Wat wordt verstaan onder Bewindvoering?
  • “Beheert bepaalde goederen en/of het geld van de cliënt. Een bewindvoerder neemt geen beslissingen over de gezondheid en mag het medisch dossier van de cliënt niet inzien.”
  • Uitspraak van kantonrechter.
  • Persoon of stichting.
  • Betreft alleen het behartigen van financiële belangen (juridische vertegenwoordiging).
  • Kunnen alle bezittingen zijn of delen van bezit zijn, aantekening register.
  • Bewindvoerder neemt beslissingen samen met betrokkene.
  • Jaarlijks verantwoording bij rechtbank.
Wat wordt verstaan onder zaakwaarnemer?
Bij het uitblijven vraag bewindvoering, oprichting door commissie of stichting die vermogensbeheer op zich neemt, zitting door instelling en ouders.
Wat wordt verstaan onder Mentoraat?
  • “Neemt beslissingen op het persoonlijke vlak: over verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding. Hij kan inzage krijgen in het medisch dossier van de cliënt. De mentor gaat niet over geldzaken”.
  • Uitgesproken door kantonrechter.
  • Gementoreerde blijft handelingsbekwaam en behartigt eigen financiële zaken.
  • Mentor behartigt beslissingen op het persoonlijk vlak t.a.v. verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding (feitelijke vertegenwoordiging).
  • Mentor heeft de plicht persoon zoveel mogelijk zelf te laten beslissen.
  • Mentor heeft geen zeggenschap over items als euthanasie, hulp bij zelfdoding. 
Wat wordt er verstaan onder een Curatele?
  • “Een curator behartigt de financiële en persoonlijke belangen van de cliënt. Hij is dus eigenlijk zowel mentor als bewindvoerder. Het is de meest vergaande vorm van vertegenwoordiging. De cliënt kan bijna geen eigen beslissingen meer maken. Volgens de wet is hij dan handelingsonbekwaam”.
  • Curatele betekend: dat iemand niet meer zelf rechtshandelingen aan mag gaan, deze persoon word Curandus genoemd.
  • Voor bijna elke handeling en beslissing van de betrokkene moet de curator toestemming geven.
  • Vermelding in Staatscourant en register Rechtbank den Haag.
Wat zijn de consequenties van het achteruitgaan van de cognitieve vermogens van de geriatrische zorgvrager en het niet autonoom kunnen handelen en/of besluiten kunnen nemen over de voorgestelde behandeling in relatie tot de rechten en plichten vanuit de WGBO en hoe kan dit onderbouwt worden vanuit de term wilsonbekwaam en wilsverklaring?
  • Geriatrische patiënten zijn voor de behartiging van hun belangen aangewezen op mensen die hen vertegenwoordigen.
  • Als een meerderjarige wilsonbekwame medische behandeling nodig heeft, zal het sluiten van de behandelingsovereenkomst en het geven of weigeren van toestemming tot het uitvoeren van verrichtingen door een ander dan de patiënt moeten gebeuren. Toestemming zal namens een patiënt gegeven moeten worden. Dit kan een curator of een mentor zijn maar ook een gemachtigde. Een curator of mentor zal altijd optreden wanneer een beroep op hem wordt gedaan. Voor een schriftelijk gemachtigde hoeft dat niet zo te zijn.
  • Als er niemand is die een wilsonbekwame patiënt vertegenwoordigt, zal een hulpverlener geen andere keus hebben, dan zelf het beleid te bepalen, daarbij optredend als zaakwaarnemer van de patiënt. Een derde kan zich hier ook bij opwerpen. Een zaakwaarnemer kan niet de rechten uitoefenen die de WGBO toekent aan de patiënt. Een zaakwaarnemer kan de positie duiden van hen die betrokken zijn bij de bepaling van het beleid met betrekking tot de wilsonbekwame patiënt zonder vertegenwoordiger. Een zaakwaarnemer is het ongevraagd en onbenoemd maar welbewust behartigen van de belangen van een ander. Eenmaal begonnen mag de zaakwaarnemer de behartiging van het belang dat hij zich heeft aangetrokken, niet op een willekeurig moment beëindigen.
  • Hoe kan het geregeld worden? Iedere meerderjarige kan een ander machtigen om de rechten die hem toekomen op grond van de WGBO namens hem uit te oefenen ingeval hij wilsonbekwaam wordt. Hij moet dan wel zelf nog wilsbekwaam zijn. Iemand die nooit wilsbekwaam is geweest, bijv. bij een verst. beperking, kan nooit rechtsgeldig iemand hebben gemachtigd. 
Welke juridische maatregelen zijn er mogelijk bij het in gebreke blijven van ouderlijk gezag en voogdij?
Ouderlijk gezag en voogdij.
Jongere staat tot zijn 18e jaar onder gezag van ouders of een gezaghebbende. Daarnaast kan een jongere onder voogdij staan (vormt onderdeel van personen- en familierecht van burgerlijk wetboek)
Gezag
  • Garantie van primaire opvoeding en verzorging van een minderjarige
  • Biedt ruimte voor de ontwikkeling van het kind
  • Civielrecht: minderjarige is handelingsbekwaam indien hij/zij handelt met toestemming van het gezag

Ouderlijk gezag en WGBO
  • Zorgplicht en bevordering van zelfbeschikking
  • Geen recht tot besluiten over leven en dood kind

- Dit valt buiten ouderlijk gezag   - Art 2 EVRM – recht op leven
Ouders en zorgverlening. Zorgverlener moet bij intake nagaan hoe de verhouding van ouderlijk gezag ligt
Hulpverlener
  • Eigen zorgplicht ten aanzien van het kind
  • Zelfstandige relatie

Persoonlijke aangelegenheden, geheim en privacy
Wat is handelingsbekwaam?
Houdt in dat een natuurlijk- of rechtspersoon bevoegd is rechtshandelingen te verrichten.
Wie wordt bedoelt met Minderjarig en Handelingsonbekwaam:
De groep mensen die niet in staat zijn in samenspraak met de hulpverlener te overwegen wat wel of niet wenselijk en aanvaardbaar is (wet: niet in staat zijn tot een redelijke waardering van hun belangen ter zake). De wilsonbekwamen.